We hebben 184 gasten online

Catharijneconvent ´Vormen van Verdraagzaamheid´

Gepost in Blog

Vormen van Verdraagzaamheid Religieuze (in)tolerantie in de Gouden Eeuw

Sinds Willem van Oranje 'vrijheid van geweten' tot een van zijn strijdpunten maakte beschouwen we onszelf als een tolerant volk. Maar leidde vrijheid van geweten ook vanzelfsprekend tot godsdienstvrijheid? Museum Caterijneconvent heeft een tentoonstelling samengesteld  over de religieuze (in)tolerantie in de Gouden Eeuw. Het museum toont aan de hand van bijzondere historische documenten, voorwerpen en vooral prachtige kunstwerken de worsteling van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met het huisvesten van een veelheid van geloofsrichtingen.Een worsteling die uitmondde in een vorm van verdraagzaamheid die vaak met tandengeknars gepaard ging.

Hoe tolerant was Nederland eigenlijk?

 In de vroege jaren van de Republiek ontstond het beeld van een tolerante natie. Buitenlanders die aan het begin van de zeventiende eeuw de Republiek bezochten, verbaasden zich over de religieuze pluriformiteit van de samenleving en over het gemak waarmee andersdenkenden werden geaccepteerd. Maar klopt dat beeld? Is tolerantie een aangeboren eigenschap van de Nederlanders of kwam deze voort uit historische omstandigheden? Beantwoordt de religieuze verdraagzaamheid in de zeventiende eeuw eigenlijk wel aan de definitie van tolerantie die we tegenwoordig hanteren?

Religieuze hervormingen leiden in de zestiende eeuw tot het ontstaan van meerdere stromingen binnen het christelijk geloof. Hoewel de gereformeerde kerk een bevoorrechtte positie krijgt, hangen ook remonstranten, doopsgezinden, lutheranen en katholieken elk het in hun ogen ware geloof aan.

Links de Sint-Laurenskerk te Alkmaar, Pieter Saenredam, 1635, BHM S124. Voor een katholieke opdrachtgever gaf Saenredam deze inmiddels protestants geworden kerk weer een katholiek tintje. Hij plaatste er een altaar in met een biddende gelovige in. Rechts: de Sint Laurenskerk te Alkmaar 1661 oo van Pieter Saenredam. Voor protestantse kopers schilderde Saenredam kerkinterieurs zonder opsmuk.

---------------------------------------------------------------------------

Vijf geloofsrichtingen, hun twistpunten en hun aanhangers

De Gereformeerde Kerk

Deze heeft rond 1650 een comfortabele positie; zij is de enige publieke kerk. Dit geloof wordt als de ware christelijke religie beschouwd. Andere protestantse kerken verkeren in een ondergeschikte positie, iets dat nog sterker voor de katholieken geldt.

De gereformeerde gelovigen zijn zeer streng in de leer. De Heidelbergse Catechismus bevat voor hen de enige juiste uitleg van de Bijbel. Ook de predestinatieleer, de leer van de goddelijke voorbestemming, is voor hen onbetwistbaar. Deze strenge calvinisten worden ook wel Contra-Remonstranten genoemd. Bekende gereformeerde personen in de zeventiende eeuw zijn bijvoorbeeld de Utrechtse theoloog Gisbertus Voetius en de predikanten Jacobus Trigland en Johannes Acronius. Stadhouder prins Maurits kiest in 1618 ook voor de contra-remonstrantse zijde. Gisbertus Voetus (1589-1676) oefent een verstrekkende invloed uit op de leer van de Gereformeerde kerk en wordt daarom ook wel de ´Utrechtse paus´genoemd. In zijn vele geschriften pleit hij steeds weer voor een rechtzinnig calvinisme en een levenshouding waarin deze leer volledig is opgenomen. Alles wat maar enigszins van deze leer afwijkt of naar papisme riekt, wordt door hen vel bestreden. Voetius heeft in Utrecht regelmatig conflicten met katholieke priesters. In vele pamfletten verwijt hij ze steeds weer het Woord te ontheiligen met hun leer van de sacramenten, hun rituelen en tradities.

De Remonstrantse broederschap 

In de loop van de zeventiende eeuw blijkt dat de grote groep gereformeerden het lang niet altijd met elkaar eens is. Na interne conflicten besluiten de remonstranten in 1619 hun eigen, mildere koers te varen. Zij weigerden de kerkelijke belijdenis als vaststaand te beschouwen. Teksten, ook die van de Catechismus, zijn in hun ogen voor verschillende interpretaties vatbaar. Een van de heetste hangijzers is het geloof in de predestinatie. In tegenstelling tot wat de gereformeerden geloven, is voor de remonstranten de mens wel degelijk in staat door goede werken Gods genade te ontvangen. Johannes Uyttenbogaert is aan het begin van de zeventiende eeuw de leider van de Remonstranten. Hij kiest openlijk voor de aanval op het gereformeerd belijden.Met name hun leer van de voorbestemming moet het ontgelden. In 1610 formuleren vierenveertig predikanten onder zijn leiding de Remonstrantie , een bezwaarschrift tegen de leer van de gereformeerde kerk. Wanneer Uyttenbogaert  in 1618 in conflict raakt met prins Maurits moet hij vluchten. Pas na diens dood in 1625 keert hij terug. In 1640, inmiddels op hoge leeftijd, schrijft hij een eigen remonstrantse catechismus, ´Onderwysinge in de christelijke religie´.

Naast predikant Johannes Uyttenbogaert zijn raadpensionaris Johan van Oldenbarneveldt en Hugo de Groot vooraanstaande remonstranten. De Groot pleitte in zijn geschriften voor vrede, vrijheid en verdraagzaamheid op christelijke basis.

De terechtstelling van Oldenbarneveldt

----------------------------------------------

Lutheranen, een kleine gemeenschap

Luther reageerde fel tegen de mistoestanden in de rooms-katholieke kerk. Hij richtte zijn pijlen op de traditionele leerstellingen. Zo ligt de ware betekenis van het avondmaal volgens hem niet in de roomse uitleg, waarbij brood en wijn daadwerkelijk zouden veranderen in het lichaam en bloed van Christus, maar in de vergeving van zonden. Zijn leerstellingen vinden in de Republiek van de zeventiende eeuw nog maar weinig weerklank. In Amsterdam vormt een uit Duitsland gevluchte groep gelovigen een hechte gemeenschap. Er wordt hen weinig in de weg gelegd. In de zestiende eeuw is dat nog heel anders. Luther wordt dan gezien als diegene die de scheur in de rooms-katholieke kerk veroorzaakt. In zijn kielzog bloeien verschillende reformatorische stromingen op. In leer wijken zij van elkaar af; eensgezind zijn zij in hun afkeer van de katholieke kerk.

Susanna en Hendrick van Steenwijck zijn lid van de Nederlandstalige protestantse kerkgemeenschap In Austin Friars. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1649 vestigt Susanna zich als zelfstandig schilder in de Republiek. De bijbel scène en het protestantse kerkinterieur aan de binnenkant van dit bijzondere meubeltje, heeft ze met 1664 gedateerd. Vooral vanwege de portretten van bekende hervormers in de lades staat het kistje bekend als het ´luthers kistje´. Hoe het precies is gebruikt en waarom de protestantse schilderingen rond deze tijd nog zo werden verstopt is onduidelijk.

-----------------------------------------------

 Doopsgezinden, sobere vermaners

De doopsgezinden streven niet naar een reformatie van de kerk of de leer; zij verlaten de kerk. Centraal in hun overtuiging staat het individu, wiens leven slechts een doel kent: navolging van Christus. Zij vermanen elkaar tot een sober, godsvruchtig leve, waarbij de leden geacht worden hun bezit met hun medemens te delen. Hun pacifistische levenshouding verbiedt hen militaire dienst te nemen of wapens te dragen. Hun leer tot volwassenendoop leidt tot een heftige verkettering, zowel van gereformeerde als van katholieke zijde. In de zestiende eeuw laait de strijd fel op, vele wederdopers sterven hierbij. De kerkhervormer Menno Simons kiest voor een gematigder richting. Hij is de grondlegger van de Nederlandse doopsgezinde gemeenschap. Andere leden zijn bijvoorbeeld Govert Bidloo, de lijfarts van stadhouder Willem II en de schilder Jacob Backer.

 Katholieken ondergronds: De ´Hollandse Zending´

Schuilkerk

Na de Reformatie is de rooms-katholieke kerk in de Noordelijke Nederlanden weliswaar officieel verboden, maar zij blijft voortbestaan. De bisschoppen kunnen hun ambt niet langer uitoefenen en worden vervangen door een apostolisch vicaris, die in het geheim de rooms-katholieke belangen blijft behartigen. Het gebied dat de apostolisch vicaris onder zijn hoede heeft wordt door Rome de ´Hollandse Zending´genoemd. Het aantal priesters waarover hij kan beschikken stijgt gestaag. de meest katholieken krijgen de zielzorg die ze nodig hebben. Van 1614 tot 1651 wordt het ambt bekleed door Philippus Rovenius, die een hechte organisatie op poten zet. Andere bekende katholieken zijn Abraham Bloemaert en de dichter Joost van den Vondel, die zich op latere leeftijd bekeert tot het katholicisme.

Gemengd bestuur.

Toch werkte men samen zoals uit dit schilderij blijkt

Gemengd bestuur van het Chirurgijnsgilde.(Nicolaas Maets 1679/1680) Voor de tafel zit de doopsgezinde Govert Bidloo, lijfarts van stadhouder Willem III. Van de overige chirurgijns weten we alleen de namen niet hun plaats op het schilderij. Johan Koenerding, wiens familie remonstrants is, wordt ervan beschuldigd een afvallige te zijn die niets gelooft. Van Allardus Ciprianus weten we dat hij meer geïntresseerd is in filosofie dan in religie. Isaack Hartman laat voor zichzelf een fraai grafmonument maken aan de buitenmuur van de gereformeerde Zuiderkerk in Amsterdam. Pieter Muyser en Gerard Verhul trouwen in de gereformeerde kerk en laten hun kinderen daar dopen. Of ze ook lidmaat waren is niet zeker.

 Jo Swaen 28 november 2013