We hebben 92 gasten online

Hfst 2 Maastricht als centrum van economische activiteiten in de Middeleeuwen

Gepost in Maastricht

symbolische voorstelling tweeherigheid

Hoofdstuk 2: De Merovingische en Karolingische muntslag te Maastricht

In Maastricht, Dinant,Hoei en Namen ontstond ten gevol ge van de opgroeiende handel over en weer een muntwezen. Alberts is de mening toegedaan dat do muntwerkzaamheid zonder twijfel samenhangt met de omstandigheid dat de Maas als handelsroute van het zuiden naar bet noorden en omgekeerdfungeerde (8). Deze rivier en enkele van haar zijrivi eren maakte het mogelijk verschillende soorten van handelsgoederen over grote afstand te vervoeren, uit het binnenland produkten naar de kust te brengen en dit binnenland te voorzien van datgene w at men van elders kon aanvoeren. Alberts is verder van mening datde muntslag, het handelsverkeer diende ; de aanwezigheid van een munt te Maastricht is derhalve een aanwijzing voor de economische betekenis van de stad.

Uit gevonden munten blijkt dat er in maastricht tenminste 14 monetarii gewerkt hebben en waarvan de namen bekend zijn (9). De munten die men er sloeg noemt men tremisses of trientes soldi. Ze ontlenen hun naam aan het feit ,dat hun gewicht het derde deel is van een Romeinse Solidus; deze gouden munt had in de tijd van zijn ontstaan - hij is namelijk . ingevoerd door Keizer Constantijn in 307 - een gewicht van 4.54 gram. Een gouden. tremis sis weegt dus I.51 gram, De Maastrichtse tremisses halen dit gewicht echter niet; dit schommelt tusaen 1.13 en 1,37 gram. Het zijn kleine munten:hun doorsnede bedraagt nauwelijks t 10 mm( I0).

Uit het vrij groot aantal te Maastricht geslagen munten blijkt hoe groot die activiteit van de monetarii aldaar is geweest er hoe de handel er moet hebben gebloeid.

De meeste schat en losse vondsten blijken voor te koren in Friesland met een uitloper langs de Noordzeekust in Duiitsland tot in Denemarken toe. Uit de ligging der vindplaatsen valt verder op te maken, dat de Maas, de Vecht en de zeearmen van de Zuiderzee de natuurlijke verkeersaders waren waarlangs de handel zich bewoog vanuit Maaetrcht naar het noorden in Friesland.

Jansen is de mening toegedaan (11) dat Maastricht,Luik,Namen, Hoei enVerdun een aparte vermelding behoeven omdat in deze plaatsen in de Merovingische en Karolingische tijd munten werden geslagen waarvan het verspreidingsgebied vrij groot was. Volgens Jansen doet de Maasstreek in sommige opzichten niet onder voor de Friese handel. Hij wijst er op dat er in de Merovingische en Karolingische tijd contacten zijn aan te wijzen met het Middenlandse Zeegebied. Jansen doelt hier waarschijnlijk op rnuntvondsten welke in Frankrijk zijn gedaan. Bautier (12) wijst o.a. op de muntschat van Buis, in Saone en Loire van ongebeer 631-'641 ,welke munten bevat die origineel stammen van muntslagen in de Rhone, Saone en Maasvaleien en speciaal via Maastricht.

Sprenger is evenals Jansen de mening toegedaan dat er vanuit Maastricht een verbinding moet hebben bestaan met het Middenlandse Zeegebied (13 ), daarop wijst volgens hem de schatvondst van Chissey-en- Morven in de Saone -en L.oirestreek. De weg daarheen ging via de Maas langs Hoei, Namen, Dinant, Verdun en Mouzon, allen bekende munt laat sen in de Merovingische tijd. Via Chissey- en - Morvan kon men langs de rivier de Rhone de Middenlandse zee bereiken, een van oudst bekende waterweg, die al in de voor- Romeinse tijd werd benut. Naar alle waarschijnlijkheid hebben Baotier en Sprenger het over dezefde muntschat.

In 755 word door Pepijn van Herstal (751--768), mede onder invloed van economische omst adig-heden het muntwezen hervord en deze hervorming werd door Karel de Grote (768- 824) voortgezet. ln het vervolg zou er geen sprake meer zijn van een individuele nuntsl ag door de rnonetarii . De gouden munten werden afgeschaft en men liet daa rvoor in de plaats zilveren penningen of denarii en halve denarii of oboli slaan (14).

Uit de te Imphy gevond en munten van Maastricht blijkt dat er na 775 handelsbetrekkingen bestonden tussen Maastricht en midden Frankri jk (15). Dit is een van de aanwi jzigingen die er op duiden dat er in de tweede helft va de 8 ste eeuw srpake is van een economische opleving. Folz wijst er op dat er vanaf het midden van de 8 ste eeuw tekenen zijn die wijzen op een bepaalde economische expansie in de ruileconomie (16). Er ontstaan ' portus' , kleine nederzettingen aan de rivier, m et kaden en pakhuizen.Ook de activiteiten van 'negotiatores' (de handelaars), wijzen op een economische opleving.

Een van deze 'Portus’ was Maastricht. Wouters geeft aan dat de betekenis van Maastricht als binnenhaven wordt onderstreept door haar plaats onder de vijf tolkantoren die het verkeer op de Rijn, de Maas en de Seine controleren (17). Alberts ziet dit als en teken ven handelsactiviteit en geeft aan dat er zelfs van een zekere materiële welvaart gesproken kan worden(18) .

De indicatie dat Maastricht een belangrijke nederzetting was, met veel vreemde bezoekers,wordt door de biograaf van Karel de Grote, Einhard of Eginhard bevesti gd, die Maastricht vermeld als een. plaats wier inwoners voor het grootste deel handelaars waren (19).

Het Karolingisch Rijk mag dan volgens Slichter von Bath, vanuit economisch oogpunt beschouwd, een eilandkarakter hebben (20), dat neemt echter niet weg dat er in alle sectoren van de Karolingische economie tekenen zijn van groei en verhoging van de opbregs(21). Maastricht is wat economische bedrijvigheid betreft daarvan een voorbeeld.

Voor Jansen zijn de handelsnederzett gen, die 'portus of vicus' werden genoemd, in economisch opzicht belangrijker dan de bisschopssteden(22). Maastricht is naast ' portus' tot het jaar 732 bisschopsstad geweest. Dit werpt nog een duidelijker licht op de economische betekenis van Maastricht.

Bautier geeft als oorzaak van de economische opleving de relatieve politieke stabiliteit aan; dit proces handhaafde zich tot na het midden van de 9e de eeuw (23). De handel nam volgens Bautier toe en -vooral het vervoer over rivieren speelde een belangrijke rol. We dienen echter niet uit het oog te verliezen dat de economie duidelijk een agraisch –georiënteerde economie was.

Zie voor hoofdstuk 3 Hfst 3 Maastricht als centrum van economische activiteiten in de Middeleeuwen