We hebben 235 gasten online

Maastricht Kruispunt van culturen en talen

Gepost in Maastricht

noodkist St Servaas mst 13

noodkist St Servaas mst 14

Bij de afbeeldingen: Noodkist van St.Servaas vervaardigd circa 1160 . In tijden van nood werd dit schrijn door de stad gedragen.

Maastricht heeft een rijke geschiedenis. Zo speelde de stad al een rol tijdens de Batavierenopstand van 69 tot 70 na Christus. Romeinen sloegen er een vaste oeververbinding, opstandige Franken verschansten zich tegen de Romeinse bezetter en bisschop Servatius vond er zijn laatste rustplaats.

Maastricht werd na zijn dood een voornaam bedevaartsoord. De stad groeide uit tot een aantrekkelijk handelscentrum en een strategisch belangrijke vesting, belegerd door onder meer de legers van Parma, Frederik Hendrik, Lodewijk XIV en generaal Kléber. Maastricht groeide ook uit tot een industriecentrum met aardewerk-, glas- en papierfabrieken. Maastricht ademt een buitenlandse sfeer.

Prehistorie en Romeinen

De regio, waarvan Maastricht heden ten dage het middelpunt vormt, getuigde van meet af aan van een bijzondere vitaliteit. Immers vondsten in de kalksteen van de Sint-Pietersberg bewijzen daar voorkomend dierlijk leven, 65.000.000 jaren geleden: zeeschildpadden en de Maashagedis.

maashagedis mst 2

De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid werden ontdekt in de leem- en grindgroeve Belvédère. Zij dateren van circa 250.000 jaren geleden.

Het zijn echter de Romeinen die ons met hun komst op vaste historische grond brengen. Het leger van Julius Caesar versloeg in 54 voor Christus de opstandige Eburonen onder hun leider Ambiorix.

Tijdens de regering van keizer Augustus maakte de landstreek deel uit van de provincie Gallia Belgica. In die tijd of kort daarna moet ter plaatse van het huidige Maastricht een eerste nederzetting ontstaan zijn. De heirbaan tussen het huidige Keulen en Boulogne-sur-Mer aan de Kanaalkust maakte ter hoogte van Maastricht gebruik van een doorwaadbare plaats. Later is daar een vaste oeververbinding gekomen, vermoedelijk aanvankelijk een houtconstructie en veel later vervangen door stenen pijlers met een houten bovenbouw. Aan deze brug, dit trajectum, waarvan aanmerkelijke resten zijn teruggevonden, zou de nederzetting haar naam ontlenen: Mosae Trajectum, nog herkenbaar in de latere benaming Maastricht.

Kruispunt mst 1

Skelet van een reuzeschildpad uit het Maestrichtien.

Naar alle waarschijnlijkheid speelde Maastricht al een rol in de bekende opstand van de Batavieren onder Julius Civilis in de jaren 69-70 na Christus. Terwijl Civilis met zijn leger vanuit Keulen naar het westen optrok, verschanste zich de Romeinse veldheer Claudius Labeo op een plek die de geschiedschrijver Tacitus Aanduidt als fretus loco quia pontem Mosae fluminis antececpe rat...., hij vertrouwde op die plaats omdat hij, Labeo, de brug over de Maas tevoren bezet had. Labeo koos het hazepad voordat hij werd omsingeld door de Germanen die de Maas waren overgezwommen. (HistIV, 66).

opgravingen Hotel Derlon mst 3

Romeinse opgravingen Hotel Derlon O.L. Vrouweplein Maastricht

Iets soortgelijks gebeurde drie eeuwen later. De geschiedschrijver en legerofficier Ammianus Marcellinus, die de latere keizer Julianus op zijn krijgstochten vergezelde, verhaalt erover. -Tegen het einde van het jaar 357 snelde Julianus vanuit Keulen met zijn leger naar het westen om de opstandige Franken een lesje te leren. De opstandelingen hadden zich verschanst in twee versterkte plaatsen. Een daarvan wordt door Marcellinus aangeduid als ...castellum oppidum..., versterkte stad, ...quod Mosa fluvius praeteorlamb it..., waarlangs de rivier de Maas vloeit. Ongetwijfeld bedoelt hij daarmee Maastricht.

De Franken hadden waarschijnlijk de brug over de Maas onklaar gemaakt. Niettemin besloot Julianus tot belegering over te gaan. De jaarwisseling bracht felle winterkoude met ijsgang op de rivier. Julianus, bevreesd dat de Franken van de nachtelijke duisternis gebruik zouden maken om over het ijs naar het oosten te ontsnappen, liet overdag door middel van scheepjes het ijs breken. De belegering had succes; de Franken, door voedselgebrek gedwongen, gaven zich over. (Rerum Gestarum, XVII).

Christendom

Intussen begon ook in onze streken het christendom vaste voet te krijgen. Gregorius van Tours, bisschop en geschiedschrijver in de zesde eeuw, vermeldt in zijn Historiae Francorum, Frankische Geschiedboeken, dat Servatius (in de oudste handschriften van Gregorius' werken heet hij overigens steevast Aravatius) tijdens zijn verblijf in Rome in een visioen door Petrus werd aangespoord naar zijn zetelstad terug te keren. Immers de Hunnen onder Atilla zouden Gallië binnendringen; Servatius zou echter voordien sterven. Hij diende dus de nodige voorbereidingen voor zijn dood en begrafenis te treffen en zijn stad Tongeren te verlaten. Toen Servatius daarop Maastricht naderde werd hij overvallen door een matige koorts, waarna hij overleed (Hist. Fr. II, 6). Gregorius voegt er nog aan toe.... nadat de gelovigen zijn lijk verzorgd hadden werd hij nabij de openbare weg begraven. In een ander werk, De Gloria Confessorum (over de glorie der belijders) schrijft Gregorius dat de grafstede van Servatius zich bevond iuxta pontem, bij de brug (GI. Conf. 72). Dat heeft naderhand tot misvattingen geleid, omdat men vermoedde dat Servatius aanvankelijk in of nabij de dicht bij de brug gelegen O.L.Vrouwekerk zou hebben gerust. Gregorius vermeldt voorts dat de gelovigen boven het graf een houten kapel bouwden, die door Gregorius' tijdgenoot, de Maastrichtse bisschop Monulphus, werd vervangen door een grote en waarschijnlijk uit steen opgetrokken kerk. In de loop van de daaropvolgende eeuwen groeide op deze plaats het imposante complex van wat wij thans kennen als de Sint Servaasbasiliek.

zicht op vrijthof

Zicht op de St. Servaaskerk.

Is de Sint Servaas primair een grafkerk, naar Romeins gebruik buiten de muren van het Castellum gesitueerd, dan is het logisch dat een tweede kerk, als bisschoppelijke kathedraal, volgens dat zelfde gebruik binnen de muren was gelegen. Lag die bisschopskerk van Maastricht ter plaatse van de O.L.Vrouwebasiliek?

De oudste gedeelten van de O.L.Vrouwe, het stoere westwerk en enkele details van het interieur en van de oost-crypte, dateren, als rest van een oudere kerk, uit de elfde eeuw. Maar ook die zal vermoedelijk niet de eerste ter plaatse zijn geweest. Voor het overige vertoont het kerkgebouw frappante gelijkenis niet alleen met de voormalige Mariakerk te Utrecht en de abdijkerk van Rolduc, maar vooral ook met de voormalige Dom van Novara, de Santa Maria del Popolo te Pavia en de San Carpóforo bij Como.

Toch zou de grafkerk van Servatius in de rangorde van Maastrichtse heiligdommen de eerste plaats blijven innemen, vooral om het graf van 'de Grote Heer van Tricht', Sint Servaas, wiens figuur van meet af aan met legenden was omweven. Een en ander leidde er toe dat Maastricht een plaats kreeg in de reeks van de voornaamste bedevaartsoorden van het toenmalige Europa. De Maastrichtse bevolking kwam in aanraking met lieden uit aller heren landen. De stad kreeg internationale trekken. Het feit van de ligging op een driesprong van taalgrenzen en culturen voegde daar nog het zijne aan toe.

grafkruis Hubertus mst 6

Tekst Grafkruis Hubertus:

In het jaar Onzes Heren 1086, het 9e van de indictie, de 15e dag na volle maan, op zaterdag, de 6e voor de nonae van mei, is overleden een aanzienlijk man, Humbertus, zoals hij eigenlijk heet, maar gekend onder zijn bijnaam Hugo, proost van deze kerk en van de grote kerk in Luik, en aartsdiaken van Texandrië. Door zijn levenswijze heeft hij zijn broeders onderricht. Hij heeft de prebenden vergroot. De kerk heeft hij hersteld voor wat betreft het heiligdom, het koor, de crypte, het graf van de heer en Hertog Karel, de drie vleugelkapellen en de kapel aan de westkant, de kleedruimte, de ruimte voor het kapittel, de kloosterschool en de hele kruisgang. Hij heeft de kerk voorzien van nieuwe vaste altaren, schilderwerk, een stenen ark voor de heilige Monulfus en de heilige Gondulfus, alsook met hun graf in het midden van de kerk. Hij heeft de kerk uitgerust met reliekhouders, kazuifels, togen, met de grote wierookhouder en de bijbehorende wierook en met andere liturgische voorwerpen. Hij heeft het baldakijn, dat boven het altaar van de heilige Servaas staat, laten bouwen en versieren. Het is met het grootste leedwezen dat hij het werk, waaraan hij begonnen is, wegens zijn verscheiden niet heeft kunnen afmaken.

Het grafkruis van Humbertus is in de vorm van een Grieks kruis gesneden uit een 5 mm dikke plaat lood van 37,5 cm in het vierkant. De verticale balk is 10,6 cm en de horizontale 12,9 cm breed. Het kruis werd op 16 juni 1988 ontdekt in de stenen grafkist van de proost, die in de grond was ingegraven, en die was gelegen in de as van de Sint Servaasbasiliek, pal voor de westbouw. Het kruis bevond zich aan het hoofdeinde van de proost. 902 jaar na de dood van Humbertus getuigt het van de echtheid van diens gebeente en ontrukt het de proost aan de vergetelheid.

Rond het jaar 402 trokken de Romeinse troepen terug naar Italië en kwam Maastricht onder het bestuur van de Franken. Veel is over deze tijd en de daarop volgende Karolingische periode niet bekend, maar tijdens de groei van het Karolingische rijk, dat in Aken zijn hoofdzetel had, bevond Maastricht zich in een gunstige positie dichtbij het machtscentrum.

Met name de Sint-Servaaskerk en -abdij profiteerden van deze nabijheid. Karel de Grote en zijn opvolgers verleenden gunsten aan de kerk en droegen bij aan haar groeiende rijkdom en invloed. Deze ontwikkelingen vonden plaats buiten het oude Romeinse hart van de stad, dat zich in het gebied van de latere Onze-Lieve-Vrouwekerk bevond. Eind zevende eeuw, begin achtste eeuw verplaatste bisschop Lambertus de zetel van het bisdom naar Luik, waarmee de Onze-Lieve-Vrouwe en de voormalige Romeinse gedeelten onder gezag kwamen van de bisschop van Luik, die jurisdictie en belastingrecht over dit gedeelte van de stad kreeg. Het Karolingische gedeelte -het Vrijthof en de Sint-Servaas- vormde de basis voor het gezag, dat tenslotte overging op de hertogen van Brabant.

akte Hertog Jan 1 van Brabant mst 8

Akte, waarbij Jan I, hertog van Brabant, zijn onderdanen te Maastricht gelaste hun graan te malen in de molen van het kapittel van St.Servaas. De akte is voorzien van het ruiterzegel van hertog Jan

In de vijftiende eeuw werd Brabant opgeslokt door het zich uitbreidende Bourgondische rijk. Het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk in 1477 bracht de stad gedeeltelijk onder het gezag van de Habsburgers.

Vestingstad

Helpoort mst 7

Een ander belangrijk element in de ontwikkeling van Maastricht was zijn strategische ligging Van het zuiden uit gezien was de stad toegangspoort van de Noordelijke Nederlanden.

Waarschijnlijk werd al in 1229 de toenmalige stad van een nieuwe ommuring met poorten en torens voorzien. Op het einde van de 14e eeuw volgde een tweede, veel ruimere, waardoor het stadsgebied binnen de muren nagenoeg verviervoudig werd. Tot op de dag van vandaag valt waar te nemen dat de straten binnen de oudere vesting smal en kronkelig zijn. De verbindingsstraten die vanaf de oude stadspoorten naar de nieuwe werden aangelegd zijn daarentegen breed en recht, zoals de Boschstraat, de Brusselsestraat en de Tongersestraat. Deze ommuring, vernieuwd en versterkt, en naderhand aan de veldzijde van gecompliceerde buitenwerken voorzien, maakte van Maastricht een van de sterkste vestingen van Noordwest-Europa.

Deze telkens weer uitgebreide en verbeterde verdedigingswerken maakte een sterk garnizoen noodzakelijk. De manschappen en veelal adellijke officieren vormden voor de stedelingen een welkome bron van inkomsten. Bovendien droeg de aanwezigheid van deze vreemdelingen, Duitsers, Fransen, Spanjaarden, Italianen en wat al niet, opnieuw het hare bij tot vorming van aard en levensstijl van de Maastrichtse bevolking.

Maar er was ook een keerzijde: de talrijke belegeringen namelijk die de vesting te doorstaan had. Een van de dieptepunten was de belegering en de inname door Parma in 1579.

Alexander Farnese, hertog van Parma, werd gezonden om de stad tot afschrikwekkend voorbeeld te stellen. In maart 1579 sloegen de Spaanse troepen het beleg voor Maastricht. Het garnizoen en de burgerbevolking hielden het vier maanden uit, hopend te worden ontzet door de legers van Willem van Oranje.

borstbeeld St Servatius mst 7

Borstbeeld van St Servatius uit de 16e eeuw. De hertog van Parma gaf het als geschenk ter vervanging van het oudere borstbeeld dat in 1579 bij de inname van Maastricht werd vernield.

Op 29 juni 1579 echter werd de stad na hevige gevechten rond de Brusselsepoort onder de voet gelopen. Spaanse troepen raasden moordend en plunderend door de straten. Plannen om burgers naar Wyck te evacueren en daar stand te houden liepen tragisch af, toen de houten overspanning aan de Wyckerzijde van de brug te vroeg vernietigd werd, waardoor veel mensen in de rivier vielen en verdronken. Het uiteindelijke verlies, dat de stad leed door deze tweede Spaanse Furie, bedroeg vele honderden doden op een geschatte bevolking van 10.000.

Door de Staten-Generaal werden twee pogingen (1592 en 1594) gedaan om Maastricht weer in te nemen, maar beide mislukten. De stad bleef in Spaanse handen tot ze in 1632 heroverd werd door Frederik Hendrik. Zowel in 1579 als in 1632 maakten de legers gebruik van nieuwe aanvals- en verdedigingstechnieken. De belangrijkste nieuwigheid was het graven van tunnels onder de verdedigingswerken en het daar plaatsen van explosieven om bressen in de omwalling te slaan. De verdedigers reageerden met het uitgraven van mijngalerijen voor de ommuring, die ze opbliezen, zodra de vijand dicht genoeg genaderd was. Beide zijden maakten ook gebruik van luistergalerijen om elkaars bewegingen te volgen. Na 1632 werden de vestingwerken van Maastricht grondig gewijzigd. Een ring van nieuwe verdedigingswerken, de buitenwerken, werd aangelegd. Telkens wanneer de internationale spanning of oorlogsdreiging steeg, werden de vestingwerken haastig hersteld en gemoderniseerd, maar na ieder vredesverdrag raakten ze weer in verval.

Toen de stad in 1632 door Frederik Hendrik op de Spanjaarden veroverd werd, gingen de nog altijd met de prinsbisschop van Luik gedeelde rechten over op de Staten-Generaal van de republiek der Verenigde Nederlanden. In 1284 werden met de Alde Caerte regels voor de jurisdictie over de stad vastgelegd. De prinsbisschop en de hertog werden gelijkwaardige Soevereinen van de onverdeelde stad. Zij bezaten rechtsmacht over respectievelijk de burgers van Luikse en van Brabantse nativiteit. Het gemeentebestuur diende een gelijk aantal vertegenwoordigers van beide partijen te bevatten. De munt, de muren en de poorten stonden onder gezamenlijk gezag, maar de rivier was verdeeld: stroomopwaarts vanaf de brug bezat de prinsbisschop van Luik autoriteit, stroomafwaarts de hertog van Brabant. Rivaliteit tussen beiden had eerder ertoe geleid, dat in 1229 de hertog de stad toestond een ommuring aan te leggen.

Katholieken kwamen niet langer in aanmerking voor het vervullen van overheidsfuncties.

Ofschoon de protestanten slechts een kleine minderheid vormden werden hen toch de kerken van Sint Jan en Sint Matthijs toegewezen.

De vrede van Munster in 1648 maakte een einde aan de Tachtigjarige Oorlog en zorgde voor een periode van betrekkelijke rust. Betrekkelijk omdat de Fransen hun begerige blikken op de Zuidelijke Nederlanden hadden laten vallen. Na een eerdere vergeefse poging werd in juni 1673 Maastricht ingesloten en bestormd door de legers van Lodewijk XIV. De zonnekoning volgde vanaf de Louberg het verloop van de strijd. Tijdens deze belegering sneuvelde kort voor de muren van Maastricht Charles de Batz-Castelmore, seigneur d'Artagnan, de held uit de roman De drie musketiers van Alexandre Dumas. Ter plaatse kreeg hij een bescheiden gedenkteken. Onder de Fransen herkregen de katholieken hun rechten.

vrede van Nijmegen mst 12

Niet voor lang echter want bij de Vrede van Nijmegen in 1678 werd Maastricht aan de Staten teruggegeven. De stad werd als vesting inmiddels verder versterkt.

De Fransen wisten niet van ophouden. In 1747 werd het Franse leger onder de rook van Maastricht tot terugtocht gedwongen door de troepen van de verbondenen (Oostenrijk, de Verenigde Republiek en Engeland). Een jaar later waren ze er weer en hielden de stad ongeveer twee jaar bezet.

De Franse Revolutie die in 1789 uitbrak zorgde opnieuw voor een bezetting door een Franse strijdmacht. Generaal Kléber nam de stad in oktober 1794 in en vestigde er een garnizoen, gecommandeerd door Bernadotte, de latere koning van Zweden.

Maastricht werd hoofdstad van het département de la Meuse Inférieure, dat vrijwel heel het huidige Belgisch Limburg plus Zuid-Limburg beneden Sittard omvatte. De tweeherigheid verdween, de kloosters werden afgeschaft, goederen en bezittingen van kerken en kloosters werden genaast en verkocht, alle kloosterlingen werden verdreven. De Sint Servaas werd opslagplaats voor het door het leger benutte hooi en stro, de Onze Lieve Vrouwe Basiliek smederij en magazijn van het garnizoen. De katholieken kregen hun vrijheid terug na het concordaat dat Napoleon in 1801 met de Heilige Stoel sloot.

In 1803 bezocht Napoleon - de latere keizer — Maastricht, waar hij door de bevolking enthousiast werd ontvangen. Twaalf jaar later werd Willem 1 tot koning der Nederlanden uitgeroepen, werden Nederland en België verenigd en werd Maastricht de hoofdstad van de provincie Limburg.

Nog eenmaal werd Maastricht in het krijgsgewoel betrokken. Dat was negen jaar lang vanaf 1830 toen België zich afscheidde en heel de provincie Limburg met uitzondering van Maastricht met zijn Hollands garnizoen zich bij de opstandelingen aansloot. In 1867 tenslotte kwam er een einde aan het bestaan van de vesting Maastricht.

Stadhuis

prinsenkamer stadhuis te maastricht 12

Prinsenkamer in het stadhuis van Maastricht

Na het einde van de tachtigjarige oorlog brak er een periode van een zekere wederopbloei van handel en nijverheid aan, waarvan ook het stadsbestuur van Maastricht profiteerde. Een nieuw stadhuis wilden de bestuurderen van de Maasstad. Aan de Haarlemmer Pieter Post, de ontwerper van onder meer het Haagse Mauritshuis en samen met Jacob van Campen van het Huis ten Bosch, werd opdracht verleend het stadhuis vorm te geven. Bij de decoratie van het interieur kregen Hollandse kunstenaars de beste kansen.Het stadhuis is het sierstuk gebleven van de van oudsher iets in de schaduw van het Vrijthof staande Markt.

Ambachten

Voor dit stadhuis had de Lakenhal moeten wijken, het gebouw van de lakenwevers. Zij vormden van oudsher het voornaamste Gilde of Ambacht in Maastricht. Deze gilden waren in de middeleeuwen een geduchte macht. Naast het gilde der lakenwevers was er dat van de droogscheerders, de looiers, de ververs, de goudsmeden, de bakkers, de kremers (geelgieters en verdere kleinhandel), de zakkendragers, de hoveniers en noem maar op.

Tijdens de middeleeuwen fungeerden de Ambachten tevens als gewapende corpsen die werden ingezet tot verdediging van de stad. Na de inname door Parma kwam daaraan een einde. Zij traden daarna hoogstens op als hulptroepen van het garnizoen en als brandweerlieden.

Alle ambachten hadden hun eigen schutspatroon en ook een altaar in een van de vele kerken. Tevens bezaten zij een gildehuis; in Maastricht heette dat leube. Enkele daarvan zijn nog herkenbaar. Zo lag de leube van de leerlooiers in de Kleine Looiersstraat. Een steen met de beeltenis van Sint Urbanus, de patroon van de wijnbouwers en de hoveniers, siert een huis aan het begin van de Kommel, waar zich de leube van dat gilde bevond. Hetzelfde geldt voor een steen met de Aanbidding door de Drie Koningen, immers daar was de leube der bakkers. De Ambachten wisten hun bestaan te rekken tot de komst van de Fransen in 1796; toen verdwenen zij definitief.

Welvaart

In de loop van de achttiende eeuw maakte de stad economisch een vrij gunstige tijd door, dat blijkt ouder meer nog uit de datering van de gevevelstenen. In deze eeuw werd ook de restauratie van de Maasrug, naar plannen van de dominicaan Francois Romain, door de stadsbouwmeester Gilles Doyen .

In 17I0 kreeg Maastricht zijn eerste straatverlichting. Ruim vierhonderd stuks olielantaarns op palen. Monumentale herenhuizen werden gebouwd voor Staatse gouverneurs en hoofdofficieren, zoals het Hof van Tilly. In de achttiende eeuw bezocht ook tsaar Peter de Grote Maastricht, waar hij verbleef onder andere ten huize van de stadscommendant Baron von Dopff de bouwheer van kasteel Neercanne.

Na afloop van de Napoleontische oorlogen werd de kaart van Europa op het Wener Congres (september 1814 tot juni 1815) door de geallieerden herzien. In het noordwesten vormde de nieuwe Nederlandse staat door de vereniging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden een sterke buffer tegen Frankrijk. Deze vereniging hield niet lang stand. In 1830 kwamen de Belgen in opstand tegen vorst en regering en zij riepen hun onafhankelijkheid uit. Geografisch gezien had Maastricht een deel van België moeten worden, maar het garnizoen onder generaal Dibbets bleef trouw aan het huis van Oranje. In 1839 werd de provincie Limburg tot grote ontevredenheid van de Belgen en Limburgers in tweeën verdeeld, waarbij Maastricht in Nederlandse handen bleef.

De vroege negentiende eeuw was een moeilijke tijd voor Maastricht. Er waren ongekend veel armen, wezen en daklozen en de kerkelijke instellingen, die eertijds de noden verlichtten, bestonden niet meer. In de noordelijke provincies, waar het katholicisme tijdens de opstand tegen de Spanjaarden aan kant was gezet, was een groot aantal wereldlijke charitatieve instellingen gesticht met behulp van de rijkdommen, die door de handel vergaard waren. Iets dergelijks kende Maastricht in het Burgerlijk Armbestuur, dat de rol van liefdadigheid en ondersteuning van de vroegere kerkelijke instellingen had overgenomen. De eerste verschijnselen van de industriële revolutie bespeurde men te Maastricht, toen Petrus Regout zijn zakencarrière begon, aanvankelijk met glasslijpen, vervolgens met het fabriceren van spijkers en tenslotte met het openen van een aardewerkfabriek, de latere Sphinx, waarmee hij fortuin maakte.

sphinx aardewerkfabriek Regout mst 9

Ingang aardewerkfabriek Petrus Regout, De Sphinx, aan de Boschstraat te Maastricht

Anderen volgden het voorbeeld van Regout en Maastricht werd de eerste geïndustrialiseerde stad in Nederland, met onder andere bloeiende aardewerk- en papierfabrieken. De komst van de spoorwegen verbond Maastricht met Duitsland, België en het noorden van Nederland.

De industrialisatie bracht sommige lagen van de bevolking grote voorspoed, maar veroorzaakte tevens het ontstaan van een groeiend stedelijk proletariaat, fabrieksarbeiders, die in erbarmelijke omstandigheden leefden, onderbetaald werden en blootstonden aan ziekten en epidemieën. De stad kende een chronisch tekort aan huizen en had in de negentiende eeuw verscheidene cholera-epidemieën te verduren. Later in de negentiende eeuw kende de katholieke kerk een opleving. Hernieuwde belangstelling voor de Middeleeuwen, die gezien werden als het hoogtepunt van de katholieke geschiedenis, leidde ertoe, dat de oudste kerken in de stad gerestaureerd werden. Ook het gezelschapsleven herstelde zich, onder andere door invoering van jaarlijkse carnavalsfestiviteiten.

In de jaren 1867-1868 werd een groot gedeelte van de vesting ontmanteld om plaats te maken voor veel uitbreidingen en ontwikkelingen. Nieuwe bouwprojecten werden ondernomen, brede singels en boulevards werden aangelegd. Omdat Nederland er tijdens de Eerste Wereldoorlog in slaagde neutraal te blijven, kreeg Maastricht een grote stroom vluchtelingen, met name uit België, te verwerken. De daaropvolgende crisisjaren brachten, zoals in de rest van het land, grote werkloosheid met zich. De arbeidsverhoudingen waren gedurende deze hele periode zeer slecht. Conflicten over vakbondslidmaatschap, lonen en arbeidsvoorwaarden, evenals conflicten tussen de socialistische en katholieke bonden kwamen veelvuldig voor, met verschillende harde confrontaties. Zo vielen er bij de staking in de Zinkwitfabriek in 1929 twee doden. In mei 1940 werd Maastricht door de Duitsers bezet; in september 1944 was het de eerste bevrijde stad in Nederland. Na de oorlog kende Maastricht een zeer ernstige woningnood, een probleem, dat al uit de jaren dertig dateerde. In de jaren daarna werd het historisch centrum van de stad gerestaureerd en vonden er uitgebreide bouwwerkzaamheden plaats in de buitenwijken

Moderne stad

Van oudsher ligt Maastricht op een kruispunt van talen en culturen en zo vormt de stad met zijn Nederlandse, Duitse, Vlaamse en Waalse elementen het centrum van de omliggende regio. Jaren her heeft men dit gebied willen karakteriseren als het Land zonder Grenzen. Nu in onze tijd de bestaande grenzen geleidelijk aan vervagen, krijgt deze benaming des te meer nadruk en reële betekenis.

Maastricht heeft zijn centrumfunctie in het moderne Europa zeer wel begrepen. Tijdens de periode na de Tweede Wereldoorlog beleefde de stad een periode van ongekende bloei en van gezond wasdom. Deze stad die voordien leefde van haar industrie en voor het overige rustte op de lauweren van haar glorieuze verleden, werd wakker.

In deze periode van nog geen eeuw verwierf zij niet alleen een conservatorium en kunstacademies, musea van allure, luxe hotels, een luchthaven, twee nieuwe verkeersbruggen over de Maas, maar ook een universiteit, die in de korte tijd van haar bestaan al een uitstekende internationale faam wist op te bouwen. Daarbij kwam nog, last but not least, een academisch ziekenhuis en het MECC ontstaan (Maastrichts Expositie en Congres Centrum).

In 1981 en 1991 was de stad gastvrouw voor de topconferentie van de regeringsleiders van de Europese Gemeenschap. De vorming van de Euregio, waarvan de steden Aken, Luik en Maastricht de centra zijn, is een ander teken, dat Maastricht niet langer een grensstad tussen verschillende grootmachten is, maar weer haar centrale positie in Europa inneemt, die de stad onder Karel de Grote bezat. In 1991 kwam in Maastricht het Verdrag van Maastricht tot stand, dat dankzij referenda in verschillende landen er toe leidde dat de naam Maastricht over de hele wereld bekend werd.

Wie het huidige Maastricht bezoekt kan de grote bedrijvigheid die de stad kenmerkt met eigen ogen constateren. In Randwyck, gelegen tussen Maas en autoweg naar Luik, is een veelomvattende wijk met Provinciehuis, academisch ziekenhuis en MECC ontslaan.

maquette Ceramiqueterrein mst 11

Macquette van de stadswijk Ceramique

Tussen het O.L.Vrouweplein en de Hondstraat is het Europees Instituut voor Bestuurskunde verwezenlijkt, op het terrein van de voormalige Ceramique is een geheel nieuwe futuristisch aandoende woonwijk gerealiseerd.Maastricht, stad in het hart van Europa, lijkt een grote toekomst tegemoet te gaan.

Gegevens ontleend aan

Venner, Jos: Geschiedenis van Limburg Deel 1 en deel II ISBN 907158111X 2000-2001

Voets, Jacques Zo zag ik Maas en Tricht Veldeke

Vrede van Nijmegen catalogus 1978 Gemeente Nijmegen nr.1

Wouters, Dr.Mr.H.H.E. : Maastricht Kruispunt van culturen en talen in Europa Uitgave DSM Heerlen Holland 1990

Wouters, Dr.Mr.H.H.E. : Vesting Maastricht Uitgave DSM Heerlen Holland 1982