We hebben 370 gasten online

Deel 3 Van dictatuur tot democratie

Gepost in Midden en Oost-Europa

Het monolitisch communisme en het ontstaan van het polycentrisch communisme

HET MONOLITISCH COMMUNISME.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog bestond er een wereldcommunisme dat de leiding van de Sowjet-Unie, het 'vaderland van het Communisme", erkende en accepteerde. De CPSU onder Stalin was de "onfeilbare" gidspartij van dit monolitische communisme.

ussr 1950

In de Oosteuropese satellietstaten bestonden slechts kleine communistische partijen, die niet door een revolutie maar steunend op - het rode sowjet leger de alleen macht veroverden, waarop een sovjetisering van de maatschappij volgde. De Russen waren als bevrijders van het fascistische juk en propagandisten van een betere samenleving aanvankelijk niet impopulair.

Deze veelal agrarische samenlevingen kenden immers als gevolg van het grootgrondbezit grote sociale tegenstellingen. Bovendien kenden de Oost Europese landen, met uitzondering van Tsjechoslowakije geen democratische tradities. In 1944/45 installeerden de Russen er voorlopige "bevriende' coalitieregeringen waarin communistische ballingen, die tijdens de oorlog in Moskou waren geschoold, sleutelposities bezetten. Bij die verkiezingen werd een volksfronttactiek toegepast. De socialisten moesten met de communisten samengaan in een socialistische eenheidspartij. Door intimidatie, laster en geweldpleging werden de "burgerlijke" partijen en politici tenslotte uitgeschakeld.

De sovjetisering ging gepaard met collectivisatie van de landbouw, nationalisatie van bankwezen, handel en industrie, invoering van een planeconomie en kerkvervolging. De kerk werd uit het openbare leven geweerd (o.a. uit onderwijs en armenzorg) en veel kerkelijk bezit werd onteigend. Van staatswege werd het atheïsme gepropageerd. Elk verzet tegen deze sovjetisering werd door de geheime staatspolitie gesmoord. De satellietstaat heette voortaan een volksdemocratie, waar de arbeidende klasse onder leiding van de communistische partij de macht uitoefende. Slechts in Tsjecho - Slowakije, waar het Russische leger na de bevrijding vertrok, werden in 1946 vrije verkiezingen gehouden. Toen de (grote) communistische partij hier in 1948 een staatsgreep pleegde, was Stalins veiligheidsgordel voltooid. De satellietstaten hadden naast een politiek-militaire betekenis een economische functie: zij moesten bijdragen aan het economische herstel van de Sowjet Unie door leveranties van grote hoeveelheden voedsel en grondstoffen. Roemenië, Hongarije en Oost Duitsland moesten bovendien, als voormalige vijanden, zware herstelbetalingen verrichten. Zo werden er complete Oost Duitse fabrieken naar de Sovjet Unie overgebracht (o.a. de Zeiss-fabrieken te Jena). De Oostbloklanden werden ideologisch, economisch en militair nauw aan de Sovjet Unie gebonden door het Kominform (1947), de Comecon (1949) en het Warschaupact (1955). In de Comecon werd de "socialistische arbeidsverdeling' ingevoerd, d.w.z. de economieën werden in feite afgestemd op de behoeften van de Sowjet Unie. Naast het multilaterale Warschaupact, dat onder Russisch opperbevel stond, bleven ook de bilaterale bijstandsverdragen tussen Moskou en de afzonderlijke Oostblokstaten van kracht.

ONTSTAAN VAN HET POLYCENTRISCH COMMUNISME

De eerste breuk in het communistische kamp ontstond in 1948 door de uitstoting van Joegoslavië uit het Kominform. Stalin gaf hiertoe de opdracht omdat Tito niet aan de leiband van Moskou wilde lopen. Tito verkondigde het recht van "een eigen weg naar het socialisme" en werd door Stalin verketterd als een "agent van het Amerikaanse imperialisme". Wegens de economische boycot door Moskou moest Tito handelsovereenkomsten met westelijke landen aangaan. Joegoslavië bleef echter een communistisch land, het hield zich buiten de machtsblokken en sloot zich aan bij de beweging van de niet-gebonden landen. Na de breuk met Moskou ontwikkelden de Yoego - Slavische communisten een eigen ideologie, die gebaseerd was op het beginsel van arbeiderszelfbestuur. De bedrijven zouden voortaan door gekozen arbeidersraden worden bestuurd.

In de praktijk echter bleek ook in Joegoslavië de communistische partij het laatste woord te spreken. Milovan Djilas, een van Tito 's naaste medewerkers, belandde wegens zijn pleidooi voor een meer democratisch communisme in de gevangenis (1955). Na Tito's dood in 1980 kreeg Joegoslavië een collectief leiderschap dat Tito's koers voortzette.

Een gevolg van de breuk met Tito was, dat Stalin vanaf 1948 in de satelliet -staten drastische partijzuiveringen deed uitvoeren. Hierbij werden nationaal-communistische leiders op beschuldiging van "titoïsme" gearresteerd (o.a. Gomoelka in Polen). Er kwamen nu overal miniatuur - Stalins aan de macht die het terreurbewind van hun zetbaas navolgden.

Na Stalins dood in 1953,ontstonden,er ernstige spanningen binnen het Oostblok. De destalinisatie vond veel weerklank onder de bevolking en leidde tot ontbindingsverschijnselen.

In de DDR ontstonden in 1953 arbeidersopstanden; deze werden door Russische troepen onderdrukt. De stalinistische partijleider Ulbricht wist zich in zijn positie te handhaven.

In 1955 bezocht Chroestjow de "ketter" Tito en schonk hem eerherstel. De Russische leider erkende Joegoslavieus recht op een eigen weg naar het socialisme.

Chroestjows destalinisatierede in 1956 wekte grote onrust in het Oostblok. De positie van de stalinistische leiders in de satellietstaten werd kwetsbaar, de onfeilbaarheid van de CPSU werd ondergraven en het nationaal - communisme stak de kop op.

In 1956 ontstonden betogingen en onlusten in Polen, waartegen Russische troepen optraden. De stalinisten kwamen ten val en de vrijgelaten "titoist" Gomoelka werd nu partijleider. Hij wist het Kremlin tot concessies te bewegen de landbouwcollectivisatie werd grotendeels afgeschaft en de populaire kardinaal Wyszinski, die drie jaar in de gevangenis had doorgebracht werd weer leider van de invloedrijke R K. kerk (die 90% van de Poolse bevolking omvat). De Russische troepen zouden Polen verlaten, maar Gomoelka betuigde nadrukkelijk trouw aan het Warschaupact.

Deze "Poolse lente" leidde tot de "Hongaarse lawine" van 1956. Een nationale anti-Russische volksopstand, waarbij zich ook Hongaarse legereenheden aansloten, bracht de gematigde communist Imre Nagy (uitspraak: Nodsj) aan het roer. Duizenden politieke gevangenen kwamen vrij en de Russen begonnen hun troepen terug te trekken. Onder druk van de uitzinnige vrijheidsroes onder de bevolking, verklaarde premier Nagy dat er vrije verkiezingen en vrije partijvorming zouden plaatsvinden en dat Hongarije uit het Warschaupact zou treden.

bezetting hongarije

Het diepe leedwezen van de partij ( na de Russische inval in Hongarije in 1956)

Terwijl de Russen nog onderhandelden, vielen zij plotseling met grote tankeenheden Boedapest aan. Na tien dagen van bloedige straatgevechten was de opstand onderdrukt. Er vonden talloze arrestaties plaats en Nagy werd met vele anderen terechtgesteld.

boedapest 1956

 Boedapest 1956 Marxisten.....

Bijna 200.000 Hongaren wisten nog tijdig het land te ontvluchten. Het Kremlin stelde de gematigde Kadar als leider van Hongarije aan. Deze won door een geleidelijke liberalisatie een zekere populariteit. Onder zijn regime werd de economie gedecentraliseerd, wat de welvaart deed stijgen. De Russische ingreep in Hongarije werd fel veroordeeld door Tito.

De breuk met China ontstond toen de Russen in 1960 alle hulp aan dit land introkken en hun adviseurs en technici terugriepen. Moskou veroordeelde de eigen weg die het Chinese communisme onder Mao was ingeslagen, terwijl Peking, gesteund door Albanië, de Russische koers onder Chroestjow afkeurde zijn coëxistentiepolitiek was verraad van de wereldrevolutie en zijn welvaartscommunisme was een uiting van een 'kapitalistische bourgeoismentaliteit".

Naast dit ideologische verschil waren er grensgeschillen, die zelfs leidden tot gewapende incidenten.

wapenbroeders

Wapenbroeders 1970

Roemenië buitte het Russisch - Chinese conflict uit en partijleider Ceaucescu weigerde partij te kiezen en maakte zijn buitenlandse politiek losser van Moskou, o.a. door economische contacten met het westen te zoeken. Intern handhaafde Ceaucescu echter een orthodox-communistische dictatuur, die niet vrij was van persoonlijkheidsverheerlijking.

In Tsjechoslowakije daarentegen ontstond in 1968 de "Praagse lente". De nieuwgekozen partijleider Dubcek kondigde een liberaal "socialisme met een menselijk gezicht' aan. Hij schafte de terreur af, hief de censuur op en stond het uitoefenen van kritiek op de regering toe.

praag 1968

Lente in Praag 'Help de wissel is kapot' 1968

Ondanks Dubceks uitdrukkelijke betuigingen van trouw aan het Warschaupact, pleegden Russische troepen, gesteund door Oostduitse, Bulgaarse, Poolse en Hongaarse eenheden, een overrompelende inval (zgn. "op verzoek" van orthodoxe Tsjechische communisten). De bevolking reageerde vergeefs met ongewapend verzet. De Russen vervingen Dubcek door Husak, die door middel van politieke processen en een grootscheepse partijzuivering de toestand "normaliseerde". Brezjnew rechtvaardigde het Russische ingrijpen op grond van het proletarisch internationalisme de Sowjet-Unie heeft de plicht tot hulp aan broederlanden, indien daar de socialistische verworvenheden in gevaar komen door het optreden van "contra - revolutionaire elementen" (=Brezjnewdoctrine of leer der beperkte soevereiniteit). De Russische interventie en de Brezjnewdoetrine werden scherp veroordeeld door Joegoslavië, China, Roemenië en sommige westerse communistische partijen, zoals de PCI

In Polen leidde onvrede over de stagnerende economie tot stakingen en het aftreden van Gomoelka (1970). Zijn opvolger Gierek kwam in 1980 eveneens ten val; onvrede over de voedselschaarste (brood, vlees) en prijsstijgingen leidde tot een enorme stakingsgolf. De stakers dwongen Giereks opvolger Kania erkenning van het stakingsrecht af en de Poolse arbeiders en boeren kregen het recht zich in vrije vakbonden te organiseren. De populaire stakingsleider Lech Walesa werd leider van de vrije vakbond Solidariteit, die weldra 10 miljoen leden bezat. Solidariteit eiste toegang tot alle media en afschaffing van de censuur. Geruggesteund door het Kremlin, greep de nieuwe premier en partijleider generaal Jaruzelski eind 1981 gewelddadig in. Hij vormde een militair bewind en kondigde de staat van beleg af. Duizenden stakers en vakbondsleiders werden gearresteerd en Solidariteit werd verboden.

Vragen bij ‘monolitisch communisme':

Wat is monolitisch communisme?

Wat is sovjetisering?

Verklaar de term "volksdemocratie".'

Waar werden in het Oostblok slechts vrije verkiezingen gehouden en wanneer?

Wat zijn satellietstaten?

Welke twee functies hebben de satellietstaten?

Wat is het Kominform?

Wat is de Comecon?

Wat is het Warschaupact?

Geef voorbeelden van 'socialistische arbeidsverdeling' in de Comecon!

Verklaar de termen multilateraal en bilateraal!

Vragen bij het ontstaan van het Polycentrisme

l. Wat is het polycentrisme?

2. Welk recht verkondigde Tito?

3. Wie is Tito?

4. Waardoor kon Tito zich onafhankelijker opstellen?

5. Wat is de beweging van niet - gebonden landen?

6. Wat is het beginsel van arbeiderszelfbestuur?

7. Hoe was de situatie echter in de praktijk?

8. Wie is Milovan Djilas en hoe verging het hem?

9. Wat is collectief leiderschap?

10. Wat is Titoisme?

Waartoe leidde de destalinisatie?

Noem vijf voorbeelden van de destalinisatie in Oost - Europa tot en met 1956!

Waardoor werkte Chroestsjow onrust in de satellietstaten in de hand?

Welk verschil was er tussen DDR 1953 en Polen 1956?

Wat bereikte Gomoelka?

Hoe verliep de anti-Russische volksopstand in Hongarije in 1956?

Waarom grepen de Russen in 1956 in Hongarije zoveel forser in dan in Polen?

Wie volgde Nagy op en welke maatregelen nam hij?

Waardoor ontstond de breuk tussen Rusland en China?

Wie buitte het Chinees - Russische conflict uit?

Waar ontstond de 'Praagse lente" en wanneer?

Wat versta je onder Dubcek 's ‘socialisme met een menselijk gezicht'?

Wie vielen uiteindelijk toch Tsjecho-Slowakije binnen?

Hoe reageerde de bevolking?

Wie was Dubcek's opvolger en hoe 'normaliseerde' hij de situatie?

Op welke grond rechtvaardigde Brezjnew het Russische ingrijpen?

Hoe is deze rechtvaardiging de geschiedenis ingegaan?

Wat is proletarisch internationalisme bijz a. Marx? b. Het Kremlin?

Wie verzetten zich tegen de Brezjnewdoctrine en waarom?

Karakteriseer het communisme van respectievelijk Tito, Gomoelka, Ulbricht, Nagy, Kadar, Ceaucescu en Dubcek.

Omschrijf de ontwikkelingen in Polen vanaf 1950!

Waarom zijn vrije vakbonden in een communistische staat een marxistische ongerijmdheid?

Wat zijn euro - communisten? Wanneer is het euro - communisme ontstaan en in welke landen?

Noem twee dissidente bewegingen en waar zij ontstonden. 

Zie voor deel 4 Deel 4 Van dictatuur tot democratie