We hebben 153 gasten online

Inleiding: De Sociale toestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw te Maastricht

Gepost in Maastricht

Sphinx aardewerkfabriek

De sociale toestanden in de aardewerkindustrie tijdens de 19e eeuw te Maastricht

Jo Swaen

Inleiding.

Doordat, als Maastrichtenaar van geboorte, de geschiedenis van Maastricht mij altijd bovenmate geinteresseerd heeft, heb ik als keuze voor dit werkstuk een belangrijk gegeven eens duidelijk willen bestuderen, namelijk de opkomst van Maastricht als een der eerste belangrijke industriecentra van Nederland.

Maastricht heeft wat dat betreft, samen met Twente een toonaangevende rol gespeeld. In het algemeen kan gesteld worden dat sociaal en economisch de opkomst van de grootindustrie in Maastricht nogal wat gevolgen heeft gehad voor de stad als geheel en de bewoners in het bijzonder.

Er kan echter niet ontkend worden dat in diverse studies de opkomst van de grootindustrie in Maastricht wordt aangeduid als een misbruik van arbeiders en kinderen en dat deze opkomst gepaard ging met sociale wantoestanden.

Of dit werkelijk parallel liep met de opkomst van de grootindustrie te Maastricht hoop ik nader te bestuderen en weer te geven.

Daar,als we over de grootindustrie van Maastricht spreken, we meteen stuiten op de keramische industrie van P.Regout, zal ik vooral de opkomst van de keramische industrie en de figuur van P.Regout nader bestuderen, vooral ook daar P.Regout de man is geweest die de stoot beeft gegeven voor de industriële ontwikkeling van Maastricht.

Allereerst zal ik een overzicht geven van de sociaal-economische situatie van Nederland tot omstreeks 1870.

Daarna geef ik een weergave van de sociaal-economische ontwikkeling van Maastricht.

Vervolgens komt de persoon van Petrus Regout aan de orde.

Daarna volgend beschrijf ik de sociale arbeiderstoestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw.

Dit gedeelte bestaat uit een algemeen gedeelte, waarna een onderverdeling plaatsvindt in a) de woonsituatie van de werknemers, b) de kinderarbeid en de arbeidsduur en c) de beloning.

Afrondend volgen de conclusies

Zie voor Hoofdstuk 1: de sociaal-economische toestand van Nederland tot 1870