We hebben 152 gasten online

Deel 8 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

 De slag bij Agincourt 1415

Opkomst van de Islam in de Arabische wereld

Profeet Mohammed stichtte de Islam

De cultuur van het Midden-Oosten en van grote delen van de rest van de wereld wordt voor een groot deel bepaald door de islam.

De islam is ontstaan op het Arabisch schiereiland. In Mekka werd Mohammed geboren rond 570. Hij werd koopman en kreeg interesse in godsdiensten die slechts één God kenden: het jodendom en christendom. Via een engel van Allah (het Arabische woord voor God) kreeg Mohammed opdracht om het bestaan en de wil van Allah aan de mensen te vertellen. Mohammed wordt daarom profeet (boodschapper) genoemd. De koran is het heilige boek van de Islam. Islam betekent letterlijk 'onderwerping aan Gods wil'.

Arabieren veroverden grote gebieden

De aanhang van Mohammed nam snel toe. Het gehele schiereiland werd al voor zijn dood (632) door zijn volgelingen veroverd.

verbreiding van de islam

De moslims veroverden in de eeuw na de dood van Mohammed grote delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Aan het hoofd van het Arabische rijk stond een kalief ( opvolger van de profeet Mohammed).

Na de vestiging van een moslimstaat in 622 verliep de expansie van de islam verbazingwekkend snel. Tijdens Mohammeds leiderschap werd het grootste deel van het Arabisch schiereiland vrij snel onder islamitisch bestuur gebracht, voornamelijk doordat Mohammed de verschillende stammen door militaire campagnes wist te verenigen. De krachtige persoonlijkheid van Mohammed trok de bewoners van het Arabische Schiereiland aan. Ook door zijn beloften van redding voor hen die stierven tijdens de strijd voor de islam, kreeg hij mensen achter zich. Door overvallen op karavanen in de vroege jaren van de islam en daarna oorlogen op volle schaal, was er een aantrekkelijk vooruitzicht op rijke buit voor hen die succesvol waren in de strijd. In minder dan een eeuw besloeg het islamitische kalifaat delen van Azië, Noord-Afrika en Europa. Deze veroveringen geschieden zonder nieuwe technologiën of tactieken. Terwijl oorlog tussen moslims in principe verboden was, was oorlog tegen ongelovigen volgens de islam wel toegestaan.

De geweldige expansie van de islam na de dood van Mohammed valt samen met en is ook een gevolg geweest van de laatste grote uitzwerming van stammen uit Arabië. Het stamland kon de groeiende bevolking niet langer voldoende middelen van bestaan bieden. De islam zorgde voor de godsdienstige bezieling, waardoor de Arabische opmars vrijwel onstuitbaar was.

Terwijl de Arabische legers hun geweldige veroveringen maakten, ontstond binnen de islam ernstige onenigheid. De oorzaak was gelegen in de opvolging. Tegenover de partij die van mening was dat alleen familieleden van de profeet het ambt van kalief konden bekleden, de sjiieten, stond een groep die een ieder voor deze functie verkiesbaar achtte, de soennieten. Tijdens het bewind van de vierde kalief, de schoonzoon van Mohammed, Ali, kwam het tot een burgeroorlog. Ali werd vermoord en zijn tegenstander liet zich tot kalief uitroepen. Hij werd de grondleger van de dynastie der Omajjaden, die gedurende een eeuw vanuit Damascus het Arabische rijk bestuurde. De aanhangers van Ali, de sjiieten, die men vooral in Perzië en Mesopotamië vond, bleven zich echter verzetten en die tegenstelling bestaat nog tot vandaag aan toe.

Arabische strijders

Door hun veroveringen kwamen de Arabieren in contact met volken die reeds lang een rijke culturele traditie bezaten: Perzen, Syriërs en Byzantijnen.

De Abbasiden vormden een dynastie van het Arabische Rijk die van 749 tot 1258  vanuit hun hoofdstad Bagdad regeerde. Aan het hoofd van het rijk stond een kalief die de wereldlijk leider was. Het kalifaat van de Abbasiden, zoals het rijk ook wel wordt genoemd, kwam na het kalifaat van de Omajjaden, die vanuit Damascus  heersten.

De opkomst van het Abbasidenrijk begon met een opstand tegen de Omajjaden in de streek Khoransan, in het oosten van het huidige Iran. Er waren meerdere aanleidingen voor deze opstand:

  • De Perzen werden door de Arabieren min of meer als tweederangs burgers beschouwd en moesten bijvoorbeeld ook hogere belastingen betalen.
  • De Abbasiden claimden het recht op het kalifaat omdat zij claimden af te stammen van Ababs ibn Abd al-Muttalib (556-652), een oom van de profeet Mohammed. De Omajjaden waren van een andere clan dan Mohammeds clan.
  • Er kwam steeds meer wrevel over de weelderige en 'wereldlijke' levensstijl van de Omajjaden in Damascus en men verlangde terug naar de 'eenvoudige beginselen' van de begintijd van de Islam.

De opstand begon in 747. Aan de opstand namen zowel Perzen als Arabieren deel. De leider van de beweging was Abu-Abbas Al-Saffah, een afstammeling van de genoemde oom van Mohammed.

In 750 versloeg hij bij de stad Koefa (in het zuiden van het huidige Irak) het leger van de Omajjaden in de Salg bij Zab. Na deze overwinning kreeg hij de eretitel al Saffah.

Koefa werd de tijdelijke hoofdstad. In 762 werd een nieuwe hoofdstad gesticht die de naam Medinat as Salam of de Stad van Vrede meekreeg. Later werd deze stad bekend onder de naam Bagdad.

Age of Caliphs

De Abassiden voerden een politiek van centralisatie en bureaucratisering, maar reeds in de negende eeuw waren er verschillende opstanden en burgeroorlogen. Als reactie hierop werden hervormingsmaatregelen genomen. Er kwamen betaalde legers die vooral uit slaven bestonden. Onder kalief Al-Mutasim werd dit systeem ingevoerd. Daarnaast werd het systeem van de iqta ingevoerd. Dit waren contracten waarin stond dat het staatsinkomen van een bepaald gebied voor beperkte tijd werd afgestaan aan een hooggeplaatste, die in ruil daarvoor het burgerlijk en militair bestuur waarnam en de troepen betaalde.

Het rijk van de Abbasiden kwam onder de verschillende kaliefen tot grote bloei van kunst, architectuur en literatuur. Tijdens het bewind van Haroen ar-Rashid nam de politieke invloed van het kalifaat echter af. Gebieden in Spanje, Noord-Afrika en Iran werden zo goed als onafhankelijk onder hun emirs en roepen een zelfstandig kalifaat uit.

Betrekkelijke verdraagzaamheid ten aanzien van andersdenkenden

Christenen en Joden mochten hun godsdienst behouden, in de veroverde gebieden, maar moesten wel extra belasting betalen. De islam is nooit afgedwongen. Omdat de Arabieren in de veroverde gebieden maar een minderheid waren lieten ze de mensen hun godsdienst behouden. De meeste volken echter namen de islam over. Dat kwam naast de inhoud van de islam door de volgende factoren:

  • Niet-moslims werden door de Arabieren als tweederangsburgers beschouwd;
  • Ze mochten geen wapens dragen en niet trouwen met moslim-vrouwen;
  • Niet-moslims moesten een speciale belasting betalen;
  • Men kon op een eenvoudige wijze moslim worden. Het uitspreken van de geloofsbelijdenis was voldoende.

In de Middeleeuwen hadden andersdenkenden in de islamitische wereld een grotere vrijheid dan in de meeste West-Europese staten. De verdraagzaamheid gold echter niet voor afvalligen van de islam. Zij moesten worden gedood.

Met de naam Arabieren werd eerst alleen de bewoners van het Arabische schiereiland bedoeld. Later werd iedereen die moslim was en Arabisch sprak Arabier genoemd. De Arabieren staken ook over naar Europa via Gibraltar en trokken het Frankische rijk binnen. In 732 werden ze in Poitiers verslagen. In de 9e eeuw bezetten ze ook Sicilië en een deel van Italië om er echter in de 11e eeuw weer uit te worden verdreven.

Het Arabisch-Islamitische wereld- en mensbeeld

Dat vertoont grote overeenkomst met het joods-christelijke. Allah heeft de mens en de aarde geschapen. Mohammed was volgens de Islam niet de enige profeet. Voor hem hadden andere profeten zoals Abraham, Mozes en Jezus dat ook gedaan. Hun woorden werden echter door hun volgelingen (de joden en christenen) in de loop van de eeuwen verkeerd doorgegeven. Mohammed was zowel een wereldlijk als geestelijk leider. Hij stichtte een staat waarin hij zelf staatshoofd was. Voor moslims is staat en godsdienst dus sterk met elkaar verbonden. De moslims delen daardoor de bewoonde wereld in twee delen in: de dar al-islam (het gebied van de islam) en de dar al-harb ( het gebied van de oorlog).

Strijdtechnieken

Militaire veroveringen islam

De Arabische legers vielen oorspronkelijk vooral op door het gebruik van kamelen, die zowel voorraden als soldaten droegen, waardoor ze erg mobiel waren. De Arabieren bleken vervolgens snel te leren: ze namen veel oorlogstechnieken over van de Byzantijnen en ontwikkelden een effectieve cavalerie; ze leerden zelfs oorlog op zee te voeren. Vanaf de 9e eeuw verloor de Arabische aristocratie de smaak van oorlog voeren. De islamitische heersers ronselden krijgers onder de Turkse stammen in Midden-Azië. Deze soldaten waren slaven. Deze voorkeur voor slaafsoldaten werd een kenmerk van de islamitische legers.

Het wereldbeeld van Ptolemaeus, met de aardbol als centrum van het heelal, werd door de Arabieren overgenomen. De Kaäba in Mekka werd op kaarten voorgesteld als het centrum van de wereld.

Godsdienst en wetgeving zijn met elkaar verweven

Alle overgeleverde handelingen en uitspraken van Mohammed staan opgeschreven in de soenna. Uit de koran en de soenna hebben moslimgeleerden in later eeuwen de sharia (islamitische wetten) afgeleid. De inhoud van de wetgeving komt sterk overeen met de wetgeving in het Oude Testament.

Iedere moslim heeft de plicht de Islam te helpen verspreiden

Men noemt dat de djihad. Daarmee wordt bedoeld dat moslims verplicht zijn zich in dienst van de overheid te stellen om de islam te verbreiden. Eeuwenlang hebben ze dat uitgelegd als plicht tot 'heilige oorlog', de verovering van gebied in naam van de islam. Later is men het gaan zien als: het weren van invloeden van niet-moslims.

Uitbreiding en Reconquista

reconquista

De moslims zagen het als een heilige plicht om hun geloof te verspreiden. Mahammed had dit jihad genoemd. Onder leiding van de Omajjaden werden de gebieden snel uitgebreid. De tegenstanders waren zwak, doordat ze maar gering in aantal waren, verdeeld en militair slecht georganiseerd. In 711 stak een moslimleger de Straat van Gibralter over en veroverde delen van Spanje en trokken Frankrijk binnen. Bij Poitiers, in 732, werden ze echter door Karel Martel verslagen.

De moslims bleven wel aanwezig in Spanje onder leiding van de Omayyaden.

ontwikkeling spanje

De kaliefen slaagden er niet in dit gebied te behouden en vanaf de elfde eeuw begonnen de noordelijke christenen aan een herovering van Spanje, die tot 1492 zou duren: de Reconquista.

De Reqconquista

Spanje tussen 1278-1520

Wetenschappelijke ontwikkeling

In de Koran werden de moslims ook aangespoord om kennis te verzamelen. De islamitische wetenschap bereikte in de negende en tiende eeuw een hoogtepunt. De Arabieren hadden veel belangstelling voor de filosofische en natuurwetenschappelijke geschriften van de oude Grieken. Die vertaalden ze in het Arabisch. In Spanje werden de Arabische teksten weer omgezet in het Latijn, de taal die door Europese wetenschappers gebruikt werd. Islamitische geleerden deden belangrijk onderzoek in de anatomie en astronomie. Door de uitvinding van het astrolabium, een werktuig dat helpt bij de plaatsbepaling op zee, hebben ze de scheepvaart een grote impuls gegeven. Ook de medische wetenschap stond op een veel hoger peil. Op het gebied van de wiskunde hebben de Arabieren een belangrijke bijdrage geleverd door de introductie van de Arabische cijfers ( inclusief het getal nul), die rekenen veel makkelijker maken dan met de Romeinse cijfers. Steden als Granada, Sevilla en Córdoba werden centra van Arabisch-islamitische cultuur en wetenschap. De bibliotheek van Cordoba had meer dan 400.000 boeken: meer dan alle bibliotheken in Europa op dat moment bij elkaar.

Voor deel 9 zie: Deel 9 Oorlog door de Eeuwen heen