We hebben 271 gasten online

Strafrechtadvocvaat Geert-Jan Knoops

Gepost in Strafrecht advocaten

Onvermoeibaar raadsman van het juridische argument


Menno van Dongen in de Volkskrant, Binnenland, 11 april 2006 (pagina 02)

Hij is geen advocaat van de soundbites. Knoops is er voor zijn cliënt, voor een goed verloop van de rechtspraak. Altijd. Of hij een korporaal uit Sierra Leone bijstaat of Ernest Louwes, die in de Deventer moordzaak mogelijk onschuldig is veroordeeld.

De vader van Joes Kloppenburg kon nauwelijks aanzien hoe advocaat Geert-Jan Knoops de moordenaar van zijn zoon verdedigde. In de rechtszaal nuanceerde de strafpleiter het beeld van 'zinloos geweld' en wees op het ontbreken van opzet bij de verdachte.

'Op dat moment dacht ik: wat een mooipraterij', zegt Jan Kloppenburg. 'Maar later realiseerde ik me dat Knoops gewoon zijn werk deed. Na de rechtszaak heb ik hem een hand gegeven en mijn waardering voor hem uitgesproken.'

Knoops - thans betrokken bij de Deventer moordzaak - is een topadvocaat. Maar toch is hij altijd bescheiden en beleefd. Dat is geen pose. Als jongen was hij al zo.

Gerardus Godefridus Johannes Knoops werd in 1960 geboren in Eindhoven. Hij groeide op in een middenklassegezin. Als jongen voetbalde hij op straat en beoefende hij veel sporten: atletiek, turnen, hockey, judo, karate, zwemmen en duiken. Hij wilde, zegt hij, zijn grenzen verkennen.

Op school viel hij niet op, zegt Jacques van der Linden. Vier jaar zaten ze naast elkaar, op de havo. 'Geert-Jan was een aardige, degelijke jongen, met gevoel voor humor.' Een vriendinnetje had hij niet. 'Hij was echt heel stil.'

De onopvallende jongen vervulde zijn dienstplicht als officier bij de mariniers. Volgens Willem Prins, destijds kapitein, was Knoops een natuurtalent. Dat bleek tijdens zware oefeningen in de Schotse bergen en de Noorse kou. 'Geert-Jan is lichamelijk ongelooflijk sterk. Hij is niet klein te krijgen en blijft altijd rustig.'

Knoops is nog steeds reserve-officier. Zijn hart ligt bij de manschappen, stelt advocaat Cees Korvinus, die twee jaar met hem samenwerkte. 'Als ik met hem sprak over de mariniers, kreeg hij glimmende ogen. ' Toch is Knoops niet militaristisch. 'Zijn passie ligt bij de taak van de mariniers: reddend optreden en de vrede handhaven.'

Eigenlijk wilde Knoops zeebioloog worden, maar tijdens zijn dienstplicht kreeg hij belangstelling voor het recht. Dat gebeurde toen hij soldaten bijstond voor de krijgsraad. Hij tekende niet bij, maar ging rechten studeren.

Na zijn studie liep hij stage op het advocatenkantoor van Cees Boskamp, waar hij al snel een grote zaak kreeg toegewezen. Als 'broekie' stond hij te pleiten naast Piet Doedens, Jan Boone en Theo Hiddema. Zijn cliënt werd als enige vrijgesproken. 'Hij was een beetje schuchter, want alles was nieuw voor hem', zegt Boskamp. 'Maar hij was een goed jurist. Ik vond het jammer dat hij vertrok.'

Bij zijn nieuwe werkgever, Max Moszkowicz, kreeg Knoops een relatie met Carry Hamburger. In 1993 trouwde hij met de juriste, die drie kinderen had (de jongste was toen acht) uit een vorig huwelijk. Het stel begon een eigen kantoor en is sindsdien onafscheidelijk. Ze doen alle zaken samen en vullen elkaar goed aan: hij is meer filosofisch ingesteld, zij is praktischer.

Door zijn vrouw kwam Geert-Jan Knoops in aanraking met het joodse geloof. De van huis uit katholieke Brabander eet tegenwoordig koosjer en werkt in principe niet op zaterdag, maar bezoekt hij de synagoge. De strafpleiter heeft sympathie voor het joodse volk. Katholieken doen volgens Knoops wat ze is opgedragen, zonder zich af te vragen waarom. In het joodse geloof is meer aandacht voor het debat en is de afstand met de spirituele leider kleiner.

Met rabbijn Raphael Evers spreekt Knoops vaak over juridische vraagstukken. Evers: 'Het joodse recht eist heel sterke bewijzen. Daaraan schort het soms in het Nederlandse systeem. Hij is daar nog alerter op geworden.'

De strafpleiter won geruchtmakende rechtszaken. Marinier EricO. werd vrijgesproken, net als de 'twee van Putten': Wilco Viets en Herman du Bois. Ze kregen samen een schadevergoeding van 1,8 miljoen euro, omdat ze zeven jaar onschuldig hadden gezeten.

'We hebben veel advocaten gehad, maar meneer Knoops zag mogelijkheden die anderen over het hoofd hadden gezien', vertelt Anja du Bois. Ze is de strafpleiter dankbaar voor zijn hulp in de Puttense moordzaak, maar heeft bijna geen contact meer. 'Het is een lieve man, maar hij bleef zakelijk. Hij gebruikte nooit onze voornamen.'

Hij is formeel en saai, vinden sommige strafpleiters. 'Ik zou niet weten hoe ik een feestje met hem door zou moeten komen', zei Jan Boone ooit in Het Parool. Knoops vindt zichzelf niet saai. Hij gaat mee op oefening met de mariniers en doet in zijn (schaarse) vrije tijd aan bergbeklimmen, diepzeeduiken, sportvliegen en zeilen.

Er is meer kritiek. 'Meneer Knoops is te voorzichtig, hij moet het Openbaar Ministerie harder aanpakken', vindt Wanda Waisvisz. Zij zet zich in voor de vrijlating van Ernest Louwes, die is veroordeeld in de Deventer moordzaak. Ook Maurice de Hond, die op eigen initiatief de affaire heeft onderzocht, is kritisch. 'Hij is een hoogwaardige jurist, maar zijn presentatie kan beter. Ik wil soundbites horen, geen formele, juridische argumenten. En hij heeft geen straatvechtersmentaliteit. Soms heb je die wel nodig.'

Rabbijn Evers is het daar niet mee eens. 'Rechters zijn niet onder de indruk van straatvechters.' Zijn stijl en uiterlijk maken Knoops juist geloofwaardig in de rechtszaal, vindt ook strafpleiter Theo Hiddema. 'Hij is geschapen om uit te blinken in het huidige klimaat. Advocaten worden steeds meer vereenzelvigd met hun cliënten. Maar voor hem geldt dat niet. De deugd spat hem uit de ogen.'

Dat wordt weerspiegeld in zijn cliënten. Knoops verdedigt geen grote drugscriminelen, maar mensen die hun veroordeling aanvechten bij de Hoge Raad. Een groot deel van zijn tijd is hij kwijt met het bijstaan van verdachten voor de tribunalen van Rwanda, Joegoslavië en Sierra Leone. Hij kiest zaken die een intellectuele uitdaging zijn en wil zijn cliënten, schuldig of niet, bijstaan in hun strijd tegen machtige instanties. 'Bij de tribunalen walst de machine van de Verenigde Naties over de verdachte heen', zegt Knoops. 'Als verdediging moet je daar tegenop boksen.'

In het door een burgeroorlog verscheurde Sierra Leone leidt hij een advocatenteam dat een korporaal verdedigt die wordt verdacht van misdaden tegen de menselijkheid. Hoewel hij er heel weinig aan verdient, is de strafpleiter al negen keer in het Afrikaanse land geweest - meestal samen met zijn vrouw. Hun doel is het opbouwen van een nieuw rechtssysteem. Als het tijdelijke tribunaal is vertrokken, willen ze iets nalaten aan de bevolking van Sierra Leone.

Geert-Jan Knoops is een idealist. Sommige cliënten helpt hij gratis, zoals Machiel Kuijt, die al bijna negen jaar in een Thaise gevangenis zit voor vermeende betrokkenheid bij drugshandel. Knoops rijdt in een tweedehands auto en doet veel zaken tegen een laag tarief. Meer kan niet: zijn medewerkers en zijn kantoor in Amsterdam-Zuid moeten betaald worden.

De advocatuur is naar zijn idee te vluchtig. Hij doet veel andere dingen. In 2002 richtte Knoops het Forensic Sciences Expert Centre op: een onafhankelijk bureau dat gespecialiseerd is in wetenschappelijk en juridisch onderzoek. Het bureau biedt advocaten toegang tot experts. Dat is hard nodig, want het OM heeft een voorsprong op dat gebied.

Zijn hart ligt ook bij de wetenschap. Hij is maar liefst twee keer gepromoveerd en deze zomer publiceert hij alweer zijn zevende boek. Hij wil zoveel mogelijk kennis overdragen. Sinds een paar jaar is hij hoogleraar (internationaal) strafrecht in Utrecht. 'Hij heeft een echte wetenschappelijke manier van denken', vindt Nanda Tulner, programmamanager bij de faculteit rechten.

Knoops heeft ooit overwogen te stoppen met de advocatuur, maar dat doet hij niet. Hij vindt dat academici moeten weten wat er in de praktijk gebeurt. En zijn zaken laten hem niet los. Machiel Kuijt, Ernest Louwes en anderen blijven een beroep doen op zijn intellect en zijn niet aflatende inzet .

'Hij is een soort marinier onder de juristen, die feiten tot op het bot onderzoekt', stelt Evers, inmiddels generaal-majoor der mariniers b.d. Rabijn Prins is het met hem eens. 'Knoops gaat door waar anderen afhaken.' Dat maakt hem een hele taaie tegenstander voor het OM.

Strafpleiter Hiddema roemt zijn tactiek in de Deventer moordzaak. '90 Procent van Nederland gelooft nu dat Louwes onschuldig is. Waarom? Knoops blijft rustig en komt steeds met iets nieuws, dat de positie van het OM verder ondergraaft. Hij drijft justitie tot wanhoop. Je ziet ze denken: daar komt hij weer!'

Van marinier tot hoogleraar

1960 Geert-Jan Knoops wordt geboren in Eindhoven

1977 -1980 Nuts Pedagogische Academie

1980 -1982 Militaire Dienst, officiersopleiding, mariniers

1982 -1987 Studie civiel recht, Universiteit Tilburg

1987 -1991 Stagiair advocatenkantoor Boskamp en Willems, Eindhoven

1988 -1989 Studie strafrecht, Universiteit Utrecht

1991 -1994 Kantoor Max Moszkowicz, Den Bosch

1994 -1999 Kantoor Knoops & Partners advocaten,Amsterdam

1998 Promotie strafrecht, Universiteit Leiden1999 Geselecteerd voor advocatenlijst VN-tribunalen

1999 -2002 Fusie met advocatenkantoor Korvinus, Amsterdam

2002 Kantoor Knoops & Partners Advocaten, Amsterdam

2002 Mede-oprichter Forensic Sciences Expert Center, Amsterdam

2003 -2005 Hoogleraar strafrecht, Utrecht

2004 Tweede promotie, internationaal strafrecht, nationale Universiteit Ierland

2005 Hoogleraar internationaal strafrecht, Universiteit Utrecht Hij is getrouwd met Carry Hamburger. Ze hebben drie zonen van 22, 24 en 27 jaar.

Copyright: de Volkskrant

Rectificatie / Gerectificeerd 'Hij is een soort marinier onder de juristen, die feiten tot op het bot onderzoekt', stelt Evers , inmiddels generaal-majoor der mariniers b.d. Rabijn Prins is het met hem eens. 'Knoops gaat door waar anderen afhaken.' Dat maakt hem een hele taaie tegenstander voor het OM. (Binnenland, pagina 2, 11 april). Evers en Prins zijn hier verwisseld, de eerste is rabbijn, de tweede oud-marinier.

De dna-sporen hadden nooit gebruikt mogen worden'

 

Joke Mat in NRC 07-04-2006

 

Advocaat Geert-Jan Knoops bespreekt nieuw gerezen twijfels over het bewijs in de Deventer-moordzaak

 

In de Deventer moordzaak gaf dna-bewijs de doorslag. Toch staat de zaak te boek als mogelijke gerechtelijke dwaling. Advocaat Geert-Jan Knoops over het bewijs en de gemaakte fouten.

 

Op 26 januari 2004 haalt de rechter van het hof van Den Bosch de blouse tevoorschijn van de vermoorde weduwe uit Deventer. In roze vlekken op die blouse hebben onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kort tevoren dna-materiaal gevonden van de voor de moord veroordeelde Ernest Louwes.

 

Ik zal het nooit vergeten, zegt advocaat Geert-Jan Knoops in zijn Amsterdamse kantoor. De president zei: Het hof stelt vast dat de roze vlekken met het blote oog waarneembaar zijn.' Als dat zo is, is het een raadsel dat er nooit eerder melding van is gemaakt. Wat die roze vlekken zijn, is onduidelijk.

 

Knoops gaat de Hoge Raad verzoeken de zaak van de in 1999 vermoorde weduwe te heropenen. Een recente Engelse second opinion over het dna-bewijs toont volgens hem aan dat fiscaal jurist Louwes, die een straf van twaalf jaar uitzit, niet had mogen worden veroordeeld. Een groep vrijwilligers onder aanvoering van Maurice de Hond vond dat al langer. Zij verzamelen bewijzen tegen een andere man. Het OM doet sinds twee maanden een nieuw oriënterend vooronderzoek' naar de zaak. De uitslag, oorspronkelijk gepland voor eind maart, laat op zich wachten.

 

Geert-Jan Knoops is specialist in herzieningen van strafzaken. Knoops was advocaat van de twee van Putten, die een straf van tien jaar uitzaten voor moord maar bij de herziening in 2002 werden vrijgesproken. Hij doet nu de herziening van de zaak-Ina Post, een bejaardenverzorgster die vier jaar vastzat wegens moord. Hij deed ook de dramatische eerste herziening van de Deventer moordzaak. Tijdens het nieuwe proces vonden NFI-onderzoekers vijf sporen met het dna van Ernest Louwes in de vlekken op de blouse en ook nog een bloedvlekje van Louwes, op de achterkant van de kraag.

 

Volgens Knoops is het dna-bewijs zwakker dan het lijkt. De zaak speelde al sinds 1999, maar pas op 8 december 2003 bleek dat het NFI één dna-spoor van Louwes had gevonden. Bij de daaropvolgende zitting op 26 januari 2004 had het NFI er nog vier gevonden, plus Louwes' bloedvlekje. Bizar, vindt Knoops, dat tijdsverloop tussen de eerste en de latere vondsten. Het NFI zei dat het lag aan de tijdsdruk. Maar je kunt je toch niet voorstellen dat ze een met het blote oog zichtbaar bloedvlekje over het hoofd hebben gezien. Waarom waren die sporen niet al eerder ontdekt? Zijn ze misschien pas lang na de moord op de blouse terechtgekomen, bijvoorbeeld via andere in beslag genomen voorwerpen? Vast staat dat de blouse pas eind 2003 volgens de voorschriften werd verzegeld.

 

De NFI-onderzoekers nemen aan dat de roze vlekken waarin Louwes' dna is aangetroffen, afkomstig zijn van make-up. Ze veronderstellen dat die tijdens de moord (wurging en messteken) is uitgesmeerd over de blouse. Knoops: Maar de biologisch-chemische afdeling van het NFI heeft gezegd dat niet is vast te stellen of het werkelijk make-up is. Is de hypothese dat de sporen daar gekomen zijn door gebruik van geweld dan niet even waarschijnlijk als de hypothese dat het gewoon contactsporen zijn? Louwes bezocht de weduwe 's ochtends op de dag van de moord en zal haar een hand hebben gegeven. Daarmee kan ze later haar blouse hebben geraakt.

 

Onderzoeker Eikelenboom van het NFI zei voor het hof van Den Bosch dat het waarschijnlijker was dat de sporen waren achtergelaten bij gebruik van geweld. Als argument noemde hij een spoor waarin het dna van Louwes sterker aanwezig was dan dat van de weduwe - dat zou bij normaal zakelijk contact nooit ontstaan kunnen zijn. Ook de uiteenlopende plaatsen op de blouse waar het dna van Louwes werd aangetroffen, waren niet te rijmen met gewoon zakelijk contact, vond hij.

 

Het hof van Den Bosch achtte dit overtuigend. Uit het arrest: Het hof onderschrijft de conclusies van ing. Eikelenboom en de daaraan ten grondslag liggende motivering.' Knoops vindt dat het hof zich daarmee aan de deskundige heeft overgeleverd. Louwes, vindt hij, is veroordeeld op basis van een theorie van het NFI die misschien door andere wetenschappers wordt gedeeld.

 

Vandaar dat Knoops een second opinion afdwong, betaald door het College van Procureurs-Generaal. De Forensic Science Service in Birmingham kreeg niet de blouse zelf, wel twee rapporten van het NFI, de verklaring van Eikelenboom, een cd-rom met foto's van de blouse en de piekprofielen van de dna-sporen. Volgens Knoops stellen de FSS-onderzoekers in hun rapport dat aan de dna-sporen niet kan worden afgelezen of ze door geweld, dan wel zakelijk contact op de blouse zijn gekomen. Het bloedvlekje van Louwes is volgens de onderzoekers very significant, maar ook daarvan kan niet worden vastgesteld sinds wanneer het op de blouse zit. Het rapport weerlegt de aanname dat het hier om dadersporen zou gaan.

 

Knoops vindt dat het dna-bewijs niet in de rechtszaak had mogen worden gebruikt. Door na de heropening van de zaak met dit nieuwe bewijs te komen, kreeg het OM volgens hem de kans eerdere fouten te herstellen. In feite kreeg het OM weer een hoger beroep, wat in het strafprocesrecht niet kan. En de Hoge Raad keurde dat goed. Zo ondergraaft de Hoge Raad het hele instituut van herziening in strafzaken, zegt Knoops. Men creëert de situatie dat het OM kan afwachten of een veroordeelde het voor elkaar krijgt een herziening af te dwingen, om als dat lukt te zeggen: jongens, we hebben wat meer bewijs nodig.

 

Onbegrijpelijk van de Hoge Raad, vindt Knoops. Misschien was men zó overtuigd dat Louwes de dader is dat het - psychologisch - niet meer mogelijk was dat dna-bewijs terzijde te leggen. De Raad liet volgens Knoops ook een kans liggen zich uit te laten over de do's en don'ts van dna-bewijs. Moet een rechter dna-materiaal uitsluiten als voorwerpen niet volgens de regels zijn bewaard? Mag een deskundige de positie innemen van de rechter? Daarover is nu geen principiële uitspraak gedaan.

 

Bij de Deventer moordzaak zijn de grootste fouten volgens Knoops gemaakt in het begin. De politie liet na telefoongegevens op te vragen die hadden kunnen aantonen dat Louwes op de avond van de moord niet in de buurt van Deventer was. Het NFI liet na het tijdstip van overlijden vast te stellen. Het vest dat de weduwe tijdens de moord droeg, raakte zoek. Die fouten zijn onherstelbaar gebleken, zegt Knoops. Er is een grote kans dat de waarheid nooit boven tafel komt, tenzij de werkelijke dader bekent. Je ziet het bij de twee van Putten - sommigen geloven nog steeds dat zij de schuldigen zijn. Dat zal Louwes ook blijven achtervolgen.

 

Herziening zaken Wetenschappers, forensisch deskundigen, politiemensen en leden van het OM kunnen twijfels over afgesloten strafzaken binnenkort voorleggen aan de commissie-Posthumus II. Minister Donner (Justitie) stelde deze in naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord. Een stap in de goede richting, vindt advocaat Geert-Jan Knoops, maar geen eindstation. Knoops: Het is geen onafhankelijke commissie met wettelijke bevoegdheden waar ook een veroordeelde naar toe kan.

Hollands dagboek; Geert-Jan Knoops in NRC 01-04-06

 

Advocaat Geert-Jan Knoops zou deze week in Sierra Leone zijn om een militair bij te staan die van oorlogsmisdaden wordt verdacht. Wegens een ongeluk van zijn vrouw moest hij spoorslags terug. Vanuit Nederland zette hij het werk voort. Daarnaast kwam er nieuws over zijn cliënt Machiel Kuijt, in Thailand tot levenslang veroordeeld. Knoops (45) is getrouwd met advocate Carry Hamburger en heeft drie zonen.

 

Vrijdag 24 maart

 

Ik betreed om acht uur 's ochtends het terrein van de Special Court for Sierra Leone in Freetown. De reis hierheen op donderdag heb ik nog niet helemaal van me afgeschud. Vanuit Nederland duurde die reis ruim 16 uur en dan ben je pas op het vliegveld. Wat dan nog rest is een bijna spectaculaire helikoptervlucht van tien minuten bij nacht naar de overkant van de baai richting stad. Gelet op mijn ervaringen in mijn diensttijd bij het Korps Mariniers houd ik mijn hart vast. Geen veiligheidsriemen voor de passagiers en de bagage van twintig mensen ligt los in de heli.

 

Ik reis nu voor de negende keer naar Sierra Leone om een team van advocaten te leiden dat een van oorlogsmisdrijven verdachte militair bijstaat. Het gaat om een Internationaal Tribunaal, in 2001 opgezet door de Verenigde Naties en de regering van Sierra Leone naar aanleiding van een langdurige burgeroorlog met vele slachtoffers. Als ik op vrijdagochtend het Tribunaal betreed, is er weinig veranderd. Ik was er voor het laatst in oktober met generaal-majoor b.d. Prins, als militair adviseur benoemd door de verdediging. Toen werd tijdens het proces een aantal experts gehoord, onder wie een militair deskundige van de aanklagers. Nu is het de beurt aan de verdediging om de zaak te presenteren. Daarom verblijf ik deze week wederom met generaal Prins in Sierra Leone. Deze trip staat voornamelijk in het teken van het afronden van een militair deskundigenrapport waarmee de verdediging de theorie van de aanklagers wil betwisten. Naast het werken aan het document bezocht ik mijn cliënt, die al sinds 2003 in de gevangenis van de Special Court verblijft. Hij en zijn twee medeverdachten zijn de enige drie ex-militairen die terecht staan. Zaterdag

 

Als ik om acht uur met generaal Prins aan het ontbijt zit, gaat mijn mobiele telefoon. Het is de oudste zoon die mij het onwaarschijnlijke verhaal vertelt dat mijn echtgenote Carry een ongeluk is overkomen en dat zij met een ambulance naar het ziekenhuis is gebracht. Later die dag blijkt dat de gevolgen gelukkig meevallen, maar de situatie is dusdanig dat ik besluit om zo spoedig mogelijk terug naar Nederland te gaan. De eerste mogelijkheid zal de vlucht naar Brussel op zondagavond zijn.

 

Ondanks dit minder goede nieuws gaan generaal Prins en ik rond 11.00 uur naar het Tribunaal om verder te werken aan het militair deskundigen rapport. Vanavond spreken we met een hooggeplaatste, inmiddels gepensioneerde officier uit het leger van Sierra Leone over de inhoud van onze bevindingen in het rapport. Ik heb deze militair al meermalen gesproken. Hij is ernstig teleurgesteld in zijn overheid en uitermate bang om te getuigen. Toch is zijn kennis voor de verdediging van groot belang en als hij ons laat weten vanwege de bedreigingen helaas niet te kunnen getuigen, bekruipt mij het gevoel dat wij voor dit Tribunaal geen rechtvaardigheid zullen vinden.Zondag

 

Vandaag de vervroegde terugkeer naar Nederland. Wij lopen na het ontbijt in een vochtig klimaat met 30 graden buitentemperatuur naar het kantoor van de vliegmaatschappij SN Brussel dat gesloten blijkt. Er zit dus niets anders op dan vroeg, wederom met de bekende helikopter, naar het vliegveld te gaan. Om de tijd zo goed mogelijk te benutten, maken we telefonische afspraken met een aantal militairen van wie een deel moet worden geïnterviewd. Een van hen is ook een hooggeplaatst officier die mij vertelt te worden geïntimideerd door de overheid nu men weet dat hij contacten met de verdediging van de Special Court heeft.

 

Verontwaardigd zeg ik tegen generaal Prins: 'Op deze wijze is een eerlijk proces onmogelijk.' Toch zijn wij vastberaden om door te gaan met ons plan en generaal Prins zal de komende week zijn uiterste best doen om met getuigen te spreken. Voor mijn vertrek, om circa twee uur in de middag, word ik ook nog met een andere zaak geconfronteerd, namelijk die van Machiel Kuijt, de Nederlandse verdachte die al bijna 9 jaar in Thailand vastzit en in afwachting is van de uitspraak van het Hooggerechtshof. De uitspraak zal morgen worden gedaan in Bangkok. De spanning is groot aangezien het in deze zaak gaat om levenslange gevangenisstraf en vrijspraak. Maandag

 

Na een 18 uur durende reis van Freetown via Monrovia (Liberia) arriveer ik maandagochtend om 5.35 uur in Brussel. Direct ontvang ik een sms van Telegraaf-journalist Charles Sanders met het dramatische bericht dat de Supreme Court in Thailand het hoger beroepvonnis tegen Machiel Kuijt heeft bevestigd en dat hij nu dus definitief tot levenslang is veroordeeld. Om 7.15 uur bel ik op Brussel airport, wachtend op de KLM-machine, de moeder van Machiel die het nieuws inmiddels kent. Aangeslagen zegt ze dat de laatste hoop nu is gevestigd op de terugkeer van Machiel via het nieuwe WOTS-verdrag dat Nederland met Thailand heeft gesloten.

 

Als ik om 9.30 uur weer voet op Nederlandse bodem zet, spoed ik me eerst naar het ziekenhuis om mijn echtgenote te bezoeken. Deze dag staat verder ook in het teken van veel telefoon van de media over de zaak van Machiel Kuijt. Het ministerie van Buitenlandse zaken belt mij over de verdere mogelijkheden en op kantoor stuur ik die middag al een verzoek om het verdrag voor Machiel Kuijt in werking te stellen. Generaal Prins, die nog in Sierra Leone zit, bel ik vanuit mijn kantoor en ik neem met hem een aantal getuigenverklaringen door in verband met de voortgang van zijn rapport. 's Avonds verschijn ik met de moeder van Machiel, Pita, in het programma van Barend en Van Dorp waar mevrouw Kuijt, ondanks de emoties, goed uiting geeft aan wat zij de negen jaar dat haar zoon nu in Thailand vastzit, heeft doorgemaakt.Dinsdag

 

Als ik om 7 uur opsta, ga ik direct aan de slag om een aantal memo's te schrijven voor de voorbereiding van de verdediging in Sierra Leone. Nu ik daar deze week niet kan zijn, heb ik me voorgenomen zoveel mogelijk uit Nederland de afronding van het militair deskundigenrapport te bevorderen.

 

Voor ik aan mijn telefoongesprekken met mogelijke getuigen en met deskundigen in Sierra Leone begin, gaat de telefoon op mijn kantoor. Het is de Nederlandse ambassadeur in Bangkok, Pieter Marres, die mij belt over Machiel Kuijt. Ik dank hem voor zijn aanwezigheid gisteren bij de uitspraak en zijn inzet. Vergeleken met de vorige ambassadeur in Bangkok is hij zeer bij de zaak van Machiel Kuijt betrokken en hij heeft hem al enkele malen in de gevangenis bezocht. Ik spreek met hem de procedure door die gevolgd zal moeten worden om het Thaise vonnis tegen Machiel overgedragen te krijgen naar Nederland. De ambassadeur en ik denken na over de beste aanpak nu een Thaise commissie van 13 personen over de overdracht aan Nederland zal beslissen. Ook spreken wij over de mogelijkheid van een gratieverzoek als de Thaise koning in juni zijn 60-jarig ambtsjubileum viert en er in Thailand een zogenaamd 'Royal Pardon' kan worden verleend aan bepaalde gevangenen.

 

Daarna bel ik de moeder van Machiel op om haar verslag te doen. Met Machiel blijft zij hoop houden: hun doorzettingsvermogen is bijna bovenmenselijk. Als het kantoor 's avonds wordt gesloten heb ik de onbedwingbare behoefte te gaan hardlopen om alle energie eruit te rennen en mijn gedachten op orde te brengen. Na het hardlopen heb ik weer de nodige inspiratie en werk ik nog aan een artikel voordat ik mij zet aan de verzorging van mijn echtgenote die voorlopig helaas door het ongeluk is uitgeschakeld.Woensdag

 

Ook vandaag is het weer vroeg opstaan om voorbereidend werk te doen voor mijn zaak in Sierra Leone. Ik bel rond 9 uur met generaal Prins in Sierra Leone waar het dan 2 uur eerder is en we spreken zijn dag door om tot een zo optimaal mogelijke aanpak van het feitelijk deel van zijn rapport te komen. Nog steeds is onze zorg dat we geen toegang krijgen tot de hogere militairen uit Sierra Leone. Het goede nieuws is dat de generaal donderdag bij de minister van Defensie van Sierra Leone op bezoek kan gaan om hierover te spreken.

 

Generaal Prins en ik zijn in oktober 2005 toen we samen in Sierra Leone werkten aan de voorbereidingen van de verdediging voor het tribunaal, al bij deze minister geweest. We hebben toen uitvoerig gepraat over alle tegenstand die ik als verdediger in Sierra Leone ondervind. Toch blijft het essentieel dat de militairen van Sierra Leone zich durven uitspreken over het conflict en vooral over de vraag of mijn cliënt wel militaire verantwoordelijkheden heeft gedragen tijdens het conflict.

 

Een andere vraag is: hadden we tijdens de burgeroorlog wel te maken met een regulier leger dat goed georganiseerd was? In de middag werk ik met mijn collega Karlijn van der Voort aan een belangrijke motie die we moeten indienen bij het Rwanda-tribunaal in Tanzania waar wij ook een verdachte bijstaan. Om half twee ontvangen we per email een persbericht van het College van Procureurs-Generaal over het nieuwe onderzoek in de Deventer moordzaak: het College heeft helaas meer tijd nodig om tot een eindrapport te komen. Juist daarvoor belde ik met het Engels forensisch instituut dat op ons verzoek een nieuw DNA-onderzoek doet naar de rapporten van het NFI die tot de veroordeling van Ernest Louwes hebben geleid. Het rapport wordt eind deze week verwacht, zo wordt mij verteld door de Engelsen. Ik bel daarop direct naar de heer Louwes om hem te informeren. Het is wederom een veelbewogen dag die ik afsluit met 8 kilometer hardlopen om stoom af te blazen.Donderdag

 

De dag begint met een instructie per e-mail aan ons defence team in Sierra Leone. Ik praat met generaal Prins die later op de ochtend namens mij overlegt met de onderminister van Defensie in Sierra Leone om toestemming te krijgen een aantal belangrijke militaire officieren te spreken. De generaal belt mij 's middags terug en doet verslag: het is een ferm gesprek geworden en hij heeft de onderminister een brief van mij gegeven, waarin ik een klemmend beroep doe om deze militairen te mogen spreken voor onze zaak. Ook heeft de generaal de minister op niet mis te verstane wijze te kennen gegeven dat het essentieel is voor een juiste beeldvorming dat wij deze militairen mogen spreken.

 

Intussen is bij het Tribunaal ook Charles Taylor gearriveerd en het gerucht gaat dat deze verdachte mogelijk naar Den Haag zal worden overgebracht. 's Avonds heb ik weer per telefoon een uitvoerige briefing met generaal Prins over wat ons te doen staat als de minister van Defensie in Sierra Leone ons geen toestemming geeft. Wij besluiten dat ons dan geen andere mogelijkheid rest dan deze non-coöperatie aan het Tribunaal voor te leggen en wellicht ook aan de VN en de Nederlandse overheid. Nederland is één van de belangrijkste sponsoren van dit Tribunaal en ik acht het onbestaanbaar dat Nederland een tribunaal zou sponsoren waar geen eerlijk proces kan plaatsvinden doordat de lokale overheid simpelweg niet toelaat dat de verdediging getuigenverklaringen kan verkrijgen van militairen die directe kennis hebben over de burgeroorlog. Vrijdag 31 maart

 

Weer een drukke dag. 's Ochtends hoor ik dat er om 11.00 uur een radio-uitzending is waarin mijn cliënt Eric O. wordt genoemd. Als mijn collega's en ik het programma beluisteren, blijkt de teneur te zijn dat de marine niet voldoende zou hebben meegewerkt met justitie in verschillende onderzoeken. We reageren verbaasd, een aantal belangrijke hoofdrolspelers komt niet aan het woord, en er is dus sprake van onvolledige feiten.

 

Als ik bezig ben met het schrijven van een motie voor onze zaak bij het Joegoslavië Tribunaal (wij staan het voormalig hoofd van de Servische veiligheidsdienst bij, een zaak die aan de Milosevic-zaak is gelinkt) krijg ik een telefoontje van de Chief of Prosecutors van het Rwanda-Tribunaal, Mr. Stephen Rapp, over onze zaak bij dat Tribunaal. Hij informeert naar een motie die we gisteren hebben ingediend voor de verdediging bij dat Tribunaal. Mr. Rapp vertelt me dat een van zijn collega's bij het Tribunaal daar is overleden, een jonge jurist uit de Verenigde Staten. Ik schrik, vooral omdat het ook onze ervaring in deze landen is dat de medische zorg er op een lager peil staat. Dit zet je toch aan het denken.

 

Na dit gesprek krijgt ik mijn lokale Co-Counsel in Sierra Leone, Mr. Manly-Spain, aan de telefoon over een belangrijke uitspraak van het Sierra Leone Tribunaal. Wij hebben na het afsluiten van de zaak van de aanklagers een verzoek tot (gedeeltelijke) vrijspraak ingediend. Helaas bereikt mij om 15.00 uur het bericht dat het Tribunaal deze motie tot vrijspraak heeft afgewezen.

`Officier heeft monopolie'

 

Antoinette Reerink in NRC 08-09-2005

 

Advocaat Knoops wil ander wetboek

 

ROTTERDAM, 8 SEPT. Het is hoog tijd voor een grondige herziening van het rechtssysteem. Dat vindt advocaat en hoogleraar internationaal strafrecht Knoops.

 

Zijn de fundamenten van ons strafproces nog wel van deze tijd? Geert-Jan Knoops, advocaat in onder meer de Puttense moordzaak en raadsman van marinier Eric O., gelooft van niet. De waarschuwingen zijn duidelijk, zegt hij. Kijk naar de Schiedamse Parkmoord en de Puttense moordzaak, waarbij onschuldigen werden veroordeeld. Er is volgens hem een heel grote omslag nodig, om te voorkomen dat vaker onschuldigen worden veroordeeld. ,,We moeten ons bezinnen over de opsporingsmethoden en de integriteit van het politieapparaat.''

 

De kritiek van Knoops richt zich met name op de monopoliepositie van de officier van justitie in een rechtszaak. ,,De officier van justitie kan voorkomen dat getuigen of deskundigen worden opgeroepen in de rechtszaal. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië kan dat niet. Daar zijn justitie en de verdediging gelijkwaardige partijen. In Nederland niet. In Angelsaksische landen heeft de verdediging een zelfstandige regeling om deskundigen op te roepen. Advocaten zijn daar niet afhankelijk van de officier van justitie.'' Zowel in de Puttense moordzaak als in de Deventer moordzaak is het Knoops overkomen dat de officier van justitie zijn verzoek om een deskundigenverhoor weigerde te honoreren.

 

Nu het OM en het Nederlands Forensisch Instituut zo onder schot staan door het achterhouden van belangrijke informatie in de zaak-Nienke, zijn maatregelen hard nodig, meent Knoops. Zo zou er een tegenhanger moeten komen van het Forensisch Instituut. Bij het NFI werken de DNA-specialisten van het ministerie van Justitie. Deze ambtenaren werken alleen voor justitie, politie en andere opsporingsbevoegden. ,,Wij advocaten moeten naar het buitenland voor tegenonderzoek. Dat moeten we ook zelf betalen.''

 

Knoops vindt dat het NFI geprivatiseerd zou moeten worden om iedere schijn van partijdigheid te voorkomen. ,,Het monopolie van het NFI door justitie moet opgeheven worden. NFI-medewerkers moeten ook in de gelegenheid zijn om toch iets in hun rapport op te nemen, ook al wil de officier van justitie dat niet.''

 

Om pijnlijke fouten in de toekomst te kunnen voorkomen is een mentaliteitsverandering nodig, meent Knoops. Bij de politie, het OM en de rechtelijke macht. ,,Men mag niet meer automatisch aannemen dat wat een deskundige of een politieman schijft, juist is. In een aantal zaken is gebleken dat Nederlandse rechters te veel vertrouwen hebben in politie en justitie.''

 

Hoe realistisch zijn Knoops' voorstellen? ,,Wij zouden een ander Wetboek van strafrecht moeten schrijven. Het huidige is gebaseerd op de Franse Code Pénal. Mijn voorstellen zijn niet onuitvoerbaar. Bij internationale straftribunalen is er een mix van het Amerikaanse en continentale rechtssysteem gevonden. Dat is een stuk beter. Daar zijn de rechten van de verdediging en de officier van justitie gelijk. Maar Nederland heeft daar een broertje dood aan want dat zou betekenen dat strafprocessen langer gaan duren. Hier gaat de kwantiteit helaas voor de kwaliteit.''

 

Bijval collega's De advocaten Gerard Spong en Wim Anker zijn het eens met de kritiek van hun collega Knoops. Ook zij pleiten voor gelijkwaardigheid tussen officieren van justitie en advocaten. Spong, advocaat van Cees B.: ,,Er zijn structurele tekortkomingen in het rechtssysteem. Advocaten hebben recht op contra-expertise. Nu worden onze verzoeken om aanvullend onderzoek negen van de tien keer afgewezen.'' Anker constateert dat het OM steeds vaker partij in rechtszaken is, tegenstrever van de verdediging. ,,Het OM selecteert het materiaal en stelt het dossier op. De officier behoort alle elementen in het dossier te stoppen. Het is aan de rechter om die te wegen.''

 

Zestien uur werken, acht uur slapen

 

Steven Derix en Tom Kreling in NRC maandag 2 februari 2004

 

Ex-marinier Geert-Jan Knoops altijd op zoek naar de hardheid van het bewijs

 

Geert-Jan Knoops is advocaat in veel geruchtmakende strafzaken: de Puttense moordzaak, de vervolging van de Nederlandse militair Erik O., de Deventer moordzaak. Maar hij is ook ,,een gedegen en zorgvuldig'' hoogleraar.

 

Afgelopen maandag. Het gerechtshof in Den Bosch behandelt de Deventer moordzaak. Advocaat Geert-Jan Knoops staat verdachte E. Louwes bij, verdacht van het doodsteken van een vermogende weduwe. Knoops, die door collega's is uitgeroepen als de beste strafpleiter van 2002, lijkt tijdens de uren durende rechtszitting wat afwezig. Hij bladert voortdurend in zijn stukken, de wenkbrauwen gefronst, zijn lippen getuit. Met zijn linkerhand duwt hij af en toe zijn bril omhoog op zijn neus. Als hem gevraagd wordt of hij nog iets aan een bepaalde getuige wil vragen, kijkt hij wat verstoord over de bril heen. Daarbij trekt hij zijn wenkbrauwen nog verder op.

 

Ruim drie uur zal hij bezig zijn, zegt hij tegen de president van het hof, als hij opstaat om zijn pleidooi te houden. In de zaal klinkt gezucht. Maar Knoops voert onverstoorbaar het woord, urenlang. Licht gebogen over zijn stukken loopt hij minutieus alle details van de zaak langs. Anders dan de meeste van zijn concurrenten in de top van de Nederlandse advocatuur leest hij zonder dramatiek of grote gebaren zijn 34 pagina's tellende pleidooi voor. Al die tijd blijft hij op zijn plaats staan. Zonder stemverheffing komt hij tot de conclusie. ,,Dat was het. Ik dank u voor uw aandacht.''

 

Dat is Knoops ten voeten uit, zeggen collega-strafjuristen. ,,De vonken vliegen er niet af. Maar hij komt wel waar hij wezen moet'', zegt advocaat Kees Boskamp, bij wie Knoops zijn carrière in 1987 begon. De Friese strafpleiter Willem Anker: ,,Het is een halve wetenschapper.'' ,,Hij is zó zorgvuldig en precies dat je er bijna moe van wordt'', aldus rechtspsycholoog Peter van Koppen. ,,Precies en gedegen. Donker pak en keurige stropdas'', stelt misdaadjournalist Peter R. de Vries vast.

 

De zaken die hij doet staan garant voor publiciteit. In 2002 verwierf hij landelijke bekendheid met de vrijspraak met `de twee van Putten'. Voor het eerst in 76 jaar heropende de Hoge Raad een moordzaak. De veroordeling van tien jaar hadden ze al uitgezeten, maar Knoops kreeg het voor elkaar dat de veroordeelden Herman du Bois en Wilco Viets alsnog werden vrijgesproken voor de moord op een stewardess in 1994.

 

Knoops doet meer bekende zaken. Hij verdedigt sergeant-majoor Erik O., die in Irak een plunderaar zou hebben doodgeschoten en tot verontwaardiging van velen, onder meer van Kamerleden, nu wordt verdacht van moord of doodslag. Eind vorig jaar reisde hij naar Thailand om de van drugshandel verdachte Nederlander Machiel Kuijt bij te staan. De `Hennies', het echtpaar Hennie van Doeselaar en Hennie Idzes, allebei enigszins zwakbegaafd, stond hij in Turkije bij voor drugshandel. Daarnaast verdedigt hij verdachten van oorlogsmisdaden voor het Joegoslavië-tribunaal en het Rwanda-tribunaal. Komende zomer zal Knoops een team van advocaten leiden voor het tribunaal van Sierra Leone voor een militair die verdacht wordt van oorlogsmisdaden. En dan is hij ook nog full time hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, heeft hij drie boeken geschreven, gaat hij als reserve-officier bij het Korps Mariniers mee op oefeningen in Noorwegen en treedt hij tussendoor regelmatig op in diverse televisieprogramma's.

 

Gerardus Godefridus Johannes Knoops (Eindhoven 1960) laat zich niet gemakkelijk typeren. Zelfs naaste collega's hebben moeite hem te beschrijven. Is er eigenlijk méér in zijn leven dan werk, vragen zijn collega's zich af. Niet echt, zo zegt hij zelf ook. En wat privé is, wil hij privé houden. ,,De gordijntjes bewegen wel, maar ze gaan niet open'', zegt advocaat Cees Boskamp, bij wie Knoops in 1987 als stagiair begon. Knoops herbergt meerdere gedaantes in zich. Iemand met een academisch voorkomen, maar ook een advocaat die volgens collega's zich als een `terriër' vastbijt in een zaak. Een leerling van de kweekschool die het schopt tot hoogleraar en tot strafpleiter nummer 1 bij de jaarlijkse advocaten-verkiezing van Peter R. de Vries. Een katholieke jongen van eenvoudige komaf die zich verdiept in het orthodoxe jodendom - omdat de Talmoed ,,juridisch zeer verfijnd is''.

 

Geert-Jan Knoops zou eigenlijk het onderwijs in gaan. Na de havo in 1977 begint hij daarom aan de pedagogische academie. Als hij klaar is, in 1980, moet hij in dienst. Knoops slaagt erin geselecteerd te worden voor de officiersopleiding van het Korps Mariniers. Als pelotonscommandant in Noorwegen raakt hij - zo vertelt hij in interviews - gefascineerd door het recht, toen hij mariniers moest bijstaan voor de tuchtraad.

 

Bij de mariniers noemen ze iemand als Knoops ,,een serieuze krijgsman'', legt generaal-majoor der mariniers b.d. Frank van Kappen uit. Knoops blonk uit als reserve-officier. Aan het einde van zijn opleiding in 1981 wordt hij als best man van zijn opleiding onderscheiden met het `sabel'. Maar anekdotes over Knoops zijn er niet. Van Kappen: ,,Het is niet een man met wie je een avondje in de kroeg kunt staan lallebrallen. Dat vindt hij niks.''

 

In 1982 gaat hij rechten studeren aan de Universiteit van Tilburg, waar hij onder andere les krijgt van oud-minister Ernst Hirsch Ballin. In 1986 studeert hij af in burgelijk recht - cum laude. Knoops begint als stagiair op het Eindhovense advocatenkantoor Boskamp en Willems, dat voornamelijk civiele zaken behandelt. Drie jaar lang heeft advocaat Cees Boskamp als patroon Knoops onder zijn hoede, die na de stage nog tot 1991 blijft. Zestien uur werken en acht uur slapen, dat was Knoops, zegt Boskamp. In de avonduren studeert hij strafrecht. Nee, aan gedrevenheid ontbrak het niet, zegt Boskamp. ,,Maar we vroegen ons wel af hoe hij sociaal was, hoe hij zou omgaan met cliënten. Dan keek hij je zo aan met die quasi-verbaasde heldere ogen. Maar het ging heel goed.''

 

In 1991 plukt Max Moszkowicz senior hem weg uit Eindhoven en stalt hem in Den Bosch bij zijn zoon David. Moszkowicz had hem als stagiair in een grote rechtszaak zien optreden tussen de gerenommeerde advocaten Hiddema, Boone en Doedens. Als enige krijgt hij zijn verdachte in eerste aanleg vrij. Op het kantoor in Den Bosch ontmoet hij zijn huidige echtgenote en partner Carry Hamburger. In 1994 beginnen ze een eigen kantoor, Knoops en Partners aan de Apollolaan in Amsterdam. Dat kantoor hebben ze nog steeds. Tussendoor is er in 1999 wel een fusie met het kantoor van strafpleiter Cees Korvinus, die na twee jaar strandt.

 

Hij kon geweldig hard werken, roemt Korvinus Knoops. ,,We waren een fantastische combinatie. Hij was meer wetenschappelijk en ik meer een echte pleiter.'' Dat verschil zat tegelijkertijd een langdurige samenwerking tussen Korvinus en Knoops in de weg, zeggen beiden. Knoops wilde meer de academische wereld in. Korvinus: ,,Daarom doet hij ook veel cassaties en herzieningszaken. Die kan hij vanaf zijn bureau doen.''

 

Knoops voldoet in geen enkel opzicht aan het traditionele beeld dat er heerst van de huidige topadvocaten, zegt advocaat Theo Hiddema: ,,Boevenknechten in dikke auto's en dure maatpakken''. Knoops, zegt Hiddema, komt over als ,,de Joris Goedbloed die opkomt voor de verdrukten''. Doordat Knoops zich niet bedient van ,,schelle commentaren'' en zijn rustige uiterlijk mee heeft, oogt hij volgens Hiddema altijd als de ,,moreel verheven partij''. Aan de andere kant: soms moet je in de rechtszaal ,,beuken''. ,,Ik vraag me af of hij dat ook kan. Hij brengt herzieningszaken tot een goed einde. Ruwere collega's die de zaak voor hem hebben behandeld hebben de boel dan al aardig opgeschud.'' De Puttense moordzaak kwam bij Knoops terecht door misdaadverslaggever Peter R. De Vries, die tientallen uitzendingen wijdde aan de ,,grootste gerechtelijke dwaling in Nederland''. ,,We hadden een nieuwe aanpak nodig. Een dossiertijger.'' De Vries opperde de veroordeelden Viets en Du Bois om contact te zoeken met Knoops. Die verdiepte zich in het dossier en diende in plaats van één nieuw feit, dat nodig is om een zaak te laten heropenen door de Hoge Raad, maar liefst zes nieuwe feiten in. Hiddema wil niet schamper doen over die prestatie. Maar hij wijst ook op het vele werk dat anderen voor hem hadden gedaan in het dossier. ,,Hij hoefde alleen de stoep nog maar schoon te vegen.''

 

Na `Putten' wordt Knoops uitgeroepen tot beste strafpleiter van het jaar 2002. Onder meer Gerard Spong en Bram Moszkowicz gingen hem voor. Maar Knoops begeeft zich meer en meer op het wetenschappelijke pad. Sinds november afgelopen jaar is hij hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Utrecht. Zijn vrouw ,,draait het kantoor'', zegt hij. Voor Knoops staat wetenschappelijk onderwijs op nummer één. ,,Als advocaat werk je niet aan een blijvend product. Je werkt van dossier tot dossier. Onderwijs is een prachtig middel om iets mee te geven dat beklijft.''

 

Het begon met een college tijdens zijn eerste jaar in Tilburg, zegt Knoops. Hoogleraar Schoordijk behandelde een rede over de betrekkelijke waarde van de wet. Kort samengevat kwam het er op neer dat je het met de wet alleen niet redt. ,,Je hebt de wet, de achtergrond van een wet en de geest van de wet. Als advocaat moet je de wet in overeenstemming met je geweten toepassen.'' Maar zijn oude patroon Boskamp zegt: ,,Hij wil gewoon dat de wet wordt toegepast. Zo van, dit zijn de afspraken die wij ooit met elkaar gemaakt hebben en die moeten we nakomen. Tot aan het puriteinse toe.'' Sinds enige tijd studeert Geert-Jan Knoops op de Talmoed. Opgegroeid in een katholiek gezin kwam hij op het kantoor van Mosckowicz in aanraking met joodse cliënten en werd zijn interesse in gewekt in hun levensfilosofie. Bovendien is Carry Hamburger joods. Met de Amsterdamse rabbijn Raph Evers praat hij urenlang over de uitleg van de Torah. Evers: ,,We hebben het vaak over de juridische aspecten van dingen. Wat is de hardheid van het bewijs, hoe sterk is het bewijs? Daar is de Talmoed vrij streng over. Je kunt mensen niet zomaar veroordelen.''

 

Knoops wordt enthousiast als hij vertelt over de juridische vragen die in Torah aan de orde komen. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met een valse getuigenis, of welke straf er moet volgen op meineed. ,,De basis van de Geneefse conventie over het oorlogsrecht is al te vinden in het het Oude Testament.'' De Talmoed is zijn leidraad en bron van inspiratie, zegt Knoops. Toen hij eens worstelde met het begrip noodweer in een strafzaak, legde hij zijn dilemma voor aan een rabbijn. Knoops: ,,Wat zou u doen als u rechter was, vroeg ik hem.'' Het antwoord van de rabbijn verwerkte hij in zijn pleidooi.

 

Volgens zijn collega's is werken het enige wat hij doet. Maar de vraag is, zeggen ze, of hij niet té veel wil doen. Toen Knoops hoogleraar werd, sprak de Friese advocaat Willem Anker daarover tegen hem zijn zorg uit. ,,Ik vraag mij af of de combinatie van hoogleraar met een advocaatschap niet een lastige is. Of die combinatie niet een te zware wissel trekt op zijn persoonlijk leven en de kwaliteit van zijn werk. De zaken die hij doet gaan niet over diefstal van vee uit de wei.''

 

In 2002 schreef Knoops een boek over internationale tribunalen: Surrendering to International Criminal Courts: Contemporary Practise and Procedures. Hij kreeg kritiek. ,,Gebrek aan analyse van de, in een abstracte stijl, beschreven voorbeelden maakt het voor de lezer niet makkelijk. (..)'', schreef zijn collega in Utrecht Goran Sluiter in het tijdschrift Journal of Conflicts and Security Law. Volgens Sluiter blijven te veel vragen onbeantwoord in het boek en is er niet genoeg tijd genomen om het onderwerp uit te diepen. Knoops is verbaasd over deze recensie, die hij zelf heeft gemist. Hij wijst op diverse lovende recensie en pakt er vervolgens een brief bij van de president van het Rwanda-tribunaal die een ander boek van hem prijst. Zijn boeken worden op diverse universiteiten gebruikt als lesmateriaal.

 

Knoops wil gewoon álles, zeggen collega's en bekenden. Boskamp: ,,Het hoogst haalbare, het meest complete.'' Peter R. de Vries: ,,Hij wil alles uit zichzelf halen.'' Sinds `Putten' hebben de misdaadverslaggever en Knoops geregeld contact, zegt De Vries. In persoonlijke brieven aan De Vries gaf Knoops een klein gedeelte van zichzelf bloot over zijn drijfveren. De Vries: ,,Hij wil later niet het idee hebben dat hij iets heeft nagelaten uit gemakzucht.''

 

Zelf zegt Knoops dat hij alleen nog strafzaken zal doen die relevant zijn voor het onderwijs dat hij geeft. ,,Ik wíl wel alles, maar fysiek zijn er beperkingen.'' Soms is dat moeilijk, zegt Knoops. Bijvoorbeeld als mensen in problemen hulp zoeken bij de bekende advocaat. ,,Maar in mijn eentje kan ik de wereld niet redden. Ik ben God niet.''

 

Curriculum vitae Gerardus Godefridus Johannes Knoops

Geboren 10 juni 1960 in Eindhoven

1966-1972 Johannes Vianny basisschool Eindhoven

1972-1977 Bisschop Bekkers college Eindhoven

1977-1980 Nuts Pedagogische Academie Eindhoven, hoofdvakken biologie en lichamelijke opvoeding

1980-1982 Militaire dienst (officiersopleiding) bij het Korps Mariniers

1982-1986 Studie civielrecht aan de Katholieke Universiteit Tilburg

1987-1991 Stagiair op advocatenkantoor Boskamp en Willems te Eindhoven

1988-1989 Studie strafrecht aan Willem Pompe Instituut Universiteit Utrecht

1998 Gepromoveerd aan de Universiteit van Leiden op het proefschrift `Psychische Overmacht en Rechtsvinding'

2000 Behaalt LL.M. graad aan de Universiteit van Leiden op het gebied van public international law and international criminal law

2001 Publiceert boek `Defences in Contemporary International Criminal Law

2002 Publiceert boek `Surrendering to International Criminal Courts: Contemporary Practice and Procedures'.

2003 Publiceert boek `An Introduction to the Law of the International Criminal Tribunals: a comparative study'.

2003 Sinds november hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Utrecht November 2003 Oratie `International and Internationalized Criminal Courts: the New Face of International Peace and Security?'

2004 Bezig met tweede promotieonderzoek aan de nationale Universiteit van Ierland op het gebied van internationaal straf- en oorlogsrecht

 

Schaf bekentenis als bewijsmiddel af'

 

Door Tom Kreling in NRC 31-10-2003

 

Rechtspsychologen en advocaten verwerpen voorstel Donner

 

MAASTRICHT, 31 OKT. Minister Donner (Justitie) wil de status van de bekentenis als bewijsmiddel vergroten. Hij stuit op tegenstand.

 

`De verdachte heeft inmiddels bekend.' Het is een terugkerende zinnetje van politie en justitie, dat suggereert dat een zaak zo goed als rond is. Om het strafproces efficiënter te maken en de werkdruk van rechtbanken te verlichten, wil minister Donner (Justitie) de status van de bekentenis als bewijsmiddel vergroten. Twee weken geleden heeft hij daarvoor een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Voortaan zouden rechters bij verdachten die hebben bekend en daartegen geen beroep hebben aangetekend, in het vonnis de bewijsmiddelen niet meer hoeven uit te werken.

 

Rechtspsychologen en advocaten zijn het daar volstrekt niet mee eens. Volgens hen is de bekentenis juist achterhaald als bewijsmiddel. Advocaat en hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Utrecht Geert-Jan Knoops heeft in augustus nog een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad in de zaak Ina Post. Die werd in 1986 na een bekentenis tot zes jaar cel veroordeeld wegens doodslag. Haar straf heeft ze uitgezeten, maar tot op heden houdt ze vol onschuldig te zijn.

 

In Nederland is nog nooit onderzocht hoeveel mensen de gevangenis in zijn gedraaid na een valse bekentenis. Wel zijn er voorbeelden van mensen die een bekentenis aflegden, maar later werden vrijgesproken. Het recentste voorbeeld is de Puttense moordzaak, waarbij twee mannen bijna zeven jaar vastzaten voor verkrachting en na een herzieningsverzoek alsnog onschuldig werden verklaard.

 

Knoops, die ook in deze zaak optrad als advocaat, vindt de wetswijziging die Donner voorstelt een ,,gevaarlijke ontwikkeling''. ,,Ik kan een aantal zaken opnoemen waarbij verdachten pas na het vonnis durfden te vertellen hoe het werkelijk gegaan was en alsnog hun verklaring herriepen.''

 

Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen, verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden, vindt dat de bekentenis als bewijsmiddel volledig moet worden afgeschaft. ,,Als voorafgaand aan een verhoor al voldoende bewijs van schuld aanwezig is, voegt de bekentenis weinig meer toe. En als een bekentenis niet strookt met de feiten, dan moet je twijfelen aan de validiteit van de verklaring.''

 

Uitgangspunt bij politieverhoren moet volgens Van Koppen altijd zijn dat een onderzoek bij een bekentenis pas begínt. Hij vreest dat het voorstel van Donner in de hand zal werken dat ook de politie meer waarde gaat hechten aan de bekentenis. ,,Een heel slecht voorstel. De politie zorgt dan dat er een bekentenis ligt, en dan is het voor hen einde verhaal.''

 

Psycholoog Robert Horselenberg van de Universiteit Maastricht denkt eveneens dat het vooruitzicht van een rechtbank die zich tevreden stelt met een bekentenis ,,niet echt een aanmoediging is voor de politie om ijverig verder te rechercheren en mogelijke ontlastende feiten te verzamelen''. Op verzoek van advocaten en rechter-commissarissen onderzocht Horselenberg de afgelopen jaren samen met hoogleraar rechtspsychologie Harald Merckelbach en rechtspsycholoog Marko Jelicic talloze strafzaken, met name het verloop van de strafzaken. Een van hun conclusies was: je kunt iedereen iets laten bekennen.

 

In 2001 hielden de onderzoekers een experiment onder studenten. Die moesten op het toetsenbord zo snel mogelijk letters natypen die op het beeldscherm verschenen. Meedoen leverde een vergoeding op van 25 gulden. Maar, werd er gezegd, als je de shift-toets aanraakt, crasht de computer en krijg je slechts vijf gulden. Na een minuut lieten de onderzoekers opzettelijk alle computers uitvallen en beweerde de proefleider gezien te hebben dat de proefpersonen de shift-toets ingedrukt hadden. 82 procent van de deelnemers onderschreef deze verklaring. Bij een volgende proef werd de druk op de deelnemers opgevoerd. Wie de shift-toets indrukte, zou aansprakelijk worden gesteld voor de totale schade. ,,En die liep, zo hielden wij de studenten voor, op tot honderden guldens.'' 22 procent tekende de schuldbekentenis en was bereid de kosten te betalen.

 

Volgens Horselenberg kan het in politieverhoren net zo gaan. ,,Schermen met andere getuigen werkt uitstekend als een verdachte langdurig is verhoord, daardoor moe is en aan zichzelf begint te twijfelen. Als anderen het gezien hebben, dan zal het wel zo zijn, denkt een verdachte dan al gauw.'' Daarnaast kan de politie ook onbewust daderkennis overdragen, door in vragen details te melden of foto's te laten zien. ,,In een later verhoor komt de verdachte opeens met die kennis. Hé, denkt de politie dan, die persoon moet wel de dader zijn.''

 

Horselenberg en zijn collega's onderzochten ook hoe Ina Post tot haar bekentenissen was gekomen. Ze constateerden dat de verdachte langdurig was verhoord, dat de politie tegenover haar had geschermd met andere getuigen en bij de verhoren daderkennis had losgelaten. ,,Allemaal methodes die valse bekentenissen in de hand werken.'' Richtlijnen voor politieverhoren bestaan wel, maar het is naïef om te denken dat die altijd gevolgd worden, zegt Horselenberg. De politie is ook niet wettelijk verplicht de verhoren te verbaliseren of op te nemen. Er worden wel verslagen gemaakt, maar die bevatten vaak geen integrale uitwerking van alle vragen. Voor rechters is daardoor dikwijls niet meer na te gaan hoe een bekentenis tot stand kwam. Mocht de bekentenis blijven gelden als bewijsmiddel, of zelfs meer waarde krijgen in het strafproces, dan moet verbalisering volgens Horselenberg wel verplicht worden. Ook zou de duur van verhoren beperkt moeten worden. ,,Dat komt de zorgvuldigheid en concentratie van de verdachte ten goede.''

 

Ook Knoops wil dat de richtlijnen voor verhoren minder vrijblijvend worden. Een strafrechter zou bijvoorbeeld ter zitting de gevolgde procedure moeten kunnen controleren door op de zitting de betrokkenen te horen, zegt hij. Het ontbreken van een wettelijke opnameplicht is volgens Knoops zijn cliënt Post zeer nadelig gebleken. ,,Het was en is niet meer precies te checken hoe die verhoren destijds zijn gegaan.''

 

Omstreden bekentenissen verdachten Twee voorbeelden van strafzaken waarin verdachten een bekentenis aflegden die zij later herriepen: Ina Post: De nu 47-jarige Ina Post zou een 89-jarige vrouw hebben gedood en een paar dagen later van het slachtoffer gestolen chèques hebben verzilverd met vervalste handtekeningen. In deze zaak waren er geen belastende getuigenverklaringen, vingerafdrukken of DNA-sporen. Wel verklaarde een grafoloog dat de aangetroffen handtekeningen ,,een aantal overeenkomsten in algemene kenmerken'' hadden met die van de verdachte. Post legde, na vier dagen intensief te zijn verhoord, een bekentenis af, die ze later herriep, legde weer een bekentenis af en trok ook die in. Uiteindelijk werd ze vooral op grond van haar bekentenissen tot zes jaar cel veroordeeld. Die straf heeft ze uitgezeten, maar tot op heden houdt ze vol onschuldig te zijn. Puttense moordzaak: Herman Du Bois en Wilco Viets werden in 1995 veroordeeld tot tien jaar cel wegens doodslag en verkrachting van de 23-jarige Christel Ambrosius in Putten. Tegenover de politie en de rechter-commissaris legden zij bekennende verklaringen af, maar later herriepen zij deze. Ze zouden onder druk zijn gezet. De twee hadden hun straf, bijna zeven jaar, al uitgezeten voor ze werden vrijgesproken door het gerechtshof in Leeuwarden. In het vonnis stond dat ze urenlang waren verhoord, waardoor ze gedesoriënteerd waren geraakt, en waren geconfronteerd met niet vaststaande feiten.

GEERT-JAN KNOOPS


tekst mac van dinther; de Volkskrant, Magazine, 14 december 2002

Het zag er aanvankelijk naar uit dat zijn loopbaan bij het korps mariniers zou liggen, maart Geerts-jan Knoops werd strafpleiter. Een advocaat met idealen. 'Ik ben nog steeds een jonge hond die zijn dromen wil verwezenlijken'

Lands hoogste rechter spreekt recht in een sfeerloos stukje nieuwbouw. De rechtszaal van de Hoge Raad der Neder lan den in Den Haag heeft een systeemplafond met tl-bakken, blauwe vloerbedekking en stoelen van stalen buizen met rode zittingen.

Aan de orde is de zaak-Burgers. Jan Burgers, een afvalverwerker uit Beuningen, is veroordeeld wegens bedreiging van een directeur van de afvalverbrandingsinstallatie arn in Nijmegen. Ten onrechte, meent Bur gers. In werkelijkheid hebben de arn en de burgemeester van Beuningen, niet toevallig lid van de raad van commissarissen van de arn, hem een hak gezet.

Burgers wordt bijgestaan door advocaat Geert -Jan Knoops. Gewoonlijk worden cassaties schriftelijk afgedaan, maar Knoops heeft om spreektijd verzocht. De advocaat wilde een uur, hij krijgt een half uur. In vliegende vaart gaat hij door het dossier om aan te tonen dat burgemeester Zijlmans en de arn het Open baar Ministerie voor hun karretje hebben gespannen om de lastige Bur gers van zijn bed te lichten en op te laten sluiten op grond van de Krankzinnigenwet.

Het opzetje mislukte omdat het Riagg niet meewerkte. Maar Burgers zat wel ten onrechte een dag op het politiebureau, betoogt Knoops. 'En dat is nog maar het topje van de ijsberg van wat deze man is overkomen.' Bur gers zelf, in zijn beste pak gestoken, kijkt van af de eerste rij toe.

Kleine man in gevecht met hogere machten. Een typische Knoops-zaak. De advocaat beaamt dat. Het doet denken aan zijn allereerste zaak, zegt hij in zijn kantoor aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid. 'Ik diende bij het Korps Mariniers. We zaten in Noor we gen. Drie maanden in de sneeuw. Niks te doen. Ik was reserve-officier. Daar hoorde bij dat je soms werd aangewezen om een marinier voor de krijgsraad bij te staan.

'Ik kreeg een zaak van een marinier die even de kazerne uit was gegaan om zijn vrien din gedag te zeggen. Hij kreeg twee weken zwaar arrest, de zwaarste straf die het militair tuchtrecht kent. In mijn visie was dat een vorm van machtsmisbruik. De straf stond in geen enkele verhouding tot de overtreding. Dat heeft me enorm getroffen.'

Een tijdje later stond hij voor de keuze: bijtekenen of afzwaaien. 'Mijn vader zei: als je slim bent, teken je bij. Dan heb je een vast salaris, een goed pensioen, al je verzekeringen.' Maar zijn besluit stond vast. Hij werd geen marinier, maar advocaat.

Knoops is een van de bekendste Neder land se strafpleiters. Hij verdedigde de man die Joes Kloppenburg doodschopte, de van eerwraak verdachte Veghelse Turk Ali D. en de Hennies uit Enschede, die verdacht werden van drugssmokkel. Hij is specialist internationaal strafrecht, verbonden aan het Joe go slavië- en Rwan da-tribunaal. Hij trad op voor Ronald Koeman tegen Privé, voor Ka rel Aalbers tegen Nuon, voor Mona tegen Story en voor Simon Bikindi, een Rwandese zanger die was aangeklaagd voor het aanzetten tot volkenmoord, tegen de Staat der Ne der lan den die hem wilde uitleveren.

De meeste furore maakte hij met de vrijspraak voor de 'twee van Putten' eerder dit jaar: de mannen die zo'n zeven jaar vastzaten voor een moord die ze nooit hebben begaan.

Dat moet de droom van elke advocaat zijn. Een zaak winnen die al door iedereen is opgegeven.

'Of een nachtmerrie. Toen wij dat op ons bord kregen, was het een uitgekauwde zaak. Heel Nederland was van mening dat deze jongens het hadden gedaan. Je liep tegen een muur van scepsis op. We stonden tegenover een heel apparaat van justitie, en wij waren maar met zijn drieën. Dat prikkelt, maar de druk is ook groot.'

Maar je hebt dan ook niets te verliezen.

'Dat is zo. Maar financieel heeft het niets opgeleverd. Ik heb maar een fractie van de uren die we aan de zaak hebben besteed vergoed gekregen. We kregen 80.000 euro van het hof. Als we alle uren optelden kwamen we op 2,5 ton euro.'

Het heeft u wel aandacht opgeleverd.

'Dat wel. We hebben tientallen verzoeken gekregen van gedetineerden die ook menen dat ze het slachtoffer zijn van een gerechtelijke dwaling. Mensen denken dat je God bent. Je bent hun laatste strohalm. Maar wij zijn ook maar hele gewone mensen.'

Advocaat Knoops is een laatbloeier.

Ei gen lijk zou hij onderwijzer worden, net als zijn moeder. Hij gaf zijn buurtgenootjes voet balles, organiseerde tentoonstellingen voor buurtkinderen. 'Daar werden ook voordrachten gehouden.' Hij was gek op zwemmen, solliciteerde als jochie bij diepzeeduiker Jacques Cousteau om aan te monsteren op de Calypso, maar kreeg een beleefd afwijzingsbriefje. 'Ze zochten alleen mensen die naast hun duikdiploma ook een andere opleiding hadden zoals archeologie of biologie. Dat had ik niet.' Duiken bleef wel zijn passie.

Van de havo ging hij naar de pedagogische academie en vervolgens naar de marine, tot het recht hem riep. Knoops studeerde civiel recht aan de Tilburgse universiteit onder oud-cda-minister Ernst Hirsch Ballin en straf recht in Utrecht.

In 1991 trad Geert-Jan Knoops in dienst van het advocatenkantoor van Max Mosz ko wicz in Den Bosch, waar hij zijn vrouw Carry leerde kennen. In 1994 verkaste het echtpaar naar Amster dam en begon een eigen praktijk. Vijf jaar later gingen ze samen met advocatenkantoor Korvi nus. In maart be gonnen hij en Carry weer voor zichzelf met een praktijk aan huis en een forensisch onderzoeksbureau Forensic Sciences Ex pert Cen tre.

Waarom bent u weggegaan bij Korvinus?

'Dat had te maken met idealisme. Als je in zo'n groot kantoor zit, spelen commerciële belangen een grotere rol. Je staat meer onder druk om omzet te maken. Wij hadden een paar idealen, met name op wetenschappelijk gebied. We vonden dat we daar onvoldoende aan toekwamen. We gingen terug naar onze oude stek met een beperkte commerciële praktijk met een wetenschappelijk bureau.

'Nu kunnen we zelf bepalen wat we leuk vinden. Ik schrijf graag, vind het leuk om lezingen te houden. Dat levert niks op. Maar het geeft meer voldoening dan zaken najagen en aan het eind van het jaar kunnen zeggen hoeveel omzet je hebt gemaakt.'

Een advocaat met idealen. Kan dat?

'Waarom niet? Ik ben nog steeds een jonge hond die zijn dromen wil verwezenlijken. Ik wil niet zeggen de wereld verbeteren, want dat horen we al te vaak, maar ik wil meer met mijn vak dan alleen maar dossier vreten, pleitnotities schrijven en omzet maken.'

U bent nog steeds reserve-officier bij de ma riniers. U gaat nog geregeld op oefening. Waar om bent u niet gewoon marinier gebleven?

'Ik heb ontzettend veel geleerd bij de mariniers. De band die je met anderen opbouwt als je in de poolcirkel oefent en moet overleven bij minus 40 graden, is heel sterk. Een deel van de discipline die ik nu in mijn werk heb, heb ik daaraan te danken.

'Maar uiteindelijk trok het militair systeem mij niet. Het is heel hiërarchisch opgebouwd, sterk gebaseerd op hokjesdenken. De kapitein zegt tegen de luitenant doe dat, de luitenant zegt tegen de sergeant doe dat. Er is heel weinig inspraak en flexibiliteit.'

Toch heeft u er geen aversie tegen gekregen. In mijn hart ben ik altijd marinier gebleven, zei u in de Telegraaf. Het is nog uw club.

'Nee, niet mijn club. Ik ben wars van geweld. Ik ben geen militarist. Maar wat mij wel intrigeert is hoe je zo'n systeem van binnenuit kunt verbeteren.

'In juni heb ik een symposium georganiseerd voor marineofficieren over oorlogsrecht. Weten jullie waar de oorsprong van het oorlogsrecht ligt, vroeg ik. De Ge neef se conventie, zei de een. Nee, zei ik, die ligt in het Oude Testament. Regels zijn er niet om oorlog te vergemakkelijken, maar om jullie ethisch besef bij te brengen.

'Militairen kunnen bij uitstek macht uitoefenen, maar ook gemakkelijk misbruiken. Ik vind het belangrijk dat juist in deze tijd waarin militairen steeds vaker worden ingezet dat we iedere keer stilstaan bij de basis.'

Wat is die basis? Gerechtigheid? Bestaat dat? De jongens van Putten was recht gedaan, maar ze hadden geen gerechtigheid gekregen.

'Recht kan soms onrecht zijn. Dat krijg je al in je eerste studiejaar te horen. Wat is dat voor vage praat, denk je dan. Maar in de praktijk loop je daar steeds vaker tegenaan. Recht is mensenwerk. Daarom staat het bloot aan subjectiviteit en onrecht.'

Als advocaat werkt u daaraan mee. U heeft de moordenaar van Joes Kloppenburg verdedigd. Mensen als u zorgen ervoor dat zo iemand over een paar jaar weer vrij rondloopt, terwijl Joes dood is. Dat ervaren velen als onrecht.

'Ik ben me heel sterk bewust dat wat wij doen grote impact heeft op de slachtoffers. Wij hebben een brief gestuurd naar de familie Kloppenburg dat we alles zouden doen om niet kwetsend over te komen. Toen het proces begon, zaten de vader en moeder naast een lege stoel met Joes' foto. De moeder vroeg de president om spreektijd. De president keek mij aan. For meel had zij geen recht om te spreken. Ik zei: ik heb geen bezwaar. Ze leest een dramatische brief voor. Het was muisstil, je kon de emoties voelen. Veel collega's zeiden later: Knoops, je bent gek dat je dat hebt toegestaan. Toch heb ik me niet verzet.'

Heel nobel. Maar als ik uw cliënt was geweest, had ik liever dat u wel bezwaar had gemaakt.

'Dan had ik gezegd: meneer, dan maakt u zelf maar bezwaar. Ik distantieer mij daarvan. Ik heb mijn grenzen. Ik vind niet dat de advocaat het verlengstuk moet zijn van de verdachte. Heel veel collega's hebben er geen enkele moeite mee mensen te verdedigen tot welke prijs ook. Ik niet.'

Zo werkt het systeem toch. De andere kant gaat ook voluit.

'Ik vind dat de advocaat veel meer dan nu officer of the court moet zijn. Hij is onderdeel van het systeem. Hij heeft een eigen moreel-ethische verantwoordelijkheid. Hij is niet alleen belangenbehartiger van de verdachte.'

Stel dat de twee van Putten u in de laatste week hadden bekend dat ze het toch gedaan hebben. Had u zich dan teruggetrokken?

'Dat is een erg belastende wetenschap. Ik denk niet dat ik me had teruggetrokken. Dat zou hun belangen hebben geschaad. Dat mag nooit gebeuren. Maar ik was er 100 procent van overtuigd dat ze het niet hadden gedaan, vanaf het eerste moment dat ze bij mij kwamen. Dat is alleen maar sterker geworden.'

Heeft u ze het ooit recht op de man af gevraagd?

'Nee.'

Waarom niet?

'Dat was voor mij niet nodig. Als advocaat is het heel moeilijk om van een cliënt precies te horen wat de waarheid is. Ik heb wel eens met verve iemand staan vrij te pleiten. Toen bleek dat hij in een andere zaak al een bekentenis had afgelegd.'

Dan voel je je als advocaat genaaid?

'Nee. Hij zal er wel een reden voor hebben gehad, denk ik dan. Ik ga altijd uit van het goede in de mens. Ik vraag me af of het voor een advocaat wel nodig is alles te weten. Dat soort wetenschap is alleen maar ballast. Ik heb geleerd dat je als advocaat beter niet naar de waarheid kunt vragen. Want wat is de waarheid? Daar kom je nooit achter.'

Maar als je, zoals u, wilt opkomen voor de zwakkeren en strijden tegen onrecht, dan moet je toch weten wat recht is?

'Als ik het heb over de zwakkeren, dan bedoel ik bijvoorbeeld de zaak van de Hennies, waarvoor ik geen cent heb gekregen. Of een man in Arnhem die een eigen oorlogsmuseumpje had opgezet waar ieder jaar de veteranen van de Slag om Arn hem samen kwamen. Op een gegeven moment komt er een tip binnen bij de politie dat hij handgranaten heeft. Later blijkt dat een aansteker te zijn. De politie doet een inval, alles wordt in beslag genomen. Van zo iemand wil ik geen geld hebben.'

Voor het grote publiek was de Puttense zaak uw doorbraak. Was dat uw belangrijkste zaak tot nu toe?

'Putten was een grote zaak. Maar ik vond de Van Mechelen-zaak in 1996 belangrijker, omdat die tot een wijziging van de wet op anonieme getuigen heeft geleid. Die zaak draaide om vier mannen die waren veroordeeld wegens een roofoverval. Tijdens een achtervolging was er geschoten uit de vluchtauto. Ze zouden in een flits zijn herkend door politiemensen, die een anonieme verklaring hadden afgelegd. Dat terwijl ze in een auto zaten met getinte glazen. Ze werden tot veertien jaar veroordeeld. Maar het Euro pees Hof in Straatsburg veroordeelde Nederland omdat het proces niet eerlijk was verlopen.'

Wie waren hun advocaten in eerste instantie?

Hiddema, Doedens en Boone.

Dat zal niet goed zijn gevallen bij de con frères. Op de Puttense moordzaak hadden anderen ook hun tanden stukgebeten. Dan komt u en zet ze te kakken. Is Knoops zo veel beter?

'Zo zie ik dat niet. Ik beschouw het niet alsof ik ze de loef heb afgestoken. Mijn sterke kant is dat ik me redelijk snel een dossier eigen kan maken. En ik ga door. Bij de mariniers heb ik geleerd dat je altijd verder kunt gaan dan je denkt.

'Maar ieder heeft zijn eigen stijl, ieder trekt zijn eigen cliënten aan. Ik vind het jammer dat het allemaal in de competitiesfeer getrokken wordt. Het belangrijkste is dat je elke dag in de spiegel kunt kijken. Ik heb met alle collega's een goed contact.'

Zij doen wel laatdunkend over u. U hebt geluk gehad, zeggen ze. En ze vinden u oorverdovend saai. U drinkt niet, u rookt niet, u schreeuwt niet. U slaapt zelfs met een vouw in uw pyjamabroek, stond in Het Parool.

'Dat heb ik ook gelezen. Ik weet niet waar dat vandaan komt. De mensen kennen mij niet. Ik ben avontuurlijk ingesteld, ga op duikexpeditie, oefen elk jaar met de mariniers op de poolcirkel, heb plannen om de Kilimanjaro te beklimmen. Ik vraag me af of zij dat ook doen. Maar ik kan het de mensen niet euvel duiden, want je roept zo'n beeld over jezelf af. Ik ben nogal op mezelf. Ik ga niet naar feestjes, ik ben geen glamour-advocaat. Ze moeten me niet voor tv-spelletjes uitnodigen. Dan hebben ze aan mij een saaie. Ik zoek ook het conflict niet op. Al helemaal niet om de cliënt te behagen. Als een cliënt iemand zoekt die flink te keer gaat in de rechtszaal, moet niet bij mij zijn.

'Misschien ben ik soms te netjes. Een tijd terug stond ik in de Beet hovenstraat te wachten terwijl mijn vrouw even bloemen kocht. Voordat ik het wist stond er iemand naast me een bon uit te schrijven voor dubbel parkeren. Menig persoon zou met zo'n parkeerwachter in debat gaan. Ik niet.'

U bent katholiek opgevoed. Maar u viert de sabbat en eet koosjer. Hoe zit dat?

'Mijn vrouw is joods. Maar al voor ik haar kende was ik geïnteresseerd in de jood se levensfilosofie. Toen ik voor Moszko wicz werk te had ik veel contact met joodse klan ten. De talmoed is sterk juridisch georiënteerd. Dat spreekt me aan.

'Ik ga iedere zaterdag naar de synagoge, ik woon leersessies bij. Het joodse geloof geeft mij antwoorden op vragen die ik niet beantwoord zie in het katholicisme. Ik vind het bijzondere van het jodendom dat men probeert in te gaan op het waarom van dingen.

Het katholicisme is meer gebaseerd op onderdanigheid en angst voor het hogere. De mensen doen wat ze wordt opgedragen, zonder zich af te vragen waarom. De afstand tot de kerk is groot. Bij de joden heb je dat niet. De rabbijn is een leermeester die niet boven de mensen staat zoals de paus of de bisschop. Ik vind het menselijker, concreter. Boven dien heb ik ontzag voor het kleine joodse volk dat als underdog telkens weer opkrabbelt.'

Daar zijn ze weer, de onderdrukten van deze wereld. Hoever kom je als advocaat met zo'n ide alistische houding voordat het cynisme toeslaat?

'Het zal je op korte termijn niet ver brengen. In de rechtszaal hoef je niet aan te komen met mooie rechtsbeginselen. Daar gaat het om keiharde feiten. Maar het geeft op lange termijn wel meer voldoening. Als je over dertig jaar terugkijkt en je vraagt je af wat het leven je nou eigenlijk heeft gebracht.'

Een mooi huis, een mooie auto, een goed leven.

'Ik hecht niet aan materiële zaken. Ik rij in een bmw uit 1993. Het laatste pak dat ik heb gekocht, komt uit de uitverkoop. Ik weet dat de beroepsgroep het imago heeft van geldhaaien. Advocaten op grote kantoren zijn alleen nog procesmanagers. Recht is een product, de gewone man komt er nauwelijks meer binnen. We moeten terug naar de basis: het bijstaan van de burger.

'Ik heb de mogelijkheid gehad om te studeren, andere mensen is die kans niet geboden. Dat betekent niet dat je altijd de barmhartige Samaritaan moet uithangen, want dan zit je binnen de kortste keren tot je nek in de pro deo dossiers. Maar ik doe bewust een aantal zaken voor onvermogenden.'

Dat klinkt iets te mooi: advocaat uit Am ster dam-Zuid die voor niks werkt.

'Natuurlijk moeten wij ook de rekeningen en salarissen betalen. Ik heb drie studerende zonen. Maar geld interesseert me niet. Dat meen ik. Ik heb weleens zaken waarvan ik de rekening uitdraai en denk: dat kan die vent nooit betalen. Dan schrappen we de helft en sturen een gematigde rekening.'

En dan krijgt u een telefoontje dat de rekening zo hoog is.

'Ja, dat komt ook voor.'

Copyright: de Volkskrant