We hebben 105 gasten online

Luns, Een politieke biografie Aantekeningen

Gepost in Politiek

Luns een politieke biografie

Biografie van politicus en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. Geschreven door hoogleraar diplomatieke geschiedenis Albert Kersten.

Joseph Luns (1911-2002) was decennialang het gezicht van Nederland in het buitenland. Eerst was hij KVP-minister van Buitenlandse Zaken. Een functie die hij van 1952 tot 1971 bekleedde. Daarna was hij maar liefst dertien jaar lang secretaris-generaal van de NAVO.

Tijdens zijn lange ministerschap hield hij zich onder meer bezig met de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Luns verzette zich tegen deze overdracht en wist dit ook tot 1962 uit te stellen. Als minister pleitte hij verder onder meer voor uitbreiding van de Europese Gemeenschappen en meer bevoegdheid van Europees Parlement.

Biograaf Albert Kersten heeft toegang gekregen tot het persoonlijk archief van de in 2002 overleden Luns. Kersten gaat in de biografie onder meer in op de rol van Lunst bij de geruchtmakende Nieuw-Guineakwestie, maar ook aanvaringen van de politicus met bijvoorbeeld Charles de Gaulle en Konrad Adenauer.

Luns, een biografie - Albert Kersten
ISBN: 9789085069355
Uitgeverij: Boom
Gebonden, 752 pagina's
Prijs:€ 39,90

Luns Politieke biografie van Albert Kersten

Aantekeningen

Poging van Luns om tot minister van Buitenlandse Zaken te benoemen mislukte in 1952. Twee ministers kon niet.

Minister zonder portefeulle achter minister Beyen. In buitenland mocht hij wel titel minister voeren. Op 2 september 1952 in het derde kabinet Drees.

Nederland begin 1951 lid van de Veiligheidsraad.

Luns op 8 augustus 1911 te Rotterdam geboren! Familie van Landbouwers in het Westfaalse Helmern. Einde 18 e eeuw vestigde deze familie zich in Amsterdam. gezin 6 kinderen: 5 jongens en een meisje. Woonden in den Bosch en Vught, daarna Amsterdam.Voorbeeld ‘to succeed in life’. Francofiel >>> door vader maar ook door moeder.

Jozef werd vanaf zijn zevende politiek geïntresseerd. Einde 1e WO bewust meegemaakt… Voorliefde voor het militarisme.

Officiersloopbaan bij de marine bleek buiten bereik. In 1922 verhuizing van Vught naar Amsterdam Valeriusstraat.

30 oktober 1932 Student Gemeente Universiteit Amsterdam. Eind november in Leiden 9 mei 1935 kandidaatsexamen.

Lidmaatschap NSB (p37) Voorstander sterk overheidsgezag en tegenstander van het socialisme. Fascsme en nationaal-socialisme als noodzakelijk gevolg van het socialisme.

Omgevingsfactoren speelden een rol (p.38) voorliefde voor de marine, dienstplicht bij de marine en schreef er ook over.. Was al in de jaren dertig ervan overtuigd dat de wereld op een grote crisis afstevende. Niet duidelijk hoe Luns tot de keuze voor het lidmaatschap van de NSB is gekomen. lid 5399, Zegde zijn lidmaatschap in 1936 op.

Toegeven van een beoordelingsfout was bovendien niet zijn sterkste kant. (p. 43). Luns wiste eigenschappen uit die in zijn ogen niet pasten in een evenwichtig en stabiel beeld van zijn ontwikkeling.

(p.52) Na zijn kandidaatsexamen in Leiden had hij colleges gelopen in Amsterdam. 4 en 19 november doctoraal Nederlands recht. Koos voor de diplomatieke dienst in 1937. Luns zou na zijn doctoraal nog 6 maanden gaan studeren aan de London School of Economics

(p.53). Na zes maanden verhuisde Jozef Luns naar Berlijn, voor een zomercursus Deutsches für Ausländer.

(p.53) Luns huwde op huwelijkse voorwarden in januari 1939 met een niet katholieke vrouw.

(p.56) Het verblijf in Londen en Berlijn sterkten Luns in de opvatting dat er spoedig oorlog zou komen.

Zag Mussolini niet als een bedreiging van de wereldvrede. Zag het als een ideologisch conflict.

Oktober 1938 diplomatieke dienst jongste attaché. Kerkelijke inzegening huwelijk 10 januari 1939.

Overplaatsing naar Bern Januari 1940.

(p.61) Nederland zou volgens Luns niet buiten de oorlog blijven. Na Franse capitulatie werd Bern een belangrijke post voor de regering in ballingschap. Vanuit Nederland stroom Joodse vluchtelingen en Engelandvaarders.

(p. 64) Van Bern naar Lissabon 1941-1943

Overplaatsing Luns naar afdeling diplomatieke zaken ministerie in Londen november 1943. Keerde in januari 1944 tijdelijk terug naar Lissabon om zieke diplomaat te vervangen. Oktober 1944 London. Zou er vijf jaar blijven.

Na Japanse captulatie, aug. 45, gaf de Londense Labourregering aan dat ze Nederland de toegang tot Indië ontzegde.

Luns onderschatte de nationalistische beweging tijdens de Japanse bezetting

(p.69) Eerst herstel Nederlands gezag en dan onderhandelingen met de Indonesiërs.

In juli 1949 overplaatsing naar New York naar de permanente vertegenwoordiging. Luns werd ambassaderaad 2 augustus 1949 New York.

(p.74) Luns kon zich niet voorstellen dat Nederland zonder grondgebied buiten Europa internationaal een rol zou kunnen spelen. Antillen en Suriname waren hiervoor niet voldoende.

(p.75) Luns meende dat de Nederlandse diplomatie internationale ervaring miste en dientengevolge essentiële fouten had gemaakt bij de behandeling van de Indonesische kwestie. Nederland moest VN-resoluties naast zich neer durven leggen. Het moest afgelopen zijn met de Nederlandse inschikkelijkheid. Verwachte steun voor het Nederlandse standpunt na de overwinning van de Chinese Communistische Partij en de komst van conservatieve regeringen in Nieuw Zeeland en Australië.

(p.77) Luns zag zijn gelijk bevestigd in de Amerikaanse steun aan Frankrijk in Indo China.

(p.79) Andere argumenten: Nieuw Guinea moest nog worden ontwikkeld, en om het trauma van de souvereiniteitsoverdracht te boven te komen en de invloed terug te dringen van de beweging los van Holland. Probleem Luns: De Nederlandse regering had ten aanzien van Nieuw Guinea in 1950 eigenlijk nog geen standpunt bepaald.

(p.80) Luns was ronduit optimistisch over de Nederlandse kansen in de internationale arena.

Door de Korea crisis kreeg de Nederlandse visie een duw in de rug! De stemming in de Trustchip Councel, was van vijandig naar coöperatief gegaan.

(p.82) Nederland verkozen tot lid van de Veiligheidsraad.

(p. 85) Luns was ervan overtuigd dat de VS zelf ontstaan uit een dekolonisatieproces, de neiging hadden om partij te kiezen voor de nieuwe staten of ten minste begrip toonde voor hun standpunt en benaderingswijze.

(p.86) Lidmaatschap Veiligheidsraad bood een forum om aan te dringen op handhaving van het Internationale recht.p. 86 Luns zag lidmaatschap Veiligheidsraad als extra mogelijkheid op steun van andere landen te verwerven in de Nieuw-Guinea kwestie.

Realiseren van Nederlandse doelstellingen slechts in beperkte mate mogelijk (overwoog te soliciteren naar gouverneurchap Antillen).

Auto ongeluk op Grand Central Parkway Juli 1951.“leed aan voortdurende matheid’

(p.89) Perceptie was in wezen conservatief nationalistisch.

Februari 1952 notitie: Het hoofddoel van de buitenlandse politiek.Nederlandse diplomaten moesten altijd een ‘subjectief nationaal standpunt’uitdragen.

(p.90) Na de Tweede Wereldoorlog had Nederland een actieve buitenlandse politiek moeten voeren, maar dat was volgens Luns niet gebeurd.

4 redenen:

1) Nederland was andere landen ver vooruit in internationaal denken en kende het aan de internationale organisaties een overdreven waardering toe b.v de RTC akkoorden.

2) Nederlandse diplomatie het slachtoffer van de eigen grondigheid en verkokering.

3) De xenofiele Nederlanders hechtten een te grote waarde aan het oordeel van de buitenlanders. Nagelaten officieel en privé duidelijke taal te spreken.

4) De tendens de buitenlandse politiek te voeren en te beoordelen volgens abstracte normen van internationaal recht en billijkheid de Nederlandse beleidsmakers parten. Dat maakte hen blind voor het opportinisme en het gebrek aan fatsoen bij andere landen. Onvoldoende gebruik gemaakt van de factor tijd.>>>>>

Buitenlandse politiek was empirisch van aard en vroeg om op de omstandigheden afgestemde middelen. Wat vandaag niet mogelijk is, ligt misschien morgen voor het grijpen of omgekeerd.

(p.91) Met Duitsland en Japan was Nederland volgens Luns de grote verliezer van de Tweede Wereldoorlog.

Luns ging uit van een groter Nederlands zelfbewustzijn en meer zelfvertrouwen in het internationaal optreden.

Hoofdstuk 2

(p.95) Koningin Juliana vond Luns te licht voor de minsterpost. Juliana was voor Beyden.- conflict tussen Beynen en Luns afbakening functies.

(p.102) Conflictpunt Spanjes toetreding tot de Unesco.

(p.109) Luns vond veel diplomaten middelmatig en ruggegraadloos.

(p.112) Het Nieuw-Guinea conflict was voor Luns een politiek conflict.

(p.114) Australië sprak zich ook uit voor de Nederlandse politiek t.a.v. Nieuw Guinea.

De combinatie van meegaandheid in internationale en multilaterale kwesties en behartiging van eigen belangen zou Luns gedurende zijn minsterschap vaker toepassen.

( p. 141) Luns legde niet het verband dat pas betere betrekkingen met Indonesië konden ontstaan als Indonesië de soevereiniteit van Nieuw Guinea had gekregen.

(p.151) 16 augustus 1955 ataque tijdens vakantie aan het Gardameer.Tot medio 1956 was een verlenging van zijn ministerschap niet aan de orde.

(p. 153) Luns beschouwde de grenscorrecties met Duitsland als onvoldoende compenstie voor de oorlogsschade.

(p.154) Mochten echter geen invloed hebben op de multilaterale samenwerking met Adenaures Duitsland. Luns opvattingen leken i.t.t. de Tweede Kamer, gematigd.

(p.175) Reden van de mislukking van de besprekingen met de Indonesische delegatie was volgens Luns dat de Indonesische delegatie geen enkele speelruimte had gekregen.

(p. 176) De Indonesische lezing dat het mislukken aan Luns te wijten zou zijn heeft in latere jaren ook in Nederland algemeen ingang gevonden. Voornaamste emotionele hindernis was echter de zogenaamde showprocessen en de arrestantenkwestie. Oorzaak mislukking besprekingen ook de gecompliceerde binnenlandse politieke situatie in Indonesië.

(p.177) De kwestie Nieuw-Guinea was een centraal pijnpunt in de bilaterale betrekkingen. In Luns ogen was de voormalige kolonie onafhankelijk geworden zonder de verantwoordelijkheid te kunnen dragen die de soevereiniteit met zich mee bracht.

(p.178) Indonesië zegde eenzijdig de verdragen met Nederland op. Luns genoot van de sociale aspecten van zijn ministerschap.

(p.179) Eind maart 1956 zat Luns dicht tegen overspannendheid aan. Luns dacht bijna dagelijks aan de dood. Ging op advies van zijn arts (5 mei) in het Italiaanse Monticatine-Terme, ten westen van Florence een kuur doen. Op 29 mei was hij weer terug in Nederland.

(p.181) Zijn gezondheidsklachten temperden zijn ministeriële ambities enigermate.

(p.181-182) Luns behoorde binnen de KVP-fractie tot diegenen die samenwerking met de PvdA wilde. Bij de Hofmans affaire ging het volgens Luns ook om de grondwettelijke verhoudingen. Juliana gedroeg zich inconstitutioneel door haar gesprekken over de komende kabinetsformatie. Luns vond Drees veel te toegevelijk tegen Juliana. Luns speelde in de Hofmansaffaire echter geen rol.

(p.183) Door de breuk tussen Juliana en Beyen (zij vond dat hij haar privéleven niet beschermde) veranderde de positie van Luns. In de loop van 1955 had hij een positieve attitude gemerkt.

(p. 185) Zakenwereld was voor een koersverandering met betrekking tot Indonesië. – Indonesie zei de schuldverplichtingen aan Nederland begin augustus, na de Suezoorlog, op.

(p.188) Luns bewondering voor het politieke talent van Romme daalde. 11 oktober 1956 stemde Luns in met een nieuw ministerschap.

Hoofdstuk 3

(p.195) Over Hongarije was het kabinet eensgezind, maar niet over de Suezcrisis. Minster Klompé sprak over Israelische agressie en noemde het Brits-Franse optreden een bedreiging voor de vrede. Klompé gaf haar verzet op.

(p.198) Er was een spanning tussen de regionale doelstelling van het Noord Atlantische verdrag en de mondiale rol van de VS. Washington wilde de verantwoordelijkheid niet delen.

(p.202) Luns zag een verdere uitbouw van de Europese integratie als een middel tot versterking van de positie van het Westen.

(p.203) De invloed van Nederland werd door de besluitvormingprocedures vergroot en de Frans-Duitse overheersing was onmogelijk door het relatief grote gewicht van de stem van de drie Beneluxlanden. (Drees was absoluut geen voorstander van communitaire integratie,omdat deze de nationale bevoegdheden aantaste).

(p.204) 25 maart 1957 Ondertekening van het Verdrag van Rome. Bij regering en bedrijfsleven overheerste echter het gevoel dat Nederland zich had aangesloten bij een continentale en protectionistische groep. Dat leek haaks te staan op vrijhandel welke het hart was van de Nederlandse handelspolitiek.

(p.207) Pogingen om tot een vrijhandelszone te komen eindigden eind 1958.

Indonesie en Nieuw-Guinea

(p.209) Sinds de zomer van 1957 was Luns bezig geweest internationale steun te vergaren in het conflict met Indonesië. De ontwikkelingen in Indonesie zelf namen een voor Nederland desastreuze wending. Luns geloofde niet dat de verbetering van de betrekkingen mogelijk was zolang Soekarno president was. Alleen de VS zouden het tij kunnen keren.

(p.210) beging december 1957 Djakarta confisceerde eigenlijk de Nederlandse bedrijven en alle Nederlanders werd opgedragen Indonesië te verlaten. Luns beschouwde de Indonesische maatregelen als een ernstige schending van het Internationale recht. De Europese bondgenoten gaven (zonder meer) Nederland steun. Volksvertegenwoordiging en regering waren eensgezind maar achter de schermen woedde een strijd over de wenselijkheid van onderhandelingen met Indonesië.

(p.212) Volgens Luns was Soekrno in zijn ogen een willig werktuig van de communisten geworden. Een bespreking in de Veiligheidsraad zou geen veroordeling van Indonesië opleveren.

(p.213) Een poging om binnen de NATO een gemeenschappelijke gedragslijn voor wapenleveranties aan Indonesië tot stand te brengen strandde op Amerikaans verzet. In Washington verdween de anti-Soekarno stemming omdat er geen alternatief was. Economische hulp en wapenleveranties waren de meest voor de hand liggende instrumenten om de Amerikaanse invloed te vergroten. Luns stond in feite met lege handen.

De Vierde Republiek op haar laatste benen en het nieuwe Frankrijk

(p.216) Luns was bang voor een burgeroorlog in Frankrijk of machtsovername door opstandige generaals in Algerije en de vestiging van een dictatuur.

(p.217) Twee dingen verontrusten Luns: de Gaulle wilde de samenwerking in Europa beperken tot de Zes; Frankrijk wilde zich als de leider van de Zes manifesteren.

(p.220) De Amerikaanse invasie in Libanon in 1958 was voor Luns een teken dat de passiviteit van Washington ten opzichte van de Derde wereld voorbij was. Washington zette zijn koers tegenover Djakarta voort.

(p.221) Washington informeerde Nederland over wapenleveranties die niet mochten worden gebruikt voor een aanval op Nieuw-Guinea. Nieuw-Guinea als steunpunt in de Koude Oorlog.

(p.222) Voor Luns stond steun van de bondgenoten bij een Indonesische aanval centraal in zijn beleid. Hij wilde harde toezeggingen. Luns: de VS en Nederland woerden een beleid om een communistisch Indonesië te voorkomen. Stond Nederland er niet alleen voor? Het koste de regering immers de grootste moeite de Nederlandse publieke opinie ervan te overtuigen dat haar beleid in Zuid-Oost Azië de belangen van de vrije wereld diende. Binnen de KVP en de PvdA wonnen de dissidenten veld. Voor het herstel van het politieke vertrouwen waren drie dingen nodig:

1) Steun van Washington voor de eis van compensatie voor het geconfisceerde Nederlandse bezit.

2) Het bestuur van Nieuw-Guinea door Nederland was belangrijk voor het westen.

3) Beperking van de Amerikaanse wapenleveranties.

(p.223) Geheim gesprek met Eisenhower op het Witte Huis. Luns en Eisenhower waren het grotendeels met elkaar eens. Indonesië was te vroeg onafhankelijk geworden; er bestond een verband tussen de Amerikaanse wapenleveranties en de Nieuw-Guinea kwestie en dat Indonesische voet op het eiland zette diende geen Westers belang. Nederland hoefde zich volgens Eisenhouwer geen zorgen te maken over de Amerikaanse houding bij een Indonesische aanval op Nieuw-Guinea. Luns was ‘zeer tevreden’.

(p.223- 224) verklaring Dulles op 7 otober dat Amerika Nieuw-Guinea even belangrijk achtte als Formosa. De verklaring bevatte twee elementen:

1) Geweld was geen oplossing voor een terratoriaal conflict

2) Washinton hechtte geloof aan de verklaring van Djakarta geen geweld te gebruiken. Toch zette Luns zich op het verkeerde been door nauwelijks te letten op de nadruk van een vreedzame oplossing en het geloof in het niet gebruiken van geweld door Indonesië. Het was een verkeerde interpretatie van de Amerikaanse positie, die in feite niet veranderd was.

(p.226) Verkiezingen waren noodzakelijk na het uiteenvallen van de Rooms-Rode coalitie in dcember 1958. Drees verliet de actieve politiek.De Quay was voorstander van besprekingen met Indonesië. Er werd getwijfeld aan Luns intentie ten aanzien van de Europese integratie. De Quay kreeg geen ruimte om een eigen Nieuw-Guinea beleid uit te zetten. Op 19 mei trad het kabinet de Quay aan.

(p.227) Voortzetting van het Indonesië beleid was nu zeker en de Europese integratiepolitiek was veilig gesteld. Er groeide tussen de Quay en Luns een persoonlijke band.

(p.228) Luns nam de Europese portefeuille in eigen hand.

(p.229) Luns had sinds begin 1958 de uitvoering van de EEG en Euratom geen strobreed in de weg gelegd. Nieuwe ontwikkelingen probeerde hij echter af te remmen.

(p.229-230) Streven naar meer politieke samenwerking door Frankrijk werd door Nederland niet gesteund.

(p.231) Internationale samenwerking moest via de NATO lopen en niet via een nieuw orgaan. De WEU (in 1955 opgericht) en de Raad van Europa speelden ook al een rol. Blokvorming tegen Angelsaksische bondgenoten was uit den boze. >> Voorwaarde voor politieke intergatie was realisering van daadwerkelijke economische integratie.

(p.232) Politieke integratie moest binnen de zelfde kaders plaatsvinden als de economische integratie, dat wil zeggen op communitaire basis met overdracht van bevoegdheden aan een gemeenschappelijk orgaan.

( p.234) Duitsland: Generalbereinigung: een mand vol oude zaken. Luns emotionele betrokkenheid vertroebelde zijn zicht op het hele dossier en van de biliaterale betrekkingen niet.

Breekt eind 1957 besprekingen op ministerieel niveau.

(p. 235/ 236) Bretano niet enige Duitser waarmee Luns op goede voet stond. Ambassadeur H. Mühelenfeld werd gewaardeerd omdat deze onderhand telegrammen van de Duitse ambassadeur in Djakarta liet inzien. Die gaven inzicht in de informatie die de Indonesische regering oover het conflict met Nederland verspreidde.

Luns verzette zich tegen de benoeming van H. von Buck tot Duitse permanente vertegenwoordiger bij de EEG. Deze had tijdens WO II Nederland economisch leeg laten plunderen.

(p.237) Steun in de kwestie Berlijn, proactief en hard standpunt tegen Moskou.

(p. 238) April 1960 Generaalbereinigung een feit.

Nog meer oud-zeer België en het Moerdijkkanaal.

(p.239) Luns zag de waterwegenkwestie als een politiek probleem en wilde het ook op politiek niveau oplossen. Aanleg Moerdijkkanaal voor Belgische rekening en de afschaffing van de Belgische Rijnvaartpremies.

Indonesië: internationale rugdekking voor Nieuw-Guinea.

(p.240) De overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië was niet bespreekbaar.

(p.241) Amerikaanse wapenleveranties aan Indonesië beoogden een langzame koerswijziging in Djakarta tot stand te brengen. Generaal Nasoetion zou tegen Soekarno oppositie kunnen voeren. >>> Luns zag dat als een verkeerde inschatting en door de hechte vriendschapsbanden tussen de leiders zou Nasoetion niets tegen Soekarno ondernemen.

(p.243) Het bestaan van twee economische blokken in W. Europa zou volgens Luns met name in de NAVO tot grote spanningen leiden.

(.243/244) Washington bleek bereid Nederland te steunen bij een Indonesische aanval, maar tot een nadere concretisering van de door Dulles toegezegde hulp kwam het niet.

(p.245) Luns viel begin december 1959 in de ambtswoning van de trap en liep een hersenschudding op.

(p.246) reis Karel Doorman + versterking defensie Nieuw Guinea zette iedereen op het verkeerde been. Wereldreis karel Doorman berokkende ook veel politieke schade.

(p. 247) Uitspraken de Quay, tijdens een cocktailparty met vertegenwoordigers internationale pers over internationalisatie van het bestuur van Nieuw Guinea door middel van een trustschap (Nederland zou de daadwerkelijke bestuurder blijven)leidde tot internationale en nationale consternatie.

De politieke vraag was of de Quay had geprobeerd zonder overleg met Luns of het kabinet een wezenlijke beleidswijziging in gang te zetten. Kabinet ontstemd, maar het aftreden van de Quay wees het van de hand.

(p.249) Nieuw Guinea: een bescheiden rol van de VN?

In Indonesië werd het vlagvertoon van de Karel Doorman geïnterpreteerd als gerinkel met de sabel.

Nederland moest een gebaar maken op advies van de Quay, opperde Luns de mogeljkheid van een VN-missie ter verificatie van de Nederlandse intenties.

(p.250) Voor Indonesië zou elke aanpak zonder het perspectief van soevereiniteitsoverdracht onvoldoende zijn.

- In Den Haag groeide de angst dat door de wapenleveranties aan Indonesië ook de SU zich met het conflict zou bemoeien. BIn een behandeling van een Indonesische aanval in de Veiligheidsraad, zou stranden op een Russisch veto.

- Het leek dus of Luns de controle over het beleid begon te verliezen.

(p.251) - Er ontstond een gespannen verhouding met de Quay. Luns verweet de Quay dat hij zijn eigen zorgen over Nieuw Guinea met derden besprak. De Quay vond Luns overspannen.

(p.252) Luns: overschreiding door de premier van zijn bevoegdheden.

"Overspannenheid" zou ook andere oorzaken kunnen hebben.

1) Heldring: Luns stijl van optreden.

2) Luns miste de politieke steun van Romme die in februari 1961 de politiek verliet.

Luns overwoog beeindiging van het ministerschap. Had regering Kenendy vertrouwelijk laten weten dat hij graag Paul Spaak als Voorzitter van de NAVO wilde opvolgen. Maar deze koos voor Stikker.

Topconferentie Parijs: gevecht Luns tegen de rest.

(p.254) tegenover Luns pleidooi voor betere Atlantische samenwerking presenteerde De gaulle zijn remedie. Versterking van de internationale rol van Europa. Amerikaanse solidariteit beperkte zich tot eigenbelang. Buiten Europa droeg de VS bij aan een afbraak van Europese machtspositie.

Luns vond visie veel te pessimistisch.

Hoofddoel Europese samenwerking: de politieke en militaire inkapseling van Duitsland.

(p.255) de Gaulle: het ontbrak aan een gemeenschapelijke visie over internationale vraagstukken.

(p.260) De conferentie had bevestigd dat in het beperkte kader van de zes een pre-dominante positie van Frankrijk en Duitsland groeide, terwijl de verdeeldheid tussen de BENeLux landen over de Europese integratie groeide.

Nederlandse bezwaren zouden minder groot zijn als Groot-Brittannië in het overleg werd betrokken. Hoofdbezwaar bleef het streven om buiten Brusselse structuren te gaan werken.

(p.262) Adenauer zag in Luns de aanvoerder van een oppositie tegen een Frans-Duitse verzoener. Adenauer toonde zich zeer verbitterd.

(p.263) Edward Heath>> zijn land wilde worden betrokken bij de Europese samenwerking en het politieke overleg.

(p.263) Volgens oppositionele Pv.d.A en binnen de eigen KVP kritiek: de benadering was te negatief. Luns moest met een constructief tegenvoorstel komen (Blaisse en Romme).

Geen Business as usual: John Kennedy en zijn adviseurs.

(p.263) Luns had er weinig vertrouwen indat hij uit Washington steun zou krijgen voor zijn streven naar een band tussen de EEG en de EFTA en het betrekken van Groot-Brittanië in de politieke samenwerking.

(p.264) Luns voornaamste doel internationale steun op te bouwen voor het Nederlandse beleid van uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht.

In eerste instantie negatieve signalen >> Kennedy nodigde Soekarno uit voor een bezoek aan Washington.. >>>> De VS had toch Nederland nodig om een belangrijke verhoging van de Euroepse partners te kunnen realiseren??

(p.265/266) Gesprek met Kennedy leidde niet tot resultaat.

(p.266/267) Dean Rusk: probeerde te achterhalen of Nederland bereid zou zijn een VN-trustschap van andere landen over Nieuw-Guinea te aanvaarden. Gesprek mislukte.

(p.267) Luns vergeleek de ontvangst door Washington van Soekarno met een bezoek van de Nederlandese koningin aan Cuba.

(p.268) Washington onderschreef het beginsel voor zelfbeschikking van de Papoea's en de noodzaak Congolese toestanden bij beeindiging van het Nederlands Bestuur te voorkomen.

(p.268) Luns had tijdens de besprekingen in Washington en New York zijn beleid bijgesteld. Zijn weifeldende houding regenover internationalisatie van het bestuur had hij laten varen, omdat hem bleek dat Washingthon daar sterk voor voelde.

Luns: dankzij het Congo-argument was een zekere mate van continuering van het Nederlands bestuur volgens hem verzekerd. Zelfbeschikkingsrecht was als basis aanvaard.

(p.268/269) Naast militaire afschrikking had Luns nu ook een soort politieke afschrikking in handen. # Nederland leek het tij mee te hebben. # Maar door optreden Oltmans was de stemming in Nederland ongunstiger geworden en ook door een Indonesische campagne van dreiging met geweld en chantage.

# Publicatie in Vrij Nederland: interview met ambassadeur Beynen, waarin deze kritiek leevrde op het Nieuw-Guinea beleid. # Groep-Rijkers: druk op Soekarno om verkennende besprekingen te beginnen. Beynen wekte de indruk het regeringsbeleid niet te ondersteunen Zie pagina 274. Journaliste Bibeb kreeg van Beynen de schuld na 'verhaal' van Luns bij Beynen.

(p.269) Prins Bernhard stuurde buiten de regering om president Kennedy een plan voor de oplossing van het geschil via een multinationaal - VN Trustschap zonder Nederland en uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht zonder de optie van aansluiting bij Nederland. #Premier sprak tot ergernis van de ministerraad met leden groep Rijkers.

(p.270) Politieke samenwerking in Europa: winst op punten in de tweede ronde.

# Nederlandse regering volgde vaste politieke lijn voor supernationale intergatie. Als tegenwicht van de Frans-Duitse dominantie was een Britse deelname nodig.

(p.271/272) Luns drong bij de Britse regering aan op concretisering van haar plan tot samenwerking met de gemeenschapen. En probeerde bij de VS steun te krijgen. # Nederlandse regering stond met haar verzet tegen politieke consultatie binnen de EEG dus geisoleerd.

(p.273) De Amerikaanse verwachting dat Luns onder grote druk zou instemmen met de politieke consulltatie, was volkomen ongegrond. # Luns dacht dat Spaak hen zou steunen. Luns schatte dit verkeerd in. Spaak was een pragmaticus.

(p.275) Luns bleef bij zijn principiële benadering en liet zich niet overtuigen door Spaaks pragmatisme.

(p.275/276) Spaak was nu wel voor Britse deelname, niet als middel tegen Frans-Duitse dominantie en een garantie tegen een zelfstandig machtsblok van de Zes.

(p. 276) Meeste landen maakten zich zorgen over de Westverbindung gezien Adenauers spoedig vertrek.

Op 14 juni 1961 zakte Luns in de Tweede Kamer in elkaar. Grote consternatie! Hij bleek oververmoeid. Juliana had al eerder, in februari, aan de Quay en aan Luns gevraagd of hij 'overspannen'was. Volgens de Quay was hij 'over zijn toeren',. Begin Juli begon Luns weer thuis te werken en op 3 juli weer op het ministerie.

(p.278) De andere landen waren meer geintresseerd in de politieke integratie zelf dan in de strik supranationale vorm die Nederland wenste.

(p.278/279) Nederland had zich in principe verbonden aan het streven naar politieke integratie zonder dat daarbij enige concrete afspraak over Britse deelname was gemaakt.

(p.279) Volgens de Franse analyse had Nederland concessies gedaan.

Vanwege de crisis rond Berlijn had de Gaulle zich inschikkelijk getoond, maar het zorgelijke punt bleef het gebrek aan overeenstemming over de uitgangspunten van de Europese integratie (juli 1961).

Internationalisatie: een sprong in het duister met het Plan Luns.

(p. 279) Met de hervatting van Luns werkzaamheden kwam in de publieke opinie steeds meer kritiek naaar voren.

(p.280) Kamer uitte zich echter meer tegen De Quay die zich ontvankelijk had getoond door gesprekken aan te gaan met de groep-Rijkens en commentaar op een conceptbrief aan Soekarno.

De media begonnen Luns te 'attaqueren'. Bepaalde factoren werkten in het voordeel van Luns:

# Afwijzing trustschap door Soekarno.

# De Amerikanen hadden geen alternatief in handen.

# In Nederland bestond weinig hoop dat Indonesië akkoord zou gaan met en oplossing zonder soevereiniteitsoverdrag en met zelfbeschikkingsrecht.

(p.280) Luns vond de zaak te riskant en liet ambassadeur van Royen geheime besprekingen voeren over een oplossing binnen het VN-kader. Want zonder Amerikaanse steun was de uitkomst ongewis.

De besprekingen eindigden niet in overeenstemming over de in de VN te behandelen weg. Washington bleek bereid te helpen met het tot stand brengen van een VN-missie als eerste stap naar een trustschap.

(p.280) Luns begon op te schuiven.

(p.281) Eind juni kreeg Luns het fiat van de ministerraad voor de internationalisering.

# Luns ging in augustus op vakantie en stelde bij terugkomst vast dat het met uitzondering van de Volkskrant de Nederlandse pers zich tegen het Nieuw Guineabeleid keerde.

# Omslag in de publieke opinie veroorzaakt door een gerichte actie van de groep-Rijkens.

(p.282) Er was echter niet alleen externe oppositie. Ook binnen het kabinet was sprake van groepsvorming. Luns was niet tegen een open gesprek, maar wel tegen voorwaarden vooraf.

(p.283) Luns vijftig jaar.

# De vijf politieke partijen stemden er mee in dat het zelfbeschikkingsrecht overeind bleef.

# Keuze van internationalisering van het bestuur was niet zonder risico's. Andere regeringen zagen in het voorstel een teken dat Nederland van Nieuw Guinea af wilde, lag het dan niet voor de hand tegelijkertijd het conflict met Indonesië op te lossen met bemiddeling?

# Volgens Djakarta berustte de soevereiniteit al bij Indonesië.

(p.284) Het kainet dwong Luns een citaat uit de troonrede in zijn verklaring op te nemen waaruit bleek dat de Indonesische voorwaarden vooraf besprekingen over de toekomst van Nieuw Guinea onmogelijk waren. Luns beschouwde de toevoeging, tot stand gekomen door sterke druk van Cals en de Quay, als het openzetten van de deur naar internationale bemiddeling en het onderuit halen van de internationalisering.

# Luns voelde zich in de rug aangevallen, zag geen enkele opening voor besprekingen met Djakarta.

Voorbereidend werk in de VN-Assambleé

Plan Luns: Nederland wilde zijn soevereiniteit over het Nieuw Guinea beeindigen zodra het recht op zelfbeschikking behoorlijk was gewaarborgd. Nieuw Guinea plaatsen onder actief VN-toezicht en het daarom overdragen aan een internationaal bestuursorgaan + financiële bijdrage van 30 miljoen bleef gehandhaafd.

# Binnen de VN speelden de groep van de Afro-Aziatisch landen een sleutelrol.

(p.285/286) Londen vreesde vooral voor de precedentwerking van het plan voor de dekolonisatie van de Britse gebieden en gaf daarmee de voorkeur aan een oplossing door open bilaterale besprekingen. Dat nu wilde Luns juist niet.

(p.286) Luns zette de verdediging van zijn plan voort.

(p.287) Luns probeerde de NRC, Volkskrant en het Parool voor zich te winnen.

(p. 287/288) Geheime ontmoeting met Indonesisiche minister Yamin leidde niet tot resultaat.

(p.288) Luns gaf het groene licht voor een ontwerpresolutie van het State Department die geen melding maakte van de Nederlandse soevereiniteit, maar wel het zelfbeschikkingsrecht overeind hield.

(p.288/289) Geluiden over bilaterale besprekingen met Indonesië moesten de kop worden ingedrukt ( uit de groep Rijkens en de Nijmeegse hoogleraar Duynstee). De VS dacht dat door de activiteiten van de groep en Duynstee dat de Nederlandse autoriteiten die menign deelden.

(p.289) De VS bleef streven naar een voor Djakarta aanvaardbaar compromis.

# Luns wist dat zijn aanpak, van een regeling van het conflict, zonder Indonesische betrokkenheid, vanwege de Amerikaanse steun niet langer haalbaar was, bracht het risico van een bemiddeling met zich mee tussen Indonesië en Nederland.

# Was echter niet in staat het tactische spel van Washington te beinvoeden.

(p.290) Brazaville groep diende een eigen resolutie in waarbij men het element van de bilaterale onderhandelingen combineerde met het Amerikaans ontwerp.

(p.290) Het plan om zonder Indonesië en met Amerikaanse steun het bestuur van Nieuw Guinea te internationaliseren mislukte.

# Luns keerde 30 november terug naar Nederland en stelde voor de pers: Nederland houdt vast aan het zelfbeschikkingsrecht omdat een meerderheid van de Algemene vergadering zich er voor had uitgesproken.

# Luns was moe, rugpijn en een zware verkoudheid.

(p.291) Het plan-Luns haalde de eindstreep niet, maar er was belangrijke winst geboekt. De VS onderschreven de twee hoofdpunten van het plan.

Directe onderhandelingen met Indonesië"Ja, mits.

(p.291) Eensgezindheid en tevredenheid binnen het kabinet over de afloop van het VN-debat en de koningin sloot zich daarbij aan.

# Verder nadenken over beleid na het Plan Luns. Alleen Zijlstra begreep dat met de stem van Nederland voor de Braziville resolutie Nederland ook had ingestemd met onderhandelingen met Indonesië.

# Al voor de discussie in de ministerraad had het Luns dudielijk kunnen zijn dat zijn analyse eenzijdig en te optimistisch was.

# Djakarta bleek in staat een 'blocking one third' achter zich te krijgen tegen elk Nederlands voorstel. Daarmee was in feite een oplossing via de VN uitgesloten en kwam de optie van directe onderhandelingen met Indonesië als enige uitweg steeds dichterbij.

(p.292) Bonafide uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht en de niet rechtstreekse overdracht aan Indonesië waren in feite de enige voorwaarden die de regering stelde.

# Luns realiseerde zich dat waarschijnlijk niet.

# Luns wilde op korte termijn helemaal geen initiatieven nemen en zich concentreren op de uitvoering van de dekolonisatieroute, ook al zou Washington tegenwerken.

# Soekarno kondigde op 19 december de bevrijdingsactie van Nieuw-Guinea aan.

# President Kenendy drong via een persoonlijke brief bij Soekarno aan op een vreedzame regeling.

# Op 19 december dreigde Soekarnoo alleen met een aanval.

(p.293) Zowel Protestantse Kerken en de Katholieke Kerk drongen bij de regeringen er op aan op een 'open en vertrouwvol gesprek'.

# Het was niet uitgesloten dat het kabinet vanwege interne verdeeldheid over de te volgen koers zou aftreden.

# Kennedy had de Quay gevraagd onderhandelingen met Indonesië te beginnen.

(p.293) Luns had zijn standpunt bijgesteld:

1) Luns meende dat het kabinet moest vasthouden aan het zelfbeschikkingsrecht.

2) Hij was tegen een beroep op de Veiligheidsraad.

3) Hij bleef inschakeling van de nieuwe VN-dekolonisatiecommissie aantrekkelijk vinden, maar die was nog in de maak.

4) Hij wees een bilateraal gesprek af vanwege zijn ervaringen tijdens de Conferentie van Geneve (1955-1956) en de Indonesische propaganda, maar geen bezwaar tegenbesprekingen met een derde partij erbij.

(p.293/294) Ondanks sterke steun van Klompé slaagde Luns er niet in het kabinet te overreden vast te houden aan het zelfbeschikkingsrecht als voorwaarde vooraf bij het aangaan van een open gesprek met Indonesië.

(p.294) Kabinet gaat akkoord met Luns voorstel tot een open gesprek in aanwezigheid va een derde partij, bij voorkeur de VS., zonder de prealabele voorwaarde van het zelfbeschikkingsrecht. Dat zou wel het uitgangspunt van Nederland zijn.

# Luns was er op uit Washington te verleiden tot een actie die handen en voeten zou geven aan de toezegging van Dulles.

(p.295) Luns wilde een afschrikking tegen Indonesische agressie creëren omdat na zijn overtuiging het uitblijven van Amerikaanse steun en die van andere bondgenoten ernstige politieke en psychologische implicaties zou hebben.

# De VS vond een en ander niet geloofwaardig: Nederland zou geen oorlog voeren zonder steun van de geallieerden.

Koerswijziging: Onderhandelingen zonder voorwaarden vooraf.

(p.295) Na Amerikaanse afwijzing om als derde partij op te treden stemde hij in met de keuze van de VN-paraplu.

# De kamer steunde de regering, ook de oppositie.

(p.296) Geruchten over mogelijk aftreden van Luns, ook in Djakarta wachtte men op zijn vertrek.

# Indonesische regering meende dat Luns een minderheidsstandpunt innam dat hij aan de rest van het kabinet oplegde. Dat beeld werd bevestigd door Duynstee.

(p.297) Van Royen was het eens met het uitgezette beleid en wees erop dat de aanwezigheid in Nederland en in het kabinet (Cals-Zijlstra en Beerma wilden bilaterale besprekingen) het werk in Washington en New York zeer moeilijk maakte.

# Luns positie was in de VS niet sterk.

(p.297) De Amerikaanse regering deed haar uietrste best Soekarno's instemming te krijgen met onderhandelingen zonder voorwaarden vooraf. Robert kennedy kreeg opdracht Soekarno te overreden.

Kennedy wilde een oplossing die het Nederlandse gezicht redde en zoveel mogelijk tegemoet kwam aan de Indonesische wens. Kennedy meende dat Indonesië nu aan zet was en moest instemmen met onderhandelingen vooraf.

(p.297/298) Robert Kennedy slaagde erin Soekarno te overtuigen.

# Boodschap Kennedy aan de Nederlandse regering: Er moest een vreedzame oplossing komen en Nederland moest gaan onderhandelen.

(p. 298/299) de Quay signaleerde een verandering in de opstelling van Luns:

Door de Zware Amerikaanse druk in combinatie met het uitblijven van harde toezeggingen over militaire steun bij een Indonesische aanval op Nieuw Guinea zag Luns in dat onderhandelingen onvermijdelijk waren.

Voor de buitenwereld bleef hij de belichaming van het Indonesiebeleid, maar in werkelijkheid bepaalde het kabinet het beleid.

(p.299) Maar over het zelfbeschikkingsrecht was geen verschil van mening.

# de Hamvraag was hoe het zelfbeschikkingsrecht te realiseren bij een voortijdige beeindiging van het Nederlndse bestuur.

Dreigende kabinetscrisis over Amerikaanse toezegging.

(p.299) Opnieuw was de VS niet duidelijk of ze de toezegging van Dulles uit 1958 gestand zou doen.

(p. 300) Het kabinet stelde echter vast dat Luns in ruil van de toezegging van onderhandelingen van Washington:

1) Geen militaire garantie had gekregen

2) Nederland zou onder druk kunnen worden gezet om concessies te doen.

3) Luns bleek bereid te praten over een andere derde partij dan de VN.

(p.300) Luns zag een en ander als een 'bewijs van afkeuring' van zijn beleid, en dreigde met aftreden als zijn advies tot het sturen van marineschepen niet opvolgde.

(p.301) na discussie bestond er geen verschil va mening over de koers. Uitzending van manschappen was voorlopig van de baan.

---------------------------

Berlijn en Europa

 

(p.301) Het leek erop dat de Sovjet-Unie vastbesloten was een eenzijdig vredesverdrag met de DDR door te zetten.

# NL volgde de VS.

Luns voorstander drie maatregelen:

1) Verhoging van de defensieuitgaven.

2) Voorbereiding van economische sancties.

3) Verhoogde staat van paraatheid van de strijdkrachten.

# Luns hield rekening met een oorlog. # In de eerste plaats waren de belangen van het Westen in het geding. Luns wilde niets horen over erkenning van de DDR of het achterwege laten van economische sancties.

(p.302) krachtig verzet tegen vreedzame coexistentie zou het communistische expansionisme kunnen tegen houden. # Echte oplossing mogelijk op basis van een hereniging van Oost- en West-Duitsland. # Luns bezocht Berlijn, feb 1962, en sprak met Willy Brandt. Politiek en ideologisch gebaar.

# Luns zag in ontwikkelingssamenwerking een belangrijk instrument om nieuwe staten aan het Westen te binden.

(p.304/305) Onderhandelingen over toetreding Engeland.

(p.305) Bonafide zelfbeschikking of een facade: het plan Bunker.

# Luns ging akkoord met de aanwijzing van Ellsworth Bunker als derde partij namens de VN.

# Kabinet: onduidelijkheid over Amerikaanse doelstellingen.. # Kabinet: Algemeen Westers belang om Indonesië pro-westers te houden en dat kon alleen door oplossing van het conflict rond Nieuw-Guinea. de Quay: "Geen oorlog, geen communisme" is het Amerikaans beleid.

(p.306) Militaire versterking Nieuw Guinea bedoeld als bescherming voor de Nederlanders.

# Luns optimisme inzake de houding van de VS (Dean Rusk) duurde niet lang. Eind maart plan Bunker >>> versnelde overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië zonder bonafide uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht. Luns voelde zich bedrogen.

(p.306-307) Plan voorzag in overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië na een kort VN-interim bestuur; enkele jaren later zou Indonesië een referendum onder de Papoea's houden.

(p.307) President Kennedy steunde het plan. Een belangrijke Amerikaanse koerswijziging.

# Luns was 'shocked and dismayed 'en gaf niet de indruk dat hij zou toegeven aan deze Amerikaanse appeasement.

# Washington wilde proberen via indirecte druk Luns en het kabinet om te krijgen.

(p.308) Luns zag het plan Bunker als een politiek feit. Met bezwaren maken en amendementen wilde hij er zoveel mogelijk uithalen.

# Kabinet was verdeeld over de te volgen koers. Uiteindelijk: Amerikaanse reactieafwachten op Nederlands voorstel om de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht beter de garanderen.

(p.309) Luns vond het belangrijker om tegenover de Nato-bondgenoten het 'wangedrag' aan de kaak te stellen en de Amerikaanse verantwoordelijkheid vast te leggen.

# Nederland wilde de Papoea's niet uitleveren aan Indonesische koloniale overheersing.

(p.310) Niet Rusk maakte het beleid maar de gebroeders Kenendy. Niet Luns maakte het beleid maar het kabinet.

# Pijnlijk politiek debat in de Kamer voor Luns. Nooit eerder in eersye termijn had de premier en niet hijzelf namens de regering het woord gevoerd.. De Quay hield zich strak aan het door de ministerraad vastgestelde beleid.

(p.311) De mogelijkheid om tijd te rekken was Luns nu ontnomen. De mogelijkheid van een plesbeciet voor de komst van een Indonesich bestuur op Nieuw Guinea was van de baan.

# Luns: Nieuw Guinea zou nu communistisch worden.

(p.312) Tegenstelling Luns-Van Rooyen

Van Rooyen ruim mandaat maar geen volmacht. De verantwoordelijkheid bleef bij het kabinet.

(p.313) Luns en het kabinet werden verrast door de ontwerpovereenkomst van 31 juli. Luns voelde zich door Van Rooyen voor een 'fait accompli' gesteld. In de ogen van Luns was Van Rooyen buietn zijn boekje gegaan. Maar hij was vakman genoeg om te beseffen dat verder verzet geen zin meer had. Hij stemde in met de definitieve onderhandelingen onder leiding van Oe Tant.

# Er ontstonden weer geruchten dat Luns wilde aftreden.

(p.314) Toen uitlekte dat Oe Tant met Soebandrio had afgesproken dat vanaf 1 janauri 1963 de Indonesische vlag naast de VN-vlag zou wapperen en niet pas op 1mei 1963 was Luns razend en het kabinet zeer ontstemd.

# Luns had nu geen enkel vertrouwen dat Indonesië het akkoord zou nakomen.

(p.314-315) Djakarta zette zijn militaire acties tegen Nieuw Guinea voort. Maar de vlagkwestie werd opgelost tegen het advies van Luns in. Voor het opschorten van de besprekingen voelde het kabinet niets en Luns rol was uitgespeeld. De overeenkomst een feit.

(p.315) Er bleef niets andersover dan het verdrag met Indonesië goed te keuren. Ook Luns stemde er mee in.

Tot het onmogelijke is niemand gehouden

(p.315) In politieke zin was de afloop van het conflict op een nederlaag uitgelopen. Maar Luns had alle gedaan wat hij kon. Hij kreeg een ovatie van het publiek dat zich in de stromend regen op het Binennhof had verzameld totdat de ministerraad het akkoord had goedgekeurd.

# Voor Luns was duidelijk wat de oorzaak van de slechte uitkomst was. De broeders Kennedy. Hij zag hun optreden als Amerikaans appeasement tegenover Soekarno.

(p.316) Luns geloofde echter nog steeds in Amerikanse interventie als Indonesië grootscheeps in de aanval zou gaan. Tegenover Nederland was Amerika zijn belofte niet nagekomen.

# Het was voor Luns een traumatische ervaring

(p.316-317) Luns blinde vlek was toch de veranderende positie van Indonesië in de Oost-West verhoudingen. En de Quay ging een prominentere rol spelen.

# Verbazingwekkend dat Luns niet aftrad. Het beleid was toch in feite mislukt. Maar niets wijst er op dat Luns met die gedachte speelde. Met de kamerverkiezingen van mei 1963 in zicht en de afronding van de Mammoetwet van Cals op het programma was er voor de regeringspartijen ook geen winst te behalen bij een aftreden van Luns of het hele kabinet.

(p.318) Geen politike Unie en geen Brits Lidmaatschap

Geen onderhandelingen over een politiek Unie voordat de Britse toetreding was afgehandeld.

(p.319) Adeauer zag Luns als hoofdschuldige voor de mislukking van de politieke Unie.

(p.320) De Gaulle`s veto op 16 janauri 1963 tegen de toetredeing van Brittannië raakte Luns diep. De schuld lag echter niet alleen bij Frankrijk: in het Interbellum was de Britse politiek ten opzichte van Frankrijk `onjuist`en onrechtvaardig geweest en had indirect bijgedragen aan de opkomst van nazi-Duitsland. De Gaulle als leider van de vrije Fransen was 'verre van tactvol 'behandeld door de Engelsen.

(p.322) De vijf voerden gezamelijk actie tegen Frankrijk daar bestond geen verschil van mening over. Wel over de aanpak. Het Frans-Duiste vriendschapsverdrag van 22 januri 1963 was daar een uiting van. Een en ander leverde per saldo weinig op voor Engeland.

Generalbereinigung: de laatste horden genomen.

(p.325/326/327) Na gladstrijken van een aantal zaken werd uiteindelijk in 1964 het dossier van de bilaterale betrekkingen met Duitsland gesloten. Dit vormde een cesuur in Luns' ministerschap.

Hoofdstuk 4 Diplomatie in een onrustige omgeving 1963-1971

(p. 329) Indonesië en Europa hadden de eerste tien jaren van zijn ministerschap gedomineerd. Voor de volgende periode zijn buiten de Europese integratie eerder ontwikkelingen dat thema's kenmerkend.

# Vanaf 1963 zou er binnen het kabinet veel meer discussie zijn over de buitenlandse politiek. Ook de volksvertegenwoordiging zou zich in toenemende mate als medespeler manifesteren.

(p329/330) Luns probeerde zijn tegenstanders door een overvloed aan informatie te overreden, maar dat werkte niet. Luns zag de wereld alleen maar vanuit het perspectief van de Koude Oorlog. Zijn wereldbeeld ging uit van de bstaande orde met regulerwende bevoegdheden voor de overheden. Die vanzelfsprekendheid kwam in de jaren zestig steeds meer onder druk te staan. Luns 'wereldbeeld' veranderde in die jaren nauwelijks.

(p.330) Na een bezoek aan Moskou in de zomer van 1964 trad er bij Luns een zekere dooi in en werde de betrekkingen met de Midden/Europse landen verbeterd.

(p.331) Niet ondertekening associatieverdrag Afrikaanse landen reactie op afwijzing Britse toetreding. Benoemingsperikelen en menigsverschil eventueel minister Europse Zaken.

(p.332) Groeiend belang Europa dus meer kabinetsbeleid en buitenlandse staatshoofden weinig sympathie voor Luns (Kennedy, Adeauer) maar binnenlands had Luns een ijzersterke positie.

# En toch wilde Luns de bilaterale betrekkingen met Frankrijk goed houden.

(p.334) WEU bleek een doodgeboren kindje.

Verkieizngen en kabinetsformatie 1963

(p .335) KVP had gewonnen. Eerste kabinetsformatie zonder Romme en Burger. Rommelige formatie, met een KVP formateur die geen premier mocht worden. 24 juli rechts confessioneel kabiet Marijnen. Luns kreeg 40.000 voorkeurstemmen. Voor en tegestemmen tegen continuering ministerschap.

# Luns had ernstige gezondheidsproblemen oververmoeidheid, brainstorms en rugpijn. Onderhandelen en besturen ging hem goed af maar het contact met de volksvertegenwoordiging viel hem zwaar.

( p.334) zeker was dat de Quay niet als prmier zou terugkeren.

(p.335) Luns ergerde zich aan de neiging tot perfectie en de roep om zekerheden in de Nederlandse politiek.

(p.336/337) Marijnen als nieuwe premier knabbelde aan de competenties van Buitenlandse Zaken, toezeggingen gedaan. Ook rond ontwikkelingenssamenwerking was er verschil van mening.

(p.338) Met Luns gezondheid ging het slecht (zomer 1963). Tijdens reis langs de Rijn kreeg hij twee epilepsieaanvallen. Hield voor zijn omgeving zijn slechte gezondheid verborgen. Was erg gejaagd en rusteloos en leek belangrijke beslissingen uit de weg te gaan. Maar dat bleek een verkeerde interpretatie.

(p.339) Schoon schip maken: herstel van de betrekkingen met Indonesië. Luns zag in economische steun voor Indonesië gfeen leidende rol voor Nederland. Evenmin voelde hij voor steun aan het Amerikaanse optreden in Vietnam.

(p.339-340) Indonesië was begonnen aanspraak te maken op Maleisië, waardoor de verhoudingen met Washington en Londen werden verscherpt.

(p.341) Een Europese kernmacht.

Oorspronkelijk plan van J.F.Kennedy van december 1962. Het kabinet was verdeeld en schoof de beslisisng voor zich uit. Luns had twijfels over de politieke noodzaak.

( p.342) Wat Luns zelf wilde was minder duidelijk. Anti-Duitse sentimenten speelden op.

(p.342/343) Militair gezien was er geen noodzaak voor een multilaterale kernmacht maar politiek wel >>>> Intensivering binding van de VS aan Europa.

(p.343/344) Van Rooyen naar Londen

17 jaar als ambassadeur in de VS. Liet Luns weten wel naar Londen te willen, maar Luns moest hem vragen. Luns aarzelde en de beslissing werd uitgesteld tot november. Van Rooyen werd in Londen benoemd.

WU UNie - toetreding Engeland.

(p.345) Ontwikkeling naar doane-unie ging door ook zonder Engeland.

Vanaf Juli was Nederland voorzitter EEG Raad.

(p.345/346) Luns streefde naar verbetering van politiek klimaat.

(p.347) Luns wilde blokvorming van de vijf tegen Frankrijk, maar kon niet verhinderen dat de besluitvorming in Brussel verderging.

(p.348/349) Besprekingen over politiek Unie probeerde Luns af te wenden door het accent te leggen op samenwerking en consultatie binnen de WEU. Luns maakte daarbij een verkeerde inschatting.

(p.352) Bezoek aan Moskou

In 1943 herstel van de betrekkingen. Oktober 1961 terugroeping ambassadeur na een incident op Schiphol. Begin 1963 betrekkingen genormaliseerd. Op verzoek Dean Rusk (Amerikaanse minster van buitenlandse zaken) MLF standpunt overbengen.

(p.352/353) Juli 1964 begon bezoek van 2 dagen. Zakelijk leverde het weinig op.

Oog en Oog met Soekarno

(p.355/356) 25 juli 1965 Luns nerveus en gespannen. Soekarno zorgde voor ongedwongen sfeer. Luns dagboek geeft niets weer over zijn indrukken.

(p. 356) De monarchie is in gevaar Prinses Irene - Carlos de Bourbon Parma.

(p.357) Prinses Margriet met burgerjongen 'verloofd'. Luns drong er 'met de grootse klem' op aan ' de jongeman in kwestie' (Pieter van Vollenhoven) ervan te overtuigen dat hij zich moest terugtrekken 'in het belang van het vorstenhuis 'Deze volstrekt ongewenste idylle'.

(p.357/358) Zoektocht naar man voor prinses Beatrix. Organiseerde diners voor de Kroonprinses en mogelijke Britse partners.

* Een verbintenis tussen Claus en Beatrix stond gelijk aan ondermijning van de bestaande maatschappelijke orde.

* Ondanks zijn persoonlijke bezwaren probeerde hij zoveel mogelijk een vinger in de pap te houden.

* Luns maakte duidelijk scheiding tussen staatszaken en prive-aangeegenheden.

Kabinetscrisis Vorming Kabinet Cals feb-april 1965

(p.359/362) Marijnen viel over de omroepwet. Luns was 12,5 jaar minister op 2 maart 1965. Luns deelname aan kabinet Cals was geen vanzelfsprekendheid. Hun opvatting over het Indonesië beleid hadden in 1952 tot onenigheid geleid. Vondeling wilde post van Luns maar Luns bleef en Vondeling werd minister van Financiën (...) Nacht van Schmelzer. Max van der Stoel werd staatssecretaris.

(p. 362/366) Europa opnieuw een confrontatie met Frankrijk. Frankrijk weigerde nog langer deel te nemen aan werkzaamheden EEG 2 juli 1965.

(p. 364) Optreden kabinet Cals veranderde weinigaan de inhoud van het Europese beleid. Wel uitvoerige discussie over de te volgen tactiek.

(p.366/367) Commotie rond subsidie van 100.000 gulden aan Defence and Aid Fund. Bedrijfsleven vel.

Luns verdedigde het besluit. Besluit van afstand houden was onder druk van Suriname en Antillen veranderd.

(p.368/374 ) Legestoelcrisis in EEG. Frankrijk liet verstek gaan. 9 september persconferente Charles de Gaulle >>>> frontale aanval op Europese verdragen + op militaire integratie binnen Navo.

(p/374/375) De Gaulle blijft op ramkoers: uit de Navo.

Alle menigsverschillen lagen nog op tafel en daar veranderde het compromis van Luxemburg niets aan. Voor Luns was de aankondiging van de Gaulle om uit de Navo te stappen geen verrassing. Van bondgenootschappelijke consultatie was geen sprake meer. Luns was voor een versterking van de Duitse positie binnen Europa en het bondgenootschap maar die hadden geen effect in Frankrijk. Militaire hoofdkwartieren naar België verplaatst. Benoeming Duitse generaal als opperbevelhebber Centraal Europa (von Kielmansegg), leidde bijna nog tot problemen. Duitse regering weigerde hem met pensioen te sturen. Dreigende kabinetscrisis maar die ontstond al tijdens de Algemen Beschouwingen van het kabinet Cals.

(p. 379) De Nederlandse regering steunde moreel het Vietnambeleid van Washington, ondanks groeiende binnenlandse oppositie. In Washington bestond niet alleen grote waardering voor de vast anti-gaulistische koers van Nederland, maar Nederland werd ook gezien als een steun en toeverlaat voor Vietnam. Nederland wilde absoluut geen troepen sturen maar het had wel de uitzending van medische teams naar Zuid-Vietnam toegezegd.

(p.380/ 381) Toch stoorde Luns zich aan de houding van de VS 'de geografische kleinheid van Nederland'. Gesprekken met Rusk en voelde voor coördinatie Amerikaans en Nederlands beleid met betrekkign tot Indonesië.

(p.381/383) Indonesië schoon schip en een nieuwe start, september 1966

Na de omwenteling in het najaar van 1965 besprekingen in een bredere context. Besprekingen 5 september 1966 met Indonesië in Nederland leidde tot een akkoord. Luns sloeg een belangrijke bladzijde om in zijn persoonlijke geschiedenis: het was goed om een streep onder de moeilijkheden met Indonesië te zetten. Najaar 1966 grote crediteurenconferentie in Tokio. De dekolonisatie was nagenoeg voltooid, behalve dan de volksraadpleging om Nieuw-Guinea.

(p.384/387) Vietnam en Zuidoost-Azië

Luns had met het Amerikaanse beleid weinig moeite, omdat voor hem de basisregel gold dat het communisme bestreden diende te worden. Die opvatting was bijna gemeengoed in de Nederlandse politiek.. Maar daar kwam geleidelijk verandering in en dat baarde Luns zorgen. Volges Dean Rusk zou Noord Vietnam niet kunnen winnen zonder de interventie van de Volksrepubliek China of de Sovjet-Unie. dat kon alleen worden voorkomen als de VS steun ondervond van de bondgenoten. Luns deelde de analyse van Dean Rusk. In Nederland ontwikkelde zich het politieke debat rond Vietnam langs dezelfde lijnen als in de VS. Er kwam een sterke anti-Vietnambeweging. Politiek begon ook de PvdA van stelling te veranderen. Dat baarde Luns zorgen vooral de negatieve uitwerking daarvan op het veiligheidsbeleid in het algemeen en op het Navo-lidmaatschap in het bijzonder. Aan de Nederlandse steun mocht niets worden veranderd. Vooral de Amerikaanse bombardementen leidden politiek tot problemen. Motie Ruygers werd uiteindelijk verworpen.

Maar binnen de regering bleek minster Klompé ook te twijfelen over de Amerikaanse motieven. De roep om stopzetting van de bombardementen werd sterker, ook binnen de regeringspartijen. Luns bleef het Amerikaanse beleid steunen maar hij kon niet voorkomen dat de motie-Schuyt in augustus 1967 werd aangenomen. Hij weigerde deze echter uit te voeren en werd daarbij gesteund door de regering.

(p.387/389) Onwennig in een veranderend politiek klimaat.

Het Vietnamdebat toonde aan dat Luns moeite had de verandering in de jaren zestig in Nederland en daarbuiten te begrijpen. De basis van de buitenlandse politiek moest gehandhaafd blijven met de Navo als toetssteen. Zijn wendbaarheid in binnenlandse zaken was veel beperkter. Vooral zijn conservatieve attitude en zijn overtuiging dat gezagsverhoudingen in de maatschappij bepalend waren. Daarom verwonderde hij zich over de verandere opstelling van Marga Klompë. Hij zag haar voortaan als links. De nieuwe opvattingen legden volgens hem de bijl aan de wortels van de bestaande orde. Voerde politieke discussies alleen in het parlement. Hield niet van de activistische manier van politiek bedrijven.

De veranderde politieke cultuur vond hij gevaarlijk, omdat volgens hem de nieuwe generatie bij de kritiek op de regering en gezagsdragers bij voorbaat van hun ongelijk uitgingen. Het negativisme van de jeugd was veroorzaakt door de welvaart.

Luns zag de veranderingen door een politieke bril, en hij constateerde terecht dat de jeugd een ander wereldbeeld had dan hijzelf. Dat gold ook voor de nieuwe jeugdcultuur en de muziek (bijwonen concert Rolling Stones met zijn zoon).

Wellicht was hij minder conservatief dan zijn tegenstanders dachten. In de vier laatste jaar van zijn minsterschap zou hij ervaren dat de politieke partijen en de publieke opinie in toenemende mate vroegen om een andere benadering van de internationale vraagstukken en het beginsel van de Oost-West tegenstelling niet langer als alleenzaligmakend vonden.

(p. 389/392) Het kabinet De jong 1967-1971

Na het interim kabintet Zijlstra en verkiezingen met groot verlies voor de KVP, bleek dat Luns de aantrekkingskracht van andere partijen had onderschat. De verkieizngsuitslag weerspiegelde de heersende politieke instabiliteit. De nieuwe premier De Jong had als minster van defensie in drie voorafgaande kabinetten met Luns een goede verstandhouding opgebouwd. De Jong zou zich meer met het buitenlands beleid bemoeien dan zijn voorgangers. Dat kwam vooral tot uiting in buitenlandse bezoeken. De Jong en Luins hoopten dat ze het competentieverschil tussen Economische Zaken en Buitenlandse zaken konden oplossen, maar dat bleek niet zo te zijn. Ook ontstond er een verwijdering met Marga Klompé. Winstpunt was de benoemeing van Udink tot minster van Ontwikkelingssamenwerking. Tussen Luns en Uddink ontstond wederzijdse sympatie en waardering, die uitgroeide tot een hechte vriendschap. Op het ministerie was men na vijftien jaar ministerschap niet meer beinvloedbaar.

(p.392/395) Tien jaar verdagen van Rome en de Britse toetreding

Volgens Luns was de Britse toetreding nog niet binnen bereik. Luns was van mening dat de slechte Britse financiële positie en de problemen met het pond Sterling Frankrijk een wapen zou geven om opnieuw nee te zeggen. Tussen Frankrijk en Nederland speelde niet alleen een zakelijk, maar ook een politiek verschil. De Gaulle dacht dat Nederland Engeland alleen maar als lid wilde hebben om de eigen soevereiniteit veilig te stellen.

(p.395/400) Midden Oosten: Zesdaagse oorlog: Israël en de vrije zee

Luns bleef Israël steunen, maar meende dat door de Zesdaagse oorlog de situatie in het Midden Oosten verslechterd was. Het is opvallend dat Luns zich in het kabinet zich vooral concentreerde op de politiek aspecten van het conflict. Over mogelijke schade aan de Nederlandse belangen in het Midden-Oosten sprak hij nauwelijks, terwijl de belangen toch aanzienlijk waren. Luns had in feite geen bezwar tegen wapenleveranties aan Israël, mits dat niet in de publiciteit kwam. Voor Luns was het conflict in het Midden-Oosten een onderdeel van de Koude oorlog. Hij vond echter de Israelische politek na de Zesdaagse Oorlog niet verstandig. In 1968 zou Luns proberen door gesprekken een actieve bijdrage te leveren aan het vredesproses.

(p.400/408) Groot Brittannië; het tweede Franse veto 1967

Luns verwachtte dat Frankrijk opnieuw het Engelse lidmaatschap zou weigeren en voerde een harde lijn gesteund door het kabinet. De Britten wilden niet dat de harde lijn werd voortgezet. Op 19 december kwam er toch een Frans veto. De vraag was nu hoe verder met de EEG. De Britten vroegen zich af de dwarsdrijverige stijl van opereren van Luns niet contraproductief werkte en mogelijke Britse belangen zou schaden. Die irritatie bestond ook in België en de Bondsrepubliek.

Uiteindelijk zouden de inspanningen van Luns om een helder antwoord te krijgen van de Vijf op het tweede Franse veto te geven op niets uitlopen. Dat was op de eerste plaats het gevolg van het gebrek aan politieke wil aan Duitse kant, maar ook van interne politieke verwikkelingen in België en Italië. Er kwam pas weer beweging in het dossier van de Britse toetreding in september 1968, dankzij een initiatief van Brandt.