We hebben 99 gasten online

Maastricht vestingstad deel 4

Gepost in Maastricht

maastricht

Grootscheepse vernieuwingen

Na een halve eeuw van stilstand en verwaarlozing volgde na 1750 een grootscheepse modernisering, die onder toezicht van de gouverneurs Hobbe baron van Aylva en Karel prins van Nassau-Weilburg werd uitgevoerd volgens «generale projecten», opgesteld door de directeurs der fortificatiën Pieter De la Rive (1746-1771) en Carel Du Moulin (1772-1774). Het plan van De la Rive handhaafde zoveel mogelijk de bestaande situatie maar trachtte de gebreken en hiaten op te heffen door het slechten van nutteloze versterkingen, zoals bepaalde hoornwerken, en door het verbeteren van oude en de aanleg van nieuwe fortificaties.

In de jaren 1764-1771 vooral kwamen tientallen bastions, lunetten, couvrefaces en andere buitenwerken tot stand. Brokstukken van het Wilhelmina-bastion aan de Jeker en van de lunet Sint-Pieter aan de Maas herinneren nog aan deze vruchtbare bouwactiviteit.

Het fortificatiestelsel was intussen zozeer uitgedijd, dat het door geen garnizoen van normale sterkte meer te verdedigen was. Het algemeen moderniseringsplan van Du Moulin (1772-1775), geïnspireerd door de opvattingen van de grote vestingbouwkundige Menno van Coehoorn, voorzag zowel in een afslanking en vereenvoudiging van de vestinggordel als in een ruimer gebruik van steen, voor bekledingsmuren en andere bouwelementen. Overwelfde uitvalspoorten, de z.g. sorties, en caponnières, bomvrije galerijen die de sorties en de droge grachten bestreken, moesten een doeltreffende verdediging mogelijk maken wanneer de vijand in deze «vesting buiten de muren» was doorgedrongen.

De Fronten van Du Moulin

Het deelproject van Du Moulin voor de Hoge Fronten kwam in de jaren 1773-1777 tot uitvoering onder het directoraat van zijn opvolger Francois de Veye; het heeft belangrijke sporen nagelaten. Het uit ca. 1690 daterend bastion Waldeck werd o.a. uitgebreid met een grote, in de contrescarp ingebouwde caponnière, die het blikpunt vormt van het volledig gerestaureerde bastion, thans de kern van een golvend parklandschap, waarin ook muurresten van de lunet Drenthe zijn opgenomen.

bastion Waldeck

Van veel grotere betekenis is het nog bestaande gedeelte van de Fronten van Du Moulin, rechts van de voormalige Brusselsepoort. Het complex van ca. 15 ha omvat de bemuurde aardwerken Stadhouder met de couvreface Du Moulin, Erfprins en Holsteyn uit 1688, die tezamen een aaneengesloten linie met gebroken tracé vormen. Voor deze linie ligt een droge gracht met in steen beklede contrescarp. Daarvoor bevinden zich de bemetselde lunetten Zeeland, Holland en Gelderland, steunpunten van de bedekte weg, die de bastions aan gezicht en gericht vuur onttrok. Tot het complex behoort eveneens het dichter bij de stadsgracht gelegen bastion Saxen uit 1688.

Met hun «royale», door een valkuil en kleine caponnière beveiligde sorties, hun caponnières in de contrescarp, hun kazematten en mijnenstelsels blijven de Fronten van Du Moulin een indrukwekkend monument van de in Nederland uiterst zeldzame vestingbouw in hoog terrein. Sinds 1977 worden zij onder leiding van Openbare Werken Maastricht en de Rijksdienst voor Monumentenzorg in hun oorspronkelijke staat teruggebracht. De restauratie, uitgevoerd door het Maastrichtse aannemersbedrijf Gebr. Theunissen bv, houdt nauwlettend rekening met de zeldzame fauna en flora, die zich hier heeft kunnen handhaven, en belooft het complex te herscheppen in een recreatieoord van grote historische en culturele waarde.

De Lage Fronten en fort Willem

Projecten van Franse genie-officieren uit de bezettingstijd (1794-1814) vormden de leidraad voor de laatste modernisering van de vesting, toen deze in het Verenigd Koninkrijk van Willem 1(1815-1839) haar betekenis als «sleutel van Belgiën» herwonnen had. De Lage Fronten tussen bastion Holsteyn en de Maas ondergingen een volledige vernieuwing. De bestaande werken werden grotendeels gesloopt en vervangen door vier bastions, gemerkt A-D, die door een bemuurde aarden wal met elkaar verbonden waren. Deze linie werd beveiligd door een gracht, die via het Jekerkanaal van water kon worden voorzien, een bemetselde contrescarp, drie ravelijnen, enkele reduits en de bedekte weg.

bomvrije galerij achterzijde bastion holsteyn

Bomvrije gallerij achter bastion Holsteyn

Gedeelten van deze «Nieuwe Bossche Fronten» zijn aan de ontmanteling ontsnapt. Voor het grootste gedeelte bewaard bleef het fort Willem, dat in de jaren 1815-1818 tegen de helling van de Caberg werd gebouwd. Het heeft de vorm van een vijfhoekig bemuurd aardwerk, bevat twee kazematten en wordt beschermd door een droge gracht met bemetselde contrescarp en een bedekte weg. Ringgalerijen over de volle lengte in de escarp en de contrescarp aangebracht, bestrijken de gracht van weerszijden. Het fort beheerste niet alleen het voorterrein in het noorden maar kon ook in samenspel met het fort Sint-Pieter kruisvuur leggen voor de Hoge Fronten tussen de Tongerse- en de Brusselsepoort.

Fort Sint-Pieter

fort sint pieter voor de restauratie

Fort Sint Pieter voor de restauratie

Fort Sint-Pieter is in 1701 volgens de principes van Vauban als een bemuurd aardwerk op vijfhoekig grondplan aangelegd en omgeven door een droge gracht en een dubbele bedekte weg. In de aardmassa van het fort bevinden zich een ringgalerij, twee kazematten, twee zich kruisende verbindingsgangen en een waterput, die tevens de spil vormt van een in de mergel gekapte wenteltrap. Deze geeft beneden toegang tot het enorme, door mergelbrekers in de loop der eeuwen uitgehouwen gangenstelsel. Het geheimzinnige doolhof onder het fort hield gevaren in voor de verdedigers; in 1794 vonden er gevechten plaats, toen de Fransen een toegang naar boven poogden te forceren. Omdat het fort vlak onder het bergplateau ligt, werden in de jaren 1816-1821 de muren ongeveer drie meter hoger opgetrokken. Bovenop het fort bouwde men een kanonkazemat voor twaalf stukken, iets lager een opstelling voor twee mortieren. Door deze uitbreiding werd de vuurkracht aanzienlijk opgevoerd en kon een ruimer voorterrein bestreken worden. Fort Sint-Pieter is na 1867 gedeeltelijk gesloopt en verknoeid, maar biedt, hoog tegen de bergtop gelegen, ondanks verval en overwoekering door struikgewas, nog steeds een imposante aanblik. Inmiddels is het fort gerestaureerd.

fort Sint Pieter na de restauratie

Fort Sint-Pieter na de restauratie

Als mollen in de grond

Naast het labyrint van mergelgroeven bezit Maastricht een onderaards netwerk van militaire aard, dat zich nog over de volle lengte onder de Hoge Fronten uitstrekt. Mijngangen of -galerijen vormden een onmisbaar element van de verdediging, daar de vijand zich vanaf de 16de eeuw van ondergronds aangebrachte buskruitmijnen bediende om bressen in de vestinggordel te slaan. Door de aanleg van tegenmijngangen was men in staat de ondergrondse nadering van de vijand tijdig te ontdekken, zijn springladingen onschadelijk te maken, opgegeven versterkingen op te blazen en een bestorming van bressen te verhinderen. Daar men zich in 1868 gemakshalve bepaalde tot een symbolische vernietiging, bleef het netwerk onder de Hoge Fronten vrijwel intact. Het omvat naast voorbeelden uit vroegere tijd: uit 1690, 1747, 1755 en 1759, in hoofdzaak de tussen ca. 1770 en 1785 uitsluitend in metselwerk — wanden van mergelsteen en bakstenen tongewelven - aangelegde mijnenstelsels, die volgens de richtlijnen van Du Moulin tot stand kwamen en door hun ruime afmetingen een hoge graad van perfectie vertonen. In deze periode werd ook een aantal afzonderlijke mijnenstelsels met elkaar in verband gebracht.

gang in kazamatten

Dit geheime doolhof met zijn ronde, overkoepelde «kapellen», zijn wijdse caponnières, trappen, kruitkamers en talloze gangen betekende een dodelijk gevaar voor de vijand onder en boven de grond. Zodra de nadering van vijandelijke mineurs in de écoutes, speciaal voor dit doel aangelegde luistergangen, was opgemerkt, groeven de verdedigers vanuit een van de vele nissen in de galerijwanden een gang naar het gesignaleerde punt en trachtten zij daar een springlading tot ontploffing te brengen. Waren mineurs of commando's van de vijand in een mijnenstelsel doorgedrongen, dan vonden zij de weg versperd door talrijke deuren, waarachter lichte, in zinkputjes verborgen mijnen waren aangebracht, die het gewelf op de indringers konden doen neerstorten. Ieder moment en overal kon de tegenstander in het donker toeslaan. Aanvallers en verdedigers moeten hier, als mollen woelend in de grond, onder ondraaglijke spanningen hebben gestreden. Thans is het onderaardse labyrint van in totaal ca. 10 km een uniek monument van versterkingskunst, dat voor het grootste gedeelte vanuit bastion Waldeck voor bezoekers toegankelijk is.

Afbraak en herstel

groei bebouwing Maastricht 400 - 1795

Met het oog op de concentratie van de landsverdediging achter de Hollandse Waterlinie werd Maastricht bij koninklijk besluit van 29 mei 1867 als versterkt steunpunt opgeheven. Tijdens de Belgische opstand (1830-1839) had de vesting nog een belangrijke rol gespeeld.

Steunend op een sterk garnizoen slaagde de opperbevelhebber generaal Dibbets erin de stad, en daarmee de provincie Limburg, voor Nederland te behouden. Het was de laatste manifestatie van haar militaire betekenis. Maastricht werd na de afscheiding van België (1839) weer een afgelegen grensvesting, die door de moderne krijgskunde als onverdedigbaar werd afgeschreven. Dat hier in tegenstelling tot zoveel andere Nederlandse steden belangrijke gedeelten van de fortificaties aan de ontmanteling in 1868 en volgende jaren zijn ontsnapt, danken wij minder aan de felle protesten die destijds uit een kleine kring van historisch geïnteresseerden opgingen dan aan gelukkig toeval en aan druk van buitenaf. Hierbij heeft de vader van de monumentenzorg in ons land, Jhr. Victor de Stuers, een grote rol gespeeld. Deze geboren Maastrichtenaar wist ook, vanuit zijn ambtelijke positie aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, een grootscheepse restauratie van de middeleeuwse versterkingen op gang te brengen, die in 1881 met de Helpoort een aanvang nam. De restauratie van de buitenwerken in de naoorlogse periode en de belangeloze inzet van vrijwilligers zijn duidelijke indicaties voor een sterk toegenomen waardering voor deze sector van het historisch cultuurbezit. Zij staat er borg voor, dat de in oude staat herstelde vestingwerken wederom zullen getuigen van de tijd, toen Maastricht als het Bolwerk der Nederlanden internationale bekendheid genoot.

Gebruikte bronnen:

Ach Lieve Tijd: Twintig eeuwen Maastricht en Maastrichtenaren Deel 7 De Maastrichtenaren en hun soldaten. Waanders Uitgevers ISBN 97890400004643

Daenen,J.S.M. & Kraus, Th.R. & Notermans J.V.H.: Thans Bonst het grof geschut... De verovering en bezetting van Maastricht in 1748 Uitgave van de Stichting Historische Reeks Maastricht 2001 ISBN 9058420124

Maastrichts Silhouet: uit de serie van de Stichting Historische reeks Maastricht:

Deel 1: Fort Sint Pieter; Notermans, Jos; ISBN 9070356015

Deel 11: De Kazematten;Notermans, Jos; ISBN 9070356112

Deel 15: Helpoort en Nieuwstad; Koreman, Jan ISBN 9070356171

Deel 24: De Werken; Heyden van der, R & Notermans, Jos; ISBN 907035635X

Deel 60: Fort Willem; Minis, servé & Notermans, Jos; ISBN 9058420213

Deel 64: De Maquettes van Maastricht;jenniskens,A.H. ISBN 9789058420275

Morreau, L.J.: Bolwerk der Nederlanden ISBN 9023216989 van Gorcum, Assen 1979

Heijden van der Rob P.W.J.M. e.a. Stad tegen Imperium. Maastricht belegerd door Parma 1579. Uitgave Bonnefantenmuseum 1979

Venner, Jos: Geschiedenis van Limburg Deel 1

Wouters, Dr.Mr.H.H.E. : Vesting Maastricht Uitgave DSM Heerlen Holland 1982