We hebben 349 gasten online

Maastricht van D-day tot bevrijding

Gepost in Maastricht

Auteur J.G.J. Koreman.

(Tekst van een lezing gehouden op 11 september 1969 voor de leden van de kring Maastricht van L.G.O.G. bij gelegenheid van de herdenking van het feit, dat Maastricht vijf en twintig jaar geleden bevrijd werd).

Verschenen in De Maasgouw tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde jaargang 88-1969 nummer 5 uitgave van limburgs geschied- en oudheidkundig genootschap

U kent, het verhaal over de bezetter. Na 25 daar dreigen het allemaal cliché's te worden, misschien zijn zij het al. Wat zegt ons, mensen van cie zogenaamde -welvaartsstaat, nog de angst om het naakte bestaan, waaraan toen iedere dag of nacht een definitief einde kon komen door gevaren vanuit de lucht, gevaren te land en vooral door gevaren van verziekte geesten in gehate uniformen.

Wat zegt ons nog een stampende laars in de nacht, die langs uw huisdeur voorbijkwam, wat een gillende sirene, die duizenden moeders en kinderen tot neurotici maakte, wat 125 gram brood per dag en een ons vlees in de week. Wie kan zich eigenlijk nog voorstellen grotendeels te moeten leven bij geruchten en niet te kunnen protesteren, wat wij tegenwoordig zo graag doen. Inspraak kon U gerust krijgen, maar dan wel met liet pistool in de nek, en Bergen Belsen, Neuengamme, Vught, Auschwitz en andere beruchte kampen lagen bij wijze van spreken aan het einde van uw straat.Geld was er vaak wel, maar geen goed.

En dan was er ook nog een begrip, dat niet meer bestond: vrijheid. Als je de man in de straat toen gevraagd zou hebben wat hij er onder verstond, dan kreeg je misschien duizend verschillende antwoorden te horen, maar die allen resulteerden in: het weer baas zijn in eigen huis; in het weg met de bezetter.

Na de inval van de Duitsers in mei 1940 liet de toekomst zich aanvankelijk nogal rustig aanzien. De stad was er genadig van afgekomen en de Maastrichtenaar, die niet gauw uit zijn evenwicht is te brengen, beperkte zich in zijn gevoelsuitingen tot een soort van apathische antipathie en tot een min of meer legaal verzet, zoals het lidmaatschap van de Nederlandse Unie.

Maar al spoedig volgde ook illegaal verzet. Hier en daar verschenen vlugschriften op oranjepapier, meestal maar eenmalig of afkomstig van niet met elkaar in verbinding staande enkelingen. In de loop van 1941 echter ontstonden er ook groepen.

Naast de Belastinggroep, die wel als de oudste moet worden aangemerkt en praktisch de gehele oorlog heeft doorgewerkt, waren er ook de RAF groep en de groep S. Beide laatste werden eind 1941, begin 1942. echter al door de S.D. opgerold. Ook de groep „de Vonk" werd september 1941 gearresteerd.

De organisatie van deze groepen was nog verre van hecht en voor de ervaren Duitse geheime dienst betekenden de arrestaties dan in feite maar een mager succes. Of het oprollen van deze groepen tot he grote publiek in Maastricht is doorgedrongen, wagen wij te betwijfelen, maar de insiders waren gewaarschuwd.De zware bominslag op 27 november 1941 aan de Gildeweg en directe omgeving drukte evenwel iedereen in de stad met de neus op de feiten. Er waren een 25-tal doden te betreuren, tientallen gewonden, enkele straten werden geheel of gedeeltelijk verwoest.

Rond die tijd ook, eigenlijk al in de zomer van 1941, waren de geallieerde luchteskaders op gang gekomen, die met monotoon gebrom hoog hun weg zochten naar Duitse doelen. Het zwaaien van de zoeklichten aan de nachtelijke hemel was een feëriek, maar tevens angstig gezicht geworden. Voorts werd iederre Maastrichtenaar extra geregistreerd door middel van een persoonsbewijs, compleet met vingerafdruk

De voedselsituatie werd niet al te best meer en het recht van vereniging werd opgeheven, het gesproken woord diende met de nodige omzichtigheid gehanteerd te worden. Het vervoer dreigde te stagneren en de stadsbussen verschenen met gasgeneratoren, die zij achter zich aan sleep ten.

De scheiding der geesten werd feller en de partijen, de Duitse overheid en de bevolking, kwamen scherper tegenover elkaar te staan. Het Witte huis werd berucht en de „Dienststelle' van de S.D., die in de Wilhelminasingel zetelde, werd een ware plaats van verschrikking.

In 1943 raakten grote gedeelten van de bevolking toch wel betrokken in hun verzet tegen de bezettende macht. Want in januari van dat jaar werd jaargang 1921 door de Duitsers verplicht zich voor de arbeidsinzet te melden. Velen doken onder of werden gefingeerd te werk gesteld voor de oorlogsindustrie. De protestbrief van de bischoppen in de maand daarop maakte diepe indruk. Kort daarna volgde de wegvoering van de Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap.

Deze maatregel werd het signaal van de bijna landelijke april-mei staking. In Maastricht nam een groot gedeelte van de bevolking er aan deel. Als Duitse tegenmaatregel werd het politiestandrecht geproclameerd. Een zevental personen werd zonder-pardon gefusilleerd. In mei verscheen een nieuwe brief van de bisschoppen met als aanhef onder meer de bekende tekst van Jeremias: „Ploratus et ululatus multus" (Er is veel geween en gejammer).

In oktober werd het district Maastricht van de L.O. opgericht, waar de toen bestaande verzets-groepen geleidelijk in opgingen, en al was de gehele verzetsbeweging hier ter stede waarschijnlijk iets gematigder dan elders, vastgesteld moet worden dat er onder de 296 gevallen Limburgse verzetsmensen toch nog 34 Maastrichtenaren waren.

Het leger van bedreigde burgers groeide nu met de dag en zij werden met al clan niet vervalste bonkaarten in het leven gehouden. Maastricht komt in de ontsnappingslijn te liggen van krijgsgevangenen, neergeschoten piloten en geheime agenten, en de verspreiding van illegale lectuur neemt hand over hand toe.

Het ging langzaam maar zeker naar een climax. De St.-Pietersberg en de Werken werden als schuilkelders ingericht. De luchtaanvallen op Duitsland waren intussen veel intensiever geworden en de journalen van de Luchtbeschernlingsdienst in de laren 1943 en 1944 blijven bijna geen dag onbeschreven. Het „Schwere Kampfverbände im Anflug" was in de radio een haast steeds terugkerende melding. Soms was de hemel a.h.w. bezaaid niet Liberators en Vliegende Forten, zoals bepaalde typen vliegtuigen destijds genoemd werden.

De felheid onder de bevolking steeg met het toenemen van cle nood en cle bezetter poogde zich met steeds moordender wordende middelen te handhaven.Het verraad van mei 1944, waarbij de districtsleider van L.O. Maastricht en 5 andere personen, eveneens uit deze beweging, werden gearresteerd betekende een laatste, zware klap voor het verzet.En toen stond de kalender opeens op dinsdag 6 juni 1944. Het was koud en ongezellig weer met af en toe regenvlagen.

De Maastrichtenaar maakte zich op voor zijn zoveelste grauwe werkdag, zonder er het flauwste benul van te hebben dat aan de kusten van Normandië een ten hemel schreiend bloedvergieten was begonnen, dat men later het „epos van D. day" zou noemen. Waar het gerucht vandaan kwam, wist niemand in Maastricht, maar iedereen wist te vertellen, dat „de" invasie begonnen was. Om 9.33 uur meldde de B.B.C. het feit in haar nieuwsuitzending. Zelfs een gedeelte van de oplage van de Limburger Koerier kwam er mee uit. Het bericht in de krant luidde: „De sedert lang verwachtte invasie der Britten en Amerikanen is in de eerste morgenuren van den zesden juni door het neerlaten van Luchtlandingstroepen in het gebied van de uitmonding van de Seine begonnen.

Op de oostkust van Normandië zijn talrijke landingsboten en andere lichte oorlogsvaartuigen der Geallieerden waargenomen".In werkelijkheid ging het om een invasievloot van 5000 schepen, die over een 8o km breed front 15 Amerikaanse en 15 Britse divisies aan land zette, onder dekking van een slagvloot, die met 800 stukken geschut de Duitse kustverdediging onder vuur nam.

De reacties in Maastricht beperkten zich tot de huiskamers, de werkplaatsen en de kantoren. Wie een landkaart aan zijn muur had hangen, prikte een vlaggetje op de Normandische kust in de hoop dat hij ook zijn eigen stad spoedig in de rij kon opnemen. De mensen op straat keken die dag iets vriendelijker en tegen de Duitse militairen werd er wat gegniffeld, maar daar bleef het hij. Die dag was er geen luchtalarm.

Max Blokzijl, de Nederlandse Goebbels, dwaalde op dat moment door Zuid-Limburg, zoekend welke zieltjes hij zou verslinden. Reichskommissar Seyss Inquart vertoefde op dat ogenblik in Valkenburg, waar hij als gast van de Bund Deutscher Mädel de inwijding en uitreiking van de wimpels bijwoonde. Tijdens die plechtigheid verkondigde hij brullend: „Dit is het uur der beslissing en in dit uur hebt gij de wimpels gekregen, het teken, dat gij in trouw zult volgen. Gij zult de sterke jeugd zijn, die het lot van het Duitse volk uit onze handen neemt en het verder zult dragen naar onze eeuwige toekomst".Een mens zou geneigd zijn op zoveel fraais een hartgrondig Amen te zeggen, zo mooi klonk liet.

Maar die toekomst zag er verre van eeuwig uit. Gedurende de zeven weken, die de slag om het bruggenhoofd in Normandië vervolgens duurde, zetten de geallieerden 2.000.000 militairen en een half miljoen voertuigen aan land, waartegenover de Duitsers slechts een half miljoen aan afweerlegers konden plaatsen.

20 juli volgt de aanslag op Hitler. Geruchten over een nieuwe regering die zou zijn gevormd, worden snel de kop ingedrukt, wanneer Hitler diezelfde dag een radiotoespraak houdt.25 juli. De Amerikanen breken door bij Avranches, gesteund door een enorme luchtmacht. Diezelfde luchtmacht liet zich in deze dagen ook in verhevigde mate boven Maastricht waarnemen. Niet alleen 's nachts, maar ook overdag vlogen urenlang hele eskaders ongehinderd richting Duitsland en terug. Af en toe speelde zich boven de stad een kort luchtgevecht af.

De uitkijkposten van de L.B.D. op het Dinghuis en de St. Pietersberg hadden dan ook druk werk met hun waarnemingen., 7 augustus zetten de Duitsers een krachtig tegenoffensief in in de richting Mortain met het duidelijke doel door te stoten naar Avranches. Aanvankelijk zag het er voor de Amerikanen niet al te rooskleurig uit, maar het inzetten van de gehele 2e tactische luchtmacht bracht uitkomst. 19 augustus maakten cie Canadezen, die noordelijker waren geland, contact met de Amerikanen bij Falaise, waarbij de strijd in Normandië in feite beeindigd werd en de opmars door Frankrijk naar België kon beginnen ter achtervolging van de ontredderde Duitse legers.

Intussen was de situatie in Zuid Limburg er niet beter op geworden. Doordat treinen en andere transportmiddelen herhaaldelijk vanuit de lucht werden beschoten, stagneerde het vervoer gedeeltelijk. De prijzen op de zwarte marktstegen tot ongekende hoogte: een kilo boter f45,— tot 65,—, een kilo spek dito, een ei kostte f 0,75 tot f 1,25, de echte koffie was onbetaalbaar geworden, voor een paar slechte schoenen, bestaande uit een plankje met wat riempjes, betaalde men f 6o,—, voor een pakje nauwelijks te roken Belgische shag een tientje, en dan fabriceerde men van 10 peukjes nog 5 nieuwe sigaretten ook. Op de textielkaarten was niets meer te krijgen.

Door de Duitse overheid werden maateegelen getroffen om alle beschikbare krachten in dienst van de oorlogsvoering te stellen en wie toen nog niet was ondergedoken, verdween van het toneel. Want men voelde de bevrijding a.h.w. in de lucht hangen, al schreeuwde Mussert op de Limburgse volksdag, die in Valkenburg werd gehouden, nog zo hard: „en toch wint Hitler".Het was aan ook een zware tegenslag, die Maastricht op 18 augustus, een vrijdag te incasseren kreeg. Vroeg in de avond verscheen er aan de vrijwel heldere hemel een twaalftal vliegtuigen.

Voordat er alarm gegeven kon worden, dreunde een eerste bommenlast boven de stad omlaag direct daarop gevolgd door een tweede van nog grotere omvang. Het was drie minuten over zes en voor Maastricht scheen op dat moment de tijd stil te staan.Ik geef U de dramatische meldingen, die toen op de L.B.D. binnenkwamen:

18.20 bominslag Schildersplein, Albertiplein, Valentijn Klotsstraat, Franciscus Romanusweg. Vele gewonden.

18.30 meerdere huizen in de buurt van de Botermijn totaal verwoest, waaronder mensen bedolven, verzoeke versterkig politie brandweer, G.G.D. en opruiming.

18.35 bominslag bij Café Doolhof. Mensen onder liet puin.

18.36 Dr. Otten meldt dringencl hulp nodig Fr. Romanusweg. Honderden slachtoffers. Dringend grote hulp gewenst.

18.45 Schuilkelder papierfabriek gevuld met ernstige gewonden en stervenden.

19.15 Minstens 10 doden, vele gewonden. Alle huizen in omtrek ernstig beschadigd.De ramp bleek groot.

De spoorbrug zelf, waartegen de aanval gericht was — of was het een ver-gissing? — die spoorbrug lag er onbeschadigd bij, maar de direkte omgeving, nl. van de Zinkwitfabriek en het Quartier Amelie, was gehuld in immense wolken van rook en stof, waaruit de vlammen hier en daar opsloegen..Het menselijk leed was nog groter. 91 personen werden gedood, van wie 78 konden worden geidentificeerd.

In het ziekenhuis werden 6 personen gewond opgenomen. Het aantal daklozen bedroeg 1550, want er waren in het totaal 325 percelen getroflen, waarvan 29 totaal verwoest, 26 onherstelbaar beschadigd en de overige 270 in meer of mindere mate nog te herstellen. De stoffelijke overschotten werden opgebaard in de Dominicanerkerk en de begrafenis vond plaats op dinsdag 22 augustus. De onder bloemen bedolven lijkkisten plaatste men op het Vrijthof op open vrachtwagens, waarna de stoet onder overwieldigende belangstelling naar het kerkhof vertrok.

Maar het leven ging verder en daarmede ook de strijd voor de vrijheid, die zo duur betaald werd. Op de avond van 24 augustus rukte de Franse divisie van generaal Leclerc als eerste Parijs binnen. De volgende dag capituleerde de Duitse bevelhebber van de Franse hoofdstad Von Choltitz, die HIitler's bevel om alle bruggen en belangrijke installaties te vernielen, naast zich had neergelegd.

Het 1ste en het 3de Amerikaanse leger onder aanvoering resp. van Hodges en Patton, in de rug gesteund door het 9de onder Simpson, maakten zich nu klaar om noordwaarts te stormen. Op de linkerflank opereerde de legergroep Montgomery, bestaande uit het 1ste Canadese en het 2de Engelse leger, op de rechterflank de legergroep Defors met liet 7de Amerikaanse en liet 2de Franse.

Tegenover de Amerikanen stond het 7de Duitse leger in Hoog-België, tegenover de legergroep Montgomery het 15 de Duitse in Vlaanderen.Zo Was in grote lijnen de opstelling. Het bericht over de val van Parijs deed de Maastrichtenaren weer wat opleven, maar daartegenover stond grotere druk van de bezettende macht, die cle laatste reserves van zijn zenuwen begon op te teren.

Honderden burgers moesten zich melden om in Bunde tankvallen en schuttersputjes te gaan graven. 80 Jonge mensen werden op straat opgepakt om te gaan werken in de mijnen van Alsdorf, maar toch speelde op zondag 27 augustus M.V.V. nog tegen Rapid en werd er nog een cours voor amateurrenners op het Koningsplein op touw gezet.De winkels gingen de een na de ander dicht bij gebrek aan bevoorrading, een fiets kon je haast niet meer op straat laten staan en de Maastrichtenaar zag er bepaald niet meer welgevoed uit. De consumptie van appels en peren werd dan ook alsmaar hoger.

Het Wehrmachtsheim, dat in Victoria in Wyck was ondergebracht, had op 1 september echter nog Leber, Nieren, Kartofflen, Tunke mit Rotkohl en Birnen op zijn menu staan, terwijl er die dag 596 glazen hier en 803 glazen likeur werden geserveerd.

Vanaf drie september is het kasboek van het Heim niet meer ingevuld en in een anonieme hand staat er dan: „op deze dag kreeg het personeel van het Wehrmachtsheim het blijkbaar ook te benauwd en ging er vandoor tegelijk met de rest van de bende."Inderdaad, de grote uittocht was begonnen. Vanaf 31 augustus tot en met 6 september was Maastricht één wandelend bos.

Het bos kwam uit het Westen en trok in oostelijke richting, de Maasbrug over, heim ins Reich. Onder de camouflagetakken zaten cle meest wonderlijke voertuigen: oogstwagens uit Bretagne, luxe auto's, huifkarren, bespannen met zware Belgische paarden of kleine magere paardjes, soms zelfs met een muilezel ervoor. Vat op de voertuigen zat was nog vermakelijker, varkens en kippen, schapen en geiten, huisraad en vrouwen in bontjassen, alles kwam mee. Er tussen door veel militaire voertuigen, batterijen kanonnen en loslopende soldaten, die ergens een plaatsje probeerden te veroveren.

Een Sprengkommando begon metliet ondermijnen van de Maasbruggen en er verscheen luchtafweer bij de St.-Servaasbrug, dat dezelfde avond al weer weg trok, waarschijnlijk omdat men inzag, dat de Amerikanen de ook voor hen zo vitale overgang niet zouden bombarderen.

Op 5 september slaagde de L.O. erin uit de gevangenis op de Minderbroedersberg een 80 politieke gevangenen te bevrijden, nadat dit reeds enkele malen eerder tevergeefs geprobeerd was. Op die dag werd ook - al of niet ten gevolge van de overval — de avondklok ingesteld en wel op 20.00 uur. Vanaf 5 september ook werd geen huisvuil meer opgehaald, de bakker kwam niet meer aan huis en de melkboer vond het ook te gevaarlijk worden.

De openbare voorzieningen, zoals gas en water, werden nog maar met mondjesmaat toegediend en in veel gezinnen ging men er toe over badkuipen, teilen en emmers met water in te slaan.Intussen hadden de Geallieerden over een breed front de benedenloop van de Seine, de Marne en de Somme overschreden. De Belgische grens werd op 2 september bereikt.

Op de linkervleugel vielen Brussel en Antwerpen op de twee volgende dagen in Canadese en Engelse handen. Ten zuiden van Doornik was het 1 ste Amerikaanse leger België binnengerukt, waaronder het 19de legerkorps met onder meer de 30ste infanterie divisie, bijgenaamd de Old Hickory.

Het zag er naar uit, dat deze troepen in oostelijke richting zouden afbuigen en het 7de Duitse leger dat, zoals gezegd, in Hoog-België stond en zijn hoofdkwartier in Luik had, haastte zich dan ook in noordelijke richting en vestigde zijn hoofdkwartier in Arcen aan de Maas.De Duitsers hadden goed gezien, want op 7 september begon de Old Hickory divisie, een kleine 16.000 man sterk en uitgerust met tank- en anti-tankbataljons — een complete gevechtseenheid dus, die bovendien steun vanuit de lucht tot zijn beschikking had, — aan haar opmars naar de Maas, waar zij een nieuwe Duitse linie verwachtte.

De tocht zou drie dagen duren, niet omdat de Duitse tegenstand zo groot was, maar door gebrek aan benzine. De eerste dag strandde de divisie op het voormalige slagveld van Waterloo, de tweede dag moest de infanterie van de trucks en cle tanks af en te voet verder naar Jodoigne en op de 9de september ploeterden zij 40 km in de richting van Tongeren.

De G.I's waren bekaf en in Maastricht vroeg iedereen zich af, waar zij nu toch wel bleven. Zij leidden er toch al lang moeten zijn.De burgerij sprak haar laatste reserves aan. In de verte was het rommelen van het geschut te horen en in de stad daverde het af en toe van explosies.

Op 8 september 's nachts om half een, werd de spoorbrug opgeblazen met een lading, die onder meer de Muntstraat nog met glas bezaaide. Diezelfde dag ook zorgde een Duits Sprengkommando er voor, dat van het stationsempIacement zo goed als niets meer over bleef: tal van wissels en de elektrische beveiliging werden met dynamiet onbruikbaar gemaakt, draaischijf en waterkranen vernield de locomotieven, op twee kleine tenders na, totaal onklaar gemaakt en de remise met werkplaatsen werd in een ruìne herschapen.

s Middags liep het gerucht, dat de in beslag genomen radio's zouden worden teruggegeven. In Wyck repte iedereen zich naar de Akerstraat en menigeen had zich al een beter toestel dan het zijne uitgezocht met alle ruzies van dien, toen de politie ingreep en het hele spul niet doorging. Vervolgens holden velen naar de Botermijn, waant daar zouden aardappelen zonder bon worden verstrekt, een gerucht dat ook nog waar bleek te zijn, maar de voorraad was gauw op. De klok op de toren van het station, baken van de juiste tijd, begaf het die middag en bleef ons vier uur stilstaan. Er werkte praktisch niemand meer en 's avonds doken velen de kelders in om daar de nacht door te brengen De St. Pietersberg was klaar om de hele stad in zijn binnenste te bergen. Het luchtalarm was bijna permanent en op 9 september vielen er nog bommen op huizen aan de Meerssenerweg, waarbij 6 doden en 10 zwaargewonden te betreuren waren.

Op zondag 10 september ging de Old Hickory divisie op mars naar de westelijke oever van het Albertkanaal met daarachter de Maas, wat een dubbele natuurlijke hindernis betekende. Het beroemde fort Eben-Eimael, dat in 1940 zo spectaculair in Duitse handen was gevallen, was nu bezet door een 300 man, die bij de nadering van de Amerikanen onverwijld richting Maastricht vluchtten.

Een voorbereid luchtbombardement van het fort bleek niet nodig te zijn. Voor zijn opmars naar het kanaal had de Old Hickory, zich in twee kolonnes gesplitst, waarvan er een, het 119 de regiment, gevolgd door het 117d, naar Visé oprukte en daar de volgende namiddag, 11 september, reeds compagnie L over de beide waterwegen zette, even ten zuiden van de vernielde bruggen.

Toen de dag van de 12de aanbrak waren beide regimenten op de andere oever. Inmiddels had generaal Corlett met de rest van zijn 19de legerkorps Luik doorbroken en de 2nd Armored Division langs de Maas ter versterking van de Old Hickory gezonden. Toen de Amerikanen bij Visé overstaken was er slechts wat incidenteel Duits artillerievuur.Toch probeerden de Duitsers nog tegenstand te bieden. Ten noorden van Visé stond de 275ste divisie, die met één batterij van vier 105 mm houwitsers nog incidenteel vuur uitbracht.

De divisie werd in de rug gesteund door de 49ste, totaal zonder artillerie, maar ook door de 116de pantserdivisie, die echter voor Aken in reserve werd gehouden. Het geheel maakte deel uit van het 81 ste Duitse legerkorps.Gedurende de nacht van de 12de vaardigde veldmaarschalk Model, onder wiens bevel ook dit korps stond, nog een order uit om de Maas tussen Visé en Maastricht kost wat kost te houden. Hij liep daarbij echter minstens twaalf uur achter op de feiten. Generaal Schack, die het korps commandeerde, negeerde clan ook het bevel, maar wel gaf hij aan de 275ste divisie opdracht om terug te vallen op de rijksweg Maastricht—Aken, daarbij moest tevens een strook langs de Maas tot Maastricht bezet blijven, lang genoeg om het Maastrichtse garnizoen gelegenheid te geven oostwaarts over de bruggen te trekken.Zo was het dus dinsdag 12 september geworden.

En Maastricht voelde zijn bevrijding a.h.w. in cle lucht hangen. De gehele nacht was het zeer onrustig geweest. Velen hadden door het aanhoudend artillerievuur geen oog dicht gedaan en zaten gekleed in hun kelders: de Duitsers hadden ten oosten van de stad, o.m. in de omgeving van Bunde en Meerssen, nog een aantal kanonnen staan, die over de stad heen de Amerikanen aan het Albert kanaal bestookten. Deze laatsten lieten zich evenmin onbetuigd

stuk tekst weggevallen

te smal voor de tanks. Dan door de Rechtstraat, zei Maastricht. Ook hier werd niet op gereageerd. De Amerikanen hadden zo hun eigen tactiek.

Onderdelen van het 117de regiment en wel het 2de bataljon onder commando van kolonel James W. Lockett, versterkt met een afdeling tanks, vertrok dan ook in de late morgenuren van de 13de uit Eijsden, richting Gronsveld. Er waren links en rechts nog wat schermutselingen met een handjevol Duitsers, maar om ca. 15.30 uur naderden de Amerikanen Gronsveld in drie kolonnes, nl. via Eckelrade, de rijksweg en de Oosterweg. Om 16 uur was de bevrijding van Gronsveld dan ook een feit.

In Maastricht kwamen de laatste Duitsers door in een overhaaste vlucht. Zij sjouwden onder meer nog een oude kinderwagen met zich mee, gevuld met zijden dameskousen en levervorsten. „Aachen, Aachen", vroegen zij. Wij stuurden ze voor deze keer de goede richting uit, de Heerderweg op, in de hoop dat zij in Amerikaanse handen zouden vallen. De laatste Duitse militair, die de Duitse poort op kwam gereden, zat op een sjees met een schimmel ervoor. Hij ging de Bloemenweg op.

Van de Maastrichtse daken en van de St. Pietersberg kon men met kijkers de Amerikanen zien komen. Mitrailleurvuur viel nu regelmatig te horen, zelfs het geluidl van geweerschoten drong door tot de uitgestorven stad, die angstig lag te wachten, wat haar lot zou zin. Af en toe vlogen nog granaten over, maar met de nadering van de Amerikaanse troepen nam het vuren af.Tegen drie uur loeiden de sirenes driemaal kort achtereen. Dat was de waarschuwing, dat de bruggen de lucht in zouden. gaan.

Om vijf over drie sprong de St. Servaasbrug gedeeltelijk en om 13 minuten over drie de Wilhelrninabrug over haar gehele lengte. Maastricht kreunde op haar oude grondvesten en een grote geel-grauwe wolk van stof en rook vloog omhoog langs haar daken en torens.

Hier en daar kwam een ijzeren balk neer. Gas en water vielen uit.De „dreuvige" draaide langzaam zijn cirkels boven Wijk. Het wachten duurde eindeloos.Om kwart over vijf viel op de Heerderweg een ratelend geluid te horen met op de achtergrond een monotoon gebrom: Wat het precies was, konden wij niet onderkennen.

Maar toen een tank achter de huizenwand van de Heerderweg vandaan kwam en voor de overweg stopte, toen wisten wij het. Het was een tank met een witte ster. Op de tank zaten soldaten in vreemde uniformen en vreemde helmen. Zij sprongen omlaag, het geweer in de aanslag. Toen kwam er nog een tank aanrollen.Het was 13 september 1944, om vijf minuten voor half zes precies. Op dit moment had Maastricht meer dan vier jaar en vier maanden gewacht.Wij zijn nu een kwart eeuw verder en de gehele bevrijding bevindt zich nog nauwelijks aan de horizon van ons denken. De emoties zijn weggeëbd, de indrukken vervaagd en wie het niet persoonlijk meemaakte, kan het zich nauwelijks voorstellen.G.I. Joe kwam voorbij, zo luidt de titel van een boek, dat kort na de bevrijding uitkwam. Het is geladen met sentiment, maar zo was toenmaals de gehele leefsfeer van gezamenlijk ten onder gaan tot een soort van gezamenlijk verrijzen.

En toen de Amerikaanse soldaat aan de overweg aan de Duitse Poort stond, zag hij zo'n herrijzenis voor de zoveelste maal. Het was hem waarschijnlijk nog steeds wat onwezenlijk, maar voor de Maastrichtenaar was het een belevenis om koud van te worden. Er kwam niet zo gek veel volk uitgelopen, maar wat kwam zwaaide en schreeuwde, lachte en huilde en toen liet rood wit-blaulw op, de stationstoren werd gehesen zong men het Wilhelmus.Intussen rolden de eerste tanks de overweg over, kwamen de eerste jeeps, met daarin o.m. een Maastrichtenaar, die de weg wees. Daartussen door liep G.I. Joe op regelmatige afstand, sommigen met zo'n raar kastje tegen het oor, wat later het zoveelste nieuwe Nederlandse woord zou opleveren, een walkie-talkie.

De Amerikaanse soldaat slofte wat vermoeid voort, onhoorbaar op zijn gummi schoenen, lachte, zoende en deelde kauwgom en sigaretten uit.Mitrailleurvuur dat uit de richting van de Keerdijk kwam, deed hem plotseling weer op zijn hoede zijn.

Een tank draaide zijn geschutstores en enkele soldaten vatten post achter het nu verdwenen seinhuisje aan de overweg en aan het begin van de Bloemenweg. Maar het duurde niet lang en achteraf bleek het te komen van een kleine A. kolonne, die over de Heugemerweg kwam opgerukt.Die avond was liet feest Wyck, maar niemand durfde zich ver van huis te wagen.

Op de Maastrichtse oever tuurden de burgers naar de overzijde van de rivier waar zij de vlaggen der vrijheid zagen wapperen en de overmoedige, die tot aan de Maas durfde sluipen, kwam terug met het beste korte verhaal, dat er toen was: „Ich hòb de Amerikaonen gezeen, zoe'n autokes en zoe'n helmen".

De Amerikanen bestonden, zoals reeds gezegd, uit het tweede bataljon van het 117de regiment van de Old Hickory. Het waren nog geen 500 man, versterkt met een afdeling tanks, het geheel onder bevel van kolonel James W. Lockett. Toen hij Wyck binnenkwam was zijn eerste gang naar een huis in de Hoogbrugstraat, waar hij de omgeving vanaf de zolder verkende en een vooroorlogse cognac kreeg ingeschonken. Er wordt wel eens beweerd, dat de bevrijding van Wyck die nacht een dubbeltje op zijn kant is geweest.

Dit is sterk overdreven, immers Lockett werd op de rechtervleugel geheel gedekt door overige onderdelen van zijn regiment en bovendien door het 119de, dat inmiddels al tot aan Gulpen was doorgedrongen. Een tegenaanval kon dus alleen uit het noorden te verwachten zijn, maar hier bevonden zich slechts enkele kleine verspreide groepjes Duitsers, die overigens de volgende dag hij Valkenburg toch nog een tegenaanval inzette.

Lockett sliep die nacht dan ook heel vredig in een hotel aan de Spoorweglaan, terwijl zijn tanks zo'n beetje bij hem voor de deur stonden en een aantal van zijn mannen o.m. op het Koningsplein bivakkeerde, alleen bedekt met een zeiltje, toen die nacht nog een flinke stortbuilosbarstte.

Mijn verhaal loopt ten einde.In cie nacht van de 13de op de 14de vluchtte nog een groep Duitsers, die in hoofdzaak in het Stads- park geconcentreerd waren, in noordelijke ricliting, ingesloten als zij waren tussen de Amerikanen in Wyck en aan het Albertkanaal.In Maastricht zelf verliep de nacht heel rustig. Wel waren er op de Brusselsestraat enkele vlaggen verschenen, maar toen een Duitser op een motor kwam aanrijden, werden zij ijlings binnengehaald. Er is geen sprake geweest van het bezetten van openbare gebouwen door leden van het verzet of van het arresteren van Duitsers of collaborateurs. Iedereen hield zich heel kalm en men wachtte af.

In de morgen van de 14de arriveerden meerdere bataljons van het 117de in Wyck, waaronder de commanding officer

van het regiment, kolonel Walter M. Johnson. Wij hebben de indruk, dat de oversteek vanWyck naar Maastricht enigszins nonchalant verlopen is. De berichten hieromtrent zijn nog al verwarrend.

Om 9 uur werden er enkele Amerikanen op liet „wäilke" gesignaleerd. Nadien schijnen er nog meerdere overgestoken te zijn. Met een roeibootje stak ook kolonel Johnson over, samen met majoor Giles, soldaat Killinworth en een radioman. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in hotel Derlon, waar hij maar twee dagen verbleef. De hoofdoversteek schijnt plaats gehad te hebben aan de Blekerij, waar compagnie F (ongeveer 150 man sterk) zich omstreeks elf uur verzamelde en vandaar uit door liet Villapark de binnenstad introk, onder meer door de Maastrichter Heijdenstraat en vandaar naar het Vrijthof, waar inmiddels al om half elf de eerste Amerikanen waren verschenen.

Even leek het er op of de Duitsers nog teru g zouden komen, want, waarschijnlijk in het kader van de tegenaanval het gat bij Valkenburg, toen Wyck om half twaalf vol juichende mensen stond, sloegen een aantal Duitse granaten nog in aan de Spoorweglaan. Het waren niet meer verwachte inslagen, die zelfs een begin van paniek zaaiden. Op bevel van de Amerikanen verdwenen zelfs een aantal vlaggen van de huizen.

Maar alles was gauw voorbij. En toen compagnie F in de namiddag contact maakte, met het 120ste regiment, dat onder meer via Lanaken, Smeermaas en de Brusselseweg naar, de stad oprukte, was de bevrijding van Maastricht een, historisch feit.In cie namiddag; ook droeg de districtscommandant van de Ordedienst het burgerlijk gezag over in een korte plechtigheid in de burgemeesterskamer en hield het,hersteld stadsbestuur reeds een receptie.Telegrammen werden verzonden aan koningin Wilhelmina en president Roosevelt.Maastricht vierde een week lang feest.

Men ging kijken naar het slaan van de pontonbrug aan de Blekerij, die in een record-tempo tot stand kwam men vergaapte zich aan de immense massa materieel aan tanks, kanonnen, trucks en jeeps, die drie dagen en drie nachten onafgebroken door de straten daverden.De bevrijders werden uitbundig ontvangen, soms wel eens te uitbundig. De verkapte bedelarij om sigaretten en candy nam -wel af en toe rare vormcn aan, maar het geheel kan niet losgemaakt worden van al de opgekropte emoties, die in die dagen vrij spel kregen.

Men improviseerde optochten en buurtfeesten, zeulde rond met portretten van leden van liet Koninklijk Huis, hakenkruisvlaggen werden in het openbaar verbrand, archieven in het kanaal uitgestrooid, enz. Vanaf het eerste uur werden collaborateurs opgepikt en werden nog groepjes Duitse militairen, die hier en daar verscholen zaten, onder meer in het stadhuis en langs de Mergelweg, in krijgsgevangenschap gevoerd. Het „Spiel ' was uit.

Wat die collaborateurs betreft, er vonden een kleine 500 arrestaties plaatst waaronder 144 vrouwen, die intieme relaties met Duitsers zouden hebben onderhouden. In het openbaar werden vrouwen de haren afgeknipt en het rondvoeren van N. S.B. ers om hen aan de verachting van het publiek prijs te geven werd soms tot een bijna sadistisch genoegen. Toch moet gezegd worden, dát Maastricht geen bijltjesdag gekend heeft en echte excessen zijn uitgebleven.Er werd verder een beroep gedaan op vrijwilligers, die onder de toch wel snorkende naam van Stoottroepen van de Binnenlandse Strijdkrachten samen met de Amerikanen zouden meetrekken. Dat zij nooit met een geweer hadden leren omgaan, was kennelijk geen bezwaar.

Kortom, het was een tijd van de meest contrasterende sensaties, van uitbundige feestviering en maatregelen, die de bewegingsvrijheid sterk beperkten zoals het weder invoeren van de avondklok, het pontveer over de Maas en de 5 km strook. Toen Prins Bernhard in een stoppelveld buiten de toenmalige stad landde, beloofde de burgemeester hem op die gedenkwaardige plek een monument op te richten; een belofte die pas in 1969 is ingelost en nogal is bekritiseerd vanwege de schriele wijze waarop dit is gebeurd.

Ten slotte verscheen er een proclamatie van het stadsbestuur om de 18de september weer aan het werk te gaan. De vlaggen werden ingehaald en de radio's, die muziek en berichten op straat brachten, verdwenen weer binnenkamers. Er volgde nog een harde tijd voor Maastricht, soms zelfs nog zwaarder dan die vóór de bevrijding maar de vrijheid was gewonnen.

J. G. J. KOREMAN.