We hebben 696 gasten online

Een geschiedenis van Zweden Deel 3

Gepost in Noord-Europa

Zweden 1654-1680

Zweden onder Karl X, Karl XI en Karl XII 1660-1671

A.) buitenlands beleid

Christina's opvolger, Karl X Gustav (van Palts-Zweibrücken), na een vruchteloze campagne in Polen (eerste Noordse Oorlog, 1655-1660), waarbij de Polen een open strijd vermeden, controleerden de Zweden een groot gedeelte van het land maar liepen ook tegenslagen op zoals Czestochowa, terwijl Denemarken een aanval deed op Bremen (1657). Karl X trok met het Zweedse leger naar Jutland, daarbij stak hij de bevroren gordel over naar Sjaelland. Kopenhagen had nauwelijks een verdediging aan de landzijde, en Denemarken kon alleen maar kiezen voor vrede.  Zweden verkreeg daarbij Blekinge, Scania, Bornholm. de stift Drontheim (Trondhjem) en een aandeel in de Sont heffing. Zweden had het hoogtepunt van haar macht bereikt.

Door de loop der gebeurtenissen was de Deense staat aan de rand van de afgrond gebracht, maar door de gebeurtenissen werden Nederland en Engeland gealermeerd. Zij bundelden hun krachten, en de samenwerkende marines  versloegen de Zweden, waarbij deze werden gedwongen tot het afstaan van Bornholm, Stift Drontheim en het aandeel in de Sont heffing terug naar Denemarken (Verdrag van Kopenhagen, 1660).  In de vrede van Olivia (1660), gaf Johann II Casimir van Polen (1668) Wasa zijn claim op de Zweedse troon op. In het Verdrag van Kardis (1661) werd overeengekomen dat Rusland de bezette Zweedse gebieden terug zou geven aan Zweden

Zweden zag zich nu omringd door staten waarvan sommige van hun provincies veroverd waren door de Zweden, en die staten wachten op een kans om wraak, zoals Denemarken, Brandenburg, Polen en, Rusland. 

Karl X was in 1660 gestorven. Kanselier Magnus de la Gardie, verantwoordelijk voor het Zweedse buitenlandse beleid, ondertekende verdragen van de handel met Engeland (1661), Frankrijk (1662) en de Nederlandse Republiek (1667). Frankrijk bleef subsidies betalen aan Zweden en de Zweedse buitenlandse politiek was in deze jaren over het algemeen Frans georiënteerd. In 1674 eistte Frankrijk (Lodewijk XIV) dat een Zweedse leger zou worden gestuurd, over de Baltische Zee, naar het  Zweedse Pommeren; Zweden ging akkoord. Daardoor brak de De Skånische Oorlog (1675-1679)uit, waarbij  Zweden geconfronteerd werd, met een coalitie bestaande uit Denemarken, Brandenburg en Rusland. Zweden leed een nederlaag tegen de Brandenburgers in de slag bij Fehrbellin (1675) waarbij troepen bezet namen van Pommeren en zelfs verschenen buiten Riga, de hoofdstad van Lijfland. Deense troepen bezetten Gotland (1676-1679). Als gevolg van diplomatieke druk uit Frankrijk (Zweden was uitgesloten van deelname aan de vredesonderhandelingen), werd het vredesverdrag van St. Germain  getekend waarna bijna alle bezette gebieden terugkeerden onder het gezag van Zweden. Bij de vrede van Fontainebleau, gevolgd door de vrede van Lund op 2 september, moest Denemarken aan Zweden,  al het gebied teruggeven dat het op Zweden had veroverd, op 4  October 1679. Zweden zou er nooit alleen in geslaagd zijn deze concessies af te dwingen, maar toch zou Karel  XI een sterke anti-Franse stemming er aan overhouden.

B.) binnenlandse beleid

Tijdens  Karl X campagne in het buitenland was het bestuur toevertrouwd aan de Riksrat. In Scania werd  de Universiteit van Lund (1668) opgericht. Lund werd daardoor gecompenseerd voor het verlies van het aartsbisdom van Denemarken. In 1662 werden de Skånse standen vertegenwoordigd in het Zweedse Parlement. 
Een andere stappen die werd genomen was de introductie van een postsysteem (1638/1663). 
Van 1660 tot 1672 waren kanselier Magnus de la Gardie en Drots Gustav Bonde de meest invloedrijke politici. In 1672, werd Karl XI koning.

Tijdens de Sanische oorlog (1675-1679) bleek dat de bevolking nog steeds sympathie voor Denemarken voelde.

C.) de economie

Bij de ambtsaanvaarding van Karl X, waren de meeste kroongebieden vervreemd, ofwel verkocht onder Gustav Adolf, om de 30 jaar oorlog te kunnen betalen, of toegewezen aan de edelen door Christina. Karl X voerde het beleid van vermindering van land van de adel met enig succes uit (het beleid werd na 1680 voortgezet door Karl XI, met veel meer succes.) de kroon herriep de vervreemding. Gustav Bonde, verminderde in de jaren van Karl XI de staatskosten, om te bezuinigen op de schuld van de natie, die in 1660 ongeveer 10 miljoen Riksdalers bedroeg. 

In 1661, ondertekende Zweden een handelsverdrag  met Engeland, en  in 1662 met Frankrijk, en in 1667 met de Nederlandse Republiek, gebaseerd op het beginsel gratis schepen maken vrij goederen. 
In 1668 verwierf de Zweedse staat de Johan Palmstruch bank, en benoemde Riksens Staenders Bank, de voorganger van de Riksbank tot de Europa's eerste nationale bank. Zweden hield zich ook bezig met een koloniale beleid.

nieuw nederland_and_nya zweden ca 1650

In 1637 werd de kolonie Nieuw-Zweden in Delaware opgericht door de Zweedse West-Indische Compagnie, en in 1652 een andere kolonie in Cabo Corso op de baai van Guinee (Afrika) door de Afrika Company, opgericht door Hollandse immigrant Louis de Geer. Nya -Sverge werd veroverd door de Nederlandse West-Indische Compagnie in 1655, Cabo Corso in 1659. waarmee een einde kwam aan het project van een Zweedse koloniaal rijk op dat moment. 

D.) intellectuele leven

In 1668 die werd de Universiteit van Lund  opgericht. 

Invoering semi-absolute monarchie.

De rest van de regering van Charles XI staat in het teken van een revolutie, waarin de regering van Zweden werd omgevormd tot een semi-absolute monarchie. De koning was er na de oorlog van overtuigd, dat als Zweden de positie als grootmacht wilde behouden, het nodig was het hele economische systeem radicaal te hervormen, en de macht van de aristocratie vast te leggen. Karel XI voelde dat hij dat kon doen nu hij bondgenoten had die hem steunden.

Met het besluit van De Rijksdag van Stockholm, begon in oktober 1680, een nieuw tijdperk van Zweedse geschiedenis. Er werd een motie aangenomen waarin de kwestie van het herstel van het land, vervreemd van de kroon werd voorgelegd aan het Zweedse Parlement, en een resolutie,   dat alle graafschappen, baronieën, domeinen, landhuizen en andere landgoederen, die een jaarlijkse huurprijs van meer dan een bepaald bedrag per jaar opbrachten naar de kroon moesten terugkeren. Hetzelfde Parlement besloot dat de koning niet was gebonden door elke bijzondere Grondwet, maar alleen door de wet en haar statuten, en zelfs niet verplicht was de Privy Council te raadplegen, maar moest worden beschouwd als een soevereine lord. De Privy Council veranderde de officiële titel van Riksråd (Raad van state) tot Kungligt råd (Koninklijke Raad); een zichtbaar teken dat de raadsleden niet meer collega's van de koning, maar eerder zijn dienaren waren.

Dus  Zweden was een absolute monarchie geworden in die zin dat het Zweedse volk het recht had, in het Parlement, te worden geraadpleegd over alle belangrijke kwesties. Het Zweedse Parlement, volledig overschaduwd door de kroon, heeft iets meer dan de koninklijke besluiten geregistreerd tijdens de regeerperiode van Charles XI van Zweden; maar het bleef bestaan als een essentieel onderdeel van de regering. Bovendien, deze overdracht van gezag was een vrijwillige daad.

De Rijksdag van 1682 verklaarde dat de koning gemachtigd werd heerlijkheden te schenken en hen weer terug te nemen.  Dit nieuwe beginsel van autocratie werd uitgebreid naar de wetgevende macht van de koning, toen op 9 December 1682, alle vier de standen, niet alleen bevestigden dat de koning de wetgevende bevoegdheden genoot, maar gaf hem zelfs het recht van interpretatie en tot wijziging van de 'common law'.

Na de dood van Karel XI, werd de troon geërfd door zijn minderjarige zoon, Karel XII. Na een kort regentschap, werd hij tot koning uitgeroepen. Drie jaar later, in 1700, verklaarde Denemarken, Polen en Rusland de oorlog, de landen die de meeste provincies aan Zweden hadden verloren. Denemarken werd spoedig gedwongen om vrede te sluiten na een gezamenlijke interventie van Zweedse, Engelse en Nederlands legers, waarna de koning het Zweedse leger overbracht naar de Baltische provincies, waar Russische en Poolse legers  verschillende steden belegerden. Het Russische leger werd verslagen in de slag om Narva, waarna Karel optrok het leger in Polen met de bedoeling de Poolse koning August II te onttronen. Dit duurde enkele jaren, maar in 1706, met het Verdrag van Altranstädt, had hij zijn doel bereikt.

In de tussentijd had Rusland bezit kunnen nemen van verschillende steden aan de Baltische Zee. In plaats van deze te heroveren, koos Karel XII  er in maart voor Moskou rechtstreeks aan te vallen, maar als gevolg van extreme weersomstandigheden, problemen met zijn aanvoerlijnen en de strategie van de Russische tactiek van de verschroeide aarde, werd hij gedwongen dit om te zetten richting Oekraïne. In 1709, was het Zweedse leger verslagen en gevangen genomen in de slag bij Poltava; Karel XII wist naar het zuiden te ontsnappen, naar  Bender in het Ottomaanse Rijk. Na de nederlaag bij Poltava, keerden Polen en Denemarken terug in de oorlog, samen met andere landen die verschillende delen wilden hebben van de Zweedse provincies. In de volgende jaren, zouden ze in hun handen vallen en Rusland bezette de oostelijke helft van Zweden (huidige Finland). Zie kaartje.

Ondanks deze tegenslagen probeerde Karel XII tweemaal Noorwegen binnen te vallen, om Noorwegen en Denemarken opnieuw te dwingen zich uit de oortlog terug te trekken. Op 30 November 1718 werd Karel XII neergeschoten buiten Halden.

Door zijn dood kwamen Zweedse oorloginspanningen praktisch tot stilstand, hoewel Rusland de burgerbevolking van de Zweedse kustgebieden bleef  lastigvallen, totdat in 1721 de vrede van Nystad werd ondertekend. Zweden zou een regionale macht blijven met verschillende succes tot 19e eeuw, maar de grote Noordse Oorlog betekende een einde van Zweden als een grootmacht.

Begin 1719 werden diplomatieke acties ondernomen richting Engeland, Hannover, Pruisen en Denemarken, om tot vrede te komen. Door de Verdragen van Stockholm, op 20 februari 1719 en 1 februari 1720 kreeg Hannover de hertogdommen van Bremen en Verden en zuidelijke Zweeds Pommeren met Stettin ging haar zuidelijke geconfedereerde Brandenburg-Pruisen. Noordelijke Zweeds Pommeren met Rügen, die tijdens de oorlog onder Deens bewind kwamen, werd behouden door Zweden.

Door het Verdrag van Frederiksborg of Copenhagen, van 3 juli 1720 werd ook vrede getekend tussen Denemarken en Zweden, Denemarken herkreeg Rügen, verdere Pommeren tot aan de Peene, Wismar ging naar Zweden, in ruil voor een vergoeding van 600.000 Riksdaler, terwijl Zweden afstand deed van haar vrijstelling van de Sont tolgelden en het protectoraat over Holstein-Gottorp.

Onderhandelingen met Rusland, werden in mei 1720 geopend, en op 30 augustus 1721 werd vrede gesloten. Door de vrede van Nystad stond Zweden aan Rusland af Ingria en Estland, Lijfland, de Finse provincie Kexholm en kasteel Viborg. Finland ten westen van Viborg en ten noorden van Käkisalmi werd Zweeds. Rusland ontving ook een bedrag van twee miljoen Riksdaler en een plechtige verklaring van niet-inmenging in haar binnenlandse aangelegenheden. 

De eeuw van de vrijheid 1718-1772

In 1720 werd het Karel XII zus, Ulrika Eleonora, die onmiddellijk na zijn dood tot koningin van Zweden was gekozen, toegestaan om te abdiceren ten gunste van haar echtgenoot Frederik, de Prins van Hesse, die in 1720 onder de titel van  Frederik I koning van Zweden werd; Zweden had, op hetzelfde moment echter de meest beperkte monarchie van Europa. Alle macht was in handen van de mensen die vertegenwoordigd waren in de Riksdag, bestaande, zoals voorheen, van vier verschillende standen, edelen, priesters, burgerij en boeren, en deze  beraadslaagden afzonderlijk. De conflicterende belangen en wederzijdse jaloezie van deze vier onafhankelijke standen, maakte de wetgevende werkzaamheden uitzonderlijk moeilijk. Geen enkele maatregel kan nu worden doorgevoerd zonder de instemming van ten minste drie van de vier standen.

 Elke stand werd aangevoerd door haar talman, of spreker, die aan het begin van elk Diet werd gekozen, maar de aartsbisschop was, ambtshalve, de talman van de geestelijkheid. De lantmarskalk, of de Voorzitter van het huis van de adel, was voorzitter wanneer de standen in vergadering bijeenkwamen, en ook op van het geheim comité. Dit beroemde orgaan, dat bestond uit 50 edelen, 25 priesters, 25 burgers, en zeer uitzonderlijk, 25 boeren, bezaten tijdens de zitting van het Zweedse Parlement niet alleen de hoogste uitvoerende macht, maar ook de hoogste gerechtelijke en wetgevende taken. Het maakte alle wetsvoorstellen voor het Zweedse Parlement, stelde ministeries samen, controleerde het buitenlands beleid van de natie, en claimden  de toepassing van het recht van de gewone rechtbanken. Tijdens het parlementaire reces bleef de uitvoerende macht echter in de handen van de Privy Council,(bestond uit leden van de adel en clericalen).

De regeerperiode van Frederik I  

Zijn regeerperiode was machteloos want zijn familie werd geëlimineerd van de lijn van troonopvolging en de parlementaire regering werd gedomineerd door de pro-revanschistische Hat partij,   die een oorlog waagde met Rusland, die tot een nederlaag leidde en de Russische tsarina Elizabeth eiste dat Adolph Frederick van Holstein-Gottorp, na de dood van Frederik I als koning zou worden aangesteld. Frederik I stierf in 1751.

Koning Adolf Frederick van Zweden (1751–71) zou minder problemen krijgen dan zijn voorganger, maar wel door de ambitieuze ingevingen van zijn echtgenote Louisa Ulrika van Pruisen, zuster van Frederik de Grote en de tirannie van de standen. Een poging tot een monarchale revolutie, gepland in 1756 door de koningin en een paar aan haar toegewijde jonge edelen, werd gemakkelijk en genadeloos neergeslagen; en werd de koning vernederd zoals nooit een koning vóór hem vernederd was.

Tijdens de eeuw van de vrijheid stonden er twee groepen tegenover elkaar de Hats en de Caps. De Hats streefden naar een terugkeer van de traditionele alliantie tussen Frankrijk en Zweden.Toen Zweden afdaalde naar de positie van een tweederangs macht werd de alliantie met de Fransen te duur, een luxe. Horn, president van de Privy Councel had dit goed gezien en zijn voorzichtige neutraliteit was dus een vorm van gezond staatsmanschap. Maar de politici die hem hadden verdreven dachten daar anders over. Voor hen was welvaart zonder glorie een waardeloos bezit. Ze waren voor het herstel van Zweden in haar voormalige positie als grootmacht. Frankrijk, zag met tevredenheid de opkomst van een factie die tevreden was met haar wapenbroeder in het noorden, en de gouden stromen die tijdens de volgende twee generaties van Versailles naar Stockholm stroomden,  werden het politieke levensbloed van de partij van de Hats.

De Caps (Zweeds: Mössorna) waren een politieke factie tijdens de eeuw van de Vrijheid (1719-1772) in Zweden. De primaire rivalen van de Caps stonden bekend als de Hats. De Hats zijn eigenlijk verantwoordelijk voor de naam Caps, zoals het afkomstig is van een inkrimping van de nacht-cap, een naam die wordt gebruikt om te suggereren dat de Caps de zachte en schuchtere partij waren. De Caps vertegenwoordigde meestal boeren en geestelijken.

Het is duidelijk dat er geen plaats was voor een constitutionele monarch in de moderne zin van het woord. De gekroonde 'puppet' , bezat twee stemmen in de Privy Council, waarvan hij de nominale voorzitter was en die her eens in zijn leven werd toegestaan peers te benoemen, bij zijn kroning, gaf hem geen enkele soevereiniteit.

In de jaren van hun  grote binnenlandse triomf zagen de Hats ook de volslagen ineenstorting van hun buitenlandse "systeem". Op initiatief van Frankrijk stortten ze Zweden roekeloos in de Zevenjarige oorlog; en het resultaat was ruïneus. Het kostte 40.000 Zweden het leven. 

Zie voor deel 4: Deel 4 Een geschiedenis van Zweden