We hebben 193 gasten online

'Een geschiedenis van Nederland' Deel 2 de periode voor de Bourgondiërs en de Bourgondische Tijd

Gepost in Geschiedenis Nederland

De relatie met het Duitse Rijk

Anders dan in Vlaanderen, waar in de 10e eeuw al kon worden gesproken van een vorstendom, dat zich onder leiding van een graaf onafhankelijk kon opstellen tegenover de koning, verliep het in Lotharingen.

De Roomse keizers – Duitse koningen, de erfgenamen van de Karolingische vorsten uit Oost Francië, probeerden er hun gezag zo goed mogelijk te handhaven tegen machtige lokale edelen.

In Lotharingen, ontstaan uit de verbrokkeling van Midden Francié en ingelijfd bij Oost-Francië. (Lotharingen bestaat uit Opper Lotharingen ten zuiden van Chiers en Neder Lotharingen, de grens liep in het midden van de Rijn-Maasstreek). De keizer oefende er tot midden van de 12e eeuw een beperkte effectieve macht uit.

De lokale heer is door het feodalisme onderworpen aan de koning maar de leen wordt steeds losser en men gaat de leen als erfelijk beschouwen

In de periode van de 10e -12de eeuw zou de titel van hertog van Neder-Lotharingen (Opper Lotharingen was ondertussen afgesplitst) van een reële titel, gedragen door de vertegenwoordiger van de keizer, verglijden tot een eretitel van de graven van Leuven.

zuid nl omst 1100

Bron WP Geschiedenis der Nederlanden deel 1

Deze evolutie weerspiegelt de geleidelijke afbrokkeling van de positie van de keizer in de Nederlanden. De Duitse keizers waren niet meer zo geïnteresseerd in de Nederlanden en hun macht en aanzien brokkelde zienderogen af (een uitzondering vormde Frederik Barbarossa).

De Nederlanden raakten, mede door de stijging van de Franse koninklijke macht en de Engelse economische rol, meer op het Westen georiënteerd.

Vanaf het midden van de 12e eeuw trad de keizer eigenlijk alleen nog maar op wanneer een lokaal vorst zijn hulp inriep.

Daarnaast werden de lokale dynastieën erfelijk en konden ze door de economische groei over steeds meer financiële middelen beschikken. Ook de verkiezing van de graaf van Holland Willem II tot Rooms koning in 1247 kon dat verhinderen.

Het groot Interregnum (1256-1273) toen de Romeinse troon onbezet bleef, verminderde zelfs de schaarse contacten

noord nl omstreeks 1100

Bron WP Geschiedenis der Nederlanden deel 1

In de Noordelijke Nederlanden kan men omstreeks 1100 nauwelijks de politieke grenzen aangeven tussen vorstendommen. De kleurvlakken op de kaart zijn dan ook eerder te beschouwen als krachtvelden die pas ca. 1300 hun stabiliteit verwerven

Juridisch zouden de Noordelijke Nederlanden (Verenigde Provinciën) pas in 1648 bij het verdrag van Munster hun band met het Duitse Rijk verbreken. De Zuidelijke Nederlanden zouden pas door de annexatie door Frankrijk op het einde van de 18e eeuw loskomen van het Duitse Rijk (Verdrag van Campo Formio 1797.) Enkele gebieden zoals Nederlands Limburg en Luxemburg bleven tot 1867 deel uitmaken van de Duitse Bond. 

De Nederlanden voor de Bourgondiërs 1340 – 1536

Het grootste gedeelte van de Nederlanden waren een deel van het Romeinse Koninkrijk (Oost Frankisch of Duits); Vlaanderen en Artois waren onderdeel van het Franse Koninkrijk.

De Nederlanden bestonden uit 17 gebieden – 3 prinsbisschoppen (Cambrai, Luik , Utrecht, de laatste samen met Overrijssel en Drente) 4 Hertogdommen (Brabant, Luxemburg, Limburg, Gelre) 7 Graafschappen ( Vlaanderen, Zeeland, Artois, Holland, Namen, Hainot en Hoorn), 2 territoria (Friesland, Groningen) , de abdij van Stavelot.

De Vlaanderen - Brabant regio was geürbaniseerd vooral door de aanwezigheid van de textielindustrie. Deze handel had veel invloed op de regionale politiek, omdat de graaf van Vlaanderen, bij Frans Engelse confrontaties loyaal bleek aan Frankrijk, terwijl de steden van Vlaanderen, afhankelijk van Engelse wolimport, de Engelse zijde kozen.

De vier steden van Vlaanderen (Gent, Brugge, Ieper en Lille) domineerden de landgoederen van de graaf, hadden vaak een politiek ander standpunt dan dat van de graaf en men nam zelfs stelling tegen hem. Vooral de stad Gent stond daarom bekend.

Naar de Noorden, de graafschappen van Zeeland en Holland waren in een proces van verstedelijking , hun steden waren lid van de Hanze, maar nog niet zo ver in ontwikkeling als de steden in Vlaanderen. In West Friesland, Friesland en Groningen, en de zandheuvels in Drente, waakten gemeenschappen van vrije boeren over hun onafhankelijkheid en er was bijna geen feodalisme te bekennen. waakten gemeenschappen van vrije boeren over hun onafhankelijkheid en er was bijna geen feodalisme te bekennen.

Deze gemeenschappen waren kleine staten, veel vrijheid gevend aan de inwoners.

Het Zuiden en Oosten waren een integraal onderdeel van de Centraal Europese Feodale samenleving.

Het concentratieproces van de gebieden onder een paar dynastieën was al gestart.

Hainaut, Holland en Zeeland waren verenigd in een dynastieke Unie met het huis van Avesnes sinds 1299, onder de Wittelsbach Dynastie sinds 1345.

Tegelijkertijd waren de graafschappen van Brabant en Limburg verenigd vanaf 1288.

low countries 1340

De Bourgondische Periode 1384 - 1515

De uitdrukking Lage Landen was ontstaan aan het Bourgondische Gerechtshof om het conglomeraat van gebieden te omschrijven die men in de Lage Landen had verworven te beginnen met Vlaanderen - Artois in 1384. Het was gewoonte geworden de benaming te geven aan vooral die gebieden die onder het bestuur kwamen van Bourgondische hertogen, of onder het bestuur van de Habsburgse opvolgers.

De meest belangrijkste gebieden waren de het hertogdom Brabant, Luxemburg, Limburg en of Gelderland(Gelre) de graafschappen van Artois, Hainant, Namen, Zeeland, Holland, de prinsbisschoppen van Utrecht, Luik, en Cambrai, het Opper Sticht van de prinsbisschop van Utrecht de Ommelanden en gebieden in Friesland waar een groot aantal kleine zelfstandige gebieden bestonden.

In de veertiende en vijftiende eeuw probeerden een aantal dynastieën een aantal van deze gebieden in de Lage Landen onder hun bestuur te brengen. Maar geen enkele was zo succesvol in hun pogingen dan de hertogen van Bourgondië.

Met de dood van Louis van Male, graaf van Vlaanderen en Artois, deed de dynastie van de hertogen van Bourgondië, verwant aan het koningshuis van Frankrijk, haar intrede in de geschiedenis der Nederlanden. De hertog van Bourgondië Philips de Stoute verkreeg bij erfrecht Vlaanderen en Artois.

De Nederlanden omvatten het grondgebied van de huidige Benelux en vormden naast het Franse koninkrijk en het Duitse koninkrijk de derde politieke grootmacht van continentaal West Europa tot diep in de tweede helft van de zestiende eeuw. Philips de Stoute werd achtereenvolgens opgevolgd door Jan zonder Vrees en Philips de Goede. Philips de Goede verkreeg Brabant en Limburg, Namen, de Wittelsbach’s gebieden van Holland, Zeeland en Hainaut en Luxemburg. De vierde en laatste hertog Karel de Stoute voerde een agressieve politiek van expansie die hem fataal werd. Bij de slag van Nancy in 1477 kwam hij om. Zijn enige dochter Margaretha was getrouwd met Maximilliaan, de zoon van Keizer Frederick de III
unification law countries

De Bourgondische dynastie had 10 van de 17 gebieden in de Lage Landen verenigd. De prinsbisdommen van Luik en Utrecht werden bestuurd door pro -Bourgondische bisschoppen.

De Bourgondische hertogen voerden een subtiele politiek van centralisatie, en vestigden hun hof in Brussel, een parlement in Mechelen, een universiteit in Leuven. Ze ontwikkelden de Orde van het Gulden Vlies vooral om de edelen van de Lage Landen aan het Huis van Bourgondië te binden.

Maar individuele steden, zoals Gent, verzetten zich tegen de Bourgondiërs. De Zuidelijke Nederlanden waren de meest geürbaniseerde regio in Europa. Gent, Brugge en Ieper waren steden met meer dan 40.000 inwoners, bemiddeld door de bloeiende textielindustrie waardoor men afhankelijk was van de wolimport uit Engeland. De gewesten Vlaanderen, Zeeland en Holland werden gedomineerd door de steden. En in die steden werden de stadsbesturen gedomineerd door een paar patricische families, de zogenoemde regenten

Het Bourgondische hof accepteerde Maximilliaan niet als hun Heer. Alleen de zoon van Margaretha en Maxmilliaan Karel de V, opgevoed aan het hof in Brussel, werd geaccepteerd als de erfgenaam van het Bourgondische territoriaal gebied.

Daarnaast erfde hij het Habsburgse territoriaal gebied (Oostenrijk etc) en Spanje en verkreeg Hongarije en de Bohemiaanse landen.

europa 1530 ad

De Habsburgse bezittingen van Karel de V in 1530 

Zie verder deel 3 ' Een geschiedenis van Nederland' Deel 3 De Nederlanden 1500-1568