We hebben 121 gasten online

´Een geschiedenis van Nederland´ Deel 4 De Opstand van de Nederlanden

Gepost in Geschiedenis Nederland

De Opstand van de Nederlanden

De Nederlandse Opstand 1566 -1609

Deel 1 1566 -1584

Koning Philips II werd door de Nederlanders niet als een van hun beschouwd. Hij sprak de taal niet, was opgevoed in Madrid, een streng katholiek en een absoluut heerser die zich als doel had gesteld de autonomie van de Lage Landen te breken en een meer centraal bestuur in te stellen. Deze politiek leverde hem niet alleen de vijandschap op van de strenge protestanten, waarvan velen er de voorkeur aan gaven te emigreren of hun geloof in het geheim te belijden. De stad Emden ging functioneren als een vluchthaven voor de Nederlandse geëmigreerde protestanten. De Opstand tegen Spanje kan men op verschillende momenten laten beginnen. Oppositie tekent zich al duidelijk af met name door de Hoge adel

De politiek van Philips leidde tot vijandschap met de Nederlandse edelen die hun machtspositie zagen aangetast. Een petitie die men aan Margaretha van Parma had aangeboden, op 5 april 1566, het Smeekschrift der Edelen waarin men vroeg de oude rechten te herstellen leidde niet tot het beoogde doel.

Zie de tekst van het Smeekschrift der Edelen met het antwoord van Margaretha van Parma.

Bron:1

smeekschrift der edelen

De indieners werden aangeduid met de naam Geuzen (een spotnaam voor bedelaars) maar de term Geuzen zou later met ere zou worden gebruikt voor de Opstandelingen die naar zee waren gevlucht. Nadat men de graven van Egmond en van Hoorne verantwoordelijk had verklaard voor de ontstane onlusten in 1566 werden ze gearresteerd en geëxecuteerd in 1567. Willem van Oranje, bijgenaamd Willem de Zwijger, verliet daarop de Nederlanden om vanuit Nassau de Opstand te gaan leiden tegen de Spaanse koning, die hij eerst had gediend als stadhouder.

Bron: 2

instructie filips II

Laatste pagina uit de instructie van Filips II voor Willem van Oranje, naar aanleiding van zijn benoeming tot stadhouder van Holland,Zeeland en Utrecht, 8 augustus 1559. Daarnaast was Oranje ook nog stadhouder van Franche – Comté. Ondertekening: Ph[i]l[ipp]es medeondertekening: J. Van der Aa (secretaris van de Raad van State)

Bron: Uit Willem van Oranje, een strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid Het Spaanse bewind over de Nederlanden , vanaf 1567, was eerder gebaseerd op de Spaanse militaire macht dan op wetten en tradities. Landvoogd Alva voerde zijn taak met harde hand uit en zijn Raad van Beroerten sprak de ene na de andere doodstraf uit.

Bron:3

brandstapel  protestanten

Bron: De wording van Europa: de kracht van het geloof

 

Aantallen protestanten die tussen 1559 en 1566 als ketters geëxecuteerd zijn in de Vlaamse steden Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hondschoote, Ieper, Kassel, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St-Winoksbergen, Veurne en Wervik.

De Geuzen bestonden uit groepen mensen met verschillende achtergronden zoals gevluchte Calvinisten, teleurgestelde edelen maar ook criminele elementen. Als Watergeuzen aan boord van schepen brachten ze de Spanjaarden verliezen toe en vonden hun toevlucht in de open havens van Engeland. In 1572 , lieten een aantal steden van Holland en Zeeland de Watergeuzen toe tot hun havens, daarmee sloten ze zich bij de Opstand aan. De Spanjaarden veroverden Haarlem, de hoofdstad van Holland (1571-1573) en moordden het hele garnizoen uit. Het beleg van Leiden mislukte uiteindelijk waardoor de Spanjaarden er niet meer in slaagden hun gezag over Holland te herstellen.

 

law countries 1556 1648

In 1575 oefenden de opstandelingen openlijk hun calvinistische godsdienst uit en stichten de Universiteit van Leiden als een calvinistische Universiteit.

In 1576 besloten de Staten Generaal, de gemeenschappelijke vergadering van de afgevaardigden van de gewesten in de Nederlanden, tot de Pacificatie van Gent.

Men besloot dat de nieuwe Spaanse landsvoogd alleen erkend zou worden als hij de Spaanse troepen zou wegsturen, de plakkaten tegen de ketters zou intrekken en alles in overleg met de Staten Generaal zou regelen.

dutch revolt 1576 1579

Het Spaanse antwoord was een militair antwoord: de nieuwe landvoogd Parma arriveerde met een leger en begon met de zuidelijke gewesten weer onder controle te brengen. Deze zuidelijke gewesten, pro - katholiek en pro – Spaans sloten in 1579 het verdrag van Atrecht. De voormalige opstandige provincies sloten op hun beurt de Unie van Utrecht in 1579. Vanaf dat moment was de oorlog totaal. De Nederlandse Gewesten die zich in de Unie van Utrecht aaneen hadden gesloten zegden in 1581 de eed van trouw op aan hun landsheer Filips II.

In het zogenoemde ‘Placcaet van Verlatinghe’ legden de Staten Generaal verantwoording af waarom ze waren overgegaan tot deze revolutionaire daad.

Nu ging men op zoek naar een ander die als nieuwe vorst van de gewesten de plaats kon innemen van Philips II.

De Staten Generaal besloten daarom het bestuur aan te bieden aan de koning van Frankrijk en daarna aan de koningin van Engeland. Toen na de hertog van Anjou(Frankrijk) en de graaf van Leicester (Engeland) de Staten Generaal tot de overtuiging kwam zelf maar het bestuur op zich te nemen was in feite de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën in 1588 ontstaan. De Republiek bestond uit Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Groningen, Overrijsel en Gelderland (Drente telde niet mee omdat het te arm was) De Staten Generaal nam in het vervolg de besluiten die belangrijk waren voor alle gewesten. Dat betrof voornamelijk zaken met betrekking tot de relaties met andere landen, de verdediging en economische zaken.

De gewesten bleven elk zelf verantwoordelijk voor hun eigen wetgeving en rechtspraak.

dutch revolt 1580 1598

Deel 2 Het Spaanse offensief

Het Spaanse leger was superieur op het slagveld en nam achtereenvolgens de steden Brugge, Ieper en Gent in 1584 in en in 1585 Brussel en Antwerpen. Veel inwoners van Antwerpen vluchten naar Amsterdam.

Op zee waren de Watergeuzen superieur. Ze beschermden ook de steden in laaggelegen gebieden door inundatie toe te passen daardoor de Spanjaarden geen keus latend om alleen gebruik te maken van de dijken.

3) Prins Maurits van Oranje en Johan van OldenbarneveldtSpanje vocht niet alleen tegen de Republiek maar was ook betrokken bij de burgeroorlog in Frankrijk en bereidde zich voor op een invasie van Engeland met de Spaanse Armada. Omdat Spanje zo de aandacht moest verdelen waren de Nederlanders in staat hun verdediging te organiseren. Spanje had steeds een grote behoefte aan geld om het leger te kunnen betalen waardoor de Nederlanders in staat waren om aan de Spanjaarden verliezen toe te brengen.

In 1585 was Prins Maurits, zoon van Willem van Oranje, gekozen tot stadhouder van de provincies Holland, en Zeeland, en vervolgens tot stadhouder in de andere provincies in 1590 en 1591.

Hij werd daarbij gesteund door Johan van Oldenbarneveldt, pensionaris van de sterke gewest Holland. Als opperbevelhebber van het leger van de Republiek veroverde hij op de Spanjaarden achtereenvolgens: Nijmegen en Zutphen in 1591; Steenwijk en Coevorden in 1592; Groningen in 1594; Oldenzaal, Enschede en Grol in 1597 en verdreef zo alle Spaanse troepen ten noorden van de Rijn.

In 1609 werd door Spanje en de Republiek een wapenstilstand gesloten die bekend is als ‘Het Twaalfjarig Bestand’ van 1609 – 1621.

Zie verder deel 5 ´Een geschiedenis Van Nederland´ Deel 5 De Gouden eeuw van de Republiek 1609-1672