We hebben 224 gasten online

Deel 33 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

De Napoleontische Oorlogen deel 3

Wellington – Napoleon’s tegenstander

WellingtonGeboren in Dublin in 1769 als een jongere zoon van een lid van de Anglo-Ierse aristocratie, de 1ste Graaf van Mornington, Arthur Wesley, zoals hij bekend was, nam in 1787 dienst in het leger, als een infanterie-officier. Dienstdoende in Ierland, werd hij bevorderd en trad ook op als een MP in het Ierse parlement voor het kiesdistrict van Trim van 1790 tot 1795. Zijn eerste ervaring met het bestrijden van de Fransen deed hij op in 1794 toen zijn regiment diende in De Nederlandie. Zijn opmars naar bekendheid begon in 1797 toen hij werd uitgezonden naar India. Zijn oudere broer Richard volgde hem naar de sub-continent en werd in 1798 benoemd tot gouverneur-generaal.
Arthur Wesley veranderde in India zijn achternaam naar Wellesley en in 1799 droeg hij bij aan het grote Britse succes, door de campagnes tegen Tipu Sultan in Mysore en Seringapatam. Zijn laatste triomfen in India waren de inname van Poona in 1803 en de overwinning op Arguam. In 1805 keerde hij terug naar Groot-Brittannië, waar hij werd geridderd voor zijn succesvolle optreden in India. Hij trouwde in 1805 en tussen 1806 en 1809 diende hij als MP voor Rye. Ondanks zijn parlementaire functie, stond hij ook het Engelse leger bij ​​in de Britse campagne tegen Denemarken in 1807 en in 1808 werd hij naar het Iberische schiereiland gestuurd ter ondersteuning van de Portugezen. Hij werd in 1809 benoemd tot commandant van de Britse strijdkrachten in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en gepromoveerd tot Burggraaf in juli van hetzelfde jaar. Zijn troepen versloegen uiteindelijk het leger van Napoleon in Spanje en na het sluiten van het eerste Verdrag van Parijs in 1814 , werd hij benoemd tot 1e hertog van Wellington.

Na de ontsnapping van Napoleon van Elba, nam hij het bevel op zich van een snel samengesteld leger en, met de hulp van Blücher, bracht hij Napoleon in 1815, bij Waterloo, de definitieve nederlaag toe. Na zijn militaire loopbaan, werd Wellington een prominent figuur in de Britse binnenlandse politiek. Tussen 1828 en 1830 en nogmaals kort in 1834 werd hij minister-president. Wellington overleed in 1852 en werd begraven in St Paul's Cathedral.

De oorlog op het Iberisch schiereiland

Europa 1805-1810

Op 16 februari 1808 begonnen de Franse troepen in Spanje met een offensieve actie tegen hun vroegere bondgenoten, door 13 dagen later Barcelona in te nemen. Deze politiek maakte deel uit van Napoleon’s plan om de Franse overheersing van de mediterrane landen te waarborgen. Op 3 maart, werd Madrid ingenomen door een Franse macht onder leiding van Joachim Murat.

De reactie van de Spaanjaarden, naar de schijnbare omkering van hun relatie met de Fransen kwam snel. Het Madrileense volk dwong de pro-Franse eerste minister, Manuel de Godoy, op 18 maart om af te treden, en de volgende dag werd de Spaanse koning Karel IV, tot aftreden gedwongen, ook vanwege zijn vermeende pro-Franse inslag. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ferdinand, maar Napoleon weigerde dit akkoord te accepteren, waardoor zowel Charles en Ferdinand op 6 mei 1808 afstand moesten doen van de troon. Vanaf dat moment begon in Madrid een opstand - de `Dos-Mayo' – die werd gekenmerkt door een guerrilla-acties die karateristiek waren voor de anti-Franse activiteiten tijdens deze fase van de oorlog.

Met de verwijdering van de bestaande vorst en erfgenaam, werd de broer van Napoleon, Jozef, koning van Spanje op 15 juni 1808, hij werd opgevolgd als koning van Napels door Joachim Murat. Maar de Fransen waren niet overal succesvol in Spanje, het eerste beleg van Saragossa duurde tussen 15 juni en 15 augustus, waarbij de Spaanse verdedigers ervoor zorgden dat de Fransen niet in staat waren om de route vanaf de grens te heropenen, via centraal Spanje. Sterker, op 19 juli 1808, werd een Frans leger onder Pierre Dupont verslagen in de Slag bij Baylen

Battle of Bailen

De Spanjaarden slaagden erin om het Franse leger de 1ste nederlaag te bezorgen in de slag bij Baylen.

en op 1 augustus landde een Britse leger in Portugal, onder leiding van Arthur Wellesley (die onlangs was teruggekeerd uit India) met de bedoeling de anti-Franse troepen te steunen. Bovendien ontvluchtte de Franse marionet koning, Jozef, op 1 augustus Madrid.

Wellesley bereikte bijna onmiddellijk succes met een overwinning op de Fransen bij de Slag van Vimeiro op 21 Augustus. Deze overwinning leidde, negen dagen later, tot het Verdrag van Cintra tussen de Britse commandant Hew Dalrymple en zijn Franse tegenstander Andoche Junot, en leidde tot de Franse evacuatie van Portugal. Door de verslechterde militaire positie van de Fransen, nam Napoleon persoonlijk de leiding van de Franse troepen in Spanje op zich en op 13 december 1808 heroverde Frankrijk Madrid. Dit werd gevolgd op 16 december door een overwinning in de Slag bij Cardadeu, van een Franse leger onder Gouvion St-Cyr, St-Cyr had acht dagen later nog meer succes toen hij een andere Spaans leger, onder Aloys Reding, op Molins de Rey versloeg. Een verdere indicatie van de verbeterde Franse militaire positie ontstond met de tweede overwinning bij Saragossa, tussen 20 december 1808 en 20 februari 1809, toen het Spaanse leger er niet in slaagde de Franse communicatielijnen te vernietigen.

Groot-Brittannië en Spanje sloten op 1 januari 1809 een overeenkomst waarbij ze afspraken om geen afzonderlijke vrede te sluiten met Frankrijk. Vijf dagen later werd de Britse bevelhebber in Spanje, Sir John Moore, gedood, in de Slag bij Coruna. Een verdere tegenslag voor de anti-Franse troepen ontstond op 25 februari, toen St-Cyr opnieuw Reding versloeg, deze keer in de Slag bij Valls. Op 22 april kwam Arthur Wellesley aan in Lissabon om het bevel op zich te nemen, na het overlijden van Sir John Moore. Zijn komst leidde tot een onmiddellijk succes met een overwinning op de Fransen geleid door Nicholas Jean Soult, te Porto op 12 mei. Deze nederlaag dwong de Fransen zich terug te trekken uit Portugal. Deze werd gevolg door een nieuwe overwinning bij de Slag van Talavera,op 28 juli, waardoor de Fransen genoodzaakt waren zich terug te trekken in de richting van Madrid. Later dat jaar echter, werd de Franse positie gedeeltelijk hersteld door de overwinning op de Spanjaarden bij Ocaña en door de bezetting van Andalusië, met uitzondering van Cadiz (de hoofdstad van het vrije Spanje).

Napoleons Power 1810

Op 10 juli 1810 veroverde Ney de stad Ciudad Rodrigo, gelegen op de grens tussen Spanje en Portugal, als een opmaat naar een verdere Franse invasie van Portugal. Maar de Fransen werden tegengehouden door de Britse en Portugese legers, onder bevel van Burggraaf Wellington (zoals Wellesley was gaan heten in 1809), in Torres Vadras in oktober 1810; door een tekort aan uitrusting werden de Fransen gedwongen zich terug te trekken. De Spaanse controle over haar Zuid-Amerikaanse imperium-in Venezuela, Mexico en Chili, werd echter steeds verder uitgehold als gevolg van opkomend nationalisme en het sentiment keerde zich tegen Joseph Bonapart, ten gunste van de omvergeworpen bewind van koning Ferdinand VII.
Na de Franse nederlaag in de Slag bij Fuentes d'Oñoro op 6 mei 1811 door Wellington, verving Napoleon Andre Massena als commandant. Maar de Franse leden opnieuw een nieuwe tegenslag op 16 mei, toen de Britten, onder Willem Beresford, een Frans leger versloegen onder Soult, op Albuera, toen de Fransen probeerden richting Portugal op te trekken. Op 19 januari 1812 Britse veroverden de Britten de grensstad Ciudad Rodrigo. Deze stad lag langs een van de belangrijkste routes tussen Spanje en Portugal en de controle ervan hielp Portugal te beveiligen. Dit succes werd gevolgd, op 6 april, door de verovering van Badajoz, een stad aan de Spaans-Portugese grens, en op 22 juli 1812, door een cruciale overwinning op Marmont in Salamanca-waarna de Britse troepen in staat waren om verder door te gaan in Spanje. De oorlog ontwikkelde zich onverbiddelijk in het voordeel van Wellington. Op 12 augustus, volgend op de terugtreding van Joseph Bonaparte, bereikten de Britse troepen Madrid. Echter,niet alles liep even voorspoedig:op 19 september, bijvoorbeeld, dwong Marmont de Britten om de stad Burgos te evacueren.
De Oorlog op het Schiereiland kwam ten ​​einde in 1813 met twee belangrijke Britse overwinningen. Op 21 juni versloeg Wellington de Fransen onder Jean-Baptiste Jourdan bij Vittoria, waardoor de Fransen gedwongen werden uit Spanje te evacueren. Na een poging van Soult om Spanje opnieuw te onderwerpen, werd de Fransen eind juli een zware nederlaag toegebracht in de Slag van Sorauren. Nog bestaande Franse tegenstand op het Iberisch schiereiland werden geleidelijk geelimineerd.; San Sebastian, bijvoorbeeld, werd door Wellington, na een 10 dagen durende belegering op 9 september 1813 ingenomen en Pamplona viel op 31 oktober.

Na zijn successen in Spanje en Portugal, stak het leger van Wellington op 5 oktober de Spaans-Franse grens over. De oorlog ontwikkelde zich verder in het voordeel van Wellington. Hij versloeg Soult in Toulouse op 10 november en trok verder Frankrijk binnen, en belegerde begin december Bayonne.

De ontwikkelingen vanaf 1808 buiten het Iberisch schiereiland

Hoewel de Britten zich voornamelijk bezig hielden met de oorlog tegen Frankrijk in Spanje, waren er ook vanaf 1808, acties in andere gebieden. Op 2 februari 1808 werd de Franse invloed in Italië verder uitgebreid door de bezetting van Rome door een leger onder leiding van Sextius Miollis, als gevolg van de weigering van paus Pius VII tot het accepteren van het nieuwe Koninkrijk van Napels en de Confederatie van de Rijn.
Hoewel Oostenrijk, Pruisen en Rusland non-combattanten bleven in dit stadium, was er in alle drie de landen onrust. Begin juni 1808 hadden de Oostenrijkers hun militaire capaciteit geleidelijk verhoogd door het creëren van een militie van alle mannen in de leeftijd tussen 19 en 25, los van het leger. Terwijl de Russen in dezelfde maand, hun positie in Finland liberaliseerden - een land eerder van Zweden in beslag genomen - om Finse steun in het geval van een verdere oorlog te waarborgen. (De Rusland controle van Finland was door Zweden erkend in de Vrede van Frederickshaven, ondertekend op 17 september 1809.) Napoleon’s positie bleef echter veilig, zoals bleek, begin september, uit het feit dat hij in staat was om een ​​strikte limiet op te leggen aan de omvang van het Pruisische leger. Zijn positie werd nog eens bevestigd door middel van een ontmoeting tussen de keizer en zijn Russische tegenhanger, Alexander I, in Erfurt (een Pruisische stad onder Frans bewind), die eerdere overeenkomsten tussen Frankrijk en Rusland bevestigde met betrekking tot de Balkan en ook verklaarde Rusland, dat het Frankrijk zou steunen in het geval van de Oostenrijkse agressie.

De Pruisische regering voerde onder leiding van Heinrich von Stein een aantal hervormingen door die door de Fransen als vijandig werden beschouwd;met als direct gevolg dat Napoleon hem tot een ​​"vijand van Frankrijk" verklaarde. De hervormingen door von Stein waren echter cruciaal in het herstel van Pruisen, als een serieuze militaire macht. Een verdere hervorming, op 1 maart 1809, was de oprichting van een Pruisische Generale Staf onder leiding van Gerhard von Scharnhorst.

In het begin van 1809, constateerde Frans I van Oostenrijk dat, geconfronteerd met de dreiging van Frankrijk, Oostenrijk opnieuw oorlog zou gaan voeren. Ter voorbereiding daarop stemden de Britten op 4 april 1809 in ​​met het verstrekken van een subsidie aan Oostenrijk van £ 150.000 per maand en besloot tot een invasie van het Koninkrijk Holland. Het Oostenrijkse leger marcheerde door Beieren, maar werd door Napoleon verslagen in de Slag of Abensberg, op 19/20 maart. Aartshertog Charles leed een tweede nederlaag in de Slag bij Eckmuhl op 22 maart. Oostenrijkse troepen veroverden echter, onder leiding van aartshertog Ferdinand, Warschau, de hoofdstad van het door de Fransen gecontroleerde Hertogdom van Warschau.

Op 13 mei viel de Oostenrijkse hoofdstad Wenen in handen van de Fransen en en vier dagen later, besloot Napoleon door middel van een decreet formeel de Pauselijke Staat, dat door Frankrijk werd bezet sinds februari 1808, te annexeren.

Italië 1810

Niet alles ging naar de wens van Napoleon, toen hij, na zijn nederlaag tegen de Oostenrijkers in de Slag van Aspern-Essling op 21/22 mei, werd gedwongen zich terug te trekken. Na de nederlaag vroeg Frankrijk ondersteuning van zijn bondgenoot Rusland; weinig bijstand werd gegeven, behalve in het noorden, waar een door Rusland gesteund leger de Oostenrijkers op 3 juni dwong, Warschau te verlaten. Napoleon’s positie verbeterde met een verdere overwinning op Charles in de Slag bij Wagram op 5 / 6 juli en door de Franse ingevanggenneming van paus Pius VII op 6 juli. Oostenrijk riep op tot vrede en op 12 juli werd een wapenstilstand overeengekomen, dit werd gevolgd op 14 October door de Vrede van Schönbrunn, waarbij Oostenrijk de Illyrische provincies afstond ​​aan Frankrijk met andere territoriale concessies.

Keizertum Osterrich 109nach frieden von Schönbrun

In de periode tussen de wapenstilstand en de afgesloten verdragen, voldeed Groot-Brittannië aan haar belofte om de Lage Landen binnen te vallen door middel van een landing op 28 juli. Deze was echter slecht gepland en te laat om effect te hebben. Daarop werd de Britse strijdmacht snel teruggetrokken. Door het Verdrag van Parijs, ondertekend door Zweden op 6 januari 1810, werd Zweden lid van het Continentaal Stelsel in ruil voor de provincie Pommeren. Na het Verdrag van Schönbrunn, was het jaar 1810 een jaar van relatieve rust op het vasteland van Europa. Er waren wel enkele ontwikkelingen, met name de troonsafstand van Lodewijk Napoleon als Koning van Holland begin Juli.Tegen het einde van het jaar was er ook de annexatie door Frankrijk, van de havens van Bremen, Hamburg, Hannover, Lauenburg en Lubeck, als een middel tot verdere handhaving van het Continentaal Stelsel. Het was de Franse annexatie van een andere haven, Oldenburg, op 22 januari 1811, die zou leiden tot een verslechtering van de betrekkingen tussen Frankrijk en Rusland

De Mars naar Rusland

Hoewel Frankrijk en Rusland optisch in vrede leefden, toonden een aantal gebeurtenissen aan dat er sprake was van een toenemende vijandigheid tussen de twee landen. In januari 1812 bezette Frankrijk opnieuw Voorpommeren om de Zweden te straffen voor het breken met het Continentaal Stelsel en tot aanmoediging van een alliantie met Rusland tegen Frankrijk. Dit werd gevolgd, op 24 februari, door een overeenkomst met Pruisen, waarbij de Franse troepen, indien nodig, Pruisisch grondgebied mochten passeren. De overeenkomst stond Pruisen ook toe Pruisische troepen te leveren in een conflict met Rusland. De maand daaropvolgend stemde Oostenrijk ook toe troepen te leveren, bezorgd door de Russische expansie in de Balkan ten koste van het Ottomaanse rijk. In ruil daarvoor garandeerde Napoleon het Ottomaanse Rijk en stemde in met de teruggave van de Illyrische provincies aan Oostenrijk. Op 29 maart 1812, werd de pro-Franse graaf Michail Speranski, als secretaris van de Raad van State, vervangen door tsaar Alexander 1.

Ondanks de Franse inspanningen ondertekende Zweden het Verdrag van Abo met Rusland op 9 april, waarbij Zweden instemde met militaire hulp aan Rusland in het noorden van Duitsland in ruil voor Russische steun voor de annexatie van Noorwegen van Denemarken. Een verdere stuk van de puzzel van Alexander viel op zijn plaats op 28 mei 1812, door het Verdrag van Boekarest, waarin vrede werd gesloten met het Ottomaanse rijk.

Napoleons Europa 1812


Het was echter Napoleon die de eerste militaire actie op 24 juni ondernam. De Grande Armee bestaande uit een cavalerie van 100.000 en een infanterie van 500.000 staken de rivier Niemen over en vielen Rusland binnen. Vier dagen later, staken de Fransen de River de Vilna over en namen Vilnius in. Nu zowel Rusland en Zweden in oorlog waren met Frankrijk, ondertekende Groot-Brittannië het Verdrag van Örebro, op 18 juli, waarmee men een Alliantie tot stand bracht. De Franse positie werd ook verzwakt door het feit dat de Oostenrijkers en de Pruissen niet bereid waren steun te geven. En Napoleon was ook niet in staat om de Poolse verklaring van onafhankelijkheid, op 26 juni,te ondersteunen. De oorlog ontwikkelde zich in het voordeel van Napoleon met overwinningen op Michel Andreas Barclay de Tolly bij Smolensk, op 17/18 augustus, en over Mikhail Ilarionovich Koetoezov in de Slag bij Borodino, op 7 september. De Russische hoofdstad Moskou, werd een week later bezet maar Napoleon maakte de ernstige tactische fout om niet zijn reserves in te zetten om de restanten van het Russische leger te vernietigen. Vanaf dit punt, keerde de oorlog in Rusland zich tegen hem.

Napoleons Empire 1812

Toen de winterperiode inzette verslechterde de Franse positie. Een deel van het Franse leger onder Joachim Murat werd verslagen in de Slag bij Vinkaro op 18 oktober, en minder dan een week later, begonnen de Franse troepen zich terug te trekken uit Moskou. Na de nederlaag door Koetoezov, in de Slag bij Maloytaroslavets op 24 oktober, werd de route van terugtrekking, waaraan Napoleon de voorkeur had gegeven geblokkeerd, waardoor het leger gedwongen werd een langere, moeilijkere, route te nemen. Een nieuwe grote nederlaag kwam op 26-28 november, toen het gecombineerde Russische leger, onder Koetoezov en Ludwig Wittgenstein Adolf, zware verliezen toegebracht aan de Franse leger toen dat de rivier de Berisina over wilde steken. Het Russische avontuur van Napoleon eindigde in een smadelijke terugtrekking, verergerd door het feit dat Napoleon zelf werd gedwongen om het leger op 5 december te verlaten en snel terugkeerde naar Parijs na een mislukte poging tot staatsgreep onder leiding van Claude-François de Malet. De restanten van de Grande Armee, 10.000 manschappen trokken zich onder het commando van Murat terug in december. De Franse positie werd verder verzwakt door de beslissing van de Pruisische commandant in de Grande Armee, Yorck von Wartenburg, te breken met Frankrijk.

Napoleon's nederlaag

Met de nederlaag van de Grande Armee kwam de periode van de Franse overheersing in Europa snel tot een einde. De uiteindelijke vorming van de Zesde Coalitie bracht Oostenrijk, Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland vanaf het eerste deel van 1813 samen, en ook andere landen waren lid geworden van de anti-Franse alliantie. Op 3 maart 1813, Door het Verdrag van Stockholm, kwam Groot-Brittannië overeen Zweden, door middel van een subsidie, in staat te stellen om een ​​leger van 30.000 man op de been te brengen. Op 17 maart verklaarde Pruisen de oorlog aan Frankrijk, en de volgende dag, namen de Russische troepen Hamburg in. Tien dagen later, op 28 maart, veroverde een gecombineerde Pruisisch en Russisch leger Dresden, daarmee de koning van Saksen, Frederik Augustus, om de vlucht jagend.

Op 2 mei versloeg het leger van Napoleon een gecombineerde Pruisische en Russische legermacht bij Lützen en een verdere treffen vond plaats bij Bautzen, op 20/21 mei, deze strijd was echter ombeslist, maar leidde tot zware verliezen aan beide kanten. Tijdens de zomer onstonden er pogingen om te komen tot een vredesverdrag, culminerend in het Congres van Praag, gehouden tussen 28 juli en 10 augustus, maar dit leidde niet tot een oplossing. Met het mislukken van de gesprekken in Praag, verklaarde Oostenrijk officieel de oorlog, op 12 augustus 1813. Op 23 augustus werden de Fransen, onder Nicolas-Charles Oudinot, verslagen door de Pruisen, onder Friedrich von Bülow, in Gross-Beeren. Drie dagen later werden de Fransen, onder leiding van Jacques MacDonald, verslagen door de Pruisen, bij Katzbach, onder Gebhard von Blücher. Tegelijkertijd echter versloeg Napoleon (die net was aangekomen), in de Slag bij Dresden, een Oostenrijks leger. In het begin van september verslechterde de Franse positie in Duitsland verder met de Zweedse overwinning op Dennwitz, en Jean-Baptiste Bernadotte’s leger versloeg dat van Ney.

De afname van de Franse steun werd voortgezet in oktober 1813 toen Beieren de de Confederatie van de Rijn verliet en de oorlog verklaarde aan Frankrijk. Napoleon zelf leed een nederlaag, op 16-19 oktober, toen zijn leger werd verslagen in Leipzig-in de "Battle of the Nations", door de gecombineerde legers van Oostenrijk, Pruisen en Rusland en gedwongen werd zich terug te trekken. Napoleons nederlaag betende effectief het einde van zijn steun in Duitsland, met de ineenstorting van de Confederatie van de Rijn en van het Koninkrijk Westfalen. Ook in Italië, stond de macht van Napoleon op instorten. Op 26 oktober, versloegen de Oostenrijkers de Fransen onder Eugène de Beauharnais bij Valsarno.

Door het de veranderde militaire evenwicht, bood de coalitie begin november aan Frankrijk vrede aan waarbij Frankrijk sommige van zijn militaire veroveringen zou hebben behouden. Maar Napoleon, reageerde er niet op en op 1 december besloot de coalitie om Frankrijk binnen te vallen. Tegelijkertijd waren de Fransen al gedwongen om Nederland, op 15-17 november, te verlaten, als gevolg van de Nederlandse opstand. De bedreiging van Frankrijk werd des te meer duidelijk toen op 21 december, de Oostenrijkers, onder Karl Philipp zu Schwarzenburg, binnenvielen vanuit Zwitserland en op 31 december, toen de Pruisen, onder Blucher, de Rijn overgestoken te Mannheim.

Met de instortende strategische positie voor Frankrijk, probeerden voormalige bondgenoten van Napoleon hun eigen positie veilig te stellen. Op 11 januari brak Joachim Murat, de koning van Napels, met Napoleon in de hoop van het behoud van zijn troon. De oorlog geconcentreerde zich nu op het Franse grondgebied. Op 30 januari 1814 werd Napoleon verslagen, in de Slag bij La Rothière, door de gecombineerde krachten van Oostenrijk, Pruisen en Rusland. Vervolgens bood de coalitie Napoleon vredesvoorwaarden aan, die werden afgewezen. Napoleon antwoord kwam op het slagveld, waar hij een beperkte overwinning behaald bij Montereau op 8 februari, over de Oostenrijkers, maar de laatste revancheerden zich in Bar-sur-Aube, op 27 februari. Napoleon’s leger bleef vechten, en behaalde een de overwinning op het Pruisische leger van Blücher's bij Craonne op 7 maart, maar na de nederlaag, sloot Blucher zijn overgebleven legermacht aan bij het Zweedse leger onder Bernadotte. De Fransen leden verdere nederlagen bij Laon, op 9 / 10 maart, op Arcis-surAube, op 20 maart, en in het oosten van Parijs, op 30 maart.Terwijl de coalitietroepen een groot deel van het leger van Napoleon in het noorden en oosten verslagen hadden, consolideerde Wellington zijn positie in het zuiden en westen. Op 12 maart veroverde hij Bordeaux en op 10 april, versloeg hij een Frans leger onder Soult in Toulouse.

Tegen die tijd was er echter al aan Napoleon's regeerperiode een einde gekomen. Na de nederlaag op 30 maart, had Marmont Parijs op 31 maart aan de coalitie overgegeven, nadat Napoleon op een een zijspoor was gezet in het oosten van de hoofdstad, niet in staat om de hoofdstad te komen redden. Op dezelfde dag werd door de Senaat de troon verbeurd verklaard. Op 1 april bereikten de coalitietroepen Parijs en op 11 april 1814, trad Napoleon officieel af, als gevolg van het Verdrag van Fontainebleau. Napoleon stemde in met een ballingschap op Elba, en met zijn vertrek stond de weg open voor de nieuwe Franse koning, Lodewijk XVIII. Een allesomvattende vredesregeling zou tot stand komen tijdens het Congres van Wenen, dat op 1 november 1814 bijeenkwam.

Oorlog in de koloniën

De Franse Revolutionaire en Napoleontische oorlogen werden gekenmerkt door de aanhoudende inspanningen van beide naties om hun invloed uit te breiden buiten Europa. Hoewel, voor de Fransen dit beleid werd gecompliceerd door een geloof in de uitbreiding van de principes van de revolutie naar haar overzeese koloniën, in eerste instantie door het toestaan ​​van zelfbestuur en door de afschaffing van de slavernij (op 4 februari 1794). Een van de eerste stappen na de oorlogsverklaring in Groot-Brittannië was op te treden tegen de overige Franse bezittingen in India. In 1794, werd door de Britse marine het Franse grondgebied van de Seychellen ingenomen in de Indische Oceaan en de eilanden van Guadeloupe, Martinique, St. Lucia in West-Indië, hoewel de Franse troepen er snel in slaagden heroverd Guadeloupe te heroveren en in juni 1795, St Lucia.


Na de Franse aanval op de Nederlandse Republiek, werd de Nederlandse kolonie Ceylon in februari 1795 overgegeven aan de Britten, dit werd gevolgd door een verdere Britse territoriale winst ten koste van de Nederlanders in september van hetzelfde jaar, toen een leger onder commando van James Craig de Kaap de Hood Hoop veroverde, namens Prins Willem V van Oranje, die zijn toevlucht had gezocht in Groot-Brittannië.

Als gevolg van het vredesverdrag met Spanje, op 27 juli 1795, verkreeg Frankrijk de controle van het westelijk deel van het eiland San Domingo, een regio dat later bekend werd als Haïti. Niet alles ging de Fransen echter voor de wind in West-Indië, zoals bleek toen op 14 februari 1796, de de Britse marine onder leiding van John Jervis en Horatio Nelson de Fransen versloeg in de Slag bij Kaap Sint-Vincent. Een van de grootste marine overwinningen van de oorlog, waardoor de Britse macht toenam in de regio en in de loop van het jaar. Britse troepen bezette gebieden die voorheen in het bezit van de Nederlanders, Spanjaarden en Fransen (Demerara, Essequibo, Berbice, St Lucia, en Grenada). De Britten lieten Corsica echter aan de Fransen. Het Britse verlies in de Middellandse Zee was, werd in juli goedgemaakt door de verovering van het eiland Elba.

In West-Indië, nam de Britse macht verder toe toen in februari 1797 een leger, onder leiding Ralph Abercromby, het eiland Trinidad veroverde. Dit werd gevolgd door de inbeslagname, in 1798,van Honduras, in Centraal-Amerika, op de Spanjaarden. Een andere overname door Groot-Brittannië in 1798, van Spanje, was het eiland Menorca.

4e Engels-Mysore oorlog

In India werd de Britse macht ook versterkt door het verkrijgen van de controle over Mysore in 1799 en de nederlaag van de pro-Franse Tippu Sultan, de sultan van Mysore, in de Slag bij Seringapatam op 4 mei 1799. Mysore werd verdeeld tussen Groot-Brittannië en de pro-Britse heerser van Hyderabad.

Sultan Tipu

Tippu Sultan, de heerser over het Koninkrijk van Mysore vocht tegen de Britten in de Vierde Engelse Mysore oorlog en werd tijdens dat gevecht gedood . Zijn tegenstander was Wellington.

In West-Indië, werd het eiland Haïti in 1801 heroverd door een Frans leger onder Charles Leclerc. Op 3 maart 1801, in reactie op de oprichting van de gewapende neutraliteit van het Noorden, nam Groot-Brittannië eilanden in West-Indië in beslag die toebehoorde tot Denemarken en Zweden (met name St. Croix en St. Thomas). 
Na de ineenstorting van het Verdrag van Amiens in mei 1803, bezette Groot-Brittannië de Franse eilanden St. Lucia en Tobago in de Caraïben. In India, bleven de Britten offensieve acties ondernemen waarbij een leider, Arthur Wellesley (later de hertog van Wellington), steeds meer bekendheid kreeg.

In 1809 veroverde Groot-Brittannië Cayenne en Martinique op de Fransen en ook werd overeenstemming bereikt over een verdrag met de Sikhs dat de grenzen vaststelde van de Britse macht, in het noordwesten van India. In 1810 veroverde Groot-Brittannië Guadeloupe, het laatste Franse bezit in West-Indië, evenals Mauritius en Bourbon in de Indische Oceaan. In Oost-Indië, bezetten de Britten het Nederlandse grondgebied van Java in reactie op de Franse aopname van Nederland in het Franse Rijk. Bij het einde van de oorlog in 1814-1815, gingen veel van de koloniale bezittingen weer terug naar hun oorspronkelijke eigenaars, maar Groot-Brittannië had aanzienlijke territoriale winsten geboekt in India, Zuidelijk Afrika en West-Indië.

De Binnenlandse hervormingen van Napoleon

Veel aspecten van het Franse leven waren door de Revolutie radicaal veranderd. De lokale overheid was wakker geschud door de oprichting van de departementen, en zelfs de namen voor de maanden van het jaar waren veranderd. Napoleon, voerde belangrijke hervormingen door, waarvan vele tot de Franse wetgeving behoren. Op 21 maart 1804 werd een nieuwe Burgerlijk Wetboek geintroduceerd - omgedoopt tot de Code Napoleon in 1807 -. Voor de eerste keer bracht deze code een gemeenschappelijk burgerlijk recht in heel Frankrijk tot stand; tot dat moment was het burgerlijk recht in het Noorden van Frankrijk gebaseerd op het gewoonterecht, terwijl dat in Zuid-Frankrijk gebaseerd was op het Romeinse recht. 
De rol van de kerk werd op 17 februari aanzienlijk teruggebracht; bijvoorbeeld, toen de Senaat daadwerkelijk een einde aan de macht van het pausdom maakte binnen het Franse Rijk, toen het verordende dat geen enkele vreemde macht geestelijke controle kon uitoefenen binnen Frankrijk.

De oorlog van 1812

De oorlog van 1812-14 was zonder twijfel een van de meest onnodige in de geschiedenis, maar was het directe gevolg van de zeeblokkade van Groot-Brittannië van Frankrijk tijdens de Napoleontische oorlogen beinvloedde Amerikaanse koopvaardij en handel. De VS onder president Jefferson, legde in 1807-9, een handelsembargo op tegen Groot-Brittannië. Dit mislukte echter en de verdere verslechtering van de betrekkingen tussen de twee naties leidden tot de oorlogsverklaring van de VS in 1812. ( zie daarvoor ook Deel 29 Oorlog door de Eeuwen heen  ). Ongetrainde Amerikaanse troepen vielen de Britten in Canada aan en een reeks van veldslagen werden uitgevochten in het gebied van de Grote Meren; deze gevechten, waarbij geen van beide partijen de dominantie bereikte, leverden noch de VS noch de Britse strijdkrachten een groot voordeel op. Tegen het einde van de oorlog, trokken Britse troepen op ten zuiden van Lake Champlain en veroverden Washington, en vernietigden Het Witte Huis in augustus 1814. Een Britse poging om met een leger te landen bij New Orleans, werd verslagen door Amerikaanse troepen onder Andrew Jackson, terwijl de vijandelijkheden verder gingen in de periode van 23 december 1814 tot 8 januari 1815. Deze strijd was een van de belangrijkste gevechten tijdens de Brits-Amerikaanse oorlog van 1812-1814, ironisch genoeg, vond de strijd plaats nadat het Verdrag van Gent (december 1814) was afgesloten, maar dit kwam door de traagheid bij het verkrijgen van de informatie naar Noord-Amerika in de tijd dat de strijd plaatsvond.

Napoleon’s Honderd Dagen 

Na het Verdrag van Fontainebleau op 11 februari 1814, waarin Napoleon afstand had gedaan van de troon van Frankrijk en verbannen werd naar het eiland Elba, gelegen in de Middellandse Zee voor de westkust van Italië. Hoewel hiij was verbannen, als onderdeel van de schikking, kreeg hij een pensioen van twee miljoen frank per jaar.

Dit was echter niet het laatste dat Europa zou zien van Napoleon want op 1 maart 1815 ontsnapt hij uit Elba, ging aan land in Canne, en marcheerde op richting Parijs. Het volk toonde veel sympathie voor de terugkeer van Napoleon, en de nieuwe Franse koning, Lodewijk XVIII, vluchtte op 19 maart weg uit de hoofdstad, en de volgende dag, arriveerde Napoleon in triomf in Paris, en vormde een nieuwe regering die grotendeels bestond uit ministers die hem hadden gediend voor 1814.

Om de dreiging van Napoleon tegen te gaan, werd op 25 maart 1815 de Zevende Coalitie gevormd, door Oostenrijk, Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland, waarbij elk van de leden van de alliantie toestemden in het leveren van 150.000 manschappen aan de vernieuwde campagne tegen Frankrijk. 

Op 5 april landde de hertog van Wellington in België, dat toen nog door de Fransen werd bezet, om leiding te geven aan de Britse en Nederlandse legers tegen Napoleon. Op 10 april, verklaarden de Oostenrijkers de oorlog aan de pro-Franse koning van Napels, Joachim Murat, na zijn bezetting van de steden Bologna, Florence en Rome. Murat's troepen werden verslagen door de Oostenrijkers in de Slag bij Tolentino op 3 mei 1815. Een van de pro-Franse vorsten, koning Frederik Augustus van Saksen, was ook gemarginaliseerd door de ondertekening van een vredesverdrag met Oostenrijk, Pruisen en Rusland op 18 mei 1815.

In het binnenland, trachtte Napoleon zijn positie te stabiliseren door het terugwinnen van zijn status als een revolutionair. Ter bevordering daarvan kwam hij op 2 juni met een zeer liberale grondwet, "Le Champ de Mai", terwijl hij beweerde dat hij had gehandeld om de Republiek te beschermen tegen het risico op excessen van een gerestaureerde monarchie. Terwijl Napoleon bezig was in Frankrijk, kwamen de andere Europese mogendheden op 9 juni tot overeenstemming over de naoorlogse ontwikkeling, bij de afsluiting van het Congres van Wenen.
Het Wener Congres besloot tot de oprichting van een nieuw land, De Verenigde Nederlanden bestaande ​​uit België, Nederland en Luxemburg.

 

 

Polen werd opgedeeld tussen Rusland en Pruisen, met Krakau als een aparte republiek. Pruisen kreeg ook het Rijnland en Noord-Saksen. Elders in Duitsland verkreeg Hannover, waarvan koning George III van Groot-Brittannië keurvorst (dwz staatshoofd) was, Hildesheim en Oost-Friesland, terwijl de Duitse Bond, onder het Oostenrijkse controle werd gebracht en Ferdinand IV werd koning van de Twee Siciliën, terwijl de Bourbon monarchie in Spanje en de Braganza monarchie in Portugal in ere werden hersteld. De Britse positie werd nog versterkt door het behoud van een aantal van de overzeese gebieden die het tijdens de oorlog had veroverd, zoals Helgoland (voor de Duitse kust, afgestaan ​​door Denemarken) en Malta.

Europa vanaf 1815

Deze naoorlogse regelingen zouden in gevaar zijn gekomen als Napoleon in staat was om opnieuw militaire successen te behalen. Aanvankelijk verliep de nieuwe militaire campagne van Napoleon goed, door een overwinning op het Duitse leger onder leiding van generaal Gebhard von Blücher bij Ligny, in België, op 16 juni.

Kaart van de slag bij Ligny

Dit was een poging om de Britten, onder Wellington, af te splitsen van hun potentiële bondgenoten. Ondanks zijn nederlaag, slaagde Blücher erin naar het noorden trekken, in plaats van naar het oosten, zoals Napoleon had gehoopt, en kon zich dus aansluiten bij Wellington.

Een en ander was de opmaat voor de beslissende slag in de nieuwe campagne van Napoleon - de slag bij Waterloo - op 18 juni. Napoleon dwong de Britse en Nederlandse troepen onder leiding van Wellington naar het noorden, en Napoleon trof zijn vijand net ten zuiden van Brussel. Op het eerste gezicht, leek dat in het voordeel van Napoleon te zijn, maar de mannen van Wellington hielden vast aan hun defensieve positie die Wellington had gekozen.

Of Napoleon volledig zou zijn verslagen zonder de komst van "Maarschalk Voorwaarts" is moeilijk te zeggen, maar de overwinning van de bondgenoten werd verzekerd door de tijdige komst van de Pruisen onder Blücher. Hoewel twee dagen eerder nog verslagen, was Blucher erin geslaagd om de optrekeknde Franse troepen van maarschalk Grouchy Emanuel te ontwijken en bleek zo in staat om een ​​aanval op de rechterflank van Napoleon te lanceren. Aanvoeld dat dit het beslissende moment van de veldslag was, lanceerde Wellington een tegenaanval, waardoor de Fransen zich terugtrokken.

Waterloo

Vier dagen na zijn definitieve nederlaag bij Waterloo, trad Napoleon op 22 juni opnieuw af. Deze keer was er echter geen terugkeer mogelijk; door een overeenkomst tussen Groot-Brittannië, Pruisen, Rusland en Oostenrijk, waarin begin augustus werd besloten dat de ex-keizer in ballingschap zou worden gestuurd naar de Britse kolonie Sint-Helena in het midden van de Atlantische Oceaan, waar hij zou komen te overlijden op 5 mei 1821, 52 jaar oud. 

Napoleon's dood op zo'n relatief jonge leeftijd heeft geleid, over de jaren heen, tot de opvatting dat Napoleon slachtoffer zou zijn geworden van een moordcomplot en dat hij in feite vergiftigd is door middel van arceen. Hede ten dage is men echter van mening dat zijn dood gewoon het resultaat was van natuurlijke oorzaken. Na zijn dood werd Bonaparte's lichaam uiteindelijk gerepatrieerd naar Frankrijk en geplaatst in een graf, ontworpen door Visconti gebouwd tussen 1843 en 1861, in de crypte van de Dôme des Invalides. Het mausoleum bevat ook de bronzen sarcofaag van de enige wettige zoon van Napoleon, Napoleon II (1811-1832).

Na de nederlaag van Napoleon

De Franse Revolutionaire en Napoleontische oorlogen was het laatste pan-Europese conflict in bijna meer dan een eeuw. Maar binnen de structuren die door het Congres van Wenen werden gemaakt, waren de kiemen aanwezig die uiteindelijk zouden resulteren in de vernietiging door de twee wereldoorlogen in de 20e eeuw. In de Lage Landen, bleek de oprichting van de Verenigde Nederlanden kortstondig te zijn terwijl de toenemende dominantie van Pruisen in Duitsland uiteindelijk zou leiden tot de oprichting van een verenigd Duitsland.
Elders in Midden-Europa zou het toenemende nationale bewustzijn leiden tot instabiliteit en de Balkan-instabiliteit zou uiteindelijk resulteren, in de kogels van een moordenaar te Sarajevo in 1914, en uiteindelijk de dood van miljoenen mensen.

Zie voor deel 34 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 34 Oorlog door de Eeuwen heen