We hebben 152 gasten online

CHINA van Confucianisme via Maoisme tot Centralistisch Kapitalisme

Gepost in Azië en Afrika

confu krijger

1) Inleiding

2) Enkele kenmerken van China vóór de Communistische Revolutie

3) Strijd tussen Nationalisten en Communisten

4) Het denken van Mao over de revolutie

5) De Speciale Economische Zones

6) De Socialistische Markteconomie

7) De Chinese Economische Structuur

8) Migratie

9) Go West’ beleid

10) Verwachte buitenlandse investeringen door het Chinese lidmaatschap van de WTO

11) Nederlands directe buitenlandse investeringen

12) Nederlandse bedrijven die actief zijn in China

13) Mogelijke gevaren van de Revolutionaire Chinese Economische Ontwikkeling

14) Geraadpleegde bronnen

1) Inleiding.

Wie in deze tijden de financiële berichtgeving volgt moet wel er van overtuigd raken dat de grote groei van de wereldeconomie uit het Verre Oosten en met name China zal komen. China wordt algemeen genoemd als het land dat in de 21e eeuw in staat zal zijn de Verenigde Staten naar de kroon te steken als economische wereldmacht. Hoe heeft zich deze ontwikkeling kunnen voordoen en wat zijn zoal de achtergronden van deze waarlijk revolutionaire ontwikkelingen.

Revolutionaire ontwikkelingen niet in de richting van een communistische heilstaat maar naar een kapitalistische samenleving in een ‘socialistische markteconomie’.

Het lijkt een utopie maar China is, nadat de pragmatici de strijd in hun voordeel beslisten, onbetwist een nieuwe koers ingeslagen. Wat zijn de mogelijkheden en gevaren van deze nieuwe ontwikkelingen in een land waar een kwart van de wereldbevolking leeft. Voor een goed begrip van de huidige situatie zullen we eerst de historische achtergronden van China moeten bekijken.

Daarna kijken we naar de praktische resultaten vanaf de instelling van de Speciale

Economische Zones en de ontwikkelingen die zich sindsdien hebben voorgedaan.

2) Enkele kenmerken van China vóór de Communistische revolutie:

- Het superioriteitsgevoel: de Chinezen met hun oeroude cultuur beschouwden vreemde volken slechts als schatplichte ‘barbaren’. China was het ‘Rijk van het Midden’, dat tussen hemel en aarde boven andere volken verheven was.

- Het Confucianisme, deze gedragsleer legde de nadruk op oude regels en voorschriften. Centraal daarbij staan wellevendheid, eerbied voor de bestaande orde en traditie, onderwerping aan gezag en autoriteit. Deze leer werd tot staatsleer verheven door de invoering van een examenstelsel waaraan men als ambtenaar werd getoetst.

- Het analfabetisme van de boerenmassa

- Het familiesysteem, de familie en niet de staat was de eenheid waaraan de Chinees zich gebonden voelde. De Chinese familie kende een gezagsvolgorde en voorvaderregering.

- Het Isolationisme van China speelde vooral een rol onder de Mandsjoe dynastie 1644-1911. Men sloot zich af van de buitenwereld

manchu china

- Het regionalisme bleef het enorme Chinese rijk bedreigen vooral doordat in de 19e eeuw zwakkere keizers regeerden en het centrale gezag afnam. Daar maakten de militaire gouverneurs dankbaar gebruik van.

- De toename van de westerse invloed in China nam toe nadat de Engelsen de zogenaamde opiumoorlog hadden gewonnen (1839-1842). Bij de vrede moest China Hongkong aan Engeland afstaan. Het was het begin van verdagen tussen China en westerse mogendheden die zogenaamde concessiegebieden verwierven.Tot overmaat van ramp verloor China in de Chinees Japanse

chinese revolution 1911

oorlog Korea (1894) en de zogenaamde Bokseropstand (1900).

Na de val van het keizerrijk in 1912 werd de Chinese Republiek uitgeroepen en werd China geteisterd door burgeroorlogen.en hielden de geallieerden bij de Vrede van Versailles (1919) geen rekening met de opvattingen van China. .

3) Strijd tussen nationalisten en communisten:

Tussen de nationalisten van Sun Yat Sen en zijn latere opvolger Tsjang Kai-sjek en de op 1 juli 1921 opgerichte Chinese Communistische Partij (CCP) van Mao Zedong ontstond een langdurige strijd om de macht in China. Deze strijd werd tweemaal onderbroken doordat beide partijen samen ten strijde trokken tegen de Japanners. Mao Zedong ging naar de provincie Kiangsi en vestigde daar het zogenaamde boerenbolsjewisme. Hij maakte zich los van het Russsische revolutiemodel en richtte zich op de plattelandsrevolutie van de boerenmassa. Mao richtte een ‘volksbevrijdingsleger ‘op en paste de guerrilla -tactiek toe. Na het uitroepen van de Chinese Sowjet Republiek in 1931 werd hij door Tsjang en de nationalisten omsingeld. Mao

sphere of co prosperity

en de communisten trokken toen via de zogenaamde ‘Lange Mars’ van Kiangsi naar Jenan.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog laaide de strijd tussen de Nationalisten, gesteund door de VS en de Communisten weer op.

De Burgeroorlog duurde van 1946 tot 1949 en leidde tot een overwinning van de Communisten en de stichting van de Volksrepubliek China op het Chinese Vastenland. De nationalisten weken uit naar Formosa het huidige Taiwan waar men Nationalistisch China stichtte.

taiwan

kaart van com china

4) Het denken van Mao over de revolutie

Hoewel vaak gedacht dat Mao er dezelfde denkbeelden op na hield als Marx en Lenin waren er toch elementen die anders waren. Volgens Marx zijn het eerst de objectieve maatschappelijke omstandigheden die onvermijdelijk de revolutie scheppen (= determinisme). Mao legde daarentegen grote nadruk op de betekenis van het ‘revolutionaire bewustzijn’: de mens kan alles als hij maar de juiste manier van denken heeft. De subjectieve menselijke wil was voor Mao de motor van het revolutieproces (=voluntarisme). Terwijl bij Marx en Lenin pas de heilstaat de nieuwe mens oplevert, streefde het maoïsme eerst naar een nieuwe mens, waardoor pas de heilstaat mogelijk wordt.

Deze ‘nieuwe’ mens ontstaat door systematische indoctrinatie via voortdurende ‘ heropvoeding’ (kritiek en zelfkritiek) en ideologische massacampagnes.

Door het voortdurend beslag leggen op de menselijke geest bezat het maoïsme een nog sterker totalitair karakter dan andere vormen van communisme.

De belangrijkste kenmerken van Mao’s revolutiestrategie waren:

1. de plattelandsrevolutie: de Chinese revolutie moet steunen op de massa en dat zijn de Chinese boeren.

2. de partizanen – of guerrillatactiek: volgens Mao komt de politieke macht uit de loop van het geweer.

3. de omsingelingstheorie: als de rode troepen het platteland beheersen, worden de geïsoleerde steden een gemakkelijke prooi. Deze theorie werd ook toegepast op de wereldrevolutie door het steunen van revoluties in de Derde Wereld.

4. de massalijn: de ware revolutionair luistert naar de massa en staat open voor kritiek en zelfkritiek. Er moet geen kloof ontstaan tussen partij en volk, geen bureaucratie en specialisme. Maar de partij houdt haar leidende rol zodat ook in China sprake is van een dictatuur over het proletariaat in plaats van een dictatuur van het proletariaat.

De kern echter van het Maoïsme is de leer van de permanente revolutie. Dat houdt in dat ook onder het communisme kapitalistische tendensen steeds moeten worden bestreden (bourgeoismentaliteit en elitevorming).Dat leidde ertoe dat er in China twee ideologische massacampagnes werden georganiseerd waar het land veel schade van heeft geleden.De zogenaamde Grote Sprong Voorwaarts van 1958 en de Culturele Revolutie van 1966 hadden als doel het opheffen van de tegenstellingen tussen

- stad en platteland

- industrie en landbouw

- hoofdarbeid – handenarbeid.

Tegenover de dogmatici (zij die vasthouden aan de leer) stonden de pragmatici, zij die ter wille van de modernisering van China bereid waren tot concessies op ideologisch gebied zoals:

- een gecentraliseerde economie

- ontwikkeling hoogwaardige stedelijke industrie

- opleiding specialisten op wetenschappelijk en technische gebied. Er was dus in feite sprake van een machtsstrijd.

De mislukking van de Grote Sprong Voorwaarts leidt tot verzwakking van het communestelsel, bedoeld als doorbreking van de aloude Chinese familiestructuur

( zie de kenmerken van China vóór de Chinese Revolutie), en tot verzwakking van Mao’s positie. De pragmatici kregen meer invloed hetgeen zich uitte in een technocratische koers waarbij de maoïstische ideologie op de achtergrond verdween.

Mao zou door de Culturele revolutie nog eenmaal proberen de machtsstrijd op het ideologische vlak in zijn voordeel te beslissen. Deze Culturele Revolutie, mede vorm gegeven door de Rode Gardisten en het zogenaamde Rode Boekje, die jaren duurde kostte miljoenen mensenlevens en leidde tot een chaos en economische stagnatie. Uiteindelijk grijpt het Chinese leger in.

mao

Na de dood van Mao in 1976 ontstond er opnieuw een ideologische strijd die in het voordeel van de pragmatici werd beslist. De pragmatici ontwikkelden een Nieuwe Economische Koers die bestond uit vier moderniseringen: het ontwikkelen van een moderne landbouw, industrie, defensie, wetenschap en technologie om China te ontwikkelen tot een geïndustrialiseerde macht.

1.De volkscommunes maakten plaats voor privé – landbouw op ‘ contractbasis’ waarbij de staat een deel van de oogst tegen een vastgestelde prijs kocht en de boer over de rest vrij beschikte.

2.In de lichte industrie kwam er ruimte voor particuliere bedrijfjes.

3.Open Deur – politiek met het Westen ( Westers kapitaal en technologie)

4.Het ontwikkelen van Speciale Economische Zones. In deze Zones ontstonden joint ventures met Westerse bedrijven.

5. Een akkoord over teruggaven van Hongkong met Engeland. De economische liberalisering van China leidde echter niet tot een politieke liberalisering omdat de Communistische Partij elke democratisering onderdrukte met als dieptepunt het bloedbad in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede.

5) De Speciale Economische Zones

In de periode 1979-1980 werden door de Chinese autoriteiten vijf Special Economische Zones opgericht, waar buitenlandse bedrijven zich onder voorwaarden met speciale privileges konden vestigen. Na het succes van de SEZ's stelden de Chinese autoriteiten veertien zogenaamde 'open kuststeden' open en uiteindelijk zijn er honderden economische zones ontstaan. Naast de Chinese privé-bedrijven zijn de buitenlandse investeringen voor een aanzienlijk deel verantwoordelijk voor de nieuwe banen in China.Inmiddels hebben 400-500 van de grootste internationale multinationals een vestiging in China.

overzichtskaart

6) De Socialistische markteconomie

Sinds 1993 streeft China officieel een socialistische markteconomie na. Hieronder verstaan de Chinese autoriteiten een markteconomie die door vraag en aanbod in grote lijnen zelf bepaalt hoe en waar de schaarse middelen als arbeid, kapitaal en grond optimaal zullen worden ingezet. De rol van de Staat beperkt zich tot het bijsturen van ongewenste ontwikkelingen met behulp van macro-economische instrumenten en tot ondersteuning van economisch zwakke bevolkingsgroepen.

Het socialistische element houdt verder in dat de Staat in principe de richting, het tempo en de kernsectoren blijft bepalen van de economische ontwikkeling.

De basis voor het economisch beleid in China wordt nog steeds gevormd door plannen die de centrale overheid regelmatig opstelt.

De belangrijkste hiervan zijn de vijfjarenplannen die sinds 1953 worden uitgebracht.

Het tiende vijfjarenplan (2001-2005) voorziet voor het eerst in een heldere definitie van de rol van de overheid:

'to enforce the law and management and to concentrate efforts on macro regulation and control and creating a sound market environment, and not to directly intervene in enterprises' operational activities'.

Dit westerse concept was onvoorstelbaar in het China van twintig jaar geleden. De opwaardering van de Chinese industrie van arbeidsintensieve productie naar de fabricage van goederen met een hogere toegevoegde waarde komt langzaam op gang. Dit hervormingsproces wordt gecontinueerd.

7) De Chinese economische structuur

De Chinese economie wordt gekenmerkt door een onevenredig groot aandeel van de industrie en een onderontwikkelde dienstensector. De kenmerken van economische planning naar analogie van het Sovjetmodel zijn nog duidelijk terug te vinden. De landbouwsector vervult nog steeds een uiterst belangrijke rol in China. De industriële sector bestaat enerzijds uit duizenden, veelal verlieslijdende, staatsbedrijven die vooral actief zijn in de zware industrie en anderzijds uit de bloeiende lichte industrie. De licht industriële activiteiten worden veelal ondernomen door coöperaties - zoals de ‘townships and village enterprises’ en de urban collectives - die het snel groeiende particuliere midden- en kleinbedrijf vormen, en de in China gevestigde buitenlandse ondernemingen.

Vele staatsindustriële bedrijven staan aan de vooravond van een ingrijpende herstructurering of zijn intussen gesloten of omgevormd tot 'chaebols'. De Zuid-Koreaanse chaebol-structuur dient daarbij als voorbeeld, ondanks de zwaktes van de chaebols zoals die aan het licht kwamen tijdens de Zuidoost-Aziatische economische crisis van 1997/98..Dit levert vele miljoenen werklozen op. De private sector ontwikkelt zich voorspoedig, maar is vooral geconcentreerd in de oostelijke kustprovincies van het land, terwijl de zware industrie is gevestigd in de meer in het binnenland en noordoostelijk gelegen provincies.

gross domestic product


8) Migratie

Tegenwoordig leven gemiddeld 37,66 procent van de Chinezen in de stad, meer dan een verdubbeling in vergelijking met 1978. Tussen het platteland en de steden bestaat een grote sociaal-economische ongelijkheid, hetgeen de Volksrepubliek zowel ideologische als praktische problemen oplevert. Dit heeft tot gevolg dat er een voortdurende trek is van de plattelandsbewoners naar met name in de steden aan de kust. De overheid verwacht dat in 2010 in de kuststeden Guangzhou, Shanghai en Beijing de verstedelijking zal zijn toegenomen met 30-45 procent. Ook is er grote ongelijkheid tussen de boeren in de verschillende regio's. De overheid wil met haar 'Go West'-beleid een einde maken aan de sociaal-economische ongelijkheid tussen oost en west.

9) 'Go-West'-beleid

De Chinese overheid heeft grootse plannen met het westen. Met haar 'Go-West'-beleid moet westelijk en centraal China worden ontwikkeld van een onderontwikkelde economie naar een ontwikkelde. In het westen woont 23 procent van de totale bevolking op 5,4 miljoen km2 grond, hetgeen 56 procent is van China's totale landoppervlakte.

10) Verwachte buitenlandse investeringen door het Chinese lidmaatschap van de WTO

China is in 2002 uitgegroeid tot 's werelds grootste ontvanger van directe buitenlandse investeringen. In 2002 werd ter waarde 82,7 miljard US dollar aan contractuele directe buitenlandse investeringen ontvangen. Dit is een stijging van 20 procent in vergelijking met 2001. De gerealiseerde directe buitenlandse investeringen bedroegen in 2002 52,7 miljard US dollar, een stijging van 12 procent. In de eerste zes maanden van 2003 stegen de contractuele directe buitenlandse investeringen - ondanks de SARS -effecten - naar 6,99 miljard US dollar. In dezelfde periode in 2002 bedroeg dit 6,82 miljard US dollar.
De kustprovincies hebben in 2002 (traditioneel) de meeste investeringen weten aan te trekken Met het 'Go West'-beleid wil China hierin een ommekeer brengen door buitenlandse investeerders te enthousiasmeren voor westelijk China, waardoor de grote sociaal-economische achterstand wordt verkleind. Meer dan 180 landen en regio's buiten het vasteland China (Hongkong en Taiwan) hebben in China geïnvesteerd. Hongkong blijft China's grootste investeerder, direct gevolgd door de Maagdeneilanden, Verenigde Staten en Japan. Hierbij zij aangetekend dat in de Chinese cijfers geen rekening wordt gehouden met de omvangrijke bedragen die door Chinese bedrijven eerst in Hongkong, de Maagdeneilanden of de Kaaimaneilanden zijn ondergebracht. Vervolgens worden deze bedragen als buitenlandse investering weer in de Chinese economie ingebracht. Deze route komt veelvuldig voor om te kunnen profiteren van de gunstige (fiscale) voorwaarden die aan buitenlandse investeerders worden geboden. Chinese analisten verwachten dat in 2010 de grens van totaal 1 biljoen US dollar wordt bereikt aan gerealiseerde directe buitenlandse investeringen; westerse economen denken dat de jaarlijkse groei 10 procent zal bedragen. Dat de groei van de directe buitenlandse investeringen jaarlijks blijft toenemen staat buiten kijf. De investeerders worden niet alleen aangetrokken door de lage lonen, de effecten van WTO -afspraken spelen eveneens een rol zoals het gefaseerd toegankelijk worden van gesloten sectoren. Bovendien zal ook een distributievrijheid van goederen ontstaan. De Chinese handels - en investeringswetgeving wordt transparanter en overeenkomstig de WTO in het Engels gepubliceerd. Daarentegen krijgen de investeerders in de toekomst concurrentie te duchten van staatsbedrijven die steeds meer efficiënter opereren. Volgens de WTO-principes verdwijnen de meeste belastingvoordelen voor buitenlandse investeerders en worden zij gelijkgesteld met de lokale ondernemingen. Het aantal hoogopgeleide Chinese studenten neemt snel toe en China verwacht dat vele in buitenland afgestudeerde studenten zullen terugkeren vanwege de carrièreperspectieven.

11) Nederlandse directe buitenlandse investeringen

De Nederlandse directe investeringen in China waren tot het begin van de jaren negentig nog beperkt, maar stegen daarna relatief snel. Bij de interpretatie van onderstaande cijfers moet er echter rekening mee worden gehouden dat de werkelijke jaarlijkse omvang van de investeringen van Nederlandse bedrijven in China naar alle waarschijnlijkheid hoger ligt. Want een deel van de investeringen in China wordt gepleegd door de Hongkongse vestigingen van Nederlandse moederbedrijven, terwijl De Nederlandsche Bank (DNB) de Nederlandse directe investeringen in Hongkong apart van China bijhoudt.

Nederlandse directe investeringen in China in stromen per 30-09-2003 (in miljoen euro):

1997
213
1998
7
1999
224
2000
62
2001
433
2002
36

10 fastet growing dutch sales

De Nederlandse export naar China, in absolute termen het meest belangrijke Nederlandse exportland in de Aziatische regio, groeit stevig. Sinds 1996 met een stijging van 26%. Chemische producten en machines maakten 60% uit van de Nederlandse export naar China. In 2002 was de groei van beide productie categorieën 23% in vergelijking met 2001. China is de meest belangrijkste leverancier van gebruiksgoederen voor Nederland, met een totale waarde van € 8,9 miljard in 2002. In 1997 moest China dat nog delen met Taiwan. Sinds 1998 is het de onbetwiste leider

12) Nederlandse bedrijven die actief zijn in China

. Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken verstrekt geen gegevens over het aantal Nederlandse bedrijven dat actief is in China. Zelfs de gegevens van de Nederlandse Bank zijn vertrouwelijk. Een goed overzicht te krijgen is dan moeilijk maar aan de hand van publicaties is wel een en ander te concluderen.

Allereerst zijn natuurlijk alle Nederlandse banken en Verzekeraars actief in China. Daarnaast doen veel agro - bedrijven goede zaken. Ook ten aanzien van waterwerken is Nederland vertegenwoordigd. Daarnaast zijn in China actief grote Nederlandse Multinationals als AKZO en Philips. Vooral Philips heeft bij monde van de CEO duidelijk gemaakt dat men China ziet als de groeimarkt bij uitstek in de 21e eeuw. Niet voor niets was de volledige Raad van Bestuur van Philips on tour in China.

Maar hoe staat het met de winstgevendheid? Unilever is sinds 1986 in China. Het meldde in 1998 nog aldoor tegenvallende resultaten, was twee jaar later ,,optimistischer dan ooit'', maar komt in 2004 - na dan al 800 miljoen euro in de Chinese consumentenmarkt geïnvesteerd te hebben - niet verder dan: ,,Wij draaien break-even''. Heinekens joint venture, sinds 1988 in China, juicht in 1994 dat China hard op weg is Duitsland als tweede biermarkt ter wereld te verdringen en meldt in zijn jongste jaarverslag oplopende verliezen. Maar de brouwer zegt dat de verliezen in China, dat inmiddels ,,in volume'' de Verenigde Staten is gepasseerd als de grootste biermarkt ter wereld, ,,onder controle zijn. ,,De vooruitzichten voor de lange termijn blijven positief'', zegt Heineken, dat zijn exportbier van het Heineken-merk voor de Chinese markt nu in China zelf gaat brouwen.

In 2003 vroeg de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch zich openlijk af of wel iemand winst maakte op al die buitenlandse investeringen voor de Chinese binnenlandse markt. De zakenbank zei op ,,anekdotische bewijzen'' te moeten afgaan''Dat lijkt nog steeds het geval.

Neem andere Nederlandse multinationals. Maken zij er winst? Het chemie - en farmacieconcern Akzo Nobel, dat zegt op de Chinese binnenlandse markt een kleine 400 miljoen euro omzet te behalen: ,,Daarover kunnen wij niks zeggen''. En het chemieconcern DSM, met bijna 500 miljoen dollar aan investeringen voor de binnenlandse markt: ,,Wij zijn winstgevend, meer kunnen we niet zeggen''. Het elektronicaconcern Philips, dat al 2,5 miljard euro in China heeft geïnvesteerd en van zijn totale Chinese omzet 40 procent op de binnenlandse markt behaalt (de rest is export): ,,Wij maken niet bekend of we er winst of verlies maken''. Het SHV-onderdeel Makro, dat met zijn supermarkten tot nu toe 30 miljoen euro in China heeft geïnvesteerd, is openhartiger: ,,Wij maken er een kleine winst'' Fraaie winsten maken buitenlandse ondernemingen wel op hun export vanuit China, al zijn zij over die resultaten ingetogen. Een Nederlands voorbeeld is bijvoorbeeld de dochter van ASMI, ASMPacific dat in staat bleek ondanks de malaise in de semiconductor sector winstgevend te blijven dankzij de productiefaciliteiten in China.

In de exportsector heerst, anders dan op de lokale markt, de discipline van de mondiale markt. Op elke dollar aan Chinese export naar de VS wordt aan de Amerikaanse consument vier tot vijf keer zoveel in rekening gebracht, zei onlangs Andie Xie, econoom bij de Hongkongse vestiging van de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley.

Er zijn tientallen Nederlandse bedrijven actief in China. Om er nog een paar te noemen: DHV, Campina, Shell, Gamma, Vialle, Coltec etc. Nederlandse verzekeraars als Aegon en ING zitten er nog niet zo lang. Over hun kansen zijn ze niet minder geestdriftig. ,,Erg opwindend'', zei ING in 2002 bij de oprichting van zijn tweede joint venture. Al winstgevend? ING: ,,In 2008''. De eerste joint venture, in 1998 opgericht, zou ,,dit jaar winstgevend'' worden. Na zes jaar bij beide joint ventures eindelijk winst. Met andere woorden de winst op de afzetmarkt in China is nog een illusie. 13) Mogelijke gevaren van de Revolutionaire Chinese Economische Ontwikkeling

1. de ongelijke welvaartsdeling in China kan leiden tot sociale onrust. Niet alleen de kloof tussen de stad en het platteland speelt een rol maar ook die tussen de rijke oostkust en het arme westen van China

2. een dramatische stijging van de grondstofprijzen.De groei van de Chinese economie veroorzaakte b.v.een vraag naar olie die twee keer zo groot was dan verwacht (bron NRC 12-03-2004) China consumeert een vijfde van alle koper, van alle nikkel, een vierde van alle staal, de helft van alle cement in de wereld waardoor staal 15 a 33 procent duurder is geworden, koper 15%, aluminium 35%, ijzererts 36%, kolen 35%.

3. grote schommelingen op de effectenbeurs b.v. China Life

4. het aloude conflict tussen China en Taiwan kan escaleren

5. de mensenrechtensituatie (in China vinden per jaar 10000 executies plaats. Vijf keer zoveel als in de rest van de wereld(bron NRC 17-03-2004)

6. economische macht gaat altijd gepaard met militaire macht en de mogelijke opheffing van het wapenembargo door de EU geeft al aan dat men graag bereid is defensiemateriaal te leveren.

7. De Chinese economie vertoond tekenen van oververhitting. De prijzen zijn in 2003 met 3,2 procent gestegen. Het hoogste cijfer in bijna 7 jaar(bron NRC 08-03-2004)

8. China’s 800 miljoen boeren hebben nauwelijks geprofiteerd van de economische groei omdat de uitgaven net zo hard stegen als de inkomsten. 9. Uit de uitbraak van de Sars epidemie blijkt dat de uitgaven van de openbare gezondheidszorg geen gelijke tred houden met de groei van de economie. Er zelfs oorzaak van kan zijn dat de economie stagneert.

10. De buitenlandse handel nam in 2003 met 37% toe. Maar de binnenlandse bestedingen zouden eigenlijk de economische groei moeten stimuleren.

11. China’ s uitgaven voor de infrastructuur is te laag om de economische groei van 7% a 8% vol te houden

12. China heeft een groot tekort aan drinkwater. 130 steden kampen daarmee

13. Haast catastrofaal is de luchtverontreiniging. Een derde van het land is door zure regen aangetast, waarbij de kolengestookte elektriciteitscentrales een rol spelen. Behalve de lucht en het water is in China ook de grond zwaar vervuild. Onder Mao moest elke commune zijn eigen hoogoven hebben.

14. De massale toestroom van de plattelandsbevolking naar de steden werkt als een deflatoire kracht op de Chinese economie. Er zijn gewoon te veel mensen die de lonen laag houden. Een wezenlijk verschil met de economische ontwikkeling van Japan en andere economische tijgers. Er is dus een onophoudelijke toestroom van nieuwe arbeiders. Dat zet niet alleen de prijzen in de wereld op zijn kop, maar beukt ook op de werkgelegenheid in de rijke landen.

15. Een krachtige revaluatie van de yuan helpt niet. Zelfs een revaluatie van 40% helpt alleen landen als Maleisië en Mexico. Het loonverschil is gewoon te groot. In de VS 40% hoger, in Duitsland 43%.(Bron NRC 3 april 2004)

16. China investeert 43% van zijn bruto nationaal product en dat is niet vol te houden.

17. Door de groei is een tekort aan elektriciteit in de steden zodat men moet rantsoeneren.

18. De Staatsbanken gaan gebukt onder slechte leningen. Daar staat echter tegenover dat de Chinese staat rijk genoeg is. Tegenover 1.000 miljard dollar bezit staan 600 miljard dollar aan slechte leningen. De financiële sector is de sleutel tot de hervorming van de economie. De sector wordt met diepgaande structurele problemen geconfronteerd. De overdracht van de slechte leningen aan de vier daartoe opgerichte 'asset management'-bedrijven in 1999 heeft niet tot een wezenlijke verbetering van de situatie geleid. China is wellicht het enige land ter wereld waar de Staat een stilzwijgende garantie op spaartegoeden bij de staatsbanken geeft. Dat voorkomt een run op de bank. De spaarquote is hoog. In essentie is de financiële crisis in China een fiscaal probleem, aangezien staatsbanken en staatsondernemingen (de gebruikers van leningen) onderdeel zijn van het overheidsbestel. Omvorming van de financiële sector tot een professionele sector - met behulp van westerse financiële instellingen - heeft hoge prioriteit van de centrale overheid.

19. Er is in China duidelijk sprake van onderconsumptie. De Chinese overheid wil met een fiscale politiek de binnenlandse vraag stimuleren. Hiervoor zullen langetermijn staatsobligaties worden uitgegeven. De reële schuld bedraagt volgens analisten tenminste 110 tot 140 procent van het BBP. Het ministerie van Financiën continueert een verscherpt beleid inzake het aangaan van schuld. Voorts zal het ministerie alert blijven op valutatransacties en zullen binnen- en buitenlandse ondernemers worden geconfronteerd met een streng toezicht op uitstroom van valuta. De valutapositie van China is met 286,4 miljard US in 2002 overigens zeer goed.

20. Volgens de maatstaven van de Wereldbank leven ongeveer 230 miljoen Chinezen in absolute armoede. De Wereldbank gebruikt als maatstaf een bedrag van 1 US dollar per dag. Ongeveer 670 miljoen Chinezen leven van minder dan 2 US dollar per dag. Volgens de Asian Development Bank leven tussen de 12 en 15 miljoen mensen op het platteland van een jaarinkomen van gemiddeld 205 US dollar

daily income

21. Corruptie De ambtelijke corruptie in China is door de economische groei in omvang en reikwijdte gestegen en vormt een niet onbelangrijke bedreiging voor de economische ontwikkeling, de hervormingen en stabiliteit. De oorzaken van deze ontwikkeling:de overdaad aan formele en informele regelgeving;de ondoorzichtige bureaucratie

14) Geraadpleegde Bronnen: Angang Hu, The Health of China’s Economy 18 februari 2004 Barschot van Jochen: Enkeltje China of toch maar niet.NRC 17-03-2004 Friese Paul, Eindeloos investeren in China NRC 28 januari 2004 Friese Paul, China is niet noodzakelijkerwijs een bedreiging; Fenemenale expansie van Rijk van het Midden zet wereldeconomie op haar kop NRC 03-04-2004 Frijlink Herman: Groei economie China kan niet standhouden NRC 27-03-2004 Knigge J. Historisch perspectief Boek 1 1900-1945; Boek 2 1945-heden Wereldgeschiedenis van de 20e eeuw.

Economische Voorlichtingsdienst: 2 april 2004 Nummer 853

Economische Voorlichtigsdienst: 20 oktober 2003 Nummer 875 Economische Voorlichtingsdienst: 21 oktober 2003 Nummer 77184

Economische Voorlichtigsdienst: 16 oktober 2003 Nummer 55911 Economist print edition: China's material needs The hungry dragon 19 februari 2004 Economist print edition: billion three, but not for me 18 maart 2004 The prospect of a vast domestic market of 1.3 billion consumers has lured countless companies to China Economst print edition SURVEY: BUSINESS IN CHINA Behind the mask18 maart 2004 Economist print edition China’s economy 31 maart 2004 Economist print edition: Ideological gymnastics 11 maart 2004 Even in the People's Republic, property is no longer theft Ministerie van Economische Zaken. Publicaties pdfs 03BEB05.pdf NRC 05-03-2004 China laat dissident vrij onder druk van de VS NRC 12-03-2004 Chinese vraag naar olie verdubbelt NRC 17-03-2004 In China 10.000 executies per jaar' NRC 19-03-2004 China koopt voor 16,6 mlrd euro Iraans gas NRC 03-04 2004 Gamma wil uitbreiden in China Pinxteren van Harry: de potentie is en blijft enorm NRC 21-02-2004 Pinxteren van Harry: Chinese boer houdt hand op de knip NRC 05-03-2004 Pinxteren van Harry: Economie China moet niet te snel groeien NRC 08-03- 2004 Steketee Menno: China’s wapenwedloop met de geschiedenis NRC 11-03-2004 Studwell Joe: The China dream Atlantic Monthly Press 2002 http://www.wto.org/english/res_e/statis_e/its2003_e/its03_general_overview_e.pdf World trade developments in 2002 and prospects for 2003 http://www.wto.org/english/res_e/booksp_e/anrep_e/world_trade_report_2003_e.pdf

World trade report 2003

http://www.csis.org/china/040218_angang.pdf

Globalization China Studies at the Center for Strategic and International Studies (CSIS),