We hebben 319 gasten online

Module Arbeidsmarkt Termen en begrippen Klas3 Havo/Vwo

Gepost in Overige economische berichten

   

Module Arbeidsmarkt

Termen en begrippen

drs. J.W.Swaen

Klas 3 Economie

Versie HAVO / VWO

www.blikopdewereld.nl

   

Arbeidsmarkt

Economen verstaan onder het begrip arbeidsmarkt het geheel van vraag en aanbod van arbeid.

Abstracte markt

Hieronder verstaan economen een denkbeeldige plaats waar vraag en arbeid naar een goed of dienst samenkomen. In dit geval is er dus niet één aanwijsbare plaats, waar vraag en aanbod daadwerkelijk samen komen.

Concrete markt

Een voorbeeld hiervan is de bloemenveiling in Aalsmeer waar vragers en aanbieders op één concrete plaats bij elkaar komen.

Werknemer

Iemand die voor een werkgever betaalde arbeid verricht. (In loondienst is)

Werkgever

Heeft werknemer(s) tegen betaalde arbeid in dienst.

Zelfstandige

Mensen die een eigen bedrijf uitoefenen.

Totale vraag naar arbeid

Het totaal van werknemers, openstaande vacatures en zelfstandigen.

Werkloos

Aanbieders van arbeid die geen werk kunnen vinden.

Centrum voor werk en Inkomen (CWI)

Hier laten zich werklozen registreren.

Het totale aanbod van arbeid

Het totaal van werknemers, zelfstandigen en geregistreerde werklozen. Het totale aanbod van arbeid (Aa) wordt ook wel de beroepsbevolking genoemd (Bb).

Werkgelegenheid

De mensen die daadwerkelijk werken namelijk de werknemers en zelfstandigen.

Krapper wordende arbeidsmarkt

Als de vraag naar arbeid in verhouding tot het aanbod toeneemt. De lonen neigen tot een stijging.

Verruiming van de arbeidsmarkt

Als de vraag naar arbeid in verhouding tot het aanbod afneemt. De lonen neigen tot een daling.

Demografische ontwikkelingen

Deze hebben te maken met de omvang of samenstelling van de totale bevolking van een land.

Loonkosten per product

Dat zijn de loonkosten per werknemer gedeeld door de arbeidsproductiviteit van de werknemer.

Loonkosten van de werknemer

Brutoloon en de sociale premies die de werkgever moet betalen.

Arbeidsproductiviteit (apt)

De productie van een werknemer in een bepaalde periode / tijdseenheid.

Diepte-investeringen

Werknemers gaan vervangen door machines.

Fulltimers

Mensen met een volledige baan

Parttimers

Mensen die maar een gedeelte van een volledige baan werken.

Arbeidsjaar

Hierbij rekent men alles om naar een volledige baan

P/A Ratio

Deze geeft weer hoeveel personen er nodig zijn om één arbeidsjaar te vullen. Stel werknemers 8500 x 1000 en arbeidsjaren 6500 x 1000 dan is de p/a ratio werknemers 8500/6500 = 1,307692308 = 1,31 (afgerond op 2 decimalen). Er is dus 1,31 personen nodig om 1 arbeidsjaar aan werkgelegenheid te vullen.

Beroepsgeschikte bevolking

De bevolking vanaf 16 tot en met 64 jaar. Onder te verdelen in beroepsbevolking en niet-beroepsbevolking.

Bruto deelnemingspercentage(bruto participatiegraad)

Dit berekent men door de beroepsbevolking te delen door de beroepsgeschikte bevolking.

Netto deelnemingspercentage(netto participatiegraad)

Dit berekent men door de werkgelegenheid te delen door de beroepsgerichte bevolking.

Geregistreerd werkeloosheidspercentage

Dit berekent men door de geregistreerde werkeloosheid te delen door de beroepsbevolking.

Werkloos

Iemand die geen betaalde arbeid verricht maar dat wel wil.

Geregistreerde werklozen

Werklozen die staan ingeschreven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI)

Verborgen werklozen

Dat zijn mensen die wel willen werken maar zichzelf heel weinig kans geven op het vinden van een betaalde baan en zich daarom niet inschrijven bij het CWI.

Aanzuigeffect

Als het economisch goed gaat neemt de verborgen werkloosheid af.

Ontmoedigingseffect

Als het economisch slechter gaat neemt de verborgen werkloosheid toe.

Seizoenwerkloosheid

Werkloosheid die wordt veroorzaakt doordat maar een gedeelte van het jaar werk is in de sector. Denk aan b.v. werk op een camping of een huisschilder.

Frictiewerkloosheid

Er is altijd enige frictie (duurt enige tijd) tussen het moment waarop iemand beschikbaar wordt voor de arbeidsmarkt en het moment waarop deze een passende baan vindt.

Conjuncturele werkloosheid

Dat is werkeloosheid die ontstaat als de conjunctuur van een land in een neergaande fase is gekomen. Daarmee wordt bedoeld dat de productiecapaciteit van een land groter is dan vraag van een land. Er is sprake van onderbesteding

Effectieve vraag

De totale vraag naar goederen en diensten die door de binnenlandse bedrijven van een land worden geproduceerd.

Effectieve vraag

Binnenlandse bestedingen + Buitenlandse bestedingen

Effectieve vraag

( Consumptie + Investeringen + Overheids bestedingen) + (Export – Import)

Afgekort : EV = C+ I +O+ (E-M)

Bezettingsgraad

Werkelijke Productie gedeeld door de Productiecapaciteit.

Conjunctuurgolf

Grafische weergave van de economische werkelijkheid. Deze gaat altijd in een golfbeweging.

Anti-cyclisch begrotingsbeleid

Een begrotingsbeleid om door maatregelen te nemen de onder- of overbesteding proberen te corrigeren.

Structurele werkloosheid

Is te verdelen in Kwalitatieve werkloosheid en Kwantitatieve werkloosheid

Kwalitatieve werkloosheid

De kwaliteiten van de werklozen sluiten niet aan bij de vraag aan kwaliteiten van de openstaande vacatures. (b.v. een niet juiste opleiding)

Kwantitatieve werkloosheid

De hoeveelheid beschikbare arbeidsplaatsen bij bedrijven en overheidsinstellingen blijft achter bij de omvang van het arbeidsaanbod. Belangrijkste oorzaak de relatief te hoge loonkosten per eenheid product.

Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)

Hierin worden de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden vastgelegd tussen werkgevers en werknemers.

Algemeen verbindend verklaren CAO

Hierbij geldt dat deze CAO voor alle werkgevers en werknemers in een bedrijfstak door de minister van Sociale zaken en werkgelegenheid wordt voorgeschreven. Dus ook voor mensen die geen lid zijn van een vakbond.

Loonkosten

Het totaal van alle kosten van een werknemer voor de werkgever.

Bruto loon

Het loon dat de werknemer ontvangt inclusief loonheffingen en sociale premies.

Netto loon

Het loon dat de werknemer ontvangt exclusief loonheffingen en sociale premies.

De Wig

Het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het netto loon van de werknemer.

Omslagstelsel

Hierbij betalen de huidige werkenden voor de huidige uitkeringsgerechtigden. Het wij/zij stelsel. Bijvoorbeeld de Algemene Ouderdoms Wet (AOW)

Kapitaaldekkingsstelsel

Daarbij sparen de huidige werknemers voor hun eigen toekomstige uitkering. B.v aanvullend pensioen.

Inflatie

Stijging van het gemiddelde prijspeil.

Prijscompensatie

Een vergoeding in loon voor de gestegen prijzen.

Initiële loonstijging

Loonstijging door stijging van de gemiddelde arbeidsproductiviteit.

Incidentele loonstijging

Loonstijging naar aanleiding van een bijzondere prestatie.

   
   

07-05-06 Drs. J.W.Swaen

www.blikopdewereld.nl