We hebben 333 gasten online

Deel 2 Hongarije en de Hongaarse Opstand

Gepost in Midden en Oost-Europa

 

hoofd standbeeld stalin  vlag Hongarije

 

2) De Eerste Fase van de Hongaarse Opstand (23 oktober - 3 november 1956)

Dinsdagmorgen 23 oktober keert Ernö Gerö terug uit Joegoslavië na 'hartelijke, succesvolle besprekingen' met Tito. Als hij op het station van Boedapest uitweidt over zijn ervaringen bespeurt hij geërgerd dat niemand aandacht laat staan waardering heeft voor zijn diplomatieke prestaties. De oorzaak daarvan wordt hem duidelijk als hij een uur later in het hoofdkwartier van de communistische partij wordt opgewacht door een groep hoofdredacteuren diep verontrust over de agitatie en deining die daags tevoren zijn verwekt door de studentenactie.

Gerö stelt de journalisten gerust. Om 12.53 uur sterft op de Kossuthzender (Radio Boedapest) de zigeunermuziek weg. Minister László Piros van binnenlandse zaken laat omroepen: 'Om de openbare orde te handhaven heeft het ministerie van binnenlandse zaken alle openbare samenkomsten en demonstraties tot nader order verboden' Te laat - de studentendemonstratie is al begonnen. Om 14.23 roept radio Boedapest om:' Het demonstratieverbod is opgeheven'.

De demonstratie bij het monument van de dichter Sándor Petöfsi is dan al voorbij. Daar is Petöfi's gedicht 'Hongaren, staat op!' voorgedragen, geschreven tijdens de Hongaarse opstand tegen Oostenrijk van 1848-1849, die met de hulp van de Russen werd neergeslagen en ook Petöfi het leven kostte. Vervolgens trekken de studenten naar het standbeeld van de Poolse generaal Bem.

 

Hun eisen (zie Kader 'de zestien eisen') zijn afgedrukt op de duizenden pamfletten die onder bescherming van het nachtelijk duister overal zijn aangeplakt, en worden bij het heen en weer trekken door de stad eindeloos herhaald. Gestaag aangroeiend maar nog steeds gedisciplineerd bereikt de stoet in de middag het parlementsgebouw. Van 17 uur af krijgen de studenten gezelschap van arbeiders die van hun werk komen.

russen eruitAgressief tegenover de demonstranten en slaafs onderdanig jegens de Sovjet Unie spreekt Gerö om 20 uur over de radio: 'Er zijn lieden die een conflict willen veroorzaken tussen het proletarisch internationalisme en het Hongaarse nationalisme. Wij veroordelen de pogingen onze jeugd het gif van het chauvinisme in te gieten: Van een dozijn politiemannen, dat bij een auto naar de radio luistert, zegt iemand: 'Hij liegt bij elke ademhaling: Voor het eerst klinkt uit de massa de kreet: 'Ruszkik Haza' Weg met de Russen!'

De studenten willen hun eisen nationale bekendheid geven. Ze verzamelen zich voor het omroepgebouw dat sinds 18 uur bewaakt wordt door honderden mannen van de AVO (de Hongaarse staatsveiligheidspolitie) en verlangen zendtijd. Na vergeefse gesprekken van studenten net radiomensen wil een majoor van het Hongaarse leger het gebouw binnengaan met de lijst van zestien eisen. AVO mannen schieten hem op de drempel neer. Politie en militairen worden naar de verzetshaard gedirigeerd. maar weigeren op te treden; enigen staan hun wapens af aan de demonstranten. Ook elders weet men zich te bewapenen. In de Soroksaristraat wordt een munitiedepot geplunderd. Diverse politiebureaus openen hun wapen kasten. Een wapenfabriek levert ruim duizend geweren; uit legerkazernes komen behalve geweren ook mitrailleurs.

 

 

bij afgezaagde stalinHet oproer krijgt nu een duidelijk anti - Russisch karakter. Rode sterren en andere Sovjet emblemen worden van geveltoppen geschoten. De Russische 'Horizont'-boekwinkels worden opengebroken en de voorraden op straat verbrand. Bij het vijftien meter hoge bronzen Stalinbeeld in de Dozsa Gyorgystraat, dat met kabels niet omver te halen blijkt haalt men snijbranders om de knieën van de kolos door te branden. Op de marmeren sokkel blijven twee Russische laarzen staan; een vuilnisauto sleept het gevelde beeld naar de Nationale Schouwburg.

Als in Boedapest de 23ste oktober 1956 ten einde loopt, is de voordeur van het radiogebouw met een vrachtauto geramd en het gehele AVO-detachement, met achterlating van doden en gewonden, door de achterdeur gevlucht. Voorts is Imre Nagy, pas enkele dagen weer als partijlid toegelaten, ijlings opgenomen in het Centrale Comité. En tenslotte trekken Russische tanks en pantserwagens de Hongaarse hoofdstad binnen, waarmee de tot opstandelingen geëvolueerde demonstranten 'een duidelijker doelwit en een zichtbare vijand' krijgen...

 

Woensdagmorgen 24 oktober meldt Radio Boedapest om 8.13 uur dat het Centrale Comité Imre Nagy als premier heeft voorgedragen:

opstandeling

om 8.33 uur dat het standrecht is afgekondigd. Volgens de omroepen door premier Nagy: om 9 uur dat de regering de in Hongarije gestationeerde sovjettroepen te hulp heeft geroepen - die dan al zeven uur in Boedapest opereren. De suggestie van Radio Boedapest is duidelijk: standrecht én sovjetinterventie zouden het werk zijn van Nagy.

 

 

 

 

 

 

 

 

GESPREK MET DE 'BESCHERMERS'

Twee Hongaarse journalisten, redacteuren van het vakbondsblad 'Népakarat', doorkruisten tijdens de opstand het hermetisch van de buitenwereld afgesloten Boedapest en interviewden soldaten van het Rode Leger.

De jonge soldaat van de Nationale Garde wist zich de regen van het gezicht. hij is druipnat, hij staat al urenlang in de regen. Met een beleefd 'Dank U' geeft hij ons onze papieren terug en wijst met een onbestemd gebaar in de verte. In de richting van Mátyásföld zie ik een hele rij grauwbruine silhouetten aan de door regen omsluierde horizon. van verre zien ze eruit als struikgewas, maar het zijn kanonnen, goed gecamoufleerd, die opgesteld staan op het vliegveld Mátyásföld. Aan de nabijgelegen bosrand zien we talrijke tanks en andere gepantserde voertuigen. Wat er verder nog in het bos staat, kunnen we slechts vermoeden.

'Ja het zijn er heel wat, maar wij letten wel op', zegt de jonge gardist.

Achter ons , op de straatweg, patrouilleren enkele Hongaarse militaire voertuigen. Opzij van de weg ontdek ik twee Hongaarse anti-tank kanonnen. er staan een paar Hongaarse soldaten omheen. Jonge artilleristen. Ze kleumen in de regen, maar houden de bosrand goed in de gaten, de bewegingen van de sovjettanks.

Wij rijden verder, de passagiers in onze auto wijzigen voortdurend. Gardisten vragen ons, steeds met een vriendelijk lachje, of we ze een eindje willen meenemen. Zee zijn doorgaans tussen de 15 en 20 jaar, dragen geen uniform, alleen de rood-wit-groene armband. De meesten hebben een karabijn, andere machinepistolen. Zij zijn even zelfverzekerd als beproefde frontsoldaten.

"Hoe is jullie verstandhouding met de Russen?" vragen wij. 'Hoe zou die zijn? Laat ze maar naar huis gaan.... dat is toch voor hen ook beter. Ik zou ook niet graag in een vreemd land zijn".

' Is het hier rustig?' 'Kom maar mee, wij begeleiden u'

Wij rijden een paar kilometer over een straatweg, buigen een keer rechtsaf, dan linksaf, passeren enkele kleine woonhuizen en komen tenslotte bij een kerkhof. Daar zetten we de wagen neer. We kunnen alleen te voet verder. We bereiken een boerderij. Bij de put zien we de eerste Russen. Ze staan zich te wassen. Ze zijn moe en afgestompt en hebben het koud. Ze begroeten onze begeleiders, de gardisten. We raken met hen in gesprek. Het is een merkwaardig interview aan de rand van een ingesloten stad - met vreemde soldaten. Weten ze waarom ze hierheen zijn gestuurd?

' Waar komen jullie vandaan?' 'Uit Temesvár, antwoord een van hen na een korte aarzeling. Temesvár ligt in Roemenië. ' Waarom zijn jullie hier?'. 'Ze hebben ons gezegd dat Hongarije zou zijn aangevallen door Duitse fascisten. We zijn hier om jullie te beschermen!".

Wij wisselen een blik van verstandhouding. Een paar uur geleden hebben we de ruïnes in de Ülloïstraat gezien, die onze 'beschermers' daar hebben achtergelaten. Maar wat weet een soldaat daarvan, die van zover is gekomen? Hij is nog nooit in Hongarije geweest! Hij vraagt ons wat er allemaal in de stad is gebeurd. Wij vertellen het hem.

'De meeste zijn net zo', vertelt ons later de jonge gardist. '' Kort geleden heb ik met een majoor gesproken. Hij zei mij dat ze met twee tankdivisies naar Ferihegy (een voorstad van Boedapest) waren gekomen. Onderweg kregen ze het bevel vóór Boedapest te stoppen. Nu betrekken ze een stelling voor de stad en wachten. Wij wachten ook'.

Het is intussen donker geworden. de koplampen van onze auto beschijnen de natte betonweg. Zover we kunnen zien: tanks, tanks en nog eens tanks. Ernaast, ervoor, erop - soldaten Russen. Een bezettingsleger. Het volk heeft hen niet geroepen; diegenen die ze te hulp hebben geroepen, proberen nu buiten de grenzen van ons land de heilige revolutie van het volk lasterlijk af te schilderen als een 'contra-revolutie'.

Wij keren en rijden terug naar de stad. Onderweg zien we overal de sporen van de gevechten in de afgelopen dagen. Onze vrijwillige begeleiders maken ons hier en daar opmerkzaam op enkele kapotgeschoten huizen. 'Ja, er wacht ons nog heel wat werk,'zegt er een. En de ander, een jongere, zeventienjarige leerling-bankwerker, voegt er met zachte stem aan toe: 'Het zou mooi zijn als we weer aan het werk konden".

(Uit: 'Der Ungarische Volksaufstand in Augenzeugenberichten', door Peter Gosztony Düsseldorf 1966)

Een algemene staking legt het normale leven lam. De bevolking schaart zich passief en actief achter de opstand. In fabrieken en mijnen, bij de radio en in de ministeries worden revolutionaire en arbeidersraden gevormd, als eerste praktische stap naar reorganisatie van de Hongaarse economie op socialistische basis, maar nu zonder straffe partijcontrole en terreurapparaat. Handgranaten en molotov cocktails schakelen vooral bij het hoofdkwartier van de PTT en bij de spoorwegstations vele Russische tanks uit. De Hongaarse minister van defensie, István Bata, beveelt kolonel Pal Maléter met vijf Hongaarse tanks de opstandelingen in de Kiliankazerne te overmeesteren. Daar aangekomen voegt de kolonel zich bij de vrijheidsstrijders en meldt dat aan de minister. Uit Moskou arriveren Mikojan en Soeslow, beiden lid van het sovjetpresidium; per pantserwagen bereiken ze het hoofdkwartier van de Hongaarse communistische partij.

kapotte vlag zonder hamer en sikkelDonderdag 25 oktober hangt Boedapest vol met Hongaarse vlaggen met een gat in het midden: de rode ster is er uit geknipt. Op het plein voor het parlementsgebouw verzamelt zich een grote menigte met spandoeken waarop teksten aIs ' De radio liegt ' en 'Dit is een vreedzame betoging'. Plotseling opent de AVO het vuur vanaf de daken van de omringende gebouwen. Ook de sovjettanks schieten. Het afschuwelijke bloedbad kost bijna zeshonderd doden. Naast de vlag-met-gat steekt Boedapest nu ook de zwarte rouwvlag uit. Dertig minuten na de zinloze slachting kiest het duo Mikojan-Soeslow partijsecretaris Gerö tot zondebok en bliksemafleider. Hij wordt afgezet en vervangen door János Kádar.

Nagy namens de regering en Kádar namens de partij verklaren, dat na het herstel van de orde onderhandelingen zullen beginnen over het terugtrekken van de Russische troepen. De straatgevechten verliezen inmiddels niets van hun felheid. Op 26 oktober telt Noel Barber van de ' Daily Mail' op weg naar het Dunahotel veertig wrakken van sovjettanks. Op de Stalin Avenue sleuren twee T-54's de lijken van verzetsstrijders achter zich aan. Op pleinen en straten hangen dode AVO-mannen aan de bomen. Peler Fryer van de 'Daily Worker', het partijblad van de Britse communistische partij, komt in de provinciestad Magyarovar aan, juist als daar bij een AVO-schietpartij zevenentachtig doden en honderdzestig gewonden zijn gevallen. De communist Fryer schrijft: 'Na elf jaar 'volksdemocratie' is de veiligheidspolitie zo ver verwijderd van het volk, zo vervreemd, zo verdorven en zo bruut, dat zij haar wapens op een weerloze menigte richt en de mensen vermoordt die zogenaamd baas in eigen land waren.'

Vrijdagmiddag 26 oktober vluchten de afgezette Gerö en oud-premier Hegedüs uit het hoofdkwartier van de partij. Nagy, door de Sovjets en de AVO in zijn bewegingsvrijheid hersteld omdat zij in hem de enige zien die het opgezweepte nationalisme en het vrijheidsverlangen van het volk kan kanaliseren, begeeft zich naar het parlementsgebouw om een nieuwe regering te vormen.

EEN STAD ROUWT

 

Noel Barber, de speciale verslaggever van de Londense 'Daily Mail' zond op 27 oktober 1956 de volgende impressie over de strijd in Boedapest naar zijn krant:

 

Vanavond is Boedapest een stad in rouw. Uit ieder raam steekt een zwarte vlag. In de afgelopen vier dagen zijn duizenden burgers. die vechtend het Russische juk van zich wilden afschudden gedood of gewond. Boedapest is een langzaam stervende stad. De straten en de eens zo prachtige pleitten lijken op vuilnisbelten, vol glasscherven, uitgebrande auto's en tanks en rommel. Voedsel is schaars, er dreigt een tekort aan benzine.

Maar nog steeds woedt de strijd voort. Vijf uur lang bevond ik mij vanochtend, tot zich een mistige dageraad over Boedapest legde, in het heetst van de gevechten. Sovjettroepen vochten tegen rebellen om een oversteek over de Donau te forceren.Twee rebellen, in wier gelederen ik de strijd van nabij meemaakte. sneuvelden in de slag, een van hen in mijn armen. Er vielen verscheidene gewonden. Het is nu avond en terwijl ik dit bericht zit te schrijven, beeft de stad onder de inslagen van de artillerie: nog steeds is Boedapest afgesloten

van de rest van de wereld. Bij mijn tocht hierheen reed ik door een eindeloze reeks Russische controleposten en over een slagveld dat nu al duizenden burgers het leven heeft gekost... Waar vroeger de trams reden hebben de opstandelingen de rails opengebroken om ze te gebruiken als antitankwapens. Tot dusver zijn er op zijn minst dertig tanks buiten gevecht gesteld, het merendeel door molotow-cocktails. Overal zie je hun uitgebrande skeletten, aan beide zijden van de Donau. Zelfs omgehakte bomen dienen als antitank versperringen. Op iedere straathoek hebben de rebellen uitgebrande autowrakken neergezet, maar nog altijd daveren de sovjettanks door de stad. Er zijn er zeker nog vijftig in actie, samen met pantserwagens en gemotoriseerde eenheden. Zij vuren overal op, bijna onmiddellijk als ze wat zien bewegen.(...)

Zo'n rit door de stad is een nachtmerrie, want niemand weet wie Ide vriend is of de vijand, en iedereen schiet op iedereen. Het staat wel vast dat de opstand veel meer slachtoffers heeft geëist dan de officiële radioberichten doen voorkomen. Het aantal gewonden loopt in de vele duizenden. Op iedere straathoek openen de Russen hun moordend vuur... Ik dank mijn leven aan een jonge opstandelinge die een beetje Engels sprak; zij bracht me in veiligheid, nadat de Russen mijn wagen onder schot hadden genomen. Mijn tocht van de grens naar de buitenwijken van Boeda, het heuvelachtige deel van Boedapest, duurde drie uur. Tweemaal werd ik onderweg aangehouden door sovjettroepen, maar beide keren lukte het me ze te overreden me door te laten. Ik reed naar de kettingbrug over de Donau. Voor de brug was een barricade opgericht van uitgebrande trams, een bus, oude auto's en opgebroken tramrails. Het was zeker de vijftigste versperring die ik sedert mijn aankomst in de stad was tegengekomen. Terwijl ik met groot licht doorreed werd vanaf het midden van de brug hevig op mij gevuurd. Machinegeweerkogels floten om de wagen. Toen er zwaardere brokken neerkwamen deed ik de koplampen uit, sprong uit de wagen en kroop naar de kant van de straat.

 

Het was mistig. Nog een minuut of tien ging het vuren door, bij tussenpozen. Toen hoorde ik iemand fluisteren - een vrouw. Ze sprak eerst Duits, kroop toen naar me toe en zei in gebroken Engels dat ik terug moest gaan naar mijn auto. Gehukt lopend naast de wagen leidde ze mij een zijstraat in. Toen reden we samen haastig terug naar de barricade.

Daar trof ik negen jongeren aan, allemaal van een jaar of achttien.

Ze droegen Hongaarse uniformen, waarvan de gehate rode ster was afgerukt. Anderen droegen armhanden met de nationale kleuren van Hongarije, rood, wit en groen. Ze hadden allen machinepistolen. Hun zakken puilden uit van de patronen. Het meisje, dat Paula heette, had ook een wapen.

Halverwege de brug kon ik vaag de omtrekken onderscheiden van twee sovjettanks. Een uur lang vuurden ze op ons, maar geen enkele voltreffer - aIleen boorde zich een granaat door de bus. Een van de jongens was meteen dood. Ik probeerde een andere jongen te helpen die gewond was, maar hij stierf een paar minuten later. Het vuren ging door. We zochten dekking en werden alleen geraakt door splinters. De rebellen vuurden ononderbroken terug met hun machinepistolen Paula werd aan haar arm gewond. Ik verbondhaar met een zakdoek.'Nu ziet

u tegen wie wij vechten,' zei ze. Ze droeg een lange broek, lichtblauwe schoenen en een groene mantel.

'We zullen hel nooit opgeven - nooit,' zei ze. 'Niet voordat de Russen weg zijn uit Hongarije en de AVH (ze sprak het uit als AVO) is opgeheven'

 

(Uit de 'Daily Mail' van 27 oktober 1956)

 

Kabinet: niet ver genoeg

Zijn Nationale Kabinet - de vlag dekt de lading slechts gedeeltelijk - telt twintig communisten (die niet tot de Rákosi-vleugel behoren) en vijf leiders van vroegere boerenpartijen. De belangrijkste portefeuilles, die van binnenlandse zaken en defensie, gaan naar de communisten Ferencz Münnich en Karl Janza. Landbouw is voor de boerenleider Béla Kovács, terwijl ook de boerenpartijman Zoltán Tildy, van 1946 tot 1948 president van de Hongaarse republiek, tot het kabinet toetreedt.

De opstandelingen reageren afwijzend; dit Nationale Kabinet gaat hun niet ver genoeg. Nagy komt hun stap voor stap tegemoet. Op 28 oktober wordt de gehate AVO opgeheven 'omdat de staatsveiligheidsdienst niet langer nodig is in ons democratisch systeem'. Op 30 oktober zegt Nagy in een radiotoespraak, waarin hij het woord 'communist' vermijdt: 'Lang leve het vrije. democratische en onafhankelijke Hongarije!' Na hem kondigt Tildy vrije verkiezingen aan en verklaart partijleider Kádár namens de communistische partij dat deze voortaan niet meer boven maar naast de andere partijen zal staan,

Dezelfde dag vormt het Nationale Kabinet uit zijn midden een werkgroep, het Beperkt Kabinet: de drie communisten Nagy, Kádár en-Géza Losonczy en de drie niet-communisten" Tildy, Kovács en Ferencz Erdei. De sociaal democraten aarzelen nog met toetreding,

Bij de heroprichting van de politieke partijen memoreren de herboren partijbladen de onderdrukking in de periode 1948-1956. Zo schrijft de secretaris van de Hongaarse sociaaldemocratische partij over de wrede vervolging en mishandeling van zijn partijgenoten: 'Het wreedste kapitalisme zou hen nooit zo behandeld hebben'.

Woensdag 31 oktober.' De komende man in Boedapest is kardinaal Mindszenty, die na zes jaar afzondering uit zijn gevangenschap is bevrijd en in zijn paleis terugkeert. De gaande mannen zijn Mikojan en Soeslow, die op een sein van Moskou na gedane arbeid huiswaarts keren. Tijdens de zitting van het Hongaarse kabinet wordt een telegram binnengebracht. Nagy leest het voor: 'Britten en Fransen bombarderen Egypte: Er valt een doodse stilte, die wordt verstoord als minister Losonczy uit. roept: 'Wel verdomme!' leder begrijpt dat niet Boedapest, maar Suez de komende VN agenda's in New Vork zal vullen.

Donderdagmorgen 1 november omsingelen Russische troepen bijna alle Hongaarse vliegvelden, naar het heet om sovjetburgers te evacueren. Om Boedapest sluit zich een stalen ring van tanks. Premier Nagy neemt contact op met de Russische ambassadeur, Joeri Andropow: ' Ik heb betrouwbare inlichtingen over de komst van nieuwe sovjettroepen in Hongarije.' Andropow verkiest sussen boven ontkennen: 'Alleen als normale aflossing van troepen en ter bescherming van Russische burgers.' Uit de Sovjet Unie, Roemenië en Tsjecho-Slowakije stromen op dat moment per trein en over de weg 75.000 Russen met 2500 tanks Hongarije binnen.

Om 14 uur belt Nagy Andropow opnieuw: 'In de laatste drie uur zijn wederom sovjettroepen ons land binnengerukt. Ik zeg hierbij het Pact van Warschau op.' Om 16 uur verklaart de ministerraad, Kádár inbegrepen, zich akkoord met de opzegging, die eerst aan de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordigers en om 19.45 uur door Nagy over de radio aan het Hongaarse volk wordt meegedeeld. De onderhandelingen over de terugtrekking van de Russische troepen uit geheel Hongarije slepen zich inmiddels moeizaam voort. De Russen willen, de Hongaren durven het overleg niet af te breken.

Om 21.50 uur spreekt partijsecretaris Kádár over Radio Boedapest. Hij prijst de vrijheidsstrijders, belooft reorganisatie van de partij en schaart zich achter de eis inzake het vertrek van de Russische troepen: ' Wij willen niet langer afhankelijk zijn.' Vijf minuten later rijdt hij met minister Münnich naar ambassadeur Andropow, die het tweetal naar de Sovjet Unie smokkelt. Een week later zal Kádár terugkomen. Op het moment van zijn vertrek weet hij al wat Nagy misschien niet heeft begrepen, namelijk dat de opstand gedoemd is te mislukken. De Russen zullen nooit toestaan dat Hongarije zich losmaakt uit de 'veiligheidsring' die de Sovjet Unie in Midden-Europa gecreëerd heeft. Kádár is een realist: hij beseft dat Stalins opvolgers de teugels misschien wel iets willen laten vieren, maar toch veel minder dan Nagy en de opstandelingen denken. Om die paar kansen niet te verliezen keert Kádár zich van Nagy af - een realist die voor lief neemt dat men hem het stempel van verrader zal opdrukken.

 

De Russen slaan toe

Vrijdag 2 november blijft het door velen gevreesde ingrijpen van het Russische leger uit. De hoop groeit dat Hongarije, ondanks veel angstaanjagend nieuws, toch op weg is naar de vrijheid. Zaterdag 3 november komt, na het aftreden van drie vice-voorzitters en twintig ministers Nagy's nationale coalitieregering tot stand: vier communisten onder wie de afwezige Kádár, drie sociaal-democraten onder wie Anna Kéthly, drie man van de Onafhankelijke Kleine Boerenpartij en twee man van de inmiddels opgerichte Petöfi-partij. Nagy is premier en minister van buitenlandse zaken, Pal Maléter krijgt defensie, de andere tien zijn minister zonder portefeuille; de departementen worden geleid door staatssecretarissen die niet tot het kabinet behoren.

Zaterdagmiddag verschijnt in het parlementsgebouw een afvaardiging van de Russische generaal Michail Malinin om met Maléter de aftocht van de Russische troepen te bespreken.

 

Malinin stemt toe in ontruiming binnen tien weken, mits de sovjettroepen bij hun vertrek door de Hongaarse bevolking 'hartelijk zullen worden toegejuicht'. Malinin nodigt Maléter en de zijnen uit de laatste technische details 's avonds te komen regelen in het Russische hoofdkwartier te TopoI. Om 20 uur haalt een Russische auto hen af. Om 22 uur beginnen de besprekingen. Tegen middernacht stormen twintig man van de Russische staatsveiligheidspolitie binnen. Pal Maléter staat op en zegt slechts: 'Dat was het dus, hè?' De Russische delegatie verlaat de zaal. Maléter en zijn vrienden worden gearresteerd. Op hetzelfde ogenblik blokkeren de Sovjets het weg- en treinverkeer in geheel Hongarije.

Zie verder deel 3 Deel 3 Hongarije en de Hongaarse Opstand