We hebben 132 gasten online

Deel 1 Van dictatuur tot democratie

Gepost in Midden en Oost-Europa

Deel 1 Van dictatuur tot democratie

De ontwikkelingen van Midden en Oost Europa sinds 1945

postwar oost europalegenda postwar 

Voorwoord: De beslissing van de Nato in 1979 om in West Europa kruisvluchtwapens te stationeren bracht in West Europa de gemoederen heftig in beweging. De reacties op die beslissing waren velerlei. Ze toonden echter ook aan dat de kennis over de oorzaken en gevolgen van het Oost - Westconflict bij veel mensen zo sumier was dat hun standpuntbepaling eerder ingegeven bleek te zijn door emotionele argumenten dat door rationele kennis getuigende argumenten. Een en ander leidde er toen toe dat ik als docent geschiedenis en staatsinrichting vond dat mijn leerlingen de mogelijkheid moest worden geboden zich te kunnen verdiepen in de oorzaken en de gevolgen van het Oost-Westconflict. Om vandaaruit met nog meer kracht van argumenten hun standpunt recht te kunnen doen in zake van Veiligheid en Vrede. Ik heb toen aan de hand van verschillende teksten een module ontwikkeld die d.m.v. een schoolexamen werden getoetst. Die module had als titel: De tragedie van Midden Europa deel 1 en deel 2. 

tragedie van midden europa deel 2tragedie midden europa deel 1

Die module wil ik nu combineren met een uitgave van de Atlantische commissie met als titel Revolutie of Renaissance? Veranderingen in Midden- en Oost-Europa na 1989.

dictatuur

Oorsprong en verloop van het Oost-Westconflic

1. De internationale uitdaging van het fascisme en de tweede wereldoorlog

De jaren dertig worden gekenmerkt door:

a. Twijfel aan de burgerlijke parlementaire democratie ten gevolge van de grote depressie. Twijfel aan het liberale kapitalisme van het Westen

b. De opkomst van het fascisme.

opkomst fascisme interwar interwar legenda fascisme

c. De vrees in het Westen en in Centraal - Europa voor het communisme en het streven om de Sovjet-Unie zo veel doenlijk buiten spel te houden. 

Stalin niet aanwezig in munchen

 Hieruit resulteerde het streven van het Westen(Engeland en Frankrijk) om de anti - communistische fascistische staten te pacificeren en op vreedzame wijze een revisie van Versailles te bewerkstelligen. De agressiviteit van het fascisme (1935 Abessinië, 1936 remillitarisering Rijnland, 1938 Anschluss van Oostenrijk en annexatie van Sudetenland na München) maakte deze appeasementpolitiek echter steeds illusionair. De Sovjet-Unie trachtte tot een toenadering tot het Westen te komen, nadat zij niét in het Westerse kapitalisme, maar in het fascisme de grootste vijand begon te zien (ca. 1935).

De houding van het Westen was ambivalent, maar te Munchen triomfeerde nog eenmaal de gedachte Europa te pacificeren mét Hitler tegen Stalin. Hitlers breuk van de afspraken van München in maart 1939 dwong het Westen tot een koersverandering. Maar ofschoon de appeasement- en pacificatie politiek was mislukt aarzelde het Westen nog om zich nu met Stalin tegen Hitler te verbinden. Die aarzeling werd veroorzaakt door:

1 het oude anticommunisme van de conservatieve elite in het Westen.

2 de onmogelijkheid de Centraal- en Oosteuropese ordening, die als bolwerk tegen de Sovjet-Unie fungeerde, met behulp van deze Sovjet-Unie tegen het fascisme te beschermen.

De Sovjet-Unie, benauwd voor een Duitse expansie, die door het Westen getolereerd zou worden, trachtte nu van haar kant het fascisme te pacificeren (Hitler-Stalinpact augustus 1939). 

ribbentrop molotov pact ondertekening pact berlijn moskou

 

Hitler kon, gedekt door de Russische medewerking, een deel van zijn Oosteuropees expansieprogramma verwezenlijken. Dit betekende nu echter de oorlog met het Westen, dat,zich na München moreel had verplicht verdere agressie te verhinderen.

De tweede wereldoorlog valt -politiek gesproken in drie fasen uiteen:

1 De "phoney-war” periode 1939/1940.

2 De botsing met het Westen 1940/1941.

3 De periode van de grote Oost-Westcoalitie 1941/1945.

De eerste periode was in zekere zin een verlengstuk van de appeasement-periode. Hitler trachtte zijn Oosteuropese expansie te bewerkstelligen. Alleen nu met formele goedkeuring van de Sovjet-Unie en formele afkeuring van het Westen. Na de val en opdeling van Polen (september 1939) echter leek de oorlog op een dood spoor te geraken.

Het Westen had in feite geen duidelijke doelstellingen en miste de kracht om offensief op te treden. Hitlers verdere expansiewensen bleven in het Oosten liggen en impliceerden op een gegeven moment een botsing met de Sovjet-Unie. Vandaar,dat Hitlers ideaal snelle lokale oorlogen waren. Aangezien een compromis op basis van de nieuwe status quo met het Westen echter ook niet snel haalbaar was, ontketende Hitler in het voorjaar van 1940 het grote offensief tegen het Westen.

churchill

De tweede periode leidde tot de onderwerping van heel West, en later Zuidoost Europa; alleen Engeland bleef
overeind. Met de vervanging van Chamberlain door Churchill kwam een definitief einde aan de pacificatie periode. Hitlers hoop alsnog tot een schikking met Engeland te komen en de goedkeuring voor zijn Oosteuropese te verwerven faalde. Omdat vernietiging van Engeland niet mogelijk was en bovendien ook in strijd met Hitlers diepste bedoelingen, liet hij de kwestie onopgelost en ontketende de strijd tegen de Sovjet-Unie, waarmee hij de laatste fase van zijn expansie en tevens de laatste fase van de oorlog inluidde.

De Oost - Westalliantie tegen het fascisme (Italië 1940, Japan 1941 hadden zich inmiddels bij Duitsland aangesloten) kwam dus dankzij de fascistische agressie zelf tot stand. Het gemeenschappelijke einddoel was het winnen van de oorlog en het vernietigen van het fascisme. Voor de rest liepen de doelstellingen uiteen. Hier tekende zich dan ook de oorsprong van het naoorlogse conflict af.

Engeland wilde zoveel mogelijk herstel van de status quo ex ante, waarbij een tijdelijke uitschakeling van Duitsland als onvermijdelijk gold, tot elk gevaar van revanchisme en remilitarisatie zou zijn bezworen; voorts handhaving van de Commonwealth. Engeland begreep dat volledig herstel, ook in maatschappelijk opzicht illusionair was, maar trachtte de verande -ringen zoveel doenlijk te beperken. Al naar gelang de Sovjet-Unie als toekomstige hegemoniale mogendheid opdoemde, trachtte Engeland door vorming van een West Europees blok het nodige tegenwicht te scheppen. Vandaar ook zijn strijd voor herstel van Frankrijk, als bondgenoot bij dat tegenwicht.

rooseveltDe Verenigde Staten wilden in theorie een universalistische ordening gebaseerd op het beginsel van vrijhandel en democratie. Elke politiek van machtssferen wezen zij af. In de praktijk echter aanvaardden zij een machtsverdeling als onvermijdelijk overgangsstadium. In de verwachting, dat de tijd in hun voordeel zou werken, wilden zij definitieve regelingen zoveel mogelijk uitstellen of omzeilen en probeerden zij Engeland en de Sovjet-Unie door universalistische beginselverklaringen te binden Een binding, die voor het afhankelijke en verwante Engeland veel stringenter was dan voor de onafhankelijke en in ideologisch opzicht antagonistische Sovjet-Unie.

jozef stalin

De Sovjet Unie was bovenal uit op veiligheid, d.w.z. op het aanleggen van een gordel van pro-Russische en
afhankelijke staten rond het rijk. Oost Europa en naar gelang de militaire successen dat mogelijk maakten, ook Centraal - Europa, beschouwde zij daarbij als invloedssfeer. In ruil was zij bereid om West Europa als invloedssfeer aan de Angelsaksische bondgenoten over te laten. De beginselverklaringen zag zij als een retorisch middel om de Westerse volkeren tegen het fascisme te mobiliseren en als eventueel kader voor een toekomstige coöperatie, mits die niet de machtspolitieke prioriteiten zou aantasten. Dat zij een harde confrontatie wilde of een catastrofe voor het kapitalisme verwachtte wordt door niets bewezen. Wel werd zij in toenemende wantrouwend of het Westen niet onder het mom van die beginselverklaringen tot een nieuwe omsingelingspoltiek zou overgaan, om haar opnieuw te isoleren.

De verschillende doelstellingen en de verschillende methoden om die doelstellingen te bereiken leidden reeds tijdens de oorlog tot een reeks geschillen, o.a. naar aanleiding van de gemeenschappelijke lastenverdeling in de strijd (de kwestie van "het tweede front"), naar aanleiding van de toekomstige ordening van Oost Europa en naar aanleiding van de toekomst van Duitsland.

II Manifeste tegenstellingen binnen de Alliantie.

De verschillende doelstellingen van de geallieerden en de verschillende opvattingen over de politieke en maatschappelijke ordening tussen de Sovjet-Unie en het Westen manifesteerden zich al tijdens de oorlog n.a.v. een aantal kwesties. Bij de beoordeling hiervan toont ook de geschiedschrijving sterke verschillen.

Enkele kernvragen zijn daarbij:

a. Waarom kwam het tweede front niet in 1942 of 1943, zoals aanvankelijk was gesuggereerd, maar pas in 1944?

front 2e wo oosten

 Had dit uitsluitend militair-technische oorzaken of ook politieke? Wilde het Westen afwachten of de Sovjet-Unie door de strijd niet te verzwakt zou worden en greep het pas in toen duidelijk werd, dat de Russen anders in Europa als enige overwinnaars te voorschijn zouden komen? Was Churchills verzet tegen de invasie in Frankrijk en zijn voorkeur voor een offensief in de Balkan een bewijs van realisme en een poging om de Russische opmars hier tegen te gaan? Dat het uitstel bij Stalin wantrouwen opwekte staat vast. Na de invasie van juni 1944 kan dit vraagstuk als "opgelost" worden beschouwd. Maar het had wel tot de nodige spanningen bijgedragen en het Russische vertrouwen in de Westerse bedoelingen niet vergroot. Of was dit wantrouwen hoe dan ook onvermijdelijk

b.  Het Poolse vraagstuk: was herstel van een onafhankelijk Polen mogelijk, wanneer het Rode Leger als bevrijder zou moeten optréden? Zijn hier mogelijkheden verzuimd om door territoriale concessies aan de Sovjets een democratisch Westelijk"georiënteerd Polen mogelijk te maken, zoals Churchill wilde? Was de Poolse regering in Londen irrealis tisch door elke grenscorrectie af te wijzen? Was de Russische eis - de Curzonlijn van 1919 als grens onaanvaardbaar? In hoeverre hebben Engeland, maar vooral de V.S. de Poolse regering in Londen valse voorspiegelingen gedaan en zo haar intransigente houding versterkt? Welke alternatieven had het Westen t.a.v. het Poolse vraagstuk? Al deze vragen spelen bij de behandeling van de Poolse tragedie een rol? Een apart hoofdstuk vormt daarbij de opstand in Warschau, juli - september 1944. Heeft Stalin opzettelijk zijn legers vlak voor Warschau laten halt houden om de Poolse verzetskrachten aan de Duitsers over te leveren, en zo de kern van zijn potentiële tegenstanders in Polen laten liquideren?

c. De toekomst van Oost Europa als geheel: het Russische optreden na de verdwijning van de Duitsers - uitschakeling van rechtse of zelfs maar anticommunistische elementen door intimidatie, arrestatie, ontvoeringen, manipulaties bij verkiezingen, interventie (bijv. Roemenië) bij de samenstelling van de regering en bovenal de weigering inzage in het beleid te geven en Westerse reporters of waarnemers toe te laten - kwam voor de publieke opinie maar ook voor de regeringen in het Westen als een onaangename verrassing en wekte de indruk, dat de Sovjets gemeen - schappelijke afspraken aan hun laars lapten en systematisch bezig waren het stalinistische systeem in te voeren, stap voor stap. De oude vrees voor de communistische wereldrevolutie werd opnieuw aangewakkerd en in de jaren 1946 tot 1948 ontstond het beeld van een dreigend agressief Rusland, dat eerst heel Oost- en Midden Europa had onderworpen en nu, steunend op een geweldige oorlogsmachinerie, het zwakke gedemobili -seerde West Europa bedreigde om aan het kapitalisme en de Westerse democratie de doodsteek toe te brengen. De remobilisatie van Amerika in de jaren 1947-1949 en de steeds duidelijker militaire en politieke leiding, die de V.S. gaven, resulterend tenslotte in de N.A.V.O. van april 1949, werden in Europa als redding met opluchting begroet.

De vragen die achteraf opduiken in verband met deze voorstelling luiden:

Had het Westen het lot van Oost Europa kunnen keren en hoe? Hebben de Sovjets inderdaad afspraken en gemeenschappelijke beginselen geschonden? In hoeverre waren die afspraken waterdicht? In hoeverre kon het Westen weten hoe de Russen zouden optreden? Is het Russische optreden het gevolg van een lange afstandstrategie van het"Kremlin -zoals velen in de vijftiger jaren dachten - of is het weer een reactie op een toenemend wantrouwen van het Westen? Heeft Roosevelt met zijn coöperatie - en goodwillpolitiek Stalin in de kaart gespeeld, of was het juist de andere koers onder Truman, die de coöperatie met de Russen heeft bemoeilijkt en Stalin tot een hard optreden binnen zijn imperium dwong? Heeft het Westen door eenzijdig optreden (Italië, Griekenland) een eenzijdig optreden van de Sovjet-Unie uitgelokt of althans vergemakkelijkt? Ook hier heerst geen eensgezindheid onder de historici.Van groot belang is dat er aan Westelijke kant twee politieke concepties door elkaar heen liepen de - vooral Amerikaanse – ideëel - universalistische, die op een mondiale democratisch-liberale ordening uit was en deze ordening door beginselverklaringen en door de oprichting van de U.N.O. trachtte te realiseren en de -vooral Engelse - invloedssferenpolitiek, die ervan uitging dat, zeker voorlopig, machtstegenstellingen tussen Oost en West zouden optreden, waarbij het zaak was om tegen de enorme machtsaanwas van Rusland een tegenwicht te scheppen. Van belang in dit verband was de Churchill – Stalin -overeenkomst te Moskou in oktober 1944, waarbij tal van Oost Europese landen 'voorlopig" en quasi improvisatorisch als Russische invloedssfeer werden erkend. Een erkenning, die in feite slechts een bekrachtiging was van de militaire situatie. Maar de V.S. distantieerden zich hiervan en bij de conferentie van Jalta (februari 1945) leek de Amerikaanse conceptie weer te domineren. De verklaring t.a.v. 'bevrijd Europa' suggereerde een gezamenlijk optreden van de overwinnaars en vrije verkiezingen op korte termijn in alle bevrijde gebieden. Van belang bleek de dood van Roosevelt in zoverre, dat Truman, ofschoon aanvankelijk zeker voorstander van coöperatie met de Sovjets, het Russische optreden onmiddellijk als woordbreuk beschouwde en - doordrongen van de superioriteit van Amerik als conceptie en macht - niet door soepelheid en begrip, maar door forse taal de bondgenoot tot rede probeerde te krijgen. Zeker verkregen onder Truman anti - communistische en anti-Russische figuren meer invloed. Maar het einde van de oorlog, waardoor de coalitie haar functie verloor en de tegenstellingen vanzelf scherp aan het licht traden, kwam daar stellig als factor van overweldigende betekenis bij.

truman

Truman

Een discussiepunt is ook, in hoeverre het Westen zich aan zijn beginsel verklaringen hield, in hoeverre niet bij de bevrijding van het begin af aan endogene linkse ontwikkelingen zijn afgebogen en restauratieve krachten werden ondersteund. Italië en Griekenland zijn voorbeelden van Westers interventionisme om het eigen maatschappijmodel veilig te stellen.

Samenvattend:

De Poolse kwestie, het Russische optreden in Oost Europa, de meningsverschillen over Duitsland en de Duitse grenzen, het dooréénlopen van universalistische en machtspolitieke concepties bij de Westerse geallieerden zorgden in de loop van lente en zomer 1945 al voor de nodige spanningen, waarbij elk, zonder misschien de hoop op coöperatie al definitief op te geven, toch zijn machtspositie snel trachtte uit te bouwen, voor het geval die coöperatie zou mislukken.

Speciale betekenis kreeg daarbij nog Amerika’ s bezit van de A-bom. De vraag in verband met dit wapen luidt Heeft Amerika de A-bom gebruikt om pressie op de Sovjets uit te oefenen, of heeft de A-bom althans de Amerikaanse politiek t.a.v. Rusland beïnvloed? Een tweede vraag luidt: Waarom werd de bom tegen Japan gebruikt, waar dit land tot vrijwel onvoorwaardelijke capitulatie bereid was?

De discussie over al deze kwesties in de geschiedschrijving zal nog geruime tij voortduren.

III. Van conflicten naar Koude Oorlog.

Een punt van discussie is ook de vraag wanneer de tegenstellingen tussen het Westen en de Sovjet-Unie tot de koude oorlog zijn uitgegroeid, te weten de alles overschaduwende Oost - West- tegenstelling, waarbij alle pogingen om nog tot coöperatie te komen van de baan waren. De beantwoording van die vraag hangt samen met de interpretatie van de Westerse en de Russische politiek.

Globaal staan drie versies naast elkaar:

a. De Sovjet-Unie heeft onveranderlijk, de marxistisch leninistische leer getrouw, de vernietiging van het kapitalisme als einddoel voor ogen en haar politiek staat altijd in dienst van dit streven;

marx engels en lenin

coöperatie en concessies zijn q.q. slechts tactisch en tijdelijk van aard. Na 1945 zag zij de kans schoon om haar macht systematisch tot Midden - Europa uit te breiden en slechts de geleidelijke weerstand van het Westen, resulterend in Trumandoctrine, Marshallhulp en N.A.T.O., heeft aan haar expansie een einde gemaakt. Alle coöperatiepogingen van het Westen tijdens en na W.O. Il berustten op een miskenning van die constante van de Sovjet - politiek en op illusionisme.

b. De V.S. voeren een politiek gericht op verovering van de wereldmarkten voor de dominante Amerikaanse industrie en gericht op een politieke Pax Americana. Het communisme dient bestreden te worden als anti-Amerikaanse leer. Deze mondiale vrijhandelspolitiek, gekoppeld aan de oprichting van democratieën volgens Amerikaans - Westers model, leidde na 1945 tot een poging om de Sovjet-Unie te isoleren en militair in te dammen. Het gevolg was, dat deze zich in haar machtspositie, die zij in de strijd tegen Nazi-Duitsland had verworven, bedreigd zag en gedwongen werd in Oost Europa haar imperium af te sluiten en te consolideren. Bij continuering van Roosevelts coöperatiepolitiek zou de Koude Oorlog vermeden zijn.

c. Noch de V.S. en het Westen, noch de Sovjet-Unie waren uit op vernietiging van de ander en op beheersing van Europa en de wereld. Elk trachtte slechts zijn machtspositie te consolideren uit vrees voor de ander. Elk voerde een defensieve politiek, die op de ander als offensieve politiek moest overkomen.

Alle beschrijvingen van het conflict gaan uit van één van de drie genoemde interpretaties of van een mengsel ervan; uiteraard met zeer veel nuanceringen en verschillen wat de concrete behandeling betreft. Voor de aanhangers van de eerste beide opvattingen in hun extreme vorm, is de vraag naar het ontstaan van de Koude Oorlog daarom minder relevant. Het betreft dan slechts het manifest worden van een conflict, dat door de politiek van de Sovjet-Unie óf van de V.S. gegeven was. Voor de aanhangers van de laatste opvatting is er een geleidelijke omslag van tegenstellingen en contact storingen naar de Koude oorlog, waarbij de volgende data en gebeurtenissen een rol spelen:

De dood van Roosevelt, de Controverse n.a.v. het Poolse vraagstuk, de geleidelijke stalinisatie van Oost Europa, het mislukken van een gemeenschappelijke Duitsland politiek, de samenvoeging van de Westelijke zones en de wederopbouw van West - Duitsland (aangekondigd in de rede van Byrnes te Stuttgart, sept. 1946), Churchills Fultonspeech, de hernieuwde antikapitalistische agitatie o.a. door Zdanow ingeluid, de oprichting van de Cominform, de Trumandoctrine, de Marshallhulp, de Tsjechische staatsgreep (febr. 1948) en de blokkade van Berlijn (1948-1949).

Uiteraard spelen deze gebeurtenissen altijd een grote rol in de geschied -schrijving. Het verschil blijft echter in welk kader ze worden geplaatst. Dat de Koude Oorlog rond 1948 met de blokkade van Berlijn en zeker in 1949 met het ontstaan van de twee Duitse staten en in 1950 met de oorlog in Korea een mondiaal fenomeen is geworden, wordt daarbij niet verder bestreden.

Een speciaal discussiepunt vormt nog de rol van de ideologie. Was het conflict een botsing tussen twee maatschappijvormen - kapitalistische democratie versus communistische dictatuur - of waren de ideologische leuzen slechts vlaggen, die een conventioneel machtsconflict dekten? Moest met andere woorden het Westen botsen met het Oosten, omdat hier twee opvattingen over de sociale en politieke ordening tegenover elkaar stonden, of was die botsing het gevolg van een machtspolitiek vacuum, door de nederlaag van de as - mogendheden ontstaan, dat opgevuld moest worden door de nieuwe supermachten?

Deze vraag staat niet los van de vraag naar de onvermijdelijkheid van het Oost Westconflict , al is ze er niet identiek mee. Voor hen, die het automatisme van het machtsconflict beklemtonen, is de Koude Oorlog onvermijdelijk en de schuld - of verantwoordelijkheidsvraag irrelevant. Voor hen, die het conflict tussen twee ideologieën en maatschappijvormen beklemtonen komt de verantwoordelijkheid uiteraard al gauw te liggen bij die mogendheid (of -heden), wier ideologie wordt verworpen. Voor de marxisten of sterk - links georiënteerde radicalen betekent dat: de V.S. en het Westen, die zich schrap zetten tegen de 'natuurlijke' emancipatie van de volkeren naar een socialistische samenleving. Voor alle aanhangers van de Westerse democratie betekent dat: de Sovjet-Unie die met list en geweld en via vijfde kolonnes de 'natuurlijke" ontwikkeling naar een vrije pluriforme samenleving trachtte te blokkeren om er een partijdictatuur in naam van het volk voor in de plaats te zetten. De interpretaties blijken zo opnieuw onlosmakelijk verbonden met de eigen standplaats van de betreffende auteur. 

Vragen bij Oorsprong en verloop van het Oost West conflict

1. Waardoor worden de jaren dertig van de twintigste eeuw gekenmerkt?

2. Waarin resulteerde dit?

3. Waardoor werd de appeasementpolitiek steeds illusorischer?

4. Waarom zocht de Sovjet-Unie toenadering tot het Westen en wanneer gebeurde dit?

5. Leg uit wat bedoeld wordt met: "de houding van het Westen was ambivalent".

6. Waaruit bleek dat de appeasement- en pacificatiepolitiek was mislukt?

7. Waarom aarzelde het Westen om zich met de Sovjet-Unie te verbinden?

8. Hoe reageerde de Sovjet-Unie hierop?

9. Hoe zag Stalin het akkoord van München?

10. In welke drie fasen valt de tweede wereldoorlog - politiek gesproken - uiteen? 11. Wat bleek in de eerste fase en waarvan was deze een verlengstuk?

12. Waartoe leidde de tweede fase en waaraan kwam definitief een einde?

13. Waar heeft Hitler lang op gehoopt en welke fout maakte hij toen?

14. Waardoor kwam de Oost - Westalliantie uiteindelijk tot stand en wat was het einddoel?

15. Waarin lag in feite de kiem van het naoorlogse conflict?

16. Welke twee doelstellingen had Churchill en hoe dacht hij over de kansen op succes ervan?

17. Waarom streefde Churchill naar het herstel van Frankrijk?

18. Wat wilden de Verenigde Staten in theorie en hoe zag de praktijk er uit?

19. Welke rol speelde het begrip 'tijd' bij de doelstellingen van de Verenigde Staten?

20. Wat was de voornaamste doelstelling van Stalin?

21. Hoe moesten volgens Stalin de invloedssferen worden afgebakend? Is dit gelukt?

22. Waar werd geen bewijs voor gevonden? 23. Waarom zou de Sovjet-Unie met een zeker gerechtvaardigd wantrouwen het Westen benaderen?

24. Door welke maatregelen van het Westen in het Interbellum was dit wantrouwen ontstaan?

25. Welke meningsverschillen ontstonden er tussen het Westen en de Sovjet-Unie tijdens de tweede wereldoorlog?

26. Geef de drie manifeste tegenstellingen aan.

27. Wat is het tweede front?

28. Waarom spreken we van het tweede front en wat is het eerste front?

29. Wat wilde Churchill in dit verband?

30. Tijdens welke conferentie werd tot de vorming van het tweede front besloten?

31. Wat is het Poolse vraagstuk?

32. Wat is de Curzonlijn?

33. Waarom wordt er gesproken over de Poolse tragedie?

34. Wat hield ook al weer het Ribbentrop-Molotovpact van 1939 in?

35. Wat is de opstand in Warschau?

36. Wat was voor de Westerse regeringen een onaangename verrassing en welke indruk wekte dit?

37. Waardoor werd de oude vrees voor een communistische wereldrevolutie in 1946 en 1948 gevoed?

38. Welk verschil was er in de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten na de eerste wereldoorlog met de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten na de tweede wereldoorlog?

39. Waarin resulteerde de oude vrees voor een expansionistische Sovjet-Unie uiteindelijk in 1949 en met welk doel werd dit opgericht?

40. Wat tonen de in de tekst gestelde vragen duidelijk aan?

41. Welke twee politieke concepties liepen er aan westelijke kant door elkaar heen (toelichten!)?

42. Waaruit bleek duidelijk dat er sprake was van twee politieke concepties en wat werd daarbij besloten?

43. Wanneer distantieerden de Verenigde Staten zich daarvan en wat suggereerde de verklaring ten aanzien van "bevrijd Europa"?

44. Waarin verschilde Truman van Roosevelt?

45. Wanneer kwamen de tegenstellingen het meest duidelijk aan het licht?

46. Geef twee voorbeelden van het Westerse interventionisme.

47. In de samenvatting komt nog een element naar voren toe dat in de

voorgaande tekst niet aan de orde is geweest. Welk?

48. Is er, op de in de samenvatting gestelde vragen, een duidelijk antwoord te geven?

49. In de discussies over het ontstaan van de Koude oorlog staan drie versies naast elkaar. Welke?

50. Met welke visie,of visies ben je het eens en waarom? 51. Wat is het Poolse vraagstuk?

52. Wat wordt bedoeld met "stalinisatie van Oost-Europa"?

53. Waarom wordt gesproken van het mislukken van een gemeenschappelijke Duitslandpolitiek?

54. Welke Westerse zones werden samengevoegd?

55. Wanneer ontstond West - Duitsland?

56. Wie is Byrnes?

57. Waardoor werd Churchillls Fultonspeech zo bekend?

58. Wie is Zdanow?

59. Wat is de Cominform?

60. Hoe luidt de Trumandoctrine?

61. Wat is de economische vertaling van de Trumandoctrine en wat de militaire?

62. Wat hield de Tsjechische staatsgreep in?

63. Hoe ontstond de Blokkade van Berlijn?

64. Hoe liep de Blokkade van Berlijn af?

65. Was de Koude Oorlog een botsing tussen twee maatschappelijke visies of was er sprake van een conventioneel machtsconflict? Motiveer je antwoord! 66. Wat wordt bedoeld met de eigen standplaatsgebondenheid? 

Zie voor deel 2 Deel 2 Van dictatuur tot democratie