We hebben 181 gasten online

Deel 1 De Vrede van Nijmegen

Gepost in Geschiedenis Nederland

 

vrede van NijmegenDe Vrede van Nijmegen in 1678-79


In 1678 en 1679 werd in Nijmegen een reeks van belangrijke verdragen tussen verschillende Europese staten getekend, die samen de Vrede van Nijmegen worden genoemd. De vrede maakte een eind aan langlopende conflicten over de verdeling van macht en grondgebied in Europa en markeert één van de voornaamste momenten uit de geschiedenis van Europa. Nijmegen was in die tijd een kleine garnizoensstad met ongeveer 20.000 inwoners. Ze werd gekozen als onderhandelingslocatie vanwege haar centrale ligging, gesitueerd op neutraal grondgebied.

Bij gelegenheid van de tentoonstelling "De vrede van Nijmegen 1678-1978" werd in het Nijmeegs musem 'Commanderie van St.Jan in 1978 een tentoonstelling ingericht. In de begeleidende Catalogus werd een historische inleiding geschreven door Peter Siepenbeek.

Deze historische inleiding geeft een goed beelt van de historische context van de Vrede van Nijmegen.

 

 

 

 

 

De Vrede van Nijmegen

Historische inleiding: Van vrede tot vrede, 1648-1679

Deel 1

Wanneer in 1648 de vredes van Münster en Osnabrück tot stand gekomen zijn, bezingen de gelegenheidspoëten het komende tijdperk als een onoverzienbare tijdsspanne van rust. Wat zij niet vermochten te profeteren was, dat er vrijwel geen periode in de geschiedenis van West-Europa valt aan te wijzen waarin meer oorlogen zijn bevochten dan die tussen de vredes van Westfalen en Nijmegen. In deze inleiding willen wij, summier, de militair en politiek belangrijke gebeurtenissen vermelden, die tenslotte uitmonden in de inval van de Franse troepen in de Noordelijke Nederlanden. Het verloop van de oorlog, die hiervan het gevolg was, vooral in de bondgenootschappelijke verhoudingen, doch ook in de veranderende staatkundige situatie in de Noordelijke Nederlanden, zal daarna in grote lijnen geschetst worden tot de tijd, dat de vredehandel te Nijmegen gestalte gaat krijgen.

Tenslotte zal aandacht besteed worden aan deze negotiaties en de daaruit voortgekomen vredespacten.Op 30 januari 1648 komen Spanje en de Verenigde Nederlanden tot overeenstemming om vrede te sluiten. Het betekent voor de geunieerde provinciën de erkenning als souvereine staat. Daarnaast mogen de Generaliteitslanden als veroverd gebied in Nederlandse handen blijven en wordt de Schelde niet opengesteld. Twee en een half jaar later vindt in deze nu zelfstandige statenbond de eerste coup plaats. Willem II moet echter bukken voor het machtige Amsterdam. In november 1650 sterft deze stadhouder; een week later wordt zijn zoon Willem geboren die het ambt van zijn vader niet meer zou mogen vervullen.

Twee jaar daarna kwam het tot het eerste treffen tussen de twee grote mogendheden ter zee, Engeland en de Noordelijke Nederlanden, naar aanleidig van een in wezen onbetekenend vlagincident. In deze oorlog valt de benoeming van Johan de Witt tot raadspensionaris van Holland. Hoewel geen dienaar van de Staten-Generaal, zou hij de volgende negentien jaar een zwaar stempel drukken op haar buitenlandse politiek.

Hoe snel hij in macht opklom en hoe ver deze reikte, bewees hij reeds bij het sluiten van de vrede van Westminster, 15 april 1654, toen hij aan dit pact met Groot-Brittannië een geheime clausule wist toe te voegen, die bekend is gebleven als de Acte van Seclusie. Zij behelsde dat de prins van Oranje en al zijn nakomelingen nimmer meer het stadhouderschap mochten uitoefenen en, voorzover Holland dit kon bewerken, ook van het kapitein-generaalschap werden buitengesloten. In 1655 brak de Schonense oorlog uit, gevolg van de aloude tegenstellingen tussen de belangen van Zweden, op dat moment geallieerd met Brandenburg, en Denemarken.

In 1659 wist Johan de Witt het zogenaamde Haagse Concert te bewerkstelligen, waarin Frankrijk, Engeland en de Verenigde Nederlanden een interventie voornamen om de scheepvaartbelangen op de Sont veilig te stellen. De Staten-Generaal stuurden vervolgens een vloot onder De Ruyter naar het Oostzeegebied. Dit leidde tot de Vrede van Kopenhagen in 1660, in diplomatieke zin een éclatant succes voor Johan de Witt.

De vredes van 1648 mochten dan wel een eind gemaakt hebben aan de dertig- en tachtigjarige oorlogen, de in 1635 losgebarsten krijg tussen Frankrijk en Spanje bleef doorgaan. In het eerste land was in 1643 de vijfjarige Lodewijk XIV formeel koning geworden, oefende zijn moeder het regentschap uit, doch was de Italiaanse kardinaal Mazarin de sterke man. Hij had de binnenlandse opstanden van de vijftiger jaren, bekend als de Fronde, overwonnen en zocht hetzelfde te bereiken in de strijd met de legers van Philips IV. In Spaanse dienst stond echter de Franse veldheer Condé, die in 1657 alle steden in Artois en Vlaanderen in zijn macht had.

De geslepen Mazarin wist echter Engeland aan zijn zijde te krijgen en het calvinistische Groot-Brittannië van Cromwell tot een militaire alliantie te bewegen. Zo kon in 1658 Turenne aan het hoofd van een Frans- Engelse strijdmacht Duinkerken innemen en een groot aantal nieuwe steden in Artois veroveren. In hetzelfde jaar wist Mazarin van de pas gekozen Duitse keizer, Leopold I, de belofte af te persen dat deze zich niet zou occuperen met de strijd tegen de vijanden vare de Franse kroon. Verder sloten Frankrijk, Zweden en enige Duitse vorsten de Rijnbond ter handhaving van de Westfaalse vrede.

Voor Spanje bleef er in deze situatie geen andere mogelijkheid over dan de wapens de trekken. Bij de vrede van de Pyreneeën (1659) behield Frankrijk een aantal veroverde gebieden en kreeg voor zijn troepen voortaan vrije doortocht door Lotharingen. In hetzelfde verdrag werd het huwelijk vastgelegd tussen Lodewijk XIV en Maria Theresia, de dochter van Philips IV.

Door de vredes van Kopenhagen en Olivera behield Brandenburg zijn souvereiniteit onder de grote keurvorst Frederik Willem.Met de dood van Cromwell had Engeland zijn grote republikeinse leider verloren. De Stuartmonarchie werd hersteld en in 1660, na een langjarige ballingschap, hield Karel II zijn intocht in Londen. De terugkeer van de Engelse koning, oom van de prins van Oranje, en het huwelijk van de Franse koning had in West-Europa zeker geen rust gebracht. Johan de Witt was, evenals het merendeel van de Hollandse regenten, geen vriend van Engeland en zocht toenadering tot Frankrijk.

In 1662 kwam er tussen de Franse koning en de Staten-Generaal een verbond van wederzijdse steunverlening tot stand, kort daarop sloten de Staten-Generaal een onbeduidend verdrag van vriendschap met Engeland. Ook in de binnenlandse verhoudingen kwam een verschuiving ten gunste van de Oranje-partij. De acte van Seclusie werd buiten werking gesteld en prins Willem werd erkend als 'Kind van Staat'.

Enerzijds betekende dit dat Holland meer greep kreeg op zijn opvoeding, anderzijds hield het in dat zijn belangrijkheid meer accent kreeg. In dit jaar kocht Lodewijk XIV Duinkerken van Engeland terug, dat het drie jaren eerder aan Engeland had afgedragen. Daarmee had de Franse monarch, die na de dood van Mazarin in 1661 zelfde teugels stevig in handen genomen had, een basis in handen gekregen voor toekomstige operaties tegen de zuidelijke, Spaanse, Nederlanden, waarvan de verovering hem zijn lange leven steeds voor ogen gestaan heeft.

Engeland was onder Karel II een mercantilistische politiek ingeslagen en poogde zo de machtige Nederlandse handelsconcurrent te overvleugelen. Na een reeks incidenten ter zee verklaarde Karel I in maart 1665 de Zeven Provinciën de oorlog. Daarnaast, doch onafhankelijk ervan, viel Bernard van Galen, bisschop van Munster, de Achterhoek binnen met als motief dat hij aanspraken kon doen gelden op Borculo.

Met hulp van Franse troepen en de morele steun van Brandenburg kon deze vijand door de Staten teruggedrongen worden. In april 1666 werd te Kleef vrede gesloten met de oorlogszuchtige kerkvorst. De zee-oorlog met Engeland ging intussen verder, doch vooral dank zij de successen van De Ruyter — tocht naar Chatham - was Engeland bereid tot de vrede, die in augustus 1667 te Breda gesloten werd. Beide landen mochten, zo werd hierbij geregeld, hun overzeese veroveringen behouden.In 1665 was Philips IV van Spanje overleden en opgevolgd door zijn vierjarig zoontje, Karel I.

Onmiddellijk zette Lodewijk zijn juristen aan het werk die tenslotte een rechtsgrond vonden — het zogenaamde devolutierecht - om delen van de Zuidelijke Nederlanden voor zijn vrouw Maria Theresia, als dochter uit het eerste huwelijk van Philips, op te eisen. In mei 1667 viel Turenne de Spaanse Nederlanden binnen en veroverde er grote delen van. Amper was de vrede van Breda echter geratificeerd of de Engelse diplomaat Sir William Temple kwam naar Den Haag om met de Staten-Generaal in overleg te treden teneinde zich teweer te stellen tegen deze onverhoedse aanval van de Franse monarch.

Zo kwam het verbond tot stand dat als triple alliantie de geschiedenis is ingegaan en Engeland, Zweden en de Verenigde Nederlanden tezamen bracht om de agressie van de zonnekoning te keren. De liga was duidelijk tegen Frankrijk gericht en Lodewijk moest onder deze druk zijn legers tot staan brengen. Op 2 mei 1668 werd te Aken vrede gesloten. Lodewijk behaalde een duidelijke terreinwinst door het verwerven van een aantal steden in Vlaanderen, doch het veroverde Franche Comté moest aan Spanje teruggegeven worden.

Lodewijk heeft de staat van Johan de Witt het aangaan van deze defensieve alliantie nooit vergeven. Zijn misnoegen hierover zou hij vier jaar later op een niet verkeerd te verstane wijze laten blijken. De inval in Vlaanderen is vaak ook aangeduid als het begin van Lodewijks imperialistische politiek, die er op gericht was de economisch sterke Nederlanden uit te schakelen. Hiervoor had de Franse koning bondgenoten nodig. Hij zochttoenadering tot Karel II. Reeds in februari 1669 had de Engelse koning besloten tot het Grand Design: met hulp van Lodewijk zou het katholicisme in Engeland hersteld worden, de altijd om geld verlegen koning zou met rijke Franse subsidies gedoteerd worden en beide staten zouden de Nederlandse statenbond aanvallen.

Het volgend jaar werd dit door het geheim verdrag van Dover bevestigd, dat direct tegen de Verenigde Nederlanden gericht was. Engeland zou steunpunten krijgen, na de overweldiging van de Noordelijke Nederlanden, aan de Scheldemonding en Willem III zou tot souverein verheven worden. Midden in vredestijd, in augustus 1670, trokken Franse troepen Lotharingen binnen en hielden het bezet. West-Europa hield zich rustig.

Het bedachte motief voor deze overval: de hertog van Lotharingen, Karel IV, zou het plan koesteren zich bij de triple alliantie aan te sluiten. Intussen ging Lodewijk verder met het voorbereiden van een attaque in noordelijke richting. Zweden werd met Frans geld omgekocht, de vorstendommen Brandenburg, Munster en Keulen werden met stevige subsidies aan Franse zijde gebracht, Beieren op dezelfde wijze tot neutraliteit verplicht.

In november 1671 werd met de Duitse keizer, hoe gering zijn macht ook was na de Westfaalse vrede, een verdrag gesloten, waarbij de keizer zich verplichtte tot neutraliteit in geval van een aanval op de Noordelijke Nederlanden. De offensieve verdragen met Keulen en Munster kwamen begin 1672 tot stand. Met Zweden kwamen de Fransen tot de afspraak dat, wanneer een van de Duitse rijksvorsten de Hollanders zou helpen, de Zweden een troepenmacht ter beschikking zouden stellen.

Naast Beieren liet zich een groot aantal andere Duitse staten tot neutraliteit verplichten. Johan de Witt en de Staten-Generaal waren geisoleerd, temeer daar Frankrijk ook een militair verdrag met Brandenburg gesloten had en dit ondanks het feit dat Johan de Witt de keurvorst van Brandenburg, een oom van Willem III, een jaar tevoren nog bereid had gevonden tot een bondgenootschap.

De Witt had inmiddels ervaren wat tegen de Nederlanden beraamd was. Te lang had hij gehoopt op een redelijke samenwerking met Frankrijk, terwijl de Oranjefractie, de traditionele tegenhanger van een grootdeel van de regentenoligarchie, toenadering wenste met Engeland. In december 1671 kon in Den Haag nog een defensief verdrag met Spanje gesloten worden, maar dit zou de loop der te voorziene gebeurtenissen niet kunnen veranderen; het Spaanse koninkrijk was gedegradeerd tot een tweederangs mogendheid.

Terzelfder tijd zonden de Staten-Generaal de diplomaat Pieter de Groot naar het Franse hof om te ervaren, waarom de Franse vorst zo ontstemd was. De zending werd een mislukking. Aan het einde van 1671 was het de Nederlandse gewesten en steden klaar dat de Franse legers onder Condé, die na de vrede van de Pyreneeën weer genadig in Franse dienst was aangenomen, en Turenne, die eens vijf jaren onder Frederik Hendrik diende, spoedig tot de aanval zouden overgaan.

Zie verder deel 2: Deel 2 De Vrede van Nijmegen