We hebben 149 gasten online

Economie

Hfst 1 CSE Dynamiek en Stagnatie in de Republiek Vwo Feniks

Gepost in Nederland

Hoofdstuk 1: Op de drempel van de gouden eeuw

dynamiek en stagnatie

Deelvraag:

Welke economische en politieke veranderingen vonden er tijdens de vijftiende en zestiende eeuw plaats in de Nederlandse gewesten?

Inleiding

1585 werd een berucht jaar voor Antwerpen. De stad was in de Middeleeuwen uitgegroeid tot een van de belangrijkste handelscentra van Europa. Antwerpen was uitgegroeid tot een stapelmarkt voor de kooplieden. In 1568 brak de Tachtigjarige Oorlog uit. Verschillende Nederlandse gewesten kwamen in opstand tegen de Spaanse overheersing. De Nederlandse gewesten, ook Antwerpen, maakten deel uit van het Habsburgse Rijk met Filips II aan het hoofd. Hij was koning van Spanje en ook heer van de Nederlanden. Antwerpen had zich aangesloten bij de opstandelingen.Filips II stuurde verschillende veldheren om de opstand neer te slaan. Het lukte de hertog van Parma om belangrijke Vlaamse en Brabantse steden als Mechelen en Brussel weer in Spaanse handen te krijgen. In 1584 besloot hij om Antwerpen te belegeren. De stad werd gebarricadeerd. Om uithongering van de hele bevolking te voorkomen, gaf Antwerpen zich op 25 augustus 1585 over. Tienduizenden inwoners (onder wie veel rijke handelaren en ambachtslieden) vluchtten uit angst voor de Spanjaarden naar steden in de Noordelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk.Amsterdam zou de positie van handelscentrum van Europa overnemen en bevond zich op de drempel van de Gouden Eeuw.

Het belang van dit onderwerp

Dit hoofdstuk behandelt eerst de politieke situatie in de Nederlandse gewesten tijdens de vijftiende en zestiende eeuw. Een belangrijkste gebeurtenis was de Tachtigjarige Oorlog (ook wel Opstand genoemd). Die leidde tot het ontstaan van de onafhankelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Vervolgens wordt de economie van de Nederlandse gewesten in dezelfde periode onder de loep genomen. Op de drempel van de Gouden eeuw verbeterde de positie van het gewest Holland. Naast veranderingen in de landbouw kijkt dit hoofdstuk naar de opkomst van de handel en nijverheid.

1.1 De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Dit onderwerp gaat over de Republiek ten tijde van de Gouden Eeuw. Maar over welk gebied gaat het dan eigenlijk? En wie hadden het voor het zeggen?'De Nederlanden' was een verzameling van verschillende staatjes of lorraine

gewesten die vanaf 1400 onder het gezag waren gekomen van de hertogen van Bourgondië. Het grondgebied van de Bourgondische staat breidde zich in de loop van de Middeleeuwen uit. De Bourgondische hertogen wisten door veroveringsoorlogen, maar ook met het sluiten van huwelijken hun grondgebied steeds verder te vergroten.De laatste hertog van Bourgondië was Karel de Stoute ( 1467-1477). Na zijn dood erfde zijn dochter Maria de Rijke alle gebieden en trouwde met Maximilliaan van Habsburg. Hij was de zoon van de Duitse keizer. Op die manier werden de Nederlandse gewesten een onderdeel van het Habsburgse Rijk.De zoon van Maria en Maximilliaan, Filips de Schone trouwde met Johanna de Waanzinnige. Zij was de dochter van de Spaanse koning. Toen deze stierf kwam ook het Spaanse rijk in het bezit van de Habsburgers.bourgondische nlFilips de Schone overleed in 1506. Hij werd in 1515 opgevolgd door zijn zoon Karel de V, die toen nog meer 15 jaar oud was. Karel de V werd heer van de Nederlandse gewesten. Hij erfde het hoogste gezag per gewest. Een aantal gewesten in het noordoosten van de Nederlanden, (Drenthe, Groningen en Friesland), was nog niet in handen van de Habsburgers. Daarom begon Karel de V een aantal oorlogen om die gebieden te veroveren. Dit lukte uiteindelijk in 1543, waardoor alle zeventien gewesten nu in handen waren van de Habsburgers. Vijf jaar later werd besloten dat de Nederlandse gewesten een ondeelbare bestuurlijke eenheid moesten blijven vormen. Men noemde deze eenheid de Bourgondische Kreits.Karel de V was een machtig vorst. Hij was:
  • Heer van de Nederlandse gewesten;
  • Keizer van het Duitse Rijk;
  • Koning van Italië en Spanje
  • Koning over de ontdekte gebieden in Midden- en Zuid Amerika.
De Nederlandse gewesten waren zeer verschillend van elkaar. Van een eenheid was geen sprake. De inwoners van die gewesten voelden zich dan ook geen Nederlander, maar eerder inwoner van hun gewest. In elk gewest werd een ander dialect gesproken kende men andere gewoontes en gebruiken. Ieder gewest stelde voor een groot deel zijn eigen regels en wetten op. Ook sloeg men eigen munten. Dit waren allemaal voorrechten (privileges ) van de gewesten, waarvan de vorsten (zoals Karel V) hadden beloofd ze te zullen respecteren en handhaven. Al die verschillende regels, afspraken en gewoontes maakten het lastig om het gebied efficiënt te besturen.De Bourgondische hertogen waren aan het eind van de Middeleeuwen begonnen met het verkleinen van de voorrechten van de gewesten en het vergroten van de centrale macht van de vorst. De besluiten die centraal genomen werden, moesten gelden voor iedereen in het rijk. Deze centralisatiepolitiek van de Bourgondische hertogen bleek uit de instelling van de Staten-Generaal in 1464. Alle gewesten moesten afgevaardigden sturen naar deze vergadering. Er werd beslist over nieuwe beleidsmaatregelen en om goedkeuring te vragen over het heffen van belastingen. Toen de Habsburgers aan de macht kwamen bleven ze gebruik maken van de Staten-Generaal.De centralisatiepolitiek in de Nederlanden zou de Habsburgers uiteindelijk grote problemen opleveren. Steeds vaker gaven de Staten-Generaal geen toestemming aan de landsheer voor het innen van nog meer belasting. Dat geld werd door de vorst gebruikt voor bijvoorbeeld het voeren van oorlogen, waar het gewest zelf geen direct voordeel van had. Daarbij kwam nog dat de politieke macht van de adel afnam doordat de vorsten zich lieten adviseren door raadgevers.willem van oranje

In 1568 kwamen de Noordelijke Nederlandse gewesten onder leiding van Willem van Oranje in Opstand tegen Filips II. Dat waren de gewesten Zeeland, Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Friesland en Groningen. Deze Opstand wordt ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd (1568-1648).Voor het ontstaan van de Opstand zijn twee oorzaken te geven:

  • De ontevredenheid onder de bevolking over de centralisatiepolitiek nam steeds meer toe. Vanaf 1560 verloren de Nederlandse gewesten en de Nederlandse adel steeds meer van hun oude bevoegdheden. Ook Filips II hief steeds zwaardere belastingen. De accijnzen op bier, laken, en wijn waren hoog.
  • Er ontstond onder de bevolking steeds meer kritiek op de strenge vervolging van de protestanten. De protestanten waren een protestbeweging (Reformatie) die in opstand kwamen tegen misbruik en de manier van geloven binnen de Katholieke Kerk. Filips II stond echter in zijn rijk alleen het katholieke geloof toe en in zijn ogen waren protestanten ketters.

Het gevolg van de Tachtigjarige oorlog was een uiteindelijke scheiding in de Nederlanden. De Noordelijke gewesten slaagden erin de Spaanse troepen te verslaan en werden onafhankelijk van het Habsburgse rijk. Zij vormden vanaf 1587 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, ook wel de Republiek genoemd.

1.2 Hollandse boeren en de moedernegotie

Hoe was de economische situatie in de Nederlandse gewesten? Waar leefden de ongeveer drie miljoen inwoners van in de agrarisch-stedelijke samenleving tijdens de Late Middeleeuwen (1300-1500)?De landbouw speelde een zeer belangrijke rol in de economie. De economie van de Republiek groeide in de zeventiende eeuw zo sterk, dat we deze ook wel de Gouden Eeuw noemen.Rond de overgang van de vijftiende naar de zestiende eeuw kwam er een duidelijke economische groei op gang. De rijkste en machtigste gebieden van de Nederlanden lagen in de vijftiende en zestiende eeuw in de Zuidelijke gewesten. In de loop van de zestiende eeuw werd Antwerpen het belangrijkste handelscentrum. Antwerpen telde in 1526 al vijftigduizend inwoners. Brussel was ongeveer bijna net zo groot. Amsterdam haalde toen maar nauwelijks tienduizend inwoners. In Leiden de grootste stad van Holland, woonden veertienduizend burgers. Voor de armoedige positie van met name Holland kunnen drie redenen worden genoemd:

  • Grootschalige graanverbouw was in Holland onmogelijk. De landbouwgrond was hiervoor niet geschikt. De meeste boeren produceerden niet voldoende om er van te kunnen leven. Ze moesten hun inkomen aanvullen met extra middelen. Men was dus genoodzaakt graan van elders te halen.
  • Het gewest Holland kreeg in de Late Middeleeuwen regelmatig te maken met overstromingen. Door de verwoestende overstromingen nam de schaarste toe en stegen de prijzen van levensmiddelen.
  • De steden in Holland waren in vergelijking met de Vlaamse steden en de Hanze-steden klein en economisch niet erg ontwikkeld. De Hanze was een samenwerkingsverband tussen Noord-Europese steden. De handelaren probeerden zo de handel met het Oostzeegebied uit te breiden en te beschermen. De handelaren van de Hollandse steden waren bijna helemaal afhankelijk van de handel en de nijverheid in Brugge, Gent en later Antwerpen.

Ondanks deze situatie groeide de bevolking vanaf het begin van de zestiende eeuw snel. In 1514 telde het gewest Holland ongeveer 275.000 inwoners. honderd jaar later waren dat er al 672.000. De helft van de inwoners van Holland aan het begin van de zeventiende eeuw woonde in een stad. Hoe kwam deze groeiende bevolking aan voldoende eten? Thomas Malthus beschreef in 1789 een economische wetmatigheid. Hij stelde dat de bevolking niet verder kon groeien wanneer er onvoldoende landbouwgrond beschikbaar is. Want te weinig grond betekent te weinig voedsel en dus honger. Zou de bevolking zo snel groeien dat de landbouw onvoldoende voedsel kon produceren, dan was er sprake van zogenaamde malthusiaanse spanningen. Door hongersnood en epidemieën zou de bevolkingsomvang dan weer afnemen. Maar van malthusiaanse spanningen was in de Republiek, ondanks de slechte landbouwgrond, geen sprake.Dat kwam omdat al in de veertiende eeuw Hollandse kooplieden naar het Oostzeegebied trokken omdat daar dunbevolkte landen waren die broodgranen verbouwden in grote hoeveelheden. Door de import van dit graan wist Holland de groeiende bevolking te voeden. Die graanhandel was zo belangrijk dat men die handel ook wel de moeder negotie (negotie betekent handel) noemde. Van alle schepen die in 1503 voorbij de Sont voeren, was zeventig procent afkomstig uit de Nederlandse gewesten. Dat waren 350 schepen, waarmee twintigduizend ton graan werd vervoerd.Amsterdam was in het midden van de zestiende eeuw de graanmarkt van de Nederlanden geworden. Graan werd overigens niet alleen gebruikt voor het bakken van brood. Het was ook een van de belangrijkste ingrediënten van bier. Deze drank, die toen minder alcohol bevatte dan tegenwoordig, werd dagelijks door jong en oud gedronken.

 
.hanzesteden

De toename van het aantal Hollandse schepen in het Oostzeegebied leidde tot spanningen met de Hanzesteden. Maar vanaf de vijftiende eeuw konden zij de concurrentie met de Hollandse handelaren niet meer aan. De schepen uit Amsterdam waren veel groter dan die van de Hanzesteden. Door massatransport konden de Hollandse handelaren de producten goedkoper aanbieden in Europa dan het Hanzeverbond. Onder aanvoering van Lübeck, een Hanzestad in het noorden van Duitsland, werd nog geprobeerd de Hollanders met geweld tegen te weren. Het lukte echter niet de Hollanders uit het Oostzeegebied weg te houden.Wat waren de effecten van de handel in graan uit het Oostzeegebied op de landbouw en andere economische sectoren van de Noordelijke Gewesten?

  • De Hollandse landbouw werd uiteindelijk de meest efficiënte van Europa. De landbouwgrond was dan wel niet geschikt voor de verbouwing van granen, maar gras kon er prima op groeien. Dat gold ook voor handelsgewassen zoals vlas, koolzaad en hennep. Vlas en hennep werden verwerkt tot textiel of touw. Uit koolzaad kon olie worden gemaakt. Op weilanden kon vee grazen en ontstond er zuivelproductie (kaas en boter). De meeste boeren specialiseerden zich in de verbouw van een bepaald product en durfden geld in hun bedrijfje te investeren. De landbouwbedrijven waren dus kapitaalintensief en gecommercialiseerd. Dat de Hollandse boeren voor hun tijd erg commercieel waren ingesteld, verklaren sommige historici met het feit dat de meeste boeren in dit gewest vrije boeren waren. In de meeste Europese landen was dat anders omdat daar het feodalisme werd toegepast.

  • Om de landbouwgrond goed te beschermen, waren al in de Middeleeuwen waterschappen gevormd. Deze organisaties zorgden voor de aanleg en het onderhoud van dijken, en het droogmalen van polders.

  • De Hollanders haalden graan uit het Oostzeegebied en verkochten er hun handelsgewassen uit de landbouw. Maar er was ook vraag naar laken (textiel), zout en wijn. Amsterdamse schepen brachten ook graan naar Zuid-Europa.

  • Haring bleek ook een geliefd product in het Oostzeegebied. De Hollandse haringvloot telde rond 1475 ruim 250 schepen, waarop drieduizend vissers werkten. In 1562 waren dat er al vijfhonderd, met zevenduizend opvarenden. Men paste op zee de techniek van het haringkaken toe. Op zee werden op het schip, de haringbuis, bij de gevangen haringen de kieuwen en ingewanden weggehaald en werden de haringen in zout verpakt waardoor ze langer houdbaar waren en dus verhandelbaar.

  • In de landbouw waren door de commercialisering minder mensen nodig. Deze verhuisden van het platteland naar de steden om daar werk te vinden. Dit proces noemen we verstedelijking of urbanisatie. De Noordelijke gewesten waren het meest verstedelijkte gebied van Europa.

1.3 Trafieken en pakhuizen

De steden in de Nederlandse gewesten groeiden. Maar waar verdienden de inwoners hun geld mee? In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe de nijverheid en handel in de Nederlandse steden tot bloei kwamen.Door de bevolkingsgroei en de commercialisering van de landbouw steeg de binnenlandse vraag naar allerlei producten en diensten. In de Hollandse en Zeeuwse steden groeide de textielnijverheid. Sommige steden, zoals Leiden, specialiseerden zich in de productie en verwerking van textiel. Aan het einde van de zestiende eeuw liep de textielnijverheid in Holland weer terug. Daarnaast maakten de scheepvaart en scheepsbouw gouden tijden door. Aan het begin van de zestiende eeuw had de Republiek al een handelsvloot die groter was dan die van Engeland en Frankrijk samen. Kooplieden investeerden vaak samen in de bouw van een schip. Zo werden de financiële risico's gespreid. Het aantal schepen dat in Holland voor de handel werd ingezet nam enorm toe. Rond 1535 waren er in dit gewest ongeveer vierhonderd schepen actief in de overzeese handel. In de tweede helft was dat al gegroeid naar ruim 1800.

.karveel

Men name in Amsterdam, Dordrecht, Haarlem, Edam, Hoorn en Enkhuizen vestigden zich scheepswerven, waar jaarlijks tientallen schepen werden gebouwd. In de zestiende eeuw was dat men name een type zeilschip, het karveel. Met een karveel konden de Hollandse handelaren binnen een jaar producten uit Zuid-Europa halen, deze verhandelen in het Oostzeegebied en met andere handelswaar en winst terugkeren naar de havensteden in Holland. De handelaren brachten ruwe grondstoffen naar de steden. Vele daarvan werden eerst bewerkt in trafieken tot eindproducten, voordat ze weer doorverhandeld konden worden (een voorbeeld van een trafiek is een houtzagerij).In de Middeleeuwen was in veel Europese steden de nijverheid in handen van de gilden. Een gilde was een organisatie die opkwam voor mensen met hetzelfde beroep. Vaak mocht je alleen een beroep uitoefenen wanneer je was aangesloten bij het bijbehorende gilde. De gilden hadden in de Hollandse steden echter niet zo'n machtige positie als in de Zuidelijke gewesten het geval was.In de zestiende eeuw stonden veel Hollandse en Zeeuwse steden nog in de schaduw van Brugge en zeker Antwerpen. In Antwerpen was aan het begin van de zestiende eeuw merkbaar dat er een wereldeconomie was ontstaan. Rond 1500 kozen de Portugezen ervoor om de specerijen, die zij uit Azië haalden, vanuit Antwerpen te verhandelen.Langzaam maar zeker nam Amsterdam aan het einde van de zestiende eeuw de positie van Antwerpen over. Veel Antwerpse kooplieden hadden in die periode minder inkomsten, doordat de Habsburgse machtshebbers bijna failliet waren gegaan aan de oorlogen. Door de financiële problemen van de Habsburgers daalde de vraag naar luxe producten. 1585 was een cruciaal jaar. De Spanjaarden heroverden Antwerpen. Holland en Zeeland sloten de Schelde af voor scheepvaart van en naar Antwerpen. Hierdoor was handeldrijven vanuit Antwerpen erg moeilijk geworden. Veel kooplieden en arbeiders trokken daarom naar steden in de Noordelijke Nederlanden. De meeste Antwerpse vluchtelingen kwamen in Amsterdam terecht. Mede door hun kennis, kapitaal en handelscontacten werd Amsterdam een van de belangrijkste steden in West-Europa.Amsterdam had na 1585 de positie van Antwerpen als stapelmarkt overgenomen. In een stapelmarkt zorgen handelaren voor de aanvoer van grondstoffen en producten. Deze worden er bewerkt, opgeslagen en bij voldoende vraag doorverhandeld.De handelaren speelden een belangrijke rol in de stad. Zij verdienden veel geld met het inkopen van grondstoffen, het laten bewerken van deze grondstoffen en het weer doorverkopen van de eindproducten. Dit systeem werd het handelskapitalisme genoemd. De handel in de Republiek was in handen van een klein groepje kooplieden -regenten. Deze rijke burgers werkten veel met elkaar samen en verdeelden de belangrijkste baantjes onderling, zelfs binnen de eigen familie. Ook had men vaak belangrijke functies in het bestuur van een stad of gewest.Toch bestond de Republiek nog lange tijd uit verschillende stedelijke en regionale economieën die door tolbarrières, handelsbeperkingen, verschillende belastingstelsels, eigen munten en deels zelf te bepalen invoer- en uitvoerrechten veel van elkaar verschilden. De steden in de andere gewesten waren kleiner in aantal dan die in Zeeland en Holland. Daar werd nog voornamelijk geproduceerd voor de lokale markt en werden maar weinig producten over grotere afstand verhandeld.

Samengevat

In de vijftiende en zestiende eeuw waren er grote veranderingen op politiek en economisch gebied in de Nederlandse gewesten. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwamen de Nederlandse gewesten in opstand tegen de centralisatie- en godsdienstpolitiek van de Habsburgse vorst Filips II. In 1587 ontstond de onafhankelijk Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.De belangrijkste handelssteden van de Nederlanden in de vijftiende en zestiende eeuw waren Brugge en Antwerpen. Aan het einde van de zestiende eeuw groeide de handel en nijverheid in Amsterdam. Deze ontwikkeling staat in verband met de commercialisering van de Hollandse landbouw. In Amsterdam ontstond een stapelmarkt, waar producten uit Zuid-Europa en het Oostzeegebied werden verhandeld. Na 1585 nam Amsterdam de positie van Antwerpen als belangrijkste handelscentrum van West-Europa over. Aan het einde van de zestiende eeuw ging Holland aan kop en was de basis gelegd voor de Gouden Eeuw.

Zie voor Hoofdstuk 2: De Gouden Eeuw 1585-1672 Hfst 2 CSE Dynamiek en Stagnatie in de Republiek Vwo Feniks