We hebben 166 gasten online

´Een geschiedenis Van Nederland´ Deel 5 De Gouden eeuw van de Republiek 1609-1672

Gepost in Geschiedenis Nederland

De Gouden Eeuw van de Republiek 1609 – 1672

1) Politieke gebeurtenissen 1609 - 1648

Zolang als de Spaanse dreiging aanwezig was, hield de coalitie van Rijke Calvinistische regenten en het Huis van Oranje en haar supporters stand. Tijdens het 12 jarig bestand (1609 – 1621) ontstond ernstige onenigheid over de manier waarop de Staat moest worden bestuurd. De Raadspensionaris van Holland, Johan van Oldenbarneveldt, leider van de regentenpartij werd in 1618 gearresteerd, berecht voor Hoogverraad en geëxecuteerd in 1619.

Stadhouder Prins Maurits van Oranje was gedurende de jaren 1619 – 1621, duidelijk in functie, maar faalde erin om een aanvaardbare constitutie te ontwerpen. Toen de oorlog in 1621 weer begon, was de mogelijkheid voorbij.

De Republiek bezette delen van Limburg, Vlaanderen en Brabant. De rest van de zuidelijke Nederlanden bleef in Spaanse handen.

In 1648 sloten de partijen eindelijk een vrede: De Vrede van Münster

vrede van munster

 

Laatste pagina van het Vredesverdrag van Münster met de ondertekeningen door Spaanse en Nederlandse onderhandelaars 30 januari 1648. Algemeen Rijksarchief Den Haag

2) de Grondwet van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën

De Republiek was een federatie van 7 gewesten – Holland, Zeeland, Friesland, Groningen, Utrecht, Gelderland en Overijssel. Delen van de huidige provincies Brabant en Limburg hoorden wel tot het grondgebied van de Republiek, maar ze waren geen volwaardige leden. De centrale institutie was de Staten Generaal waar elk gewest zijn afgevaardigden naar toe zond. De Gewesten hadden eigen Gewestelijke Vergaderingen de zogenaamde Statenvergaderingen. Deze Statenvergaderingen werden gedomineerd door de stedelijke regenten en bij de niet geürbaniseerde gewesten door de edelen die het huis van Oranje steunden. De prinsen van het Huis van Oranje, waren de enige kandidaten die in aanmerking kwamen voor het Stadhouderschap door hun persoonlijke bijdrage in de strijd voor de onafhankelijkheid en hun grootgrondbezit in de Republiek. Het ambt van Stadhouder was een Gewestelijke functie. Tijdens de Opstand, werden Willem van Oranje en zijn zoon Maurits gekozen als stadhouder van alle 7 provincies – in 7 individuele keuzes door de 7 gewesten afzonderlijk.

De Stadhouder was de leider van het leger.

Om de troepen echter te kunnen betalen was de Stadhouder afhankelijk van een budget dat hem was toegezegd door de Staten Generaal.

Hoewel 7 gewesten vertegenwoordigd waren in de Staten Generaal , doneerde alleen al de Staten van Holland 57% van het budget. (Overijssel bijvoorbeeld maar 3,5%) De sterke man in de Staten van Holland was Johan van Oldenbarneveldt (tot 1618). Na zijn executie creëerden de Staten van Holland de functie van Raadspensionaris welke ontstond naast de functie van Stadhouder.

De Republiek was een statenbond, de provincies waren soeverein. Het tractaat van de Unie van Utrecht bevatte wel enige grondrechten en regelingen, maar was geen grondwet. Bestuursvormen groeiden in de praktijk. De Staten generaal werd het hoogste bestuursorgaan van de Unie.

3) De economie van de Republiek 1600 - 1648

Economisch waren de jaren vanaf 1600 een periode van voorspoed. In 1600 het eerste Nederlandse schip kwam terug van een tocht naar Indië, met een lading van specerijen en andere hoge prijzen opbrengende producten. Amsterdam werd het centrum van de handel.

In 1602 werd de V.O.C. opgericht , de Verenigde Oost - Indische Compagnie. het hoofdkantoor bevond zich in Amsterdam.(en in 1621 de W.I.C.)

De Compagnie was de eerste naamloze vennootschap op aandelen. De belangstelling van het grote publiek was zo overweldigend dat er omstreeks 1630 sprake was van een speculatiekoorts.

De Amsterdamse Wisselbeurs

De effectenbeurs groeide uit de middeleeuwse markthandel in landbouw- en andere goederen, waar men makkelijker in kredietbrieven, overdrachts­papieren en andere documenten handelde dan in de goederen zelf

Uit wetgeving uit de twaalfde eeuw blijkt al het bestaan van een Franse beurs; in de volgende twee eeuwen ontstonden beurzen te Brugge en Antwerpen. In het alge­meen werd de beurs een han­delsplaats voor kapitaal en (niet-aanwezige) goederen in de vorm van geldwaardige papieren (wissels, effecten, fondsen, stukken), die bewijs­stukken van deelgerechtigheid waren in een vermogen, winst of schuld op lange termijn (zoals aandelen, obligaties, opties en pandbrieven). De Amsterdamse Wisselbeurs ontstond begin zeventiende eeuw als gevolg van het succes van de Oostzeehandel (graan) en de VOC. De oude manier van handelen op markten in de open lucht voldeed niet langer en in 1608 werd een nieuwe Beurs ge­bouwd op het Rokin, vlakbij het stadhuis en de Waag. Dit was de enige plaats in de stad met een vergunning voor der­gelijke transacties (tussen twaalf en twee uur 's middags). De beurs was de morele tegenpool van de behoudende Wis­selbank (opgericht in 1609). In de woorden van de historicus Schama: 'Als de bank de Kerk van het Nederlandse kapitalis­me was, was de Beurs de Ker­mis.'

De inschrijvers op een bepaald handelsproject (vaak in kleine aandelen) hadden werkelijk belang bij de terugkeer van de vracht, maar wie handelde op papier gokte niet zozeer op de winst uit de produkten, maar uit korte-termijn prijsschommelingen op de beurs.

Informatie was dan ook van het grootste belang in deze vlottende transacties; vanaf 1613 werden in Amsterdam al prijs­couranten met wisselnoteringen uitgegeven. Aanvullende informatie werd verkregen via strategisch gesitueerde familieleden en correspondenten in havens. Beroepsspeculanten hadden daarnaast ook eigen koeriers en spionnen in koffiehuizen om nieuwtjes over de vooruitzichten van een bepaalde onderneming te vergaren, of om positieve of negatieve geruchten te verspreiden om de koersen te beïnvloeden.

Bronnen beschrijven de vaak exotische drukte op de beurs, en het dwangmatige, irrationele gedrag van de kleine speculanten, hopend op snelle winst bij koersfluctuaties. Vanwege dit slechte imago werden de kapitaalkrachtigen ter plaatse vertegenwoordigd door effectenmakelaars, die zich echter bij tijd en wijle eveneens in speculatierages lieten mee voeren.

De windhandel werd echter ook veroorzaakt door de lange

De VOC kreeg van de Staten Generaal het monopolie op de handel met Indië en mocht ook politieke macht uitoefenen.

oprichtingsacte voc

 De officiële oprichtingsakte van de VOC met lakzegel. in het octrooi legden de Staten generaal de uitzonderlijke rechten van de handelscompagnie vast.

De Nederlanders noemen de periode van 1600 tot 1672 de Gouden Eeuw. Er werd door molens land gewonnen en winsten namen meer en meer toe en investeerders waren op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Het centrum van de Nederlandse economie was de Beurs van Amsterdam( aandelenbeurs).Hier werden vraag en aanbod gereguleerd. De Beurs was een groot succes en werd als voorbeeld gebruikt voor andere op te richten beurzen. Maar er kwamen ook speculaties voor zoals de Tulpenmania, waarbij speculanten de prijs tot ongelooflijke hoogte opdreven, met ineenstorting van de Tulpenmania als gevolg.

Welvaart concentreerde zich vooral in het gewest Holland dat niet minder dan 57% bijdroeg aan het budget van de Republiek, Zeeland en Friesland 11% en Overijssel 3,5%. Dit leidde tot een onevenwichtige invloed in de Staten Generaal, omdat de afgevaardigden altijd eerst hun eigen interesses naar voren brachten. Dit leidde herhaaldelijk tot verlegenheid tussen Holland en de andere Noordelijke Gewesten.

low countries 1609 1672

4) Het eerste Stadhouderloze Tijdperk 1650 -1672

Stadhouder Willem II (1626 – 1650) probeerde zijn positie te verstevigen ten koste van de Staten van Holland. In 1650 stuurde hij troepen naar Amsterdam om Amsterdam een lesje te leren . Het gewest Holland had tot zijn ergernis op eigen houtje besloten de betaling van een deel van het leger stop te zetten. Willem II hoopte tegelijk de Hollandse regenten zo te intimideren dat hij ruim baan zou krijgen voor zijn oorlogszuchtige politiek. De aanval mislukte toen zijn troepen door slecht weer gehinderd werden. Toen Stadhouder Willem II, door pokken besmet, overleed was zijn vrouw in verwachting van de toekomstige Stadhouder Willem III. Iedere provincie koos haar eigen Stadhouder. Het gewest Holland besloot in 1650 voorlopig geen stadhouder te kiezen. Daardoor werd de positie van de Raadspensionaris van Holland sterker. In 1653 werd Johan de Witt, een regent uit Dordrecht gekozen tot Raadspensionaris. Hij was een boegbeeld van de ‘ware vrijheid’, een politiek programma dat stelde dat het niet noodzakelijk was voor een land om een leider te hebben(stadhouder). In 1651, nam Engeland de Navigation Act aan, dat inhield dat goederen alleen met Engelse schepen in Engelse havens mochten worden ingevoerd. De wet was direct gericht tegen de Nederlandse handel en de Nederlanders waren zich daarvan bewust als leidende handelsnatie. De wet leidde tot de Eerste Engels – Nederlandse oorlog van 1652 - 1654, waar de Engelsen het meeste baat bij hadden. Van 1665 - 1667 volgde de Tweede Engels Nederlandse oorlog. Admiraal de Ruyter trok de Theems op en versloeg de Engelse vloot bij Chatham.

In het vredesverdrag van Breda gaven de Republiek New York aan de Engelsen in ruil voor Suriname.

De Fransen hadden hun oog laten vallen op de Spaanse Nederlanden en veranderenden langzaam van vriend tot een dreiging voor de Republiek.

Zie verder deel 6 'Een geschiedenis van Nederland' Deel 6 Absolutisme