We hebben 147 gasten online

Deel 8 geschiedenis van Nederland van 1946-1958

Gepost in Blog

Deel 8 gs van NL

In de serie de Geschiedenis van Nederland zijn we toegekomen aan deel 8 van 1946 tot 1958. Daarin staat centraal Koningin Wilhelmina en haar rol om meer invloed te krijgen. De bijzondere rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog en de zuivering en berechting. De Rooms-Rode Coalities. Herstel en verlies. Houding bisschoppen ten aanzien van de socialisten. Het Bisschoppelijk Mandement van 1954. Wederopbouw en economisch herstel. Truman-doctrine en de uitwerking van de Tweede Wereldoorlog. Marshall-hulp en economisch herstel. De Indonesische kwestie. Indonesië onafhankelijk. Neutraliteit Nederland voorgoed voorbij na de Tweede Wereldoorlog. Europese samenwerking. Nederland industrialiseert. Ontwikkeling inkomen per hoofd van de bevolking. Woningbouw. Gezinspolitiek. Einde Rooms-Rode samenwerking

 

 

  

 

Koningin Wilhelmina en haar rol

# Tijdens de bezettingsjaren werkte de regering vanuit Londen.

# Nadat Minister-President De Geer terugkeerde naar Nederland werd Gerbrandy Minister-President.

# De verhouding tussen Gerbrandy en Wilhelmina veranderde in 1943 en Wilhelmina probeerde haar eigen weg te gaan.

# Ze zag na de oorlog voor zichzelf een nieuwe rol weggelegd en wilde een koninklijk kabinet samenstellen zonder controle van de Staten-Generaal.

# Uiteindelijk moest ze zich neerleggen bij de bestaande verhoudingen.

 

Rooms-Rode Coalities 1948-1958

      Deze periode wordt gekenmerkt door de samenwerking van KVP  en PvdA('Rooms-Rood'), die de kern vormen van kabinetten waaraan ook andere partijen deelnemen. We spreken ook wel van kabinetten-op-brede-basis. Die brede basis is wenselijk vanwege de wederopbouw na de Duitse bezetting, die tot enorme economische schade heeft geleid. Verder krijgt Nederland te maken met de Indonesische vrijheidsstrijd. In 1948 moet Grondwetsherziening, waarvoor een twee-derde meerderheid nodig is, verandering van het staatsbestel mogelijk maken. In 1949 eindigt de strijd met losmaking van Nederlands-Indië uit het koninkrijk. 

u  Net als in het Interbellum speelt de verzuiling nog een belangrijke rol. Maar anders dan voor 1940 bekleden sociaaldemocraten nu wel belangrijke bestuursposten. De PvdA is niet alleen in de regering vertegenwoordigd, maar bijvoorbeeld ook de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam zijn PvdA'ers.

 

     Verkiezingen Tweede Kamer 1946 

 

 

     Verkiezingen Tweede Kamer 1948

 

  Verkiezingen Tweede Kamer 1952

 

Verkiezingen Tweede Kamer 1956

  

      Vorming Eenheids Vak Centrale

     u  De EVC streefde ook naar een doorbraak, maar (EVC) onder arbeiders en op het gebied van de vakbeweging. Zij wilde de plaats van de oude vakbonden gaan innemen. De EVC werd vooral gesteund door radicale arbeiders.

   u  De oude vakbonden en de regering weigerden de EVC te erkennen.

   u   De EVC probeerde de regering onder druk te zetten door het organiseren van stakingen, o.a. in de Rotterdamse haven in 1945 én 1946. De regering en de andere vakbonden keurden het optreden van de EVC scherp af omdat de EVC zo het herstel belemmerde. Vooral bij de tweede staking, die ruim twee maanden duurde, nam de bevolking een vijandige houding aan tegenover de stakers en meldden duizend vrijwilligers zich aan om samen met de werkwillige havenarbeiders de schepen (o.a. met voedsel) te lossen.

      Zuivering en berechting na de Tweede Wereld Oorlog

 

        

      u  Direct na de bevrijding werden door het Militair Gezag, die dit werk weer overliet aan de Binnenlandse Strijdkrachten, alle NSB-ers en andere collaborateurs opgespoord, gearresteerd en bijeengedreven in gevangenissen en kampen. Zij zouden als politieke delinquenten(politieke misdadigers) terecht moeten staan.

  u  Men sprak van de bijzondere rechtspleging, waarvoor aparte regels werden gemaakt. Opgericht werden Bijzondere Gerechtshoven en Tribu, Bijzondere Gerechtshoven veroordeelden degenen die zich volgens de aanklacht schuldig hadden gemaakt aan misdaden, zoals moord. De Tribunalen deden uitspraken wanneer men gehandeld had in strijd met het belang Maar de grote vraag was: waar lag de grens tussen `goede´ en `foute´ collaboratie?

 

      

      u  De toestanden in de kampen lieten veel te wensen over. Sommige bewakers deinsden er niet voor terug om gevangenen nodeloos te treiteren en te mishandelen. Dat is wel te verklaren na alle ellende die Nederland had meegemaakt, maar goed te keuren was het zonder meer niet.

  u  In totaal waren er in mei 1945 130.000 politieke gevangenen. In mei 1946 wachtten nog 98.000 van hen op een proces. De `lichtere gevallen´ werden na een kort proces vrijgelaten, omdat de straf die zij kregen gelijk was aan de tijd die zij in de gevangenis of het kamp hadden doorgebracht. Het duurde nog tot 1951 voordat ook de `zwaardere gevallen´ veroordeeld werden.

     Instelling Parlementaire Enquête regeringsbeleid tijdens de bezetting van Nederland 

     u  De Tweede Kamer stelde een commissie in om een onderzoek (enquête) naar de gebeurtenissen in mei 1940 en naar het beleid van de regering in Londen. Oud-ministers, ambtenaren, enz. werden opgeroepen om vragen daarover te beantwoorden. In totaal nam het onderzoek tien jaar (1947-1957) in beslag.

  u  De commissie bracht acht deelrapporten uit (in totaal 19 boekdelen) waarin haar verslagen en conclusies zijn te vinden. Specifiek ging het onder andere om het militaire beleid, het financieel-economische beleid, de voorbereiding van het herstel van de democratie na de bevrijding, de ministers- en kabinetscrises, de hulpverlening aan Nederlanders, geheime diensten, buitenlandse betrekkingen, de Neutraliteitspolitiek tot 1940 en verbindingen met bezet gebied. Er werden in totaal 850 getuigen opgeroepen.

      Herstel en verlies, mei 1946-december 1949

      

      

a) Een rooms-rode coalitie

u  Vóór de oorlog waren de kabinetten meestal gebaseerd op de samenwerking van confessionele partijen, soms aangevuld met liberalen (uitsluiting SDAP).

u   Maar na de oorlog was de situatie sterk veranderd. Drie punten vroegen de aandacht:

1) de wederopbouw;

2)de kwestie Indonesië;

3) het terugdringen van de invloed van de communisten.

Daarvoor was er een brede basis-kabinet bezig.

u  Nu was er een rooms-rode coalitie ontstaan 

Houding bisschoppen ten opzichte van de socialisten 

u  De katholieke bisschoppen hadden voor de oorlog regelmatig met afkeer gesproken over het socialisme en zij hadden geloofsgenoten verboden om lid te worden van socialistische organisaties op straffe van uitstoting uit de kerk. Slechts in `uiterste noodzaak´ waren de katholieken bereid met socialisten in een kabinet samen te werken. 

u   Maar na 1937 waren de verhoudingen wat minder gespannen geworden. De socialisten hadden de klassenstrijdgedachte overboord gezet en waren meer gaan spreken over samenwerking en overleg tussen werkgevers en werknemers (harmoniemodel). 

u  Omgekeerd hadden de katholieken de gedachte overgenomen dat in een crisissituatie de regering een actieve rol moest spelen in de economie en dat de economie meer planmatig moest worden aangepakt (wat de socialisten ook wilden).

u  De katholieken wantrouwden de (werkelijke) bedoelingen van de socialisten. De PvdA sprak op een onvriendelijke toon over het kapitalisme als over een systeem waarin de klassentegenstellingen alleen maar werden aangewakkerd.

u  Een van de middelen om het kapitalisme te bestrijden was de socialisatie van bedrijven.

 

Bisschoppelijk Mandement in 1954

u  De Nederlandse bisschoppen vaardigden in 1954 een MANDEMENT uit over ‘ de Katholiek in het openbare leven van deze tijd’. Hierin werd het lidmaatschap van het socialistische NVV ( Nederlands verbond van Vakverenigingen) verboden. 

u  Ook mocht men niet op de PvdA  stemmen en luisteren naar de VARA.

u  Het was een laatste stuiptrekking om te proberen de toenemende secularisatie (ontkerkelijking) te niet te doen.

b) de wederopbouw en het economisch herstel

 Maatregelen genomen door de regering

u  Geleide loon en prijspolitiek.

u  In feite kwam het hier op neer dat alleen wanneer de kosten van levensonderhoud stegen, door stijging van de prijzen, de lonen verhoogd werden

u  In feite kwam het hier op neer dat alleen wanneer de kosten van levensonderhoud stegen, door stijging van de prijzen, de lonen verhoogd werden. 

u  het duurde nog tot 1948 voordat een begin gemaakt kon worden met het geleidelijk opheffen van het bonnenstelsel.

u  Het herstel in de landbouw werd afgeremd omdat hele gebieden eerst drooggemalen moesten worden en omdat er gebrek aan kunstmest was.

u  Ook het productietempo lag niet hoog omdat de gezondheid van de arbeiders te wensen over liet.

u  Ook waren er niet altijd voldoende grondstoffen.

u  Het herstel kostte veel geld en Nederland was juist een verarmd land. De staatsschuld was tijdens de oorlog verzesvoudigd (van 4 miljard gulden in 1940 tot 23,6 miljard gulden in 1945).

u  De betalingsbalans vertoonde een groot tekort omdat de invoer beduidend hoger was dan de uitvoer.

Truman-doctrine uitwerking Koude Oorlog

u  Wordt een land van buiten of van binnen uit door het communisme bedreigd dan zullen we daartegen optreden.

u  Om verdere verspreiding van het communisme te voorkomen ontwikkelde de Verenigde Staten de ‘Containment politiek’.

u  Economische hulpverlening door middel van het Marshallplan.

 

u  Militaire samenwerking in de Noord Atlantische Verdragsorganisatie.

De Marshall-hulp 

  

De minister van buitenlandse zaken Marshall verklaarde dat de Verenigde Staten bereid waren om Europa met geld en goederen te steunen, wanneer de Europese staten daar gezamenlijk om zouden vragen. 

Een gedeelte was een schenking en een gedeelte een lening.

Voorwaarde was vrijhandel.

Stalin verbood daarom de Oost-Europese landen mee te doen met het Marshallplan.

De Marshall Hulp

Economisch Herstel

 

 

u  Marshall-plan heeft de stoot gegeven tot het herstel.

u  De invoer kon doorgaan, waardoor de bedrijven zich verder konden ontwikkelen en de productie konden opvoeren. 

u  Hierdoor konden de tekorten aan voedsel en andere producten worden opgeheven en kon de uitvoer weer op gang komen.

u  Eind 1949 was het herstel voltooid. De productie in de landbouw en de nijverheid lag toen op of wat boven het niveau van 1938 en datzelfde gold ook voor de uitvoer. 

u  De eerste stap gezet op weg naar de verzorgingsstaat, door de noodwet-Drees van 1947. 

 

Drie factoren die het economisch herstel hebben bevorderd, nl.:

u  1) het actieve ingrijpen van de regering;

u  2) de samenwerking tussen werkgevers en werknemers en tussen hen en de regering;

      u  3) de Marshall-hulp. 

C) De Indonesische kwestie

 

Dekolonisatie was begonnen.

u  In de jaren twintig groeide onder jonge Indonesische intellectuelen het streven om voor Indonesië een grotere mate van autonomie (recht om binnenlandse kwesties zelf te mogen regelen) te krijgen. Tot deze nationalistische beweging behoorden o.a. Soekarno en Mohammed Hatta, leiders van de Partai Nasional Indonesia (PNI). 

u  De Nederlandse regering voelde niets voor het Indonesisch nationalisme. Men verbood de PNI en zette Soekarno en andere leiders gevangen.

 

u  Nederland richtte wel een Volksraad op (voor de helft bestaande uit Nederlanders).

 u  Na bezetting Nederlands-Indië door Japan zetten Soekarno en Hatta strijd voor onafhankelijkheid voort. 

u  Hoewel Wilhelmina had toegezegd dat Ned-Indië meer vrijheid zou krijgen wilde men eigenlijk de situatie van voor de oorlog weer oppakken. Maar in Nederlands-Indië en in de internationale politiek dacht men daar anders over. Er werd wel onderhandeld met de nationalisten maar men zag Soekarno, Hatta en Sharir als collaborateurs.

 u  Na capitulatie van Japan riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid uit.

 

Hoe te reageren?

u  De meningen in Nederland waren verdeeld.

u  CPN wilde de onafhankelijke Republiek zonder meer erkennen.

u  De ARP en CHU stonden op het standpunt van het gezagsherstel. Eerst moest de Republiek vernietigd worden daarna kon onder Nederlandse leiding aan Indonesië een beperkte autonomie gegeven worden.

u  De KVP en PvdA waren wel bereid om met de Republiek Indonesië te gaan praten over autonomie, op grond van het zelfbeschikkingsrecht waarover Wilhelmina het had gehad in haar redevoering van 7 december 1942. 

 

 

In 1946 werd het akkoord van Linggadjati gesloten:

u  Nederland erkende het republikeinse gezag over Java en Sumatra;

u  ·Oprichting van de Verenigde Staten van Indonesië, bestaande uit de republiek, Borneo en Oost-Indonesië.

u  Maar het Nederlandse parlement verwierp het akkoord.

 

Er volgden nu twee zogenoemde ‘Politionele acties’ in 1947 en 1948, in Indonesië echter Agressie I en II genoemd. Het Nederlandse leger werd gesteund door het KNIL, het Koninklijk Nederlands -Indische Leger, waarin veel Molukse beroepsmilitairen zaten. Uiteindelijk moest Nederland onder druk van de VS de onafhankelijkheid van Indonesië erkennen

 

Indonesië onafhankelijk 

u  Op 27 december 1949 werd de soevereiniteit overgedragen. Alleen Nieuw-Guinea bleef koloniaal bezit.

u  De Molukse eenheden werden naar Nederland overgebracht en bleven hun ideaal van een vrije Molukken nastreven. Deze Republik Maluku Selatan (RMS) kon echter niet worden verwezenlijkt. Samen met de Indische Nederlanders vormden ze een van de eerste culturele minderheden in Nederland.

u  Voor de oorlog had Nederlands-Indië 13% van het Bruto Nationaal Product opgebracht. Dat leidde tot de leus: ‘Indië verloren rampspoed geboren’.

 

 

Neutraliteit Nederland voorgoed voorbij na de Tweede Wereldoorlog

u  De uitkomst van de Tweede Wereldoorlog was dat Nederland deel ging uitmaken van de westerse allianties.

u  Er stonden nu twee grootmachten tegenover elkaar: De communistische Sovjet-Unie en de kapitalistische Verenigde Staten en hun respectievelijke bondgenoten

u  Bij het ontstaan van de Koude Oorlog kwam Nederland in het niet-communistische kamp terecht.

In 1949 sloot Nederland zich aan bij de Noord Atlantische Verdragsorganisatie.

1) Nederland had meegewerkt aan de oprichting van de Verenigde Naties en als lid was men betrokken bij internationale kwesties.

2) Ook had Nederland belang bij de situatie in Duitsland. Wilde de Nederlandse economie zich herstellen, dan was een gezond Duitsland als afnemer en leverancier nodig. En Duitsland, dat bezet was door de geallieerden, was een middelpunt in de internationale politiek.

3) Voor economische hulp was men voor een groot deel afhankelijk van de Verenigde Staten (denk aan het Marshall-plan). Niet alleen waren de Verenigde Staten een leidende mogendheid in de internationale politiek, maar ook moest Nederland voor de verdeling van de Marshall-hulp samenwerken met andere West-Europese staten in de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES).

 

Europese samenwerking

u  met als doel voorkomen van een nieuwe oorlog in Europa

u  Oprichting EGKS Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952

u  Oprichting Euratom toepassing kernenergie op vreedzame wijze op 25 maart 1957

u  Oprichting EEG Europese Economische Gemeenschap door Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië door middel van het verdrag van Rome. 25 maart 1957.

 

Nederland industrialiseert!

Er waren drie motieven voor dit industrialisatiebe­leid.

u  Ten eerste was men bang voor een terugkeer van de eco­nomische crisis van de jaren dertig. Vooral de angst voor langdurige massawerkloosheid zat er diep in. 

u  Ten tweede diende de Nederlandse export toe te nemen.

u  Ten derde was er grote bezorgd­heid over de mogelijke financiële gevolgen van het verlies van Nederlands-Indië

u  Het economische beleid in de tweede helft van de jaren veer­tig en in de jaren vijftig was een groot succes.

 

Ontwikkeling inkomen per hoofd van de bevolking

 

u  Tussen 1945 en 1958 werkte de Nederlander gemiddeld 49 uur per week. Dit was meer dan in alle andere West-Europese landen. 

u   Het aantal arbeidsuren nam langzaam af. Vanaf 1960 werd de vrije zaterdag ingevoerd. Van nu af werd er vijf dagen en gemiddeld 45 uur in de week gewerkt. Geleidelijk daalde de arbeidsduur verder tot 40 uur per week aan het einde van de jaren zeventig. Ook steeg het aantal vrije dagen.

u  Het recht op vakantie met behoud van loon werd in 1966 wettelijk geregeld.

 

 Massale woningbouw

 

u  Er was in Nederland in de jaren vijftig en zestig een schreeuwend tekort aan woningen. De regering beschouwde sinds 1950 de woningnood als volksvijand nummer één. 

u  Een huwelijks- en geboortegolf na de oorlog maakten dat er in 1950 al 250 000 woningen te weinig waren. 

 

u   Het overheidsbeleid was er daarom vanaf 1950 op gericht zo snel mogelijk zoveel mogelijk woningen te laten bouwen. Jaarlijks subsidieerde de overheid de bouw van tien­duizenden woningwetwoningen volgens de bepalingen van de Woningwet van 1901.

 

u  De Woonruimtewet uit 1947 gaf de lokale overheid verregaande bevoegdheden bij het verdelen van het schaarste-artikel `woonruimte'. 

u  In de jaren vijftig betaalde de overheid aan 97% van het totaal gebouwde woningen mee, door aan gemeenten en woningbouwverenigingen subsidies te verstrekken. 

u   Aanvan­kelijk nam de lokale overheid zelf vaak het initiatief bij het bouwen van woningen; vanaf 1965 liet ze dat over aan de woningbouwcorporaties.

 

u  Toenemende verstedelijking.

 

Actieve gezinspolitiek

u  Net als bij de opbouw van de verzorgingsstaat voerde de overheid ook in de woningbouw een actieve sekse- en gezinspolitiek. 

u  Met andersoortige huishoudens en met alleenstaanden werd bij het bouwen niet of nauwelijks rekening gehouden.

  Aantal echtscheidingen per 10.000 gehuwde mannen.

 

 

 

Aantal buitenechtelijke geboorten per 1000- niet-gehuwde vrouwen van 15 tot 49 jaar

 

Einde Rooms-Rode samenwerking

u  Onder het derde kabinet-Drees (1952-1956) waren er diverse loonsverhogingen en belastingverhogingen geweest en ook de overheidsuitgaven stegen snel. Daardoor was er langzamerhand sprake van overbesteding. De economische situatie verslechterde nog in 1956. De (gedwongen) terugkeer van Nederlanders uit Indonesië leidde bovendien tot extra problemen.

 

u  Het kabinet besloot onder leiding van de nieuwe minister van Financiën, de PvdA'er Hofstra , tot een zogenaamde bestedingsbeperking. Ook de Sociaal -Economische Raad had daartoe overigens geadviseerd. Er werd gesproken van bestedingsbeperking, omdat niet alleen de overheid, maar ook bedrijven en consumenten pas op de plaats moesten maken. Loonsverhogingen waren enige tijd uit den boze.

 

u  Staten en gemeenteraadsverkiezingen in 1958 verliepen slecht voor de PvdA.

u  De PvdA verweet de andere regeringspartijen en met name de KVP dat zij de PvdA de 'bestedingsbeperking' in de schoenen wilde schuiven. 

 

u  De uiteindelijke breuk was vooral het gevolg van de steeds verslechterende verhouding tussen de regeringsfracties. 

 

 

Verkiezingen Tweede Kamer 1956 en 1959

 

     

Dit is het einde van deel 8 van de geschiedenis van Nederland

Zie verder

Deel 1 De geschiedenis van Nederland. Van de late Middeleeuwen tot 1576

Deel 2 De geschiedenis van Nederland van 1576 tot 1648

Deel 3 De geschiedenis van Nederland 1648-1795

Deel 4 De geschiedenis van Nederland van 1795 tot 1840

Deel 5 geschiedenis van Nederland van 1840-1890

Deel 6 geschiedenis van Nederland 1890-1940

Deel 7 geschiedenis van Nederland 1940-1946