We hebben 229 gasten online

2006 Jan Peter Balkenende: 'Nieuw leren'is niet per se de beste aanpak

Gepost in Onderwijs

Volkskrant Forum 31 oktober 2006

Competentiegericht leren is is een aanpak onder vele. Niet elke school en niet elke ouder hoeft ervoor te kiezen. Jan Peter Balkenende over variatie in het onderwijs.

 

Het boek dat ik zojuist ontving, heet De nieuwe schoolstrijd! Het gaat volgens de samenstellers opnieuw om de klassieke strijd voor de vrijheid van onderwijs. De achterzijde van het boek verwoordt de inzet: 'Scholen, hogescholen en universiteiten ruiken de vrijheid. Daardoor ontvlamt het debat over de klassieke vraag: van wie is 'de school' eigenlijk? Van de leraren en docenten? Van de ouders, leerlingen, studenten? Van de schoolbesturen en Colleges van bestuur? De overheid moet nieuwe spelregels vastleggen. Maar welke?

De vrijheid van onderwijs is in Nederland een groot goed. het onderwijsbeleid gaat uit van artikel 23 van de Grondwet Daarin is rechtsgelijkheid en vrijheid van onderwijs (richting, inrichting en stichting) gewaarborgd en de zorg van de overheid voor het onderwijs geformuleerd.

Dankzij deze vrijheid is er divers schoolaanbod en is de kwaliteit van het onderwijs volgens verschillende nationale en internationale onderzoeken hoog. toch zijn er ook zorgen. Als ik de samenstellers van de bundel goed versta, gaat dit precies over de vraag of ouders wel voldoende keuzevrijheid en inzicht hebben om de school te kiezen die bij hun levensvisie, en in niet mindere mate bij hun pedagogische overtuigingen past.

Vroeger, bij de schoolstrijd rond 1900, was er sprake van strijd om religieuze differentiatie. Die is nog steeds relevant, omdat onder andere bij de oprichting van moslimscholen en pogingen van sommigen die op voorhand te verbieden of te ontmoedigen. Nu gaat de strijd echter in toenemende mate ook over de pedagogische differentiatie.

Het CDA wees al in zijn verkiezingsprogramma in 1986 op het belang van een dergelijke pedagogische differentiatie."Met het oog op de maatschappelijke en persoonlijkheidsvorming van de leerlingen is het van bijzondere betekenis dat levensbeschouwelijke én pedagogische idealen in de school doorwerken. Onze visie op eigen aard en taak van de school verzet zich tegen bureaucratisering, die zich manifesteert in gedetailleerde regelgeving en een stroom van nadere voorschriften en aanwijzingen. De beleidsruimte van de school dient met name ook materieel te worden vergroot ten aanzien van leerplan, lessentabel en onderwijsorganisatie".

De woorden uit die tijd blijken hyperactueel. In de afgelopen kabinetsperiode is door onderwijsminister Van der Hoeven de onderwijsvrijheid herwonnen die door de dichtgeregelde en uniformerende aanpak van onder andere het studiehuis verloren is gegaan.

In de jaren negentig werd het studiehuis ingevoerd. Leerlingen in het voortgezet onderwijs zouden vooral zelf kennis moeten verwerven. Actief en op zelfstandige leerlingen gericht onderwijs werd meer en meer de norm. deze norm kwam bovenop het beleid om leelringen in het voortgezet onderwijs zolang mogelijk hetzelfde onderwijs te geven. Maar een dergelijke aanpak miskent de verschillen tussen mensen. de basisvorming bleek veel te theoretisch voor praktisch ingestelde jongeren.

Leraren hebben het zelfstandig leren bovendien ervaren als een aantasting van hun professionaliteit. En bovenal: de didactiek - en daarmee de inrichting van het onderwijs - is in eerste instantie een zaak voor de scholen.

Zonder al te veel ophef en ideologisch debatteren zijn het studiehuis en de basisvorming als min of meer verplichtende aanpak afgeschaft. Scholen hebben meer ruimte gekregen hun eigen stempel op het onderwijs te zetten. Met name het vmbo heeft daarvan gebruik gemaakt. het is contextrijker gaan werken, banden met het bedrijfsleven zijn versterkt. de werkplek is in de school terechtgekomen. de onderwijspolitiek van de afgelopen jaren heeft dat terecht gehonoreerd.

De schoolstrijd van nu is veel diffuser dan die van de 19e eeuw. in haar redactioneel wijst de redactie van de nieuwe schoolstrijd! op nieuwe blokkades voor de inrichtings- en stichtingsvrijheid die meer bestuurlijk en sociologisch van aard zijn. het boek wijst op de grote concentraties van scholen en de rol van de inspectie.

Om de keuzevrijheid voor ouders te vergroten, is het nodig de stichtingsnormen te verlagen en de fusiedrift tegen te gaan. De inspectie mag en moet oordelen over de kwaliteit van de uitkomsten van het onderwijs, maar moet terughoudend zijn met pedagogische aanbevelingen. Over het hoe gaan de scholen; over het wat gaat - voor een deel - de inspectie. Het moet duidelijk zijn dat het nieuwe, competentie gerichte leren dat een groot appèl doet op de zelfstandigheid van leerlingen en op hun eigen kennisverwerving, maar een aanpak onder de vele is. Een aanpak die niet per se de beste hoeft te zijn. Een aanpak waarvoor niet elke school en ook niet elke ouder hoeft te kiezen. Keuzevrijheid herstellen, heeft als voorwaarde dat we weten dat er iets kiezen valt, dat er variatie is, dat inzicht is in de benaderingen van scholen en dat dit niet-diffuus blijft.. Daarom staat in het CDA-verkiezings programma dat scholen meer mogelijkheden krijgen om invulling te geven. aan het onderwijs, via de (op te hogen) lump sum en door minder centrale regels.

Inderdaad:,meervrijheid van onderwijs en meer differentiatie zijn goed voor de kwaliteit van het onderwijs. Het is niet de bedoeling de nieuwe onderwijsvrijheid nu weer snel top down dicht te regelen. Vrijheid is in de christen-democratische visie nooit inhoudloos of vrijblijvend. De scholen moeten wel hun interne verantwoording op orde hebben en aangeven hoe zij de ruimte voor goed onderwijs benutten. Er wordt te veel gecontroleerd in onderwijsland, maar te weinig afgerekend op kwaliteit. Meer transparantie en een heldere onderwijsvisie van scholen en vooral het inlichten van ouders daarover horen bij de nieuwe vrijheid.

Het is niet voor niets dat minister Van der Hoeven wil dat de verantwoording van scholen aan duidelijke kwaliteitseisen voldoet En als ze daaraan voldoen, past daarbij ook een ander regime van inspectietoezicht. Bij de nieuwe vrijheid horen noch monopolies, noch schaalvergroting. Gelijkvormigheid brengt de vrijheid van onderwijskeuze in gevaar.

Bij de nieuwe vrijheid passen hoge eisen en ambities en voldoende middelen voor de scholen en de leraren om deze waar te maken. Het CDA wil daarom een miljard extra investeren in onderwijs. Er zal meer geld komen voor voorschoolse les voor kinderen met een taalachterstand. We willen investeren in docenten. Scholen krijgen meer financiële mogelijkheden om leraren een beter carrièreperspectief te bieden, door prestatiebeloning en het toepassen van meer belonings- en functiedifferentiatie. Dat moedigt leraren aan zich verder te ontwikkelen en te scholen. Er moet eerherstel voor het beroepsonderwijs komen. We investeren verder door ervoor te zorgen dat ouders geen kosten hebben aan schoolboeken.

Bekostiging en regelgeving moeten ook het kleinschalig organiseren van het onderwijs mogelijk maken en bevorderen. Er komt een eenmalige extra-impuls in kleinschalige onderwijshuisvesting. Het beter benutten van mogelijkheden van multifunctionele scholenbouw, biedt kansen ook op het platteland voorzieningen in stand te houden. Ten slotte investeren we ook flink in volwasseneneducatie.

Vooral de grote steden hebben te maken met een enorme integratieproblematiek. Wij willen die verschillen aan de bron aanpakken: bij de ouders die hier naartoe komen, maar dan ook het onderwijs bekostigen. Meer verplichtend, maar dan ook meer investeren in de scholing van nieuwkomers...Problemen bij de bron aanpakken, ook door jonge kinderen met taalachterstanden spelend maar met succes te laten leren. Het CDA trekt hiervoor 200 miljoen per jaar uit.

Kortom: het gaat om meer keuzevrijheid voor leerlingen, studenten, leraren én ouders. Om meer ruimte en middelen voor leraren om hun werk met passie en bezieling te kunnen doen. Maar het gaat ook om eisen die we stellen aan de onderwijskwaliteit, aan heldere exameneisen, aan de verantwoording van scholen, tot aan de volwasseneneducatie van nieuwkomers. Dat alles past uitstekend in de maatschappelijke investeringsagenda die het CDA voorstaat.

Dit is' de (ingekorte) speech die Jan Peter Balkenende maandag uitsprak bij het in ontvangst nemen van het boek De nieuwe schoolstrijd! (redactie Thijs Jansen, Gerrit de Jong en Ab Klink; uitgeverij Boom).