We hebben 236 gasten online

Deel 42 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

 De slag bij Agincourt 1415

Deel 2 De strijd in het Midden Oosten

Spoedig na de aanvaarding door de VN van een deling van Palestina in een Joodse en palestijnse staat braken er op grote schaal vijandelijkheden uit. Beide partijen probeerden zoveel mogelijk grondgebied in handen te krijgen.

De Arabische buurlanden kwamen met hun legers de Palestijnse Arabieren te hulp. De gevechten werden steeds heviger en ontaarden in wrede represailleacties. In april 1948 voerde een commando van extremistische Joden een massamoord uit op 254 Arabische inwoners van het dorpje Deir Yassin. Deze actie droeg ertoe bij dat veel Arabieren op de vlucht sloegen.

Israëlisch - Arabisch conflict

overzichtskaart

Volgens de latere officiële Israëlische lezing zijn veel Arabieren niet voor dit soort Joodse terreur gevlucht, maar gaven ze gehoor aan de oproep van Arabische leiders om tijdelijk, vrijwillig het land te verlaten. Pas tientallen jaren later durfden Israëlische historici te publiceren dat het behoorde tot de systematiek van de Israëliërs om Palestijnen te verdrijven. In de periode van 1947 tot 1949 verdwenen er vierhonderd Arabische dorpen van de aardbodem. Maar de visie van deze 'nieuwe historici' drong niet door tot de Israëlische schoolboeken. Daarin wordt de mythe in stand gehouden van de kleine David (Israël)moest strijden tegen de reus Goliath (de Arabische overmacht.

Maar beide groepen, zowel de Joden als de Arabieren hebben een selectief geheugen: over feiten die een negatief licht werpen op hun gedragingen wille ze niets horen. De Arabische Palestijnen spreken over 'het rampjaar 1948' en zien zichzelf als machteloze slachtoffers. Maar de Palestijnse historicus Rashid Khalidi benadrukt dat de Arabieren kansen hebben laten liggen voor een vreedzame regeling met de zionisten.

Op 15 mei 1948 werd de Britse vlag gestreken, en verlieten de laatste Britse militairen het mandaatgebied Palestina. De dag daarvoor, 14 mei 1948, had David Ben-Goerion in Tel Aviv de staat Israël geproclameerd.

Vanaf de stichting van de staat in 1948 is Israël verwikkeld in verschillende oorlogen met zijn Arabische buurlanden. Al deze oorlogen kunnen gezien worden als een voortslepend conflict over de grond waarop Israël zijn staat gebouwd heeft.

Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog (1948)

1948 Onafhankelijkheidsoorlog

Na de uitroeping van de staat in 1948 concentreren Trans-Jordanië, Egypte, Syrië, Libanon en Irak troepen voor een oorlog met Israël. Deze troepen zijn veel beter bewapend dan het Israëlische leger. Hun legers waren echter slecht getraind en het moreel was laag. Toch lukt het de Israëlische staat weerstand te bieden tegen de Arabieren. Niet alleen zijn ze in staat hun gebied te behouden, maar breiden het zelfs uit naar de kust, de Negev woestijn en Galilea. Israël wist onder meer West-Jeruzalem en de Negev-woestijn te veroveren. Egypte zetelt zich in de Gaza-strook, Jordanië op de Westelijke-Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en Syrië op de oostelijke oever van het Meer van Galilea. Tussen januari en april 1949 volgen er onderhandelingen over wapenstilstandsverdragen, die uiteindelijk getekend worden op het eiland Rhodos. Voor de Arabische staten betekent de aanvaarding van de wapenstilstandsverdragen echter geen erkenning of aanvaarding van de staat Israël of zijn grenzen. Zevenhonderdvijftigduizend Palestijnse Arabieren slaan op de vlucht.

palestijnse vluchtelingen

De bestandslijnen werden internationaal erkend als de grenzen van de nieuwe staat. Israël werd toegelaten tot de VN. Voor de Palestijenen bleef er niets over: de Gazastrook kam onder Egyptisch bestuur. De westoever van de Jordaan kwam onder beheer van Transjordanië. In 1950 zou koning Abdoellah dit gebied inlijven; de naam van zijn koninkrijk veranderde in Jordanië.

De oorlog had een vluchtelingenstroom van 500.000 tot 750.000 Palestijnen op gang gebracht. De meesten van hen kwamen terecht in vluchtelingenkampen op de Westoever en de Gazastrook. De kampen groeiden uit tot permanente woonoorden. In de loop der jaren werden zij broeinesten van frustratie en radicalisering. de leiders van de Arabische landen deden vrijwel niets om de vluchtelingen te helpen. Daarmee wilden ze laten zien hoe onmenselijk Israël was. Geen enkel Arabisch land erkende in 1949 Israël. Dat zou nog aanleiding zijn tot een aantal oorlogen in het Midden-Oosten.

bestandsovereenkomst 1948

Arabisch nationalisme en socialisme

Egypte, van strategisch belang door het Suezkanaal, had de meeste inwoners. In 1952 vond er een staatsgreep plaats en de Britsgezinde koning Faroek werd door Nasser afgezet. Egypte werd een republiek. Nasser ontwikkelde zich als een dictator en zag zichzelf als de leider van de Arabische wereld. In 1958 liet hij Egypte en Syrië samengaan in de VAR ( verenigde Arabische Republiek). Deze duurde maar tot 1961. Hij belichaamde het Arabische nationalisme en verzette zich tegen de 'zionistische agressor'.

Daarnaast verkondigde Nasser het Arabisch socialisme, ging over tot grote landhervormingen en maakte een begin met sociale voorzieningen en nationalisaties van grote bedrijven.

Het Midden-Oosten vormde tijdens de Koude Oorlog een van de strijdtonelen tussen de Sovjet-Unie en het Westen. Nasser was uitgesproken anti-westers. De Russen leverden vanaf 1955 wapens aan Egypte en Syrië maar Egypte bleef officieel neutraal.

Premier Ben Goerion besefte dat Israël totaal afhankelijk was van de VS. Hij geloofde niet in vrede met de Arabieren. Tussen 1949 en 1956 telde Israël 12.000 Arabische aanslagen en aanvallen.

Behalve in Egypte schoot het Arabische socialisme ook wortel in Syrië en Irak. In beide landen groeide een machtige Baathpartij. Baath betekent wederopleving, en wel van de Arabische natie. Vanaf de oprichting streefde ze naar dekolonisatie. ze was tegelijk nationalistisch en socialistisch en predikte gelijkheid tussen mensen.

Syrië was in 1946 onafhankelijk geworden. Ook hier kwam de Baath partij door een revolutie in 1963 aan de macht. Vanaf 1970 was Hafez al Assad staatshoofd en oefende tot zijn dood in 1970 een strenge dictatuur uit. Het verzet van strenggelovige moslims werd in 1982 met harde hand onderdrukt. Assad wilde daarmee duidelijk maken dat de Baath-ideologie een seculiere staat centraal stelde, los van godsdienstige invloed. Net als Egypte steunde Syrië guerrilla-acties door Palestijnse militanten tegen Israël.

In Irak voerde een groep officieren in 1958 een zeer bloedige staatsgreep uit. De hele koninklijke familie werd uitgemoord en Irak werd een republiek. De pro-westerse koers werd vervangen door een oriëntatie op Moskou. In 1968 greep de Baath partij, gesteund door delen van het leger, de macht. De nieuwe president Hassan al-Bakr - met in zijn schaduw de jonge Saddam Hoessein - gebruikte de Baath om een netwerk van persoonlijke macht op te bouwen. Een en ander hield echter niet in dat er tussen de verschillende Baath partijen meer eenheid kwam in de Arabische landen.

Naast de regimes van Nasser en de Baathisten bleef in het Midden Oosten ook een aantal conservatieve regimes bestaan, zoals de koning van Jordanië Hoessein en in Saudie-Arabië en de Golfstaten handhaafden zich steenrijke dynastieën. het ideaal van een Arabische eenheid bleek een hersenschim. Het enige bindmiddel was de haat tegen Israël. De Arabische liga, in 1945 opgericht om de Arabische eenheid gestalte te geven, bleek in de praktijk een machteloos orgaan.

Suezcrisis 1956

Nasser was op zoek naar nieuwe financiers voor de bouw van de Assoeandam in de Nijl. Westerse banken weigerden voor de financiering te zorgen. Daarop accepteerde Nasser een Russisch aanbod voor steun. Tevens kondigde Nasser de nationalisatie van het Suezkanaal aan. Nasser wilde de tolgelden o.a. ook besteden voor financiering van de Assuandam.

Israelische aanval suezkanaalcrisis

In reactie stelden de Britten en Fransen in samenwerking met de Israëli's een krijgsplan op. Israel zou Egypte aanvallen, en vervolgens zouden Britse en franse militairen posities innemen langs het Suezkanaal. In oktober 1956 ging men tot de aanval over. Maar zowel de VS als de Sovjet Unie waren 'not amused'. De Russen dreigden met een kernoorlog en president Eisenhouwer reageerde woedend op het imperialistische optreden van de Britten en Fransen. Onder sterke Amerikaanse druk trokken Frankrijk, Engeland en Israël zich terug. Er werden VN-blauwhelmen gelegerd langs de Israëlisch-Egyptische grens.

Israel trekt zich terug uit de Sinai en de Gazastrook

Nasser werd zo de grote winnaar en mocht zijn kanaal houden. De Assouandam kwam er ook. De rol van de Britten en fransen was definitief uitgespeeld als koloniale machthebbers.

Vanaf dat moment ging de VS zich actief met het Midden Oosten bemoeien. Eisenhouwer verkondigde in 1957 het recht van de VS om met behulp van een gewapende macht de onschendbaarheid van naties (lees Israël) te beschermen.

Zesdaagse oorlog in 1967

Nasser dwong de VN in 1967 om de VN-blauwhelmen weg te halen uit de Sinaï. In mei 1967 kondigt Syrië aan dat Israël troepen formeert aan de Syrische en Egypti­sche grens (dit is overigens nooit bevestigd). De Egyptische president Nassar for­meert zijn troepen in de Sinaï en sluit de Golf van Akaba voor Israëlische schepen. Op 30 mei sluit koning Hoessein van Jordanië een aanvalsverdrag met de Egypti­sche president Nassar.

In Israël leefden angstgevoelens: een gezamenlijke Arabische militaire actie zou het kleine land kunnen verpletteren. Arabische persorganen riepen het publiek om 'de Joden in zee te drijven'. De Israëlische regering concludeerde dat de vijand op het punt stond aan te vallen. Ze besloot niet af te wachten en als eerste toe te slaan. Op 5 juni valt Israël als eerste aan en vernietigd de Egypti­sche luchttroepen, die zich nog aan de grond bevinden. Binnen enkele dagen verslaat Israël de Egyptische troepen en neemt de Sinaï-woestijn in beslag, verovert de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië en de Golan-hoogte op Syrië. De Palestijnen vluchten, vaak voor de tweede keer, of blijven onder de bezet­ting van de Israëli’s.

front 6 daagse oorlog 1967

In deze zesdaagse oorlog veroverde Israël:

  • De Sinaï-woestijn en de Gazastrook op Egypte;

  • De Westover van de Jordaan, inclusief Oost-Jeruzalem, op Jordanië;

  • De hoogvlakte van Golan op Syrië.

door israel veroverde gebieden 1967

De verovering van Jeruzalem, met de Klaagmuur, was van emotionele betekenis voor de Joden. Israël liet weten deze stad nooit meer te zullen opgeven.

Kort na de zesdaagse oorlog nam de Veiligheidsraad VN resolutie 242 aan, waarin Israël werd opgedragen zich terug te trekken achter de grenzen van voor de Zesdaagse oorlog en riep alle landen op de staat van oorlog ten opzichte van elkaar op te heffen. Ook werd voor het vluchtelingenvraagstuk een rechtvaardige oplossing voorgesteld.

Het principe land voor vrede werd uitgangspunt van de zoektocht naar een akkoord. In ruil van erkenning leek Israël aanvankelijk bereid de bezette gebieden (behalve Jeruzalem) terug te geven.

Er kwam ook een ander belangrijk obstakel voor vrede bij. De overwinning in de zesdaagse oorlog had in Israël overmatig zelfvertrouwen gewekt. Naast het veiligheidsmotief gingen in de Israëlische politiek ook religieuze motieven een rol spelen. Voor orthodoxe Joden was de verovering van de Westelijke Jordaanoever immers bijbelse grond: Judea en Samaria. Al snel werden door Joodse nederzettingen gebouwd, midden tussen de Palestijnen.

Yom Kippoer-/ Grote Verzoeningsdagoorlog (1973)

anwar sadat

golda meir

In 1973 plannen de Egyptische president Answar el-Sadat, die in 1970 Nassar opvolgde, en de Syrische president Hafiz al-Assad een verrassingsaanval op Israël. Ze worden hierbij gesteund door 6 andere Arabische staten. Op 6 oktober, voor de joden ‘Yom Kippoer’ (Grote Verzoeningsdag) de heiligste dag
van het jaar, vallen de Egyptische en Syrische troepen Israël aan. Ondanks meerdere waarschuwingen van de Israëlische Veiligheidsdienst en een persoonlijke waarschuwing van de Jordaanse koning Hoessein aan Golda Meir, is Israël niet voorbereid op de aanval. Golda Meir De Syrische troepen trekken verder Galilea binnen, terwijl Egyptisch troepen de Sinaï binnentrekken.

1e wapenstilstand overeenkomst 1974

Egypte stak het Suezkanaal over en Syrië probeerde de Golanhoogvlakte te heroveren. Een Amerikaanse luchtbrug leverde snel tanks en andere wapens (ook Nederland leverde oorlogsmateriaal in het geheim). Generaal Ariel Sharon stak zelfs het Suezkanaal over en tegelijkertijd werd de Golanhoogvlakte heroverd.

Onder leiding van Kissinger (VS) werd een wapenstilstand afgesproken tussen Egypte en Israël. Tijdens deze oorlog maakten de Arabische landen voor het eerst gebruik van het oliewapen. De VS en Nederland werden door een olieboycot getroffen. Tevens werden de olieprijzen verhoogd. Deze zogenaamde oliecrisis leidde wereldwijd tot een economische inzinking.

2e wapenstilstandsovereenkomst 1975

Het Israëlische leger steekt het Suezkanaal over om het Egyptische leger te omcirkelen. De Israëlische troepen dringen het Egyptische en Syrische leger terug tot dat ze zich ongeveer honderd kilometer van Caïro en 60 kilometer van Damascus bevinden. De Sovjet-Unie dreigt aan te vallen als Israël zich niet terug­trekt. De Verenigde Staten, verwikkeld in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie, rea­geert hierop door Israël te steunen. Er dreigt een atoomoorlog. Na een overeenkomst tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten komt er in mei 1974 een wapenstil­stand.

Camp David akkoord 1979

camp david akkoord

Na 1973 deed de VS veel moeite om tot een duurzame vrede te komen tussen Egypte en Israël. In 1977 deed president Sadat van Egypte een spectaculaire stap: hij reisde naar Jeruzalem om daar het Israëlische parlement toe te spreken. Buiten de radicale Arabische landen werd dit bezoek met gejuich ontvangen. President Carter nodigde daarop Sadat en de Israëlische premier Begin uit op het presidentiële buitenverblijf Camp David om over vrede te onderhandelen. In 1979 kwamen de Camp-David akkoorden tot stand. Die hielden het volgende in:

  • Wederzijdse erkenning;

  • Een vredesverdrag waarbij Israël de Sinaï zou teruggeven en Israëlische schepen vrijelijk door het Seuzkanaal en de Golf van Akaba zouden mogen varen;

  • Israëls instemming met een beperkte vorm van zelfbestuur voor de Palestijnen in bezet gebied.

Israël ontruimde de Sinaï in fasen. De onderhandelingen over Palestijns zelfbestuur raakten echter snel in het slop.

De meeste Arabische landen noemden Sadat een verrader. Sadat werd in 1981 tijdens een militaire parade door radicaalislamitische landgenoten doodgeschoten. Zijn opvolger Moebarak handhaafde de vrede met Israël, maar zocht toenadering tot de andere Arabische landen.

Het rechtse Likoedblok kreeg in Israël in de jaren zeventig steeds meer aanhang. Likoed won in 1977 de verkiezingen. De nieuwe premier, Menachim Begin, liet weten nieuwe Joodse nederzettingen te gaan bouwen op de Westoever en in de Gazastrook met als dool 'verjoodsing' van deze gebieden. De gedachte 'land-voor-vrede' van VN-resolutie 242 werd zo een illusie. De Likoed wilde zo duidelijk maken dat zij het Bijbelse Judea en Samaria bij Israël wilde voegen.

Palestijnse Bevrijdingsorganisatie - PLO (Palistine Liberation Organization)

In 1964 wordt de PLO opgericht, in de eerste instantie als inter-Arabisch politiek instrument. In 1967 krijgt de PLO een meer internationale rol. De Arabische regimes hadden gefaald Israël te verslaan in de Zesdaagse oorlog, waardoor de steun voor Palestijnse guerrillaorganisaties toenam. De PLO, onder leiding van Yassar Arafat, ontketent een terreur-oorlog tegen Israël. De gewapende bevrijdingsstrijd van de PLO zou moeten uitmonden in ‘de vervanging van een exclusief joodse staat door een democratische niet-sektarische staat Palestina waarin joden en Palestijnen over gelijke rechten zouden beschikken.’[11]
De eerste basis van de PLO is in Jordanië. Koning Hoessein verbant de PLO uit Jor­danië (1970), na botsingen met de Jordaanse regering.
De PLO zetelde zich nu in Libanon, waar de PLO dankzij de burgeroorlog tussen de moslims en de christenen en het afnemende gezag van de Libanese regering prak­tisch ‘een staat in de staat’ kon oprichten. In 1972 vermoorden de Palestijnse extre­misten van Zwarte September elf Israëlische sportlieden tijdens de Olympische Spelen in München

Strafexpeditie in Libanon

Naar aanleiding van de aanhoudende terreur tegen Israël plan­nen de Israëlische minister-president Menachim Begin en de minister van defensie Ariel Sharon, een held uit de Yom Kippoeroorlog, in 1982 een invasie om de PLO uit Libanon te verdrijven. Israël hoopt een nieuwe president aan de macht te helpen die bereidt was een vredesverdrag met Israël te tekenen. Op 6 juni 1982 volgt de invasie in Libanon, waarbij het Israëlische leger de PLO en de Syrische troepen verslaat. Israël en zijn (christelijk) Libanese bondgenoten omcirkelen West-Beiroet en de PLO en de Syrische troepen moeten de stad verlaten.

Israël doet niets als de christelijke Libanezen meer dan 1000 Palestijnen in vluchtelingenkampen in Chatila en Sabra vermoorden. Rond juni 1985 trekken de Israëlische troepen zich terug, behalve in het zuiden van Libanon, wat ze als bufferzone bezetten. Libanon blijft achter in chaos.

buitenl troepen libanon 1992

De PLO vestigt zijn hoofdkantoor vervolgens in Tunis. De tactieken van de PLO veranderen. Tot die tijd hadden ze voornamelijk aanvallen op Israëlische en joodse doelen in Israël en in het buitenland uitgevoerd, waarbij ze aanslagen plegen op o.a. vliegtuigen, hotels en scholen. Ze doen dit om publiciteit te krijgen. Aan het eind van de jaren ‘80 verplaatst de strijd zich naar de Bezette Gebieden, en richten ze hun strijd tegen de bezetters in eigen land.

Intifada

Op 8 december 1987 begint de Palestijnse volksopstand; de Intifada. De aanleiding hiervan is de toenemende werkeloosheid onder de Palestijnen. De achterliggende oorzaak is de 20 jaar durende bezetting door Israël van de Palestijnse Gebieden. De Palestijnen uiten hun onvrede op verschillende manieren. Ze boycotten Israëlische goederen, vallen Israëlische burgers en kolonisten aan, houden protestdemonstraties en gooien stenen naar de Israëlische soldaten. Israël reageert rigoureus met het inzetten van het leger, ondanks protest van vele Israëlische burgers. Voordat Israël veranderingen wil doorvoeren in de Bezette Gebieden wilden ze eerst de opstand onderdrukken. Na 1989 is het Israël gelukt het merendeel aan onlusten te onder­drukken, maar ze zijn niet in staat geweest al het geweld uit te roeien.

Vredesonderhandelingen

Aan het eind van 1991 beginnen nieuwe ronden vredesgesprekken tussen Israël en de PLO, met bemiddeling van George Bush, in Madrid. Israël zal zich terug moeten trekken achter de grenzen van 1967 op basis van resoluties 242 en 338, waarin wordt opgeroepen tot de volledige Israëlische terugtrekking uit alle Bezette Gebieden, van de VN veiligheidsraad, in ruil voor vrede met de Palestijnen en de Arabische landen. Voor de Israëlische minister-president Shamir (Likud) is teruggave echter onbe­spreekbaar. Een ander probleem is dat de PLO van Israël alleen onder een Jordaans -Palestijnse delegatie mag worden ondergebracht. Het is dan ook niet verbazingwek­kend dat de onderhandelingen tot niets leiden.
Israël wil bij een overeenkomst Gaza als eerste overdragen aan de Palestijnse auto­riteiten. De Gaza-strook is een probleemgebied, overbevolkt en werkeloos, wat Israël liever kwijt dan rijk is. Heel anders ligt het met de Westelijke Jordaanoever. Religieus gezien is het gebied belangrijk voor Israël; het maakte deel uit van het oudtestamen­tisch ‘Groot-Israël’. De export van Israël is grotendeels naar de dit gebied en de Israëlische economie was afhankelijk van de goedkope Palestijnse arbeidskrachten uit dit gebied. Het belangrijkste struikelblok met betrekking tot de Westelijke Jor­daanoever is de toegang naar waterbronnen. Een derde van het watergebruik in Israël is afkomstig uit de Jordaan, die gevoed wordt door zijrivieren in Zuid-Libanon en de Golan-hoogte, en het grootgrondwaterreservoir dat zich voor 95 % onder de Westelijke Jordaanoever bevind.Een ander probleem in de onderhandelingen vormen de joodse nederzettingen in de Bezette Gebieden. In 1997 woonden er 128.000 kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en 6.000 in de Gaza-strook. Een ander groot probleem vormt Jeruzalem. Israël beschouwt Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad van Israël. Ze veroverde Oost-Jeruzalem op Jordanië in de Zesdaagse oorlog. Jeruzalem is voor de drie wereld­godsdiensten, het jodendom, de islam en het christendom, een heilige stad. De joodse bevolking in Oost-Jeruzalem is sinds 1967 ontzettend gegroeid. De nederzettingen politiek, de watervoorziening en Oost-Jeruzalem lijken bijna onoverkomelijke barriè­res in het vredesproces. Bovenal wil Israël zich veilig stellen tegen geweld. Terug­gave van grond moet in ruil gaan met de verzekering van veiligheid van de Palestijnse zijde. In 1992 begint onder minister-president Rabin en Shimon Peres (Marach(Arbeidspartij)) een nieuwe ronde onderhandelingen.

simon peres

Peres In 1993 komen Israël en de PLO onverwachts tot een overeenkomst na veelvuldige onderhandelingen in Noorwegen, en wordt in september het Oslo-akkoord ondertekend door Rabin en Arafat. Er wordt een principeverklaring ondertekend voor een interim-akkoord voor een overgangsperiode die oslo akkoorduiteindelijk zal moeten leiden tot het overdragen van de Gaza-strook en district Jericho en de grote Palestijnse bevolkingcentra, behalve Oost-Jeruzalem, aan Palestijnse autoriteiten in mei 1994. Op 6 oktober 1994 tekent Rabin een vredesakkoord met de Jordaanse koning Hoessein en haalt economische banden aan met Marokko en de Golfstaten. De onderhandelingen over de definitieve status van de Bezette Gebieden zullen in 1999 afgerond moeten zijn. Bijna 95 % van het voormalig mandaatgebied Palestina blijft, afgesproken in de Oslo-akkoorden, in Israëlische handen. In juli 2000 is er nieuwe ronde gesprekken begonnen tussen Ehud Barak en Arafat onder begeleiding van Bil Clinton in Camp David (waar de vrede met Egypte is ondertekend)

Het is een moeizame ronde onderhandelingen. Zo willen de Palestijnen geen akkoord sluiten zonder Oost-Jeruzalem te verkrijgen. Verder willen ze dat de grenzen van hun staat de grenzen zijn van voor 1967, en willen ze dat alle Palestijnse vluch­telingen het recht krijgen terug te keren naar de Palestijnse Gebieden, of, als ze niet terug kunnen of willen komen, ze financieel gecompenseerd worden voor hun verlie­zen. Israël wil Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad behouden, de grenzen niet terug zoals voor 1967 en geen recht op terugkeer voor alle Palestijnse vluchtelingen. Ver­der is voor Israël de veiligheid voor de joodse kolonisten in de Bezette Gebieden van groot belang. Het lijkt onmogelijk tot een akkoord te komen als beide zijden niet bereid zijn bepaald concessies te doen.

De vrede met Syrië is nog lang niet gesloten. Syrië wil de in de zesdaagse oorlog veroverde Golan-hoogte terug. Israël is echter niet bereid deze volledig terug te geven.
In mei 2000 heeft Israël zich teruggetrokken uit Zuid-Libanon, waardoor de betrek­kingen met dit land enigszins gestabiliseerd zijn. Uiteindelijk weigerde Arafat om het akkoord te ondertekenen en oud president Clinton beschrijft in zijn biografie ‘My live’ dat Arafat een kans heeft gemist door zijn besluiteloosheid en niet in staat was historie te schrijven. Hij waarschuwde Arafat voor de verkiezingen in Israël omdat Sharon die zou kunnen gaan winnen waardoor men een hardere politieke lijn in Israël zou gaan volgen. Zie ook boek memoires Madeleine Ulbright.

In 2003 begon Israël met de bouw van een barrière (hek en muur) die de Westoever hermetisch afsloot van het eigenlijke Israël. Het aantal zelfmoordaanslagen verminderde daardoor drastisch. De Barrière hield geen rekening met de eigendomsrechten van de Palestijnen.

beschermingswal

Daartegenover stond dat Premier Sharon, tot verbijstering van zijn eigen Likoed-achterban, de terugtrekking aan van alle zevenduizend Joodse kolonisten in de Gazastrook. Dit leidde er toe dat het Israëlische leger moest worden ingezet. In 2005 werden de laatste nederzettingen in de Gaza-strook ontmanteld. Sharon kreeg begin 2006 een hersenbloeding en werd daardoor uitgeschakeld. Hij werd opgevolgd door Ehud Olmert, maar deze ontbeerde het charisma van Sharon.

Israël zette echter de bouw van nederzettingen op de Westoever voort. de situatie werd nog moeilijker toen Hamas in 2006 op zowel de Westoever als in de Gazastrook de verkiezingen won. In maart 2006 vormde de Hamas een regering. De Hamas-premier stond echter van meet af aan op gespannen voet met president Mahmoud Abbas (opvolger van Arafat). Tussen de aanhangers van Hamas en El Fatah (de voornaamste groepering binnen de PLO) braken bloedige gevechten uit. In feite was er sprake van een ideologisch conflict: president Abbas wilde het vredesproces met Israël oppakken, terwijl Hamas bleef weigeren de staat Israël te erkennen. Hamas was en bleef een terroristische organisatie. Premier Olmert legde de Palestijnse Autoriteit een financiële boycot op, in samenspraak met de VS en de EU. De Palestijnse bevolking werd door die boycot zwaar gedupeerd.

In 2007 kwam het na felle gevechten tussen Hamas en Fatah tot een boedelscheiding: Hamas verdreef Fatah van de Gazastrook en ging daar het gezag uitoefenen; voor president Abbas en zijn Fatah-partij bleef toen alleen de Westoever over. Een vredesregeling met de Palestijnen leek verder weg dan ooit.

Enkele opmerkingen:

1) De Palestijnse Autoriteit blijkt niet in staat Hamas onder controle te houden.

2) De moord op Rabin is ook nadelig geweest voor het vredesproces.

3) De nederzettingenpolitiek van de Israëlische regering bevordert niet een snelle oplossing van het conflict. Integendeel.

4) De akkoorden van Oslo bestaan alleen nog meer op papier.

5) De V.S. vertonen geen consistent beleid gezien het feit dat President Obama zelf akkoord lijkt te gaan met grensaanpassingen waardor Israël Palestijns gebied niet aan de Palestijnen hoeft af te staan.

6) De politieke situatie in Israël is zeer ongewis.

7) De economische situatie in de Gazastrook als op de Westelijke Jordaanoever is een ramp te noemen. Meer dan de helft van de Palestijnen heeft geen werk en de meeste Palestijnen zijn afhankelijk van Israël voor hun inkomen.

8) Door het optreden van het Israëlische leger in de bezette gebieden ziet de woonomgeving er uit als in een land in staat van oorlog.

9) Veel jonge mensen worden getraumatiseerd door hetgeen er dagelijks plaatsvindt. Jonge mensen hebben niet anders dan een bezetting van hun land meegemaakt en zien geen toekomst.

11) Het wordt de hoogste tijd dat Israël de resoluties van de Veiligheidsraad uitvoert. Die zijn van 1967. Resolutie 242 spreekt van een beëindiging van de staat van oorlog, wederzijdse erkenning en een terugtrekking uit de bezette gebieden naar de situatie van voor juni 1967.

Zie voor Deel 43 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 43 Oorlog door de Eeuwen heen