We hebben 139 gasten online

Deel 17 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

Fortificaties in ontwikkeling

ontwikkeling fortificatie

Stads en landsverdediging

Hollandse Waterliniefortificatie Bastion en RavelijnDe aanblik van Europese steden veranderde in de loop van de tijd. In de late Middeleeuwen werd de stad omringd door door een hoge smalle muur met schietgaten en kleine torens. In d e16e eeuw werd deze ringmuur vervangen door, of aangevuld met een dikke muur en brede ronde torens, die plaats boden aa het geschut. In de 17e eeuw maakte vestingbouw opgang: de ronde torens werden vervangen door bastions, vijfhoekige verdedigingswerken van Italiaanse oorsprong. Vanaf de twee lange zijden van het bastion kon de vijand met zware artillerie worden bestookt. Vanaf de twee loodrecht daarop lstaande zijden ( de flanken) kon de wal tussen de bastions worden evrdedigd. voor hetzelfde doel lag er vaak nog een verdedigingswerk in de gracht: her ravelijn. aan de andere zijde van de stadsgracht verrezen in de loop van de 17e eeuw ook nog andere verdedigingswerken: het hoornwerk en het kroonwerk.

Vele steden in de Noordelijke Nederanden werden tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) omgebouwd tot vestigingssteden. In geval van nood konden de omringende gebieden onder water worden gezet, waardoor het voor de vijand vrijwel onmogelijk was de stad te belegeren. In het zogenaamde rampjaar 1672 slaagde het gewest Holland er zelfs in de oprukkende Franse troepen tot staan te brengen door een vrijwel aaneengesloten stuk land onder water te zetten. Dit was de befaamde Hollandse Waterlinie

 De stad Maastricht als vestingstad

maastricht

Maastricht heeft een rijke geschiedenis. Zo speelde de stad al een rol tijdens de Batavierenopstand van 69 tot 70 na Christus. Romeinen sloegen er een vaste oeververbinding, opstandige Franken verschansten zich tegen de Romeinse bezetter en bisschop Servatius vond er zijn laatste rustplaats.

Maastricht werd na zijn dood een voornaam bedevaartsoord. De stad groeide uit tot een aantrekkelijk handelscentrum en een strategisch belangrijke vesting, belegerd door onder meer de legers van Parma, Frederik Hendrik, Lodewijk XIV en generaal Kléber. Maastricht groeide ook uit tot een industriecentrum met aardewerk-, glas- en papierfabrieken. Maastricht ademt een buitenlandse sfeer.

Prehistorie en Romeinen

De regio, waarvan Maastricht heden ten dage het middelpunt vormt, getuigde van meet af aan van een bijzondere vitaliteit. Immers vondsten in de kalksteen van de Sint-Pietersberg bewijzen daar voorkomend dierlijk leven, 65.000.000 jaren geleden: zeeschildpadden en de Maashagedis.

Het zijn echter de Romeinen die ons met hun komst op vaste historische grond brengen. Het leger van Julius Caesar versloeg in 54 voor Christus de opstandige Eburonen onder hun leider Ambiorix.

Tijdens de regering van keizer Augustus maakte de landstreek deel uit van de provincie Gallia Belgica. In die tijd of kort daarna moet ter plaatse van het huidige Maastricht een eerste nederzetting ontstaan zijn. De heirbaan tussen het huidige Keulen en Boulogne-sur-Mer aan de Kanaalkust maakte ter hoogte van Maastricht gebruik van een doorwaadbare plaats. Later is daar een vaste oeververbinding gekomen, vermoedelijk aanvankelijk een houtconstructie en veel later vervangen door stenen pijlers met een houten bovenbouw. Aan deze brug, dit trajectum, waarvan aanmerkelijke resten zijn teruggevonden, zou de nederzetting haar naam ontlenen: Mosae Trajectum, nog herkenbaar in de latere benaming Maastricht.

romeins castellum Maastricht

Maquette Romeins castellum Maaastricht

Maastricht dankte zijn economische en militaire betekenis aan de ligging op het kruispunt van de Maas en de Romeinse heerbaan van de Kanaalhavens naar Keulen. Deze heerbaan leefde in de middeleeuwen voort als de grote handelsweg van Brabant naar de metropool aan de Rijn. Het voortbestaan van een permanente oeververbinding te Maastricht sedert de eerste eeuwen van onze jaartelling moet als vaststaand worden aangenomen. De uit het water opgehaalde overblijfselen van een Romeinse brug uit het einde van de 3de eeuw zijn thans museaal bezit. De oprit werd verdedigd door een castellum, een door een ringmuur en ronde muurtorens beveiligde nederzetting, waarvan het oudheidkundig bodemonderzoek tot de dag van vandaag de onderbouw blootlegt en de begrenzingen aftast. Wanneer de Romeinse brug werd verwoest, is niet bekend maar het bestaan van een vaste oeververbinding wordt reeds in de 6 de eeuw geboekstaafd door een tijdgenoot. De Romaanse pijlerbrug in hardsteen, die de houten, in 1275 ingestorte brug verving, beheerste het kruispunt van de weg over land van Brussel naar Keulen en de waterweg van Luik naar de Hollandse steden. 

Stad van twee heren

Als vermoedelijk de enige Nederlandse stad bleef Maastricht ononderbroken bewoond vanaf de Gallo-Romeinse tijd. De schakel met de Merovingische periode was de bisschop van Tongeren, Servatius, die op het einde van de 4de eeuw in Maastricht begraven werd en wiens opvolgers hier resideerden tot het begin van de 8ste eeuw, toen Hubertus de zetel van het bisdom naar Luik overbracht. De voormalige bisschopskerk van Onze Lieve Vrouw, de grafkerk van Sint-Servaas en de voorstad Wyck aan de overzijde van de Maas zijn de kernen waaruit de stad is gegroeid.

Maastricht was in het begin van de 9de eeuw reeds een dichtbevolkte handelsplaats en in de middeleeuwen werd zij na Aken de belangrijkste lakenstad in het Maasland. Haar betekenis als knooppunt van verbindingen wordt ca. 1170 bezongen door Henric van Veldeken: de wegen van Engeland naar Hongarije, van Keulen naar Tongeren, van Saksen naar Frankrijk en per schip naar Denemarken en Noorwegen, «zij komen hier alle bijeen».

De versterking van Maastricht werd eerst urgent toen de stad na 1204 grote militaire betekenis kreeg. Door haar ligging en de brug over de Maas werd zij de uitgangsstelling voor de Brabantse expansie naar het oosten, die gericht was op de beheersing van de handelsweg naar Keulen. De aanleg van de fortificaties was, zoals de militaire verdediging in het algemeen, een stedelijke aangelegenheid. Zij werd bekostigd en uitgevoerd door de burgerij, maar vanuit Brussel gestimuleerd, gesteund en later ook geleid. Luik speelde op dit gebied ondanks de twee-herigheid een volstrekt ondergeschikte rol.

 

In steen bevestigd

In 1229 machtigde hertog Hendrik I de burgers hun stad met een muur te versterken. De bevestiging van met Maastricht vergelijkbare steden geschiedde gewoonlijk in twee hoofdfasen: eerst, als voorlopige defensielijn, het graven van een gracht en het opwerpen van een aarden wal met paalversperringen en houten poorten, daarna de aanleg van de muur met torens en stenen poortgebouwen bovenop de wal. In Maastricht blijkt het niet anders te zijn geweest. Hoeveel tijd met de bouw van de eerste stadsmuur gemoeid was, is niet vast te stellen. Waarschijnlijk was hij omtrent het midden van de eeuw grotendeels voltooid.

eerste ommuring lang grachtje

De muur was ca. 2400 m lang, ongeveer even lang als de Barbarossamuur in Aken (ca 1175). Hij volgde de westelijke oever van de Maas en omvatte van daaruit in een enge omklemming de woonkernen rondom de kerken van Onze Lieve Vrouw en Sint-Servaas, de markt met lakenhal en belfort, en de tussenliggende bebouwing. Zijn beloop is nog af te lezen uit oude straatnamen, zoals de Grote Gracht en de Kleine Gracht, uit verspreide, door latere bebouwing overwoekerde fragmenten, en grotere, aaneengesloten gedeelten, die ondanks een soms ingrijpende restauratie hun oorspronkelijk karakter hebben bewaard. Uit wat behouden bleef, blijkt, dat de eerste enceinte (ringmuur) uit inheemse kolenzandsteen in onregelmatig metselverband was opgetrokken en dat de weergang aan de stadszijde door pijlers in hetzelfde materiaal, verbonden door in mergelblokken uitgevoerde halfbogen, gedragen werd.

De binnenste muur

Nadat de tweede gemetselde enceinte ca.1380 in gebruik genomen was, behield de«binnenste muur» militaire betekenis als reservestelling, totdat na 1632 het zwaartepunt van de verdediging in het voorterrein van de stad kwam te liggen. Alleen de Maasmuur, die in de tweede ommuring werd opgenomen, bleef een onderdeel van het vestingstelsel. Hiervan werd het zuidelijk gedeelte, de Onze Lieve Vrouwewal met vijf doorgangen naar de kade, z.g. poternes, in 1905 op het laatste moment gered.

Voor het overige is een groot gedeelte van de eerste stadsmuur verdwenen; van de twaalf bekende torens bestaan nog slechts een toren aan het Lang Grachtje en de in 1911 gedeeltelijk vernieuwde jekertoren nabij de Maas. De poortgebouwen, die intussen dienst hadden gedaan als gildehuis, gevangenis of bergplaats van bombarden en «donderkruit», werden in de 17de en 18de eeuw voor en na gesloopt, behalve de Helpoort, het enige poortgebouw uit de 13de eeuw dat in Nederland de ongunst van de fortuin heeft overleefd.

 

helpoort

 

Bruggehoofd Wyck

Ook de kleine voorstad Wyck aan de overzijde van de Maas, die door haar ligging in waterrijk terrein reeds van nature goed verdedigbaar was, werd in de 13de eeuw versterkt. Troepen van de bisschop van Luik maakten in 1267 de toren die de toegang tot de Maasbrug beheerste, met de grond gelijk en in 1284 en 1303 was Wyck voldoende bevestigd om aanvallen van de Valkenburgers en de Luikenaren met succes te weerstaan. Omtrent de aard van de verschansingen is verder niets met zekerheid bekend, maar vanaf het begin van de 14de eeuw kwam een stenen enceinte tot stand. Sommige torens werden in mergelblokken opgetrokken, andere, waaronder de Maaspunttoren, het oude Lambrechtsrondeel, aan het zuidelijk en het Woutersrondeel, de z.g. Kruittoren, aan het noordelijk eindpunt van de Maasmuur, waren bekleed met kolenzandsteen. De ommuring had een poort die toegang gaf tot de Maasbrug, twee waterpoorten en twee veldpoorten: de Hoogbruggepoort of Duitsepoort op de weg naar Aken en aan de noordzijde de Sint- Maartenspoort.

Vooruitlopend op meer moderne inzichten deed de magistraat ca. 1480 rondom de ommuring een geheel nieuwe enceinte aanleggen in de vorm van een dubbele aarden wal met zes bolwerken, waarvan een de doorgang van de Sint-Maartensbuitenpoort omvatte. Het bestaan van deze tweede enceinte, die later bemetseld werd, bezegelde het lot van de ringmuur, die evenals een groot gedeelte van de eerste ommuring van Maastricht stuksgewijs onder het geweld van de sloperhamers verdween. Van de versterkingen van Wyck bleef alleen de benedenhelft van de Maasmuur met de in 1897 herbouwde Waterpoort en de in 1913 gedeeltelijk vernieuwde Maaspunttoren bewaard. In dit fraaie rivierfront mist men node de Kruittoren, een zeldzaam gaaf voorbeeld van veertiende-eeuwse versterkingskunst, dat in 1868 aan een schandelijk vandalisme ten offer viel.

 

Werk van lange adem

Zoals in vrijwel iedere door een ringmuur beveiligde stad, breidde de bevolking zich ook in Maastricht na 1229 snel door immigratie uit. Buiten de poorten tekenden zich lintbebouwing en nieuwe wijken af, zoals het lakenweverskwartier voor de Leugenpoort op de Markt en de wijk van lakenbereiders en leerlooiers tussen de takken van het riviertje de Jeker in het zuiden. Hier lagen ook de graan- en oliemolens, onontbeerlijke hulpmiddelen voor de voedselvoorziening. Toen bleek, dat de vijand de Jekermolens stil kon leggen door de stroom af te dammen, gingen de Maastrichtenaars daarnaast gebruik maken van schepmolens, waarvan de raderen door het Maaswater in beweging werden gebracht.

De uitbreiding van het bebouwde oppervlak maakte reeds in de 13de eeuw de aanleg van een tweede, ruimere enceinte noodzakelijk. Ook deze kwam gefaseerd tot stand, te beginnen met een gracht en aarden wal, die ca 1300 voltooid waren. In de loop van de 14de eeuw verrees op deze omwalling een stenen muur; wellicht eerst toen werden de poorten in metselwerk uitgevoerd.

Nadat, vermoedelijk ca. 1350, een aanvang met de bouw was gemaakt, kon de muur dertig jaar later als verdedigingsstelling in gebruik worden genomen; daarna is er met tussenpozen nog zeker een eeuw aan gewerkt. Het was een enorme onderneming voor een stad met waarschijnlijk minder dan 10.000 inwoners. Anderzijds betekende de gespannen verhouding tot de Luikse steden een voortdurende aansporing om de bevestiging van de stad tot een goed einde te brengen.

Daar Maastricht traditiegetrouw de bisschop tegen zijn onderdanen steunde, kreeg de stad in 1407 en 1408 twee belegeringen door de Luikse milities te doorstaan en werd zij tijdens de burgeroorlogen die tussen 1465 en 1492 het prinsbisdom teisterden, herhaaldelijk bedreigd. De trouw aan zijn beide souvereinen, de kerkvorst van Luik en de hertog van Brabant - vanaf 1430 de machtige hertogen van Bourgondië, in de 16de eeuw keizer Karel V en koning Filips II - maakten van Maastricht een bolwerk voor de Bourgondisch-Habsburgse expansie in de Nederlanden.

 

De tweede enceinte

In de loop van de 15e de eeuw werden o.m. alle veldpoorten aanzienlijk versterkt. sommige met twee flankeringstorens, andere met een barbacane of bruggeschans, die voor de Brusselsepoort de vorm van een imposant verdedigingswerk kreeg. De poorten hadden een verdieping van waaruit een valhek, het z.g. orgel, in de doorgang kon worden neergelaten. De torens waren later vrijwel alle met een spits van leisteen gedekt. Op de aarden wal, waarvan het schuinoplopend buitentalud de vijand het voordeel van de dode hoek ontnam, verhief zich de muur. Ook in de tweede enceinte droegen aan de stadszijde door bogen verbonden pijlers de weergang, vanwaar men door schietsleuven in de kantelen de vijand bestookte. In de 4de eeuw bouwde men nog in kolenzandsteen. Voor de veldzijde van de enceinte maakte men daarna sporadisch gebruik van mergelblokken uit de omgeving en werd voor het overige voornamelijk hardsteen uit de Ardennen, de z.g. Naamse steen, in regelmatig metselverband toegepast. Het gebruik van baksteen wijst op reparaties of vernieuwingen van latere datum.

De tweede enceinte begon ten westen van de Helpoort bij de «Toren achter de Feilzusters», die ca. 1906, toen hij gerestaureerd en gedeeltelijk herbouwd werd, de foutieve naam Pater Vincktoren kreeg.

Tot ca 1565 aangelegde Fortificaties

Gezicht op Maastricht met de tot ca 1565 aangelegde fortificaties
Eerste ommuring:
1) Jekertoren; 2) Helpoort; 3 Looierspoort; 4 Lenculenpoort; 5 Borchgraeve; 6 Tweebergerpoort; 7 Grote Poort; 8 Leugenpoort; 9 Veerlinxpoort; 10 O.L. vrouwenpoort.
Ommuurde Nieuwstad:
11) De Vijf Koppen; 12) De Laek; 13) Haat en Nijd.
Tweede ommuring:
14) Sint-Pieterpoort; 15) De Reek; 16) Lange Toren; 17) Tongersepoort; 18) Merkat; 19) Hackenkamer; 20) Sint-Servaasbolwerk; 21) Brusselsepoort; 22) Boenentoren; 23) Lindenkruispoort; 24) Boschpoort; 25) Bolwerk der Schonenvaarders; 26) Mariatoren.
Encietes Wyck:
27) Sint-Maartenspoort; 28) Sint -Maartenspoort a.d. Rechtstraat; 29) Sint-Maartenspoort a.d. Wycker Grachtsraat; 30 ) Voorwal; 31) Mariabolwerk; 32) Hoogbruggepoort; 33) Bloemendael; 34) recentoren; 35) Lambrechtsrondeel; 36) Estacade

Via de Sint-Pieterspoort op de weg naar Luik, de waterpoort «de Reek», waar de Jeker de stad binnenstroomt, de Lange Toren op de zuidwesthoek van de ommuring en de Tongersepoort beschreef zij een onregelmatige boog naar het meest westelijke punt, de Brusselsepoort op de handelsweg van Brussel naar Keulen. Van hieruit liep de muur in min of meer rechte lijn naar het noord-oosten. Een eindweegs voorbij de Lindenkruispoort boog hij naar het oosten af om langs de Hochter- of Boschpoort, op de weg naar 's-Hertogenbosch, bij de «Toren achter de Biesen» de Maas te bereiken. Daarna volgde hij de oever van de rivier tot aan de Veerlinxpoort in de eerste ommuring.

Het Nieuwe Bolwerk en de Nieuwstad

 

Een zwak punt bleef de sector tussen de Jekertoren en de Pater Vincktoren, die alleen door de eerste stadsmuur werd afgeschermd. Een betere beveiliging werd mogelijk, toen het grondgebied van Maastricht door aanslibbing van de Jeker en daarna, in 1486, door annexatie van het aangrenzend gedeelte van de Luikse heerlijkheid Sint-Pieter naar het zuiden was opgeschoven. In 1456 werd het aangeslibde terrein voor de Helpoort met een hardstenen muur versterkt en vervolgens bestemd voor de bouw van een pesthuis, dat ook wel de omineuze naam «het Paradijs» droeg.

 

pater vincktoren
  

Nog steeds komen bij de Pater Vincktoren muren uit drie bouwperioden samen: van de eerste en de tweede enceinte en van het «nieuwe bolwerk» uit 1456. Hier liggen ook drie waterpoorten bijeen, waarvan er nog twee dienst doen. Dertig jaar later liet de magistraat het toen ingelijfde gebied, de Nieuwstad, bevestigen door een gracht en een aarden wal. Deze provisoire versterking werd in de jaren 1515 -1517 vervangen door de nog bestaande muur in lichtgrijze Naamse steen, die door twee zware rondelen, voorzien van geschutkazematten, wordt bestreken. Zij dragen de grimmige namen «Haat en Nijd» en «De Vijf Koppen». De nogal schriele poort met de schertsnaam «Waarachtig» is de Neogotische compensatie voor een doorbraak in de jaren 1887 en 1888.

 

huidige situatie

 

Huidige situatie

 

Sleutel van Brabant

In de 16de eeuw treedt de strategische betekenis van Maastricht duidelijk aan het licht. In 1567 wordt de stad, die zich tot dan toe op eigen kracht, met behulp van de schuttersgilden en de in kerspelen georganiseerde burgerij, verdedigd had, gedwongen een permanent garnizoen onder bevel van een door Brussel benoemde militaire gouverneur op te nemen. In de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is zij als toegangspoort van de Zuidelijke Nederlanden voor beide partijen van eminent belang.

De veldtochten van Willem van Oranje en zijn broers in 1568 en 1574 zijn tot mislukking gedoemd, wanneer hun troepen de doortocht over de Maasbrug geweigerd wordt, in 1576 woedt de Spaanse furie in de stad, drie jaren later wordt zij na een heroïsche verdediging door Parma ingenomen.

 
capitulatieverdrag 1632

 

Frederik Hendrik en het capitulatieverdrag van 1632

 

In 1632 moet Maastricht capituleren voor de «Stedendwinger» Frederik Hendrik en wordt het een ver in het zuiden gelegen vesting van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Staten-Generaal treden in de rechten van de hertogen van Brabant, de prins-bisschop van Luik blijft de gerespecteerde maar machteloze mede-souverein.

 

Zie voor Maastricht vestingstad deel 2: Deel 18 Oorlog door de Eeuwen heen Deel 18 Oorlog door de Eeuwen heen