We hebben 166 gasten online

Deel 2b Van Britse kolonie tot de Verenigde Staten

Gepost in V.S.

we the people

Onafhankelijkheidsoorlog 2 en de Constitutie

drs J.W.Swaen Historicus 24 november 2005 www.blikopdewereld.nl

13 kolonies

George Washington, een groot­grondbezitter uit Virginia, werd tot opperbevelhebber benoemd. De 'War of Independence', de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog of Vrijheidsoorlog(1775-1783) was begonnen. Een uiterst belangrijke en gedurfde stap werd gezet op 4 juli 1776, de datum die sindsdien geldt als de geboortedag van de Verenigde Staten. Toen werd door het Continentaal Congres de ‘Declaration of Independence' (onafhankelijkheidsverklaring) genomen, die vooral het werk was van de Verlichtingsfilosoof Thomas Jefferson uit Virginia. De verklaring werd later door andere volken over­genomen en speelde ook in de verdere Amerikaanse geschiedenis een rol als een soort morele code. In 1781 wisten de opstandelingen de Engelsen klem te zetten. Bij de vredesonderhandelingen in 1783 in Parijs wisten de Amerikanen, vooral door toedoen van Benjamin Franklin, niet alleen de onafhankelijk­heid door Engeland erkend te krijgen, maar zich ook zeker te stellen van het bezit van het gebied tussen de Appalachen en de Mississippi. In het noorden werd de grens met Canada, dat Brits bleef, bepaald door de St. Lawrence-rivier en de Grote Meren. Inmiddels hadden de dertien koloniën zichzelf tot 'staten' omgevormd, door het vervaardigen van 'constitutions', grondwetten, die nauwkeurig de macht van de gouverneurs omschreven en democra­tische verkiezingen mogelijk maakten. Het Continentaal Congres ontwierp in 1777 een grond­wet voor de hele Unie, de 'Articles of Confederation', die echter pas in 1781 door alle staten werd gerati­ficeerd. Het was als het ware een vriendschapsver­bond, dat een uiterst zwak uitvoerend gezag had. De nadruk lag op de soevereiniteit van elke staat. Deze 'losse' staatsstructuur bleek niet goed te werken. In 1787 kwamen 55 afgevaardigden uit de dertien staten in Philadelphia bijeen om een 'more perfect Union' te vormen. Deze zogenaamde Founding Fathers onder leiding van George Washington boekten resul­taat: na enkele maanden hadden zij de 'Constitu­tion' ontworpen die de grondslag vormt van het federale bestuur. Hiermee begint feitelijk de geschie­denis van de Verenigde Staten: een vrije republiek, bestaande uit dertien deelstaten.

De 'Constitution'

 De 'Constitution' , de oudste nog bestaande grondwet ter wereld, was een beknopt maar imposant werk­stuk. Uit de beginwoorden »We, the people«, sprak al een democratische geest, die het volk soeverein ver­klaarde. De samenstellers slaagden erin twee funda­mentele problemen op te lossen. In de eerste plaats was er het probleem van de staats­macht.

De oplossing hiervoor werd gevonden in de leer van de 'trias politica' (driedeling der staatsmacht) van de Franse Verlichtingsfilosoof Montesquieu, die de split­sing bepleitte van een uitvoerende, een wetgevende en een rechterlijke macht. Sindsdien hebben de Amerikanen een systeem van 'checks and balances' (beteugelingen en evenwicht) waarbij ieder van de machten in toom wordt gehouden door de andere twee. De uitvoerende macht werd in handen gelegd van een president (en een vice-president om zonodig diens plaats in te nemen), die om de vier jaar via kiesmannen werden gekozen.

De wetgevende macht werd toegewezen aan een volksvertegenwoordiging, het Congres genaamd. Het Congres bestond uit twee kamers: de Senaat, die om de zes jaar door de wet­gevende vergaderingen van de staten werd gekozen, en het Huis van Afgevaardigden, dat om de twee jaar direct door het volk werd gekozen.

Als hoofd van de rechterlijke macht werd het Hooggerechtshof of 'Supreme Court' in het leven geroepen, dat weldra het recht kreeg nieuwe wetten aan de grondwet te toetsen. De president mocht leden in het Hooggerechtshof benoemen, maar de Senaat moest die benoemingen bekrachtigen. Moeilijker dan de verdeling van de staatsmacht binnen de federale, of centrale, regering, was de vraag over de verhouding tussen de federale overheid en de deelstaatregeringen. Men vond deze oplossing: de Verenigde Staten werden een federatie of bondsstaat. De staten lieten de regeling van het munt­wezen, de post, de buitenlandse betrekkingen en de in- en uitvoerrechten aan de federale overheid over. Verder regelden de staten hun interne zaken (verkeer, politie, justitie, onderwijs) zelf. Over de vertegenwoordiging van de staten bij de federale overheid, werd een compromis bereikt: in de Senaat zou iedere staat, groot of klein, twee leden, senatoren, mogen kiezen; in het Huis van Afgevaardigden zou afvaardiging plaatsvinden op basis van het aantal inwoners. Nadat de nieuwe grondwet door de deelstaten was goedgekeurd, volgden presidentsverkiezingen. In 1789 werd George Washington als eerste president van de Verenigde Staten geïnaugureerd.

Zie voor deel 3 Deel 3 Van Britse kolonie tot de Verenigde Staten