We hebben 100 gasten online

Waarom bezine zo duur is

Gepost in Uitgaven en inkomsten

Bron NRC van 11 december 2010

Auteur Piet Depuydt

De prijs van ruwe olie schommelde de laatste jaren op en neer, en gaat nu weer flink omhoog. Benzine volgt die achtbaan niet. Conclusie: de consument betaalt te veel.

En daar is hij weer. De prijs van ruwe olie. Het is winters koud, het energieverbruik neemt toe en, jawel, de olieprijs stijgt. Een vat ruwe Brent bereikte deze week de hoogste piek sinds het begin van de economische crisis eind 2008. Er werd 90,77 dollar (69 euro) neergeteld. Een symbolische drempel.

Eigenlijk is dat goed nieuws. Niet alleen het koude weer maar ook een pril herstel van de mondiale economie maakt petroleum duurder. De keerzijde is dat dit ons in de portemonnee raakt. We betalen meer bij de benzinepomp. Want de brandstofprijzen zijn gekoppeld aan de olieprijzen. Toch?

Op het eerste zicht is dat inderdaad het geval. Lpg bereikte afgelopen woensdag de hoogste prijs ooit, zo liet het inkoopcollectief UnitedConsumers weten. Er werd gewezen naar het hogere autogebruik door het koude winterweer en de toegenomen vraag naar verwarming - onder meer bij agrarische bedrijven.

Ook de prijs voor benzine zit in de lift. We zitten nog maar 7 cent af van het prijsrecord uit de zomer van 2008, meldde UnitedConsumers. De grote vraag naar ruwe olie met als gevolg daarvan de hogere wereldmarktprijzen, spelen wel degelijk een rol, zei Paul van Selms van het inkoopcollectief. Net als de winterkou.

Uit de evolutie van de prijs van Eurosuper 95 van de laatste drie jaar blijkt dat de dip van januari 2009 - toen de economische crisis in Europa en de VS hard toesloeg - bijna volledig is verdwenen. Nederland bevindt zich nu bijna op het niveau van juli 2009 en nadert de piek van 2008.

Maar het is opvallend dat het prijzenverloop voor een vat ruwe olie de afgelopen drie jaar veel extremer was dan de lichtjes golvende curve die de brandstofprijzen lieten zien. Petroleum zat in een achtbaan. In de zomer van 2008 kostte een vat ruwe olie in de Verenigde Staten 147 dollar. Dit was een record. Vier maanden later plofte die prijs naar beneden tot 33 dollar.

In een half jaar zakte de waarde van ruwe olie dus met 77 procent. Wat gebeurde er met ongelode benzine in diezelfde periode? Die zakte in Nederland van een zomerpiek van ruim 1,65 euro naar circa 1,20 euro: een daling met slechts een kwart. En terwijl ruwe olie nog altijd een flink stuk verwijderd is van de recordprijs van twee jaar geleden, is Eurosuper 95 er aardig dichtbij.

Dat is raar. De hogere prijzen op de oliemarkt worden dus meteen doorberekend, maar de dalingen worden vertraagd. Sterker nog, de tarieven die een consument aan de pomp betaalt zijn de afgelopen twee jaar absoluut niet in dezelfde verhouding gedaald als de prijzen voor petroleum op de wereldmarkt.

Logische conclusie: we betalen te veel. Deskundigen zijn hierdoor niet verrast. Een hausse op de oliemarkt wordt altijd meteen omgezet in hogere prijzen aan de pomp, zo stellen zij. En bij een baisse wordt dat effect vertraagd. Dat was ook vóór 2008 het geval. Maar hoe komt dit dan?

Zij wijzen erop dat de brandstofprijzen worden bepaald door een aantal unieke factoren, die wereldwijd sterk variëren. Zo int de Nederlandse Staat per verkochte liter een vast bedrag aan accijnzen - voor 2010 is dat 71,99 cent. Dit bedrag wordt meestal jaarlijks aangepast aan de inflatie en soms om politieke redenen verhoogd, legt olieproducent Shell op zijn website uit.

Voeg daarbij nog eens 19 procent btw en de gemiddelde pompprijs in Nederland bestaat voor ruim tweederde uit fiscale heffingen. Dat zijn inkomsten voor de schatkist. Andere factoren die een rol spelen zijn het weer, de 'psychologie' op de markt en 'politieke spanningen', zo luiden de verklaringen van Shell.

Het olieconcern koopt voor zijn tankstations meer basisbrandstoffen in dan het zelf raffineert. Het voegt er additieven en biologische ingrediënten aan toe om de kwaliteit verder te verbeteren. En over de prijs van die producten heeft het weinig te zeggen. Daar geldt de wet van vraag en aanbod.

Shell is dan ook niet in staat de prijs van een vat olie te bepalen, zo luidt de redenering. En alle private oliemaatschappijen samen - goed voor 15 tot 20 procent van de mondiale productie - kunnen dat evenmin. Het zijn de grote staatsoliebedrijven en het oliekartel OPEC die de markt dicteren. Maar daar heeft de consument weinig boodschap aan.

Een andere oorzaak van de hoge brandstofprijzen zou de mate van concurrentie kunnen zijn tussen de marktspelers - de olieconcerns - onderling. Sceptici wijzen erop dat hun prijzen voor brandstoffen weinig van elkaar verschillen. Prijsafspraken? Het is inderdaad nooit aangetoond, maar het valt ook niet uit te sluiten. UnitedConsumers verwacht in ieder geval niet dat de prijzen snel weer zullen dalen.