We hebben 210 gasten online

Jung Chang en haar boek 'De Keizerin'

Gepost in Blog

Jung Chang, die al eerder het boek 'Wilde Zwanen' publiceerde, waarvan inmiddels zo'n 600.000 exemplaren zijn verkocht, en ook de auteur van een boek over Mao, heeft met dit boek over Cixi, de keizerin, een topprestatie geleverd. Zelf zag Jung Zang in 1952 in China het levenslicht. Ze studeerde en doceerde Engels aan de universiteit van Sichan en verliet China in 1978 om naar Engeland te gaan. Via een beurs voor de universiteit van York promoveerde ze daar in 1982 en was daarmee de eerste persoon uit de Volksrepubliek China die aan een Engelse universiteit een doctorstitel behaalde. Bij de daar haar geschreven biografie van Cixi, baseerde Jung Chang zich op historische, meest Chinese documenten. De meeste daarvan kwamen pas aan het licht na de dood van Mao in 1976, toen historici hun werk in de archieven weer konden hervatten. Veruit de meeste aangehaalde bronnen zijn nog nooit ingezien of gebruikt buiten de Chinese wereld.

 

manchu china

Cixi werd geboren in 1835 en werd als 16 jarig meisje door de keizer Xianfeng als een van zijn concubines uitgekozen, uit honderden kandidates. Cixi werd geen keizerin, ze was een concubine ook nog laag van rang. Tijdens de eerste moeilijke periode van keizer Xianfeng leerde Cixi dat als zij aan het hof wilde overleven, zij haar mond moest houden over staatszaken. Op 27 april 1856 baarde Cixi een zoon, de eerstgeborene zoon van de keizer. De keizer had een dochter, maar een prinses had niet het recht de dynastie voort te zetten. Door de geboorte van haar zoon werd Cixi spoedig de onbetwiste tweede gade, direct na keizerin Zhen. Maar het Chinese rijk was in rep en roer, begonnen in 1850 door de Taiping opstand in het zuiden - de grootste boerenopstand in de Chinese geschiedenis ontstaan door hongersnood - en door onrust en geweld elders in het land. Maar er zou zich een nog veel groter probleem aandienen: invasies van buitenlandse machten. China hanteerde de gesloten-deurpolitiek maar door het eerste militaire conflict tussen China en het Westen, de Opiumoorlog (1839-1842), werd de gesloten deur door Groot-Brittannië al op een kier gezet. De opiumhandel werd gelegaliseerd. China werd door het Verdrag van Nanking verplicht om behalve Kanton nog meer havens open te stellen voor de handel. Een ervan was Shanghai. In een aparte bepaling werd het eiland Hongkong aan Engeland 'gegeven' voor Britse schepen en vracht. Hongkong en Sjanghai zouden uitgroeien tot internationale wereldsteden. Maar de Engelsen wilden dat er meer havens zouden worden opengesteld en zo ontstond de Tweede Opiumoorlog waarin China op 21 september 1860 in Beijing werd verslagen. Het enige wat de keizer kon doen was vluchten. De oorlog was een zaak van de troon en niet van de gewone man. De keizer stond mijlenver van het gewone volk af. Als straf werd het Oude Zomerpaleis, een complex van 350 hectare, in de as gelegd.

Cixi had tot dan toe geen rol gespeeld. Ze was opgesloten in de harem, waar het al gevaarlijk voor haar was om ook maar iets van haar denkbeelden te laten doorschemeren. Later zou pas blijken dat Cixi het niet eens was met het buitenlands beleid van haar echtgenoot. Ze beschouwde de koppige vastbeslotenheid om de deuren van China gesloten te houden als dom en verkeerd. Het Chinese rijk was daardoor niet beschermd. Integendeel: ze had rampspoed over het rijk gebracht. Met Engeland en Frankrijk werd respectievelijk op 24 oktober 1860 en 25 oktober 1860 het verdrag van Bijing gesloten, waarbij al hun eisen werden ingewilligd. Maar het land dat het meest profiteerde van de oorlog was Rusland. Op 14 november werd een verdrag gesloten waarin honderdduizenden vierkante kilometers grondgebied werd afgestaan en de rivier de Oessoeri tot de dag van vandaag de grens vormt tussen China en Rusland. De keizer verbleef nog steeds in zelfgekozen ballingschap in zijn jachtverblijf waar hij elf maanden na zijn aankomst overleed op 22 augustus 1861. Voor zijn dood maakte hij zijn testament bekend waarin hij zijn op dat moment vijfjarige zoon als zijn opvolger benoemde. Een Raad van Regenten bestaande uit 8 mannen zou in zijn naam het land besturen. Het was Cixi die begreep dat met deze Raad van Regenten aan de leiding, er geen einde zou komen aan het onheil dat onherroepelijk zou leiden tot de ondergang van zowel haar zoon als het rijk. Daarombesloot ze actie te ondernemen door een staatsgreep te plegen en de macht van de regenten over te nemen. 

Cixi had geen politieke macht en was als concubine niet eens de officiële moeder van de nieuwe keizer. Dat was de rol van keizerin Zhen, die meteen de titel weduwe-keizerin aannam. Cixi kreeg geen titel. Maar ze had wel de titel van weduwe-keizerin nodig omdat ze dan alleen de status van de moeder van de keizer zou verwerven. Keizerin Zhen en Cixi slaagden erin op grond van een historisch precedent uit 1662, hun doelstellingen te bereiken, zouden een politieke alliantie vormen en een staatsgreep plegen. Ze waren zich bewust van het risico dat ze namen en riskeerden de pijnlijkste straf, ling-chi, de dood door duizend sneden. Ze waren vastbesloten hun zoon en de dynastie te redden, maar ze verwierpen ook het voorgeschreven leven van een keizerlijke weduwe, die haar leven in principe als gevangene doorbracht in de harem. Uiteindelijk slaagden ze in hun staatsgreep en de 25-jarige Cixi had twee maanden na de dood van haar echtgenoot de staatsgreep volbracht, met slechts drie doden en zonder verdere onrust of bloedvergieten. Aan de vooravond van Cixi's zesentwintigste verjaardag, werd in naam van de nieuwe keizer in het hele keizerrijk verkondigd dat alle staatszaken persoonlijk zouden worden beoordeeld door de twee-keizerinnen. De decreten zouden worden uitgevaardigd in naam van de keizer. Deze werd op de 26e verjaardag van Cixi gekroond tot keizer Tongzi. 

Cixi zette de eerste stap tot vernieuwing van achter de troon van haar zoon. Ze was tot de conclusie gekomen dat vriendschappelijke betrekkingen met het Westen mogelijk waren, en ze begon die ook na te streven. Zij zette China op een nieuwe koers door het land open te stellen voor de buitenwereld en brak een lange periode van vrede met het Westen aan. Het directe voordeel van de nieuwe vriendschappelijke betrekkingen was dat de westerse mogendheden haar steunden bij het verslaan van de Taiping in 1861, die niet minder dan 10 jaar had geduurd. Na de Taiping werden ook andere opstanden een voor een de kop ingedrukt. Binnen een jaar nadat zij de macht had gegrepen, had Cixi de rust in het land hersteld waardoor ze in de ogen van de elite een onbetwistbare autoriteit was geworden. Het motto van Cixi's bewind was "Maak China sterk' en de financiële middelen vond ze in het entameren van het enorme potentieel van de internationale handel. Ze had daar een niet corrupte douane voor nodig. Al snel had China bijna zijn oorlogsschuld afbetaald en had een enorm handelsoverschot. De westerlingen zagen dat China beschikte over een rijkdom aan onontgonnen natuurlijke hulpbronnen. Maar voor mijnbouw had je telegraaflijnen en spoorwegen nodig. Westerlingen zouden dan wel toegang krijgen tot en wellicht daar de controle over kunnen krijgen. Een ander bezwaar was, dat de in China gangbare eigen begraafplaats van iedere familie, door het grootschalige ingrijpen en ontwikkeling van een nieuwe infrastructuur, deze eigen begraafplaatsen zouden worden aangetast. En begraafplaatsen waren voor Chinezen heilig. Het was vooral vanwege de voorouderlijke graven dat de regering van Cixi het industriële tijdperk afwees. Het industriële tijdperk werd in China nog even uitgesteld.

Maar via een achterdeur zou die toch komen binnensluipen. Door het opbouwen van een modern leger en een moderne wapenindustrie. De bouw van een vloot zag Cixi als een essentieel belang om van China een sterke staat te maken. Binnen slechts enkele jaren werden er negen stoomschepen gebouwd die konden concurreren met de westerse schepen. Na 10 jaar regering Cixi was er een moderne marine opgericht en een begin gemaakt met de opbouw van een modern leger en een wapenindustrie.

In de periode 1861-1871 werden de relaties met het Westen verder uitgebreid en werden Chinezen naar het buitenland gestuurd om kennis te verwerven en werd geprobeerd de westerse landen te laten overgaan op een 'coöperatief beleid', waarbij redelijke diplomatie de plaats innam van de doctrine van het geweld. In 1868 werd met de VS een verdrag van 'gelijkwaardigheid' gesloten, dat verschilde van de 'ongelijkwaardige' verdragen die China sloot na de Opiumoorlog.

 In 1869 was Cixi in een zeer kwetsbare positie gekomen, want er hadden zich enkele moorddadige gebeurtenissen afgespeeld, waardoor ze grote moeite moest doe zich te handhaven en niet in de gelegenheid was grote initiatieven te lanceren. Bovendien stond haar zoon op het punt het bewind over te nemen en haar terugkeer naar de harem was ophanden.

Cixi had zich gehecht aan een eunuch An Dehai, ook wel Kleine An genoemd. Het was bekend dat hij haar lieveling was. Maar haar gevoelens gingen veel verder dan gesteldheid op een toegewijde dienaar. Hij bracht haar het hoofd op hol. Ze was duidelijk verliefd, waardoor ze iets roekeloos en gevaarlijks deed dat een diepgewortelde traditie schond. Ze zond Kleine An buiten de Verboden Stad, wat aan een eunuch niet was toegestaan. Hoge edelen aan het hof vonden dat Kleine An geëxecuteerd moest worden, omdat hij fundamentele regels had overtreden. Dat had hij in werkelijkheid niet, maar dat deed er niet toe. Cixi en Kleine An hadden een traditie doorbroken. Uiteindelijk werd er een decreet uitgevaardigd dat onmiddellijke executie van Kleine An beval. Omdat Cixi belanghebbende was had ze geen medebeslissingsrecht. Keizerin Zhen werd gedwongen het decreet uit te laten voeren en Kleine An werd onthoofd. De hoge edelen doodden niet alleen de geliefde van Cixi, maar lieten daarmee ook een waarschuwing uitgaan over bepaalde opzienbare veranderingen die ze doorvoerde. Behalve dat ze eunuchen een sociale status gaf, liet ze blijkbaar ook toe dat vrouwen in het openbaar verschenen in een tijd dat de regels voorschreven dat ze in huis dienden te blijven. De hoge edelen vervolgden Cixi zelf niet. Haar prestaties waren enorm en werden gewaardeerd. Maar de executie van Kleine An en zijn lotgenoten was voor Cixi reden genoeg om nooit meer een geliefde te hebben. De modernisering van China leed er ook onder, want die werd in de daaropvolgende jaren grotendeels opgeschort terwijl zij grotendeels haar weg zocht, als in een mijnenveld.

 De ontmoeting tussen de westerse en Chinese cultuur liep regelmatig uit op conflicten. Terwijl de westerlingen China bestempelden als 'semi-beschaafd', noemden de Chinezen de westerlingen 'buitenlandse duivels'. De Chinezen keerden zich vooral tegen de christelijke missies waarbij gewelddadige acties vaak voorkwamen gevoed door geruchten dat missionarissen kinderen ontvoerden. Cixi hechtte geen geloof aan die berichten en was voor een 'rechtvaardige behandeling' van de christenen. Ze veroordeelde ondubbelzinnig de moorden en de brandstichtingen. De westerse landen namen het op voor de missionarissen. Prins Chun was een tikkende tijdbom en als leider van de Xenofobe factie was hij het belangrijkste obstakel geworden voor de opendeurpolitiek van Cixi, en als hoofd van de Keizerlijke Garde was hij ook in de positie om haar leven te bedreigen. In het belang van de langetermijnveiligheid van zowel rijk als van haarzelf moest prins Chun de voet dwars worden gezet

 Vanaf zijn vijfde levensjaar werd Cixi's zoon Tongzhi voorbereid op zijn toekomstige taak. Hij kwam officieel op 23 februari 1873 aan het bewind. Het traditionele Chinese bestuur was een goed geoliede machine. Initiatieven werden niet verlangd en zelden genomen. Terwijl Cixi vol vernieuwende ideeën zat, had haar zoon die totaal niet. Er ontstond een confrontatie over de plannen van de keizer om het Oude Zomerpaleis te herbouwen, de levensstijl van de keizer stuitte op steeds meer kritiek, zijn nalatigheid over staatszaken en het feit dat de keizer in vermomming vaak tijd buiten de Verboden Stad doorbracht. De Hoge edelen verzochten Cixi tussenbeide te komen en de keizer duidelijk te maken dat hij moest luisteren naar de meerderheid. Op 8 december 1874 bleek dat de keizer ziek was en aan pokken leed. Op 12 januari 1875 overleed hij aan de gevolgen ervan. Cixi zou gaan regeren via een geadopteerde zoon.

Tongzi vroeg vlak voor hij overleed aan de twee-weduwe-keizerinnen het Chinese Rijk te regeren. Het was nu aan hen om de volgende monarch aan te wijzen. Maar Cixi was van plan opnieuw zo lang mogelijk als keizerin-weduwe te regeren. Cixi benoemde als nieuwe keizer Zaitan, de driejarige zoon van haar zuster en prins Chun. Dit was Cixi's moment van wraak op prins Chun. Na het verdriet dat ze had geleden over de executie van Kleine An haalde ze nu de enige zoon van de prins bij hem weg. Nu zijn zoon tot keizer was gemaakt, was de politieke rol van prins Chun uitgespeeld. Cixi was ervan overtuigd dat modernisering van het land het antwoord was op de problemen van het rijk en was van plan de verloren tijd in te halen. Zo herwon Cixi in 1875 de macht en samen met graaf Li, die de sleutelfiguur werd bij de moderniseringsinspanning van Cixi, werd de koers tot modernisering uitgezet. In 1875 werd de inspanning verdubbeld om een oorlogsvloot te bouwen in verband met de agressieve politiek van Japan. Er werden meer havens opengesteld voor de internationale handel omdat slechts toenemende welvaart ervoor kon zorgen dat de al langer bestaande armoede zou kunnen verdwijnen. Ook werd een telegraafsysteem ingevoerd, maar in het begin werden de kabels en palen neergehaald door mensen die dachten dat deze schadelijk waren. Tevens werd in 1875 een begin gemaakt met moderne kolenwinning. Cixi besloot ook aan particuliere zakenlui toe te staan aandelen uit te geven om de financierbaarheid te vergroten, het muntstelsel werd ingevoerd. Door de familiegraven kam er van de aanleg van spoorlijnen niet veel terecht, deels ook doordat er problemen waren met de financiering er sprake was van grote overstromingen en natuurrampen. Het doorslaggevende argument om toch spoorlijnen aan te leggen was dat de spoorlijn de export kon opkrikken en in 1889 werd uiteindelijk besloten een hoofdlijn aan te leggen van noord naar zuid. 

Ondertussen slaagde Cixi er in om het conflict met Rusland land terug te krijgen (Xinjang) dat het eerder had moeten afstaan. Cixi was pragmatisch en wist dat de Europese mogendheden sterker waren dan China en dat haar rijk niet in de positie was om de vazalstaten te behouden. Het doel van Cixi was vrede met Frankrijk te bereiken, waarvoor ze bereid was Vietnam op te geven als Frankrijk op zijn beurt de grens met China zou respecteren. Cixi sloot verdragen met Rusland (1881), Frankrijk (over de grens met Vietnam, 1885) en Engeland ( over Birma, 1886 en Sikkem, 1888) waardoor de grenzen officieel werden vastgelegd en tot op de dag van vandaag nog grotendeels hetzelfde zijn.

Keizer Guangxu

Begin 1889 kondigde de keizerin-weduwe aan dat ze terug zou treden en de macht zou overdragen aan haar 17-jarige geadopteerde zoon, keizer Guangxu. Cixi had een einde gemaakt aan de zelfgekozen isolatie van China. Het embryo van een modern China had gestalte gekregen.

 Keizerin Zhen was meer een moederfiguur voor de keizer dan Cixi en de dood van keizerin Zhen beroofde keizer Guangxu van een moederfiguur. Zonder de hulp van keizerin Zhen was Cixi niet in staat de geleidelijke verslechtering van haar relatie met keizer Guangxu te stuiten, een achteruitgang die zou resulteren in grote problemen, zowel voor het rijk als voor henzelf. Keizer Guangxu werd net zo gevormd als zijn voorouders: niets in zijn opvoeding bereidde hem erop voor in de moderne wereld te functioneren. De vernieuwers waren in paniek door het ophanden zijnde vertrek van Cixi, want zonder haar enorme ondernemingszin en doorzettingsvermogen zouden de door haar begonnen hervormingsprojecten waarschijnlijk doodbloeden. Cixi arrangeerde het huwelijk van de keizer met een dochter van haar broer, hertog Guixinang. Dat huwelijk verried een opmerkelijk gebrek aan sensitiviteit als het ging om haar geadopteerde zoon want de keizer mocht zijn keizerin niet, en haar vader nog minder.

Keizer Gunagxu ondernam niets om Cixi's hervormingen voort te zetten en ze bloedden langzaam dood. Hij keerde langzaam terug naar de eeuwenoude manier waarop het keizerrijk werd bestuurd: een bureaucratische manier van werken. Westerlingen hadden hoge verwachtingen van de jonge keizer toen hij het roer overnam. Maar de kiem, die zo onverdroten was geplant en verzorgd door Cixi, kreeg geen kans te groeien, laat staan te bloeien. Het was Japan, dat gebruik maakte van Cixi's afwezigheid en China plotseling in 1894 aanviel waardoor niets meer zou zijn zoals het was.

 Strijd tussen Japan en China

Japan streefde met een bevolking van 40 miljoen er naar om een wereldrijk te stichten. In de jaren zeventig van de 19e eeuw bezetten de Japanners al een van de vazalstaten van China, de Liuqiu-eilanden en probeerden ze Taiwan binnen te vallen. Cixi politiek was het rijk koste wat kost intact te houden, maar ze was eventueel bereid de vazalstaten af te staan. Japan liet ook zijn oog vallen op Korea, dat ook een vazalstaat van China was. Cixi had steun gezocht bij het Westen om Korea niet in Japanse handen te laten vallen. Na Cixi's terugtreden stopte China met het kopen van moderne oorlogsschepen. Keizer Guangxu zag Japan niet als een bedreiging. Maar Japan ging onverdroten voort met de bouw van een moderne oorlogsvloot en streefde China voorbij in capaciteit en het Japanse leger werd beter uitgerust. De keizer liet de verdediging van het land over aan graaf Li, die zijn ogen sloot voor de ambities van Japan. De Japanse zeemacht was gericht tegen China.

Nadat in Korea een einde was gekomen aan een boerenopstand werden zowel de Chinezen als de Japanners gevraagd hun troepen terug te trekken. Japan weigerde dat en het conflict liep uit op een regelrechte oorlog op 1 augustus 1894 tussen Japan en China. China was duidelijk niet goed voorbereid en kreeg te maken met een modern leger waardoor de uitslag van de oorlog niet moeilijk te voorspellen was. Eind september waren alle Chinese troepen uit Korea verdreven. De Japanners rukten uiteindelijk op tot aan de grens met China, vielen de Chinese grensverdediging aan, die als een kaartenhuis in elkaar stortte en op 21 november namen de Japanners bezit van de strategische vestinghaven Port Arthur. Over land de toegangspoort tot Mantsjoerije., en via een kleine oversteek tot Tianjin en Beijing.

Cixi, die door de keizer qua berichtgeving werd geboycot, ondernam pogingen om het embargo te doorbreken. Cixi besloot keizer Guangxu te scheiden van de vrienden die hem hadden aangespoord haar buiten het besluitvormingsproces te houden. Na een harde strijd zat Cixi weer op de plek waar de beleidsbeslissingen werden genomen. Helaas was dat eind 1984 op een moment dat China de oorlog eigenlijk al had verloren.

 Op 17 april 1895 werd het verdrag van Shimonoseki gesloten waarbij Japan de gebieden kreeg die het eiste en herstelbetalingen. De ratificatie werd op 2 mei door keizer Guangxu bevestigd, in aanwezigheid van prins Gong en de Grote Raad. Cixi pogingen om dit tegen te gaan waren mislukt. De prijs van de vrede was voor haar te hoog. Maar ze had geen mandaad. Het verdrag van Shimomoseki ruïneerde China.In de ogen van de Westerse mogendheden was China een 'papieren tijger' gebleken. Ze stonden gereed om bij de minste aanleiding het Chinese grondgebied te veroveren. Halverwege 1898 waren alle strategische plekken aan de Chinese kust bijna allemaal in buitenlandse handen die, als het hun uitkwam, met China konden doen wat ze wilden. 

De hervormingen van 1898

Na het overlijden van prins Gong vroeg de keizer Cixi om raad. Dat resulteerde in de bekendmaking van het Edict 'De fundamentele politiek van de staat', opgesteld volgens instructies van Cixi en door keizer Guangxu geaccordeerd. Dit vormde het begin van een historische gebeurtenis: de hervormingen van 1898. In de geschiedenisboeken wordt dit op het conto van de keizer geschreven en wordt Cixi afgeschilderd als een ultraconservatieve tegenstander. Maar volgens Jung Chang was zij het echter die de hervormingen initieerde. 

Na de bekendmaking werd Edele Leermeester Weng door de keizer heengezonden. Voor de eerste keer werkten Cixi en haar geadopteerde zoon samen. Er kwam een stortvloed van hervormende decreten. Boven aan de lijst stond een verandering van het onderwijssysteem, dat cruciaal was voor de vorming van de bestuurlijke elite. Doordat de nadruk voor zo'n groot deel lag op de abstracte confucianistische klassieken, was die slecht geëquipeerd voor de moderne tijd. Niet minder dan 99 % van de bevolking van China was nog analfabeet. Veel hervormingen waren ofwel nieuwe pogingen om eerdere moderniseringsinitiatieven van Cixi tot uitvoering te brengen of voortzettingen ervan. Maar veel van de hervormingen kwamen tot een abrupt einde door een gebeurtenis teweeggebracht door KangYouwei, bijgenaamd de Wilde Vos.

Kang was een lage ambtenaar die er uiteindelijk in slaagde grote invloed op de keizer uit te oefenen en pleitte voor de instelling van een adviesraad. Hij slaagde erin in te spelen op gevoeligheden bij de jonge keizer door middel van notities die hij schreef zonder medeweten van Cixi of de Grote Raad. Zijn invloed op de keizer was zo groot dat deze overging tot massaontslagen en de keizer vaardigde decreten uit zonder ze eerst aan Cixi voor te leggen. Nu keizer Guangxu een precedent had geschapen probeerden de groep rond Kang de keizer ertoe te bewegen een adviesraad in te stellen onder leiding van Kang. De keizerin-weduwe slaagde er toch in de weg naar de top voor Kang af te sluiten omdat ze niet bereid was haar macht aan hem af te staan. Een en ander leidde tot een moordcomplot waar Wilde Vos Kang bij betrokken was. En waar blijkbaar haar adoptief zoon de keizer van op de hoogte was. Cixi ging er toe over haar geadopteerde zoon onder huisarrest te plaatsen in zijn villa op Yingtai, het eilandje midden in het meer in het Zeepaleis, dat alleen bereikbaar was via een lange brug die kon worden afgesloten. Hij was in feite haar gevangene. Keizer Guangxu maakte via een decreet bekend dat Cixi nu zijn voogd was. vanaf dat moment was keizer Guangxu Cix's marionet. Een voor een werden de samenzweerders tegen haar gearresteerd. Om de betrokkenheid van haar geadopteerde zoon geheim te houden versluierde Cixi zelf het complot om haar om het leven te brengen. Aangezien Cixi er verder het zwijgen toe deed, was Kang die naar Japan was gevlucht de enige die zich over de gebeurtenissen uitliet. Hij ontkende glashard dat er ooit sprake was van een moordcomplot en beweerde dat het juist de keizerin-weduwe was geweest die een complot had gesmeed om keizer Guangxu te vermoorden en zijn versie werd breed geaccepteerd. Dat verhaal over de mislukte coup zou meer dan een eeuw als waar worden aangenomen totdat uit Japanse bronnen door Chinese historici bestudeerd, bleek dat er wel degelijk een complot was om de keizerin-moeder om het leven te brengen.

Feit is wel dat alle aantijgingen tegen Cixi meer dan een eeuw voor waar werden aangenomen en bepalend zijn geweest voor het beeld dat ontstond over de Keizerin-weduwe Cixi. Zo slaagde Wilde Vos Kang erin haar neer te zetten als een verdorven despote. De meeste mensen geloofden Kang omdat hij de indruk wekte dat hij de verhalen van keizer Gunagxu zelf had. Hoewel ze haar vijanden onschadelijk wilde maken, wilde Cixi ook dat de hervormingen zouden doorgaan. Maar bij de Westerlingen heerst de opvatting dat het Kang was geweest die de hervormingen entameerde en hadden ten onrechte een hard oordeel over de rol van de keizerin-weduwe. Kang probeerde de buitenlandse mogendheden ervan te overtuigen haar met militaire middelen af te zetten. Om te voorkomen dat bevrijders of ontvoerders keizer Guangxu zouden kunnen bereiken, liet Cixi hem goed bewaken en liet hoge muren rondom zijn verblijf plaatsen.

Cixi wilde haar geadopteerde zoon wanhopig graag van de troon afhebben. Dat Guangxu onttroond zou worden, was echter ondenkbaar voor de Chinezen. Maar velen vonden dat de keizer een betreurenswaardig gebrek aan oordeelsvermogen had getoond en dat de keizerin-weduwe terecht de regeringsmacht weer naar zich toe had getrokken. De buitenlandse legaties zagen daarbij keizer Guangxu als de hervomer en Cixi als de reactionaire tiran. Dat verbitterde de keizerin-weduwe.

De Boksers tegen de wereldmachten (1899-1900)

Italië eiste als statussymbool een stuk van China op (de baai van Sanmen). Maar China weigerde. En Cixi sprak dreigende taal richting Italië. Italië haalde bakzeil en trok aan het einde van het jaar alle eisen in. Maar Cixi was er van overtuigd data de buitenlandse machten tegen China samenspanden. Voor bewoners van dorpen en kleine steden was het anti-westerse sentiment vooral gericht op de christelijke missies. Tegen deze missies braken gewelddadigheden uit, waar de regering wel tegen optrad. In het door de Duitsers ingenomen Shandong ontstond onrust, waaraan men daaraan een einde wilde maken door het sturen van een expeditie waar soldaten honderden huizen tot de grond toe afbrandden en een aantal dorpelingen doodschoten. 

Als gevolg van deze wreedheden werd de zogeheten Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid of YI-he-quan enorm populair. Honderdduizenden sloten zich erbij aan. Door de buitenlandse pers werden ze Boksers genoemd. ( Shandong stond erom bekend dat de mannelijke bevolking erg hield van een bepaalde vechtkunst, vooral een bepaald soort vuistgevecht dat leek op boksen). De buitenlanders kregen de schuld voor de slechte levensomstandigheden en velen sloten zich om allerlei redenen bij de Boksers aan. Na een moord op een missionaris van de Anglicaanse Kerk, S.M.Brooks, werd stevig opgetreden maar Cixi waarschuwde voor grootschalig optreden tegen de Boksers. Ze verbood de Boksers in Zhili en Shandong. De buitenlandse legaties waren daarmee niet tevreden en wilden een landelijk verbod. Cixi weigerde. Ze wilden de gewone leden niet criminaliseren. Bovendien wilde ze onder geen beding dat bij de bevolking de indruk zou ontstaan dat ze antiwesterse sentimenten met harde hand onderdrukte en gezien zou worden als marionet van de buitenlandse mogendheden. Hoe meer de delegaties haar onder druk zetten, des te meer ze volhardde in haar verzet. Men gaf op 12 april China nog twee maanden de tijd om de Boksers uit te roeien anders zouden ze het zelf doen.

China had geen marine meer en het leger was zwak zodat een nederlaag onafwendbaar leek. In haar wanhoop klampte Cixi zich vast aan een strohalm: misschien waren de Boksers in staat een soort 'volksoorlog' uit te vechten tegen de invallers. Pragmatici zagen een botsing met het Westen aankomen en probeerden een oorlog af te wenden. Maar Cixi weigerde erna te luisteren. De Boksers groeiden in aantal en verspreidden zich vooral in het gebied rond Beijing. Juist daar was sprake van een verschrikkelijke droogte waardoor er angst voor hongersnood ontstond. De sociale onrust richtte zich tegen de Buitenlanders. Na een aantal ongeregeldheden dreigde er een oorlog. Alle hervormers waren tegen een oorlog en  tegen het beleid dat Cixi voerde. Maar Cixi had haar keuze gemaakt: 'De keuze is of we de indringers ons land op een presenteerblaadje aanbieden of dat we strijden tot het bittere einde. ik vecht liever tot het bittere einde.... . Toen de Duitse gevolmachtigde minister baron von Ketteler werd doodgeschoten was oorlog onvermijdelijk. Op 21 juni verklaarde Cixi de oorlog aan de acht binnenvallende landen.

Nadat Cixi de oorlog had verklaard kregen de Boksers een wettige status. Ze streden tot het bittere einde. Ze waren niet meer in de hand te houden en vielen terug op hun natuurlijke gedrag: het plunderen en leegroven van de steden en dorpen die aan hun genade werd overgeleverd. Zelfs de verboden Stad werd niet gespaard. Cixi had minder controle dan gewoonlijk. Het beleg van de diplomatieke wijk duurde 55 dagen, van 20 juni tot 14 augustus, toen de geallieerde strijdmacht Beijing innam. Door haar ambivalente beleid ten aanzien van de Boksers stuurde ze velen van hen ene wisse dood in, terwijl de meeste buitenlanders in China het overleefden. Voor het eerst tijdens haar regering hadden de regionale machthebbers, die zo belangrijk waren bij het bestuur van het enorme land, het vertrouwen in haar verloren. Vastbesloten echter ging Cixi verder op haar weg en gokte erop dat ze een oplossing zou vinden voor de buitenlandse invasie. Het was met Cixi's impliciete goedkeuring dat de belangrijkste onderkoningen een 'neutraliteitsakkoord' tekenden met de buitenlandse mogendheden, waardoor de vrede in het grootste deel van China werd gewaarborgd, terwijl de vijandelijkheden werden beperkt tot het gebied tussen de Takoe-forten en Beijing.

 Toen de geallieerden Beijing naderden, moest Cixi wel het initiatief nemen tot vredesonderhandelingen. Ze maakte de onderkoningen duidelijk dat ze het niet in het geheim op een akkoordje moesten gooien met de buitenlandse mogendheden en liet een aantal hoge functionarissen terechtstellen op beschuldiging van 'verraad'. Cixi begon te denken aan vluchten. Op de vroege morgen van 15 augustus, toen de geallieerden voor de poorten van de Verboden Stad stonden, vertrok ze. Samen met haar vertrokken keizer Gangxu, keizerin Longyu, de kroonprins, een stuk of tien prinsen, prinsessen en hoge edelen, en Jade, een van de concubines van de keizer. Voor Parel, de andere concubine was er geen plaats en ze beval deze zelfmoord te plegen. Deze weigerde waarop Cixi haar door eunuch Cui in een waterput liet gooien.( )

Cixi vluchtte naar het westen, het binnenland in. De hoofdstad was ingenomen door de westerlingen maar toch was Cixi bewind niet ingestort, zoals velen hadden voorspeld. In de erbarmelijke omstandigheden tijdens haar vlucht had ze laten zien dat ze nog steeds de hoogste leider was en de plaats waar zij zich bevond was ook het zenuwcentrum van het rijk van waaruit ze bevelen gag aan de provincies. Eind oktober vestigde ze zich in de eeuwenoude stad Xian in West-China, waar ze een wonderlijk betoon van loyaliteit kende. Dat ze nog leefde en nog steeds nadrukkelijk de leiding had, demotiveerde degenen die het zinkende schip hadden willen verlaten. Door de onvoorwaardelijke steun van de onderkoningen aan Cixi werd iedere hoop van de westerlingen om Cixi gevangen te nemen en af te zetten de bodem ingeslagen. Het w as overduidelijk dat Cixi de enige persoon was die het rijk bijeen kon houden. Haar overlijden zou een burgeroorlog tot gevolg hebben, wat voor westerlingen vooral betekende dat de handel zou instorten, leningen niet zouden worden terugbetaald en de Bokserbeweging meer aanhang zou krijgen. Om al deze redenen besloten de geallieerden de keizerin-weduwe niet aan te klagen.

Cixi achtte haar veiligheid gewaarborgd, en op 26 oktober 1900 maakte ze Xian tot haar residentie. Ze bleef de onwankelbare heerseres van China. In plaats van Cixi's autoriteit te schaden, had de beproeving van de invasie die juist vergroot en gaf die haar zelfs een nieuw gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen.

 Het Bokserprotocol, het document waarmee de oorlog formeel werd beëindigd, werd pas op 7 september 1901 getekend, een jaar nadat de geallieerden Beijing waren binnengevallen. De geallieerden besloten Cixi niet verantwoordelijk te houden voor de wreedheden van de Boksers. In plaats daarvan werd prins Duan, de vader van de troonopvolger als hoofdverantwoordelijke aangewezen. De troon zond vertegenwoordigers naar Duitsland en Japan om 'spijt' te betuigen voor de moord op hun diplomaten. De Takoe-forten werden ontmanteld en het werd verboden xenofobe genootschappen op te richten of er lid van te zijn. Maar de clausule van de herstelbetalingen leidde ertoe dat het leven van het Chinese volk veranderde. Alle claims van de betrokken landen waren bij elkaar opgeteld en er was geen gemeenschappelijk principe op grond waarvan de geëiste bedragen konden worden getoetst. Afgerond was het 450 miljoen taël.

 Toen Cixi eind 1900 het concept van het Bokserprotocol ontving was ze opgelucht. Ze was bang geweest voor verlies van soevereiniteit of dat ze gedwongen zou worden terug te treden ten gunste van keizer Guangxu. De eisen waren uiteindelijk niet geheel onredelijk en vergeleken met het verdrag van Shimomoseki waren de herstelbetalingen niet exorbitant. Om die reden, en omdat de geallieerden de paleizen en de hooofdstad grotendeels hadden beschermd, stond Cixi minder onvriendelijk tegenover het Westen.

 

der krieg in china

Cixi had begrepen dat haar beleid had geleid tot oorlog en wreedheden met honderdduizenden slachtoffers tot gevolg. Ze erkende ook dat 'aangezien ik verantwoordelijk ben voor het land, ik de situatie niet zo rampzalig had mogen laten verslechteren. Het is mijn schuld. Ik heb onze voorouders in de steek gelaten en ik heb ons volk in de steek gelaten'. In het 'Decreet van Zelfverwijt' gaf ze daar uiting aan. Cixi had wroeging en de Bokseropstand werd een soort waterscheiding en aan het hof werd er gesproken van 'ervoor' en 'erna'. Het was ook met wroeging dat ze verandering beloofde. Op 29 januari 1901, toen ze nog in Xian vertoefde vaardigde ze een decreet uit dat een nieuwe fase in haar regeerperiode markeerde. De essentie was 'leren van het Westen'. Cixi drukte haar volk op het hart dat alleen door over te nemen van wat in het buitenland beter is, 'China kunnen bieden wat het nodig heeft'. Deze keer stonden 'alle fundamentele zaken die de buitenlanden sterk en rijk hebben gemaakt' op de agenda waaronder 'de monarchie, nationale tradities, de wijze van regeren, middelen van bestaan, het onderwijssysteem, de krijgsmacht en de financiën'. De onderkoningen gaven Cixi hun volledige steun. Dat deden ook de hervormers die nu het centrale bestuur vormden, nu de exnofobe hoge edelen in ongenade gevallen of uitgerangeerd waren. Cixi werd door de westerse mogendheden erkend als onbetwiste leider van het land en men begon haar te beschouwen als gelijke van Katharina van Rusland en Elisabeth van Engeland. Ze besloten met haar samen te werken. Zo zette Cixi een proces in gang dat met recht de 'werkelijke revolutie van het moderne China 'genoemd mag worden.

 De werkelijke revolutie van het moderne China

Cixi keerde vanuit Xian terug naar Beijing, waar ze drie maanden over deed. Als eerste daad na aankomst bewees Cixi eer aan de keizerlijke concubine Parel, die ze had laten verdrinken in een put voor ze vluchtte. Het was een manier om het goed te maken met haar geadopteerde zoon. Maar het was vooral een gebaar naar de westerse mogendheden, die verbijsterd waren geweest door de moord. Ze had voor de hervorming van het rijk de medewerking nodig van een internationale gemeenschap die haar vriendelijk gezind was.

Op 7 januari 1902 keerde Cixi terug in Beijing en begon ze een charmeoffensief waarbij ze ook andere Chinese vrouwen aanmoedigde vriendelijke betrekkingen aan te knopen met westerlingen. Cixi voltrok haar revolutie in zeven gedenkwaardige jaren: van haar terugkeer naar Beijing begin 1902 tot haar dood eind 1908. In deze periode trad China definitief de moderne tijd binnen.

Het verbod op huwelijken tussen Han en Mantsjoes werd opgeheven en de traditie van het voetbinden werd voorzichtig ter discussie gesteld. Door middel van stimulering en overreding trachtte Cixi de Chinese vrouw te bevrijden uit de huiselijke omgeving en de man-vrouw segregatie tegen te gaan. Daarmee week ze af van de confuciaanse traditie. Het traditionele onderwijssysteem werd eindelijk afgeschaft. Het nieuwe onderwijssysteem was op westerse  leest geschoeid, en hoewel de Chinese klassieken in het curriculum gehandhaafd bleven, werd een hele reeks nieuwe vakken ingevoerd. Naast ongekende vrijheden voerde Cixi ook een revolutionaire hervorming van het Chinese rechtssysteem door. Zo ontstond er een op verschillende westerse voorbeelden gebaseerd historisch kader, dat een hele reeks wetten en procedures met betrekking tot handels-, straf-en civiel recht omvatte. Op 24 april 1905 werd de beruchte 'dood door duizend sneden' afgeschaft en foltering tijdens verhoor werd verboden. Er werden faculteiten rechtsgeleerdheid opgericht en het vak rechten werd onderdeel van de algemene opleiding.

Een minder in het oog springende, maar niet minder revolutionaire ontwikkeling was dat de handel een respectabele bezigheid werd. In de traditionele cultuur werd handel met minachting bezien en werd het beschouwd als het laagste van alle beroepen, waarbij koopman onderaan in de sociale piramide stond. Verder werd in 1905 een staatsbank opgericht en werd de nationale munteenheid de Yuan ingevoerd, welke nog steeds wordt gebruikt. Spoorwegen werden verder uitgebreid en het leger en de marine kregen een nieuw hoofdkwartier. 

Het opiumschuiven verdween geleidelijk en de Chinezen die niet in de verdragshavens woonden, maakten allerlei dingen voor het eerst in hun leven mee: de eerste straatverlichting, het eerste stromend water, de eerste telefoons, de eerste westerse medische faculteiten, het eerste sportevenement, de eerste musea. Velen lazen voor het eerst van hun leven een krant of tijdschrift, en er ontstond de prettige gewoonte dagelijks de krant te lezen. Aan het hof waren ingrijpende hervormingen maar heel beperkt. De regels werden soepeler voor eunuchen maar de middeleeuwse praktijk van het hebben van eunuchen bleef in stand, zoals de castratie van jongetjes. 

In 1905 zette ze de meest fundamentele van al haar hervormingen in: China te veranderen in een constitutionele monarchie met een gekozen parlement. Ze hoopte door middel van een grondwet de Qing-dynastie een legitimiteitsbasis te geven, en een groot deel van de bevolking - vooral de Hanchinezen - te laten participeren in staatszaken. Het was een historische daad: het stemrecht zou worden ingevoerd en er zouden verkiezingen worden uitgeschreven met een even brede electorale basis als in het Westen. Maar Cixi was ervan overtuigd dat China gewoonweg niet in staat was het zo goed te doen als westerse landen omdat er niet dezelfde relatie bestond tussen bestuurders en de bestuurden. Bij Cixi's versie van de constitutionele monarchie had het Chinese electoraat niet dezelfde macht als zijn westerse tegenhangers. Maar ze bracht het land wel uit de situatie van onaantastbare autocratie en maakte het openbaar bestuur een zaak van gewone mensen: burgers, zoals ze nu werden genoemd. Ze perkte haar eigen macht in en introduceerde een plaats van onderhandeling in de Chinese politiek, waarin de monarch, de volksvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van verschillende belangengroepen konden overleggen, onderhandelen en, ongetwijfeld, hun woordenstrijd konden voeren. Gezien haar gevoel voor eerlijkheid en haar neiging tot consensus was er een grote kans, in ieder geval als zij zou blijven leven, het volk steeds meer invloed zou krijgen.

invloedsferen

Maar de revolutie was goed voor China maar zeer slecht voor het Mantsjoe-bewind. Sun-Yat-Sen, de inofficiële leider van de republikeinse beweging, was de meest aanhoudende voorstander van het omverwerpen van het Mantsjoe-bewind met militaire middelen. Al in 1895 had hij geprobeerd een gewapende opstand te organiseren en was in de nieuwe eeuw betrokken geweest bij een aantal opstanden. Maar zoals The New York Times in 1908 schreef: 'Zolang Cixi leefde is er geen sprake van algemene onrust. In China is het nu rustiger dan op enig ander moment sinds 1900. Niettemin bleef het republicanisme een kracht om rekening mee te houden. Men wachtte op een moment waarop zij er niet meer zou zijn. Daarnaast kwamen er uit Japan huurmoordenaars waardoor Cixi's wantrouwen ten opzichte van Japan toenam, zeker na de door Japan gewonnen Russisch-Japanse oorlog in 1905. Ze vreesde dat Japan spoedig zijn blik op China zou richten. Haar bange vermoedens waren zonder meer gerechtvaardigd. Cixi had geen behoefte aan een Japanse dominantie van haar rijk. Noch koesterde zij enige illusie dat China van een Japanse overheersing zou profiteren. Cixi ondernam actie om het hof van Japanse agenten te zuiveren. Reorganiseerde de Grote Raad en benoemde drie leden van wie ze zeker was dat ze in ieder geval geen Japanse marionetten zouden worden.

Maar de keizerin-weduwe werd ziek. Vanaf de zomer van 1908 leed ze aan diarree. Vier dagen na haar 73e verjaardag op 3 november 1908, zond ze prins Ching naar de Oostelijke Mausolea om haar graf te inspecteren, maar ondertussen regelde zij de laatste staatszaken. Het moment kwam dat ze moest afrekenen met keizer Changxu. Hij was bedlegerig en leek op de rand van de dood te balanceren. Als zij overleed en hij bleef leven, zou het rijk in handen vallen van de Japanners. In die omstandigheden gaf ze bevel tot de moord op haar geadopteerde zoon door middel van vergiftiging. Deze stierf op 14 november 1908. Via forensisch onderzoek werd in 2008 definitief vastgesteld dat keizer Gangxu inderdaad is omgekomen door het consumeren van grote hoeveelheden arsenicum. Zaifeng die jarenlang door Cixi was opgeleid, werd aangewezen als regent, en zijn tweejarig zoontje Puyi werd aangewezen als troonopvolger. Zaifeng was niet de ideale kandidaat, maar volgens Cixi wel de best mogelijke keuze. Ze had er vertrouwen in dat hij China niet zou uitleveren aan Japan en dat hij op een waardige en vriendelijke manier met westerlingen zou omgaan. Door de benoeming van de kind-keizer verzekerde ze zich ervan dat diens vader regent zou worden, en dat zij tot het einde van haar leven aan het bewind zou blijven. Ze was vastbesloten tot het einde van haar ademtocht de touwtjes in handen te houden.

Cixi regelde het schrijven van het officiële testament van keizer Guangxu. In het testament werd verwezen naar de instelling van een constitutionele monarchie binnen negen jaar. Een dag na de dood van keizer Guanxu stierf de keizerin-weduwe. Een secretaris van de Grote Raad zette Cixi's testament op schrift. In haar testament herinnerde de keizerin-weduwe aan haar betrokkenheid bij staatszaken gedurende 50 jaar, waarin ze altijd haar uiterste best had gedaan. Ze benadrukte haar vastbeslotenheid om China om te vormen tot een constitutionele monarchie, die ze tot haar grote spijt niet voltooid zou zien. Uit de twee testamenten blijkt overduidelijk dat Cixi op haar doodsbed de Chinezen een parlement en verkiezingen toewenste. 

Haar belangrijkste verdienste is dat ze China de moderne tijd in leidde. Pas door opening van de archieven, na de dood van Mao, bleek dat het beeld dat van haar werd geschetst onjuist was. In plaats van incompetentie bleek zij degene te zijn die leiding had gegeven aan de modernisering van China. Als absoluut heerseres van een derde van de wereldbevolking en als product van een middeleeuws China was ze in staat tot grote meedogenloosheid. Dat valt niet te ontkennen. De politieke krachten die China vanaf haar dood hebben beheerst, hebben haar willens en wetens zwartgemaakt en haar prestaties verzwegen om zichzelf te kunnen profileren als degenen die het land hadden gered uit de puinhoop die zij ervan had gemaakt. Het is de verdienste van Jung Chang, door dit boek, bij te hebben gedragen aan een hernieuwd historisch inzicht, over de daadwerkelijke rol van keizerin-weduwe Cixi in de modernisering van China.