We hebben 236 gasten online

De moderne geldmachine

Gepost in Kredietcrisis

Edward Hadas & Hugo Dixon in Breaking Views NRC 10 januari 2009

 

Centrale banken zoeken methodes om de economie weer op gang te krijgen. In de VS probeert de 'Fed' een kunstmatige manier van geld bijdrukken uit, zondér dat inflatie optreedt.

Door EDWARD HADAS en HUGO DIXON in ‘Breaking views’ vertaling Menno Grootveld in NRC 10 januari 2009

LONDEN, 10 JAN. Heel zieke pa­tiënten zijn soms bereid genees­middelen te proberen, waarvan nog niet is aangetoond dat ze effect hebben of veilig zijn. Zelfs dubieuze medicijnen lijken in die ge­vallen beter dan het alternatief.

Nu de financiële stelsels onbe­weeglijk blijven, onder het traditi­onele monetaire beleid, wenden steeds meer landen zich tot de zogenoemde 'kwantitatieve versoepeling' als een soort laatste redmiddel. De Amerikaanse Centrale Bank, de Federal Reserve, probeert dit al uit en de Bank of Engeland zal het voorbeeld vermoedelijk volgen. De Europese Centrale Bank waarschijnlijk niet, omdat zij onzeker is van politieke steun.

'Kwantitatieve versoepeling is de moderne manier van geld drukken. De centrale bank hoeft geen gebruik te maken van de kleurenpers die nieuwe bankbiljetten uitspuugt. Er zijn fijnzinniger manieren om de geldvoorraad van een land te verruimen. Maar het uiteindelijke gevolg is niet veel anders dan wanneer je dollars uit een helikopter zou gooien, zoals Ben Bernanke het ooit omschreef vóór hij baas van de Fed werd.

Het doel ervan is de geldstromen in een economie te bevorderen, als de normale remedie van renteverlagingen niet helpt - wat het geval is als de rente zó laag is dat hij niet verder te verlagen is

In zo’n situatie kan de kwantiteit van het in omloop zijnde geld nog steeds groeien. De centrale bank kan dat bewerkstelligen door bezittingen te kopen tegen con­tante betaling. In theorie kan iedere vorm van bezit worden gekocht. In de praktijk ligt de nadruk bij de 'kwalitatieve versoepeling' op het aankopen van effecten (zoals staatsobligaties, hypotheekobligaties of zelfs aandelen) van banken.

Waar haalt de centrale bank het geld vandaan om dat te betalen?

Zij doet dat heel eenvoudig: de omvang van de rekeningen van de banken bij de centrale bank wordt vergroot. Deze rekeningen van gewone banken bij de centrale bank heten ‘reserves’.

Als de banken hun effecten inwisselen voor ‘reserves’ krimpt hun balans net zoveel als die van de centrale bank groeit. Als ze hun balans statisch willen houden zullen ze hun geld lenen aan kredietnemers en zo de economie van meer liquiditeit gaan voorzien.

Tot op zekere hoogte hebben centrale banken deze methode het afgelopen jaar al ingezet. De Fed heeft bijvoorbeeld een heel scala van programma’s gelanceerd, die tot gevolg hebben gehad dat de centrale bank effecten van banken naar zich toe heeft getrokken. Gevolg: de balans van de Fed is de afgelopen vier maanden maar liefst verachttienvoudigd, naar een niveau van 820 miljard dollar.

Toch heeft dit beleid tijdens deze recessie nog niet tot resultaten geleid. De verkrapping van de kredietmarkten in de VS is gewoon doorgegaan. De zaken hadden uiteraard nog erger kunnen zijn als er geen versoepeling was geweest. Maar de verachttienvoudiging van de reserves op de balans van de Fed gaat nog altijd om minder dan 6 procent van het bruto nationaal product (bbp). Misschien zullen de voordelen zich pas openbaren als de kwantitatieve versoepeling écht op gang komt.

Eerder in de eeuw heeft er maar één belangrijke proefperiode plaatsgevonden – in Japan, tussen 2001 en 2006. De extra reserves van de Japanse banken bij de Japanse centrale banken stegen toen van 5 biljoen yen naar 35 biljoen yen, grofweg 6 procent van het bbp. Deskundigen kunnen het er niet over eens worden of de techniek heeft gewerkt. Positief is dat het Japanse bbp niet is gekrompen. Maar negatief was dat de groei van het bbp bescheiden was en niet duurzaam bleek toen de kwantitatieve versoepeling eindigde.

Zelfs als kwantitatieve versoepeling niet per se effectief is, zou het zeker de moeite van het proberen waard zijn als er geen gevaren aan kleefden. Maar de veiligheid is verre van gewaarborgd. Theoretisch kan het leiden tot een ondermijning van de munt en inflatie.

Ook op dit punt biedt de geschiedenis niet echt een leidraad, Japan heeft geen slechte neveneffecten gekend - de inflatie is laag en de yen sterk. Maar in sommige extreme gevallen van ouderwets geld bijdrukken waren de resultaten desastreus, getuige de ‘assignat’ van de Franse Revolutie, de ‘Confederate dollar’ in de Amerikaanse Burgeroorlog, de Reichsmark in het Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog en de huidige hyperinflatie in Zimbabwe.

De VS en Engeland verkeren uiteraard in een veel gezondere toestand dat het revolutionaire Frankrijk of de Weimar Republiek. Dus er is geen gevaar dat zulke alarmerende gevolgen zullen optreden. Maar de centrale banken hebben misschien geen zin om tot ‘kwantitatieve verkrapping’ over te gaan als de economie weer begint aan te trekken.

In theorie moet het vrij eenvoudig zijn het beleid te keren. De centrale bank zal gewoon de extra reserves op haar balans kunnen verkopen en zo weer geld uit het systeem kunnen wegzuigen. In de praktijk zou de politieke druk om het feestje nog even te laten doorgaan wel eens onweerstaanbaar kunnen blijken.

vertaling Menno Grootveld in NRC 10 januari 2009