We hebben 98 gasten online

Maastricht vestingstad Deel 2

Gepost in Maastricht

maastricht

De binnenste muur

Nadat de tweede gemetselde enceinte ca.1380 in gebruik genomen was, behield de«binnenste muur» militaire betekenis als reservestelling, totdat na 1632 het zwaartepunt van de verdediging in het voorterrein van de stad kwam te liggen. Alleen de Maasmuur, die in de tweede ommuring werd opgenomen, bleef een onderdeel van het vestingstelsel. Hiervan werd het zuidelijk gedeelte, de Onze Lieve Vrouwewal met vijf doorgangen naar de kade, z.g. poternes, in 1905 op het laatste moment gered.

Voor het overige is een groot gedeelte van de eerste stadsmuur verdwenen; van de twaalf bekende torens bestaan nog slechts een toren aan het Lang Grachtje en de in 1911 gedeeltelijk vernieuwde jekertoren nabij de Maas. De poortgebouwen, die intussen dienst hadden gedaan als gildehuis, gevangenis of bergplaats van bombarden en «donderkruit», werden in de 17de en 18de eeuw voor en na gesloopt, behalve de Helpoort, het enige poortgebouw uit de 13de eeuw dat in Nederland de ongunst van de fortuin heeft overleefd.

helpoort

Helpoort

Bruggehoofd Wyck

Ook de kleine voorstad Wyck aan de overzijde van de Maas, die door haar ligging in waterrijk terrein reeds van nature goed verdedigbaar was, werd in de 13de eeuw versterkt. Troepen van de bisschop van Luik maakten in 1267 de toren die de toegang tot de Maasbrug beheerste, met de grond gelijk en in 1284 en 1303 was Wyck voldoende bevestigd om aanvallen van de Valkenburgers en de Luikenaren met succes te weerstaan. Omtrent de aard van de verschansingen is verder niets met zekerheid bekend, maar vanaf het begin van de 14de eeuw kwam een stenen enceinte tot stand. Sommige torens werden in mergelblokken opgetrokken, andere, waaronder de Maaspunttoren, het oude Lambrechtsrondeel, aan het zuidelijk en het Woutersrondeel, de z.g. Kruittoren, aan het noordelijk eindpunt van de Maasmuur, waren bekleed met kolenzandsteen. De ommuring had een poort die toegang gaf tot de Maasbrug, twee waterpoorten en twee veldpoorten: de Hoogbruggepoort of Duitsepoort op de weg naar Aken en aan de noordzijde de Sint- Maartenspoort.

Vooruitlopend op meer moderne inzichten deed de magistraat ca. 1480 rondom de ommuring een geheel nieuwe enceinte aanleggen in de vorm van een dubbele aarden wal met zes bolwerken, waarvan een de doorgang van de Sint-Maartensbuitenpoort omvatte. Het bestaan van deze tweede enceinte, die later bemetseld werd, bezegelde het lot van de ringmuur, die evenals een groot gedeelte van de eerste ommuring van Maastricht stuksgewijs onder het geweld van de sloperhamers verdween. Van de versterkingen van Wyck bleef alleen de benedenhelft van de Maasmuur met de in 1897 herbouwde Waterpoort en de in 1913 gedeeltelijk vernieuwde Maaspunttoren bewaard. In dit fraaie rivierfront mist men node de Kruittoren, een zeldzaam gaaf voorbeeld van veertiende-eeuwse versterkingskunst, dat in 1868 aan een schandelijk vandalisme ten offer viel.

Werk van lange adem

Zoals in vrijwel iedere door een ringmuur beveiligde stad, breidde de bevolking zich ook in Maastricht na 1229 snel door immigratie uit. Buiten de poorten tekenden zich lintbebouwing en nieuwe wijken af, zoals het lakenweverskwartier voor de Leugenpoort op de Markt en de wijk van lakenbereiders en leerlooiers tussen de takken van het riviertje de Jeker in het zuiden.

Hier lagen ook de graan- en oliemolens, onontbeerlijke hulpmiddelen voor de voedselvoorziening. Toen bleek, dat de vijand de Jekermolens stil kon leggen door de stroom af te dammen, gingen de Maastrichtenaars daarnaast gebruik maken van schepmolens, waarvan de raderen door het Maaswater in beweging werden gebracht.

De uitbreiding van het bebouwde oppervlak maakte reeds in de 13de eeuw de aanleg van een tweede, ruimere enceinte noodzakelijk. Ook deze kwam gefaseerd tot stand, te beginnen met een gracht en aarden wal, die ca 1300 voltooid waren. In de loop van de 14de eeuw verrees op deze omwalling een stenen muur; wellicht eerst toen werden de poorten in metselwerk uitgevoerd.

Nadat, vermoedelijk ca. 1350, een aanvang met de bouw was gemaakt, kon de muur dertig jaar later als verdedigingsstelling in gebruik worden genomen; daarna is er met tussenpozen nog zeker een eeuw aan gewerkt. Het was een enorme onderneming voor een stad met waarschijnlijk minder dan 10.000 inwoners. Anderzijds betekende de gespannen verhouding tot de Luikse steden een voortdurende aansporing om de bevestiging van de stad tot een goed einde te brengen.

Daar Maastricht traditiegetrouw de bisschop tegen zijn onderdanen steunde, kreeg de stad in 1407 en 1408 twee belegeringen door de Luikse milities te doorstaan en werd zij tijdens de burgeroorlogen die tussen 1465 en 1492 het prinsbisdom teisterden, herhaaldelijk bedreigd. De trouw aan zijn beide souvereinen, de kerkvorst van Luik en de hertog van Brabant - vanaf 1430 de machtige hertogen van Bourgondië, in de 16de eeuw keizer Karel V en koning Filips II - maakten van Maastricht een bolwerk voor de Bourgondisch-Habsburgse expansie in de Nederlanden.

De tweede enceinte

In de loop van de 15e de eeuw werden o.m. alle veldpoorten aanzienlijk versterkt. sommige met twee flankeringstorens, andere met een barbacane of bruggeschans, die voor de Brusselsepoort de vorm van een imposant verdedigingswerk kreeg. De poorten hadden een verdieping van waaruit een valhek, het z.g. orgel, in de doorgang kon worden neergelaten. De torens waren later vrijwel alle met een spits van leisteen gedekt. Op de aarden wal, waarvan het schuinoplopend buitentalud de vijand het voordeel van de dode hoek ontnam, verhief zich de muur. Ook in de tweede enceinte droegen aan de stadszijde door bogen verbonden pijlers de weergang, vanwaar men door schietsleuven in de kantelen de vijand bestookte. In de 4de eeuw bouwde men nog in kolenzandsteen. Voor de veldzijde van de enceinte maakte men daarna sporadisch gebruik van mergelblokken uit de omgeving en werd voor het overige voornamelijk hardsteen uit de Ardennen, de z.g. Naamse steen, in regelmatig metselverband toegepast. Het gebruik van baksteen wijst op reparaties of vernieuwingen van latere datum.

De tweede enceinte begon ten westen van de Helpoort bij de «Toren achter de Feilzusters», die ca. 1906, toen hij gerestaureerd en gedeeltelijk herbouwd werd, de foutieve naam Pater Vincktoren kreeg.

Tot ca 1565 aangelegde Fortificaties

Gezicht op Maastricht met de tot ca 1565 aangelegde fortificaties

Eerste ommuring:
1) Jekertoren; 2) Helpoort; 3 Looierspoort; 4 Lenculenpoort; 5 Borchgraeve; 6 Tweebergerpoort; 7 Grote Poort; 8 Leugenpoort; 9 Veerlinxpoort; 10 O.L. vrouwenpoort.
Ommuurde Nieuwstad:
11) De Vijf Koppen; 12) De Laek; 13) Haat en Nijd.
Tweede ommuring:
14) Sint-Pieterpoort; 15) De Reek; 16) Lange Toren; 17) Tongersepoort; 18) Merkat; 19) Hackenkamer; 20) Sint-Servaasbolwerk; 21) Brusselsepoort; 22) Boenentoren; 23) Lindenkruispoort; 24) Boschpoort; 25) Bolwerk der Schonenvaarders; 26) Mariatoren.
Encietes Wyck:
27) Sint-Maartenspoort; 28) Sint -Maartenspoort a.d. Rechtstraat; 29) Sint-Maartenspoort a.d. Wycker Grachtsraat; 30 ) Voorwal; 31) Mariabolwerk; 32) Hoogbruggepoort; 33) Bloemendael; 34) recentoren; 35) Lambrechtsrondeel; 36) Estacade

Via de Sint-Pieterspoort op de weg naar Luik, de waterpoort «de Reek», waar de Jeker de stad binnenstroomt, de Lange Toren op de zuidwesthoek van de ommuring en de Tongersepoort beschreef zij een onregelmatige boog naar het meest westelijke punt, de Brusselsepoort op de handelsweg van Brussel naar Keulen. Van hieruit liep de muur in min of meer rechte lijn naar het noord-oosten. Een eindweegs voorbij de Lindenkruispoort boog hij naar het oosten af om langs de Hochter- of Boschpoort, op de weg naar 's-Hertogenbosch, bij de «Toren achter de Biesen» de Maas te bereiken. Daarna volgde hij de oever van de rivier tot aan de Veerlinxpoort in de eerste ommuring.

Het Nieuwe Bolwerk en de Nieuwstad

Een zwak punt bleef de sector tussen de Jekertoren en de Pater Vincktoren, die alleen door de eerste stadsmuur werd afgeschermd. Een betere beveiliging werd mogelijk, toen het grondgebied van Maastricht door aanslibbing van de Jeker en daarna, in 1486, door annexatie van het aangrenzend gedeelte van de Luikse heerlijkheid Sint-Pieter naar het zuiden was opgeschoven. In 1456 werd het aangeslibde terrein voor de Helpoort met een hardstenen muur versterkt en vervolgens bestemd voor de bouw van een pesthuis, dat ook wel de omineuze naam «het Paradijs» droeg.

pater vincktoren

Nog steeds komen bij de Pater Vincktoren muren uit drie bouwperioden samen: van de eerste en de tweede enceinte en van het «nieuwe bolwerk» uit 1456. Hier liggen ook drie waterpoorten bijeen, waarvan er nog twee dienst doen. Dertig jaar later liet de magistraat het toen ingelijfde gebied, de Nieuwstad, bevestigen door een gracht en een aarden wal. Deze provisoire versterking werd in de jaren 1515 -1517 vervangen door de nog bestaande muur in lichtgrijze Naamse steen, die door twee zware rondelen, voorzien van geschutkazematten, wordt bestreken. Zij dragen de grimmige namen «Haat en Nijd» en «De Vijf Koppen». De nogal schriele poort met de schertsnaam «Waarachtig» is de Neogotische compensatie voor een doorbraak in de jaren 1887 en 1888.

huidige situatie

Huidige situatie

Sleutel van Brabant

In de 16de eeuw treedt de strategische betekenis van Maastricht duidelijk aan het licht. In 1567 wordt de stad, die zich tot dan toe op eigen kracht, met behulp van de schuttersgilden en de in kerspelen georganiseerde burgerij, verdedigd had, gedwongen een permanent garnizoen onder bevel van een door Brussel benoemde militaire gouverneur op te nemen. In de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is zij als toegangspoort van de Zuidelijke Nederlanden voor beide partijen van eminent belang.

De veldtochten van Willem van Oranje en zijn broers in 1568 en 1574 zijn tot mislukking gedoemd, wanneer hun troepen de doortocht over de Maasbrug geweigerd wordt, in 1576 woedt de Spaanse furie in de stad, drie jaren later wordt zij na een heroïsche verdediging door Parma ingenomen.

capitulatieverdrag 1632

Frederik Hendrik en het capitulatieverdrag van 1632

In 1632 moet Maastricht capituleren voor de «Stedendwinger» Frederik Hendrik en wordt het een ver in het zuiden gelegen vesting van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Staten-Generaal treden in de rechten van de hertogen van Brabant, de prins-bisschop van Luik blijft de gerespecteerde maar machteloze mede-souverein.

Zie verder deel 3. Maastricht vestingstad Deel 3