We hebben 133 gasten online

In 2008 130 duizend huishoudens met inkomen boven een ton

Gepost in Uitgaven en inkomsten

Bron: Webmagazine CBS, woensdag 9 december 2009 9:30

In 2008 130 duizend huishoudens met inkomen boven een ton

De ruim 7 miljoen Nederlandse huishoudens hadden in 2008 gemiddeld 33 500 euro te besteden. Bijna 130 duizend huishoudens beschikten over een netto besteedbaar inkomen van 1 ton of meer. Dat aantal is in vijf jaar tijd verdubbeld.

Sterke groei huishoudens met meer dan een ton inkomen

In 2008 hadden bijna 130 duizend huishoudens, 1,8 procent van alle huishoudens, een besteedbaar inkomen van meer dan 1 ton. Dit is ruim 2 keer zoveel als in 2003, toen ruim 60 duizend huishoudens een dergelijk hoog inkomen hadden. Ook het aantal huishoudens dat tussen de 50 en 100 duizend euro te besteden had, is tussen 2003 en 2008 sterk gestegen. Het nam toe van bijna 800 duizend naar 1 miljoen.

Huishoudens met inkomen boven 50 duizend euro (prijspeil 2008)

Huishoudens met inkomen boven 50000 euro in 2008

Ook forse toename van aantal topinkomens boven twee ton

Van de huishoudens die meer dan 1 ton te besteden hadden, beschikten er 27 duizend in 2008 over een inkomen van 2 ton of meer. Ook dit aantal is in vijf jaar tijd sterk toegenomen: in 2008 hadden bijna 2,5 keer zo veel huishoudens als in 2003 een dergelijk hoog inkomen. Inkomens uit arbeid of eigen onderneming het hoogstVan de huishoudens met een inkomen hoofdzakelijk uit arbeid of eigen onderneming had iets meer dan de helft een inkomen boven het gemiddelde van 33 500 euro. Van de huishoudens die grotendeels op een uitkering of pensioen waren aangewezen, had slechts 15 procent een bovengemiddeld inkomen. De hogere inkomensklassen worden hierdoor overheerst door huishoudens met vooral inkomen uit arbeid of eigen onderneming.Huishoudens per klasse van besteedbaar inkomen, 2008

Huishoudens per klasse van besteedbaar inkomen, 2008

Wim Bos

Wat is mijn besteedbaar inkomen?

Het besteedbaar inkomen is het nettobedrag dat een huishouden op jaarbasis te besteden heeft. Dit bestaat in grote lijnen uit het bruto-inkomen verminderd met afgedragen premies en belastingen.Voor werknemers en uitkerings- en pensioenontvangers is een grove schatting van het netto jaarinkomen dertien keer het ontvangen nettomaandbedrag (twaalf maanden plus één maand vakantiegeld). Voor zelfstandigen bestaat het nettojaarinkomen uit de winst na belasting. Het huishoudensinkomen is het jaarinkomen van alle leden opgeteld. Hieraan moet eventueel ontvangen huurtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget en tegemoetkoming studiekosten nog toegevoegd worden. Deze schatting houdt nog geen rekening met allerlei kleinere en grotere posten die het besteedbaar inkomen beïnvloeden. Om het huishoudensinkomen nog nauwkeuriger te bepalen moeten de netto inkomsten uit vermogen (het saldo van ontvangen en betaalde rente, dividend etc.) en de netto ontvangen partneralimentatie meegeteld worden, terwijl betaalde partneralimentatie en de ziektekostenpremie betaald aan verzekeraars nog moet worden afgetrokken.Van besteedbaar inkomen naar gestandaardiseerd inkomenHet maakt veel uit hoeveel mensen binnen een huishouden van een bepaald inkomen moeten leven. Om het inkomen van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken wordt het inkomen gestandaardiseerd. Dit gestandaardiseerde inkomen wordt ook wel koopkracht genoemd.Standaardiseren gebeurt door het besteedbare huishoudensinkomen te delen door een factor die uitdrukt hoe groot het schaalvoordeel is bij het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is het eenpersoonshuishouden als norm gekozen. Voor deze huishoudens is de factor gelijk aan 1. Er wordt voor elke extra volwassene 0,19 tot 0,37 en voor elk extra minderjarig kind 0,15 tot 0,33 aan deze factor toegevoegd. Voor een echtpaar zonder kinderen bedraagt de factor bijvoorbeeld 1,37. Een alleenstaande met een besteedbaar inkomen van 10 duizend euro en een echtpaar met een besteedbaar inkomen van 13,7 duizend euro bevinden zich dus op een even hoog welvaartsniveau: na standaardiseren bedraagt de koopkracht voor beide huishoudens 10 duizend euro. De factor waardoor gedeeld wordt noemt het CBS de equivalentiefactor. Voor de meest voorkomende groepen is hij in de onderstaande tabel opgenomen. Zo bedraagt de equivalentiefactor voor een eenoudergezin met twee minderjarige kinderen 1,51.

Equivalentiefactoren


   

Aantal kinderen jonger dan 18 jaar

   

0

1

2

3

4

Aantal volwassenen

           

1

 

1,00

1,33

1,51

1,76

1,95

2

 

1,37

1,67

1,88

2,06

2,28

3

 

1,73

1,95

2,14

2,32

2,49

4

 

2,00

2,19

2,37

2,53

2,68