We hebben 875 gasten online

Geschiedenis van de Nederlandse Vakbeweging

Gepost in Geschiedenis Nederland

 

 

 Algemeene Nederlandsche Typografenbond

Nederland kent geen militante vakbondstraditie. In vergelijking met andere landen zijn arbeiders hier zich pas laat gaan organiseren en is de verhouding tot de werkgevers altijd relatief gematigd gebleven. Een belangrijke oorzaak is de late industrialisering van Nederland en de daarmee samenhangende opkomst van een algemene arbeidersbeweging. Alleen bepaalde beroepsgroepen, zoals typografen en diamantbewerkers, zochten al snel steun bij elkaar.

1871: Oprichting Nederlandsch Werkliedenverbond

Dit verbond, al snel omgedoopt tot Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond (ANWV), is de eerste georganiseerde voorloper van de vakbeweging. Het ANWV zet zich af tegen de socialistische beweging die predikte dat arbeiders in opstand moeten komen tegen de heersende klasse en zelf de macht moeten grijpen. Wel wil het verbond dat de materiële positie en de sociale status van arbeiders verbeteren.

1893: Oprichting Nationaal Arbeids Secretariaat

Deze Amsterdamse, op het anarchisme gerichte arbeidersvereniging, stelt zich vierkant op achter iedere staking die waar dan ook wordt uitgeroepen. Vooral in de Amsterdamse haven beginnen arbeiders zich in die jaren steeds meer te roeren.

1903: Het jaar van de spoorwegstakingen

Bij de spoorwegen breekt in januari een spontane opstand uit. Spoorwegpersoneel legt massaal het werk neer. De arbeiders in de Amsterdamse haven verklaren zich solidair. De spoorwegdirecties zijn zo overrompeld dat zij na enig aarzelen alle eisen van de stakers inwilligen. De burgerij is geschokt, de socialisten dolblij (Troelstra schreef: `Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil') en de regering vreest dat dit geen arbeidsconflict is, maar de voorbode van een beweging die het hele politieke bestel wil opblazen. Premier Abraham Kuyper komt drie wetten die het o.a. voor ambtenaren en spoorwegpersoneel strafbaar maken om het werk neer te leggen. Een tweede stakingspoging in april wordt door regering en werkgevers met veel machtsvertoon in de kiem gesmoord.

1906: Oprichting van het Nederlandsch Verbond van Vakverenigingen

Vanaf eind negentiende eeuw worden in allerlei bedrijfstakken kleine en grotere vakbonden opgericht, die echter allemaal hun eigen drijfveren en aanpak hebben. Mede door de gebeurtenissen rondom de spoorwegstaking dringt het besef door dat een meer centrale leiding voorwaarde is voor meer macht. Dit leidt tot oprichting van de vakcentrale NVV (later met NKV in 1976 gefuseerd tot de huidige FNV). Eerste voorzitter is Henri Polak, die naam heeft gemaakt als voorman van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond.

1909: Oprichting van het Christelijk Nationaal Vakverbond

NVV-voorzitter Polak heeft als ideaalbeeld een sterke, ongedeelde vakcentrale die niet gelieerd is aan een geloofsrichting, maar ook niet aan een politieke stroming als het socialisme. Dat ideaal houdt geen stand. In het verzuilde Nederland is het logisch dat protestants-christelijke en rooms-katholieke arbeiders hun eigen vakorganisatie willen hebben. In 1909 sluit een aantal bonden zich aan bij een gezamenlijke centrale: het CNV. Na protest van de bisschoppen scheiden de katholieken zich drie jaar later weer af. Daaruit komt de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) voort. Pas eind jaren '70 komen de katholieken terug bij het CNV.

1914-1918 Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog smoort de prille initiatieven in Nederland op het gebied van belangenbehartiging voor arbeiders. De Nederlandse politici en ondernemers worden zenuwachtig van de socialistische golf die over Europa slaat; zij durven de vakbonden geen enkele ruimte te geven, uit angst dat dit tot opstanden zal leiden.

1918: Troelstra proclameert de revolutie

In november 1918 leek heel Europa in de ban van de revolutie. Tweede-Kamerlid P.J. Troelstra (SDAP, voorloper van de PvdA) riep de revolutie uit: ,,Wij maken een revolutie omdat het kan en moet. De arbeidersklasse in Nederland grijpt thans de politieke macht.'' Zijn oproepen hadden geen effect, mede omdat de vakcentrale NVV, ondanks nauwe banden met de SDAP, absoluut geen zin had om meegezogen te worden in een politieke opstand.

1929: Beurskrach op Wall Street

De ineenstorting van de effectenbeurs in Amerika luidt een langdurige periode van economische recessie in. Ook Nederland lijdt daaronder. De enorme werkloosheid maakt werknemers bijzonder kwetsbaar en leidt er toe dat arbeiders bang zijn om te protesteren.

1945 Oprichting Stichting van de Arbeid

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben vakorganisaties en werkgeversorganisaties met elkaar contact over de wijze waarop Nederland na de oorlog vorm moet krijgen. Die gesprekken leiden ertoe dat twaalf dagen na de bevrijding, de Stichting van de Arbeid wordt opgericht. De gedachte daarachter is dat werknemers- en werkgeversorganisaties als `sociale partners' van de overheid medeverantwoordelijkheid dragen voor het oplossen van sociale en economische vraagstukken. Tot op de dag van vandaag functioneert de stichting als platform voor overleg tussen werkgevers en werknemers over actuele kwesties in het bedrijfsleven, met de nadruk op arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen. De Stichting kan aanbevelingen doen, waarna het aan de CAO-onderhandelaars is om daar vorm aan te geven.

1950 Oprichting Sociaal-Economische Raad

De SER komt voor uit de Wet op de bedrijfsorganisatie; die wordt in 1950 van kracht. Deze wet gaf verder uiting aan de gedachte dat overheid en sociale partners een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. De SER bestaat grotendeels uit afgevaardigden van vakorganisaties en werkgeverskoepels; daarnaast heeft de SER, anders dan de Stichting van de Arbeid, onafhankelijke leden (zogeheten kroonleden) die op basis van hun expertise een zetel hebben. De SER heeft twee belangrijke taken: adviezen geven aan de regering op sociaal-economisch terrein. De bestuurlijke functie bestaat uit de vorming van product- en bedrijfschappen waarin ondernemers en werknemers zaken regelen die zij in het belang van de eigen bedrijfstak achten.

1969 Felle discussie over plan-Kloos - een ongedeelde vakbeweging

In 1968 en '69 wordt binnen het NVV veel gediscussieerd over het plan-Kloos, een voorstel van toenmalig NVV-voorzitter André Kloos om af te stappen van de structuur van allemaal verschillende vakbonden onder de paraplu van één vakcentrale. Kloos wil van het NVV een ongedeelde vakbeweging maken.

Het plan-Kloos gaat niet door, maar de gedachte dat bundeling meer kracht oplevert, leidt op 15 oktober 1971 wel tot de fusie van een aantal kleinere bonden tot de Industriebond-NVV. Deze bond, die veel invloed heeft binnen de vakcentrale, vaart in die jaren een steeds radicalere koers. De vakbond, onder leiding van Arie Groenevelt, zet zich sterk af tegen de invloed en de macht van werkgevers.

1970 Wet op de loonvorming

In de periode na de Tweede Wereldoorlog kent Nederland een geleide loonvorming, waarbij vanuit de overheid wordt aangegeven met hoeveel procent de lonen in een jaar mogen stijgen. Halverwege de jaren '60 zijn het de werkgevers die van dit systeem afwillen: de arbeidsmarkt is krap en bedrijven zoeken naar mogelijkheden om extra werknemers aan te trekken. De vakbeweging pleit in die periode juist voor loonmatiging omdat men bang is voor aantasting van de Nederlandse exportpositie. Die opstelling wordt onderuitgehaald door de werkgevers die uit eigen beweging steeds hogere lonen betalen. Ook vanuit de vakbeweging zelf komt er steeds meer kritiek op de loonpolitiek. Vooral de bonden in branches als de haven en de bouw, waar werkgevers zwart veel extra bijbetalen, willen dat de vakcentrales afstappen van de loonmatiging.

In 1970 treedt een nieuwe wet op de loonvorming in werking: de hoogte van de lonen is voortaan de verantwoordelijkheid van werkgevers- en werknemersorganisaties. Alleen ,,in zeer ernstige situaties'' kan de regering nog een algemene loonmaatregel afkondigen, voor maximaal zes maanden. Van die mogelijkheid maakte de regering eind 1970 direct gebruik, tot woede van een aantal vakbonden.

1972 Eerste grote bedrijfsbezetting, bij Enka

Op vrijdag 7 april wordt bekend dat chemie- en vezelconcern Akzo de Enka-fabriek in Breda gaat sluiten en dat 1.700 man hun baan kwijtraken. Als blijkt dat de Akzo-directie geen sociaal plan wil afsluiten, bezetten 800 werknemers spontaan de fabriek. De bonden steunen de actie. Het is de eerste bedrijfsbezetting in Nederland, die in de hele maatschappij tot veel beroering leidt. De fabriek blijft open - tot tien jaar later, wanneer de directie alsnog het besluit tot sluiting neemt.

1973 Start van het kabinet-Den Uyl/Wim Kok wordt voorzitter NVV

Nederland krijgt voor het eerst een progressief kabinet, onder leiding van PvdA-voorman Joop den Uyl. In hetzelfde jaar wordt Wim Kok voorzitter van het NVV. In de daaropvolgende jaren stelt het NVV zich steeds nadrukkelijker op als maatschappijkritische organisatie, die ook over niet-werkgerelateerde onderwerpen (zoals de mensenrechten in Zuid-Amerika) een mening uit.

1974 Besprekingen over fusie NVV, NKV en CNV

De drie grote vakcentrales, die sinds 1958 regelmatig contact hebben in het Overlegorgaan NVV-NKV-CNV, zijn vanaf begin jaren '70 met elkaar in gesprek over een nauwere samenwerking, liefst in de vorm van een federatie. Er volgen vier jaren van discussies, rapporten en onderzoeken. Uiteindelijk haakt het CNV in 1974 toch af: deze vakcentrale wil vasthouden aan de christelijke identiteit en is bang dat daarvoor in de nieuwe opzet geen ruimte is.

1974 Hogere werknemers krijgen

eigen vakcentrale

In de jaren '70 woedt in Nederland een felle discussie over de nivellering van inkomens. In de ogen van veel midden- en hoger kaderpersoneel schieten de bestaande vakbonden hierin door. Het hoger personeel organiseert zich in eigen bonden: de Vereniging van Hoger Personeel (VHP) en de Unie. In 1974 komt er een eigen overkoepelende vakcentrale: de MHP. De andere vakcentrales verzetten zich jarenlang tegen de MHP, omdat ze vinden dat zij zelf de belangen van hoger personeel al behartigen. In 1976 krijgt de MHP een zetel in de SER, twee jaar later ook in de Stichting van de Arbeid.

1976 Oprichting van de Federatie

Nederlandse Vakbeweging

De besprekingen tussen NVV en NKV leiden op 1 januari tot de oprichting van de FNV. Eerste voorzitter: Wim Kok.

1977 Grote februaristaking over behoud automatische prijscompensatie

De verhouding tussen werkgeversorganisaties en vakbeweging wordt steeds harder. Het voorstel van de werkgevers om de automatische prijscompensatie (die de lonen voor de inflatie corrigeert) af te schaffen, leidt tot massale stakingen. De vakbeweging wint de strijd, al verdwijnt de automatische prijscompensatie in de decennia erna toch uit de meeste CAO's.

1978 Kabinet-Van Agt komt met nota Bestek '81

De enorme verkiezingswinst van de PvdA in 1977 verdampt in een eindeloze formatieronde, waarna VVD en CDA er met de buit vandoor gaan en met een krappe meerderheid (77 van de 150 zetels in de Tweede Kamer) eind 1977 een kabinet formeren. In de zomer van 1978 komt de nieuwe regering met een geruchtmakende nota over het sociaal-economisch beleid tot en met 1981, met als belangrijkste maatregelen de ontkoppeling van uitkeringen en overheidssalarissen van de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. De bedoeling was om de uitgaven in de collectieve sector te verminderen en de explosief snel oplopende werkloosheid te remmen.

1979 Arbeidsduurverkorting komt op de agenda

Binnen de vakbeweging woedt een hevige strijd tussen de groep bestuurders en leden die vinden dat de lonen moeten blijven stijgen en een groep die van mening is dat loonmatiging het wisselgeld kan zijn voor meer werkgelegenheid. Die extra banen moeten komen uit herverdeling van werk, waarbij arbeidsduurverkorting een voor de hand liggend instrument is. Eind 1979 komt er in de Stichting van de Arbeid bijna een centraal akkoord, waarbij de werkgevers - in ruil voor loonmatiging - in het CAO-overleg bereid zijn te praten over arbeidsduurverkorting. Een grote minderheid binnen de FNV verzet zich hiertegen, waardoor het akkoord er niet komt.

1980 Een jaar van protesten, maar ook van realiteit

De oplopende werkloosheid zorgt ook binnen de vakbeweging voor veel spanningen. Ondanks massale protesten (,,Willen we naar de Dam..., dan gaan we naar de Dam'') houdt het kabinet vast aan de bezuinigingsplannen. Langzaamaan begint bij de vakbeweging het idee te dagen dat polarisatie niet het antwoord is en dat het verfoeien van de marksector niets oplost.

1982 Akkoord van Wassenaar

Op 4 november treedt het eerste kabinet-Lubbers aan en op 17 november begint het overleg tussen het kabinet en de sociale partners: zeven dagen later is er het `Akkoord van Wassenaar' - zo genoemd omdat het huis van VNO-voorzitter Van Veen daar staat. De centrale werkgeversorganisaties zeggen voor het eerst zwart op wit dat herverdeling van arbeid kan bijdragen aan de bestrijding van werkloosheid, terwijl de vakbeweging zich bereid verklaart om de prijscompensatie ter discussie te stellen en accepteert dat bedrijven winst moeten maken om gezond te blijven.

1983 Massale stakingen van

ambtenaren

Ondanks het Akkoord van Wassenaar volgt in de maanden erna veel arbeidsonrust. Reden: de korting van drie procent op de inkomens van (semi-)ambtenaren en uitkeringsgerechtigden. In het najaar komt het tot een golf van acties, demonstraties en stakingen. Koos Rietkerk (,,Boos op Koos'') is als minister van Binnenlandse Zaken de gebeten hond. Brandweermannen spuiten het Binnenhof onder, het vuilnis stapelt zich wekenlang op. Uiteindelijk komt er toch een akkoord: de korting blijft gehandhaafd, maar in ruil daarvoor krijgen de ambtenaren een 38-urige werkweek.

1986 Wim Kok wordt fractievoorzitter PvdA

Na de overstap van Wim Kok naar de politiek wordt Hans Pont benoemd als voorzitter van de FNV. Onder Pont begint de FNV, die kampt met een snel teruglopend ledenaantal, met een diepgaand zelfonderzoek. Het is duidelijk dat de vakbeweging de aansluiting heeft gemist met allerlei nieuwe groepen op de arbeidsmarkt, zoals vrouwen, allochtonen en flexwerkers. Ook is de vakbeweging vooral sterk aanwezig in bedrijfssectoren die aan belang hebben ingeboet, zoals de zware industrie. In de ICT en de commerciële-dienstensector krijgen vakbonden geen voet aan de grond. Een jaar later, in 1987, verschijnt het rapport FNV 2000, dat als startpunt fungeert voor een grootscheepse heroriëntatie van

de vakcentrale en de aangesloten bonden. De vakbeweging moet herkenbaarder worden, onder andere door veel werk te maken van persoonlijke dienstverlening aan de leden. De FNV moet een ,,sociale ANWB'' worden.

1988 Johan Stekelenburg voorzitter van de FNV

Na het onverwachte vertrek van voorzitter Hans Pont naar het ministerie van Binnenlandse Zaken volgt Johan Stekelenburg hem op. Onder zijn leiding zet de FNV een nieuwe koers in: pragmatischer en minder somber. Een manifestatie op het Museumplein in Amsterdam trekt 150.000 mensen - de boodschap is dat de vakbeweging zich niet meer bij voorbaat tegen iedere verandering wil verzetten, en zelf veel vaker met ideeën wil komen om problemen aan te pakken. Onder Stekelenburg zet de FNV sterk in op arbeidstijdverkorting ter bestrijding van de werkloosheid.

1989 Wim Kok wordt minister van

Financiën

Op 7 november treedt het kabinet Lubbers-III aan, met Kok op Financiën. Winstpunt voor de vakbeweging is dat in het regeerakkoord de koppeling tussen lonen en uitkeringen is hersteld. Daar staat tegenover dat in het akkoord ook wordt vastgelegd dat het aantal WAO'ers niet meer mag stijgen. Gebeurt dat wel, dan moeten er ingrijpende maatregelen worden genomen.

1990 Nieuw centraal akkoord over loonmatiging

Werkgevers en vakbeweging sluiten in de Stichting van de Arbeid opnieuw een akkoord over loonmatiging in ruil voor extra werkgelegenheid. Iedereen is opgetogen, alleen de Delftse hoogleraar Alfred Kleinknecht fulmineert tegen de afspraken: doordat de lonen in Nederland relatief laag blijven, ontberen werkgevers de noodzakelijke prikkel om innovatief te werk te gaan, zegt Kleinknecht.

1991 De WAO wordt aangepakt

Het aantal arbeidsongeschikten in Nederland loopt zo snel op dat het kabinet besluit dat de tegenaanval moet worden ingezet. Zowel de hoogte als de duur van de uitkeringen zal worden aangepakt. Zowel binnen de PvdA als binnen de vakbeweging is men woedend op partijleider Kok en op staatssecretaris Elske ter Veld (PvdA), die de ondankbare taak heeft om de maatregelen bekend te maken. De vakbeweging organiseert op 5 oktober op het Malieveld in Den Haag een demonstratie met 250.000 deelnemers. Het kabinet houdt echter vast aan zijn besluit. FNV-voorzitter Stekelenburg zal de WAO-demonstratie als zijn ,,voornaamste nederlaag'' beschouwen.

De FNV zelf profiteert wel van alle commotie over de kabinetsplannen: er komen dit jaar 44.000 leden bij.

1992 Economie raakt in mineur

Na een korte opleving begin jaren '90 zakt de economie in 1992 weer weg. In de Stichting van de Arbeid wordt een centraal akkoord gesloten, waarin alle partijen opnieuw de wil uitspreken om de loonstijgingen beperkt te houden en de beschikbare werkgelegenheid zo goed mogelijk te verdelen. Van die goede voornemens komt weinig terecht: alle CAO-onderhandelingen staan in het teken van de reparatie van de korting op de WAO .

1994 Eerste kabinet-Kok treedt aan

Voor het eerst in de geschiedenis `levert' de FNV een premier voor Nederland. Desondanks opent het kabinet van Kok vrijwel direct de aanval op de macht van het middenveld, waar vakbonden en werkgevers samen te veel touwtjes in handen zouden hebben. Het primaat moet weer bij de politiek liggen, zo vinden in ieder geval de politici zelf.

1997 Het Nederlandse Poldermodel trekt bekijks

De wraak van werkgeversorganisaties en vakbonden is zoet. Drie jaar na hun `verbanning' wordt het Nederlandse overlegmodel in de buitenlandse media bejubeld. De economie bloeit, evenals de arbeidsmarkt. Ieder jaar komen er honderdduizenden banen bij.

FNV-voorzitter Johan Stekelenburg wordt burgemeester van Tilburg. Lodewijk de Waal volgt hem op.

1998 Fusieontwikkelingen FNV en CNV

Zowel binnen de FNV en als binnen het CNV zoeken bonden aansluitng bij elkaar. Belangrijke reden is dat vakbonden hun positie binnen bedrijven willen versterken: daarvoor is geld nodig en mankracht. De FNV-bonden gaan het verst: daar fuseren vier bonden (Industrie-, Vervoers-, Voeding- en Dienstenbond) tot FNV Bondgenoten.

Bij het CNV neemt Doekle Terpstra het voorzitterschap over van Anton Westerlaken.

2002 Kabinet-Balkende-I treedt aan

Terwijl het politieke tumult in Nederland almaar toeneemt, worden vakbonden vanaf 2001 voor het eerst in jaren geconfronteerd met grote ontslagrondes. In 2002 komt er een nieuw kabinet, voor het eerst sinds 1989 zonder de PvdA. Het kabinet-Balkenende valt al na minder dan een jaar, maar de toon in het tweede kabinet van de CDA-premier bljft hetzelfde: er moeten grootscheepse bezuinigingen komen in de sociale zekerheid.

2003 Loonmatiging in ruil voor minder bezuinigingen

Vakbonden en werkgevers spreken in het Najaarsoverleg met het kabinet af dat de lonen twee jaar niet of nauwelijks zullen stijgen. In ruil zullen de bezuinigingen worden verzacht.

Zie ook www.vakbondshistorie.nl