We hebben 174 gasten online

Maastricht vestingstad Deel 1

Gepost in Maastricht

maastricht

Monumentenstad

Wie de uitspraak van de Romeinse dichter Martialis: «dubbel leeft hij, die ook van het verleden weet te genieten», onderschrijft, zal zich in Maastricht volkomen thuis voelen. Het is na Amsterdam de aan monumenten rijkste gemeente van Nederland, zonder daardoor ook maar een ogenblik de gedachte aan een museumstad op te roepen. De zichtbare historie van Maastricht komt onder meer tot uitdrukking in imposante voorbeelden van kerkelijke bouwkunst uit de middeleeuwen, rijen van solide in Maaslandse en Franse trant gebouwde huizen uit de rede en 18de eeuw, en in de Maasbrug die met haar ritmisch lijnenspel Maastricht en Wyck tot een dubbelstad verbindt. En last but not least een rijke schakering van verdedigingswerken vanaf de GalloRomeinse tijd tot diep in de 19de eeuw, toen men na de opheffing van de vesting in 1867 het grootste gedeelte van de muren, poorten, torens en buitenwerken overijld en onbezonnen heeft gesloopt.

Vestingwerken zijn zelden kunstwerken. Zij beslissen over leven en dood en alleen maatstaven van doelmatigheid waren beslissend voor hun bouw en inrichting. Maar nu hun rol is uitgespeeld en het patine van de tijd de steenmassa's heeft getekend, hebben zij de aantrekkingskracht van historisch geladen monumenten, die het verzet tegen de vijand en de angst voor de naderende ondergang vertolken. Zij roepen de herinnering op aan de belegeringen, het verlies van have en goed en aan de vele, naamloze gesneuvelden, die Maastricht moest betalen als tol voor zijn strategische ligging en voor zijn faam het Bolwerk der Nederlanden te zijn. Ook hier zijn deze monumenten thans «verschanste schoonheid». Verborgen tussen de huizen van de oude binnenstad of opgenomen in een bloemenrijk parklandschap, zijn de dreigende muren en torens het decor van historisch stedeschoon geworden. Schilderachtige ensembles, zoals de sombere Helpoort met de getande wand van de stadsmuur uit de 13de eeuw, de jekertoren, de zg. Pater Vinck-Toren en het witgekalkte Pesthuis, zijn talloze malen in beeld gebracht. Elders, buiten de stad, wachten boven- en ondergrondse verdedigingswerken, zoals bastions, lunetten en mijngalerijen, die gedeeltelijk zijn gerestaureerd.

Brug over de Maas

romeins castellum Maastricht

Maquette Romeins castellum Maaastricht

Maastricht dankte zijn economische en militaire betekenis aan de ligging op het kruispunt van de Maas en de Romeinse heerbaan van de Kanaalhavens naar Keulen. Deze heerbaan leefde in de middeleeuwen voort als de grote handelsweg van Brabant naar de metropool aan de Rijn. Het voortbestaan van een permanente oeververbinding te Maastricht sedert de eerste eeuwen van onze jaartelling moet als vaststaand worden aangenomen. De uit het water opgehaalde overblijfselen van een Romeinse brug uit het einde van de 3de eeuw zijn thans museaal bezit. De oprit werd verdedigd door een castellum, een door een ringmuur en ronde muurtorens beveiligde nederzetting, waarvan het oudheidkundig bodemonderzoek tot de dag van vandaag de onderbouw blootlegt en de begrenzingen aftast. Wanneer de Romeinse brug werd verwoest, is niet bekend maar het bestaan van een vaste oeververbinding wordt reeds in de 6 de eeuw geboekstaafd door een tijdgenoot. De Romaanse pijlerbrug in hardsteen, die de houten, in 1275 ingestorte brug verving, beheerste het kruispunt van de weg over land van Brussel naar Keulen en de waterweg van Luik naar de Hollandse steden.

Stad van twee heren

Als vermoedelijk de enige Nederlandse stad bleef Maastricht ononderbroken bewoond vanaf de Gallo-Romeinse tijd. De schakel met de Merovingische periode was de bisschop van Tongeren, Servatius, die op het einde van de 4de eeuw in Maastricht begraven werd en wiens opvolgers hier resideerden tot het begin van de 8ste eeuw, toen Hubertus de zetel van het bisdom naar Luik overbracht. De voormalige bisschopskerk van Onze Lieve Vrouw, de grafkerk van Sint-Servaas en de voorstad Wyck aan de overzijde van de Maas zijn de kernen waaruit de stad is gegroeid.

Zij was in het begin van de 9de eeuw reeds een dichtbevolkte handelsplaats en in de middeleeuwen werd zij na Aken de belangrijkste lakenstad in het Maasland. Haar betekenis als knooppunt van verbindingen wordt ca. 1170 bezongen door Henric van Veldeken: de wegen van Engeland naar Hongarije, van Keulen naar Tongeren, van Saksen naar Frankrijk en per schip naar Denemarken en Noorwegen, «zij komen hier alle bijeen».

prinsbisdom Luik

In staatkundige zin een stad van het Duitse Rijk waar de bisschop van Luik zekere rechten behouden had, wordt Maastricht in 1202 en 1204 door de Roomskoning in leen gegeven aan de hertog van Brabant.

symbolische voorstelling tweeherigheid

Symbolische voorstelling van de tweeherigheid - het wapen van de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant. Detail uit: de kaart Traiectum ad Mosam van Braun and Hogenberg: Civitatis Orbis Terrarum II. Keulen 1575.

Tot 1795 heeft Maastricht twee souvereinen: de hertog van Brabant en de prins-bisschop van Luik, die gezamenlijk heersen over de territoriaal onverdeelde stad. Luik is tot de Franse Revolutie een vorstendom van het Duitse Rijk gebleven, terwijl Brabant vanaf de 15de eeuw deel uitmaakt van de Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden en in 1648 tussen Spanje en de Republiek wordt verdeeld. Het adagium «Maastricht behoort aan geen van beide heren maar gehoorzaamt hen te zamen» tekent het zelfbewustzijn van een stad, die de autonomie van een semi-stadstaat genoot en, gelegen op de breuklijn van het Germaanse en Romaanse taalgebied, grensstad was in politieke, culturele en militaire zin.

De versterking van Maastricht werd eerst urgent toen de stad na 1204 grote militaire betekenis kreeg. Door haar ligging en de brug over de Maas - tot in de tweede helft van de 19de eeuw de enige tussen het Luikerland en de zee - werd zij de uitgangsstelling voor de Brabantse expansie naar het oosten, die gericht was op de beheersing van de handelsweg naar Keulen. De aanleg van de fortificaties was, zoals de militaire verdediging in het algemeen, een stedelijke aangelegenheid. Zij werd bekostigd en uitgevoerd door de burgerij, maar vanuit Brussel gestimuleerd, gesteund en later ook geleid. Luik speelde op dit gebied ondanks de twee-herigheid een volstrekt ondergeschikte rol.

In steen bevestigd

In 1229 machtigde hertog Hendrik I de burgers hun stad met een muur te versterken. De bevestiging van met Maastricht vergelijkbare steden geschiedde gewoonlijk in twee hoofdfasen: eerst, als voorlopige defensielijn, het graven van een gracht en het opwerpen van een aarden wal met paalversperringen en houten poorten, daarna de aanleg van de muur met torens en stenen poortgebouwen bovenop de wal. In Maastricht blijkt het niet anders te zijn geweest. Hoeveel tijd met de bouw van de eerste stadsmuur gemoeid was, is niet vast te stellen. Waarschijnlijk was hij omtrent het midden van de eeuw grotendeels voltooid.

eerste ommuring lang grachtje

De muur was ca. 2400 m lang, ongeveer even lang als de Barbarossamuur in Aken (ca 1175). Hij volgde de westelijke oever van de Maas en omvatte van daaruit in een enge omklemming de woonkernen rondom de kerken van Onze Lieve Vrouw en Sint-Servaas, de markt met lakenhal en belfort, en de tussenliggende bebouwing. Zijn beloop is nog af te lezen uit oude straatnamen, zoals de Grote Gracht en de Kleine Gracht, uit verspreide, door latere bebouwing overwoekerde fragmenten, en grotere, aaneengesloten gedeelten, die ondanks een soms ingrijpende restauratie hun oorspronkelijk karakter hebben bewaard. Uit wat behouden bleef, blijkt, dat de eerste enceinte (ringmuur) uit inheemse kolenzandsteen in onregelmatig metselverband was opgetrokken en dat de weergang aan de stadszijde door pijlers in hetzelfde materiaal, verbonden door in mergelblokken uitgevoerde halfbogen, gedragen werd.

Zie verder deel 2 Maastricht vestingstad Deel 2