We hebben 75 gasten online

Deel 41 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

 De slag bij Agincourt 1415

Deel 1 De strijd in het Midden Oosten

Gecompliceerd is het conflict in het Midden Oosten waar sprake is van het feit dat meerdere volken aanspraak maken op een eigen staat en waar het Joodse volk door de vreselijke gevolgen van de 2e Wereldoorlog, en een door veel landen ervaren collectieve schuld voor datgene wat er in de 2e Wereldoorlog gebeurde, via de Verenigde Naties erin slaagde om de stichting van de staat Israël gerealiseerd te zien.

Het Palestijnse volk echter heeft nog steeds geen eigen staat en lijdt nog steeds onder de gevolgen daarvan.

Gecompliceerd ook omdat het Midden Oosten in de geschiedenis een rol speelde vanuit verschillende invalshoeken:

1) het is de bakermat van 3 wereldgodsdiensten: jodendom, islam en christendom vinden er hun oorsprong

christian mohammedan

2) Het is een ontmoetingspunt van culturen: in de vroege middeleeuwen ontstond vanuit het Midden Oosten een islamitisch wereldrijk met een hoogontwikkelde Arabische cultuur. Deze beïnvloedde o.a. via de Kruistochten de Europese cultuur

3) Als landbrug tussen de drie continenten heeft het Midden Oosten een strategische betekenis. Deze betekenis nam sterk toe door de opening van het Suezkanaal(1869)

4) Het Midden Oosten bevat een aanzienlijk gedeelte van de wereldolievoorraad. De Arabische oliestaten kregen door de Opec economische wereldmacht.

5) Er zijn in het Midden Oosten grote sociale tegenstellingen, feodalistische structuren waardoor in een aantal landen revoluties ontstonden en er is nog veel armoede en analfabetisme.

arabische landen

Deze punten geven al aan hoe gecompliceerd de situatie in het Midden Oosten was en is. Maar er is ook een gemeenschappelijke Arabische taal, cultuur, godsdienst die tezamen met de vijandschap tegen Israël een samenbindende factoren vormden.

Daarnaast bestaan er tussen de Arabische landen grote tegenstellingen waarvan b.v. de theocratie of de combinatie van socialisme en Islam voorbeelden zijn.

Tegelijk met deze tegenstellingen ontwikkelden zich in de 19e eeuw zowel het Joods nationalisme als het Arabisch Nationalisme.

Beide bevolkingsgroepen beroepen zich op de geschiedenis om hun legitieme rechten te kunnen waarmaken.

javeh allah

De Arabische wereld was grotendeels in handen van de Turken en niet alleen de Arabische wereld zoals deze kaarten aantonen.

ottomaans imperium

Aan de hand van een historisch overzicht wil ik het conflict in het Midden Oosten nader verduidelijken

ottomaans imperium 19 eeuw

De Zieke man van Europa

Vanaf de zestiende eeuw was het Midden-Oosten onderdeel van het uitgestrekte Ottomaanse of Osmaanse Rijk, het gebied onder gezag van de Turkse sultan. Deze regeerde vanuit de hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul.

In 1683 scheelde het een haartje of de sultan had Wenen ingenomen. Maar in de achttiende eeuw brokkelde de Ottomaanse macht snel af. Deze achteruitgang had verschillende oorzaken:

  • Een groeiende technologische achterstand op het Westen, zoals op het gebied van scheepsbouw en bewapening. de ideeën van de Renaissance, de wetenschappelijke revolutie en de Verlichting gingen aan de heersers in Constantinopel voorbij.

  • De opkomst van Rusland. begin achttiende eeuw drongen de troepen van tsaar Peter de Grote door tot de Zwarte zee, de noordrand van het Ottomaanse Rijk. Russische schepen mochten vrij door de Bosporus en de Dardanellen varen. Na 1800 drongen de Russen ook door in de Kaukasus.

  • Economisch raakte het Ottomaanse Rijk op achterstand: er groeide een wereldeconomie. De handel in Oost-Aziatische specerijen ging vanaf de zeventiende eeuw aan het Midden-Oosten voorbij.

  • Veel van de sultans in de achttiende en negentiende eeuw misten leiderscapaciteiten. Sultans hielden zich vooral bezig met hun hof en hun harem. Eunuchen, gecastreerde harembewakers, oefenden invloed uit op de sultan, die het overzicht kwijtraakte op wat zich in zijn rijk afspeelde.

  • In de negentiende eeuw ontwaakte er onder de niet-Turkse onderdanen een vurig nationalisme. Zo slaagden de Grieken er in 1860 in een eigen staat te vormen. Daarna riepen onder meer Roemenië, Bulgarije en Servië de onafhankelijkheid uit. In 1912-1913 bestond Europees Turkije slechts ui Constantinopel en omgeving.

  • Ook Noord-Afrika ging verloren. De oorzaak daarvan lag in het modern imperialisme, men zocht naar grondstofgebieden en afzetmarkten.

Afkomst

Het joodse volk stamt af van Abraham (+-2000 v.Chr.), die gelooft in het bestaan van één God, en daarmee de aartsvader van het monotheïstisch jodendom is. Hij geeft dit geloof door aan zijn zoon Isaac, die het op zijn beurt doorgeeft aan zijn zoon Jakob. Tegen het einde van Jacobs leven vestigen hij en zijn nakomelingen, Hebreeën genoemd, zich in Egypte. Door afgunst van de Farao worden ze gedwon­gen te leven als slaven, totdat Mozes de Israëlieten uit Egypte naar het Beloofde Land, toen het land Kana’an geheten, leidt. De Israëlieten veroveren stukken land op de oorspronkelijke bewoners, de Kana’anieten, en verdelen dit over de twaalf ver­schillende stammen. Zo komen de afstammelingen van Abraham in het gebied wat nu Israël is.

De meeste joden leven in de diaspora (verstrooiing). In de verschillende landen waar de joden leven vormen ze een, vaak bedreigde, minderheid. Door de eeuwen heen zijn ze het slachtoffer van discriminatie en vervolgingen. De sporadische terugkeer van joden naar het bijbelse Beloofde Land is religieus geïnspireerd, totdat Theodor Hertzl in 1895 met zijn brochure ‘Der Judenstaat’ de grondslag legt voor het zionisme en de gedachte van een joodse staat. De joden keren in kleine aantallen, geïnspi­reerd door het zionisme, terug naar Israël en stichten daar nederzettingen. Deze nederzettingen vormen de kern van de uiteindelijke staat Israël.

Zionisme

De in Boedapest geboren Weense journalist Theodor Herzl (1860-1904)

herzl
legt met zijn brochure ‘Der Judenstaat’ (1895) de grondslag voor het politiek zionisme.
programma

Het zionisme is gebaseerd op de gedachte dat alleen een eigen staat een einde kan maken aan de positie van de joden als gediscrimineerde minderheid. Herzl schrijft in ‘Der Judenstaat’: ’Daar kunnen we tenminste leven en sterven als vrije mensen in ons eigen thuisland’.

Het zionisme baseert zijn naam op de berg Zion in Jeruzalem, waar koning David omstreeks 1000 v. Chr. de hoofdstad van zijn joodse koninkrijk vestigde.
In 1897 valt op het eerste zionistische congres in de Zwitserse stad Bazel het besluit dat het joodse volk naar Palestina, het bijbelse Beloofde Land, zal terugkeren. Onmiddellijk na dat zionistische congres vertrekken groepen joden naar Palestina.

tien kronen

De zionistische beweging wordt op dat moment geleid door voornamelijk Oosten­rijkse en Duitse joden, terwijl de meeste aanhangers Russische joden zijn.
Er is binnen de joodse gemeenschap veel oppositie tegen het zionisme. Dit komt deels van de joden die vinden dat ze een geïntegreerd deel uitmaken of moeten ma­ken van de staat waarin ze wonen. Veel religieuze, orthodoxe joden geloven dat de terugkeer naar het Beloofde Land pas plaats kan vinden als de Messias gekomen is en er traditionele wetten in Israël ingevoerd zijn. Dit vormt een groot probleem binnen de joodse gemeenschap, aangezien Herzl in het zionisme een moderne, seculiere beweging voor ogen had. Oost-Europese joden immigreren naar Palestina om daar als pioniers te leven en hun nationale en sociale idealen na te streven. Het Ivriet, levend gemaakt door Eliezer Ben Yehoeda (1858-1922), wordt de voertaal. De zio­nistische gedachte is dat de grond in Palestina pas werkelijk joods is als het door joden bewerkt is. Grond wordt aangekocht van Arabieren met financiële steun van de ‘ World Zionist Organization’. Vele van de 500.000 Palestijnen die in Palestina wonen worden van hun grond verdreven. Dit vormt de bron van het voortgaande conflict om de Palestijnse grond.

De Engelse beloften

De Eerste Wereldoorlog betekende voor het Midden Oosten een echt breukvlak. In 1914 besloot het jong-Turkse driemanschap de kant van Duitsland en Oostenrijk -Hongarije te kiezen. Zo kwam men in oorlog met Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hoewel de verwachtingen hoog gespannen waren liep de oorlog toch anders en leed men zware verliezen.

britse belofte arabieren 1915

De Mac-Mahaon Papers

In 1915 legde de Brit Mac-Mahon, hoge commissaris van Egypte, contact met de Arabische vorst Hoessein Ibn Ali. Deze was sjarief (hoeder) van de heilige plaatsen Mekka en Medina. Begin 1916 kwam uit dit contact een Brits-Arabische overeenkomst voort. Hoesseins bedoeïenenlegers zouden in opstand komen tegen de Jong-Turken. In ruil daarvoor ontving Hoessein van McMahon de belofte dat hij van de Britten een onafhankelijk koninkrijk mocht stichten op het Arabisch schiereiland en in Syrië en Irak. Hoessein kwam zijn afspraak na. Ook de Britten kwamen in actie en in 1918, het uur van de triomf, ontvingen de Britse en Arabische troepen massale toejuichingen van de bevolking, als bevrijders van het Turkse juk.

De Sykes-Picot overeenkomst van 1916

sykes picot verdag

Achter de rug van de Arabieren om sloten de Britten en de Fransen in 1916 de zogenaamde Sykes-Picot-overeenkomst. Ze spraken in het geheim af om samen het Midden-Oosten onder elkaar te verdelen. Frankrijk zou een invloedssfeer krijgen in Syrië en Libanon, en Engeland een landverbinding tussen de Middellandse Zee en de Perzische golf, ongeveer het gebied van Palestina tot en met Irak.palestijnse gebieden sykespicot

De Balfour Declaration

balfour

Op 2 november 1917 zond de Britse minister van Buitenlandse Zaken James Balfour een brief naar de Zionistische Wereldorganisatie. Daarin verklaarde hij dat de Britse regering welwillend stond tegenover de vestiging van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Dat gebeurde uit verschillende motieven:

  • In regeringskringen in Londen leefde medelijden met de slachtoffers van het antisemitisme.

  • De Britse regering zat in de oorlog dringend verlegen om geld. Joodse bankiershuizen zouden tot gunstige leningsvoorwaarden bereid zijn.

  • De Britten zagen in het zionisme een ondersteuning van hun imperialistische ambities. Een westers gezinde Joodse staat zou een springplank kunnen vormen in het strategisch belangrijke Midden-Oosten.

  • Chaim Weizmann, een vooraanstaand zionist en chemicus had de Britse regering geholpen met de vervaardiging van synthetische aceton, een onmisbare grondstof voor dynamiet.

De Balfour-verklaring bevatte onverenigbare beloftes: én de stichting van een Joods nationaal tehuis, én het waarborgen van de rechten van de 'niet-Joodse gemeenschappen'. Zo legden de Britten de kiem voor het latere Israëlisch-Paestijns conflict.

Er werd nog geen Joodse staat beloofd. In januari 1919 werd in een overeenkomst tussen Ghaim Weizmann en Hoesseins zoon Feisal een Joods-Arabische samenwerking afgesproken bij de ontwikkeling van Palestina. Daarbij stelde Feisal wel als voorwaarde dat de Arabieren volledige onafhankelijkheid zouden moeten verkrijgen. Die hoop verdween toen de Britten het gebied als mandaatgebied kregen in 1920.

brits mandaat

Na de definitieve overgave van Duitsland en zijn bondgenoten onstaat dan de Volkerbond, de voorloper van de Verenigde Naties, die gedomineerd werd door de overwinaars van de eerste wereldoorlog. Voor de “Arabische provincies van Turkije” wordt een mandaatsysteem uitgewerkt waarbij het de uitdrukkelijke bedoeling is om hen op onafhankelijkheid voor te bereiden. Het Sykes-Picot verdrag werd gevolgd voor Libanon en Syrië (onder Frans mandaat tot 1943-44) en ook voor Irak en Transjordanië (Brits mandaat tot respectievelijk tot 1932 en 1946).

Het Britse ontwerp-mandaatverdrag voor Palestina stelde dat het niet de bedoeling was het gebied een exclusief Joods karakter te geven. Palestina werd wel opengesteld voor Joodse immigranten. Deze Joodse immigranten veranderden veel dorre of moerassige streken in gezonde, vruchtbare landbouwgronden. Velen van hen leefden in kibboetzim (op socialistische ideeën gebaseerde dorpsgemeenschappen met gemeenschappelijk eigendom).

Al vrij snel kwamen de Joden en Arabieren tegenover elkaar te staan.

  • De Arabieren in Palestina waren in de ban van het nationalisme geraakt;

  • Tegelijk werd zichtbaar dat Joden en Arabieren aparte leefgemeenschappen zouden vormen, waarbij de Joden een veel hogere organisatiegraad toonden. Zij richtten het Joods Agentschap op (soort regering) en een eigen vakbeweging de Histadroet en een eigen defensiegemeenschap, de Haganah. In 1930 werd vanuit de Histadroet een politieke partij opgericht, de Mapai. Zowel van de Mapai als van het Joods-agenschap was David Ben Goerion de voorzitter.

Het Joods Nationale Fonds kocht landbouwgrond op van Arabische grootgrondbezitters. Vervolgens zagen Arabische pachtboeren de Joodse kolonisten op hun land neerstrijken. Daardoor raakten ze hun bron van inkomsten kwijt.

De Britten probeerden de Joodse immigratie af te remmen. Door de opkomst van de nazi's in Duitsland probeerden de Joden een goed heenkomen elders te zoeken. Omdat de Verenigde Staten en Canada strenge immigratiewetten hadden besloten veel Duitse Joden een veilig heenkomen te zoeken in Palestina. De Joodse gemeenschap in Palestina verdubbelde van 1933 tot 1936 tot 340.000.

In 1936 brak in Palestina een openlijke burgeroorlog uit tussen Joden en Arabieren. Moefti Amin el-Hoesseini van Jeruzalem wakkerde de haat tegen de Joden aan. Hij werd later bekend als een beruchte antisemiet en bewonderaar van Adolf Hitler.

Ten einde raad stuurde de Britse regering een onderzoekscommissie, de Peel -commissie naar Palestina. Deze commissie stelde een verdeling van Palestina voor. Een klein Joods staatje in Galilea en de kustvlakte en een Arabisch-Palestijnse staat in de rest; het gebied rond Jeruzalem zou onder Brits bestuur blijven. De zionisten achtten het voorstel bespreekbaar, maar de Arabieren wezen het af.

brits delingsplan 1938

In 1939 publiceerde de Britse regering een Witboek. Hierin stelde ze zelfbestuur binnen tien jaar in het vooruitzicht. De Joodse immigratie zou in de eerste vijf jaar worden beperkt tot jaarlijks 15.000 mensen; daarna zou die afhankelijk worden van Arabische toestemming. Gezien de vervolging van de Joden in Europa was dit een grote tegenslag voor de Joden. De Britten wilden de Arabieren te vriend houden met het oog op de naderende Tweede Wereldoorlog.

Toen zij echter weigerden in gesprek te gaan met de joodse leiders vervalt ook dit aanbod. Omdat na verschillende onderzoeken en voorstellen van Britse commissies er geen overeenkomst tot stand gekomen is tussen beide zijden publiceren de Britten in mei 1939 Het Witboek. Hierin worden opnieuw concessies gedaan aan de Arabieren. De joodse immigratie wordt beperkt tot een totaal van maximaal 75.000 de komende 5 jaren, waarna er geen joodse immigratie zal mogen plaatsvinden zonder Arabische instemming. De aankoop van land door joden van Arabieren wordt in sommige gebieden beperkt en in andere compleet verboden. Het Witboek wordt zowel door de Arabieren als de joden afgewezen. Voor de joden is de restrictie op immigratie desa­streus, aangezien ze nu niet in staat zijn de vluchtelingen van de nazi-overheersing op te vangen.

In de Tweede Wereldoorlog namen de Arabieren een afwachtende houding aan. Zionistische strijdgroepen kozen de kant van de Geallieerden. De massamoord, waartoe de nazi-leiders in januari 1942 op de conferentie van Wansee besloten hadden, werd met ijzeren discipline uitgevoerd. Miljoenen Joden werden naar de concentratie- en vernietigingskampen gevoerd. Een genocide die de mens nog nooit had gezien. En geen macht ter wereld had dat verhinderd.

Westerse politici hadden schuldgevoelens na de Tweede Wereldoorlog over hun eigen passiviteit in de oorlogsjaren en wilden de Joden die het overleefd hadden een eigen staat geven in Palestina.

Vanaf 1942 nemen de joden daarom hun vlucht tot illegale immigratie. De Britten proberen dit te stoppen door middel van vlootacties en politionele acties. De meest gedenkwaardige onderschepping van illegale immigratie, is die van het schip de ‘Exodus’ in 1945, waarop zich 4500 overlevenden van de kampen bevinden.
Na de Tweede Wereldoorlog neemt de immigratie naar Israël toe. Het overgrote deel van de joden in Europa is omgekomen in de concentratiekampen van de nazi’s.

De overlevenden keren terug naar hun land van herkomst. Vaak worden ze daar echter niet goed opgevangen. Velen van hen immigreren naar de Verenigde Staten en een kleiner aantal naar Israël. Vooral bij de joden die uit Midden- en Oost-Europa komen is de angst om opnieuw gediscrimineerd en vervolgd te worden groot. Velen van hen doorstaan daarom de moeizame tocht naar Israël. Gedurende WO II was het in Palestina relatief rustig geweest. Daarna worden de zionistische activiteiten meer gewelddadig. In 1920 was geheime organisatie Haganah (verdediging) opgericht, die tot 1936 alleen verdedigingsacties uitvoerden, maar gedurende de jaren van Arabische opstand steeds agressiever worden. Ook de Irgoen, een rechts georiënteerde splintergroep van de Haganah, opgericht in 1931, wordt steeds extremer.
Het Joods Agentschap, onder leiding van Chaim Weitzmann en David Ben-Goerion, proberen de goodwill van de Britten te behouden. Ze boden de hulp van de joden aan in de oorlog. De Britten vormden uiteindelijk een brigade van joodse vrijwilligers, ‘Jewish Brigade’, aan die actief waren tegen het eind van de oorlog in Europa en Afrika.

In april 1947 geven de Britten het Mandaat terug aan de Verenigde Naties, de opvol­ger van de Volkenbond. De gewelddadige situatie in Palestina is onhoudbaar gewor­den voor de Britten.
Op 29 november 1947 neemt de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan voor de verdeling van Palestina.

vn delingsplan 1947

Er zal een joodse staat moeten komen, een Palestijnse staat en een internationale supervisie over Jeruzalem. Er worden echter geen voorzieningen getroffen voor de handhaving van dit plan.

Op 17 december 1947 verklaren de Raad van de Arabische Liga zich te verzetten tegen de voorgestelde regeling, desnoods met geweld. De joodse leiders aanvaarden het VN plan. De verdeling van grond is in het joodse voordeel: ze hadden slechts 7 % van Palestina in hun bezit en zouden nu 55 % krijgen. De Palestijnen krijgen 45 % van het grondgebied van het mandaat Palestina.

Zie voor Deel 2 De strijd in het Midden Oosten Deel 42 Oorlog door de Eeuwen heen Deel 42 Oorlog door de Eeuwen heen