We hebben 140 gasten online

Vermogensbeheerder Wilfred Aalders deel 9b

Gepost in De belegger bedrogen

vervolg uitspraak rechtbank den Bosch van 22 november 2010

Project Brand Names

De tenlastelegging in verkorte vorm weergeven:

(Feit 2B)
Met betrekking tot het project Brand Names heeft verdachte volgens de officier van justitie al dan niet samen met zijn mededader(s) met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling in de periode van 1 september tot en met 1 april 2005 in Venlo, en/of in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland en/of Hong Kong, [aangever 7], [aangever 8], [aangever 9] en [aangever 10] bewogen tot afgifte van geldbedragen door in strijd met de waarheid:
- mee te delen/de indruk te wekken dat het investeringsvoorstel van het project afkomstig zou zijn van een accountant in Hong Kong;
- de indruk te wekken dat de risico's van de investering in het project gering waren;
- mee te delen/de indruk te wekken dat met de ingelegde gelden de merken Duncan Jeans en Leopard dan wel het recht op royaltyinkomsten van die merken zouden worden aangekocht;
- in strijd met eerder gemaakte afspraken gelden die als lening waren verstrekt om te zetten in aandelen van Top Trade (International) Ltd. te Hong Kong;
- mee te delen/de indruk te wekken dat er na inleg van gelden royaltyinkomsten ten bedrage van 188.500,- euro waren van de merken Duncan Jeans en Leopard.

De rechtbank zal hierna eerst de standpunten van de officier van justitie en de verdediging weergeven. Aansluitend volgt een korte beschrijving van het project Brand Names
Vervolgens zullen de verklaringen van de aangevers worden besproken. Daarbij zal het tijdstip en omvang van hun investering aan de orde komen. Tevens zal worden weergeven op grond van welke feiten en omstandigheden ieder van hen besloot te investeren in dit project.
Daarna zal worden ingegaan op de rol van de verdachten binnen Brand Names, waarbij niet alleen aandacht zal worden besteed aan het tijdvak voorafgaand aan de daadwerkelijke investeringen, maar ook zal in beperkte mate aandacht worden besteed aan handelen in de periode daarna.
De rechtbank zal afsluiten met haar beslissingen en de motivering ervan.

(Standpunten .......)

Brand Names project
Dit investeringsproject heeft betrekking op exploitatie van de merkrechten Leopard en Duncan jeans. Investeerders worden uitgenodigd deel te nemen in een Hong Kong vennootschap waarbij, afhankelijk van het tijdstip van aflossing, de investeerder uitgekocht kan worden aan de hand van een stijgende afkoopsom.

(......)

Overwegingen rechtbank

Deelvrijspraak
De laatste twee liggende streepjes in de dagvaarding zien op feiten en omstandigheden die bij niemand van de genoemde investeerders heeft bijgedragen aan de beslissing om geld te investeren in het Brand Names project. Reeds om die reden moet vrijspraak volgen in het kader van de ten laste gelegde oplichtingen.

Bewezenverklaring en motivering
De investeerders hadden een groot (persoonlijk) vertrouwen in [verdachte] en mochten dat ook hebben, gelet op zijn voormalige staat van dienst als bankier en (nadien) zijn positie als vermogensbeheerder. De (positieve) resultaten binnen het formele vermogensbeheer door TPC/[verdachte] zullen ongetwijfeld het vertrouwen van deze beleggers/investeerders in [verdachte] hebben vergroot. Daardoor waren de beleggers/investeerders nog meer geneigd om te vertrouwen op de inhoud van de adviezen van [verdachte] en de door hem met de investeerders besproken informatiemap over Brand Names.
De rechtbank acht bewezen dat het project Brand Names niet afkomstig is van [betrokkene 19], maar van [verdachte] en [medeverdachte 1]. De rechtbank baseert dit oordeel op de inhoud van de hierboven omschreven verklaringen van [betrokkene 19], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en uiteraard die van [verdachte] zelf. Ook uit de uitleg die [betrokkene 19] in de loop van november 2005 geeft aan [medeverdachte 4] over de (on)mogelijkheid aandelen terug te kopen op de wijze als omschreven in het investeringsvoorstel blijkt dat hij tevoren geen kennis droeg van de inhoud van het investeringsvoorstel. De inhoud van de informatie van het project was inhoudelijk afkomstig van [medeverdachte 1] en [verdachte], zo verklaren [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]. [medeverdachte 1] en [verdachte] waren al jaren precies op de hoogte van de gang van zaken binnen [HONG KONG HOLDING] en wisten dus beiden dat de merknaam Duncan (en/of afgeleide rechten daarvan) al aanwezig was/waren in [HONG KONG HOLDING] retail BV en vervolgens in ACC en (dus) na het (technisch) faillissement van die vennootschap door middel van een activa-transactie uit de boedel gekocht diende(n) te worden. Dat is ook gebeurd, een dag na het faillissement. Op 7 januari 2004 worden stukken van merkrechtoverdracht (alsnog) getekend door [curator 1], de voormalig bewindvoerder van Duncan Jeans die in 2001 de intellectuele eigendomsrechten uit Duncan Jeans had verkocht aan [HONG KONG HOLDING] Retail BV, na onderhandelingen daaromtrent met [medeverdachte 1].

Uit de verklaringen van de investeerders volgt verder dat allen een zeer groot vertrouwen hadden in [verdachte] en dat zij er van uit gingen (en ook mochten gaan) dat hij hun vermogen eerlijk zou beheren. Verder hebben de getuigen [aangever 7], [aangever 8], [aangever 9] en [aangever 10] allen verklaard dat door [verdachte] mondeling is aangegeven dat de risico's (relatief) beperkt of (nagenoeg) afwezig waren. Ook is door [verdachte] tegen [aangever 8] gezegd dat hij zelf een zeer aanzienlijk geldbedrag in dit project had gestoken. Hierdoor leken de risico's van het investeren in het Brand Names project kleiner.
De rechtbank acht de weergegeven verklaringen van de aangevers geloofwaardig, mede gelet op het patroon van handelen van [verdachte] in de richting van de investeerders dat er ook naar voren komt. Ook in andere projecten wordt door investeerders in gelijke zin verklaard.

De hierboven weergegeven mail van 8 januari 2004 tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] toont aan dat er nooit een plan is geweest om de investeerders werkelijk een direct recht te geven op de merkrechten Leopard en Duncan, zeker gelet op de overschrijving van de merkrechten naar [HONG KONG HOLDING] (de overdrachtsstukken van 7 januari 2004 tussen [curator 1] en [betrokkene 20], een directeur van [HONG KONG HOLDING] ltd.). Dat aan investeerders is gezegd dat er merkrechten zouden worden gekocht volgt niet alleen uit de verklaringen van de aangevers [aangever 10], [aangever 9], [aangever 8] en [aangever 7], maar ook uit de tekst van de brief "van" [betrokkene 19] in de informatiemap, waarin nadrukkelijk wordt gesteld dat er sprake is van een "acquisition" van de twee merken Leopard en Duncan.(Het woord acquisition betekent in goed Nederlands (zie van Dale on line, Rb.) verworven bezit, aankoop).

De rollen van zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] zijn op grond van de geciteerde verklaringen van [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [betrokkene 19] aan te merken als die van onderling gelijkwaardige beleidsbepalers. De getuigen [betrokkene 19] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] beschrijven deze rollen van [verdachte] en [medeverdachte 1]. [verdachte] bevestigt dit beeld tijdens zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris.
Dat [verdachte] en [medeverdachte 1] die gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar hadden in het Brand Names project blijkt bovendien zeer treffend uit het hierboven al aangehaalde mailbericht van [verdachte] aan [medeverdachte 1] van 8 januari 2004. Uit dit mailbericht volgt dat beiden gedetailleerd samen hebben gewerkt in de voorbereiding en het voornemen hebben om belangrijke delen van de inleg in het Brand names project te besteden aan andere projecten en/of aan persoonlijke vergoedingen van niet onaanzienlijke omvang. Dit alles buiten medeweten van de investeerders, die op dat moment of kort daarvoor hun inleg hebben overgemaakt of dat nog moeten doen.

Uit het geheel deze bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] nauw en volledig hebben samengewerkt bij het plegen van de oplichtingen, zodat sprake is van medeplegen. Dat die samenwerking nauw en volledig was volgt bovendien uit het feit dat deze samenwerking ook in dit project tot in 2005 is voortgezet.
Dat [medeverdachte 1] geen direct contact heeft gehad met de investeerders om hen te bewegen tot afgifte van geld, doet daar niet aan af.

Hetgeen hiervoor reeds is overwogen over het begrip "zichzelf of een ander te bevoordelen" is ook in dit subdossier gedeeltelijk van toepassing. Met name het gedeelte van de overweging dat "bevoordelen" er ook in kan bestaan dat derden, worden overgehaald om hun geld toe te vertrouwen aan verdachten ten behoeve van het door hen opgezette project/bedrijf. Of [medeverdachte 1] en/of [verdachte] zich (ook) persoonlijk hebben verrijkt, zoals de tekst van het mailbericht van 8 januari 2004 suggereert, is niet vast komen te staan.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 1 september 2003 tot en met 1 februari 2005 in Nederland en Hong Kong tezamen in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,
[aangever 7] en [aangever 8] en [aangever 9] en [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedragen, hebbende verdachte en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven- bedrieglijk en in strijd met de waarheid medegedeeld, althans de indruk gewekt dat
- het investeringsvoorstel voor het Brand Names project afkomstig zou zijn van Lewis [betrokkene 19], werkzaam bij [bedrijf betrokkene 19], certified public accountants, in Hong Kong; en/of
- de indruk gewekt dat de risico's van de investering in het Brand Names project gering waren en/of
- met het door genoemde personen in te leggen geld twee merken en/of het recht op royalty inkomsten van die twee merken, te weten Duncan Jeans en Leopard, aangekocht zouden worden.







Project [BEDRIJFSNAAM]

De tenlastelegging in verkorte vorm weergeven:

(Feit 2C)
Met betrekking tot het project [BEDRIJFSNAAM] heeft verdachte volgens de officier van justitie al dan niet samen met zijn mededader(s) met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling in de periode van 1 maart 2004 tot en met 19 mei 2004 in Nederland [aangever 11] en [aangever 12] en anderen bewogen tot afgifte van geldbedragen door in met de waarheid:
- niet te vermelden dat verdachte en/of zijn mededader(s) financiële belangen had(den) in [bedrijfsnaam];
- misbruik te maken van bij genoemde beleggers/investeerders opgewekt vertrouwen;
- mee te delen/de indruk te wekken dat de door [aangever 11] en [aangever 12] en anderen verstrekte geldleningen zouden worden geïnvesteerd in [bedrijfsnaam];

Standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachten nagelaten hebben te melden dat zij belangen hadden in [BEDRIJFSNAAM].
Wat de officier van justitie wel bewezen acht is dat verdachten misbruik hebben gemaakt van het bij de investeerders opgewekte vertrouwen en dat zij in strijd met de waarheid medegedeeld hebben dat de geldleningen van de investeerders zouden worden geïnvesteerd in [bedrijfsnaam]
Door de investeerders voor te spiegelen dat het geld werd gefund ten behoeve van [BEDRIJFSNAAM] terwijl dit in werkelijkheid door TPC werd gebruikt om een interne schuld af te lossen, zijn de investeerders misleid. Uit verschillende verklaringen van investeerders blijkt dat zij veel vertrouwen hadden in [verdachte] en TPC als vermogensbeheerder. Van dit vertrouwen is in zeer ernstige mate misbruik gemaakt.
De officier van justitie acht zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] schuldig aan medeplegen van oplichting.

Standpunt van de verdediging.
[verdachte] heeft, voor zover met het oog op de tenlastelegging van belang, het volgende aangevoerd:
-[verdachte] zou zijn belangen niet gemeld hebben. Dat is wel gebeurd.
-[verdachte] zou misbruik gemaakt hebben van het vertrouwen van de investeerders.
[verdachte] heeft zelf geïnvesteerd, en daaruit bleek zijn vertrouwen. Hij heeft zijn standpunt over [BEDRIJFSNAAM] gedeeld met de investeerder, er is dus geen sprake van misbruik van vertrouwen.
-[verdachte] zou de indruk gewekt hebben dat genoemde gelden zouden worden geïnvesteerd in [bedrijfsnaam] De gelden zijn conform afspraak geïnvesteerd. Alle investeerders hadden een leenovereenkomst met [BEDRIJFSNAAM]. Toen zij eind 2004 hun leningen wilden omzetten naar certificaten van aandelen heeft [BEDRIJFSNAAM] dit gedaan. [BEDRIJFSNAAM] heeft dus niet alleen door het tekenen van de leenovereenkomsten, maar ook door het faciliteren van de omzettingen van de leningen naar certificaten van aandelen tweemaal de investeerders erkend. Dat [BEDRIJFSNAAM] heeft besloten met een deel van de gerealiseerde funding een lening aan [HONG KONG HOLDING] te verschaffen, doet daaraan niet af. Dit maakte voor de beleggers geen verschil. Zij hadden een overeenkomst met [BEDRIJFSNAAM]. Zij hebben allen rente op hun leningen ontvangen. De directie van [BEDRIJFSNAAM] heeft verzocht het geld van de rekening van [advocatenkantoor medeverdachte 1]over te maken naar de [investeerders]. Er is dan ook geen onjuiste voorlichting geweest aan investeerders, noch informatie achtergehouden.
Geconcludeerd wordt dat [verdachte] moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen

Investering broers [investeerder]
[investeerder] verklaart22 dat hij en zijn broer op gegeven moment een voorstel hebben gehad van [betrokkene 12], vermogensbeheerder bij TPC (zie algemene overweging over TPC), om ieder een bedrag van € 500.000,= als "Festgeld" weg te zetten voor een periode van een jaar, tot 13 februari 2002. Hij en zijn broer hebben beiden € 500.000,= overgemaakt naar de rekening van de Stichting Derdengelden [advocatenkantoor medeverdachte 1].23

Probleem terugbetaling broers [investeerder]
Omdat, na het verstrijken van de termijn van een jaar, het geld niet werd teruggestort heeft [investeerder] [betrokkene 12] hierop aangesproken, zo verklaart [investeerder], en gezegd dat het geld terug moest.
Op 19 maart 2004 heeft [investeerder] een brief 24 ontvangen van [verdachte] en [medeverdachte 1] namens [HONG KONG HOLDING], waarin werd aangegeven dat het geld geïnvesteerd is in [HONG KONG HOLDING]. [betrokkene 12] heeft dit volgens [investeerder] echter nooit met hem besproken. In de brief wordt het voorstel gedaan om het bedrag uiterlijk 1 juni 2004 te hebben terugbetaald. [investeerder] heeft hierop gereageerd dat hij het met die uitgestelde datum niet eens was.25

[verdachte] is in 2003 en 2004 via zijn [holding verdachte] enig aandeelhouder van TPC en een van de bestuurders. Volgens [verdachte]26 heeft [betrokkene 12] verklaard dat het bedrag van de broers [investeerder] voor de funding van [HONG KONG HOLDING] was, maar dat hij vervolgens in de effecten rapportagemodule van TPC zette dat het hier ging om een depositolening. [verdachte] wist hier niets van. Toen de broers [investeerder] hun geld terugvroegen kwam hij erachter dat de positie in de effectenrapportage niet overeenkwam met wat hem gepresenteerd was.

In de notulen van de directievergadering van TPC27 van 28 april 2004 staat onder punt 3, "Probleem [investeerder]", opgenomen dat [verdachte] het probleem [investeerder] uitlegt. De aanwezige directieleden zijn het er over eens dat TPC (de rechtbank begrijpt in verband met het probleem [investeerder]) een grote mate van aansprakelijkheid zou kunnen treffen. [investeerder] is bij monde van zijn advocaat akkoord met een latere terugbetaling maar tot die tijd moet een bankgarantie gegeven worden. [betrokkene 14] heeft aangegeven niet mee te willen werken.

[verdachte] verklaart voorts28 dat TPC het probleem van de broers [investeerder] zelf had kunnen oplossen. TPC was in die tijd meer dan kredietwaardig. Het was verder mogelijk geweest [betrokkene 12] aan te spreken. Het is niet via TPC gegaan omdat wanneer een lening wordt aangegaan die te maken heeft met het oplossen van een probleem van een van de beleggers je in een verzwaarde procedure terechtkomt met betrekking tot de rapportage naar de AFM. [betrokkene 12] heeft namens TPC gehandeld, daarom heeft [verdachte] de verantwoordelijkheid genomen.

[verdachte] verklaart29 dat hij zich verantwoordelijk voelde voor het terugbetalen van de broers [investeerder] omdat iemand van TPC het had geregeld.

[verdachte] verklaart verder30 dat hij over het probleem [investeerder] een gesprek met [medeverdachte 1] heeft gehad. [medeverdachte 1] vertelde dat als er uitstel van betaling voor [HONG KONG HOLDING] zou komen het terugbetalen van het geld voor de broers [investeerder] geen probleem zou zijn. Tijdens dat overleg bij [medeverdachte 1] werd [BEDRIJFSNAAM] gebeld en een afspraak gemaakt met [betrokkene 21] en [betrokkene 22] van [BEDRIJFSNAAM]. Op dat moment was [betrokkene 21] bestuurder en directeur van [bedrijfsnaam] en [betrokkene 22] en [betrokkene 21] waren bestuurders van [BEDRIJFSNAAM] Holding B.V.

Funding [BEDRIJFSNAAM] mei 2004
[betrokkene 21] verklaart31 dat [verdachte] hem in april, mei, juni 2004 belde en zei dat het kantoor (de rechtbank begrijpt: TPC) een probleem had, en acuut een miljoen moest hebben. Een medewerker heeft kort geld voor lang geld vastgezet en de belegger wil zijn geld terug. Hij vroeg hem een funding te doen voor [BEDRIJFSNAAM] en dat [BEDRIJFSNAAM] dat geld kortstondig zou lenen aan TPC. [betrokkene 21] verklaart akkoord te zijn gegaan. [medeverdachte 4] of [medeverdachte 3] (rechtbank: werkzaam bij TPC32), kwamen met de contracten, die zij hebben getekend. Het geld is niet bij [BEDRIJFSNAAM] terecht gekomen.

[aangever 11] verklaart33 dat hij heeft geïnvesteerd in [BEDRIJFSNAAM]. Op advies van [verdachte] heeft hij daar een bedrag van € 50.000 ingestoken. Hij is in mei 2004 ingestapt bij [BEDRIJFSNAAM].
In de overeenkomst van geldlening van 15 mei 2004 tussen [betrokkene 21] en [aangever 11] is opgenomen dat [aangever 11] een bedrag van € 50.000 leent aan [betrokkene 21] tegen een rente van 7% op jaarbasis, uiterlijk terug te betalen 31 december 200434. In zijn overboekingsopdracht van 13 mei 2004 geeft [aangever 11] op 13 mei 2004 aan de SNS Effectenlijn opdracht om onder vermelding van "lening [BEDRIJFSNAAM] 7% (tot 31-12-2004)" € 50.000,- over te maken aan Stichting Derdengelden [advocatenkantoor medeverdachte 1]Advocaten35.
In het dossier bevindt zich een rekeningafschrift van 14 mei 2004 van rekeningnummer van St. Beheer Derdengelden [advocatenkantoor medeverdachte 1]36. Dit houdt onder meer in dat op 14 mei 2004 een bedrag van € 50.000 is ontvangen onder vermelding van "lening [BEDRIJFSNAAM] 7 (tot 31 12 2004)", zonder vermelding van de naam van de uitlener. Dat dit bedrag van [aangever 11] afkomstig is leidt de rechtbank af uit de valutadata, het feit dat op zowel op de overboeking als op het bankafschrift de vermelding van de SNS effectenlijn staat vermeld en dat de omschrijving van de lening op beide documenten hetzelfde is.

[aangever 12] verklaart37 dat hij advies heeft gevraagd aan [verdachte]. Hij heeft op 13 mei 2004 een lening verstrekt via TPC aan [BEDRIJFSNAAM] voor een bedrag van € 350.000. In de overeenkomst van geldlening van 15 mei 2004 tussen [betrokkene 21] en dhr. [aangever 12] en mevr. [aangever 12] is opgenomen dat het echtpaar [aangever 12] een bedrag van € 350.000 leent aan [betrokkene 21] tegen een rente van 7% op jaarbasis, uiterlijk terug te betalen 31 december 2004.38 Daarnaast is er een overboekingsopdracht van dhr. en mevr. [aangever 12] aan de SNS Effectenlijn d.d. 13 mei 2004 om dit bedrag over te maken aan Stichting Derdengelden [advocatenkantoor medeverdachte 1] onder vermelding van "lening [BEDRIJFSNAAM] 7% (tot 31-12-2004)39. In het dossier bevindt zich een rekeningafschrift van 17 mei 2004 van rekeningnummer 063.39.56.058 van St. Beheer Derdengelden [advocatenkantoor medeverdachte 1]40. Dit houdt onder meer in dat op 17 mei 2004 een bedrag van euro 350.000 is ontvangen onder vermelding van lening [BEDRIJFSNAAM], zonder vermelding van de naam van de uitlener. Dat dit bedrag van [aangever 12] afkomstig is leidt de rechtbank af uit de valutadata, het feit dat op zowel op de overboeking als op het bankafschrift de vermelding van de SNS effectenlijn staat vermeld en dat de omschrijving van de lening op beide documenten hetzelfde is.

Op basis van welke informatie en onder welke omstandigheden hebben de investeerders hun lening verstrekt?
[aangever 11] verklaart hierover als volgt. Wat het [BEDRIJFSNAAM] project betreft kreeg hij alle informatie van [verdachte]. [BEDRIJFSNAAM] was een bedrijf met veel toekomst in Arnhem, een lucratieve investering. Het positieve verhaal van [verdachte] deed hem besluiten te investeren in [BEDRIJFSNAAM] en het feit dat [investeerder 2] daarin investeerde. [verdachte] heeft tegen mij niet over de risico's gesproken. Over de projecten Radiant en [BEDRIJFSNAAM] hadden we niets afgesproken. 41 In een proces-verbaal van bevindingen42 wordt [aangever 11], die telefonisch door een verbalisant wordt gehoord, door hem als volgt geciteerd: "Wanneer ik juist was voorgelicht dan had ik nooit ingelegd in [BEDRIJFSNAAM]. Er is tegen mij nooit verteld dat het geld gebruikt ging worden voor het terugbetalen aan een andere investeerder. Er werd in mei/juni 2004 gefund voor [BEDRIJFSNAAM]. Als tegen mij was verteld dat de investering gebruikt werd voor de terugbetaling van een andere investeerder dan was ik nooit ingestapt."

[aangever 12] verklaart 43 dat hij veel vertrouwen had in [verdachte]. Hij herhaalt dat in zijn verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris, waarin hij aangeeft dat zij [verdachte] vertrouwden als vriend, als broer, als vader. Hij kreeg de vrije hand.44 Zij konden het goed met elkaar vinden. [verdachte] deed beleggingen op grote schaal met meer rendement. Hun hele kapitaal van 1,2 miljoen gulden hebben zij bij hem belegd. In juni 2002 hebben zij op advies van [verdachte] € 50.000 beleend aan [BEDRIJFSNAAM]. [verdachte] vertelde dat het een veilige lening was en niet risicovol.
Op 13 mei 2004 heeft hij een lening verstrekt aan [BEDRIJFSNAAM] voor de periode van 6 maanden voor een bedrag van € 350.000. [verdachte] vertelde hem dat hij met deze transactie van € 350.000 kapitaal kon scoren. Zij hadden hun huis minder goed verkocht dan verwacht en [verdachte] kon met die € 350.000 wel geld maken zodat ze het gat konden dichten. [verdachte] vertelde hen bij het afsluiten van deze transactie dat de vorige transactie meer risico in zich had dan deze. [verdachte] had eerder verteld dat de eerste transactie niet risicovol was. [aangever 12] had het afgesproken rendement uit de eerste belening ontvangen. Ze vertrouwden [verdachte] en hebben zijn advies gevolgd. Hij kan goed praten. Hij kon op een hele subtiele wijze aan iedereen de kip met de gouden eieren verkopen. Hij weet niet waarom die € 350.000 op een derdengeldrekening is gestort. Hij had vrijwel alleen contact met [verdachte].
In een proces-verbaal van bevindingen45 wordt [aangever 12], die telefonisch door een verbalisant wordt gehoord, als volgt door hem geciteerd: "Ik heb in de maanden mei dan wel juni 2004 geïnvesteerd in [BEDRIJFSNAAM]. Ik heb een bedrag van € 350.000,00 geïnvesteerd. Er was aan mij nooit verteld dat de investering op andere wijze zou worden gebruikt dan was afgesproken. De investering was bestemd voor [BEDRIJFSNAAM]. Als ik had geweten dat mijn investering gebruikt ging worden voor het af betalen van een andere investeerder dan had ik nooit geïnvesteerd."

Wat is er met het gefunde geld gebeurd?
Zoals hiervoor reeds werd vermeld verklaart [betrokkene 21] dat het gefunde geld niet is gestort en in zijn verklaring afgelegd bij de politie46 "nooit is binnengekomen."

Uit de bankgegevens van de bankrekening van de Stichting Beheer Derdengelden [advocatenkantoor medeverdachte 1] blijkt dat tussen 18 mei en 7 juni 2004 in totaal €1.080.968,43 is overgemaakt naar rekening van Rechtsanwalt, de advocaat van de broers [investeerder]47. [medeverdachte 1]48 verklaart hierover dat deze bedragen inderdaad zijn overgeboekt op de rekening van de advocaat van de broers [investeerder], om de uitdrukkelijk instructie van TPC uit te voeren. In dit verband is ook van belang de fax van [medeverdachte 3] van 7 juni 2004 aan het advocatenkantoor van [medeverdachte 1], waarin hij aangeeft dat er bij de overboekingen ten onrechte is vermeld "[BEDRIJFSNAAM] lening". Het gaat om een betaling inzake de afwikkeling TPC/[investeerder].49

Hiermee is het verweer, dat het gefunde geld ter beschikking van [BEDRIJFSNAAM] stond en dat [BEDRIJFSNAAM] kon besluiten, en ook heeft besloten, waar het voor bedoeld was, verworpen. Hieraan doet niet af dat [BEDRIJFSNAAM] [aangever 11] en [aangever 12] later, geruime tijd nadat zij de leningen hebben verstrekt, (financieel) zou zijn tegemoetgekomen.

Mededelen/de indruk wekken dat de geldleningen zouden worden geïnvesteerd in [BEDRIJFSNAAM] en misbruik maken van vertrouwen
Het probleem van de terugbetaling van de [investeerders] moest dringend opgelost worden en
uit de eerdergenoemde verklaringen van [aangever 12] en [aangever 11] leidt de rechtbank af dat [verdachte] hen heeft verteld dat de geldleningen zouden worden geïnvesteerd in [BEDRIJFSNAAM]. Hiermee zijn [aangever 11] en [aangever 12] door [verdachte] misleid en voorgelogen. Uit hetgeen hiervoor over het ontstane probleem voor TPC en de bestemming van het gefunde geld is opgenomen, volgt namelijk dat van meet af aan het doel van de funding was de broers [investeerder] terug te betalen, hetgeen ook is geschied. Het geld is niet bij [BEDRIJFSNAAM] terechtgekomen. Verder is van belang voor de oplichting dat de investeerders mede door het vertrouwen dat zij in [verdachte] hadden hun geld hebben afgestaan. [aangever 11] verklaart dat het positieve verhaal van [verdachte] hem deed besluiten te investeren in [BEDRIJFSNAAM]. Hij was tevreden over het werk van TPC voor wat betreft de beleggingen in effecten en obligaties. [aangever 12] spreekt uit dat hij veel vertrouwen had in [verdachte]. Hij was als een vriend, een vader, een broer. Van dit vertrouwen is door [verdachte] misbruik gemaakt.

Wederrechtelijke bevoordeling
Het geld van de investeerders is gebruikt om een probleem van TPC op te lossen. Er moest een interne schuld aan de gebroeders [investeerder] werden afgelost. De gelden van de investeerders zijn via de derdengeldrekening van [medeverdachte 1] doorgestort naar de advocaat van de [investeerders]. Het geld dat gefund is voor [BEDRIJFSNAAM] is nooit bij [BEDRIJFSNAAM] terechtgekomen. Door te handelen als voormeld heeft verdachte het oogmerk gehad een ander, namelijk TPC te bevoordelen. Dit voordeel is wederrechtelijk, omdat dit tot stand is gekomen als gevolg van opzettelijk verstrekte gegevens en omstandigheden waarvan verdachte wist dat zij bedrieglijk en in strijd met de waarheid waren.

Vrijspraak oplichtingsmiddel vermelden van belangenverstrengeling
Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk en ter misleiding van [aangever 11] of [aangever 24] heeft nagelaten te vermelden dat [verdachte] en [medeverdachte 1] belangen hadden in [BEDRIJFSNAAM]. De rechtbank verwijst voor de onderbouwing van dit oordeel naar hetgeen hiervoor onder de algemene overwegingen over dit potentiële oplichtingsmiddel is opgenomen.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
in de periode van 1 maart 2004 tot en met 19 mei 2004 in Nederland tezamen in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,
[aangever 11] en [aangever 12] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - bedrieglijk en in strijd met de waarheid
- misbruik gemaakt van het bij die beleggers/investeerders opgewekte vertrouwen en
- medegedeeld, althans de indruk gewekt dat de door genoemde personen ter beschikking gestelde gelden (geldleningen) zouden worden geïnvesteerd in [bedrijfsnaam];


Project Radiant Pictures B.V.

De tenlastelegging in verkorte vorm weergeven:

(Feit 2D)
Met betrekking tot het project Radiant Pictures B.V. heeft verdachte volgens de officier van justitie al dan niet samen met zijn mededaders met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling in de periode van 1 maart 2002 tot en met 6 augustus 2004 in Venlo, en/of in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, [aangever 13], [aangever 14], [aangever 10] en anderen bewogen tot afgifte van geldbedragen door in strijd met de waarheid:
- niet te vermelden dat verdachte en/of zijn mededader(s) financiële belangen had(den) in Radiant Pictures B.V. en Crown Plus Interprises Ltd.;
- een onjuiste voorstelling van zaken te geven met betrekking tot de risico's die verbonden waren aan het verstrekken van een lening, het kopen van een aandelenbelang en aan het omzetten van een eerder verstrekte geldlening in een aandelenbelang in genoemde ondernemingen;
- misbruik te maken van het bij genoemde beleggers/investeerders opgewekt vertrouwen;
- genoemde beleggers/investeerders mee te delen/bij hen de indruk te wekken dat:
* er geen/nauwelijks risico's verbonden waren aan het kopen van een aandelenbelang in of het verstrekken van leningen aan Radiant Pictures B.V.;
* een accountant was aangesteld als directeur van Radiant Pictures B.V.;
* het financiële management van en de financiële controle op Radiant Pictures B.V. gegarandeerd was;
* Radiant Pictures B.V. in het bezit was van 11 volledig uitgewerkte screenplays;
* twee screenplays, in het bezit/eigendom van Radiant Pictures B.V., in 2004 in productie zouden gaan;
* Radiant Pictures B.V. in het bezit was van 70 opties op screenplays/opties op titels waarvan [betrokkene 6]de copyrights zou bezitten;
* de bestaande en nieuwe auteursrechten van [betrokkene 6]in bezit/eigendom waren van Radiant Pictures B.V.

(Standpunten ....)

Overwegingen rechtbank
Inleiding
[betrokkene 6], is een succesvol schrijfster. Zij heeft in 2001 het initiatief genomen tot oprichting van een filmmaatschappij, Radiant Pictures B.V. (hierna Radiant). Radiant zou de meest succesvolle en toonaangevende filmmaatschappij van Europa moeten worden. In Radiant zouden van de boeken van [betrokkene 6]en aangekochte filmrechten screenplays worden gemaakt en verkocht. De boeken van [betrokkene 6]zouden worden geëxploiteerd. [betrokkene 6] zou gebruik kunnen maken van haar netwerk in de auteurs- en filmwereld. Inkomsten zouden worden gegenereerd uit de royalty's van het werk van [betrokkene 6], en de verkoop van screenplays. [betrokkene 6] had geen ervaring met bedrijfsvoering. [betrokkene 23] is daarop bereid gevonden financieel directeur te worden. [betrokkene 6] zocht financiering voor de start van het bedrijf en kwam doorvoor bij het vermogensbeheerbedrijf TPC International B.V. van [verdachte] uit. [medeverdachte 1] zou de juridische aspecten voor zijn rekening nemen.50 Op de bijeenkomst over Radiant op 28 maart 2002, waar [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] aanwezig waren, is afgesproken dat er voor een bedrag van € 2.6 miljoen investeerders zou worden gezocht. Investeerders werd verzocht geld te lenen aan Radiant Pictures met een minimumbedrag van € 50.000,- voor een periode van vijf jaar. Als uitgangspunt werd geformuleerd dat er de eerste drie jaar geen geld binnen zou komen.51
Er zijn twee fundingrondes geweest, een in het najaar 2002 en een in het voorjaar van 2004. Er is in totaal uiteindelijk € 1. 350.000,- geleend aan Radiant Pictures.52 Door allerlei problemen zijn de activiteiten begin 2005 gestaakt.53 Op 25 oktober 2005 is Radiant failliet verklaard.54

De vennootschappelijke structuur is als volgt.
Vanaf 4 november 2002 is Crown Plus Enterprises Ltd. enig aandeelhouder van Radiant. [betrokkene 23] is bestuurder van Radiant vanaf 5 maart 2002 tot 16 januari 2004, [betrokkene 6]vanaf 1 augustus 2002 tot aan datum faillissement en [betrokkene 4] vanaf 16 januari 2004 tot 15 november 2004.55 Aandeelhouders in Crown Plus Enterprises Ltd. zijn [betrokkene 6]via haar ondernemingen Globe Victory Ltd. en Kelday Enterprises Ltd. voor 70 %, [betrokkene 23] voor 10%, [medeverdachte 1], [verdachte], stichting administratiekantoor Holding Hesmarc en [betrokkene 24] ieder voor 5%.56

Verder is bij de bedrijfsvoering van Radiant nog betrokken Advantis Group Holding B.V. (Advantis), opgericht op 31 mei 2002. Deze B.V. beheert, financiert, voert de directie of het management, neemt deel in ondernemingen. Bestuurders zijn W.[verdachte] Holding B.V., [holding medeverdachte 4], [medeverdachte 3] Holding B.V. en [betrokkene 4] Holding B.V..57 De aandeelhouders in Advantis zijn [verdachte] Holding B.V. voor 30 %, [holding medeverdachte 4] 5%, [medeverdachte 3] Holding B.V. 5% en [betrokkene 4] Holding 30% en Aston Hill B.V.(van betrokkene 3]) 30%. 58
In de brochures van Radiant wordt Advantis voorgesteld als het bedrijf dat de brochure heeft gemaakt met informatie afkomstig van Radiant.59 Volgens [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] werden de brochures feitelijk gemaakt op het kantoor van TPC door [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4].60 De bestuurders van Advantis kwamen regelmatig bij elkaar om de verschillende projecten te bespreken waarbij Advantis betrokken. Zo worden bij de "meeting Advantis" van 2 mei 2003, waar alle bestuurders aanwezig zijn, de projecten Bioblue en Radiant besproken.61

(..........)
Oordeel van de rechtbank

In de hierboven weergegeven brochure van maart 2004 en de daarbij behorende aanbiedingsbrief wordt niet expliciet gesproken over de risico's. Wel wordt door te stellen dat de plannen in een vergevorderd stadium waren en dat er diverse inkomstenbronnen zijn de indruk gewekt dat er weinig risico is. "Radiant heeft een portefeuille van 11 hoofdfilms voor productie in 2004 en 2005. Alle films hebben regisseurs van naam, een sterke cast en gerespecteerde Engelse co-producers. Uitgaande van het grote aantal topprofessionals onder de regisseurs en acteurs dat hun diensten reeds heeft aangeboden, mogen we concluderen dat de positieve verwachtingen zeer realistisch zijn. Voor 2004 zijn twee films gepland om in productie te gaan: [boektitel 1] en [boektitel 2]" "De kracht van Radiant is de brede basis van inkomsten die potentieel kunnen worden gegenereerd." Daarbij wordt vermeld dat de B.V. voor 5 jaar in het bezit is van alle auteursrechten van [betrokkene 6]. Bij de te verwachten inkomsten wordt ook uitgegaan van de inkomsten uit de [boektitel 1] en [boektitel 2] en de Royalty inkomsten uit [Betrokkene 6] werk (€ 150,000,-). [aangever 13] en [aangever 14] verklaren dat zij deze brochure hebben ontvangen. Verder zijn zij evenals [aangever 10] afgegaan op de positieve informatie die [verdachte] hen geeft gegeven.
Dat de gang van zaken veel rooskleuriger werd voorgesteld dan die in werkelijk was blijkt uit bovenstaande verklaringen van de medewerkers van Radiant [betrokkene 23], [betrokkene 25] en van regisseur [betrokkene 26]. [betrokkene 6]was enthousiast en verhaalde over vele contacten met mensen uit de filmwereld. Er waren echter geen contracten gesloten. Dat de plannen van Radiant niet realistisch waren is wordt ook geconcludeerd in het onderzoek van FDC. Uit de verklaringen van [betrokkene 4], [betrokkene 6], [betrokkene 23] en [betrokkene 5] blijkt dat anders dan in de brochure wordt vermeld de overdracht van de royalty's niet was geregeld.
Verder waren er in en voorafgaand aan de periode dat de investeerders besloten in te stappen forse financiële problemen. [betrokkene 13] en [betrokkene 15] verklaren daarover wanneer zij vertellen over de gang van zaken rondom de funding. [betrokkene 4] verklaart daarover en het is voor hem de reden zijn werk neer te leggen. Er waren geen inkomsten en [betrokkene 6] gaf heel veel geld uit. Dit laatste was eerder ook een van de redenen van [betrokkene 23] om op te stappen.

De rechtbank acht bewezen dat een onjuiste voorstelling zaken is gegeven met betrekking tot de risico's die verbonden waren aan het verstrekken van een lening.
Verder acht de rechtbank op grond van het bovenstaande bewezen dat de investeerders in strijd met de waarheid is medegedeeld dat de bestaande auteursrechten van [betrokkene 6] in bezit waren van Radiant, en dat in strijd met de waarheid de indruk is gewekt dat twee screenplays in 2004 in productie zouden gaan.
Omdat [betrokkene 25] en [betrokkene 27] verklaren over de grote hoeveelheid scripts die er waren zal worden vrijgesproken van het verwijt dat in strijd met de waarheid is vermeld dat Radiant Pictures B.V. in het bezit was van 70 opties op screenplays/opties op titels.

Het verwijt dat misbruik is gemaakt van het bij de investeerders opgewekte vertrouwen.
Uit bovenstaande verklaringen van investeerders blijkt dat zij een groot vertrouwen hadden in [verdachte] en [medeverdachte 1] en dat dit vertrouwen een van de afwegingen is geweest bij hun beslissing om te investeren. Zij verklaren dat ze goede ervaringen hadden met de wijze waarop [verdachte] hun vermogen beheerde. Ze beschouwden [verdachte] als een man met veel kennis van en veel ervaring met de financiële en beleggingswereld. Dat TPC een vergunning van de AFM had speelde een rol. Ook het feit dat [medeverdachte 1] als advocaat was betrokken en [betrokkene 4] als accountant werd gepresenteerd bij Radiant wekte vertrouwen, zo verklaren de investeerders.

Wederrechtelijk verkregen voordeel
Hierboven is reeds uiteengezet wat volgens de rechtbank in het kader van deze zaak moet worden verstaan onder wederrechterlijk verkregen voordeel. In deze zaak wordt als wederrechtelijk verkregen voordeel aangemerkt de door Advantis en TPC ontvangen vergoedingen en de 1% vergoeding van TPC voor het beheer van het vermogen van [aangever 13], [aangever 10] en [aangever 14]. Over deze laatste vergoeding heeft [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris verklaard dat het voor de vergoeding van 1% van het vermogen niet uitmaakte of het een formele of informele belegging betrof.62 Bij de overige vergoedingen gaat het om het verslag van de meeting van 13 januari 2003 waarin staat vermeld dat er een contract is afgesloten voor Advantis ten bedrage van € 40.000,-.63 Daarnaast is in de brochure van Radiant van 2002 voor advieskosten (Advantis en TPC) een bedrag van € 50.000,- per jaar gebudgetteerd en in de brochure van maart 2004 een bedrag van € 45.000,- voor Advantis en € 5.000,- voor TPC.64

Het verweer van [verdachte] dat hij niet op de hoogte was van de feitelijke gang van zaken bij Radiant wordt verworpen.
Hij heeft bij de politie verklaard dat hij de brochure van maart 2004 kende. Hij heeft de brochure gelezen en goedgekeurd.65 Bij het overleg van Radiant Pictures op 28 maart 2002, waar [verdachte] aanwezig was, is vermeld dat de eerste drie jaar geen inkomsten zullen binnenkomen. Dit strookt niet met de in de brochure maart 2004 genoemde te verwachten inkomsten van 1.5 miljoen € in 2004. Uit zijn eigen verklaring bij de politie blijkt ook dat hij wist dat er geen royalty's binnenkwamen. Hij dacht dat die later zouden binnenkomen.66 Hij wist dat er problemen waren. In de hierboven weergegeven Advantisvergadering en Radiantvergaderingen werd de gang van zaken binnen Radiant besproken. In de notulen vanaf april, mei 2003 is aan de orde dat de ontwikkeling als zorgelijk wordt ervaren. Er wordt afgesproken dat TPC maandelijks op de hoogte wordt gehouden over de ontwikkelingen. [verdachte] wist dat er problemen waren tussen [betrokkene 23] en [betrokkene 6]. [betrokkene 23] is 16 januari 2004 weggegaan, omdat er financiële problemen waren, mede als gevolg van uitgavenpatroon van [betrokkene 6]. [betrokkene 4] schrijft op 16 juli 2004 dat hij vertrekt vanwege de financiële situatie. Daarna worden opnieuw investeerders geworven, met hetzelfde positieve verhaal, zo blijkt uit de verklaring van [aangever 13] en de aanbiedingsbrief van 27 juli 2004. Uit de verklaring van de TPC-vermogensbeheerders [betrokkene 13] en [betrokkene 15] blijkt dat binnen TPC bekend was dat er financiële problemen waren binnen Radiant. Om zicht te kunnen houden op de uitgaven ontving TPC kopieën van alle bankafschriften van de ING-rekening van Radiant.67 [medeverdachte 3] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat [betrokkene 6]alleen naar [verdachte] luisterde en verder naar niemand68. Gelet op het bovenstaande en op wat getuigen verklaren over de dominante positie van [verdachte] binnen TPC is niet goed denkbaar dat [verdachte] niet op de hoogte was.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

(bewezenverklaring 2 D.)
in de periode van 1 maart 2002 tot en met 6 augustus 2004 in Nederland tezamen in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,
[aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 10] en anderen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- bedrieglijk en in strijd met de waarheid
- een onjuiste voorstelling van zaken gegeven met betrekking tot de risico's die verbonden waren aan het verstrekken van een lening aan genoemde ondernemingen en
- misbruik gemaakt van het bij die beleggers/investeerders opgewekte vertrouwen en
- die beleggers/investeerders medegedeeld, althans bij die beleggers/investeerders de indruk gewekt dat:
* er geen of nauwelijks risico's verbonden waren aan het verstrekken van een lening aan Radiant Pictures B.V. en
* een accountant ([betrokkene 4]) als directeur van Radiant Pictures B.V. was aangesteld en
* (mede door de aanstelling van die/een accountant en/of de installatie van een multidisciplinair begeleidingsteam) het financiële management van en/of de financiële controle op Radiant Pictures B.V. gegarandeerd was en
* twee screenplays ([boektitel 1] en/of [boektitel 2]) en/of (een) ander(e) screenplay(s) in bezit/eigendom van Radiant Pictures B.V. in 2004 in productie zouden gaan en
* de bestaande en nieuwe auteursrechten van [betrokkene 6] [betrokkene 6] in bezit/eigendom waren van Radiant Pictures B.V.;

Zie verder Vermogensbeheerder Wilfred Aalders deel 9c