We hebben 194 gasten online

Deel 5 geschiedenis van Nederland van 1840-1890

Gepost in Blog

schoolstrijd nl

In de serie over de geschiedenis van Nederland zijn we toegekomen aan deel 5. Deel 5 beschrijft de periode 1840-1890 waarin Nederland zich ontwikkeld van een achtergebleven agrarische staat tot een industriële samenleving. Daarnaast werd er in 1848 een grondwetsherziening doorgevoerd die de basis legde voor onze huidige parlementaire democratie. Van een zogenaamd verlicht koningschap krijgt Nederland een staatshoofd dat parlementair onschendbaar is en ministers die verantwoording schuldig zijn aan het parlement en niet meer aan de koning. Kortom de trias-politica werd ingevoerd. Koning Willem III probeerde een en ander nog tegen te houden, maar moest uiteindelijk er zich bij neer leggen.

 

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

 Het Weense Congres besloot tot het maken van het Koninkrijk van de Nederlanden, door de voormalige Republiek en de voormalige Habsburgse Nederlanden samen te voegen. Dit o.a. om een sterke staat tegen Frankrijk te creëren. Aan het hoofd ervan zou het Huis van Oranje staan. Hoofdsteden werden Amsterdam en Brussel. De gecombineerde Nederlanden hadden een bevolking van 5,5 miljoen waarvan in het zuiden 60% leefde. In de Staten Generaal waren Noord en Zuid ieder voor de helft vertegenwoordigd. De grondwet van 1815 ging uit van gelijkwaardigheid van elk geloof.

u

     Afscheiding  van België in 1839

 

Dankzij de steun van de arbeidersmassa kon de burgerlijke revolutie van augustus slagen. Willem I reageerde met een invasie (1831) van de Zuidelijke Nederlanden Toen ook nog Frankrijk onder de leiding van de nieuwe Franse koning Louis Philippe de Zuidelijke Nederlanden te hulp schoten en de Britse Lord Palmerston besloot de Belgische onafhankelijkheid te steunen bleek België voor de Noordelijke Nederlanden verloren.

De Belgen besloten een liberale grondwet op te stellen die een voorbeeld zou worden voor andere Europese landen.

De   De definitieve scheiding werd in het verdrag van Londen van 1939 een feit.

 

Aft     Aftreden   van Koning Willem I in 1840  

 

      Ondanks de inspanningen van Willem I bleef het met de economie slecht gaan en was vooral een sanering van de staatsfinanciën noodzakelijk. Nederlands kapitaal was er voldoende, maar werd in het buitenland geïnvesteerd. 

Willem I trad in 1840 af omdat hij met een katholieke dame, gravin d' Oultremont, trouwde. Onder het bewind van Willem II (1840-1849) werden de rijksfinanciën inderdaad gesaneerd, overigens mede dank zij het feit dat het cultuurstelsel vruchten begon af te werpen. Er werd gebroken met de mercantilistische politiek van Willem I en overgegaan op het bevorderen van de vrijhandel.

Regering Koning Willem II 1840-1849

Sanering overheidsfinanciën door:

a) Verdere uitbreiding Cultuurstelsel in Nederlands-Indië

b) Einde te maken aan de mercantilistische politiek

Nederlands-Indië in 1828

 

Nederlands-Indië in 1862

Het cultuurstelsel in Nederlands-Indië

Om de koloniale bezittingen winstgevend te maken ontwikkelde gouverneur-generaal Johannes van den Bosch het cultuurstelsel. Doel van dit systeem was de exploitatie van Java ten behoeve van de Nederlandse schatkist. De bevolking op Java werd gedwongen tropische exportgewassen ('cultures'), zoals koffie, suiker en indigo, te verbouwen en af te staan aan het koloniale gouvernement. In ruil hiervoor kreeg zij een vast plantloon..

Het cultuurstelsel was min of meer een voortzetting van het systeem van gedwongen leveranties dat de VOC had toegepast op de Molukken en delen van Java. Het werd toegepast in de gebieden onder Nederlandse heerschappij op Java. In de overige delen van de archipel (de zogenaamde Buitengewesten) bleef de Nederlandse invloed beperkt. 

De gedachte achter het cultuurstelsel was Java bewuster te koloniseren en te gelde te maken. Het feit dat de Javaanse boer verplicht producten moest leveren aan het gouvernement vond men in die tijd op zich niet vreemd; in het buitenland oogstte de winstgevendheid van het cultuurstelsel zelfs veel bewondering.

Ongeveer 30% van de staatsinkomsten kwamen uit Nederlands -Indië.

Inhoud mercantilistische politiek

Doel ervan was de overheidsinkomsten te vergroten door de invoer te verminderen en de uitvoer te bevorderen.

Dat zou leiden tot een positieve handelsbalans.

Maar niet ieder land zou een positieve handelsbalans kunnen hebben.

Protectie van de eigen nijverheid (hoge invoerrechten)was dus een middel om de eigen inkomsten te vergroten.

Onder koning Willem I hield de mercantilistische politiek stand.

Het hebben van eigen koloniën bevorderde deze politiek.

Vrijhandel tegenover Mercantilisme

  

 Foto van zijn graf gemaakt tijdens mijn bezoek aan Edinburgh augustus 2015

Het was Adam Smith die in zijn boek ‘Wealth of Nations’ (1776) als eerste een lans brak voor vrije handel tussen staten. 

 

Koning Willem II en de angst voor een revolutie 

Willem II regeerde als ‘verlicht’ vorst.

Zag met argusogen dat overal in Europa, in de Duitse staten, Oostenrijk en in Frankrijk revolutiepogingen werden ondernomen.

Om een revolutie voor te zijn, nadat onrust was uitgebroken in Den Haag en Amsterdam, vroeg hij aan Rudolf Thorbecke, de leider van de liberale stroming om een nieuwe grondwet te ontwerpen.

1848 Nieuwe grondwet van Thorbecke

 

 

Belangrijkste veranderingen: 

Koning werd onschendbaar en de ministers werden verantwoordelijk niet tegenover de koning maar tegenover het Parlement.

Tweede Kamer werd voortaan direct gekozen via censuskiesrecht.

Dus afschaffing van ‘verlicht’ koningschap.

Eerste Kamer werd gekozen via getrapte verkiezingen. De Provinciale Staten kozen de vertegenwoordigers van de Eerste Kamer.

 

Rechten Tweede Kamerleden

Recht van Amendement. Het indienen van een verandering op een wetsontwerp.

Recht van Initiatief. Het indienen van een eigen wetsontwerp.

Recht van Interpellatie. Men mag als Kamerlid de minister ter verantwoording roepen. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

Recht van Enquête. Men mag buiten de regering om een onderzoek instellen.

Budgetrecht. Het recht om een begroting van een minister goed – of af te keuren.

Rechten Eerste Kamerleden

Recht van Interpellatie. Men mag als kamerlid de minister ter verantwoording roepen. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

Recht van Enquête. Men mag buiten de regering om een onderzoek instellen.

Budgetrecht. Het recht om een begroting van een minister goed – of af te keuren.

Men heeft niet het recht van Initiatief en Amendement.

De Eerste Kamer mag een wetsontwerp alleen maar aannemen of verwerpen.

Andere belangrijke veranderingen uit de grondwet van 1848

Vrijheid van Vereniging en Vergadering

Vrijheid van Onderwijs (al werd de schoolstrijd er nog niet mee opgelost).

Persvrijheid

Godsdienstvrijheid

Enkele begrippen verklaard: 

 

Parlement: Eerste en Tweede Kamer

Staten-Generaal = Parlement

Wetgevende Macht: Parlement

Uitvoerende en Mede wetgevende Macht: De regering.

De Regering: De ministers en het Staatshoofd 

 

 Was er wel sprake van echte democratie sinds 1848?

Er was geen sprake van directe democratie maar van indirecte democratie. Dat wil zeggen democratie via vertegenwoordigers.

Er was nog geen algemeen kiesrecht, maar censuskiesrecht. Alleen die mannen hadden stemrecht die over voldoende vermogen beschikten.

De Tweede Kamer was in 1848 dus een vertegenwoordiging van de rijken.

Het censuskiesrecht werd echter steeds meer uitgebreid, zoals in 1887 en 1895.

Er ontwikkelde zich in Nederland een echte strijd om algemeen kiesrecht.

Grondwetswijziging van 1848 toepassing van de trias politica 

 

Het was de Franse Verlichtingsfilosoof Montesquieu die pleitte voor drie deling van de macht in een staat.

In uitvoerende macht door de regering.

In wetgevende macht door het parlement en regering.

In rechtsprekende macht door rechters die onafhankelijk zijn van de regering.

Koning Willem III volgt koning Willem II op

 

Willem III had moeite met de nieuwe machtsindeling. Drie voorbeelden daarvan:

De Aprilbeweging van 1853

De rol van het parlement bij de benoeming van een nieuwe  gouverneur-generaal voor Nederlands Indië.

De kwestie Luxemburg.

De Aprilbeweging van 1853

De liberale grondwet van 1848 geeft alle Kerken het recht zich naar eigen goeddunken te organiseren. De aangekondigde vorming van het katholieke aartsbisdom Utrecht en de vier katholieke bisdommen Haarlem, 's-Hertogenbosch, Breda en Roermond, stuit op grote tegenstand van protestants Nederland. Thorbecke keurt het pauselijk besluit echter goed.

Door de Aprilbeweging worden er 200.000 handtekeningen verzameld, die worden aangeboden aan Koning Willem III met het verzoek het besluit van de paus af te keuren. De koning reageert, tegen het regeringsbesluit in, met een van sympathie getuigend antwoord. In reactie hierop vraagt de regering Thorbecke haar ontslag aan. Deze ontslagaanvraag wordt door Willem III aanvaard.

Maar het nieuwe kabinet laat de vorming van nieuwe bisdommen zo als het is.

Benoeming Gouverneur-Generaal Nederlands-Indië

Willem III zag Nederlands – Indië als een persoonlijke aangelegenheid, dus ook de benoeming van een nieuwe Gouverneur-Generaal.

Het Parlement was echter van mening dat de benoeming moest worden gedaan door de minister van Koloniën na raadpleging van de Tweede Kamer

Tot drie keer toe weigerde de koning zich er bij neer te leggen. Uiteindelijk won de volksvertegenwoordiging.

De Luxemburgse kwestie

In de jaren 1867-1868 speelt de zogenaamde Luxemburgse kwestie. Sinds 1814 behoorde het groothertogdom Luxemburg tot het persoonlijk bezit van het Huis van Oranje. De Franse keizer Napoleon III wil Luxemburg echter na de overwinning inlijven bij Frankrijk om het Europese machtsevenwicht te herstellen. Nadat Willem III heeft geprobeerd om Luxemburg aan Napoleon III te verkopen werd in 1867 in Londen een compromis bereikt. Luxemburg bleef aan het Huis van Oranje en zou neutraal blijven.

De Tweede Kamer is ontstemd over het feit dat de regering de Nederlandse neutraliteit in gevaar gebracht heeft en eiste haar aftreden. Dit is niet wat Willem wil en daarom ontbindt hij de Kamer.

Het nieuw gekozen parlement echter verwierp bij Motie de ontbinding van het vorige parlement en stemde opnieuw tegen de begroting. Dit had uiteindelijk als gevolg dat het kabinet opstapte. Vanaf dat moment zou geen enkel kabinet meer tegen de wens van een Kamermeerderheid blijven zitten. De constitutionele verhoudingen in Nederland zijn voorgoed veranderd door de hieruit ontstane vertrouwensregel, in casu een ongeschreven regel van het staatsrecht.

Economische ontwikkeling Nederland tot 1890

Nederland was een onbetekenend en achterlijk land

3 miljoen inwoners

werkzaam in de landbouw en de dienstensector

steden niet groter dan 50.000 inwoners

suiker- en aardappelmeel- en textielfabrieken

van de bedrijven had 80% maar 10 werknemers in dienst

hoge kindersterfte 218 van de 1000 stierven voor het eerste levensjaar

doorbraak industrialisatie vond in Nederland pas rond 1890 plaats

Nederland had Ned. - Indië als kolonie en afzetgebied

Drie grote pollitieke kwesties

 

 Strijd voor algemeen kiesrecht. Drie politieke stromingen: Liberalisme, socialisme en confessionele. Uit politieke stromingen ontstaan politieke partijen. Eerste partij was de ARP in 1878.

Schoolstrijd. Confessionelen streden voor gelijkberechtiging van confessionele scholen en openbare scholen.

Sociale kwestie. Emancipatie van de arbeidersklasse door middel van Sociale Wetgeving.

Transformatie Nederland van 1840-1890

Tussen 1840 en 1890 vond er in Nederland een transformatie plaats van een land dat hoofdzakelijk agrarisch was naar een geïndustrialiseerde samenleving. Nederland profiteert van de opkomst van het Duitse Ruhrgebied

De spoorwegen werden in sneltreinvaart aangelegd(o.a. door de opbrengst van het cultuurstelsel), er werden kanalen aangelegd die Rotterdam en Amsterdam verbonden met de zee.

Op grootschalige manier werd mechanisatie doorgevoerd. Kinderarbeid werd als normaal beschouwd.

Eerste sociale wet was het kinderwetje van Van Houten dat kinderarbeid verbood. Ontstaan vakbonden die streden voor betere arbeidsvoorwaarden.

De troonopvolging in 1890

 

Willem III trouwt in 1839 met zijn nicht Sophie van Wurtemberg (1818-1877). Zij hebben door hun uiteenlopende karakters geen gelukkig huwelijk. De drie zonen uit het huwelijk, Willem (1840-1879), Maurits (1843-1850) en Alexander (1851-1884), sterven allemaal eerder dan hun vader. Koningin Sophie sterft in 1877.

Willem III trouwt in 1879(op 62 jarige leeftijd) voor de tweede keer, met Prinses Emma van Waldeck-Pyrmont (1858-1934), die op dat moment twintig jaar oud was. Zij krijgen één dochter, Prinses Wilhelmina. Willem III overlijdt op 23 november 1890.

Omdat Wilhelmina nog geen 18 jaar oud is wordt Prinses Emma Koningin regentes van 1890-1898.

Zie verder ook: 

Deel 1 De geschiedenis van Nederland. Van de late Middeleeuwen tot 1576

Deel 2 De geschiedenis van Nederland van 1576 tot 1648

Deel 3 De geschiedenis van Nederland 1648-1795

Deel 4 De geschiedenis van Nederland van 1795 tot 1840