We hebben 229 gasten online

'Een geschiedenis van Nederland' Deel 9 1870-1945

Gepost in Geschiedenis Nederland

1870 – 1945 Economische ontwikkelingen in Nederland

9.1 Nederland was een onbetekenend en achterlijk land

- 3 miljoen inwoners

- werkzaam in de landbouw en de dienstensector

- steden niet groter dan 50.000 inwoners

- suiker- en aardappelmeel- en textielfabrieken

- van de bedrijven had 80% maar 10 werknemers in dienst

- hoge kindersterfte 218 van de 1000 stierven voor het eerste levensjaar

zuigelingensterfte 1856 1914

- doorbraak industrialisatie vond in Nederland pas rond 1890 plaats

- Nederland had Ned. - Indië als kolonie en afzetgebied

geboorte en sterfte in nl 1856 1914

Textiel- en chemische industrie ontwikkelde zich in het oosten en zuiden omdat het daar veel goedkoper was. Nederland profiteerde van de opleving van Duitsland na 1890. De welvaart begon na 1895 pas echt te stijgen

Men ging nu ook in Nederland investeren--- ontstaan GROOT - INDUSTRIEËN.

Verhuizing van de landbouw naar de industrie: 1849 -- 44% in de landbouw 1920 – 23,5%

In 1900 konden mensen 25% meer kopen dan in 1860. De welvaart kwam vooral bij de rijken terecht.

- meer vraag naar luxe goederen suiker en tabak

- Gemiddelde leeftijd 1850—rond de 35; 1900—ruim 50

levensverwachting

- de helft van de bevolking behoorde nog tot de ongeschoolden

- De meeste rijken hadden hun kapitaal geërfd; zij beschikten over ¾ van het

Nationale Inkomen

9.2 Reacties op industrialisatie en schaalvergroting

De socialisten streefden naar socialisatie van de productiemiddelen. En opheffing van ongelijkheid. De eerste socialist in de Tweede Kamer was Ferdinand Domela Nieuwenhuis die in 1881 de SOCIAAL-DEMOCRATISCHE BOND(SDB) oprichtte. Hij vond zijn aanhang vooral onder de verpauperde Friese veenarbeiders.

In 1887 Parlementaire enquête over toestand in fabrieken en werkplaatsen.

1894 oprichting SDAP. = Sociaal Democratische Arbeiders Partij; in de landelijke politiek speelde de SDAP nog geen rol. In de steden wel. Arbeiders hadden nog geen kiesrecht

Oprichting vakbonden en socialistische partijen. ANWV. = Algemeen Nederlands Werklieden verbond en ook Confessionele Vakbonden.

1903 Spoorwegstaking /Grootste staking

Er waren grote tegenstellingen tussen “burgerlijke” en arbeidsvrouwen.

VAKBONDEN streefden naar COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN (CAO’S)

9.3 Rol van de overheid

Door industrialisatie opkomst nieuwe middenklasse. Hun politieke idealen waren die van het LIBERALISME

Liberalisme---- Overheid zo weinig mogelijk ingrijpen; economische vrijheid “ laisser faire”. Rond de eeuwwisseling veranderde dat.

Liberalen zorgden voor de eerste sociale wet: het kinderwetje van Van Houten (1874)

Confessionelen zorgden voor de eigen verantwoordelijkheid van de mensen zelf. In 1901 ongevallenwet ingevoerd.

Tot 1917 lagen de confessionelen, liberalen en socialisten nog met elkaar in de clinch over het onderwijs, het algemeen kiesrecht en de “sociale kwestie”.

In 1918 dacht Troelstra dat de revolutie aanstaande was, maar hij vergiste zich.

domela nieuwenhuisTot laat in de negentiende eeuw waren er geen politieke partijen maar stromingen.

Er waren 3 kwesties die de aandacht vroegen:

1. SCHOOLSTRIJD

2. Strijd voor het ALGEMEEN KIESRECHT

3. Het SOCIALE VRAAGSTUK

1. De Schoolstrijd ging over financiering van het onderwijs en gelijkstelling

tussen de OPENBARE SCHOLEN en de BIJZONDERE SCHOLEN

2. Het ALGEMEEN KIESRECHT handelde over het afschaffen van de census

en de instelling van ACTIEF KIESRECHT EN PASSIEF KIESRECHT. Mannen

kregen dat in 1917; vrouwen het passief kiesrecht in 1917 en het actief

kiesrecht in 1919.

3. Het SOCIALE VRAAGSTUK zorgde voor grote verdeeldheid. Echter de eerste sociale kwamen tot stand, te beginnen met de KINDERWET VAN VAN HOUTEN, die in 1874 werd aangenomen en fabrieksarbeid voor kinderen tot 12 jaar verbood. Achtereenvolgens kwam de woningwet tot stand en de ongevallenwet..

De eerste politieke partij was de protestantse ANTI-REVOLUTIONAIRE PARTIJ(ARP), die in 1878 werd opgericht door Abraham Kuyper

Belangrijkste strijdpunt was gelijkstelling openbaar en bijzonder onderwijs.

Omdat een aantal ARP-leden tegen de uitbreiding van het kiesrecht was richtten zij in 1908, onder leiding van A.F. de Savorin Lohman, de CHRISTELIJK HISTORISCHE UNIE (CHU) op.

In 1918 werd ook nog de orthodox-protestantse STAATKUNDIG GEREFORMEERDE PARTIJ opgericht.

De Katholieken werden sinds de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw gediscrimineerd en hoewel zij tijdens de Franse overheersing van Nederland (1795-1813) officieel gelijk werden gesteld aan de protestanten, bleven zij een soort tweederangsburgers..

Tijdens de SCHOOLSTRIJD verenigden de katholieken zich met de protestanten, die hetzelfde doel nastreefden.

Kuyper lanceerde in dit verband de term: ANTI-THESE: alle gelovigen (confessionelen) moesten zich verenigen tegen de ongelovigen, de liberalen en socialisten.

Schaepman werd de nieuwe leider van de katholieken. Maar pas in 1926 werd de ROOMS-KATHOLIEKE STAATSPARTIJ(RKSP) opgericht.

Voor de liberalen waren vrijheid en gelijkheid de belangrijkste uitgangspunten. In 1885 verenigden de liberalen zich in de LIBERALE UNIE maar zij raakten verdeeld over het kiesrecht en de sociale kwestie. In 1901 splitsten de vooruitstrevende liberalen zich af en stichtten de VRIJZINNIG DEMOCRATISCHE BOND(VDB). In 1906 werd een derde liberale partij opgericht, de VRIJ LIBERALEN.

9.4 Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste wereldoorlog bleef Nederland neutraal; het mobiliseerde wel het leger.

nederland in wo I

De Engelse blokkade en de Duitse onbeperkte zeebootoorlog had invloed op de Nederlandse economie. Voedsel werd schaars en er werden voedselbonnen verstrekt.

Een groot aantal vluchtelingen uit België zochten hun toevlucht in Nederland.

Na het einde van de 1e wereldoorlog was België van oordeel dat Nederland gestraft moest worden voor het feit dat men Duitse troepen had toegestaan over Nederlands grondgebied naar België op te trekken.

België eiste als genoegdoening het zuiden van Nederlands Limburg en Zeeuws Vlaanderen.

Nederland wees de Belgische eisen van de hand.

Op 10 november 1918 vroeg en kreeg Keizer Wilhelm II van Duitsland toestemming om in Nederland in ballingschap te leven. Hij zou tot zijn dood in 1941 te Doorn verblijven.

9.5 Opkomst van grote bedrijven in Nederland

De Nederlandse economie ontwikkelde zich op grote afstand van de Amerikaanse. De concentratietendens in het bedrijfsleven kwam in Nederland pas na de 1e Wereldoorlog op gang. Enkele voorbeelden Philips, Unilever, Shell en Aku. Ook de kapitaalgoederenindustrie kwam op gang.

Het maatschappelijk leven was verzuild.

De regering in Nederland was conservatief maar in de uitwerking toch anders want er werd een begin gemaakt met een steunregeling.

In 1918 beging Troelstra leider van de SDAP een grote vergissing door in Nederland analoog aan elders in Europa de revolutie uit te roepen. Zijn poging mislukte maar leidde wel tot de indiening van een aantal sociale wetten zoals invaliditeitswet, ouderdomswet en een achturige werkdag.

stem sdap

9.6 Een verzuilde samenleving

De blunder van Troelstra heeft grote gevolgen gehad voor de ontwikkeling van Nederland in het Interbellum.

1) De SDAP zou tot 1939 buiten de regering blijven

2) De sociale hervormingen werden door de gebeurtenissen van 1918 versneld.

De minister van Arbeid, Aalberse, bracht in 1919 de wet op de achturige werkdag in het parlement en er kwam een ouderdomswet en invaliditeitswet.

In veel gezinnen echter moest men toch met weinig inkomen zien rond te komen.

Verzuild

In het INTERBELLUM de tijd tussen de beide wereldoorlogen, was Nederland sterk VERZUILD. In de praktijk hield dat in dat men alleen contact had binnen zijn eigen zuil en alleen de top had contact met elkaar.

9.7 Crisisjaren en crisisbeleid

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bemoeide de regering zich meer dan anders met de economie. Na 1918 schakelde men snel weer terug op het economisch liberalisme.

De verslechterde economische situatie leidde o.a. in de jaren 1923-24 tot grote stakingen in de textielindustrie. Na het dieptepunt 1923 ging het weer iets beter. Na de beurskrach in 1929 kon Nederland zich ook niet aan de crisis onttrekken en de werkloosheid liep in 1934 op tot zo’n 25% van de beroepsbevolking. Vooral middenstanders en boeren hadden het zwaar.

Crisis

In Nederland was sprake van een geïmporteerde crisis omdat Nederland in toenemende mate afhankelijk was van andere landen. Deze landen besloten ook nog hun eigen economie te beschermen o.a. door de importprijzen te verhogen.

De export en import werd gehalveerd. Door kostenverlaging en dus ook verlaging van de lonen werd geprobeerd markten terug te winnen. In Nederland was een kwart van de mensen werkloos.

Dit leidde tot veel sociale onrust en stakingen waarbij zelfs doden vielen(muiterij Zeven Provinciën).

Buikriemen strakker

Algemeen bestond de opvatting dat een economische crisis bij een land hoorde zoals verkoudheid. Dat ging vanzelf wel over. Niemand verwachtte ook dat het zolang zou duren.

De verschillende regeringen deden wel iets maar te weinig. Werd je werkloos dat was het vaak bittere armoede. Een werkloze kon geen rechten laten gelden. “Eigen schuld dikke bult”. Premier Colijn vond het zelfs niet ‘natuurlijk’ dat de overheid voor de armen zorgde. Elke werkloze diende zich dagelijks te melden om te ‘stempelen’

te amst jordaanopr

Bijna de helft van de werklozen kreeg geen hulp. Diegenen die geen hulp kregen, hadden in de ogen van de regering “ geen waarde” voor het productieapparaat.

De regeringen in die tijd bestonden uit confessionelen en (vrijzinnig) liberalen. De regering bezuinigde op ambtenarensalarissen en werkeloosheids -uitkeringen

Drie keer was er fel protest tegen loonsverlagingen of steunverlagingen

1) In Twente braken in 1931 en 1932 grote stakingen uit

2) In 1933 sloeg de bemanning van het marineschip ‘de zeven Provinciën’

aan het muiten

3) In 1934 kwam het in de Jordaan tot een opstand

De stakingen en de muiterij werden met geweld onderdrukt. Minister Romme (RKSP) van Sociale zaken stelde zelfs voor, in 1937, arbeid van samenwonende en gehuwde vrouwen te verbieden. Het voorstel haalde het niet al moesten vrouwelijke ambtenaren die gingen trouwen hun werk opgeven.

stem colijn vrijzinnig democraten

Min- President Colijn hield vast aan de Gouden Standaard, zodat Nederlandse producten voor het buitenland een erg duur werden.

Colijn probeerde de gevolgen op te vangen door reparatiewetgeving wat alleen maar tot hogere prijzen leidde om uiteindelijk toch de gouden standaard als laatste te verlaten

Ook in Nederland gingen stemmen op om de rol van de overheid te vergroten.

De SDAP kwam met het Plan van de Arbeid geïnspireerd op de New Deal. De andere partijen vonden het teveel op staatssocialisme lijken.

Nederland tijdens de Tweede wereldoorlog 1940 -1945

Op 10 mei 1940 viel Duitsland,ondanks het feit dat Nederland neutraal was, Nederland binnen. Binnen vijf dagen capituleerde Nederland na het bombardement op Rotterdam had men geen keus. Koningin Wilhelmina vluchtte naar Engeland. De Nederlandse regering deed dat ook.

Vanuit Londen bestuurde men de overzeese gebiedsdelen Nederlands – Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen. Toen ook Nederlands – Indië door de Japanners onder de voet werd gelopen kon de regering in Londen weinig meer regeren.

In het begin probeerden de Duitsers de bevolking voor zich te winnen, maar in februari 1941(Februaristaking) bleek uit het protest in Amsterdam tegen de bezetter dat de Nazificatie van Nederland niet zo makkelijk verliep als men gedacht had.

De in de jaren dertig ontstane Nationaal Socialistische Beweging onder de leiding van Mussert kon niet veel invloed doen gelden.

Naast het feit dat mensen hun leven op het spel hebben gezet in het verzet tegen de Duitsers, waren er echter ook meer dan 25.000 Nederlanders die dienst namen in het Duitse leger.

bewijs van aanmelding

Vooral het wegvoeren van de meer dan 100.000 Nederlandse Joden via Westerbork naar de vernietigingskampen in Polen (alleen al in Sobibor werden meer dan 30.000 joden vergast) laat de verschrikkelijke gevolgen zien van de ideeën en uitwerkingen van het Duitse Nationaal Socialisme ,tot op de dag van vandaag.

Nederland is nu pas zover dat de vraag kan worden gesteld: Hoe kon dat gebeuren?

negentien treinen naar sobibor

Bij de Duitse Capitulatie in mei 1945 , nadat eerst het Westen van Nederland nog een verschrikkelijke hongerwinter door moest maken na het mislukken van de slag om Arnhem, bleef een land achter dat was leeggeroofd en veel doden had te gedenken.

Terwijl men in Nederlands – Indië nog maanden op de capitulatie van de Japanners moest wachten begon men in Nederland al plannen te maken voor de wederopbouw.

Zie verder deel 10 'Een geschiedenis van Nederland' Deel 10 1945-1990