We hebben 131 gasten online

Deel 2 a Van Britse kolonie tot de Verenigde Staten

Gepost in V.S.

we the people

drs J.W.Swaen Historicus 25 november 2005 www.blikopdewereld.nl

brits franse oorlog

Ruim honderd jaar na de ontdekking door Columbus (1492), werd de oostkust van Noord-Amerika in bezit genomen door Engelse kolonisten. Er waren drie typen koloniën.

- In het noorden, in New England, ontwikkelden zich koloniën van hardwerkende en godvrezende protestanten: de puriteinen. Zij stonden in de tradi­tie van de legendarische Pilgrim Fathers, die er in 1620 met hun scheepje de Mayflower waren geland. Zij leefden van landbouw, visvangst, huisindustrie en handel.

- De zuidelijke koloniën bestonden na 1650 uit uitgestrekte landbouwgebieden. De oudste vestiging, Virginia, werd al in 1607 gesticht en ontwikkelde zich tot een kolonie van tabaksplanters. De boven­laag bestond er uit grootgrondbezitters, meest angli­canen, die honderden slaven op hun plantages lieten werken.

- De koloniën ertussen in boden onderdak aan groepen met diverse religieuze overtuiging, die in Europa wegens hun geloof werden vervolgd. Men leefde er voornamelijk van landbouw en veeteelt. Hoe verschillend onderling ook, de ruim drie miljoen kolonisten in de achttiende eeuw hadden met elkaar gemeen dat ze uit Europa waren gekomen om hun bestaansmogelijk- heden te verbeteren. Het gezag van het moederland Engeland drukte niet al te zwaar op hen. Ze hadden de steun van koning George III nodig ter verdediging tegen de dreiging van Frankrijk, dat zich meester had gemaakt van Canada en van de Mississippi- monding.

Toen Frankrijk zijn macht verder wilde uitbreiden, kwam het tot een oorlog met Engeland (French and Indian War, 1756-1763), die eindigde in een nederlaag voor de Fransen. In 1763 nam Engeland de Franse gebieden over.

War of Independence

Engeland was door de oorlog tegen de Fransen Europa en 'Amerika financieel uitgeput en begon de kolonisten allerlei belastingen en invoerrechten op te leggen.

De kolonisten, die in het Engelse parlement geen stem hadden, waren verontwaardigd. »No taxation without representation« was hun leus. Zij voelden niet langer de noodzaak van Britse bescherming. Bovendien had Engeland ter protectie van de Indianen en van de bonthandel, de kolonisten verboden zich in het op de Fransen veroverde gebied tussen de Appalachen en de Mississippi te vestigen

noord amerika 1763

Toen koning George III besloot aan de Engelse East India Company' een monopolie voor de thee verkoop te verstrekken, was het hek van de dam. Als indianen vermomde actievoerders gooiden in Boston de hele lading thee van compagnieschepen overboord (de 'Boston Tea Party', 1773). Hierop sloten de Engelsen de haven van Boston, zodat de handel weg kwijnde. Radicale leiders overtuigden inwoners van andere koloniën dat de ellende van Boston ook hun lot kon worden, en het verzet tegen de Engelse koning groeide.

In 1774 kwam in Philadelphia een Continentaal Congres van afgevaardigden bijeen, dat op grond van het natuurrecht zelfbestuur eiste en een boycot van Engelse goederen uitriep. In 1775 kwam het bij Concord en Lexington tot een gewapend treffen. Direct besloten afgevaardigden van een Tweede Continentaal Congres een leger te vormen om de Engelsen te bestrijden.

Zie voor deel 2 B Deel 2b Van Britse kolonie tot de Verenigde Staten