We hebben 124 gasten online

Overwaarde en koerswinsten waren jarenlang bron voor extra consumptie

Gepost in Uitgaven en inkomsten

Door : Melanie Koymans en Jan Ramaker Centraal Bureau voor de Statistiek

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2009

Voor 2000 besteedden huishoudens jaarlijks maar een deel van hun inkomen. Wat overbleef, werd gespaard en kon worden gebruikt voor investeringen of voor het aflossen van schulden. De afgelopen jaren werd er meer uitgegeven dan er binnenkwam; er werd ontspaard. Waar kwam dit extra geld vandaan?

De relatie tussen beschikbaar inkomen, consumptie en besparingen

Het beschikbaar inkomen is het inkomen van huishoudens na aftrek van belastingen en premies.

Met het beschikbaar inkomen bekostigen huishoudens hun consumptie. Wat overblijft na consumptie zijn de vrije besparingen. Deze worden aan het eigen vermogen toegevoegd. Wordt er meer uitgegeven dan er beschikbaar is dan zijn de vrije besparingen negatief (er wordt dan ontspaard) en moet het eigen vermogen worden aangesproken.

Huishoudens sparen niet alleen uit vrije wil; er wordt ook verplicht collectief gespaard voor het pensioen. Dit is het saldo van betaalde pensioenpremies en ontvangen pensioenen. Samen met de vrije besparingen vormen de collectieve besparingen de totale besparingen van huishoudens. Door deze totale besparingen te delen door het bruto beschikbaar inkomen ontstaat de spaarquote. Hieraan kan de spaarzin van een bevolking worden gemeten.

Staat 1

Opbouw van besparingen van huishoudens, 2008*

Mld euro In % van C

A Totaal inkomsten 468,2 173

B Totaal belasting en premies 196,9 73

C Beschikbaar inkomen A–B 271,3 100

D Consumptieve uitgaven 272,5 100

E Vrije besparingen C–D –1,2 0

F Collectieve besparingen 21,7 8

G Totale besparingen E+F 20,5 8

Zie verder PDF file:

http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/200D3AD3-AF66-4CD8-BC86-BB9908CBB1D7/0/SET_20094_Pag3743.pdf