We hebben 155 gasten online

Deel 32 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

De Napoleontische Oorlogen deel 2

Het Directoraat

Het nieuwe regime in Parijs kwam op 04 november 1795 aan de macht en zette de oorlog tegen de Oostenrijkers in Europa en tegen Groot-Brittannië in West-Indië voort.

Europa 1795

Op 13 april 1796, nam Napoleon Bonaparte, die met Josephine de Beauharnais (weduwe van een aristocraat) trouwde op 9 maart 1796, het commando van de Franse troepen in Italië over. Zijn benoeming leidde onmiddellijk tot succes met een overwinning op de Piemontesen in Mondivo op 22 april. Later diezelfde maand, leidde de dreiging van Napoleon ertoe dat de Sardijnen hun alliantie met Oostenrijk verbraken. Napoleon's succes werd onverminderd voortgezet: op 10 mei 1795 versloeg zijn leger de Oostenrijkers in Lodi, en op 15 mei, trokken de Franse troepen Milaan binnen. Op dezelfde dag, ondertekende het Koninkrijk van Sardinië het Verdrag van Cherasco met Frankrijk, waarbij Savoie en Nice werden afgestaan ​​aan Frankrijk. De volgende dag werd Lombardije een republiek onder Franse heerschappij.
Verder naar het noorden, langs de Rijn, leken de Fransen aanvankelijk te kampen met een terugslag in juni 1796, na een invasie van Frankenland door Jourdan, toen het leger werd gedwongen zich terug te trekken. Maar de positie verbeterde later in de maand, toen een tweede Franse leger, onder Victor Moreau, het Frankenland introk, om zich aan te sluiten bij Jourdan, om door te stoten in de richting van Oostenrijk. Maar Jourdan's leger werd echter verslagen door de Oostenrijkers onder aartshertog Karel bij Amberg, op 29 augustus 1796, en Charles scoorde een tweede grote overwinning bij Wurzburg op 3 september over Jourdan; de nederlaag deed de Franse commandant besluiten om zijn ontslag in te dienen.

Terwijl de Fransen gebukt gingen onder de tegenslagen in Duitsland, verbeterde Napoleon zijn positie in Italië. Op 15 augustus, versloeg zijn leger een Oostenrijks leger geleid door graaf Dagobert Wurmser op Castiglione Delle Stiviere. Op 16 oktober kwam de Franse controle van een groot deel van Italië tot uiting in de schepping van Napoleon van de Cisalpijnse Republiek, een vazalstaat, gedomineerd door Frankrijk, waarin de Pauselijke Staten van Bologna en Ferrara waren opgenomen, samen met het Hertogdom Modena. Een maand later, op 15 november, bracht Napoleon een nieuwe nederlaag toe aan de Oostenrijkers, deze keer met een overwinning op Joseph Alvintzi bij Arcole. Tegelijk met het feit dat de Franse militaire macht grote successen begonnen te bereiken, begon Frankrijk zelfte voorschijn te komen uit zijn post-revolutie status van paria. Op 19 augustus werd er een alliantie overeengekomen tussen Frankrijk en Spanje in San Ildefonso; deze traditionele bondgenoten, die beiden werden geregeerd door takken van de familie Bourbon (zoals ook Spanje nog steeds was), waren al eerder verenigd in de 18e eeuw in hun verzet tegen koloniale expansie van Groot-Brittannië in Noord-Amerika. Een direct gevolg van deze alliantie was dat de Britse marine de Middellandse Zee om strategische redenen in november 1796 verliet.

Hoewel in het algemeen gesproken, het jaar zich voor de Fransen positief ontwikkelde was er een grote tegenslag. Voor de Britten vertegenwoordigde Ierland een achilleshiel en de Fransen probeerden daar in december gebruik van te maken door een invasie van Ierland op Bantry Bay uit te voeren. Geïnspireerd door de Ierse protestantse revolutionair, Wolfe Tone, stuurden de Fransen 43 schepen en 15.000 man onder Lazare Hoche. De aanval bleek echter niet goed voorbereid, met onenigheid over de plaats van aanvoer en stormen waardoor de vloot werd afgescheiden. Groot-Brittannië, had 11.000 mannen in Ierland op dat moment, en als de invasie doorgang had gevonden, zou de gescheidenis anders zijn gelopen. Voor Hoche, was het een van zijn laatste militaire daden, hij zou het volgden jaar komen te overlijden. Voor de Fransen, was het een beetje vreemde handeling, gezien het feit dat ze vredesbesprekingen voerden met de Britten, hoewel deze onderhandelingen zouden mislukken.

West Europa 1797

Het nieuwe jaar, 1797, begon met meer succes voor Bonaparte, toen hij op 4 januari als overwinnaar over de Oostenrijkers onder Alvintzi naar voren kwam, in de Slag bij Rivoli. Dit werd gevolgd, op 2 februari, door de overgave van het Hertogdom Mantua. Veertien dagen later, op 16 februari stond paus Pius VI formeel Bologna, Romagna, en Ferrara af aan Frankrijk krachtens het Verdrag van Tolentino. Napoleo’s leger trok nu via Tirol op naar het noorden, naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. De bedreiging van hun vaderland dwong de Oostenrijkers tot vrede, en ze sloten op 18 april een voorlopige overeenkomst in Leoben in Oostenrijk. De vrede met Oostenrijk werd bevestigd op 17 oktober 1798 door het Verdrag van Campo Formio.

Habsburgse monarchie na vrede van Campo Formio

Dit nadat Napoleon de Franse positie in Italië verder versterkte door het creëren op 6 juni van de Ligurische Republiek gevestigd in Genua, en door de verovering van de Ionische eilanden, op 28 juni. Door dit verdrag verkreeg Frankrijk de Ionische eilanden en Oostenrijk Venetië en de bijbehorende gronden van Dalmatië en Istrië. De door Fransen gedomineerde republieken van Cisalpina en Ligurië werden ook erkend, net als de Franse heerschappij over de Oostenrijkse Nederlanden.

Oostenrijkse Nederlanden

Ook werd overeengekomen dat er over een apart verdrag zou worden gesproken in Rastatt, in Duitsland, waar zou worden onderhandeld tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk. De Rastatt conferentie opende op 16 december, maar werd zonder dat er een akkoord werd gesloten beeindigd op 8 april 1799.

De overeenkomst met Oostenrijk betekende daadwerkelijk dat Groot-Brittannië nu alleen stond tegen de Fransen. Traditioneel, steunde Groot-Brittannië op haar zeemacht om potentiële indringers tegen te houden, maar twee muiterijen -in Spithead, op 15 april, en de Nore, op 2 mei - toonde aan dat ontevredenheid schering en inslag was, zelfs binnen de zeemacht. Beide muiterijen werden snel onderdrukt en hun leider, Richard Parker opgehangen. Hoewel Groot-Brittannië en Frankrijk vredesonderhandelingen hielden in Lille, in de periode tussen oktober en december 1797, liepen deze op niets uit; de Fransen hadden duidelijk niets verwacht van de vele gesprekken toen tijdens deze periode, Napoleon, gelouwerd door zijn triomfen in Italië, werd benoemd tot commandant van een leger voor een voorgenomen invasie van de Britse eilanden.

Italie Oktober 1797

In de Lage Landen en in Midden-en Zuid-Europa bleef de Franse invloed - direct of indirect - stijgen. Op 22 januari 1798 werd een op een Directoraat gebaseerde regering opgericht in de Bataafse Republiek en twee dagen later werdde Lemanic Republiek uitgeroepen in Genève. Op 11 februari bezetten Franse troepen Rome en vier dagen later werd de Romeinse Republiek uitgeroepen, ondanks het verzet van de paus, die in ballingschap ging in Valence, in Frankrijk. Op 29 maart werd de Helvetiër Republiek uitgeroepen door de pro-Franse revolutionairen in Zwitserland en op 26 april annexeerden de Fransen Geneve.

Helveense republiek maart 1798

De aandacht werd nu verlegd naar een van de grote militaire avonturen van die periode.

Napoleon en Egypte

Op 19 mei 1798 verliet de Franse invasiemacht Toulon onder het commando van Napoleon. Naast de militairen, had Napoleon ook een groot aantal geleerden aan boord wiens taak het was om de geschiedenis en de artefacten van het oude Egypte te gaan bestuderen, als de invasie voorspoedig verliep. Aan het einde van de 18e eeuw was er een grote belangstelling ontstaan naar de geschiedenis en de taal van het oude Egypte en de Franse expeditie zou een cruciale rol spelen in de uiteindelijke ontdekking van een groot deel van de geschiedenis van het oude Egypte. De ontdekking van de Steen van Rosette was met name cruciaal bij het ontcijferen van de hiërogliefen.

Napoleon in Egypte

De eerste actie die de invasievloot ondernam, was de verovering van het eiland Malta, dat werd bezet op 12 juni. Tot dat moment stond het eiland onder de controle van de Ridders van Sint Jan, van wie tsaar Paul I van Rusland de grootmeester was. Vanaf daar zeilden de Fransen naar het oosten, en bereikten de daaropvolgende maand Egypte. Na de verovering van Alexandrië, versloegen Napoleon's troepen de Marmalukken en verkreeg de controle over het land door de Slag bij de Piramiden op 21 juli 1798. Maar terwijl Napoleon aan de wal bezig was, had de Britse vloot, de Franse vloot in de Middellandse Zee achtervolgd en viel de Franse schepen aan in Aboukir Bay. Onder het commando van Horatio Nelson, behaalde de Britse vlooteen grote overwinning in de Slag van de Nijl, met als direct gevolg dat de Franse landmacht werden afgesneden in Egypte en de Britse marine de suprematie bereikte in de Middellandse Zee.

Ondanks deze tegenslag, consolideerde Napoleon de Franse macht in het Midden-Oosten. In januari 1799 vielen de Fransen de Turkse provincie Syrië binnen - de Turken hadden de oorlog verklaard aan Frankrijk in september 1798 en hadden een anti-Franse alliantie ondertekend met Groot-Brittannië en Rusland. Op 2 maart 1799 begon het Franse leger met het beleg van Acre, dat door Turkse troepen werd verdedigd, met daarnaast nog een klein Brits detachement onder Sydney Smith. De belegering werd echter afgeslagen en de Franse troepen trokken zich op 20 mei terug.Twee maanden later, op 24 juli, versloeg Napoleon een Turkse leger bij Aboukir, maar dit betekende het einde van de loopbaan van Napoleon in Egypte; op 22 augustus keerde hij terug naar Europa om het commandovan de Franse troepen in Europa over te nemen, hij arriveerde in Frejus op 9 oktober 1799.

Hoewel Napoleon was teruggekeerd naar Frankrijk werd de Franse militaire actie in Egypte voortgezet. Op 20 maart 1800 versloegen de Fransen, onder leiding van Jean Baptiste Kleber het Ottomaanse leger in Heliopolis en na de overwinning marcheerde het naar Caïro, met de bedoeling de Franse controle over het land te herstellen. Drie maanden later, op 14 juni,werd Kleber vermoord.

Op 8 maart 1801 landden de Britse troepen, onder leiding van William Keith, in Aboukir met de bedoeling de Franse invloed in Egypte te beindigen. Op 21 maart werd het Franse leger in Egypte verslagen door de Britten, onder Abercromby, inde buurt van Alexandrië. Op 27 juni 1801 slaagden de Britten erin Caïro in te nemen. Op 2 september gaven alle Franse troepen in Egypte, onder het commando van Jean Menou, zich over aan de Britten en de Britten stemden toe in een veilige terugtocht van de Fransen naar Frankrijk.

Het laatste jaar van het Directoraat

Hoewel de invasie van 1796 in Ierland geen succes bleek, deed zich twee jaar later een nieuwe gelegenheid voor. Op 23 mei 1798 brak er een opstand uit geleid door de Verenigde Ierse beweging, verbonden met een aantal elementen binnen de katholieke bevolking. Deze opstand was echter van korte duur en werd uiteindelijk onderdrukt door de overwinning van Lord Lake in de Slag bij Vinegar Hill, County Wexford, op 21 June.

Hoewel de opstand niet was begonnen met een sektaristische agenda, werden er wreedheden begaan tegen de bevolking van beide geloofsrichtingen met als gevolg dat veel anti-Britse protestanten terugkwamen op hun toezegging tot steun, waarbij zich een patroon ontwikkelde dat tot op de dag van vandaag is blijven bestaan. Er wordt geschat dat ongeveer 30.000 tijdens de opstand werden gedood.
Kort na de nederlaag van de rebellen landde een kleine Frans legermacht van zo'n 1.200 mannen onder leiding van Jean Humbert op Killala Bay ter ondersteuning van de rebellen.

Het was echter een geval van te weinig, en te laat, en na twee maanden trokken de overgebleven Fransen zich terug bij bij Balinasloe op 27 October.Onder degenen die gevangen werden genomen was Wolfe Tone, met een kleine Franse vloot in Lough Swilly in september 1798. Toone pleegde zelfmoord, in afwachting Franse invasies ontstond de Act of Union van 1801, die de regering van Ierland overdroeg van Dublin naar Londen.


Op het vasteland van Europa ondertekenden de Fransen, op 19 augustus 1799, een formele alliantie met de Helvetiër Republiek en, op 5 september, op suggestie van Jourdan, werd in Frankrijk de dienstplicht ingevoerd. In Italië werd het koninkrijk van Piemonte bezet door Franse troepen onder bevel van Barthelemy-Catherine Joubert op november 1798 en op 29 november, verklaarde koning Ferdinand IV van Napels de oorlog aan Frankrijk. Op 4 december herzagen de Fransen de Neopolitaanse overeenkomst en- na Koning Charles Emanuel van Sardina op 9 december tot aftreden te hebben gedwongen - heroverden Rome op de Oostenrijkers onder Karl Mack von Lieberich, en vielen ze op de 15 december het koninkrijk Napels binnen.

Italië Maart 1799

Op 24 december werd een alliantie gevormd tussen Groot-Brittannië en Rusland, waar Turkije zich spoedig bij aan zou sluiten. Dit vormde de basis van de "Tweede Coalitie" tegen Frankrijk. De feitelijke coalitie, waarin Groot-Brittannië, Rusland, Portugal, Napels en het Ottomaanse Rijk waren opgenomen, werd geformaliseerd met de steun van William Pitt de Jongere, de Britse premier, op 1 juni 1799.

Op 8 februari werd het Franse standpunt in Napels bedreigd door een opstand, geleid door kardinaal Fabrizio Ruffo, de pauselijke vicaris-generaal van het Koninkrijk van Napels, in juni slaagde hij erin Napels op het Franse leger te heroveren. Elders, stond het Franse leger ook onder druk; op 1 maart 1799 veroverde een gezamenlijke Russisch-Turkse legermacht de Ionische Eilanden en op 12 maart, ondanks het eerder gesloten vredesverdrag, verklaarde Oostenrijk de oorlog. De Oostenrijkers behaalde een directe militaire overwinning toen, op 25 maart, hun leger onder bevel van aartshertog Karel een Frans leger onder Jourdan versloeg bij Stockach versloeg, hoewel deze nederlaag werd beantwoord in Italië door de bezetting, op dezelfde dag, van Toscane door de Franse troepen.

Maar op 5 april en op 27 april, werden de Fransentwee keer verslagen in Italië toen het leger onder Scherer door het Oostenrijkse leger werd verslagen bij Magnano onder leiding van Paul von Kray, en toen Moreau werd verslagen door een gezamenlijke Russisch-Oostenrijkse leger onder graaf Alexander Vasilyevich Suvorov bij de Slag van Cassano. Als gevolg van de nederlaag, viel Turijn in handen van Suvorov. Verdere tegenvallers ontstonden op 4 juni 1799, toen de Fransen onder Massena Andre werden verslagen door aartshertog Karel van Zürich, en op 17-19 juni, toen Suvorov de Franse gouverneur van Rome (Jacques-Alexander MacDonald) versloeg in de Slag om de Trebbia. Een Franse legermacht marcheerde naar Moreau om de situatie rond Genua te verlichten.

Een nieuwe nederlaag vond plaats op 15 augustus, toen Suvorov de Fransen versloeg onder Joubert in Novi. Tijdens de strijd werd de Franse commandant gedood en de anti-Franse troepen waren in staat, als gevolg van de overwinning, om over de Alpen in de richting van Frankrijk op te trekken

Het was niet alleen in Italië, dat de positie van de Fransen werd bedreigd. Op 13 september nam de hertog of York het commando op zich van het gecombineerde Britse en Russische leger in de Bataafse Republiek (Nederland) met de bedoeling om zowel de Bataafse Republiek te bevrijden als ook de Oostenrijkse Nederlanden, maar zijn gecombineerde strijdmacht werd op 19 juni door het Franse en Bataafse leger verslagen in de Slag van Bergen-op-Zoom. Op 18 oktober trok de hertog van York zich terug,met zijn Russische en Britse leger via Alkmaar.

De Britse reactie op deze tegenvaller volgde snel. Op 21 november 1799,werd de gehele kust van de Bataafse Republiek geblokkeerd. Naar het zuiden, was de positie ook verbeterd door de overwinning op 25-27 september van Massena over het Russische leger onder Korsakov bij de Slag van Zürich, toen de Franse positie werd versterkt door het onvermogen van Suvorov om op tijd het slagveld slag te bereiken met het belangrijkste Russische leger. Verslagen, trokken de Russen zich terug en Oostenrijkse troepen onder aartshertog Karel trokken zich ook terug. De Russische nederlaag op 22 oktober leidde tot de opzegging van het verdrag met Oostenrijk. Zowas dus de militaire positie in de laatste dagen van het Directoraat toen Napoleon terugkeerde uit Egypte.

Het einde van het Directoraat

Hoewel er een aantal personele wijzigingen hadden plaatsgevonden tijdens de periode van het Dirrectoraat, ws het ook een periode van enige binnenlandse stabiliteit in Frankrijk en enkele militaire successen in het buitenland. Maar tegen het einde van het vierjarige bewind, resulteerde interne onenigheid en militaire nederlagen in een groeiende impopulariteit en werd de weg geëffend voor de staatsgreep van Napoleon Bonaparte van 18 Brumaire (9 november).

De staatsgreep werd bereikt door het samenroepen van de twee parlementaire kamers - de Raad van de Ouden en de Raad van de vijfhonderd-naar St Cloud, een klein stadje ten noorden van Parijs, waar, geïntimideerd door het leger van Napoleon en Murat, drie consuls-Napoleon, Sieyès en Ducos- werden gekozen ter vervanging van de vijf directeuren. De verandering van het regime werd bevestigd door de grondwet van het jaar VIII. Deze nieuwe grondwet, aangenomen op 25 december 1799, stond drie consuls toe, van wie Napoleon de Eerste was.

Eerste Consul Napoleon

Als Eerste Consul, nam Napoleon, op 19 februari 1800, zijn intrek in de Tuilerieën.

Terwijl de gebeurtenissen in Parijs elkaar opvolgden, verbrak Rusland, op 22 oktober 1799 zijn coalitie met Oostenrijk en de Oostenrijkers bezetten de Mark van Ancona aan de Adriatische kust van Italië. Een van de eerste daden van Napoleon was een vredesaanbod aan zowel Oostenrijk en Groot-Brittannië, maar zijn voorstellen werden afgewezen. De Franse militaire positie verbeterde in het begin van 1800, toen, op 17 januari,door het Verdrag van Montluon, de royalistische opstand eindigde in La Vendee en de bevrijde Franse troepen ten strijde trokken tegen Oostenrijk, wiens leger, vanaf april 1800, onder de controle stond van Paul von Kray.

In zijn eerste grote veldtocht, werd von Kray op 9 mei 1800 verslagen door het Franse leger onder Victor Moreau in de Slag bij Biberach, in de buurt Württemberg in Duitsland. Later die maand, tussen de 15e en de 20e, stak een Franse leger, met Napoleon aan het hoofd, de Grote Sint Bernard pas over op weg naar Italië, met de bedoeling om de Franse controle te herstellen. Op 2 juni heroverden de Fransen, onder Joachim Murat, Milaan en veertien dagen later, op 16 juni, versloeg het leger van Napoleon de Oostenrijkers, onder Michel Melas, in de Slag bij Marengo.

De Oostenrijkse nederlaag betekende dat de Franse controle over heel Italië was hersteld en stelde Napoleon in staat om aan de hertog van Parma, schoonzoon van de koning van Spanje, de titel van Koning van Toscane te verlenen. De positie van de Oostenrijkers verslechterde verder toen Moreau, op 3 december 1800, het Oostenrijkse leger onde leiding van aartshertog John in Hohenlinden versloeg.

De enige grote mlitaire tegenvaller welke de Franse leden in het jaar 1800 was het verlies van het eiland Malta aan de Britten op 5 september. De Noord-Europese staten van Rusland en Zweden, waar zich later Rusland (op 3 maart 1801) en Denemarken (op 27 februari 1801) bijvoegden, bereikten overeenstemming met Frankrijk, op 16 december, over de tweede militaire neutraliteit van het Noorden.

De eerste gewapende neutraliteit bestond tussen 1780 en het jaar daaropvolgend om de rechten van neutrale scheepvaart tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog te waarborgen; de hernieuwde overeenkomst betekende een diplomatieke triomf voor Frankrijk, door Frankrijk gezien als een middel gericht tegen het breken van de Britse blokkade. Maar het enige land met een marine dat in staat bleek tot handhaving was Denemarken, waarvan de vloot werd vernietigd door Nelson in de Slag bij Kopenhagen, op 2 april 1801.

Samen met de Fransen had Denemarken geprobeerd om de rivier de Elbe af te sluiten doormidel van het bezetten van de vrije stad Hamburg. Zonder de Deense vloot, was de militaire neutraliteit en liep tegen het einde van 1801 op niets uit, waarna het Verdrag van St. Petersburg op 17 juni 1801 werd gesloten tussen Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland, waarbij het recht van Groot-Brittannië werd erkend om koopvaardijschepen te controleren. Het verdrag werd op 19 juni gevolgd door een maritieme verdrag tussen Groot-Brittannië en Rusland. Denemarken ondertekende het Verdrag van Sint-Petersburg op 23 oktober 1801 en Zweden op 30 maart 1802.

In Frankrijk zelf werd Napoleon's positie versterkt, tegen het einde van het jaar, toen na de ontdekking van een complot tegen hem, hij een ​​aantal republikeinen in ballingschap stuurde, naar een Franse kolonie in Zuid-Amerika. Op 29 januari 1801 ontstonden er betere relaties met Spanje toen de twee landen onderling afspraken Portugal onder druk te zetten, om de al lang bestaande alliantie tussen Portugal en Brittannië te verbreken.

Dit werd geformaliseerd op 21 maart 1801 door het Verdrag van Aranjuez. Door dit verdrag, stonden de Spanjaarden het grondgebied van Louisiana in Noord-Amerika aan Frankrijk af; dit gebied werd verkocht aan de Verenigde Staten van Amerika, samen met New Orleans, op 30 april 1803, voor ongeveer $ 27 miljoen.

US terratorial acquisitions

Op 9 maart 1801 werd de nederlaag van Oostenrijk vastgelegd in het Verdrag van Luneville. Dit hield in dat het Heilige Roomse Rijk alle grondgebied ten westen van de Rijn aan Frankrijk afstond en de overdracht van Toscane aan het hertogdom van Parma op zo het nieuwe koninkrijk Etrurië te kunnen vormen. Het verdrag erkende ook de Bataafse, Cisalpijnse, Helvetsiaanse, en de Ligurische republieken.

Een tweede verdrag, de Vrede van Florence, werd ondertekend tussen Frankrijk en het Koninkrijk van Napels op 28 maart 1801.Dit hield in dat Britse schepen werden uitgesloten van de Napolitaanse havens. Begin april 1801,werd Hannover - het deel van Duitsland geregeerd door de Britse monarch George III als keurvorst - door Pruisische troepen bezet . Op het Iberisch schiereiland, bereikte Spanje, in een korte oorlog, zijn doelstellingen tegen Portugal, dit werd vastgelegdop 6 juni 1801 in het Verdrag van Badajoz, en bevestigd door de Portugees/Franse Verdrag van Madrid, ondertekend op 29 september, waarin Portugal afstand deed van zijn alliantie met Groot-Brittannië, ​​de provincie Olivenza aan Spanje afstond, en zijn havens sloot voor Britse schepen.

Maarde Britse vloot bleef succesvol, met een overwinning voor admiraal James Saumarez tegen de gezamenlijke Spaans/Franse vloot bij Algerciras op 12 juli 1801. Maar de verschillende strijdende landen begonnen de last te ervaren van de oorlog en begin oktober ontstonden er onderhandelingen tussen Groot-Brittannië en Frankrijk om tot vrede te komen. Dit verdrag voorzag in de teruggave van een aantal van de Britse koloniale veroveringen (met uitzondering van Ceylon en Trinidad ) aan de Fransen, Spanjaarden en de Nederlanders; men werd met het erover eens dat zowel Groot-Brittannië en Frankrijk Egypte zouden verlaten, dat weer onder Ottomaanse heerschappij zou komen; de onafhankelijkheid van de Ionische eilanden kwam tot stand; erkende men de Portugese veiligheid en werd men het eens over de Franse terugtrekking uit de Pauselijke Staten en Napels. Het verdrag van Amiens trad in werking op 27 maart 1802 en betekende vrede in Europa.

Het jaar van 1802 bleef relatief rustig te zijn, hoewel er een aantal belangrijke ontwikkelingen waren. Op 26 januari werd Napoleon voorzitter van de Cisalpijnse Republiek. Op 29 juni bereikte Genua overeenstemming bereikt over een nieuwe grondwet, waardoor het ondergeschikt werd aan Frankrijk. Op 26 augustus nam Frankrijk het eiland Elba in beslag, dat vijf jaar eerder was verlaten door Groot-Brittannië, en op 21 september werd het hertogdom Piemonte in Frankrijk opgenomen. Napoleon werd op 2 augustus Eerste Consul voor het leven en dit werd gevolgd, twee weken later, door de Vijfde grondwet (grondwet van het Jaar XII), die Napoleon's positie verder versterkte en de macht van de Tribune beperkte, terwijl het verbeteren van de positie van de Senaat werd versterkt.

Maar een werkelijk vergelijk tussen Frankrijk en de Engelsen werd niet bereikt; omdat Frankrijk zijn markt niet openstelde voor Engelse producten, en het werd algauw duidelijk dat men slechts van een wapenstilstand kon spreken en de oorlog binnen korte tijd weer zou uitbreken.

Oorlog

Ondanks het Verdrag van Amiens, bleef er onenigheid bestaan tussen Groot-Brittannië en Frankrijk, deels over de voortzetting van de laatstgenoemde inmenging in de interne aangelegenheden van Zwitserland en Italië en deels als gevolg van de weigering van Groot-Brittannië naar Malta terug te laten keren naar de ridders van St John. 

De oorlog werd hervat op 16 mei 1803 en de volgende dag – plaatste Brittannië plaatste een embargo op alle Franse en Nederlandse boten in Britse havens. Op 1 juni 1803 vielen de FransenHannover aan en op 15 juli werd er in Boulogne een legerkamp opgericht datdoor Napoleon gezien werd alsspeerpunt voor de invasie van Groot-Brittannië. Dit werd op 23 augustus aangevuld, door nog twee legerkampen in St Omer, in Frankrijk, en Brugge in België. Tegelijkertijd werd begonnen met de bouw van de noodzakelijke vloot die nodig was ommanschappen en materieel over het Kanaal te verschepen.

Ondanks alle militaire opbouw, bleef de invasie uit, en het volgende jaar zag relatief weinig militaire actie omdat aan beide zijden ernaar werd gestreefd allianties op te bouwen voor de toekomst. Toch vonden er een aantal belangrijke gebeurtenissen plaats. Op 16 mei 1804 werd Napoleon uitgeroepen tot keizer en op 2 december gekroond in de aanwezigheid van paus, waarmee tegelijkertijd een einde kwam aan de Eerste Republiek in Frankrijk.Op 6 november tekende Frans II van Oostenrijk een geheim verdrag met Rusland om zich tegen eventuele verdere Franse inmenging in Italië te verzetten, en dit werd vijf dagen later gevolgd door een gezamenlijke Russisch en Oostenrijkse akkoord met het Ottomaanse Rijk ter ondersteuning tegen een Franse aanval op de Balkan of het Midden-Oosten. Op 12 december, koos Spanje in de oorlog de kant van Frankrijk en verklaarde de oorlog tegen Groot-Brittannië.

Net als bij andere fasen van de oorlog, vonden veel van de van de Britse acties op zee plaats. Tussen april en juli 1805 achtervolgde de Britse vloot onder Nelson een Frans-Spaanse vloot onder Pierre Villeneuve naar West-Indië en weer terug, maar het kwam niet tot daadwerkelijke oorlogshandelingen.Alleen een kleine incident deed zich voor op 22 juli, toen een Britse detachement onder Robert Calder Villeneuve versloeg in de buurt van Kaap Finisterre, Noord-Spanje. Er werden echter maar twee Franse schepen ingenomen en Villeneuve ontsnapte met het grootste deel van zijn vloot naar Cadiz.

Elders werd de anti-Franse coalitie geleidelijk aan gevormd. Op 11 april ondertekenden Groot-Brittannië en Rusland het Verdrag van Sint-Petersburg, zo ontstond een Derde Coalitie. Groot-Brittannië besloot de Russische militaire inspanningen te financieren. Het verdrag voorzag in de bevrijding van het Noord-Duitse Staten en Italië, de bescherming van Nederland en Zwitserland, en het verwijderen van de Franse overheersing van Napels. Op 9 augustus, sloot Oostenrijk zich bij Groot-Brittannië, Rusland en Zweden aan. Nu Oostenrijk oppositie voerde tegen Napoleon, veranderde deze zijn tactiek; het leger dat oorspronkelijk was samengesteld voor de invasie van Engeland werd verplaatst, vanaf eind augustus, naar het Oostenrijkse front. Deze militair strategische verandering nam in belangrijkheid toe, op 8 september, toen het het Oostenrijkse leger onder Karl Mack von Leiberich Beieren binnenviel en opmarcheerde naar Ulm aan de Donau. Napoleon verrastte von Leiberich echter door een omtrekkende manoeuvre, waardoor de Oostenrijkers zich uiteindlijk met 30.000 man moesten overgeven op 20 oktober.

De Franse militaire successen in Europa werden gecontinueerd op 2 december met de verpletterende nederlaag van de gezamenlijke Russische en Oostenrijkse legers bij Austerlitz.

slag bij Austerlitz

De nederlaag bij Austerlitz resulteerde in het ineenstorten van de anti -Franse coalitie. Pruisen, hoewel op dat moment geen militaire tegenstander, ​​Kleef, Neuchâtel en Ansbach aan de Fransen afstond, terwijl het de controle verkreeg over Hannover.

Meer significant was het Verdrag van Pressburg, ondertekend op 26 december, tussen Oostenrijk en Frankrijk, waarbij Oostenrijk de Franse invloed over Italië erkende en van haar grondgebied afstand deed in Italië, en van Tirol en Zuid-Duitsland waardoor Beieren en Württemberg onafhankelijke koninkrijken werden.

De enige belangrijke overwinning voor de Derde Coalitie werd op zee bereikt toen de Britten onder Nelson een grote nederlaag toegebrachten aan de Franse en Spaanse vloten onder de leiding van Villeneuve bij Trafalgar op 21 oktober 1805.

Horatio Nelson

Horatio Nelson

Hoewel Nelson zelf werd gedood, betekende de overwinning van de Britse vloot de suprematie op volle zee en dat de dreiging van een invasie van Groot-Brittannië voorbij was. De belangrijkste les was dat terwijl Groot-Brittannië de Fransen versloegen op zee; op het land, waren de Fransen superieur. De Franse macht werd in het jaar op 26 mei nog eens benadrukt toen Napoleon tot koning van Italië werd gekroond in de Dom van Milaan.

Groot-Brittannië stond er alleen voor

Met de ineenstorting van Oostenrijk, was de Derde Coalitie uit elkaar gevallen .De Britse positie werd verder verzwakt toen op 15 februari 1806, de Fransen en Pruisen een verdrag overeengekomen op grond waarvan Pruisische havens gesloten waren voor Britse schepen. Op dezelfde dag trokken Franse troepen Napels binnen en op 30 maart werd de broer van Napoleon, Jozef, koning van Napels. Een andere broer van Napoleon, Louis, werd koning van Nederland op 5 juni 1806.

Als gevolg van de Pruisische bezetting van Hannover, verklaarde Groot-Brittannië op 1 april 1806 de oorlog aan Pruisen en drie dagen later werd de blokkade van de Franse kust opnieuw ingesteld. Hoewel de Britten, onder leiding van John Stuart, een kleine overwinning bereikten op Maida, in het zuiden van Italië, op 4 juni, was dit maar een tijdelijk succes en Stuart trok zich terug naar Sicilië.

Verder naar het noorden verslechterde de positie voor de Britten, met de oprichting op 12 juli van de Confederatie van de Rijn.Hierbij sloten zich ondermeer aan Beieren, Wurtemberg, Mainz, en Baden, die gedomineerd werden door de Fransen , accepteerden de Napoleontische Code en gingen akkoord met het leveren van troepen aan het Franse leger,na hun militaire nederlaag. Saksen sloot zich aan bij de Confederatie, en sloot het Verdrag van Posen, op 10 december 1806.

Maar niet alles was zonneschijn in de Frans-Pruisische alliantie. Pruissen wantrouwde Frankrijk en geloofde dat Napoleon plannen had om Hannover af te staan aan Engeland als onderdeel van een alomvattend vredesverdrag. Na ontvangst, op 1 okotober, van een ultimatum van Pruisen, reageerde de Franse keizer door zijn troepen vanuit Beieren op te laten marcheren naar Pruisen, op 9 oktober. Pruisen verklaarde de oorlog aan Frankrijk. Napolen versloeg de Pruisen onder Hohenlohe in de Slag bij Jena op 14 oktober. Tegelijkertijd versloeg een andere Franse legermacht ,onder Lodewijk Davout, een Saksische leger onder de hertog van Brunswijk bij Auerstadt. Op 27 oktober namen de Fransen Berlijn in, de Pruisische hoofdstad.

 Napoleon in Berlijn

Intocht Napoleon in Berlijn naar een schilderij van Charles Meynier (Musée national du Château et des Trianons)

Dit succes werd op 7 november gevolgd door de overgave van de Baltische haven van Lübeck, in het bezit van Gebhard von Blücher, aan de Fransen.

De algehele Franse controle van de grote Pruisische Strategische steden, zoals Spandau en Magdenburg,werd al snel bereikt, en op 21 november, vaardigde Napoleon zijn Berlijnse decreten uit. Inleiding van het "Continentaal Stelsel", waarbij alle Britse schepen geweerd werden uit de Europese havens en opgeroepen werd tot een blokkade van Groot-Brittannië. In reactie daarop verklaarde Groot-Brittannië zijn eigen blokkade van de pro-Franse havens op 7 januari 1807; dit werd verder uitgebreid op 11 november. Napoleon reageerde met een aanscherping van zijn Continentaal Stelsel, op 17 december 1807, toen hij de Milanese decreten uitvaardigde.

De militaire positie werd steeds slechter voor de Pruisen. Op 28 november bereikte het Franse leger, onder Joachim Murat, Warschau in de achtervolging van de terugtrekkende Pruisische en Russische legers en Napoleon vervolgde de mars naar het oosten tot in december. Toch waren de Fransen onder Jean Lannes, ondanks het verslaan van een Russisch leger bij Pultusk op 26 december, niet in staat om een ​​verdere terugtocht van de Russen te voorkomen. Met de komst van de winter stopten aan beide zijden de offensieve acties.

De oorlog in het oosten werd hervat, begin 1807, met de Slag van Eylau, op 8 februari. Het resultaat van de slag was onbeslist, hoewel beide zijden zware verliezen leden.Eern nieuw succes, volgde in maart en april met de inname van Danzig. In reactie op de voortdurende Franse successen ondertekenden op 26 april, Pruisen en Rusland het Verdrag van Bartenstein;-Brittannië is lid geworden van het Verdrag op 27 juni. Op die datum leed de Conventie een grote nederlaag in de Slag bij Friedland, op 14 juni, door het leger van de Franse commandant Lannes. Na deze nederlaag, sloot Rusland op 7 juli met Frankrijk het Verdrag van Tilsit.

Pruisen 1807-1871

Door dit verdrag stemde Rusland in met de oprichting van een Franse vazalstaat, hetGroothertogdom Warschau (officieel opgericht op 19 juli met de pro-Franse Frederick Augustus, koning van Saksen), en erkende tevens de Duitse Bond.

Midden Europa 1807 na de vrede van Tilsit

Click for larger GIF-Image!A4/L

Rusland had ook ingestemd met het verbannen van Brits schepen uit de havens en pogingen te zullen ondernemen om Denemarken, Portugal en Zweden te overreden deel te nemen aan de campagne tegen Groot-Brittannië. De formeel vredesverdrag met Rusland werd ondertekend op 20 juli, maar eind augustus weigerde Tsaar Alexander I van Rusland het te ratificeren. Ondanks deze weigering, verbrak Rusland eind november 1807 alle contacten met Groot-Brittannië.

Op 9 juli, bij het tweede Verdrag van Tilsit met Pruisen, verloor Pruisen de helft van zijn grondgebied, een gedeelte ging deel uitmaken van het Groothertogdom Warschau, terwijl het deel ten westen van de Elbe overgedragen werd aan de Fransen. Ook Pruisen sloot zich bij het Continentaal Stelsel. Het Pruisisch grondgebied ten westen van de Elbe werd het nieuwe koninkrijk of Westphalia met een ander van Napoleon's broers, Jerome, als zijn monarch.

Groot-Brittannië reageerde op de nieuwe Europese orde door opnieuw zijn vloot naar de Oostzee te sturen. Omdat men vreesde dat de Deense marine zou worden opgezet tegen de Britse vloot werd begin september Kopenhagen aangevallen. Als gevolg daarvan gaf de Deense vloot zich op 7 september over, maar Denemarken bleef vijandig, en sloot met Frankrijk een officieel bondgenootschap op 29 oktober 1807.

Ook werd op op 7 september Napoleon’s greep op Duitsland verder uitgebreid toen Zweden, onder koning Gustaaf IV Adolf, de zeggenschap over de provincie Pommeren aan de Franse afstond. De Britten waren nog meer geïsoleerd in Zuid-Europa toen, op 27 oktober, de Fransen en Spanjaarden het Verdrag van Fontainebleau ondertekenden, waarbij zij afspraken maakten Portugal binnen te vallen, om Britse gebruik van Portugese havens te voorkomen. De Oorlog op het Schiereiland begon op 19 november met binnenvallende Franse troepen in Portugal en 10 dagen later werd de Portugese koninklijke familie geëvacueerd naar Brazilië onder de bescherming van de Britse vloot onder de leiding van Sidney Smith. De enige troost voor Groot-Brittannië was dat de Portugese vloot zeilde met zijn monarch in plaats van in de handen van de Fransen te vallen.

Tegen het einde van 1807 was Groot-Brittannië in feite geïsoleerd in de oorlog tegen Napoleon. De andere grote Europese mogendheden, Oostenrijk, Pruisen en Rusland waren allemaal verslagen en waren in alle opzichten vijandig (Oostenrijk, bijvoorbeeld, is lid geworden van het Continentaal Stelsel op 28 februari 1808), terwijl veel van de kleinere naties actief pro-Frans waren.

Zie voor deel 3 van de Napoleontische Oorlogen deel 33 van Oorlog door de Eeuwen heen Deel 33 Oorlog door de Eeuwen heen