We hebben 70 gasten online

Deel 3 Van Britse kolonie tot de Verenigde Staten

Gepost in V.S.

we the people

drs J.W.Swaen Historicus 24 november 2005 www.blikopdewereld.nl

De groei van de continentale staat

Het tijdperk van de goede bedoelingen

De expanderende Frontier 1783 -1840

Uitbreiding van het grondgebied van de V.S.

De Franse Revolutie en de daarop volgende oorlogen in Europa boden de V.S. de gelegenheid hun grondgebied uit te breiden. Zowel Engeland als Spanje hadden hun handen vol aan de strijd tegen Frankrijk. Nadat Napoleon Spanje had veroverd en het had gedwongen Louisiana aan Frankrijk te geven, drong de Amerikaanse regering er bij de Franse op aan New Orleans af te staan. Tot verbazing van de Amerikanen bood Napoleon geheel Louisiana te koop aan. Napoleon wilde waarschijnlijk naast zijn Europese problemen niet ook nog met moeilijkheden in Amerika te maken krijgen. Zo kochten de V.S. voor $ 15 000 000 Louisiana (1803). Enige jaren later veroverden de Amerikanen het noord-westen van Florida op de Spanjaarden die niet in staat waren weerstand te bieden. Kort daarop wisten de Amerikanen Spanje tot verkoop van de rest van Florida te bewegen voor $ 5 000 000.

In 1844 werd James K. Polk tot president van de V.S. gekozen. Hij was een sterk voorstander van verovering van het wes­ten. Door met een oorlog te dreigen wist Polk Engeland ertoe te brengen in een verdrag afstand van Oregon te doen (1846). Toen was Mexico aan de beurt. Dat land had na het verwerven van de onafhankelijkheid alle Spaanse bezittingen in Noord-Amerika overgenomen. Het eerst werd Texas veroverd. Texas was sinds 1836 in handen van uit de V.S. geëmigreerde kolonisten. Deze waren na een conflict met de Mexicaanse regering in opstand gekomen (1833). Met hulp van vrijwilligers uit de V.S. werden de Mexicanen verslagen. De kolonisten riepen Texas uit tot een onafhankelijke staat. Mexico legde zich er stilzwijgend bij neer. Maar toen de V.S. in 1845 besloten niet alleen de Republiek Texas, maar ook een deel van Mexico te veroveren, bood Mexico wel verzet. De oorfog verliep succesvol voor de V.S. Al in 1845 werd Texas veroverd en na drie jaar strijd ook de rest van het westen ' an de huidige V.S. (op een klein gebied na dat in 1853 van Mexico werd gekocht). Mexico kreeg voor het eerste gebied $ 15 000 000 en voor het tweede $ 10 000 000.

Voor geld en met geweld leek alles te verkrijgen. Veel Amerikanen dachten, dat God het goed met de V.S. voorhad en zij werden In die opvatting gesterkt, toen negen dagen na het vredesverdrag met Mexico in Californië goud werd gevonden. En dat goud werd een nieuwe reden voor velen om naar het westen te trekken.

De groei van de continentale staat

De expansie onder de Virginia-presidenten

Pas in 1781 was de tekst van de 'Artikelen van de Confederatie' '(1777), de eerste poging om de dertien lidstaten een soort grondwet te geven, door de lidstaten bekrachtigd. Dat de ratificatie zolang heeft aan­gesleept, had rechtstreeks te maken met een ernstig geschil over de toekomstige expansiemogelijkheden van de lidstaten. Een kleine lidstaat als Maryland bij voorbeeld, lag volledig ingesloten tussen de Atlantische Oceaan, Virginia, Pennsylvania en Delaware. Maryland had dus geen enkel uitzicht op expansie naar het westen. Virginia en andere lidstaten daarentegen konden nog grote stukken territorium tot aan de Mississippi in bezit nemen. Maryland verzette zich: het zou de grondwet enkel ratificeren, als het Congres de nieuwe terreinwinst van andere lidstaten tot het gemeenschappelijk eigendom van de Confederatie zou maken. Virginia gaf tenslotte toe: alle gebieden tussen de Ohio en de Grote Meren werden definitief toegewezen aan de Confederatie. Hoe zou de verkoop van nieuwe gronden aan het publiek georganiseerd worden? Hoe zouden deze ge­bieden bestuurd worden? Voor deze problemen vond men een goede oplossing in de 'Land Ordinance' van 1785 en de 'Northwest Ordinance' van 1787.

De Land Ordinance van 1785 die de grondverkoop regelde, was een combinatie van de gewoonte in New England om de wildernis in uitgestrekte townships te verdelen en de praktijk van het Zuiden om kleine stuk­ken te verkopen. Onbewoonde gebieden werden in vier­kante blokken van 10 op 10 kilometer verdeeld. Elk blok werd een township. De helft van zo'n 'township' werd dan verdeeld in 36 secties, die elk weer een blok van 256 hectare vormden en per opbod openbaar ver­kocht werden. Vier secties in elke 'township' werden gereserveerd voor de regering van de Verenigde Staten en één sectie voor de bouw van scholen

De Northwest Ordinance van 1787 regelde de wijze waarop het gebied tussen de Ohio, de Mississippi en de Grote Meren bestuurd werd: de Ordinance verdeelde het Noordwesten in territories. Elk territorium werd bestuurd door een gouverneur en drie rechters die door het Congres aangesteld werden. Wanneer vijfduizend stemgerechtigden zich in het territorium gevestigd hadden, mochten zij een plaatselijke wetgevende vergadering verkiezen om de lokale problemen aan te pakken én een afgevaardigde (zonder stemrecht) voor het Congres. Als de bevolking van het territorium 60.000 inwoners had, was de voorwaarde vervuld om een grondwet op te stellen (a state constitution). Nadat het Congres de tekst van deze constitutie had goedgekeurd, werd het territorium als volwaardige lidstaat in de Unie opgenomen. Twee voorwaarden werden gesteld: de lidstaat moest kiezen voor een republikeinse staatsvorm (de bevolking kiest haar regeerders) en de slavernij moest op het hele grondgebied van de lidstaat verboden zijn. Deze beslissing is te verklaren door twee factoren: het liberale idealisme van de revolutionaire periode en de economische omstandigheden in het Noorden, die slavernij niet rendabel maakten. Op dat moment was de snelle expansie van de katoenplantages nog niet op gang gekomen. In de lidstaten van het Zuiden bestond toen nog heel wat twijfel over de waarde en de rendabiliteit - op lange - termijn van de slavernij. De afgevaardigden van het Zuiden verzetten zich dan ook niet tegen de slavernij clausule van de Ordinance van 1787. Op basis van de Northwest Ordinance kwamen al vlug de lidstaten Ohio, Indiana, Illinois, Michigan en Wisconsin tot stand. Geleidelijk groeiden de oorspronkelijke dertien staten uit tot de huidige vijftig. Er is in de geschiedenis geen voorbeeld te vinden van een de­mocratische kolonisatie waarbij moederland en kolonie binnen de kortste tijd op gelijke voet staan. Ondanks de wettelijke regeling veroorzaakte de expansie heel wat conflicten: zo kwam de slavernij toch in sommige nieuwe territoria voor.Op basis van de Northwest Ordinance kwamen al vlug de lidstaten Ohio, Indiana, Illinois, Michigan en Wisconsin tot stand. Geleidelijk groeiden de oorspronkelijke dertien staten uit tot de huidige vijftig.

Er is in de geschiedenis geen voorbeeld te vinden van een de­mocratische kolonisatie waarbij moederland en kolonie binnen de kortste tijd op gelijke voet staan. Ondanks de wettelijke regeling veroorzaakte de expansie heel wat conflicten: zo kwam de slavernij toch in sommige nieuwe territoria voor.In het najaar van 1801 vernam president Jefferson dat Napoleon in een geheim verdrag de Louisiana­gebieden had teruggekregen, die Frankrijk in 1763 aan Spanje had moeten afstaan. Voor de Amerikanen was dit onaanvaardbaar: een kwart van het Noordamerikaanse continent, dat het bezit van een zwakke natie geweest was, behoorde nu toe aan een sterke mogend­heid. Jefferson aarzelde dan ook niet: hij maakte da­delijk aanstalten om een bondgenootschap af te slui­ten met de Britse natie waarbij de Britse vloot voor een tegengewicht zou zorgen. Een Anglo-Amerikaanse alliantie was evenwel onaanvaardbaar voor Frankrijk, vooral omdat Napoleon inzag dat een hervatting van de oorlog tussen Engeland en Frankrijk dan onvermijdelijk was. In die omstandigheden zou New Orleans onverdedigbaar zijn. Intussen was James Monroe, als afgevaardigde van Jefferson, in Parijs aangekomen met: een dubbel doel: proberen Napoleon tot de verkoop van Louisiana te bewegen en met de Engelse ambassadeur in Parijs de voorbereidende gesprekken voor een alliantie met Engeland voeren.

Napoleon gaf vlug toe: hij verkocht Louisiana en Florida aan de V.S. voor de belachelijke som van $ 15 miljoen. Toen Livingston, de Amerikaanse ambassadeur in Parijs, het verdrag ondertekende, zei hij: "Vanaf vandaag nemen de V.S. plaats onder de mogendheden van de eerste rang in de wereld." Napoleon was met de verkoop minder tevreden, zoals blijkt uit zijn brief aan Talleyrand: "Ik heb bewezen hoe belangrijk ik deze provincie vind, daar mijn eerste diplomatieke actie met Spanje er juist op gericht was om ze terug in handen te krijgen. Het is met zeer veel tegenzin dat ik ervan afzie... Deze gebiedsverwerving versterkt voor altijd de macht van de Verenigde Staten; daardoor heb ik Engeland een maritieme rivaal gegeven die vroeg of laat haar eigenwaan zal temperen.".

Door de Louisiana Purchase werd duidelijk dat de Mississippi niet langer de grens was van de Amerikaanse ambities, maar het verkeerskanaal bij uitstek voor ver­dere exploratie en expansie westwaarts. Nog voor hij de aankoop van Louisiana afsloot, was Jefferson dan ook al druk bezig met de voorbereiding van een baan­ brekende exploratietocht onder leiding van Meriwether Lewis en Wlliam Clark. Via de Missouri en de Columbia bereikten zij Oregon en de kust van de Stille Oceaan. Na een reis van twee jaar kwamen zij in 1806 weer in St. Louis aan. Zij brachten de juiste loop van de Missouri en de passen doorheen de Rocky Mountains in kaart. Dank zij hun tocht hadden de Amerikanen nu ook een juist inzicht in de omvang van het continent en waren zij op de hoogte van het bestaan van nog talrijke grote Indianenstammen. The West was niet langer een fantasie, maar een realiteit, een gebied waarop de V.S. nu op gewettigde wijze aanspraak meenden te kunnen maken!

Al tegen het einde van de jaren 1780 vestigden zich jaarlijks 10.000 blanke settlers in de Ohio-vallei. Deze blanke pioniers hielden er helemaal geen rekening mee dat dit land in feite aan de Indianen toebehoorde. Zij gedroegen zich dus als de Engelsen, die door het Verdrag van Versailles al het land tussen de Appalachen en de Mississippi aan de Amerikanen overdroegen. Zo miskenden de Engelsen de Indianen, die hen in de strijd tegen de Amerikaanse kolonisten nochtans geholpen hadden. Geconfronteerd met de bestendige blanke immigratie verenigden de stammen die ten noorden van de Ohio leefden zich in een confederatie. Zij spraken af geen land aan de blanken te verkopen.

In 1794 diende generaal 'Mad Anthony' Wayne de In­diaanse confederatie een beslissende nederlaag toe in de Slag bij Pallen Timbers. In augustus 1795 werd daarop het Verdag van Greenville afgesloten met 92 voor­aanstaande stamhoofden. De Indiaanse weerstand in het Ohio-Michigan-Indiana-gebied was definitief gebroken. De 'North-West' lag nu open voor vestiging en ontginning door de blanken.

 

Het tijdperk van de goede bedoelingen

De opkomst van het 'Nieuwe Westen' is zonder twijfel de belangrijkste gebeurtenis uit deze tijd. Het Westen groeide onvoorstelbaar snel aan. Tijdens de eerste zesendertig jaar van de Republiek traden maar vijf nieuwe lidstaten toe tot de Unie, van 1816 tot 1821 waren er dit niet minder dan zes. Ook het zwaartepunt van de bevolking verschoof in westelijke richting: bij de ambtsaanvaarding van George Washington leefde minder dan zes procent van de bevolking ten westen van het Alleghany-gebergte en de Appalachen, maar omstreeks 1820 was dit al 27 procent. De bevolking van Ohio overtrof die van Massachusetts. Louisiana en Missouri, de meest westelijke staten, telden meer dan vijftigduizend inwoners. Sommige families ondernamen de 'trek' alleen, andere. reisden in karavanen van soms tweehonderd mensen. Vanuit Virginia en de Carolina's trokken mensen uit de zuidelijke staten naar Tennessee, Kentucky, Alabama, Mississippi en Louisiana, nog later naar Arkansas en Texas. Enkelen zochten het noordelijker en vestigden zich in zuidelijk Ohio, Illi­nois en Indiana. De rijke gronden van het Noord­westen trokken de inwoners van New England aan, die het harde werken op de magere gronden van Maine en Massachusetts meer dan beu waren: zij kwamen naar Ohio, Michigan, Noord-Indiana en Illinois, later naar Wisconsin.

Want uiteindelijk was dit de motor voor deze migra­tie: de hunker naar goed en goedkoop land. In het Westen vonden ze goed en goedkoop land. De 'Ordon­nanties' van 1785 en 1787 hadden de weg geëffend. In 1820 gaf een nieuwe wet de trek naar het Westen nog een stimulans: voortaan mochten de te koop aangebo­den stukken niet kleiner zijn dan 32 ha . De minimumprijs werd vastgesteld op 1,25 dollar per acre, maar tegelijkertijd werden gunstige kredietvoorwaarden uitgewerkt. Voor de migranten was het nu gemakkelijker om een landbouwbedrijf van een behoorlijke omvang te verwerven. Zij werden door de nieuwe wet ook beter beschermd tegen speculanten.

Goedkoop land was niet de enige drijfveer om naar het Westen te trekken. Als de industrie- en handelsste­den van het Oosten getroffen werden door een economische crisis of recessie, vertaalde zich dit onmiddel­lijk in een verhoogde migratie naar 'the West'. Dit was bijzonder opvallend in de jaren 1819-1821. Ook voor heel wat bescheiden mensen in het Zuiden was deze migratie een uitstekend middel om zich te onttrekken aan ~ de economische en politieke heerschappij van de rijke planters en zakenlui uit de kuststeden. Nu de bedrei­ging van de Indianen was afgenomen, durfden velen het avontuur aan. Niettemin bleven de Indianen de pioniers het leven zuur maken in een aantal kleinere, maar daarom niet minder bloedige achterhoedegevechten. Maar vanaf 1832 konden de settlers zich veilig voelen.

De vraag naar goede, gemakkelijke handelsroutes tussen de 'frontier' en het Oosten en de Atlantische kust lag voor de hand. Tussen 1811 en 1818 werd de Natio­nal Pike aangelegd, een nationale weg die zich uitstrekte van Cumberland in Maryland over Wheeling (aan de Ohio) en Columbus tot Vandalia in Illinois. Tussen 1817 en 1825 werd het Erie-kanaal gegraven: hierdoor werd New York - en dus Europa - verbonden met sterk groeiende steden als Buffalo, Detroit, Cleveland en Chicago aan de Grote Meren! De stoomscheepvaart op kanalen en rivieren vergemakkelijkte de migratie. De aanleg van spoorwegen vergrootte nog de mobili­teit van de talloze migranten die in de Atlantische havensteden aankwamen. Tussen 1783 en 1820 vestigden zich maar 250.000 Europese emigranten in de Verenigde Staten; van 1820 tot 1840 waren het er al 700.000! Zij waren ervan overtuigd dat Amerika het continent van de onbegrensde mogelijkheden was.

the expanding frontier

The Frontier betekende een steeds herhaalde con­frontatie met primitieve levensomstandigheden aan de rand van de nederzettingsgrens, een bestendige herhaling van de ontwikkeling van een eenvoudige beschaving naar een complexe, naarmate die grenslijn westwaarts werd verschoven. Deze jarenlange wedergeboorte van de civilisatie, dit jarenlange contact met primitieve levensomstandigheden deze jarenlange mobiliteit, heeft heel wat invloed op het erg specifieke temperament van Amerika en de Amerikanen. Naargelang 'the Frontier’ naar het Westen opschoof,werd dit temperament immers meer inlands, minder afhankelijk van intellectuele, religieuze en economische invloeden uit de Oude Wereld. De historici Nye en Morpurgo delen de mannen die naar het Westen trokken in vijf types in: de verkenners of ontdekkingsreizigers, die het nog onbekende wilden ex­ploreren; dan de jagers en 'trappers', die zich écht goed voelden in de wildernis en daarom enkel naar een han­delspost kwamen om er hun huiden te verkopen, de 'farmer' -pioniers, die een blokhut bouwden en een stuk grond in cultuur brachten, maar dadelijk wegtrokken als anderen zich in hun omgeving kwamen vestigen; of de 'settlers', die zich een groter stuk land konden aanschaffen en een mooier huis bouwden. Tenslotte kwamen de kapitaalkrachtigen en gespecialiseerde be­roepslui aan: advocaten, bankiers, uitgevers, ambachtslui, politici... Ze bouwden mooie kerken en scholen en zorgden voor industriële en commerciële bedrijvigheid. De 'Westerners' geloofden erg in de gelijkheid van de mensen en waren individualistisch ingesteld: hun gereedschap maakten en repareerden zij zelf; zij bouwden hun huizen en verbouwden hun voedingsmiddelen... Toch hechtten zij ook veel waarde aan solidari­teit en verantwoordelijkheidsgevoel. Zij waren overtuigde optimisten en sloegen 'actie', 'kracht', 'vitaliteit' en een praktische ingesteldheid hoger aan dan 'filosofie', 'rede' of 'kunst'. Zelfdiscipline hadden zij niet; aan tucht en training hadden zij een broertje dood. The West heeft zonder twijfel een grote invloed gehad op het politieke leven in de Verenigde Staten. De nieuwe lidstaten verdedigden hun eigen belangen, die sterk afweken van die van de lidstaten van het Noord- Oosten en het Zuiden. De Westerners stonden bijzonder wantrouwig ten opzichte van de centrale regering in de nieuwe hoofdstad Washington. In de grondwetten van hun staten voorzagen zij algemeen stemrecht, een zwakke regering en een korte ambtstermijn voor alle openbare functies. Zij kwamen op voor de politieke rechten van minderheden en keerden zich tegen de slavernij. Zij wensten vlotte kredietvoorwaarden en een snelle uitbouw van allerlei voorzieningen (bijvoorbeeld wegen) in het binnenland. De democratie van Jackson I was in aantocht. Het is bij deze 'Westerners' dat 'King Mob' zijn grootste en meest betrouwbare aanhang zou vinden.

Zie verder deel 4 Deel 4 Van Britse kolonie tot de Verenigde Staten