We hebben 159 gasten online

Geschiedenis

Recensie 'Zwarte trots, witte schaamte? Over kolon...
20 juli 2020 09:29

Dit boek gaat over kolonialisme en het hedendaags racisme, over de botsing tussen de zwarte trots en de witte schaamte en is gebaseerd op meer dan dertig jaar persoonlijke ervaringen en studiewerk.   [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen
Recensie 'Breuklijnen' Harry Stroeken (red)
25 aug 2018 09:24

De ondertitel van het boek 'Breuklijnen' vermeldt Priesters in overgangstijd. In 'Breuklijnen'vertellen negen (ex-) priesters hun verhaal. Zij hebben het grootseminarie veelal gedaan in de jaren vijft [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen

Samenvatting Thema Feniks Het Midden Oosten Hoofdstuk 4

Gepost in Thema's

bush sr

Het Midden Oosten Honderd jaar brandhaard van de wereldpolitiek

Hoofdstuk 4: Oorlogen om Allah en olie

De islam in de strijd geworpen 1979-1998

Deelvraag 4: Hoe maakte de opkomst van het moslimfundamentalisme de bestaande tegenstellingen in het Midden-Oosten nog complexer?

Inleiding:

De opkomende islamitische strijdlust vormde een reactie op de uiterlijke tekenen van de westerse, seculiere cultuur in het leven van de mensen in het Midden-Oosten. Het vond een vruchtbare voedingsbodem in de armoede van de massa's en het gebrek aan sociale voorzieningen.

Moslims ergerden zich ook aan:

  • Het westers cultureel imperialisme;
  • Het luxe leventje van de heersende bovenlaag.

Dat bevorderde de opmars van het fundamentalisme omdat men vanuit de islamitische organisaties openlijk uiting kon geven aan het heersende ongenoegen.

In Iran grepen fundamentalisten in 1979 de macht. In Egypte of Turkije kregen de seculiere heersers te maken met een geduchte oppositie die zich door de zuivere islam liet inspireren. De religie van de Islam vormde (naast de olie) een bron van spanning, uitmondend in de Eerste Golfoorlog.

Het belang van dit onderwerp

Fundamentalisme is geen exclusief islamitisch verschijnsel. Fundamentalisten zijn tegenstanders van alles wat inbreuk maakt op alles wat zij zien als goddelijke wetten. Vaak betreft het thema' s als de gelijkheid van man en vrouw, de grondrechten van homoseksuelen, de evolutietheorie, en bepaalde kledingsvoorschriften en omgangsvormen.

Ook in westerse landen met een multiculturele samenleving wordt fel gedebatteerd over hoofddoekjes, eerwraak, vrouwenbesnijdenis en andere onderwerpen die culturen scheiden.

Ook wordt er soms gesproken over een 'clash of civilizations' . Dat wordt onder meer gevoed door ongeregelde strijdgroepen zoals die van Al Qaida.

 

4.1 De sjiitisch-islamitische revolutie in Iran

mo 1975

Iran, het vroegere Perzië, werd vanaf 1941 geregeerd door de pro-westerse, dictatoriaal regerende vorst sjah Mohammed Reza Pahlavi. Hij was een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten.

De Sjah wilde zijn land moderniseren door:

  • Een grootscheepse landhervorming waardoor boeren een klein stukje grond konden krijgen;
  • Uitroeiing van het analfabetisme;
  • Oprichting van hospitalen;
  • Oprichting van moderne industrieën;
  • Vrouwen kregen toegang tot betere opleidingen.
  • khomeini

Al die maatregelen leidde tot ernstige conflicten met de sjiitische geestelijken in Iran. De belangrijkste daarvan was Ayatollah ('oog van God') Ruhollah Khomeini. Hij wees de westerse koers principieel af en verzette zich tegen de secularisering van de wetgeving. Khomeini was door de Sjah verbannen en leefde al jarenlang in Irak en Parijs. In 1978 groeide de sluimerende onrust uit tot een grote volksopstand. In 1979 ontvluchtte de Sjah zijn land en Khomeini keerde 76 jaar oud terug naar Iran. De revolutie die toen volgde was uniek. Hij vestigde een theocratie.

In de negentiende en twintigste eeuw waren er in de wereld veel revoluties geweest, maar die stonden in het teken van ideologieën zoals het liberalisme en socialisme, die vooruitgang en modernisering voorstonden. De islamitische revolutie in Iran was echter een conservatieve omwenteling.

De Islam werd het oriëntatiepunt van de samenleving en de staat zou volledig volgens de beginselen van de Islam bestuurd worden. De islamitische republiek werd uitgeroepen en er kwam een nieuwe grondwet op basis van de islam (theocratie).

Alles wat de Sjah had ingevoerd werd taboe verklaard:

  • Voormalige politici werden geëxecuteerd, anderen vluchtten naar het buitenland;
  • Misdadigers kregen zware lijstraffen;
  • Bioscopen werden gesloten;
  • Alcoholgebruik en prostitutie werden verboden;
  • Vrouwen mocht zich allen op straat begeven gehuld in de chador, het traditionele gewaad dat slechts het gezicht onbedekt laat. Zedenpolitie keek toe op de naleving ervan.

De chaos was echter in Iran groot omdat Khomeini alleen algemene richtlijnen gaf waardoor een strijd ontstond tussen gematigde en strenge geestelijken.

Omdat de VS weigerde de gevluchte Sjah uit te leveren ging een groep fundamentalisten er toe over het Amerikaanse ambassadepersoneel in Teheran te gijzelen. Deze gijzeling zou 444 dagen duren. Ongehoord in de internationale gemeenschap. Hierdoor ontstond er een lange periode van vijandschap tussen de VS en Iran.

Vlak voor zijn dood in 1989 vaardigde Khomeini nog een Fatwa (uitspraak) waarbij hij een doodvonnis uitsprak tegen de schrijver Salman Rushdie vanwege vermeende godlasterlijke passages in diens boek 'De Duivelsverzen'.

4.2 Opmars van het moslimfundamentalisme

De islamitische revolutie in Iran werd in andere islamitische landen als een voorbeeld gezien zoals in Turkije.

  • Turkije was uitgegroeid tot een seculiere staat onder Kemal Ataturk. Dit werd door de fundamentalisten steeds meer aangevochten. Er ontstond een nieuwe islamitische partij, de Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij, AKP, die steeds meer aanhang kreeg.
  • In Egypte slaagde de regering van president Moebarak er niet in om de miljoenen armen een menswaardig bestaan te garanderen. De armen zochten nu hun heil bij liefdadige religieuze instellingen. De belangrijkste was en is de Moslim broederschap, die al actief was sinds 1928. Deze broederschap beheerde al ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen en rechtswinkels. Na 1980 ontstond er een enorme toeloop. In 1981 vormde ze het brein achter de aanslag op president Sadat. De regering van Moebarak trad streng op tegen de fundamentalisten. Maar dat kon niet vermijden dat de Moslim broederschap nog aan populariteit won. De belangrijkste ideoloog was Sayyid Qutb. Deze werd door president Nasser in 1966 al opgehangen, maar zijn ideeën leefden nog sterk.
  • Vanuit de broederschap kwam in 1987 de Palestijnse terreurbeweging Hamas voort, die vanuit de bezette Gaza-strook ijvert voor de vernietiging van de staat Israël om op het grondgebied van Palestina een islamitische staat te stichten. Hamas steunt zelfmoordterroristen. Naast Hamas was ook de Hezbollah (partij van God) actief. Een sjiitische organisatie, die een Islamitische Jihad voerde tegen Israël gesteund door Iran en opererend vanuit Syrië en Libanon.
  • In Saudie-Arabië was al langer een strenge islamitische organisatie actief, het Wahabisme. Het verspreidde zich dankzij Saudische oliedollars over de wereld, onder meer door de bouw van duizenden moskeeën te financieren. Osma Bin Laden was een fervent aanhanger van het Wahabisme. Hij trok in 1980 naar Afghanistan om tegen de Russen te vechten. Later nam hij stelling tegen de stationering van Amerikaanse soldaten in Saudie-Arabië. Hij steunde het fundamentalistische Taliban-bewind in Afghanistan en riep op tot geweld tegen de Amerikanen. Hij vormde een netwerk van islamitische militanten, Al Qaida. Daarmee organiseerde hij aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in 1998. Een poging van president Clinton hem uit te schakelen mislukte. Op 11 september 2001 zou de wereld in verbijstering de terroristische aanval op de VS gadeslaan door de aanval op het World Trade Center te New York en het Pentagon te Washington.

4.3 Irak onder Saddam Hoessein

sjiieten

Vanaf 1920 was Irak een moeilijk bestuurbaar land geweest. Tegen wil en dank waren drie bevolkingsgroepen samengevoegd. De Koerden in het Noorden, soennitische arabieren in het midden, en sjiitische arabieren in het zuiden. De sjiieten vormden met 60% de meerderheid.

In 1968 was de Baathpartij aan het bewind gekomen en organiseerde showprocessen tegen vijanden van het volk. Daarbij vielen duizenden slachtoffers. De Baath-partij maakte een vergelijkbare ontwikkeling door als destijds de Jong-Turken: van een seculiere, op gelijkheid en modernisering gerichte beweging, veranderde zij in een massapartij die massamoord niet schuwde.

Het Baath-bewind kreeg economisch de wind in de zeilen door de ontwikkelingen op de internationale oliemarkt. In 1972 werd de Britse Iraq Petroleum Company genationaliseerd. Irak groeide uit tot een van de belangrijkste olieproducerende landen ter wereld. Door de oliecrisis van 1973 steeg de prijs van ruwe olie spectaculair. Met de opbrengsten daarvan konden de Baath-bestuurders voor de massa onderwijsprogramma's, scholen,wegen en ziekenhuizen realiseren. Door investeringen in de industrie was er voldoende werkgelegenheid.

In 1979 werd Saddam Hoessein president, partijvoorzitter en hoofd van de strijdkrachten. Hij werd een wrede dictator en liet duizenden mensen executeren. Als soenniet gaf hij zo aan de sjiitische medeburgers de boodschap dat zij zich beter gedeisd konden houden.

In het Westen had men jarenlang weinig oor voor Saddams terreurdaden. Tegenover de antiwesterse sjiieten in Iran onder leiding van Khomeini zag men Saddam Hoessein liever als een dictator die goed voor zijn volk zorgde en met wie het prettig zakendoen was. Toen Saddam Hoessein zijn land wilde voorzien van kerncentrales werd hij als een vorst door Frankrijk ontvangen.

Er was echter één land dat zich ernstig zorgen maakte over Saddams nucleaire programma: Israël. In 1981deed de Israëlische luchtmacht een aanval op de kerncentrale Ositrak om te voorkomen dat Irak atoomwapens zou gaan produceren. Enkele jaren later bleek dat Israël zelf in het geheim over atoomwapens zou beschikken.

4.4 Twee Golfoorlogen

In 1980 brak er een oorlog uit tussen Irak en Iran. Achtergronden:

  • De strijd om het bezit van de grensrivier Shatt al-Arab, Iraks enige uitweg naar zee;
  • Saddam Hoessein wenste de eeuwenoude rivaliteit tussen Arabieren en Perzen in zijn voordeel te beslissen;
  • Saddam wilde een klap toebrengen aan het sjiitische fundamentalisme, dat een bedreiging vormde voor het bewind in Bagdad.

Saddam Hoessein klopte om financiële steun met succes aan bij de andere Arabische landen. Saudie-Arabië, Koeweit en de Golfstaten waren namelijk bang dat een Iraanse opmars hun bewind in gevaar zou brengen en leenden Saddam tientallen miljarden dollars. In 1984 herstelde Saddam de betrekkingen met de VS.

Tegenover het materiële overwicht van Irak plaatste Iran een bijzonder wapen in de strijd: het plaatste een leger van honderdduizenden kindsoldaten vooraan in de linies, en de mijnenvelden. Velen sneuvelden, waardoor ze een plaats kregen in het beloofde 'paradijs'.

gifdorp halabja

Irak ondernam bombardementen met gifgas en andere chemische wapens. Het ergst was het gifgasbombardement op het Koerdische stadje Halabja (16 maart 1988), waarbij vijfduizend mensen de dood vonden. Dit was georganiseerd door een neef van Saddam die daarmee de bijnaam kreeg van 'Ali Chemicali'. In totaal werden 180.000 Koerden omgebracht omdat ze ervan verdacht werden met Iran samen te werken.

Pas in 1988 maakte intensieve bemiddeling door de VN een einde aan het bloedige conflict. Naar schatting verloren een miljoen mensen het leven door deze oorlog.

Het olierijke Koeweit werd het volgende slachtoffer van Saddam. Saddam weigerde de door hem geleende dollars aan Koeweit en Saudie-Arabië terug te betalen (zestig miljard dollar). Koeweit verkocht daarnaast de olie voor een lagere prijs dan Irak. Op 2 augustus 1990 viel het Iraakse leger plotsklaps Koeweit binnen en annexeerde het staatje. De president van de VS George Bush sr. trok meteen de vergelijking met Munchen 1938 (toen stond het Westen Hitler toe dat hij vrij kon handelen en Sudetenland kon annexeren zonder raadpleging van Tsjecho-Slowakije).

Bush sr. wees de appeasmentpolitiek (een te toegeeflijke houding) af.

  • De VS legde zich niet neer bij de annexatie van Koeweit;
  • Koeweit was van te groot belang als olieleverancier voor het westen.
  • bush sr

Bush sr. slaagde erin een coalitie van twintig landen te smeden om Koeweit te bevrijden. Saddam had gehoopt de Arabische massa achter zich te krijgen. Maar de Arabische landen Saudie-Arabië, Syrië en Egypte sloten zich aan bij de coalitie, uit vrees voor de macht van Saddam. Navo-lid Turkije deed hetzelfde. Saddam kreeg alleen steun van Jordanië en de PLO. In Jordanië bestond de meerderheid van de bevolking uit Palestijnen.

Een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN stelde dat Irak zich uiterlijk op 15 januari 1991 uit Koeweit diende terug te trekken. Irak trok zich niets van dit ultimatum aan. Operatie Desert Storm begon om Irak uit Koeweit te verdrijven. Irak voerde ook Skut-raket aanvallen uit op Saudie-Arabië en Israël en de regering van de VS kon maar ternauwernood voorkomen dat Israël wraak zou nemen. Irak werd verslagen en Saddam Hoessein liet uit wraak de olie-installaties van Koeweit in brand schieten. Bush sr. koos ervoor Saddam Hoessein niet uit te schakelen omdat hij bang was dat Irak dan uit elkaar zou vallen. Doe beslissing werd zeer betreurd door de Koerden in het Noorden en de Sjiiten in het Zuiden. Hun opstanden werden door Saddam neergeslagen.

Ondanks het feit dat Irak geen chemische wapens had gebruikt in de oorlog om Koeweit, bleef men bang dat het land massavernietigingswapens in bezit had. De VN dwongen Saddam tot het toelaten van speciale wapeninspecteurs. Saddam wist zich te handhaven. Economische sancties konden hem persoonlijk niet deren, maar veroorzaakten wel ondervoeding en kindersterfte.

In 1992 deden de VN een aanbod aan Irak om olie te leveren in ruil voor voedsel en medicijnen. In 1996 ging Saddam hier op in maar ging steeds hogere eisen stellen. In 1998 dwong hij de wapeninspecteurs te vertrekken, Uiteindelijk zou de VS militair ingrijpen zonder steun van de VN.

Zie verder hoofdstuk 5 Samenvatting Thema Feniks Het Midden Oosten Hoofdstuk 5