We hebben 84 gasten online

Noord en Zuid-Amerika

Deel 7 De Nieuwe Wereld in het Westen

Gepost in V.S.

Er is in de geschiedenis geen voorbeeld te vinden van een de­mocratische kolonisatie waarbij moederland en kolonie binnen de kortste tijd op gelijke voet staan. Ondanks de wettelijke regeling veroorzaakte de expansie heel wat conflicten: zo kwam de slavernij toch in sommige nieuwe territoria voor.In het najaar van 1801 vernam president Jefferson dat Napoleon in een geheim verdrag de Louisiana­gebieden had teruggekregen, die Frankrijk in 1763 aan Spanje had moeten afstaan. Voor de Amerikanen was dit onaanvaardbaar: een kwart van het Noordamerikaanse continent, dat het bezit van een zwakke natie geweest was, behoorde nu toe aan een sterke mogend­heid. Jefferson aarzelde dan ook niet: hij maakte da­delijk aanstalten om een bondgenootschap af te slui­ten met de Britse natie waarbij de Britse vloot voor een tegengewicht zou zorgen. Een Anglo-Amerikaanse alliantie was evenwel onaanvaardbaar voor Frankrijk, vooral omdat Napoleon inzag dat een hervatting van de oorlog tussen Engeland en Frankrijk dan onvermijdelijk was. In die omstandigheden zou New Orleans onverdedigbaar zijn. Intussen was James Monroe, als afgevaardigde van Jefferson, in Parijs aangekomen met: een dubbel doel: proberen Napoleon tot de verkoop van Louisiana te bewegen en met de Engelse ambassadeur in Parijs de voorbereidende gesprekken voor een alliantie met Engeland voeren.

w20land20cessions20 1782-1802

Napoleon gaf vlug toe: hij verkocht Louisiana en Florida aan de V.S. voor de belachelijke som van $ 15 miljoen. Toen Livingston, de Amerikaanse ambassadeur in Parijs, het verdrag ondertekende, zei hij: "Vanaf vandaag nemen de V.S. plaats onder de mogendheden van de eerste rang in de wereld." Napoleon was met de verkoop minder tevreden, zoals blijkt uit zijn brief aan Talleyrand: "Ik heb bewezen hoe belangrijk ik deze provincie vind, daar mijn eerste diplomatieke actie met Spanje er juist op gericht was om ze terug in handen te krijgen. Het is met zeer veel tegenzin dat ik ervan afzie... Deze gebiedsverwerving versterkt voor altijd de macht van de Verenigde Staten; daardoor heb ik Engeland een maritieme rivaal gegeven die vroeg of laat haar eigenwaan zal temperen.".

Door de Louisiana Purchase werd duidelijk dat de Mississippi niet langer de grens was van de Amerikaanse ambities, maar het verkeerskanaal bij uitstek voor ver­dere exploratie en expansie westwaarts. Nog voor hij de aankoop van Louisiana afsloot, was Jefferson dan ook al druk bezig met de voorbereiding van een baan­ brekende exploratietocht onder leiding van Meriwether Lewis en Wlliam Clark. Via de Missouri en de Columbia bereikten zij Oregon en de kust van de Stille Oceaan.

1803-1864 the opening of the west

Na een reis van twee jaar kwamen zij in 1806 weer in St. Louis aan. Zij brachten de juiste loop van de Missouri en de passen doorheen de Rocky Mountains in kaart. Dank zij hun tocht hadden de Amerikanen nu ook een juist inzicht in de omvang van het continent en waren zij op de hoogte van het bestaan van nog talrijke grote Indianenstammen. The West was niet langer een fantasie, maar een realiteit, een gebied waarop de V.S. nu op gewettigde wijze aanspraak meenden te kunnen maken!

Al tegen het einde van de jaren 1780 vestigden zich jaarlijks 10.000 blanke settlers in de Ohio-vallei. Deze blanke pioniers hielden er helemaal geen rekening mee dat dit land in feite aan de Indianen toebehoorde. Zij gedroegen zich dus als de Engelsen, die door het Verdrag van Versailles al het land tussen de Appalachen en de Mississippi aan de Amerikanen overdroegen. Zo miskenden de Engelsen de Indianen, die hen in de strijd tegen de Amerikaanse kolonisten nochtans geholpen hadden. Geconfronteerd met de bestendige blanke immigratie verenigden de stammen die ten noorden van de Ohio leefden zich in een confederatie. Zij spraken af geen land aan de blanken te verkopen.

In 1794 diende generaal 'Mad Anthony' Wayne de In­diaanse confederatie een beslissende nederlaag toe in de Slag bij Pallen Timbers. In augustus 1795 werd daarop het Verdag van Greenville afgesloten met 92 voor­aanstaande stamhoofden. De Indiaanse weerstand in het Ohio-Michigan-Indiana-gebied was definitief gebroken. De 'North-West' lag nu open voor vestiging en ontginning door de blanken.

1812 situatie

Het Tijdperk van goede bedoelingen

De opkomst van het 'Nieuwe Westen' is zonder twijfel de belangrijkste gebeurtenis uit deze tijd. Het Westen groeide onvoorstelbaar snel aan. Tijdens de eerste zesendertig jaar van de Republiek traden maar vijf nieuwe lidstaten toe tot de Unie, van 1816 tot 1821 waren er dit niet minder dan zes. Ook het zwaartepunt van de bevolking verschoof in westelijke richting: bij de ambtsaanvaarding van George Washington leefde minder dan zes procent van de bevolking ten westen van het Alleghany-gebergte en de Appalachen, maar omstreeks 1820 was dit al 27 procent. De bevolking van Ohio overtrof die van Massachusetts. Louisiana en Missouri, de meest westelijke staten, telden meer dan vijftigduizend inwoners. Sommige families ondernamen de 'trek' alleen, andere. reisden in karavanen van soms tweehonderd mensen. Vanuit Virginia en de Carolina's trokken mensen uit de zuidelijke staten naar Tennessee, Kentucky, Alabama, Mississippi en Louisiana, nog later naar Arkansas en Texas. Enkelen zochten het noordelijker en vestigden zich in zuidelijk Ohio, Illi­nois en Indiana. De rijke gronden van het Noord­westen trokken de inwoners van New England aan, die het harde werken op de magere gronden van Maine en Massachusetts meer dan beu waren: zij kwamen naar Ohio, Michigan, Noord-Indiana en Illinois, later naar Wisconsin.

1820-1821 missouricompromise

Want uiteindelijk was dit de motor voor deze migra­tie: de hunker naar goed en goedkoop land. In het Westen vonden ze goed en goedkoop land. De 'Ordon­nanties' van 1785 en 1787 hadden de weg geëffend. In 1820 gaf een nieuwe wet de trek naar het Westen nog een stimulans: voortaan mochten de te koop aangebo­den stukken niet kleiner zijn dan 32 ha . De minimumprijs werd vastgesteld op 1,25 dollar per acre, maar tegelijkertijd werden gunstige kredietvoorwaarden uitgewerkt. Voor de migranten was het nu gemakkelijker om een landbouwbedrijf van een behoorlijke omvang te verwerven. Zij werden door de nieuwe wet ook beter beschermd tegen speculanten.

Goedkoop land was niet de enige drijfveer om naar het Westen te trekken. Als de industrie- en handelsste­den van het Oosten getroffen werden door een economische crisis of recessie, vertaalde zich dit onmiddel­lijk in een verhoogde migratie naar 'the West'. Dit was bijzonder opvallend in de jaren 1819-1821. Ook voor heel wat bescheiden mensen in het Zuiden was deze migratie een uitstekend middel om zich te onttrekken aan ~ de economische en politieke heerschappij van de rijke planters en zakenlui uit de kuststeden. Nu de bedrei­ging van de Indianen was afgenomen, durfden velen het avontuur aan. Niettemin bleven de Indianen de pioniers het leven zuur maken in een aantal kleinere, maar daarom niet minder bloedige achterhoedegevechten. Maar vanaf 1832 konden de settlers zich veilig voelen.

De vraag naar goede, gemakkelijke handelsroutes tussen de 'frontier' en het Oosten en de Atlantische kust lag voor de hand. Tussen 1811 en 1818 werd de Natio­nal Pike aangelegd, een nationale weg die zich uitstrekte van Cumberland in Maryland over Wheeling (aan de Ohio) en Columbus tot Vandalia in Illinois. Tussen 1817 en 1825 werd het Erie-kanaal gegraven: hierdoor werd New York - en dus Europa - verbonden met sterk groeiende steden als Buffalo, Detroit, Cleveland en Chicago aan de Grote Meren! De stoomscheepvaart op kanalen en rivieren vergemakkelijkte de migratie. De aanleg van spoorwegen vergrootte nog de mobili­teit van de talloze migranten die in de Atlantische havensteden aankwamen. Tussen 1783 en 1820 vestigden zich maar 250.000 Europese emigranten in de Verenigde Staten; van 1820 tot 1840 waren het er al 700.000! Zij waren ervan overtuigd dat Amerika het continent van de onbegrensde mogelijkheden was.

1783-1814 van br13 thwe expanding frontier

The Frontier betekende een steeds herhaalde con­frontatie met primitieve levensomstandigheden aan de rand van de nederzettingsgrens, een bestendige herhaling van de ontwikkeling van een eenvoudige beschaving naar een complexe, naarmate die grenslijn westwaarts werd verschoven. Deze jarenlange wedergeboorte van de civilisatie, dit jarenlange contact met primitieve levensomstandigheden deze jarenlange mobiliteit, heeft heel wat invloed op het erg specifieke temperament van Amerika en de Amerikanen. Naargelang 'the Frontier’ naar het Westen opschoof,werd dit temperament immers meer inlands, minder afhankelijk van intellectuele, religieuze en economische invloeden uit de Oude Wereld. De historici Nye en Morpurgo delen de mannen die naar het Westen trokken in vijf types in: de verkenners of ontdekkingsreizigers, die het nog onbekende wilden ex­ploreren; dan de jagers en 'trappers', die zich écht goed voelden in de wildernis en daarom enkel naar een han­delspost kwamen om er hun huiden te verkopen, de 'farmer' -pioniers, die een blokhut bouwden en een stuk grond in cultuur brachten, maar dadelijk wegtrokken als anderen zich in hun omgeving kwamen vestigen; of de 'settlers', die zich een groter stuk land konden aanschaffen en een mooier huis bouwden. Tenslotte kwamen de kapitaalkrachtigen en gespecialiseerde be­roepslui aan: advocaten, bankiers, uitgevers, ambachtslui, politici... Ze bouwden mooie kerken en scholen en zorgden voor industriële en commerciële bedrijvigheid. De 'Westerners' geloofden erg in de gelijkheid van de mensen en waren individualistisch ingesteld: hun gereedschap maakten en repareerden zij zelf; zij bouwden hun huizen en verbouwden hun voedingsmiddelen... Toch hechtten zij ook veel waarde aan solidari­teit en verantwoordelijkheidsgevoel. Zij waren overtuigde optimisten en sloegen 'actie', 'kracht', 'vitaliteit' en een praktische ingesteldheid hoger aan dan 'filosofie', 'rede' of 'kunst'. Zelfdiscipline hadden zij niet; aan tucht en training hadden zij een broertje dood. The West heeft zonder twijfel een grote invloed gehad op het politieke leven in de Verenigde Staten.

1818-1898 u s__territorial_acquisitions

De nieuwe lidstaten verdedigden hun eigen belangen, die sterk afweken van die van de lidstaten van het Noord- Oosten en het Zuiden. De Westerners stonden bijzonder wantrouwig ten opzichte van de centrale regering in de nieuwe hoofdstad Washington. In de grondwetten van hun staten voorzagen zij algemeen stemrecht, een zwakke regering en een korte ambtstermijn voor alle openbare functies. Zij kwamen op voor de politieke rechten van minderheden en keerden zich tegen de slavernij. Zij wensten vlotte kredietvoorwaarden en een snelle uitbouw van allerlei voorzieningen (bijvoorbeeld wegen) in het binnenland. De democratie van Jackson I was in aantocht. Het is bij deze 'Westerners' dat 'King Mob' zijn grootste en meest betrouwbare aanhang zou vinden.

De democratie van JacksonHet tijdperk van Jackson en zijn opvolger Martin Van Buren werd gekenmerkt door een groeiend particula­risme. Geografische, economische, demografische, so­ciale en politieke factoren bepaalden welke lidstaten zich verwant voelden, of tegengestelde belangen had­den. Zo groeiden drie grote `secties' in de Verenigde Staten: het Noordoosten, het Noordwesten en het Zui­den. De nationale ideologie van het `E pluribus Unum' (d.w.z. Uit velen één) werd door dit 'sectionalisme' sterk op de proef gesteld.

1815-1848 west expansion

Het Noordoosten

Het Noordoosten is samengesteld uit de lidstaten New England, New York, New Jersey, Pennsylvania en Delaware. Na de eeuwwisseling is in deze `sectie' heel wat veranderd. Vooral omdat in het Westen vruchtba­re gronden lagen, hebben vele jonge landbouwers in het Noordoosten zich aangesloten bij de westwaartse migratie. De kleine landbouwbedrijven van het Noord­oosten konden niet meer concurreren met de massa­produktie van de westelijke lidstaten. Het Noordoosten zal zich dan ook meer toeleggen op industrie en handel. Het steeds drukker worden van het maritieme verkeer over de Atlantische Oceaan en de hiermee gepaard gaande stijging van de Europese migratie vanaf 1830, speelden in deze ontwikkeling een belangrijke rol. Het hele gebied werd verstedelijkt: aan de ene kant ontwik­kelden zich reusachtige havensteden; aan de andere kant gloednieuwe industriesteden, die bestaande cen­tra overvleugelden. Steden als New York, Philadelphia en Boston groeiden geweldig. Het politieke en econo­mische leven van het Noordoosten werd dan ook vol­ledig beheerst door de steden: handelsfirma's, in­dustriële vennootschappen, banken en rederijen verde­digden hun belangen gezamenlijk.Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de eerste con­flicten tussen kapitaal en arbeider hier zijn losgebarsten. De kloof tussen de 'haves' en de `have-nots' was hier groot. Nergens was de tegenstelling tussen conserva­tieven en radicalen zo groot als hier in het Noordoosten.

Het Noordwesten

De bevolking van het Noordwesten is tijdens het tijd­perk van Jackson sterk gegroeid. Een Engelse immi­grant, op weg naar Ohio schreef: "Het lijkt wel of het Oude Amerika wordt opgedoekt en naar het westen wordt verschoven. Tijdens onze tocht gebeurt het zel­den of nooit dat we voor of achter ons geen families zien die ook op weg zijn naar een nieuwe thuis."Lidstaten als Ohio, Indiana, Illinois, Michigan, Wis­consin, Iowa werden steeds belangrijker. Minnesota zou zijn plaats als lidstaat van de Unie wat later inne­men. Hoewel ook in het Noordwesten belangrijke ste­den groeiden (Cleveland, Cincinnati, Detroit, Chica­go en Milwaukee) was het toch vooral een landbouw­gebied. Ohio werd vooral bevolkt door de `settlers' die uit de meest noordelijke staten van het Zuiden kwa­men: daardoor kreeg het leven in deze lidstaat ook een zuidelijke tint. In het gebied van de Grote Meren vestig­den zich vooral migranten uit New York en New Eng­land, onder hen talrijke Duitse en Scandinavische im­migranten. Met zijn grote verscheidenheid wat de her­komst van de bevolking en haar levenswijze betreft, was het Noordwesten het meest heterogene gebied van de drie 'secties'.

Het Zuiden

De samenleving in de Zuidelijke lidstaten had een ei­gen karakter. Dit kwam in de eerste plaats door de sla­venhandel, waardoor een multiraciale maatschappij ontstond, die beheerst werd door rassenscheiding. Daarenboven heeft het overwegend landelijke karakter van de Zuidelijke staten geleid tot de ontwikkelingvan een op export afgestemde ondernemingslandbouw, die stoelde op grootgrondbezit, monocultuur en slaven­arbeid. Zo waren de domeinen in Virginia gemiddeld 1.000 hectare groot maar je kon er zelfs bedrijven van meer dan 10.000 hectare vinden.In dit agrarische Zuiden ontstonden maar enkele be­langrijke steden: Baltimore, Norfolk, Charleston, Mo­bile en New Orleans. Dit zijn niet toevallig allemaal ha­vensteden, waarlangs de export van de produkten van de monoculturen gebeurde. In Virginia, Kentucky, Ten­nessee en Maryland werd tabak verbouwd. Doorheen het kustgebied van North en South Carolina werd rijst geteelt. Louisiana leefde van de suikerrietplantages. In de eerste plaats was er evenwel de cotton belt die zich uitstrekte van Virginia tot Texas: het was de wereld van `King Cotton' en van de slavernij.Het Zuiden werd er zich tijdens de eerste helft van de 19de eeuw steeds meer van bewust dat het een heel eigen wereld vormde, die schril afstak tegen de rest van de Unie. Het Zuiden had een eigen cultuur en traditie, erg afgetekende belangen, een gekoesterd en beveiligd waardenpatroon, een unieke levenswijze en een strak­ke sociale hiërarchie. Kleine planters (the Poor Whi­tes) kwamen in de verdrukking en konden onmogelijk met de grote planters concurreren: die deden immers aan monocultuur en beschikten over zeer goedkope ar­beidskrachten (de slaven).Deze polarisatie van de samenleving was in de woon­cultuur zichtbaar: de rijke planters bewoonden stati­ge, indrukwekkende luxueuze herenhuizen (manslons) - centra van de plantages - die in het midden van de vele bedrijfsgebouwen lagen. De 'poor Whites' en voor­al de slaven leefden in armtierige hutten of houten ca­bins (shanties).De grote planters hadden de economische macht en stonden aan de top van de sociale ladder. Zij vormden als het ware een gesloten oligarchie, die de rechterlij­ke, de.wetgevende en de uitvoerende macht gebruikte om het Zuidelijke systeem - en dus haar overwicht - te behouden.

De expansie ten koste van Mexico

De gebiedsuitbreiding van de Verenigde Staten van Amerika is in belangrijke mate gebeurd ten koste van Mexico. Zowel in Texas als in Mexicaans-California in­filtreerden vanaf 1821 Anglo-Amerikanen: zij kochten er land, maakten zich meester van het economisch le­ven en verdrongen er vrij vlug de oorspronkelijke be­volking. Een voorstel van de regering in Washinton om California af te kopen, stuitte op verzet in Mexico. In 1835 ontketenden de Amerikanen van Texas een revo­lutie, die in 1836 uitliep op de onafhankelijkheidsver­klaring van de Republiek Texas. Op de laatste dag van zijn presidentschap erkende Andrew Jackson het on­afhankelijke Texas. In april 1846 brak de oorlog met Mexico uit. In het Verdrag van Guadalupe Hidalgo - februari 1848 - erkende Mexico de Rio Grande als grens en stond het New Mexico en California aan de V.S.A. af. Meteen werd ook de annexatie van Texas, een feit sinds 1845, niet meer in twijfel getrokken.California bleek een echte schatkamer te zijn. Al in 1848 bevestigde president Polk in zijn jaarlijkse bood­schap aan het Congres de berichten over goudvondsten in California. De beruchte Gold Rush begon. Califor­nia dat aanvankelijk een bevolking had van 12.000 in­woners, telde in 1850 92.000 en in 1860 380.000 inwo­ners! Op de plaatsen waar naar goud gezocht werd, ontstonden dorpen (mining camps als Whiskey Flat, Roaring Camp, Volcano). Als de aders niets meer ople­verden, trokken de goudzoekers naar andere streken. De oude `mining camps' werden dan verlaten ghost towns (spooksteden).

1860 de groei of the vs

De Gold Rush ging eens te meer ten koste van de plaat­selijke kleurlingenbevolking (de Californische Mexica­nen, de ingeweken Chinezen of de lokale Indianen). Zij werden mishandeld en gediscrimineerd. Ook de zwar­ten die hun geluk in California kwamen zoeken, on­dervonden dezelfde onvriendelijke behandeling.OregonHet moeilijkste expansieprobleem in de jaren veer­tig vormde Oregan

Oregon.

Dit gebied was bij het begin van de eeuw geëxploreerd door Lewis en Clark. De route die zij hierbij volgden, bekend als de Oregon Trail, werd een veelgebruikte migratie- en handelsweg.In 1843 ontstond een echte Oregon fever, een koorts die een massabeweging naar Oregon op gang bracht. Vanuit het westelijke Missouri trok men in groepen over de 3.200 km lange `Oregon Trail'.De `verovering' van Oregon verliep evenwel niet zon­der moeilijkheden. Door het `Florida Verdrag' (1819) hadden de Verenigde Staten het Oregon Territory van Spanje overgenomen. Groot-Brittannië verwierf in 1825 een aangrenzend gebied van Rusland. De Amerikaan­se en Britse aanspraken overlapten elkaar evenwel. In de jaren dertig waren er heel wat wrijvingen tussen Amerikaanse settlers, pelsjagers en zelfs zendelingen. Als gevolg van de migratie groeide de bevolking van het gebied zo aan, dat een `Oregon Convention' al in 1843 de status van `Territorium' aan het Congres vroeg. De Londense regering was niet bereid Washington zijn zin te geven, maar zag ook wel in dat het ondenkbaar en onhaalbaar was de Britse aanspraken met geweld te verdedigen. Onderhandelingen leidden in 1846 tot een compromis: de bestaande grenslijn tussen Canada en de Verenigde Staten werd tot aan de kust van de Pa­cific verlengd. In 1848 werd Oregon als lidstaat in de Unie opgenomen!

Zie voor deel 8  Deel 8 De Nieuwe Wereld in het Westen