We hebben 120 gasten online

Geschiedenis

Recensie 'Breuklijnen' Harry Stroeken (red)
25 aug 2018 09:24

De ondertitel van het boek 'Breuklijnen' vermeldt Priesters in overgangstijd. In 'Breuklijnen'vertellen negen (ex-) priesters hun verhaal. Zij hebben het grootseminarie veelal gedaan in de jaren vijft [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen
Recensie 'Victoria Koningin' Julia Baird
05 feb 2018 14:25

Het is geen wonder dat deze biografie een vuistdik boek is. Een biografie van iemand die meer dan 60 jaar op de Britse troon zou zitten. En dat in een periode waarin Groot Brittanië bijna de zeggensc [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen
Recensie 'De tolk van Java' Alfred Birney
02 juni 2017 08:52

Huiveringwekkend, autobiografische mokerslag, beschrijvingen die ten volle bij dit boek passen. De clichés over Nederlands-Indië worden verpulferd en hoe. Pas op 65 jarige leeftijd heeft Alfred Birn [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen
Recensie 'Juliana' Vorstin in een mannenwereld Jol...
08 dec 2016 13:27

Deze biografie van Juliana is het lezen alleszins waard. Wat een prestatie eigenlijk. Want ga er maar even aanstaan om van deze Oranjetelg, die nadat haar moeder Wilhelmina vijftig jaar lang van 1898  [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen
Recensie 'Wat kan ons gebeuren' Gerrit Hoogstraate...
17 nov 2016 12:58

In deze roman staat centraal het leven van een Amsterdamse politieman en is voor een deel gebaseerd op de familiegeschiedenis van de auteur. De roman speelt vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog en sc [ ... ]

Vervolging JodenVerder lezen

2005 Anja Vink: In de steek gelaten

Gepost in Onderwijs

Buitenlandse ervaring met 'nieuwe leren' sijpelt in Nederland door

Het nieuwe leren was geen succes in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Vooral leerlingen met een achterstand werden daarvan de dupe.

Anja Vink in Zaterdags Bijvoegsel NRC 17 december 2005

IN NEDERLAND is de discussie ten volle losgebroken. Is dat nieuwe leren nu wel of niet goed? Voor- en tegenstanders buitelen over elkaar heen. Dat het nieuwe leren een containerbegrip is dat zowel Iederwijs als de bovenbouw van havo en vwo (het Studiehuis) bevat, maakt de discussie niet eenvoudiger. Grofweg kan wel gezegd worden dat al deze vormen van het nieuwe leren zijn gebaseerd op het constructivisme: leerlingen en studenten vormen hun eigen kennis en kennis is niet objectief maar subjectief. De onderwijsmethode richt zich op de leerling, niet op de leerkracht. Die begeleidt de leerlingen in plaats van leerstof aan te reiken. Het eigen vermogen om te gaan leren- is het sleutelbegrip bij het onderwijs dat gebaseerd is op de constructivistische opvatting. In de ogen van de aanhangers van deze leertheorie is het vermogen om te leren bij kinderen en jongeren vanzelfsprekend aanwezig. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië werd zeven jaar geleden de noodklok geluid over het zelfsturend leren van kinderen. In het onderzoek 'Child-directed teaching methods: a discriminatory practice of western education' (1998) trekt onderwijskundige Bonnie Grossen van de Universiteit van Oregon de conclusie dat kindgerichte of constructivistische lesmethodes kinderen uit lagere milieus minder kans bieden om zich daaruit los te maken. Die kinderen hebben volgens Grossen groot belang bij een goede leerkracht met hoge verwachtingen.

Grossen geeft een overzicht van eerder onderzoek naar het nieuwe leren in de VS en Groot-Brittannië. Zo bleek uit het Plowden Report in de jaren zestig dat het 'progressieve leren' zoals dat in Engeland heette slechte resultaten opleverde. Desalniettemin werd het breed ingevoerd. Slechte prestaties van Engelse leerlingen brachten het progressieve leren in diskrediet en de overheid stelde daarom eind jaren negentig eisen op waaraan leerlingen en scholen moeten voldoen. Onlangs werd er voorzichtig gejuicht in Engeland: de taalprestaties van de leerlingen gaan weer vooruit.

Opvattingen die aansluiten bij het nieuwe leren leven al sinds het begin van de vorige eeuw. De zogeheten traditionele onderwijsvernieuwers of reformpedagogen als Montessori, Steiner en Petersen van Jenaplan hingen het principe aan dat kinderen en jongeren een aangeboren wil tot leren hebben. De onderwijsvernieuwers van nu verwijzen vaak naar deze voorgangers. Montessorischolen, Daltonscholen en de Vrije scholen zijn nu gevestigde schooltypes. Het hele Nederlandse onderwijs heeft veel leentjebuur gespeeld bij deze onderwijshervormers: de basisschool zoals wij die kennen sinds 1985 heeft veel Montessori- en Jenaplaninvloeden.

De nadruk in het huidige basisonderwijs ligt op zelfstandig leren leren. Het Studiehuis is op deze fundamenten gevestigd. Dit concept kwam een paar weken geleden onder vuur te liggen vanwege de gebrekkige kennis van het Nederlands en wiskunde van de studenten in het hoger onderwijs. De oorzaak werd gezocht in de manier van leren in het Studiehuis waar havo- en atheneumleerlingen hun eigen kennis moeten construeren door middel van werkstukken. Onderwijsminister Van der Hoeven heeft intussen een aanpassing van het studiehuis aangekondigd. Daarin lijkt ze te kiezen voor een middenweg: er moet binnen het Studiehuis meer aandacht komen voor begeleiding en overdracht van kennis door de leerkracht.

In Nederland waarschuwde Wim Meijnen, als hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam net met emeritaat, al in 1984 voor prestaties van achterstandsleerlingen in het Montessorionderwijs. Meijnen nu: "Iedereen viel over me heen. De discussie wordt echter nu overnieuw gevoerd."

 

AFGEDWAALD

In 2000 verschenen in de VS vlak na elkaar twee boeken die Grossen en Meijnen gelijk lijken te geven. In het standaardwerk 'Left back' rekende Diane Ravitch van de New York University af met honderd jaar onderwijs- hervormingen. Door het eindeloos vernieuwen is het Amerikaanse onderwijs volgens Ravitch 'weggedreven van zijn kerntaak: het onderwijzen van kinderen. De aandacht voor basisvaardigheden is sterk verminderd en vooral achterstandskinderen hebben geen echt profijt van het onderwijs: ze worden als het ware door de school heen geduwd en in de steek gelaten.

Vlak na de dood van emeritus hoogleraar Jean S. Chall van Harvard Graduate School of Education, verscheen haar boek 'The academic achievement. What really works in the classroom'. Ook zij zet eerder onderzoek op een rijtje en concludeert dat met name kinderen uit achterstandsgroepen betere resultaten boeken met 'leerkrachtgestuurd' onderwijs. Dat onderwijs is volgens Chall van groot belang bij kinderen die net het basisonderwijs binnenkomen en leren lezen. In de VS maakt men zich al jaren grote zorgen over de slechte leesresultaten van met name achterstandleerlingen. Volgens NEAP, het onderwijsonderzoeksbureau van de Amerikaanse overheid 'haalt veertig procent van de negenjarigen in het Amerikaanse basisonderwijs het vereiste basisniveau niet'. Van kinderen met een Afto-Amerikaanse afkomst kan 69 procent niet goed genoeg lezen, voor kinderen met een Spaanstalige achtergrond is dat percentage 64. In 2000, onder het presidentschap van Bill Clinton, leidden deze bevindingen tot de 'Reading Act': Basisscholen kunnen overheidssubsidie krijgen voor leerkrachtgerichte methodes voor het leesonderwijs en de nascholing van leerkrachten.

Langzaamaan druppelen de resultaten van deze onderzoeken door in Nederland. Kees Vernooy, schoolverbeterdeskundige van het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum (CPS) en schrijver van het onlangs verschenen boek 'Elke leerling een competente lezer', pleit ervoor om het Amerikaanse onderzoek serieus te nemen. Vijftien procent van de leerlingen in het Nederlandse onderwijs is aan het eind van de basisschool geen goede lezer.

Volgens Vemooy heeft internationaal leesonderzoek tussen 1995 en 2000 veel bruikbare kennis opgeleverd, maar wordt die kennis in Nederland niet altijd in praktijk gebracht. Vemooy: "Leerlingen die niet goed mee kunnen komen in het leesonderwijs hebben baat bij een goede leerkracht die ze meer tijd en begeleiding geeft. Je straft deze. kinderen het meest door ze in hun eigen tempo te laten werken. Sommige onderwijzers zien zwakke lezers als laatbloeiers die in hun eigen tempo moeten leren lezen. Maar dat is de onjuiste manier van omgaan van verschillen. Juist wanneer er niet vroegtijdig wordt ingegrepen lopen zwakke lezers een achterstand op, vooral in groep drie en vier, die ze later niet meer kunnen inhalen. Eigenlijk stuur je deze kinderen het bos in als het leren uit hun zelf moet komen."

Volgens Sjef Stijnen, hoogleraar aan de Open Universiteit, wordt het Nederlandse onderwijs gedomineerd door de constructivistische leeropvatting. Deze opvatting heeft volgens hem een hoog Baron von Münchhausengehalte: 'Van lerenden wordt verwacht dat ze zich aan hun eigen haren uit het moeras trekken', zei hij in zijn oratie in 2003. De constructivistische leeropvatting maakt van de leerkracht meer procesbegeleider en minder informatieoverdrager, aldus Stijnen. Te onduidelijk is volgens hem wat de aard is van de ondersteunende activiteiten van de leraar. Terwijl juist veel leerkrachten, vooral in het voortgezet onderwijs, hebben gekozen voor hun vak om kennis over te dragen.

Worden ook in Nederland de achterstands- en probleemleerlingen de dupe van het kindgerichte onderwijs? Gericht Nederlands onderzoek ontbreekt, maar autochtone achterstandsleerlingen (leerlingen van Nederlandse afkomst' met een ouder met maximaal vmbo) gaan er in prestaties op achteruit volgens de laatste gegevens van de grootschalige PRIMA - cohortmetingen.

 

TAALGEBIED

Onderzoek van het CPS heeft aangetoond dat juist deze groep (tien procent van de 1,6 miljoen basisschoolleerlingen) veel baat heeft bij meer leerkrachtgestuurd onderwijs. De allochtone leerlingen met minimaal een ouder afkomstig buiten Europa en ook niet meer dan een vmbo-opleiding (12 procent van alle basisschoolleerlingen) halen de autochtone achterstandsleerlingen in, met name in het rekenen. Op taalgebied hebben de allochtone achterstandsleerlingen nog steeds een achterstand van twee jaar op de gemiddeld basisschoolleerling. Moeten we het constructivistisch leren afschaffen? Daar zegt niemand volmondig ja op. Sjef Stijnen van de Open Universiteit pleit voor een gematigde constructivistische kijk op het leren waar meer plaats is voor de leerkracht. Zelfs tegenstander Bonnie Grossen erkent dat constructief leren in een later stadium goed kan zijn, maar wil dat er ruimte overblijft voor overdracht van kennis door de leerkracht. De analyse van het CPS sluit daarbij aan. "De nadruk ligt in het huidige onderwijs te veel op het zelfstandig werken en de eigen motivatie van de leerling", zegt Vernooy. "Wij zien juist dat doelgericht onderwijs met een goede methode goede resultaten geeft bij zwakke lezers."

Anja Vink in Zaterdags Bijvoegsel NRC 17 december 2005