We hebben 168 gasten online

'Een geschiedenis van Nederland' Deel 10 1945-1990

Gepost in Geschiedenis Nederland

1945-1990

De wederopbouw van de Nederlandse samenleving

Nederland was leeggeroofd door de Duitsers waardoor de productie in 1948 nog maar 40% was van de productie van 1938 maar in 1950 was de oorlogsschade grotendeels hersteld.

De drie belangrijkste factoren die daaraan hebben bijgedragen zijn:

1. het beleid van de overheid

2. de inzet van de Nederlandse bevolking

3. de Marshallhulp

De overheid besloot na de 2e Wereldoorlog drastische maatregelen te nemen omdat anders een grote werkeloosheid zou ontstaan. Men besloot wel meer uit te geven en van werkgevers en werknemers werd een goede samenwerking verwacht. De lonen werden kustmatig laag gehouden om te kunnen investeren. Om sociale onrust te voorkomen werden de vakbonden bij de besluitvorming betrokken in de Stichting van de Arbeid en de Sociaal-economische Raad.

Maar zonder de Marshallhulp zou het allemaal veel meer tijd en moeite hebben gekost.

Welvaart en veranderingen

In de twintig jaar na 1953 zou Nederland ingrijpend veranderen. De koopkracht verviervoudigde in deze periode.

In 1952 vertoonde de betalingsbalans voor het eerst een overschot.

Nederland werd lid van de Europese gemeenschap en door de ontdekking van de gasbel in Slochteren in 1959 profiteerde Nederland nog eens extra.

Er vond een verschuiving plaats van industrie naar dienstensector.

De geleide loonpolitiek bleek niet meer vol te houden en de lonen gingen stijgen vanaf 1965 zelfs explosief.

Men richtte zich vooral op verhoging van de ARBEIDSPRODUCTIVITEIT.

In 1971 werkte 37,3% inde industriële sector en 46% in de dienstensector

Onder de rooms-rode coalities (PvdA en KVP) werd een begin gemaakt met de opbouw van de verzorgingsstaat. Zo ontstond ook in Nederland een moderne consumptiemaatschappij

inkomen per hoofd van de bevolking

bron: geschiedenis van Limburg deel 2

Koningin Wilhelmina had hooggespannen verwachtingen over haar terugkomst en over de wederopbouw van de Nederlandse samenleving.

wilhelmina sterker door strijd

Ze dacht dat ze de ‘vernieuwing’ zoals zij dat noemde kon doorvoeren. Maar dat was onmogelijk. Haar bevoegdheden lagen duidelijk vastgelegd in de grondwet en van een grotere macht van de koningin kon dan ook geen sprake zijn. Zowel de koningin als vele andere Nederlanders hadden verwacht dat de saamhorigheid van de oorlog en ontbering een einde aan de Verzuiling had gemaakt. In een poging deze ‘doorbraak’ direct betekenis te geven hief de SDAP zich in 1946 op en richtte een nieuwe partij op, de PARTIJ VAN DE ARBEID, die zich nadrukkelijk openstelde voor alle godsdienstige overtuigingen.

socialisme pvda

Voor christenen was de drempel om toe te treden minder hoog, doordat de PvdA een ruime opvatting van het begrip socialisme hanteerde. Over klassenstrijd en revolutie werd niet langer gesproken en kapitaalbezit niet meer principieel afgewezen. De VDB en de Christen-democratische Unie (een kleine vooroorlogse, progressief - christelijke partij) sloten zich bij de PvdA aan. De RKSP kwam na de oorlog terug als de KATHOLIEKE VOLKSPARTIJ, maar veel meer dan een naamsverandering was dit niet. De eerste naoorlogse verkiezingen was een klap voor de vernieuwers. De DOORBRAAK was mislukt. De KVP won zelfs meer stemmen dan bij de verkiezingen van 1937.

richtingsborden kvp

De rooms – rode coalitie

De KVP –er L.J.M.Beel werd na de verkiezingen door de koningin benoemd tot FORMATEUR. De formateur is meestal de fractievoorzitter van de beelgrootste partij die in het kabinet zitting zal nemen. Een FRACTIE bestaat uit de Kamerleden die tot dezelfde partij behoren. Vaak wordt overigens eerst een INFORMATEUR benoemd, die het werk van de formateur voorbereid. De partijen die samen de regering vormen, worden een COALITIE genoemd. De partijen die buiten de regering blijven, heten de OPPOSITIE. Beel stelde een ROOMS-ROOD KABINET voor, een coalitie tussen de KVP en de PvdA. Deze zou in totaal 12 jaar duren. Tot 1948 was Beel premier en daarna de socialist W.Drees. Vanaf 1948 werd de coalitie steeds aangevuld met het CHU, de ARP of de liberale VOKSPARTIJ VOOR VRIJHEID EN DEMOCRATIE (VVD). Deze coalities werden regeringen op brede basis genoemd, omdat zij steeds de steun hadden van een zeer ruime Kamermeerderheid.

De wederopbouwfase werd gekenmerkt door een sterk overheidsingrijpen. Om de Nederlandse concurrentiepositie te bevorderen, werden de lonen laag gehouden. De vakbonden stelden zich coöperatief op. Ontmoetingen tussen werkgevers en werknemers vonden plaats in de STICHTING VAN DE ARBEID.

Daarnaast werd in 1950 de SOCIAA L ECONOMISCHE RAAD (SER) opgericht. Hierin komt de overheid samen met wekgevers en werknemers om te overleggen. De SER zou uitgroeien tot een van de belangrijkste adviesorganen van de overheid Naast de wederopbouw eiste de dekolonisatie van Nederlands - Indie veel aandacht op. In grote lijnen kan gesteld worden dat de linkse partijen, zoals de PvdA en de COMMUNISTISCHE PARTIJ NEDERLAND (CPN OPGERICHT IN 1919), de onafhankelijkheid van Indonesië steunden, terwijl de rechtse partijen, zoals de VVD, de ARP en de KVP ertegen waren.

cpn 1946 arp 1948

CPN 1946                                                                   ARP 1948

De strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië

De Nederlandse autoriteiten wilden hun gezag over Nederlands - Indië herstellen, maar waren afhankelijk van de geallieerden, vooral de Engelsen.

nu indie

Nederlandse troepen arriveerden pas in maart 1946 waardoor men niet hard op kon treden tegen de Indonesische Republiek. De Engelsen stonden sympathiek tegenover de jonge Indonesische staat. Ook de V.S. wilden geen herstel van de koloniale verhoudingen. Als basis voor de onderhandelingen met de REPUBLIKEINEN gebruikte van Mook een plan uit de jaren dertig. Dat plan kwam er op neer dat Nederland een federatie van DEELSTATEN zou vormen, de VERENIGDE STATEN VAN INDONESIË (VSI). Die zouden samen deelnemen aan het koninkrijk. De geplande deelstaten waren Java, Sumatra, Borneo en Oost – Indonesië. Onderhandelingen leidden tot het AKKOORD VAN LINGGADJATI op 15 november 1946. Omdat de republikeinen steeds vaker de wapenstilstand schonden besloot de Nederlandse regering tot de EERSTE POLITIONELE ACTIE ( 21 juli tot 4 augustus 1947).

50 miljoen indonesiers

Op last van de Veiligheidsraad kwam een wapenstilstand tot stand. De VN stelde een COMMISSIE VAN GOEDE DIENSTEN (CGD) in die moest bemiddelen. Er kwam een nieuwe overeenkomst DE RENVILLE – overeenkomst. Maar opnieuw werd de wapenstilstand niet in acht genomen en Nederland beslot tot de TWEEDE POLTIONELE ACTIE ( 19 december 1948 tot 3 januari 1949). Daarbij werden Soekarno, Hatta en Sjarir gevangen genomen. Op 24 december 1948 nam de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin werd opgeroepen tot een staakt-het-vuren en vrijlating van de Republikeinse leiders.. De onafhankelijkheidsstrijd kostte 2500 Nederlandse militairen het leven en talloze burgers.

begraafplaats ned militairen

Aan Indonesische kant vielen zeker 100.000 militairen.

Rondetafelconferentie

Onder leiding van de van de UNITED NATIONS COMMISSION FOR INDONESIA (unci) de opvolger van de CGD, volgden besprekingen. Deze besprekingen, de RONDETAFELCONFERENTIE (rtc) TE Den Haag werd uiteindelijk overeenstemming bereikt over de onafhankelijkheid van Indonesië. Echter niet een Verenigde Staten van Indonesië maar een centraal geleide staat Indonesië zou ontstaan, tot ontzetting van de Molukkers. Op 27 december 1949 vond de soevereiniteit overdracht plaats. Nieuw Guinea bleef er buiten. Een derde aandachtspunt van de rooms – rode coalitie was de opbouw van de VERZORGINGSSTAAT. Er werd en stelsel van sociale wetten ontworpen, de sociale zekerheid genoemd. In 1952 ontstond de werkeloosheidsverzekering en in 1957 de ALGEMENE OUDERDOMSWET(AOW). Toen de economie zich herstelde kwamen de verschillen tussen PvdA en KVP duidelijker naar voren. De PvdA bleek voorstaander van een sterk overheidsingrijpen en de katholieken vertrouwden meer op de vrije werking van de markt

Ontzuiling en polarisatie

De Nederlandse bisschoppen vaardigden in 1954 een MANDEMENT uit over ‘ de Katholiek in het openbare leven van deze tijd’. Hierin werd het lidmaatschap van het socialistische NVV ( Nederlands verbond van Vakverenigingen) verboden. Ook mocht men niet op de PvdA A stemmen en luisteren naar de VARA. De PvdA was woedend en beschouwde het amendement als een aanval op de ‘doorbraak’ gedachte. Maar de ontzuiling bleek niet meer tegen te houden. Een van de belangrijkste redenen was de ontkerkelijking. Vanaf het einde van de jaren zestig vond een snelle SECULARISERING plaats. Een andere reden voor de ontzuiling was dat de katholieken zich geen tweederangsburgers meer voelden. Door de ontzuiling was de binding van de bevolkingsgroepen aan een bepaalde politieke partij afgenomen. Er ontstonden zogenaamde ‘zwevende’ kiezers

De nacht van Schmelzer

De fractieleider van de KVP diende een motie in tegen het door de KVP gesteunde kabinet. In die motie vroeg men meer garanties voor een evenwichtige economische groei. De premier,Cals (KVP-er), zag die motie als een MOTIE VAN AFKEURING en het kabinet besloot niet dat de minister van Financiën de PORTEFEUILLEKWESTIE zou stellen, maar trad in haar geheel af.

nacht van schmelzer

Cals struikelt over Schmelzer, 14 oktober 1966. Tekening Fritz Behrendt.

Wanneer regeringsfracties in het parlement zich onafhankelijk opstellen van de regering wordt dit DUALISME genoemd. Werken zij juist samen met de regering, dan heet dat MONISME. De val van het kabinet Cals leidde binnen de PvdA tot grote woede en men nam de zogenaamde anti-KVP resolutie aan waarin verklaard werd dat de PvdA niet met de KVP zou samenwerken.

De nacht van Schmelzer betekende het einde van het HARMONIEMODEL. Er vond een POLARISATIE plaats, een verharding van de politieke verhoudingen.

In de jaren zestig raakte de hele samenleving door conflicten verdeeld.

In 1964 vond er een ‘loonexplosie’ plaats, waarbij en algehele verhoging van 15% werd toegekend waardoor er een einde kwam aan de relatief lage loonkosten in Nederland. De verhoudingen tussen werkgevers en werknemers raakten gespannen.

De roep om inspraak

In alle geledingen van de maatschappij waren ‘inspraak en democratisering’ magische woorden. Jongeren namen het voortouw. In Amsterdam werd PROVO opgericht. Men protesteerde tegen iedere maatschappelijk macht en eiste veranderingen. Vooral onder studenten vond het idee van democratisering weerklank. Dat bleek o.a. uit de bezetting van het Maagdenhuis ( het bestuurlijk centrum van de universiteit van Amsterdam).BUITENPARLEMENTAIRE ACTIES kwamen veel voor.

De tweede feministische golf

DE TWEEDE FEMINISTISCHE GOLF ontstond in de jaren zestig om de achtergestelde rol van vrouwen in de samenleving aan de kaak te stellen. Tijdens de EERSTE FEMINISTISCHE GOLF waren vrouwen al rond de eeuwwisseling voor hun rechten opgekomen. Toen waren het zaken als vrouwenkiesrecht, een betere rechtspositie en betere opleiding- en beroepsmogelijkheden. Van een gelijkwaardige positie tussen man en vrouw was echter nog lang geen sprake. Tot 1957 werden vrouwen uit overheidsfuncties ontslagen als zij trouwden of zwanger raakten. En het duurde tot 1957 totdat getrouwde vrouwen ‘handelingsbekwaam’ werden geacht en het recht kregen om hun eigen vermogen en inkomsten te beheren. In 1968 werd de organisatie MAN-VROUW-MAATSCHAPPIJ (MVM) opgericht die streed voor gelijke beloning en gelijke kansen. Marga Klompe werd de eerste vrouwelijke minister, maar de politiek bleef een mannenbolwerk. Een andere actiegroep die zich inzette voor de rechten van vrouwen was DOLLE MINA. Een van de belangrijkste strijdpunten was het recht op abortus, ‘de baas in eigen buik’ demonstraties.

De jaren zeventig en tachtig: grenzen aan de groei

De economische crisis van de jaren zeventig trof ook Nederland.

Nederland had echter een aantal specifieke problemen:

1. De Nederlandse economie was zeer kwetsbaar door de enorme afhankelijkheid van de export.

2. Door de wijze van financiering van de overheidstekorten was de inflatie hoog

3. De collectieve sector had via hogere premies gezorgd voor hogere loonkosten

De regering echter ging enthousiast door met uitbreiding van het sociale stelsel en werden de inkomens genivelleerd. De werkeloosheid steeg echter van 151.000 in 1973 tot 800.000 in 1982.

Onder de kabinetten Lubbers werd het economisch beleid drastisch gewijzigd en er kwam loonmatiging, bezuinigingen en deregulering. Ook arbeidstijd werd ingekort. Zo ontstond het Nederlandse “poldermodel”.

Het no-nonsense beleid van Lubbers

Lubbers werd premier in 1982 en zou dat 12 jaar blijven. Lubbers was de leider van het CHRISTEN-DEMOCRATISCH APPEL (CDA).

drie cda koningen

Spotprent in de Volkskrant van Opland 16 december 1974

In die partij hadden de confessionele partijen CDU, de ARP en de KVP zich verenigd. Het eerste kabinet Lubbers was een samenwerking tussen CDA en VVD. Economische situatie was niet goed. Joop den Uyl, minister president van 1973-1977 gaf leiding aan een links kabinet en wilde de samenleving verder democratiseren, de welvaartsverschillen terugdringen en de zwakkeren meer bescherming bieden. Onder zijn bewind werden het minimumloon en de uitkeringen verhoogd en meer geld uitgetrokken voor stadsvernieuwing, welzijnswerk en huursubsidie.

joop den uyl

De oliecrisis in 1973 en de daarmee samenhangende economische terugval bezorgde het kabinet Den Uyl echter grote problemen omdat de inkomsten terugliepen en de uitgaven bleven stijgen. De kosten van de Verzorgingsstaat hadden in 1955 beslag gelegd op eenderde van het nationaal inkomen, in 1981 was dat al tweederde.

De afbraak van de verzorgingsstaat

Lubbers was vastbesloten dat te veranderen

v agt zijn zin

Sociale uitkeringen en lonen in de overheidssector werden verlaagd en culturele voorzieningen beknot. De verzorgingsstaat werd voor het eerst ingekrompen.

De Rijksoverheid trekt zich terug

De Regering ging PRIVATISEREN, d.w.z. dat taken werden afgestoten naar het bedrijfsleven. Ook ging de overheid DECENTRALISEREN d.w.z. dat de overheid taken over deed aan de lagere bestuursorganen. Tenslotte besloot de overheid tot DERUGELERING d.w.z. men probeerde de regelgeving te verminderen ofwel eenvoudiger en overzichtelijker te maken Terug naar het Harmoniemodel

Lubbers bracht het Harmoniemodel weer terug om alle zaken in Nederland te regelen, zoals we dat na de Tweede Wereldoorlog al hadden gekend.

ruud lubbers

Begin jaren tachtig stond centraal het verzet tegen de plaatsing van kruisraketten in Europa en de RSV-Enquete + de paspoortaffaire speelden politiek een rol. Het tweede kabinet Lubbers kwam eerder ten val omdat de VVD niet wilde instemmen met het voorgestelde reiskostenforfait. Er ontstond een KABINETSCRISIS.

Het poldermodel

Het poldermodel wordt ook wel de OVERLEGECONOMIE genoemd. Dit begon met het zogenaamde “Stichtingsakkoord” van 1982. De vakbonden aanvaardden een daling van de reële lonen, doordat de prijscompensatie niet of onvolledig zou worden uitbetaald en in ruil daarvoor zegden werkgevers arbeidstijdverkorting toe. Het poldermodel heeft ook negatieve kanten: A) Zij kan een gevaar betekenen voor de democratie; B) Door het voortdurend zoeken naar een redelijk compromis voor alle partijen wordt bovendien elk principieel debat ontlopen; C) Ontideologisering van de politiek, In navolging van het poldermodel spreekt men nu ook over een groen poldermodel onder invloed van GROENLINKS ( een partij ontstaan in 1989 toen de CPN, de PSP en de PPR samen verder gingen).

groen links

Er werd een derde kabinet Lubbers gevormd maar nu nam de PvdA en het CDA eraan deel. Het zou de laatste regering zijn waar het CDA aan meewerkte tot nu toe. Bij de verkiezingen van 1994 verloor de KVP veel stemmen en kwam in de oppositie terecht.

De paarse coalities ontstonden.

Het is voor het eerst sinds 1918 dat er een kabinet wordt geformeerd zonder een confessionele partij. Aan dit eerste paarse kabinet nemen de PvdA, VVD en D66 deel. De kleur paars refereert aan de vermenging van het rood van de PvdA en het blauw van de VVD.

paarse coalitie

Ministers van het Eerste Kabinet Kok (Paarse coalitie)

Tijdens de zittingsperiode kent Nederland een ongekende economische groei. Het kabinet zorgt voor sterke lastenverlichting voor burgers en bedrijven. De regels op economisch gebied worden verminderd, waardoor bijvoorbeeld de winkeltijden veel ruimer worden. Minister-president Kok is afkomstig uit de PvdA. 

Zie verder deel 11 'Een geschiedenis van Nederland'Deel 11 Staatkundige verhoudingen Limburg en de Duits Bond