We hebben 172 gasten online

Bankier van het verzet Wallraven van Hall

Gepost in Geschiedenis Nederland

Bron Volkskrant 3 september 2010 Door Jaap Stam

 

Banken zwijgen liever over hun rol in een ingenieuze megafraude tijdens WOII. Het verklaart waarom verzetsbankier Walraven van Hall nu pas een monument krijgt.

Walraven van Hall

4% Wladikawkas 1896 No 91615. Het staat op een waardeloze obligatie Russische Spoorwegen, maar in de Tweede Wereldoorlog is het goud waard. Het wordt gebruikt als code waaronder een lening wordt geadministreerd waarmee het verzet wordt gefinancierd. Als bewijsstuk voor zijn storting krijgt de geldschieter het waardeloze waardepapier. Met deze kwitantie kan hij na de oorlog zijn geld terugkrijgen.

De ingenieuze, want voor de Duitsers onbegrijpelijke, administratie is opgezet door Walraven (Wally) van Hall, wiens ondergrondse bank in totaal ruim 83 miljoen gulden (omgerekend een kleine half miljard euro nu) bij elkaar sprokkelt. Met dat kapitaal worden tienduizenden onderduikers onderhouden.

Het is de machtigste prestatie van de Nederlandse illegaliteit, volgens Loe de Jong, die de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog heeft geboekstaafd. ‘Ze is verricht onder zenuwslopende spanningen in de hitte van een verwoed gevecht met de Sicherheitsdienst.’

Walraven van Hall (39) overleeft de oorlog niet en raakt vrij snel in de vergetelheid. Enkele postume onderscheidingen, een tv-documentaire en een biografie veranderen daar niet veel aan. Hij blijft een onbekende voor het grote publiek. Vanmiddag wordt een monument ter nagedachtenis aan hem onthuld op het Frederiksplein in Amsterdam (zie kader).

Van Hall is in 1906 geboren als het zesde kind in een gezin van tien, telg uit een Amsterdams geslacht van bankiers, politici en zeevaarders. Zijn vader, bankier en voorzitter van de effectenbeurs, is actief in het Burgerlijk Armbestuur. Noblesse oblige (adel verplicht) is het motto van de familie.

Varen is zijn lust en zijn leven. Hij haalt het examen tweede stuurman, maar wordt afgekeurd op zijn ogen. Walraven rolt daarna in het bankwezen, waar zijn twee jaar oudere broer Gijs – de latere burgemeester van Amsterdam – al werkzaam is.

Gijs wordt na de Februaristaking in 1941 betrokken bij een actie om geld in te zamelen voor de nabestaanden van de stakers die als represaille zijn gefusilleerd. Walraven gaat hetzelfde doen voor vrouwen en kinderen van zeelieden die sinds de Duitse bezetting voor de geallieerden varen.

Daarmee wordt de kiem gelegd voor het Nationaal Steunfonds, een ondergrondse bank en sociale dienst ineen, die het verzet financiert. ‘Ik was maar één rad in het geheel waarvan Wally de ziel was’, schrijft Gijs in zijn memoires. Daarin noemt hij zijn broer zijn beste vriend.

Al snel zijn giften niet toereikend, en Walraven van Hall besluit over te gaan op leningen. Meestal van banken die de transacties met creatief boekhouden buiten de boeken houden. De leningen worden geregistreerd volgens het waterdichte systeem met de Russische obligaties. Als die op zijn, stapt het fonds over op zilverbonnen van een gulden en andere waardepapieren met unieke nummers.

De geldverstrekkers hebben de verzekering dat ze hun geld na de oorlog terugkrijgen. De Nederlandse regering in Londen zegt dat in 1941 toe via Radio Oranje. In augustus 1944 volgt de schriftelijke bevestiging, ondertekend door Gerbrandy, de premier in ballingschap, op microfilm bij Walraven van Hall thuis afgeleverd door een geheim agent.

‘De leningen waren keurig gedocumenteerd opdat na afloop verantwoording kon worden afgelegd aan de staat. Na de oorlog is het allemaal verrekend, het was echt bankieren’, zegt historicus Wim de Bell. De door hem samengestelde tentoonstelling over Van Hall is vanaf morgen te zien in het Verzetsmuseum Amsterdam.

Het steunfonds komt op veel manieren aan geld. Spectaculair is een wisseltruc met schatkistpromessen, schuldbewijzen van de staat, waarmee in de laatste twee oorlogsjaren in vijftien etappes 51 miljoen gulden uit de kluizen van De Nederlandsche Bank wordt geroofd, de centrale bank waarvan de NSB’er Rost van Tonningen president is.

De gebroeders Van Hall laten vervalsingen maken door de Persoonsbewijzencentrale, een illegale drukkerij die is gespecialiseerd in het vervalsen van documenten. Een heidens karwei omdat de loterijbriefjes, zoals de schatkistpromessen in codetaal worden genoemd, zijn gedrukt op papier met haartjes in vier kleuren. Dat is niet verkrijgbaar en moet ook worden nagemaakt.

De vervalsingen worden verwisseld met de originele waardepapieren, en die worden via een omweg verzilverd bij vijf banken die in het complot zitten. De geldtransporten van De Nederlandsche Bank (DNB) worden geëscorteerd door de Wehrmacht.

Over hoe het omwisselen in het statige pand van DNB precies in zijn werk ging, doen veel verhalen de ronde. De meest romantische versie is dat kassier-generaal Ritter ’s nachts met een kaars naar de kluizen afdaalde en de originele schatkistpromessen verving door de valse. Ritter woonde in Haarlem, en overnachtte na het stilvallen van het openbaar vervoer geregeld op de bank.

De banken worden na de oorlog niet graag herinnerd aan hun medewerking aan de grootste bankfraude in de Nederlandse geschiedenis. Zeker de chique Nederlandsche Bank niet, waar de etiquette lang hebben voorgeschreven dat het personeel na een onderhoud een directiekamer achteruit tredend dient te verlaten. Het verzwijgen van de megazwendel verklaart waarom Walraven van Hall niet is uitgegroeid tot een nationale verzetsheld.

Elke tegenslag pareert Walraven van Hall. Heeft hij niet zelf de oplossing voorhanden, dan chartert hij een kennis uit zijn uitgebreide netwerk. Als de administratie van het steunfonds wordt gestolen, kisten vol, en de dief hem chanteert, schakelt hij een bevriende oud-politiecommissaris in. Die laat enkele mensen posten op de plek waar het steunfonds 50 duizend gulden moet afgeven teneinde de administratie terug te krijgen.

De man die het losgeld komt ophalen, vertrouwt het niet, loopt door, maar wordt herkend. Nog dezelfde dag wordt hij ingerekend door mannen die zich voordoen als leden van de Sicherheitsdienst. Ze trekken een zak over zijn hoofd en rijden hem in het Duits pratend en dreigend rond. Uiteindelijk wijst hij het adres waar hij de administratie heeft verborgen.

En als maatregelen tekortschieten, is het lot Walraven van Hall gunstig gezind. Hij ontsnapt ternauwernood aan arrestatie bij een bezoek aan een man die Joden helpt onderduiken. De man, die boven een kapperszaak woont, is verraden en wordt opgepakt vlak voordat Van Hall bij hem wil aanbellen. De kapper stormt naar buiten, sleept Van Hall zijn zaak in, zeept hem in en drukt hem op het hart zich na de scheerbeurt uit de voeten te maken.

In het NSF zijn uiteindelijk tweeduizend mensen actief – districtshoofden, kassiers, administrateurs en geldlopers. Zij bestrijken het hele land en weten niets van elkaar. Zij zorgen ervoor dat het geld elke maand bij tienduizenden gezinnen terechtkomt. Dat gaat met kapitale bedragen, vrouwen fietsen niet zelden met twee ton in de zadelpen van hun fiets. De inkomsten en uitgaven zijn strikt gescheiden. Walraven van Hall is de enige die de hele organisatie kent.

De bulk van het geld gaat naar tienduizenden onderduikers, maar het NSF financiert ook illegale kranten, spionage-organisaties en het gewapend verzet, en vanaf september 1944 de salarissen van 30 duizend spoorwegstakers. Walraven van Hall overlegt van tevoren met de Spoorwegen over de betaling van de stakers. Het is aannemelijk dat zonder zijn garanties er niet was gestaakt. Aan een oproep zich aan te sluiten bij een eerdere staking heeft het NS-personeel geen gehoor gegeven.

Walraven groeit uit tot de spil van het verzet, hij heeft geen officiële functie, maar wordt ‘minister-president van bezet Nederland’ genoemd. Hij is voortdurend op pad en duikt overal op. Bijna niemand weet wie de Olieman, zoals hij ook wordt genoemd, is. Meestal opereert hij onder de naam Van Tuyl. Elkaar bestrijdende verzetsgroepen brengt hij bij elkaar.

Drie maanden voor de bevrijding wordt Walraven verraden door een medewerker die zijn huwelijk wil redden. De man heeft een affaire met een koerierster van Het Parool, die in handen van de Duitsers is gevallen. Hij probeert zijn maîtresse bij de Sicherheitsdienst vrij te krijgen, maar de SD dreigt de echtgenote van de man op de hoogte te brengen van diens slippertje, waarna hij plaats en tijdstip van enkele bijeenkomsten verraadt.

Op woensdagochtend 17 januari 1945 is ontsnappen onmogelijk. De SD heeft zich verschanst in het pand aan de Leidsegracht 5, de zetel van de Raad van Beroep, en laat zich niet misleiden door de wijnfolders die op de vergadertafel liggen. Overleg over bestellingen met de wijncommissie is een beproefde dekmantel van Walraven van Hall. Het gezelschap wordt opgepakt en overgebracht naar het huis van bewaring aan de Weteringschans.

Twee dagen na zijn 39ste verjaardag wordt Van Hall in Haarlem-Noord gefusilleerd. Pal aan het Spaarne, waar hij als jongen zo veel heeft gezeild, en waar hij zijn liefde voor het water aan te danken heeft. Hij weet alles, maar heeft niets losgelaten.

Zijn lichaam wordt na de oorlog herbegraven in vak 35 van de Erebegraafplaats Bloemendaal in Overveen, grafkuil R, gedenksteen 2. ‘Ik heb geen verzetsleider gekend in wie zo harmonieus een edelhart, een bekwaam verstand en een vooruitziende blik verenigd waren’, schrijft een verzetsman aan de familie.

Monument onthuld
Waarom heeft deze man geen monument, vroeg Hans Weijers zich in 2005 verbijsterd af. De oud-huisarts uit het Brabantse Vlijmen had net op tv een documentaire over Walraven van Hall gezien.

Vijf jaar had Weijers ervoor nodig het benodigde kapitaal (270 duizend euro) bij elkaar te krijgen, een kunstenaar te selecteren en een plaats voor het monument te vinden. Vanmiddag om 16.30 uur wordt het onthuld. Op het Frederiksplein, in de schaduw van De Nederlandsche Bank, waar het Nationaal Steunfonds van Van Hall Neerlands grootste bankroof allertijden pleegde. Al was die bank in de Tweede Wereldoorlog gevestigd op de Oude Turfmarkt, in het pand waar nu het Allard Pierson Museum is.

Het gedenkteken is gemaakt door de Madrileense kunstenaar Fernando Sánchez Castillo: een geknakte boom in brons. ‘De gevelde boom staat voor de gevallen reus. De boom is door natuurgeweld geveld, Walraven van Hall door geweervuur.’

Zie ook: http://www.walravenvanhall.nl/