We hebben 223 gasten online

Recensie 'Atjeh' Anton Stolwijk

Gepost in Recensies

Atjeh Anton Stolwijk

Ondertitel van dit boek van Anton Stolwijk is: Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis. Anton Stolwijk verhaalt over die bloedigste strijd op een bijzondere manier. Tussen 2009 en 2015 trekt hij, met onderbrekingen, in totaal ruim anderhalf jaar door Atjeh. Hij probeert daarbij te zoeken naar de nog tastbare uitingen van de koloniale geschiedenis. Daarbij wordt hij echter danig dwarsgezeten door het feit dat de Tsunami, onder andere ook Atjeh trof, tijdens Kerstmis 2004. Deze Tsunami was zo verwoestend voor zowel gebouwen als mensen, er kwamen 140.000 mensen om, dat er maar weinig zichtbare tekenen zijn overgebleven. Het was de Nederlandse ontdekkingsreiziger Cornelis de Houtman die in 1599 voor het eerst aanlegt in Atjeh. Behalve een handvol Portugezen heeft dan bijna nog geen enkele Europeaan ooit van Atjeh gehoord, maar Atjeh is dankzij veelvuldig bezoek van Aziatische en Indiase handelaars al eeuwen islamitisch.

Cornelis Houtman overleeft Atjeh niet, maar zijn broer zal uiteindelijk na thuiskomst verhalen over de ongehoorde weelde van Atjeh. Maar dan gaat het vooral over het feit dat Atjeh een van de grootste peperproducenten ter wereld is. Het is prins Maurits die er wel brood in ziet en vriendschappelijke relaties aan de sultan van Atjeh aanbiedt. Deze gaat daar op in en het grootste deel van de zeventiende eeuw staat in het teken van handel op basis van gelijkwaardigheid. Er is sprake van een vriendschap tussen Atjeh en het Ottomaanse Rijk. Maar langzamerhand is er sprake van een geleidelijke achteruitgang van het sultanaat, waarvoor Stolwijk twee redenen noemt: Er worden in de tweede helft van de zeventiende eeuw een serie vrouwelijke sultans benoemd en lokale Atjehese edellieden trekken steeds meer macht naar zich toe. Atjeh wordt langzamerhand een zeeroversnest. Atjeh is echter nog steeds een van de grootste peperproducenten ter wereld en in de loop van de achttiende en negentiende eeuw worden er in de Atjehese wateren handelaars gesignaleerd uit landen als Amerika, Rusland en Italië en vooral uit de nabijgelegen Engelse kolonies Singapore en Medang. De oude Ottomaanse bondgenoot heeft alle aandacht nodig voor het eigen rijk en Atjeh heeft ook nog te maken met een weinig behulpzame natuurlijke omgeving: havens verzanden en steden overstromen. Als het gouvernementele gezag in Batavia besluit ook op Sumatra haar invloed uit te breiden betekent de Nederlandse invasie van 1873 de genadeklap voor de sultan. Het was Habib, geboren in Jemen, die zal uitgroeien tot een van de grootste figuren uit de Atjehese geschiedenis en een symbool zou worden van de doodstrijd van het sultanaat. Het is Habib die in 1864 belandt in Atjeh, waarbij de peperexport noch steeds een geldmachine is van importantie, maar nagenoeg volledig verloopt via lokale edellieden. Maar tegelijk met de komst van Habib zijn er veel gevaarlijker spelers op het Atjese toneel verschenen: de Nederlanders. Veel voorheen onafhankelijke gebieden in Noord-Sumatra worden gedwongen belasting te betalen en de Nederlandse vlag te hijsen. Het is de sultan Van Atjeh die de hulp inroept van Habib tegen het Europees imperialisme. De sultan verzoekt Habib naar Istanbul te gaan om de oude banden aan te halen en van Atjeh een Ottomaans protectoraat te maken, dat gevrijwaard zal blijven van verdere buitenlandse inmenging. Stolwijk beschrijft hoe Nederland dan, zonder al te veel voorkennis, een beslissing neemt die het lot van Atjeh voor altijd zal veranderen. Het sultanaat moet onderdeel worden van Nederlands-Indië. Het lot van Atjeh wordt volgens Stolwijk bezegeld dankzij een indrukwekkend staaltje handjeklap achter de schermen. Engeland, de belangrijkste nacht in de regio, mag de Nederlandse bezittingen in Ghana overnemen, en belooft in ruil daarvoor de andere kant op te kijken als Nederland Atjeh inlijft. Habib's diplomatieke missie mislukt en kiest deze uiteindelijk voor onderwerping aan het Nederlandse gezag. Het is de verdienste van Stolwijk dat hij in zijn boek verder beschrijft, aan de hand van onder andere dagboeken, hoe de strijd tussen de fanatiek islamitische Atjehers en het koloniale leger zich heeft afgespeeld, waarbij het koloniale leger herhaaldelijk er toe over ging dorpen met de grond gelijk te maken en nietsontziend ook vrouwen en kinderen tot slachtoffer maakten. Stolwijk verhaalt hoe het koloniale leger: 'als een blinde stier door de binnenlanden van Atjeh trekt'. Tekenend daarbij is natuurlijk dat deze wandaden in het Nederland van die tijd niet bekend waren en zelfs werden de uitvoerders van het koloniale beleid letterlijk bejubeld en gedecoreerd. De term 'chirurgisch geweld' wordt door van Heutsz in praktijk gebracht en koningin Wilhelmina verkondigt dat Nederland een 'zedelijke roeping' heeft om de welvaart van de inlanders te verhogen. Het was Van Heutsz die de opdracht kreeg een en ander in praktijk te brengen. Tien jaar 'chirurgisch geweld' leidde ertoe dat tussen 1899 en 1909 aan Atjehese kant meer dan 20.000 doden te betreuren waren; aan Nederlandse kant ongeveer 500. En nog steeds was de Atjeh-oorlog niet voorbij. Dit boek van Anton Stolwijk maakt duidelijk, ten koste waarvan onze koloniale heerschappij kon worden gevestigd in Atjeh. In de discussie over ons eigen imperialistisch handelen neemt het daarmee een terechte plaats in om de waarheid te kunnen onderkennen.

Titel: Atjeh. Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis.

Auteur: Anton Stolwijk

Uitgeverij: 9789035143760 € 19,95