We hebben 114 gasten online

Deel 30 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

 De slag bij Agincourt 1415

Het racisme: De behandeling van de zwarten

Bij de redactie van de Onafhankelijkheidsverklaring oordeelde Thomas Jefferson dat het probleem van de slavernij hierin aan bod moest komen. De eerste paragraaf van de onafhankelijkheidsverklaring bevestigde dat "alle mensen als gelijken geboren worden" en dat zij genieten' 'van onvervreemdbare rechten, waaronder... de vrijheid". Volledig in overeenstemming met zijn eigen overtuiging, nam Jefferson er ook volgende paragraaf in op: "De Koning van Engeland heeft een wrede oorlog gevoerd tegen de menselijke natuur zelf. Hij trad de meest heilige rechten op leven en vrijheid van de mensen van een ver verwijderd volk dat hem nooit kwaad had berokkend met de voeten. Hij nam deze mensen gevangen en verknechtte hen in een ander halfrond, als hij ze al niet op een ellendige manier liet sterven op de schepen die hen vervoerden. Deze piratenoorlog, die zelfs ongelovige volkeren als een schandvlek zouden beschouwen, wordt door de christelijke koning van Groot-Brittannië gevoerd."

Jefferson schoof de verantwoordelijkheid voor de slavernij dus in de schoenen van de Engelsen. Hij veroordeelde wel de slavenhandelaars, die de zwarten in Afrika kochten en over de Atlantische Oceaan vervoerden, maar sprak niet over wié de slaven in Amerika op de plantages uitbuitte.

Daarenboven werd de paragraaf over de vrijheid van de slaven uit de verklaring geschrapt, omdat sommige staten anders niet tot de Unie wilden toetreden. Ook George Washington was in principe tegen slavernij, maar hij koos voor een 'realistische' benadering die de eenheid van de Unie niet in gevaar bracht. Wanneer de Quakers samen met andere abolitionisten (voorstanders van de afschaffing van de slavernij) de vlucht van de slaven naar het Noorden organiseren, veroordeelt George Washington die acties dan ook sterk.

Geplaatst voor de keuze tussen vrijheid en eigendom spreekt George Washington zich duidelijk uit voor de rechten van de bezitters. Dit kwam tot uiting, toen hij John Jay naar Londen stuurde om er het verdrag te onderhandelen dat tenslotte in 1794 werd ondertekend. George Washington gaf Jay de instructies mee, van de Engelsen een schadeloosstelling te eisen voor de zowat 3.000 slaven die op het moment van de Onafhankelijkheid naar Canada gevlucht waren. Lord Grenville gaf John Jay een lesje in rechtlijnig denken: Londen hield vol dat de slaven die bij de Engelsen bescherming gezocht hadden, hierdoor vrije mensen geworden waren. Daardoor hadden de planters al hun eigendomsrechten op deze mensen verloren. John Jay moest zich hierbij neerleggen.

Ook in de redactie van de grondwet van de V.S. werd de moeilijkheid van de slavernij omzeild. In de definitieve tekst van de grondwet worden de termen 'slaaf' en 'slavernij' zelfs niet eens gebruikt. Veel heibel werd gemaakt over de vraag of de slaven zouden worden meegeteld om het aantal afgevaardigden te bepalen dat elke lidstaat naar het 'House of Representatives' mocht sturen. Het Three-Fifths Compromise bepaalde tenslotte dat drie vijfde van de slaven voor de vaststelling van de bevolking van een lidstaat meegerekend werd. In een ander compromis werd vastgelegd dat het importverbod van slaven pas in 1808 zou ingaan. Een andere grondwetsbepaling verplichtte de lidstaten gevluchte slaven terug te sturen.

Ook de 'Bill of Rights' (de eerste Tien Amendementen op de grondwet, goedgekeurd in 1789) heeft aan de toestand van de slaven niets veranderd. Deze tekst somde de natuurlijke (onvervreemdbare) en de wettelijke rechten van de burgers van de V.S.A. op, maar omdat de slaven nu eenmaal geen burgers waren, gold de Bill niet voor hen.

Een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de slavernij in de V.S. begon in 1798 met de goedkeuring door het Congres van de Alien en de Sedition Act. De Sedition Act lokte zeer heftige weerstand uit. Jefferson bestempelde de wet als ongrondwettelijk. Hij stelde resoluties op, die door het Parlement van de nieuwe lidstaat Kentucky werden goedgekeurd (Kentucky Resolutions) James Madison deed hetzelfde in Virginia (Virginia Resolutions). Thomas Jefferson beschouwde de grondwet als een contract, waardoor bepaalde machten van de lidstaten naar de federale regering gingen. Als het Congres nu een wet aannam waartoe het volgens de grondwet geen macht had, kon elke lidstaat die wet nietig verklaren, vond Jefferson. De wet was dan niet langer van kracht in die lidstaat. Men zal begrijpen dat deze doctrine de eenheid in gevaar bracht. Indien om het even welke staat een wet van het Congres kon weigeren, was het met de Unie gedaan. De parlementen van Kentucky en Virginia hebben dit wel ingezien: zij hebben dit deel van de 'Resolutions' dan ook gewijzigd door te bepalen dat het Congres gevraagd zou worden om de 'afgekeurde' wet in te trekken.

Deze Nullification Doctrine plaatste weer eens het probleem van de 'States Rights' (de rechten van de afzonderlijke staten) op de voorgrond: hoe zelfstandig waren de lidstaten van de Unie? De Nullification Doctrine zou door slavenhoudende lidstaten nog vaker ingeroepen worden om, tegen de beslissingen van de federale regering en het Congres in, het behoud van de slavernij te rechtvaardigen.

Omstreeks 1800 beschouwde men de slavernij in het Noorden en het Zuiden als een tijdelijk en betreurenswaardig systeem: de Northwest Ordinance van 1787 schreef voor dat een territorium maar als nieuwe lidstaat tot de Unie werd toegelaten op voorwaarde dat de slavernij op het hele grondgebied ervan verboden was. Daar volgde nauwelijks enige reactie op. Ook het verbod op de slavenhandel (1808) werd algemeen aanvaard.

Maar vanaf 1815 werd slavernij het voorwerp van verhitte discussies. Toen verspreidde zich immers de katoenteelt. (Onder andere door de cotton gin: een machine waarmee men vijftig maal sneller dan met de hand katoen plukte). Ook het in cultuur brengen van de rijke gronden van de 'Black Belt' in het Zuidwesten speelde een rol. Daarenboven was de vraag naar ruwe katoen toegenomen: in Engeland werd de industriële revolutie in het kader van de katoenindustrie op gang gebracht en ook in de noordelijke lidstaten van New England waren vanaf 1815 textielfabrieken opgericht. De katoenplanters nu hadden veel goedkope en ongeschoolde arbeidskrachten nodig. Slaven waren terug onmisbaar geworden. Maar niet alleen de katoenteelt had nood aan goedkope arbeids- krachten; dit was ook zo voor de suikerrietplantages in Louisiana en Mississippi en voor de tabakscultuur in Kentucky en in Tennessee.

Bij de eerste volkstelling in 1790 telde de bevolking van de V.S. 3.172.000 blanken en ruim 757.000 zwarten. In 1800 waren er ongeveer 1 miljoen en in 1808 al 1.750.000 zwarten in de Verenigde Staten. In 1860 was de blanke bevolking aangegroeid tot 26,9 miljoen, de zwarte bevolking tot ruim 4,4 miljoen. In 1840 werd de totale eigendomswaarde van alle slaven in het Zuiden geschat op 1.350 miljoen dollar en op 4.000 miljoen dollar in 1860.

Omdat een slaaf steeds 'waardevoller' werd, hadden de planters er belang bij hem beter te behandelen. Rijke planters zorgden voor behoorlijke voeding, kleding en huisvesting. Tegelijk schonken minder planters hun slaven de vrijheid. De slavenhouders konden evenwel aanvoeren dat de levensomstandigheden van de slaven op de plantages soms beter waren dan die van de arme immigranten en de slecht betaalde fabrieksarbeiders in de steden van het Noorden.

Bij de opname van elke nieuwe lidstaat laaiden de discussies hoog op: was dit nu a free state of a slave state'? ln 1787, naar aanleiding van de Northwest Ordinance had niemand zich gestoord aan de bepaling dat een nieuwe lidstaat enkel werd toegelaten tot de Unie op voorwaarde dat de slavernij er verboden was. Maar die tijd was nu voorbij. Voor de blanken in het Zuiden was de slavernij het fundament van hun economisch leven: de welvaart en de levensstandaard van de Zuidelijke staten was onlosmakelijk verbonden met de slavenarbeid. In het Noorden en ook in de federale hoofdstad dacht men daar heel anders over. Sinds de volkstelling van 1790 hadden de federale instanties erop toegezien, dat er machtsevenwicht bleef bestaan tussen de 'vrije' en de 'slavenhoudende' staten. Nu was de bevolking van het Noordwesten en van het Noordoosten met een miljoen inwoners meer aangegroeid dan de bevolking in het Zuiden. Dit vonden de blanken in het Zuiden een erg nadelige ontwikkeling: de samenstelling van het Huis van Afgevaardigden werd immers bepaald naar evenredigheid van de bevolking en... de slavenbevolking telde maar voor drie vijfde. Het behoud van de politieke macht van het Zuiden in het Congres stond dus op het spel. De toetreding van elke lidstaat werd een probleem: zou ze 'a free state' of 'a slave state' zijn?

Van de oorspronkelijke dertien lidstaten werden er zeven 'free states' en zes 'slave states' , maar van 1791 tot 1819 kwamen er maar vier 'vrije' staten tegen vijf 'slavenhoudende' staten bij. Toen dan in 1819 Missouri in de Unie opgenomen wilde worden, kwam het probleem in zijn volle omvang aan de oppervlakte. De 'Ordonnantie' van 1787 verbood de slavernij wel in het Noordwesten maar zei niets over het enorme grondgebied dat door de Louisiana Purchase (1803) was aangekocht. Hier ging het in wezen om de vraag of het Noorden óf het Zuiden voortaan de politieke controle over de Federatie zou verwerven: als de lidstaten van de Louisiana Purchase één voor één tot de Unie zouden toetreden als 'slavenhoudende staten' zou de machtsbalans ongetwijfeld doorslaan in het voordeel van het Zuiden; in het andere geval kreeg het Noorden 'het voor het zeggen. Missouri was de 'test-case'.

De blanke bevolking van Missouri was voor slavernij. Henry Clay van Kentucky werkte een compromis uit, waarbij Missouri als 'slavenhoudende' staat lid van de Unie kon worden, maar Maine - de volgende kandidaat in de rij - als 'vrije' staat zou worden opgenomen. Het Missouri Compromis verdeelde de rest van de Louisiana Purchase in een 'vrij' en een 'slavenhoudend' territorium. De scheidingslijn werd de parallel op 36°30' breedteligging. Ten zuiden van deze grenslijn zou het grondgebied worden opengesteld voor slavernij; ten noorden ervan was de slavernij verboden. Het probleem werd op die wijze toegedekt, maar zeker niet opgelost. Thomas Jefferson liet er zich bitter over uit: "Zij hebben het land in twee gedeeld, een 'slavenhoudend' deel en een 'vrij' deel, en zij hebben alles afge- wezen waarvoor wij tijdens de Revolutie gevochten hebben... Voor het ogenblik is de storm inderdaad tot bedaren gebracht. Dit is evenwel maar een uitstel, zeker geen definitieve beslissing."

compromise

De democratie van Jackson

De abolitionisten

Al bij het begin van de 19de eeuw was de beweging voor de afschaffing van de slavernij (abolition) op gang gekomen. De Anti-Slavery Movement werd ten tijde van het presidentschap van Andrew Jackson een onderdeel van een veelomvattende stroming die tot doel had een aantal hervormingen door te voeren. Van 1830 tot 1850 beleefden de V.S. een Age of Reform, een tijd van hervormingen: er was het feminisme, de strijd om de organisatie van openbaar onderwijs voor iedereen en van economische hervormingen. De zwarte leiders waren erg gematigd: zij preekten geen opstand, maar de geleidelijke verbetering van het lot van de slaven met wettelijke middelen.

Frederick Douglass, allicht de meest invloedrijke figuur onder hen, schreef in zijn krant 'The North Star' : "u slingert uw banbliksems over de gekroonde tirannen van Rusland en Oostenrijk, en u bent trots op uw democratische grondwetten, maar u verzoent er u mee de instrumenten en de handlangers te zijn van de tirannen van Virginia en van Carolina."

De reactie tegen de slavernij bleef in het algemeen erg gematigd; ook in het Noorden bewandelde men de weg van de geleidelijkheid. De afschaffing van de slavernij moest geleidelijk gebeuren en gepaard gaan met een schadeloosstelling voor de eigenaars van de slaven! Een minderheid dacht radicaler: onder hen Wil/iam Lloyd Garrison (1805-1879) die schreef:

"Wij eisen de onmiddellijke en onvoorwaardelijke emancipatie. Wij aanvaarden niet dat schadeloosstelling uitbetaald wordt. Het zou betekenen dat we bereid zijn een dief te betalen opdat hij het gestolen goed zou teruggeven."

William Lloyd Garrison, als spreekbuis van de minderheid abolitionisten, wees erop dat de opeenvolgende compromissen die sinds de Onafhankelijkheidsverklaring zijn uitgewerkt, steeds aan de kern van de zaak zijn voorbijgegaan. In 1842 was zijn irritatie zo groot dat hij de grondwet bestempelde als een 'esclavagistisch document' , een 'pact met de dood' en een 'bondgenootschap met de hel'!

Garrison heeft zo de kritiek op de slavernij omgebogen en opgetild tot een kritiek op de grondwet, die de slavernij niet expliciet veroordeeld had. Daardoor was de poort opengezet voor de bestendiging van de slavernij in de praktijk.

Maar op die wijze, aldus Garrison, werd de voornaamste wens van de Founding Fathers van de Unie op de helling gezet, namelijk: de vestiging van een samenleving die zou worden gesteund op het recht. Werden zeden en gewoonten beheerst door het recht of werden de wetten louter en alleen op basis van de sociale praktijk opgesteld? Kortom: de slavernij stelde de vraag naar het voortbestaan van de Unie en - als die al zou blijven bestaan - de vraag naar de mate van democratie van deze Unie.

Tegenstanders van slavernij steunden op morele, religieuze en economische argumenten. Sommige groepen verwierpen de slavernij, omdat ze ondemocratisch was en niet bij de Amerikaanse instellingen en traditie paste. Slavernij was ook economisch ongezond: de arme blanke kon nooit concurreren tegen producten die door onbetaalde slavenarbeid gemaakt waren.

Een groot deel van het succes van de latere president Lincoln en zijn Republikeinse partij wordt verklaard door de angst van de kleine boeren voor de grote planters uit het Zuiden. Zij vreesden dat het invoeren van slavernij in de Noordelijke staten de ondergang van hun boerderijen zou betekenen. Voor de rest had de Noorderling evenveel minachting voor de zwarte als de Zuiderling. Tenslotte wezen anderen erop dat de slavernij gewoon onwettelijk was. De Onafhankelijkheidsverklaring had de slavernij immers veroordeeld door de onvervreemdbare rechten van de mens af te kondigen. De grondwet zelf had de slavenhandel veroordeeld want haar opstellers hadden het niet nodig gevonden wat vroeger afgeschaft was, opnieuw te behandelen.

abolition of slaverny 1777-1858

Kaart de abolition of Slaverny 1777-1858 De abolitionisten gingen niet akkoord over de wijze waarop de slaven bevrijd moesten worden: sommigen eisten de onmiddellijke bevrijding van de zwarten; anderen wilden een geleidelijke oplossing. Nog anderen bepleitten de onmiddellijke emancipatie die dan geleidelijk zou gerealiseerd worden. Een groep mensen kon zich verzoenen met een geleidelijke emancipatie, maar eiste dat er meteen mee begonnen werd. Radicale abolitionisten vonden dat de bestaande grondwet door een andere vervangen moest worden, of dat de lidstaten zich anders maar moesten afscheiden. De 'kolonisatoren' hoopten de slavernij te kunnen uitroeien door de zwarten terug naar Afrika over te brengen: met dat doel stichtten zij in 1822 de Afrikaanse kolonie Liberia. De :beweging van de 'free soil' tenslotte had niet zozeer de 'afschaffing van de slavernij op het oog, maar wel de indamming ervan binnen de Zuidelijke staten. Nieuwe ~ partijen, de Liberty Party en de Free Soi! Party, ijverden voor de slavenemancipatie.

Free and Slave States 1821

De voorstanders

De verdedigers van de slavernij vormden een veel hechter front dan de abolitionisten. Waar hun opvatting niet meteen succes had, beknotten zij de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, indoctrineerden zij het onderwijs en moedigden zij opruiende acties van het gepeupel aan. Jefferson werd voorgesteld als een onbetrouwbare hervormer en Washington als een goedmenende, maar politiek naïeve man. Daarenboven werd 'bewezen' dat de slavernij haar wortels had in de natuurwet: "De universele wet van de natuur is geweld. Het is door deze wet dat de dieren ondergeschikt zijn aan de mens, en het is dezelfde wet die de relaties tussen de mensen beheerst" , zo schreef Thomas Cooper. En de alom gerespecteerde senator John C. Calhoun voegde eraan toe: "Een vrije samenleving is op lange termijn onleefbaar. Slavernij is de meest veilige en meest stabiele basis voor vrije instellingen in de wereld." Daarbij werd de 'gedemoraliseerde, opstandige' want 'vrije' maatschappij van het Noorden vergeleken met de 'harmonie, eenheid en stabiliteit' van de slavenhoudende staten. In het Zuiden vond je geen verhongerde armen, geen loonslaven, geen gemeenschappen gebaseerd op vrije liefde zoals in het 'decadente' Noorden. De superioriteit van de maatschappij van het Zuiden, die op slavernij steunde, was dus wel zonneklaar... Dat de zwarten de 'bescherming' van hun meesters niet op prijs stelden, bewees dat zij niet intelligent waren. Daarenboven was de slavernij noodzakelijk voor de economie van de Zuidelijke staten, en zelfs voor de wereldeconomie.

In 'Cotton is King' (1860) redeneerde David Christy: de katoenteelt steunt op slavenarbeid; de wereldeconomie steunt op katoen; dus steunt de wereldeconomie op slavenarbeid.John C. Calhoun geloofde niet in natuurlijke, onvervreemdbare rechten op vrijheid en gelijkheid. De mensen genieten enkel die rechten, die de maatschappij hun verleent. Calhoun verwees ook naar de 'Nullification Doctrine' . De grondwet steunde op de instemming van de lidstaten: die instemming kon ook ingetrokken worden, als de federale regering het gezag van de lidstaten met de voeten trad of de belangen van hun burgers schade toebracht. Het probleem van de slavernij werd dus weer gekoppeld aan de vraag naar de soevereiniteit van de lidstaten.

De Verenigde Staten van Amerika op weg naar de burgeroorlog

Kaart The Spread of Slaverny 1808-1860

spread of slaverny 1808-1860

In 1848 werd de Unie ten koste van Mexico uitgebreid: zouden California, Texas en de andere aangehechte gebiedsdelen slavernij toestaan? Sommigen wilden de grenslijn tussen de 'vrije' en de 'slavenhoudende' staten, vastgelegd in het Compromis van Missouri (1820) doortrekken tot aan de kust van de Pacific.In januari 1850 lagen in de Senaat een aantal voorstellen van Henry Clay van Kentucky, de Great Compromiser, ter discussie.

Voor het Zuiden hield de zièke John C. Calhoun zijn laatste grote rede, een compromisloze eis tot toegevingen van het Noorden. De Zuidelijke lidstaten moesten dezelfde rechten voor westwaartse expansie krijgen, slavernij moest erkend worden als een permanente, nationale instelling en de naleving van de wetten op gevluchte slaven moest worden gevorderd. Als dat niet gebeurde, moesten de lidstaten de vrijheid hebben om zich in alle vrede af te scheiden en de Unie te verlaten.Uiteindelijk kwam het Compromis van 1850 tot stand. California zou toetreden als een 'vrije' lidstaat. In de rest van het grondgebied dat door Mexico was ( afgestaan, zouden de 'territories' zelf beslissen of ze slavernij wilden toestaan.

De slavernij werd afgeschaft in het District Columbia. Een nieuwe Federal Fugitive Slave Law werd goedgekeurd. Ontsnapte slaven kregen geen gerechtelijk onderzoek met jury en mochten niet getuigen. Ambtenaren en overheidspersonen, de Unie en de lidstaten moesten meewerken aan het opsporen en opnieuw gevangen nemen van gevluchte slaven. De wet legde zware geldboeten en gevangenisstraffen op voor wie ontsnapte slaven hielp vluchten.Het 'Compromis van 1850' heeft feitelijk niets opgelost.

Zowel in het Noorden als in het Zuiden was de verontwaardiging groot: de kloöf tussen beide 'secties' van de Unie werd alleen maar groter en dieper.In het Noorden was men boos omdat de nieuwe Federal Fugitive Slave Law 'slavenvangers' van hen wilde maken. Ondanks de wet werden toch nog vele ontvluchte slaven geholpen.Hoeveel slaven dank zij de Underground railway in 'vrije' lidstaten een toevlucht hebben gevonden, is moeilijk te schatten.

De 'Underground railway' was een netwerk van routes en 'stations' doorheen Indiana, Illinois en vooral Ohio, met Canada als eindpunt. Er bestonden uitgewerkte 'wegenkaarten', reisinstructies, paswoorden, plaatsen waar de gevluchte slaven konden overnachten...

De slavernij als instelling werd er zeker niet door aangetast. Maar in het Zuiden was men door de houding van de Noordelijken geïrriteerd.De mate waarin het vraagstuk van de slavernij de gemoederen beroerde, is af te leiden uit het enorme succes van het boek Unc/e Tom's Cabin, dat Harriet Beecher Stowe in 1852 publiceerde. In één jaar werden 300.000 exemplaren verkocht! "De houding ten aanzien van de slavernij was in het Noorden na de publikatie van 'De negerhut van Oom Tom' nooit meer dezelfde", aldus de historicus David Potter.

De ergernis in het Zuiden was vooral groot omdat men in ruil voor de nieuwe Federal Fugitive Slave Law, die niet werkte, een aantal fundamentele toegevingen had moeten doen: de 'West' was voor de slavernij verloren; het machtsevenwicht in het Congres was verloren gegaan, nu de vrije staten in de meerderheid waren (16 tegen 15 na 1850). In Georgia, Alabama, Mississippi en South Carolina werden conventies samengeroepen om te onderzoeken of men zich van de Unie zou afscheiden. De aanhangers van de afscheiding of secessie vormden een meerderheid in South Carolina.

Vooralsnog gingen zij niet tot actie over. Drie gebeurtenissen zouden de secessie-koorts laten stijgen. De 'Kansas-Nebraska Act' , de zaak-Dred Scott en de oprichting van de Republikeinse Partij.De Kansas-Nebraska Act had weer te maken met het probleem van de verhouding tussen de Unie en de lidstaten. De Democratische senator van Illinois Stephen A. Douglas was bijzonder geïnteresseerd in de ontwikkeling van 'the West': daartoe was het aanleggen van een spoorweg van Chicago tot de kust van de Pacific volgens hem het aangewezen middel.

Maar dan moest men het hele gebied ten westen van de Missouri en Iowa in territoria omvormen, die dan later lidstaten van de Unie zouden worden. Hier dook weer het probleem op of deze territoria zouden opengesteld worden voor de slavernij. Stephen Douglas, zelf oprecht overtuigd van het principe dat de mensen zelf beslissingsrecht moeten hebben, verwees naar de lidstaten New Mexico en Utah, die ter uitvoering van het 'Compromis van 1850', zelf de knoop hadden doorgehakt. Ook voor het hele gebied ten westen van de Missouri en Iowa moest volgens hem het principe van popular sovereignty gelden. Senator Douglas besefte maar al te goed de draagwijdte van dit standpunt. Het betrokken gebied lag immers volledig ten noorden van de scheidingslijn die door het 'Missouri Compromis' bepaald was.

Missouri Compromise

Het wetsvoorstel van Douglas betekende dus het intrekken van het 'Missouri Compromis' en het openstellen van de hele 'North-West' voor de slavernij! Als tegemoetkoming werd het hele gebied opgedeeld in twee territoria: Kansas, ten westen van de slavenhoudende staat Missouri en Nebraska, ten westen van de 'vrije' staat Iowa. In maart 1854 werd de Kansas-Nebraska Act in het Congres aangenomen. Onmiddellijk vestigden 'settlers' uit Missouri, Kentucky, Mississippi en Tennessee zich in Kansas; ze organiseerden het als een territorium en hielden er verkiezingen. In het nieuw verkozen parlement zaten dan ook enkel voorstanders van de slavernij, die van hun wetgevende macht gebruik maakten om de slavernij in Kansas door de overheid te laten beschermen. De debatten in het Congres (1855) over de opname van Kansas als lidstaat in de Unie, behoren tot de meest bitsige die ooit hebben plaatsgehad.De leiders van de Zuidelijke staten waren erg ingenomen met deze ontwikkeling: het schrappen van het 'Missouri Compromis' maakte het mogelijk nieuwe lidstaten voor de slavernij te winnen en zo het machtsevenwicht in het Congres te herstellen.

De tegenstanders van de slavernij reageerden ook onmiddellijk: in juli 1854 richtten zij in Jackson (Michigan) de Republikeinse Partij op. De bestaande 'Free Soil'- en 'Liberty' partijen gingen hierop in. De Republikeinse Partij werd duidelijk overheerst door de abolitionisten.De Unie werd al dadelijk met een nieuwe crisis geconfronteerd: voor een rechtbank in Missouri verzocht de slaaf Dred Scott om de erkenning van zijn vrijheid en die van zijn gezinsleden, daar zijn meester hem naar de 'slavenvrije' lidstaat Illinois gebracht had. Uiteindelijk werd de zaak voorgelegd aan de Supreme Court (het Hooggerechtshof) die op 6 maart 1857 haar beslissing bekendmaakte: Dred Scott en zijn gezinsleden bleven slaven! Chief Justice (voorzitter) Roger B. Taney was duidelijk in zijn argumentatie: toen de grondwet aanvaard werd, werden de zwarten beschouwd als ondergeschikte wezens zonder rechten.

Ook de onafhankelijkheidsverklaring, met haar recht op vrijheid en gelijkheid, slaat niet op de zwarten. Dred Scott was als zwarte geen burger van de V.S.! Hij heeft zelfs niet het recht zijn zaak voor een federale rechtbank te brengen, vond Taney.Het vijfde amendement bij de grondwet bepaalde dat eigendom enkel op wettelijke wijze ontnomen kon worden. Taney redeneerde nu: slaven zijn eigendommen; geen enkele wetgevende macht kan eigenaars van slaven verbieden hun eigendom over te brengen naar om het even welk territorium of lidstaat want dit zou indruisen tegen de grondwet; dus kan geen enkele wet de slavernij in om het even welke lidstaat van de Unie verbieden: het Missouri Compromis was dus én ongrondwettelijk en van geen waarde!Deze beslissing van het Hooggerechtshof betekende met andere woorden dat slavernij nu overal mogelijk werd.Al in 1856 waren in het Zuiden uitspraken te noteren zoals "de grondwet van de Verenigde Staten moet verscheurd en met de voeten getreden worden, er moet een Zuidelijke Confederatie komen" !

Ook John Calhoun had vroeger verdedigd dat afscheiding het logische gevolg zou zijn van de houding van een federale regering die de soevereiniteit van de lidstaten niet wilde erkennen. De Zuidelijke leiders voelden zich tot deze laatste stap gedwongen door de ontwikkelingen in de Republikeinse Partij. Voor de Congresverkiezingen van 1858 en de presidentsverkiezingen van 1860 duidde de Republikeinse Partij immers Abraham Lincoln aan. In 1858 nam hij het op tegen Stephen A. Douglas. Tijdens een openbaar debat met zijn tegenstander sprak Lincoln zijn beroemde House Divided-speech uit. "Een huis dat verdeeld is, kan niet standhouden. Een regering kan niet voor altijd half vrij en half voor de slavernij zijn. Ik wil niet dat de Unie wordt opgedoekt. Ik wil niet dat het huis ineenstort. Maar ik wil dat het niet langer verdeeld is."Als men er niet in geslaagd was de Unie in stand te houden zou ongetwijfeld in het Zuiden een staat naar aristocratisch model tot stand gekomen zijn. Lincoln besefte dat een Zuidelijke staat helemaal geen democratische staat zou zijn. Lincoln veroordeelde de slavernij pas vanaf 1854. Hij zag in dat het probleem van de slavernij zeer nauw verband hield met het instandhouden van de Unie en de democratie.

In elke speech tussen 1854 en 1862 waarschuwde Lincoln ervoor dat een nationale verspreiding van de slavernij de doodsteek voor de V.S. als een vrije, democratische natie betekende.Lincoln was wel een tegenstander van de slavernij, maar hij vond dat ze geleidelijk afgeschaft moest worden. In een redevoering in Alton zei hij: "Indien er onder ons iemand is die de slavernij niet verwerpelijk vindt, dan hoort hij niet in ons midden. Maar indien iemand zo ongeduldig is dat hij er geen rekening mee àoudt, dat het erg moeilijk is de slavernij plots af te schaffen, zonder de grondwettelijke verplichtingen na ~ komen, dan hoort hij evenmin bij ons."In 1858 leed Lincoln nog een verkiezingsnederlaag, maar hij werd een 'nationale figuur'. Twee jaar later werd hij verkozen tot 16de president van de Verenigde Staten van Amerika. Lincoln haalde 1.866.000 stemmen tegen 1.383.000 voor de Democraat Douglas en 1-:8.000 voor Breckinridge, een Democraat die door het zuiden gesteund werd. De vierde kandidaat Bell haalde maar : 593.000 stemmen.

Het harde standpunt van de Republikeinse Partij betekende voor de leiders in het Zuiden dat de rechten van de lidstaten zouden miskend worden. De oppositie die de Republikeinse Partij voerde tegen de uitbreiding van de slavernij naar andere lidstaten hield in, dat alle nieuwe Westerse lidstaten 'slavenvrije' staten zouden worden. De 'slavenhoudende' staten konden dan nooit meer de meerderheid in het Congres verwerven. De overwinning van Lincoln was maar mogelijk geworden door het samengaan van het Noordwesten met het Noordoosten. De voorspelling dat het Noorden het Zuiden eens zou overheersen en scheen nu werkelijkheid te worden.Toen Lincoln op 6 november 1860 tot president verkozen werd, aarzelde het parlement van South Carolina niet unaniem besloot het zich uit de Unie terug te trekken.

Dit voorbeeld werd gevolgd door Georgia, Alabama, Florida, Mississippi, Louisiana en Texas. Later nog door Arkansas, North Carolina, Virginia en Tennessee. Deze elf lidstaten vormden de Confederate States of America. Bepaalde slavenstaten bleven evenwel lid van de Unie (Missouri, Kentucky, WestVirginia): het belang van de eenheid in de Unie woog bij hen zwaarder dan de slavenkwestie. Jefferson Davis van Mississippi werd tot 'president van de nieuwe Confederatie verkozen. In de grondwet van de Confederatie werd slaveninvoer verboden, maar de slavernij zelf beschermd. De president kon slechts voor één ambtstermijn van zes jaar aanblijven. De rechten van de lidstaten werden zorgvuldig en expliciet geformuleerd en het was duidelijk dat ze belangrijker werden geacht dan de rechten van de nieuwe centrale regering.

De Verenigde Staten verscheurd door de Burgeroorlog

Kaart The Union Advance 1861-1865

union in advance 1861-1865

Op 4 maart 1861 werd Abraham Lincoln president. Hij sprak bij die gelegenheid een rede uit, waaruit zijn gematigd standpunt blijkt: "Bij de bevolking van de Zuidelijke staten bestaat de vrees dat een Republikeinse regering haar eigendom en veiligheid in gevaar zou brengen. Ik wil niets ondernemen tegen de slavernij in staten waar deze bestaat. Ik heb daartoe het recht niet." Hij sprak zich ook uit tegen de secessie: "Geen enkele lidstaat kan de Unie uit eigen beweging op wettelijke wijze verlaten. Daarom zal ik er zorg voor dragen dat de wetten van de Unie in alle lidstaten worden uitgevoerd. "

Burgeroorlog VS

Toen Confederale troepen Fort Sumter, een federale vesting op een eiland in de haven van Charleston (South Carolina) begonnen te beschieten (12 april 1861) was de Burgeroorlog evenwel al begonnen. Lincoln recruteerde 75.000 vrijwilligers om de rebellie de kop in te drukken. Dit veroorzaakte de secessie van Virginia, North Carolina, Tennessee en Arkansas, die zich bij de Confederatie voegden. Richmond (Virginia) werd toen ook de hoofdstad van de Confederatie.

Wat waren nu de oorzaken van de Burgeroorlog?

De economische rivaliteit tussen het Noorden en het Zuiden heeft zeker een grote rol gespeeld. De leiders en de planters van het Zuiden waren ervan overtuigd, dat de macht van de federale regering in Washington werd misbruikt om een economisch beleid te voeren, dat volledig afgestemd was op de belangenbehartiging van het Noorden. Dit kwam volgens hen tot uiting in de protectionistische tolpolitiek, terwijl het Zuiden vrijhandel wenste voor zijn katoenuitvoer , in het manipuleren van de westerse expansie, in de uitbouw van de binnenlandse infrastructuur, in de financiële maatregelen. In wezen ging het om een confrontatie tussen een statische en agrarische economie en een commerciële, industriële economie in volle expansie.

kanonnen fort sumter

Kanonnen Fort Sumter (bezocht op 14 juli 2008 tijdens trip van Washington DC to The Keys)

Here, at the fort named for South Carolina Revolutionary War patriot Thomas Sumter, the opening shots of the Civil War were fired on April 12,1861. The fort, shown above as it appeared on the eve of the war, was begun in 1829, one of a series of coastal fortifications built by the United States after the War of 1812. As with many Federal projects, enslaved laborers and craftsmen were among the men who worked on this structure.

The fort was still unfinished when Maj. Robert Anderson moved his 85-man garrison into it the day after Christmas 1860, setting in motion events that would tear the nation asunder four months later. The flag is the one that flew over the fort during the 1861 bombardment.

Brig. Gen. Pierre G. T. Beauregard commanded Confederate forces at Charleston, S.C., in March and April 1861 and again from August 1862 to May 1864. He had been one of Anderson’s artillery students at West Point in 1837 and, while determined to evict the Federal troops from Fort Sumter, did not welcome the prospect of firing on his old friend and former instructor. After Anderson surrendered on April 14, 1861, Pvt. John S. Byrd Jr. of the Palmetto Guards raised the unit’s six-foot by nine-foot flag over the captured fort.

Fort Sumter

Dan was er het uitzichtloze probleem of de lidstaten dan wel de Unie voorrang hadden. De oprichting van de Confederate States of America drukt het standpunt van het Zuiden uit. Lincoln was de spreekbuis van de publieke opinie in het Noorden, wanneer hij pleitte voor een sterke unie die vrijheid en democratie zou verdedigen. Deze tegenstellingen werden nog groter door de exploitatie van de emotionele betrokkenheid van de mensen in Noord en Zuid.

Niet het minst belangrijk was tenslotte de slavernij. De enen beschouwden ze als een schande voor de natie, voor de anderen was ze de best mogelijke maatschappelijke en economische institutie.

Deze Burgeroorlog heeft vier jaar (april 1861-april 1865) het voortbestaan van de Unie bedreigd.

Amerikaanse Burgeroorlog 1861-1865

Erg belangrijk was de blokkade van Zuidelijke havens, waardoor de Noordelijken niet alleen de katoenexport naar Engeland onmogelijk maakten, maar het Zuiden geen levensmiddelen en geldmiddelen meer kon ontvangen. Het economische leven in het Zuiden werd erdoor verlamd. Op 9 april 1865 tekende generaal Robert E. Lee de onvoorwaardelijke overgave van de Zuidelijke Confederatie. De troepen van de Noordelijke Federatie verloren 360.000 manschappen op een totaal van 2 miljoen; het leger van de Zuidelijke Confederatie verloor 250.000 op ongeveer 750.000 soldaten.

Hoe is de overwinning van de Federale Staten van het Noorden te verklaren?

In de Noordelijke staten leefde 81 % van de mannelijke bevolking tussen achttien en vijfenveertig jaar oud!

Het industriële Noorden kon een oorlogsproductie op gang brengen. Negentig procent van de Amerikaanse fabrieken was in de Noordelijke Staten gevestigd. New York, Pennsylvania en Massachusetts produceerden elk meer dan de hele Confederatie. De Federatie kon dus massa's wapens, munitie en militaire kleding produceren. Daarenboven lagen de bodemrijkdommen - steenkool, ijzererts, koper en andere mineralen - bijna uitsluitend in het Noorden. Ook de transportmogelijkheden waren in het Noorden veel beter.

Lincoln kon niet alleen over een zeemacht beschikken; ook het overgrote deel van de handelsmarine was in het Noorden gesitueerd. In de Noordelijke lidstaten beschikte men over een spoorwegnet van ruim 40.000 km dat alle delen van het Noordoosten en het Noordwesten verbond. Niet minder belangrijk was, dat de Federatie kon rekenen op vele geschoolde arbeidskrachten. Terwijl in het Noorden alle staten geïntegreerd waren, was de band tussen de leden van de Confederatie veel losser . Er was geen geïntegreerd commando en elke staat organiseerde zijn militaire acties.

Het contrast met het Zuiden was wel bijzonder groot. De Confederatie werd voortdurend geremd door tekorten aan materiaal, voorraden, transportmogelijkheden. Het Zuiden beschikte maar over twee belangrijke spoorlijnen en in geen enkele fabriek kon een locomotief gebouwd worden. Vier jaar lang probeerde de Confederatie zich industrieel te versterken. Maar dit was zeer moeilijk zonder geschoolde en goed getrainde arbeidskrachten en industriëlen. Ook de financiële middelen waren beperkt.

Ondanks deze slechte startpositie behaalde het Zuiden eerst een aantal overwinningen. De Confederatie beschikte onbetwistbaar over de meest bekwame en briljante bevelhebbers. Robert E. Lee overtroefde iedereen: hij was een geniale strateeg. Maar ook 'Stonewo//' Jackson, Jeb Stuart, e.a. waren veel knapper dan de generaals in het Noorden die nog oorlogservaring moesten opdoen.

De Burgeroorlog werd voorts bijna uitsluitend op het grondgebied van het Zuiden uitgevochten. Daardoor werden de ravitailleringsroutes voor de Noordelijke troepen steeds langer. De Zuidelijke troepen konden ook voordeel halen uit hun grote vertrouwdheid met het terrein waar de veldslagen plaatshadden, zij kenden de kortste verbindingsroutes en konden op de hulp van de burgerbevolking rekenen. De Zuidelijken vochten daarenboven voor de onmiddellijke beveiliging van hun mensen en dat motiveerde hen enorm.

Bubble cluster for Civil War

Hoewel het oorlog was, bleef het politieke leven intens. In de Republikeinse Partij was er bijvoorbeeld een I ernstig conflict tussen twee tendensen: voor de een werd de Burgeroorlog uitgevochten voor het behoud van de Unie; voor de Radicalen was de emancipatie van de slaven het doel. In een antwoord op een uitspraak van Horace Greely van de 'New York Tribune' schreef Abraham Lincoln hierover: "Mijn opperste doel in deze oorlog is de Unie te redden. Kon ik de Unie redden zonder ook maar één slaaf te bevrijden, dan zou ik dat doen: indien ik dit zou bereiken door maar enkele slaven te bevrijden, en andere aan hun lot over te laten,dan zou ik dat ook doen".

Op 22 september 1862 heeft Lincoln dan toch de definitieve afschaffing van de slavernij afgekondigd; de Emancipatieverklaring bepaalde dat na 1 januari 1863 "alle slaven in elke staat... die in opstand is tegen de Verenigde Staten voor altijd vrij zullen zijn." De verklaring was dus alleen maar van toepassing op de gebieden die door de Confederatie bestuurd werden. SIaven in Maryland, Kentucky, Missouri en zelfs in de delen van de Confederatie die door de troepen van de Unie veroverd waren, bleven onvrij. Lincoln wilde zo de motivatie van het Zuiden ondermijnen, de eenheid in zijn Republikeinse Partij herstellen en de eigen Noordelijke troepen een stimulans geven. Hij verhinderde ook een erkenning door de Europese staten van de Confederatie. De Europese openbare opinie zou zeker geen steun verlenen aan een slavenstaat ten nadele van een vrije staat.

De Burgeroorlog is voor de Amerikanen een traumatische ervaring geweest. Daar de oorlog op het grondgebied van de Confederatie uitgevochten werd, kwam het Zuiden verwoest en economisch geruïneerd uit de oorlog. Hiermee contrasteerde de kolossale ec0nomische expansie en welvaartsexplosie in het Noorden, die door de oorlog op gang gebracht werd.

Op 18 december 1865 aanvaardde het Congres het 13de amendement op de grondwet.

Civil War VS

"Geen enkele vorm van slavernij of van welke onvrijwillige dienstbaarheid ook, behalve als straf voor bewezen misdaden, mag nog voorkomen in de Verenigde Staten of in welke plaats ook die aan de rechtspraak ervan is onderworpen."

Het 14de amendement van 1866 waarborgde de politieke rechten van de zwarten. Het 15de amendement, goedgekeurd in 1869, bepaalde dat het stemrecht niet door het Congres of de lidstaten beperkt kon worden op grond van het ras of de huidskleur. De slavenkwestie was van de baan: het rassenprobleem - in de vorm van 'segregatie' - bleef evenwel bestaan.

Op 8 april 1865 had generaal Robert E. Lee te Appomattox de nederlaag van de Confederatie erkend.

Op 9 april tekende hij de opgelegde, maar erg gunstige capitulatievoorwaarden. Lincoln hoopte nu met de wederopbouw van de Unie te kunnen beginnen. Fundamenteel daarbij was volgens hem, dat de rechten van de Zuidelijke lidstaten als leden van de Unie volledig zouden worden hersteld. Hij heeft hiertoe niet meer zelf kunnen bijdragen: op de avond van de 14de april 1865 werd hij in zijn loge van het Ford Theater vermoord.

Zie voor deel 31 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 31 Oorlog door de Eeuwen heen