We hebben 241 gasten online

Vermogensbeheerder Wilfred Aalders deel 9f

Gepost in De belegger bedrogen

vervolg uitspraak rechtbank den Bosch 22 november 2010

Feit 1.

Onder feit 1 wordt aan verdachte samengevat verweten dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 7 januari 2008 in Venlo, en/of in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland en/of China, Hong Kong, België, Luxemburg, Zwitserland en/of Groot-Brittannië heeft deelgenomen aan een criminele organisatie van natuurlijke personen en rechtspersonen die als doel heeft het plegen van oplichting, valsheid in geschrift, (gewoonte)witwassen en overtredingen van artikelen van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, waarbij die organisatie onder meer beleggers/investeerders waaronder
[aangever 26], [aangever 8], [aangever 37], [aangever 32], [aangever 4], [aangever 5], [aangever 6], [aangever 33, [aangever 3], . [aangever 27], J. [aangever 28], [aangever 12], [aangever 7], [aangever 9], [aangever 15], [aangever 16], [aangever 17], [investeerder 2], [aangever 20], [aangever 24], [aangever 22], [aangever 23], [aangever 25], [aangever 38], [aangever 39], [aangever 40], [aangever 13], [aangever 11], [aangever 10], [aangever 21], [aangever 1] en [aangever 18] heeft bewogen tot onder meer de afgifte van geld ten behoeve van een aantal beleggingsprojecten/investeringsprojecten en tot omzetting van geldleenovereenkomsten in risicodragende deelnemingen in die beleggingsprojecten/
investeringsprojecten. Verdachte wordt voorts verweten oprichter, leider en bestuurder van deze organisatie te zijn geweest.

Het oordeel van de rechtbank
Feit 1 is bij de inhoudelijke behandeling van de zaak herhaaldelijk onderwerp van bespreking geweest. Naar aanleiding van die bespreking heeft de officier van justitie bij de strafbare feiten die de organisatie zou hebben gepleegd de verduistering van de tenlastelegging verwijderd.
De rechtbank heeft de volgende beslissing genomen over de reikwijdte van feit 1.
"De officier van justitie verwijt de verdachten dat zij zijn betrokken bij een organisatie die de in feit 1 genoemde strafbare feiten, die in de andere feiten zijn uitgewerkt, pleegt.
Dat wil zeggen dat feit 1 niet verder reikt dan de in de afzonderlijke feiten ten laste gelegde gedragingen, naar tijd, plaats en investeerders die in de afzonderlijke feiten worden genoemd.
Voor elke (afzonderlijke) verdachte geldt dat de in feit 1 genoemde strafbare gedragingen die in feit 2 en verder niet aan hem worden verweten slechts van belang zijn voor de beantwoording van de vraag of bewezen kan worden dat de organisatie waaraan verdachte wordt gesteld deel te nemen, zich heeft bezig gehouden met het plegen van deze onder 2 en verder omschreven strafbare feiten. De rechtbank verwijst naar hetgeen de officier van justitie hierover heeft gezegd te weten dat hij met het ten laste leggen van de criminele organisatie zoals verwoord in feit 1 niet heeft bedoeld de individuele verdachte te vervolgen voor feiten die bij die verdachte niet onder feit 2 en verder zijn uitgewerkt."216

Deze uitspraak heeft onder meer tot gevolg dat alleen die beleggers/investeerders zijn betrokken bij de bespreking van de feiten op zitting, de beraadslaging en het vonnis die ook in feit 2 en verder zijn genoemd.

Ten aanzien van de geldigheid van de tenlastelegging wordt het volgende overwogen.

De Wet toezicht effectenverkeer 1995
Bij de opsomming van de strafbare feiten die de organisatie zou hebben gepleegd worden artikel 3, eerste lid , artikel 7, zevende lid. artikel 11, eerste lid en artikel 24 en 24 a eerste lid van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte) genoemd.

In artikel 3, eerste lid van de Wte is bepaald dat het verboden is om buiten een gesloten kring effecten aan te bieden. Het eerste lid is niet van toepassing indien, samengevat, de effecten zijn genoteerd aan een erkende effectenbeurs, een prospectus algemeen verkrijgbaar is die voldoet aan de gestelde regels, vrijstelling of ontheffing is verleend.

In artikel 7, eerste lid van de Wte is bepaald dat het verboden is zonder vergunning als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder in of vanuit Nederland diensten aan te bieden of te verrichten. In het zevende lid is de mogelijkheid tot het stellen van beperkingen opgenomen.

In artikel 11 Wte is voor de effecteninstelling de verplichting opgenomen om zich te houden aan bij of krachtens AMvB te stellen gedragregels ten aanzien van ondermeer aan Onze Minister en aan het publiek te verstrekken informatie.

Artikel 24 Wte bevat normstelling voor effectenbeurzen.
Artikel 24 a Wte bestaat niet.

De rechtbank is van oordeel dat feit 1 waar het de overtreding van de Wte betreft nietig is om de volgende redenen.
Hierboven is weergeven dat de omvang van het onder feit 1 tenlastegelegde is beperkt tot de verweten gedragingen naar tijd, plaats en handeling in feit 2 en verder. Overtreding van artikel 3, eerste lid en artikel 7, zevende lid Wte komt in feit 2 en verder niet aan de orde. Artikel 11 vormt de basis voor nadere regelgeving waarin gedragsvoorschriften voor effecteninstellingen verder zijn uitgewerkt. Nu slechts artikel 11 Wte is genoemd, zonder aanduiding van de nadere gedragsregeling is niet duidelijk op welk gedragsvoorschrift de tenlastelegging ziet. De officier van justitie heeft volstaan met verwijzing naar de aangiften van de AFM en het dossier. Gelet op de omvang van het dossier kan hiermee naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan. De rechtbank is van oordeel dat het verdachte voor dit onderdeel onvoldoende duidelijk was waartegen hij zich moest verweren.

De verfeitelijking van feit 1.
De verdachte wordt schematisch weergegeven verweten dat hij
in de periode 1 januari 1998 tot 7 januari 2008, in een aantal genoemde landen, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een aantal natuurlijke en rechtspersonen, welke organisatie het plegen van strafbare feiten tot oogmerk heeft, namelijk
het overtreden van artikel 326 Sv (oplichting), artikel 225 Sv (valsheid in geschrifte), artikel 420ter/bis (gewoontewitwassen) en enkele artikelen van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 hebbende die organisatie .......
en daarna volgt de verfeitelijking van de oplichting van een aantal met name genoemde beleggers/investeerders. De delicten 225 Sbv, 420ter en 420bis worden niet verfeitelijkt. De rechtbank is van oordeel dat deze wijze van tenlastelegging de tenlastelegging erg ondoorzichtig maakt en gelet op de uitwerking van de verweten gedragingen in feit 2 en verder geen enkel doel dient. Daarom zal de tenlastelegging voor zover betrekking hebbend op deze verfeitelijking van artikel 326 nietig worden verklaard

De criminele organisatie.
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht dient er sprake te zijn van deelname aan een gestructureerd samenwerkingsverband, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van deelname is sprake indien men behoort tot het samenwerkingsverband en de deelnemer (tenminste) wetenschap heeft dat er misdrijven worden gepleegd door/binnen het samenwerkingsverband waar hij of zij deel van uitmaakt, waarbij om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer iemand tenminste hetzij een aandeel heeft in, hetzij ondersteunt, de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de betreffende organisatie. Om te kunnen spreken van een organisatie is verder nodig dat blijkt van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad, hetgeen kan blijken uit gemeenschappelijke regels en doelstellingen, maar ook uit een zekere gelaagdheid van het samenwerkingsverband en/of een rolverdeling tussen en positie van de individuele deelnemers binnen het samenwerkingsverband. Ook interne vormen van sanctioneren van overtreden van die regels, een gezamenlijk optreden naar buiten kunnen wijzen op het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband.

In de hiervoor besproken tenlastegelegde delicten is uitgebreid aandacht besteed aan en bewijs vermeld voor de samenwerking tussen de verschillende verdachten, hun onderlinge verhoudingen en ook het kader waarbinnen de samenwerking plaatsvond. Deze samenwerking vond zowel binnen als buiten TPC-verband plaats. Er was een duidelijke taakverdeling. [verdachte] en [medeverdachte 1] gaven leiding aan de organisatie. Zij initieerden de projecten, en hadden ook het initiatief bij de andere delicten. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] hadden een meer ondersteunende rol en handelden veelal in opdracht van [verdachte] en/of [medeverdachte 1]. De rechtbank is van oordeel dat er sprake was van een gestructureerd samenwerkingsverband.
Dat dit samenwerkingsverband strafbare feiten pleegde blijkt ook reeds uit de bewezenverklaring van de aan de afzonderlijke verdachten verweten strafbare feiten. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de investeerders hebben opgelicht. Ook [medeverdachte 3] wordt voor de betrokkenheid bij twee en [medeverdachte 2] bij één oplichtingsdelict(en) veroordeeld. [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben zich schuldig gemaakt aan witwassen en [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hebben valsheid in geschrift gepleegd. Al deze feiten zijn gepleegde in onderlinge samenwerking en (grotendeels) binnen de kaders van TPC. Dat de verdachten wisten dat de organisatie gericht was op het plegen van misdrijven blijkt uit de hierboven omschreven bewijsmiddelen, waarmee ook hun opzet ten aanzien van de afzonderlijke delicten is bewezen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 1 januari 1998 tot en met 7 januari 2008 in Nederland en/of China en/of Hong Kong en/of België en/of Luxemburg en/of Zwitserland en/of Groot-Brittannië heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestaat uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], en rechtspersonen, te weten [holding verdachte] [medeverdachte 1] Beheer B.V. en TPC International B.V. en Bucephalus B.V. en Advantis Group Holding B.V. en Trawsfynnid B.V. en andere rechtspersonen en hem,verdachte,
welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van artikel 326 Wetboek van Strafrecht (oplichting) en artikel 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift) en artikel 420ter Wetboek van Strafrecht (gewoontewitwassen),
zulks terwijl hij, verdachte, leider van voormelde organisatie was;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Strafoplegging.

Vordering van de officier van justitie.

De officieren van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door het O.M. onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft primair betoogd dat indien de verweren betreffende de ontvankelijkheid van de officier van justitie worden verworpen deze zelfde verweren op grond van 359a Sv aanleiding zouden moeten zijn tot het toepassen van strafvermindering. Mocht de rechtbank tot strafoplegging overgaan dan acht de verdediging een straf gelijk aan het voorarrest op zijn plaats met daarbij eventueel een voorwaardelijk strafdeel.

De verdediging heeft de rechtbank meer subsidiair verzocht om, indien verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld, bij vonnis de gevangenneming van verdachte te gelasten aansluitend op het uitspreken van die straf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte gaf leiding aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen.
Hij heeft zich met betrekking tot een achttal informele projecten (feit 2 en 8) schuldig gemaakt aan oplichting en twee pogingen daartoe (feit 8 en 7). Een poging daarvan betreft een poging tot oplichting van een verzekeringsmaatschappij. Naast de misdrijven die in georganiseerd verband zijn gepleegd, heeft hij zich schuldig gemaakt aan meineed en faillissementsfraude.

Verdachte heeft met die oplichtingen tientallen beleggers voor miljoenen euro's gedupeerd.
Verdachte is als mede-initiatiefnemer en als leidinggever actief betrokken geweest bij het plegen van de strafbare feiten. Hij speelde behendig in op de behoefte van de beleggers aan een goed rendement op belegd vermogen. De beleggers hadden een groot vertrouwen in de professionaliteit en deskundigheid van verdachte. Verdachte had zijn sporen verdiend in het vermogensbeheer en in de bankwereld. Hij behaalde bovendien goede resultaten met de formele beleggingen. Verschillende investeerders hebben verklaard dat verdachte ook door zijn persoonlijke benaderingswijze hun vertrouwen had gewonnen. Hij kwam op huisbezoek, hij stuurde hun een verjaardagskaartje, was geïnteresseerd in hun persoonlijke situatie. Hij was hun vriend en vertrouwenspersoon. Verdachte heeft hun vertrouwen in ernstige mate beschaamd. Dit grote vertrouwen in verdachte had ook tot gevolg dat de investeerders minder kritisch waren ten aanzien van de aan hen voorgestelde beleggingsobjecten.
Het uitoefenen van controle door de beleggers op de projecten werd bovendien bemoeilijkt doordat een deel van de projecten in het buitenland gesitueerd was, de brochures in de Engelse taal waren opgesteld en er vele rechtspersonen bij betrokken waren..

Het beschikbaar gestelde vermogen is in risicovolle projecten geïnvesteerd.De beleggers zijn hun inleg en daardoor een belangrijk deel van hun vermogen, soms zelfs hun gehele vermogen kwijtgeraakt.
Verdachte heeft daarentegen binnen verschillende projecten forse bedragen in rekening gebracht in de vorm van beloningen (fees) en vergoedingen, bijvoorbeeld voor de infrastructuur van TPC.

Het financieel economische verkeer in het algemeen en het vermogensbeheer in het bijzonder is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, waarbij vooral investeerders moeten kunnen vertrouwen op de volstrekte integriteit van hun vermogensbeheerder. Bij het bepalen van de strafmaat zal ten nadele van verdachte zwaar worden meegewogen dat verdachte door zijn handelen dit vertrouwen in ernstige mate heeft geschaad. Dat geldt niet alleen voor de oplichting van de investeerders. Ook het opzettelijk onjuiste voorlichten van de AFM is een ernstig feit, omdat het de controle op een goed functionerende financiële markt bemoeilijkt.

Verdachte had als directeur en enig aandeelhouder van TPC een machtspositie binnen dat bedrijf en heeft zijn ondergeschikten meegetrokken in zijn strafbare handelen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank meegewogen welke straf in het algemeen voor grootschalige beleggingsfraude als deze aan straf wordt opgelegd. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat aan verdachten die leiding geen aan soortgelijke frauduleuze handelingen, waarbij betrokkenen voor miljoenen zijn benadeeld, een vrijheidsstraf van ongeveer vijf jaren wordt opgelegd. De rechtbank merkt daarbij op dat de exacte omvang van de financiële schade, indien de grens van enkele miljoenen eenmaal is overschreden, niet meer van doorslaggevend belang is.

De omstandigheid dat verdachte zich bovendien schuldig heeft gemaakt aan faillissementsfraude en meineed (in verband met een eerdere opgezet en mislukt investeringsproject) toont aan dat verdachte zich bij het nastreven van zijn eigen doelen weinig gelegen liet aan de grenzen van de strafwet.

De rechtbank kan zich in de onderhavige zaak vinden in dit uitgangspunt van vijf jaar gevangenisstaf. De rechtbank zal op deze straf 5% in mindering brengen als compensatie voor de bij de verweren met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie reeds besproken gebreken in het onderzoeksdossier en verdachte veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar en negen maanden,
De rechtbank wijst het verzoek van verdachte tot gevangenneming ter executie van de straf af.
De rechtbank heeft het bevel tot voorlopige hechtenis voor onbepaalde tijd geschorst. Verdachte heeft geen schorsingsvoorwaarden overtreden en ook overigens is er geen reden om verdachte gevangen te nemen.

De vordering van de benadeelde partijen [aangever 20]. [aangever 21], [aangever 22], [aangever 23] en/of [aangever 23] B.V. en [aangever 8]. 
In deze strafzaak heeft een aantal beleggers zich als benadeelde partij in het strafgeding gevoegd om te schade te verhalen die zij als gevolg van de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben geleden.
De rechtbank stelt vast dat de schadevergoedingsvorderingen van de hiervoor vermelde benadeelde partijen zijn ontstaan vóór het faillissement van verdachte en voorts dat het faillissement van verdachte nog steeds voortduurt.
De rechtbank zal voornoemde benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering aangezien de benadeelden hun vorderingen, zolang het faillissement van verdachte voortduurt, ter verificatie bij de curator moeten indienen.

De rechtbank zal, nu de vorderingen niet wordt toegewezen, genoemde benadeelde partijen veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vorderingen van de benadeelde partijen [betrokkene 1], [aangever 40], [aangever 41], [aangever 42]en [aangever 43].
De rechtbank zal deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering aangezien geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde toegebrachte schade.
De rechtbank zal, nu de vorderingen niet worden toegewezen, de benadeelde partijen veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 45, 47, 57, 140, 207, 225, 326, 341, 420bi, 420te.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:
deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van
misdrijven, terwijl hij leider is van die organisatie;

T.a.v. feit 2:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, en oplichting;

T.a.v. feit 3:
in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert,
mondeling, persoonlijk, opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen;

T.a.v. feit 4:
medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

T.a.v. feit 5:
medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en bedrieglijke bankbreuk, meermalen
gepleegd;

T.a.v. feit 6:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 7:
medeplegen van poging tot oplichting;

T.a.v. feit 8:
medeplegen van oplichting en medeplegen van poging tot oplichting.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Zij legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7 en feit 8:
Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 9 maanden met aftrek overeenkomstig
artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 2:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 20] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 21] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 22] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 23]in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 8] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 42] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 43]in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [betrokkene 1] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangever 40], [aangever 41] in haar vordering.
Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden
begroot op nihil.





Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,
mr. drs. W.A.F. Damen en mr. E.M.J. Raeijmaekers, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. de Bruijn-van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 22 november 2010.

De jongste rechter is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Verklaring [verdachte] (schriftelijk) ttz 24-9-09.
2 Eindpv zaaksdossier 015 (faillfraude), uittreksel KvK en handelsregisterhistorie, p. 232 en 235-236.
3 Pv [verdachte63.V02 140 Sr CSV, p. 4-5.
4 Pv.[VERDACHTE]63.V04, p. 2-3.
5 Pv.[VERDACHTE]63.V01, p. 5.
6 Pv. [VERDACHTE]63.V01, p. 4.
7 Pv.[VERDACHTE]63.V02 140 Sr CSV, p. 5.
8 Pv.[MEDEVERDACHTE 2]57.V11, p. 3.
9 Pv.[BETROKKENE 4]56.V03, p. 2.
10 Pv.[MEDEVERDACHTE 3]W75.V02
11 Pv.[MEDEVERDACHTE 3]W75.V01, p.2 ev.
12 Pv. [MEDEVERDACHTE 3]W75.V02, p. 2 ev.
13 Pv. 000B.140 Strafrecht, p. 554.
14 Pv. [MEDEVERDACHTE 4]54.V01, p.3.
15 Pv. [MEDEVERDACHTE 4]54, V02a, p. 3 ev.
16 Pv. [MEDEVERDACHTE 4]54, V02b, p. 2.
17 Pv. [MEDEVERDACHTE 2]57.V11, p. 2 ev.
18 Pv. [MEDEVERDACHTE 2]57.V14, p. 2.
19 Pv. [VERDACHTE]63.V04, p. 3 en pv. [MEDEVERDACHTE 1]49.V01, p. 5-8.
20 Pv. [MEDEVERDACHTE 1]49.V01, p. 5-8
21 Eindpv. Algemeen Dossier, p. 16 van 53.
22 eindpv 005c, p. 49 en 50
23 005c, p. 33, 92 en 93
24 005c, p. 7 en 97
25 005c, p. 50
26 005c, p. 182
27 005c, p. 234
28 verhoor rc 7 september 2009
29 ttz 2 oktober 2009
30 005c, p. 182
31 verhoor rc 26 november 2008
32 algemene overweging TPC
33 005c, p.165 en 166
34 [verdachte] cliëntfiles [aangever 11]
35 [verdachte] cliëntfiles [aangever 11]
36 005c, p. 39
37 005c, p.170
38 ovj [investeerder 2]age [aangever 12]
39 ovj [investeerder 2]age [aangever 12]
40 005c, p. 40
41 verklaring RC 11 februari 2009
42 005c, p. 284
43 005c, p. 169 en 170
44 Verklaring RC 8 januari 2009
45 005c, p. 283
46 005c, p. 153
47 005c, p. 39 ev.
48 005c, p. 197 ev
49 005c, p. 281
50 pv 001, p. 205-208, bedrijfsprofiel september 2002
51 pv 001, p. 42, overleg Radiant
52 pv 001, p. 177
53 officier van justitie [investeerder 2] [aangever 13], brief [medeverdachte 1] en [verdachte] van 6 januari 2005
54 pv 001, p.123
55 pv 001, p. 123-127
56 pv 001, p. 133
57 pv 001, p. 269
58 pv 001, p. 430
59 pv 001, p. 205 en p. 338.
60 pv 001, p. 422 en 431
61 pv 001, p. 237, meeting Advantis
62 rechter-commissaris verhoor [medeverdachte 3] 30 september 2009, p. 1.
63 pv 006, dossier TTS. p. 387
64 pv 001, p. 213 en p. 346
65 pv 001, p. 462
66 pv 001, p. 462-464
67 pv 001, p. 260-265
68 rechter-commissaris verhoor [medeverdachte 3] 30 september 2009.
69 pv 004, p. 147, notitie van [betrokkene 3]
70 pc TPC server selectie [medeverdachte 1] p. 1.0357 meeting Advantis 18 april 2003
71 pv 004, p 466 curator
72 pv 004, p. 503 en 506
73 rechter-commissaris verhoor [betrokkene 3] 9 september 2009
74 pv 004, p. 206
75 verklaring [getuige 1] rechter-commissaris en politie
76 rechter-commissaris [betrokkene 13] 16 december 2008, [betrokkene 12] 9 december 2008
77 pv 004, p. 372 verklaring [betrokkene 13]
78 rechter-commissaris verhoor [medeverdachte 3] 30 september 2009, p. 1.
79 Eindpv zaaksdossier 002, p. 486 en 488
80 Eindpv zaakdossier 002, p.574 - 578
81 Eindpv zaakdossier 002, p. 622
82 [verdachte] projectfiles [BEDRIJFSNAAM]
83 [medeverdachte 1], p. 1.0034, het faillissementsverslag van ACC B.V.
84 [medeverdachte 1], p. 1.0059, het faillissementsverslag van DOT-G
85 Eindpv zaakdossier 002, p. 490
86 Eindpv zaakdossier 002, p. 211 en 213
87 rechter-commissaris d.d. 25 september 2009 verhoor [betrokkene 32]
88 rechter-commissaris d.d 22 januari 2010 verhoor [betrokkene 18], met bijlagen
89 rechter-commissaris d.d. 20 en 22 januari 2010
90 [verdachte] curatorstukken, projectfiles [HONG KONG HOLDING] map A, de Haar Nieuwsbrief maart 2004
91 aanvullend pv [verbalisant 2], 06-08-09
92 vindplaats ava aug. 2003.
93 Eindpv zaaksdossier 001, p. 239
94 Eindpv zaaksdossier 001, p. verklaring [betrokkene 23].
95 Eindpv zaaksdossier 001, p. 305
96 Eindpv zaaksdossier 001, p.293, verklaring [betrokkene 31]
97 [verdachte] projectfiles Bioblue
98 Eindpv zaakdossier 004, p. 347
99 rechter-commissaris d.d. 2 februari 2009 verhoor [betrokkene 11]
100 Eindpv zaakdossier 004, p 327 verklaring [betrokkene 11] 2 mei 2007
101 Eindpv zaakdossier 004, p. 329
102 Eindpv zaaksdossier 002, p.272-273
103 rechter-commissaris d.d. 26 november 2008 verhoor [betrokkene 21]
104 Eindpv zaaksdossier 002, p. 424
105 Eindpv zaaksdossier 002, p. 625
106 Eindpv zaaksdossier 002, p. 448
107 Brief [curator 2] van 28 september 2009 met bijlage
108 Eindpv zaaksdossier 002, p. 287
109 Eindpv zaaksdossier 002, p. 315
110 pv aanvullend pv Broeders 6 augustus 2009
111 [verdachte] projectfiles Bioblue
112 Eindpv zaaksdossier 002, p.100
113 rechter-commissaris d.d. 13 januari 2009
114 Eindpv zaaksdossier 002, p.504
115 Eindpv zaaksdossier 002, p.788 tot 807, p. 767-769
116 Eindpv zaaksdossier 002, p.640 en 611
117 Eindpv zaaksdossier 002, p. 889
118 Verklaring [verdachte] ttz 24-9-09, p. 29-30.
119 Eindpv zaaksdossier 006, p. 1743, vertaling p. 2031.
120 Rc 7-9-09, p. 90-91.
121 Eindpv zaaksdossier 006, onder andere p. 268-269, p. 280, p. 301, p. 337, p. 371, p. 376, p. 379, p. 389-390 en p. 401.
122 Eindpv zaaksdossier 020, p. 41.
123 Rc 4 en 5 maart 2009, p. 6.
124 P-v ttz 2-10-09 [verdachte] p. 51, [medeverdachte 1] p. 19.
125 Eindpv zaaksdossier 020, onder andere p. 136, 138, 150, 226, 260 (e.v.), p. 591.
126 Acquiantance ordner, p. 222 en 226 (of p. 1554 en p. 1558 aanduiding in rechterbovenhoek), brief officier van justitie 15-9-09.
127 Eindpv zaaksdossier 007b, p. 600.
128 Eindpv zaakdossier 7b, p. 554.
129 Briefwisseling in Engels en Nederlands, eindpv zaaksdossier 7b, p. 66 tot en met 131a.
130 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 231.
131 Aanvullende verklaring [verdachte] in proces-verbaal 25 maart 2008, gevoegd in de map zaaksdossier 7b.
132 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 559 en 560.
133 Eindpv zaakdsossier 7b, p. 288.
134 Eindpv zaakdossier 7b, p. 287 en verklaring van [betrokkene 19] bij de rechter-commissaris op 4 en 5 maart 2009.
135 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 438.
136 [investeerder 2]age bij het proces-verbaal van aanvulling dossier 7b.
137 Verklaring [aangever 15] bij de rechter-commissaris op 13 januari 2009.
138 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 295.
139 Verklaring [aangever 29] bij de rechter-commissaris op 4 februari 2009.
140 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 316.
141 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 340 ev.
142 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 400 ev.
143 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 431 ev.
144 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 91.
145 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 439 en 443.
146 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 495.
147 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 528 tm 532.
148 Eindpv zaaksdossier 7b, verklaring [verdachte] p. 600.
149 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 473.
150 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 472.
151 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 475.
152 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 474.
153 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 471.
154 [medeverdachte 1] 5.001 tm 5.003.
155 Eindpv zaaksdossier 015, p. 752.
156 Eindpv zaaksdossier 015, p. 754.
157 Eindpv zaaksdossier 014, p. 83 ev aangifte van de AFM d.d. 31 augustus 2005 en Overdrachtsdossier 04 bij zaaksdossier 014 onderzoeksrapportage AFM d.d. 27 september 2004 (ongenummerd).
158 Eindpv zaaksdossier 014, p. 85 aangifte van de AFM d.d. 31 augustus 2005.
159 Eindpv zaaksdossier 014, p. 251 ev verklaring [verdachte].
160 Verklaring [verdachte] afgelegd ter terechtzitting 9 oktober 2009.
161 Eindpv zaaksdossier 014, p. 271 verklaring [medeverdachte 3].
162 Overdrachtsdossier 02 bij zaaksdossier 014, brieven [HONG KONG HOLDING].
163 Overdrachtsdossier 03 bij zaaksdossier 014, brieven [BEDRIJFSNAAM].
164 Overdrachtsdossier 02 bij zaaksdossier 014, brieven BioBlue.
165 Overdrachtsdossier 02 bij zaaksdossier 014, brieven Radiant.
166 Eindpv zaaksdossier 014, p. 109 ev, verklaring [getuige 1].
167 Eindpv zaaksdossier 014, p. 125.
168 Eindpv zaaksdossier 014, p. 131.
169 Eindpv zaaksdossier 014, p. 139.
170 Eindpv zaaksdossier 014, p. 150.
171 Eindpv zaaksdossier 014, p. 162.
172 Eindpv zaaksdossier 014, p. 182.
173 Eindpv zaaksdossier 014, p. 199.
174 Eindpv zaaksdossier 014, p. 205.
175 Eindpv zaaksdossier 014, p. 208.
176 Eindpv zaaksdossier 014, p. 217.
177 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 583.
178 Eindpv zaaksdossier 7, p. 448-449.
179 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 595.
180 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 595.
181 Verklaring [verdachte] bij de rechter-commissaris.
182 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 562.
183 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 476 tm 480.
184 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 562-563.
185 Verklaringen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ter terechtzitting van 19 oktober 2009.
186 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 471 tot en met 475.
187 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 300.
188 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 317.
189 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 336.
190 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 397.
191 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 498.
192 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 571 en 572.
193 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 479 onder het midden.
194 Eindpv zaaksdossier 7b, p. 530.
195 Rijksoverheid.nl.klimaatverdrag
196 pv 021, p 101-110 EOS brochure van 1 oktober 2007
197 pv 021, p. 131-137 AR 22-09-07
198 pv 021, p. 139-1
199 pv faillissement p.661
200 rechter-commissaris verhoor [betrokkene 10] 6 februari 2009
201 onder zoek ter terechtzitting 24 september 2009 [medeverdachte 1] p. 32
202 pv 021 p. 289
203 pv 021, p 103-104
204 rechter-commissaris verhoor [betrokkene 9] 12 november 2008
205 pv 021, p. 104
206 pv 021 p. 162
207 rechter-commissaris verhoor [aangever 34] 9 februari
2009
208 ottr pv 24 september 2009 p. 35
209 rechter-commissaris verhoor 6 februari 2009 p. 5-6
210 [medeverdachte 1] p. 8.0097
211 [medeverdachte 1] 8.0007-8.000-80011
212 ottr 24 september 2009, p. 38
213 ottr 24 september 2009 p. 71
214 ottr 24 september 2009 p. 70
215 pv 021, p. 331
216 pv ottr 24 september 2009 en 12 oktober 2009

??

??

90
Parketnummer: 01/889002-07
[verdachte]