We hebben 107 gasten online

Deel 43 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

De lange weg naar de onafhankelijkheid van Indonesië

De Indonesische vorstendommen

Java was in 1596 een ontwikkeld gebied. Bevolking leefde in de desa’s onder gezag van adellijke bestuurders die de vorst moesten gehoorzamen. Ze vormden grote of kleine staten.

Men moest tienden van de oogst aan hem afstaan en dienstplichtigen leveren. De vorst stond in verbinding met de goden en beschikte over bovennatuurlijke gaven.

Dat geloof komt voort uit de ADAT, een eeuwenoud stelsel van gewoonten en voorschriften.

In 1300 kreeg de Islam vaste voet in Indonesië.

Men onderhield veel internationale contacten lang voordat de Portugezen ( 1511) er kwamen. De macht in de vorstendommen berustte bij de havenvorst, het adellijke bestuur en de cargadoors.

Bundeling van kracht en kennis

- Eerste expeditie in 1596. Doel een flink aandeel veroveren in de specerijenhandel.

Dat lukte niet door:

1) Felle concurrentie

2) Engelsen en Portugezen verzetten zich tegen groeiende Hollandse invloed

- 1602 Oprichting VOC. Mocht verdragen sluiten, oorlog voeren en nederzettingen stichtten.

- 1610 Instelling functie van Gouverneur Generaal

- 1619 – 1623 en 1627 – 1629 Jan Pieterszoon Coen legde de basis monopolie kruidnagels en handel in nootmuskaat. (Uitroeiing Bantamse bevolking).

memo hfst 6 afb 2

Ontstaan van een koloniaal bestuur

memo hfst 6 afb 2

In de loop van de 18e eeuw werden Engeland en Frankrijk steeds machtiger en brokkelde de macht van de Zeven Verenigde Provinciën af.

1780 Republiek in oorlog met Engeland waarbij de Engelsen de directe verbinding tussen Nederland en de Indonesische archipel blokkeerde.

memo hfst 6 afb 3

In Batavia raakte men in geldnood omdat men geen goederen op de vrije markt mocht verkopen.

1795 Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland door de Franse bezetting en stelde de brieven van Kew op waarin hij de Aziatische en West - Indische bezittingen in feite aan de Engelsen gaf.

Alleen Java en enkele andere gebieden bleven onder Hollands gezag.

1795 Bataafse Republiek.

1 maart 1796 opheffing VOC door de Staten Generaal.

1802 ‘commissie grondwet’ voor de kolonie: twee stromingen

Conservatieve stroming: verdediging Nederlandse positie

Vooruitstrevende: voor hervorming koloniale maatschappij

De politiek in het moederland bepaalde voortaan wat er in Indonesië zou gebeuren.

memo hfst 6 afb 4

Daendels

1806 einde Bataafse Republiek. Koninkrijk Holland o.l.v. Lodewijk Napoleon. Bestuurderin de Oost werd Daendels. Hij reorganiseerde tussen 1808 – 1811 het ambtenarenapparaat.

Probeerde corruptie te bestrijden en legde de grote Postweg aan dwars door Java.

Hij stelde HEREDIENSTEN in die nauwelijks werden betaald. Men moest die verrichten..

Daendels optreden maakte hem gehaat bij veel Nederlanders en Indonesiërs en zijn geldzucht en grootheidswaan keerde zich tegen hem.

Na zijn Indië periode (1808-1811), , trok hij met Napoleon op naar Moskou en stierf als gouverneur van het slavenfort Elmina in het huidige Ghana.

Onder de Engelsen

1811 bestuur in handen van de Engelsen. Raffles stelde pachtprijs, sloot niet aan bij karakter Javaanse desa”s.

Betrouwbare gegevens om individuele landrente op te baseren ontbraken. In de praktijk betekende dat een lastenverzwaring.

1814 Engeland geeft bezittingen weer terug aan Nederland.

Verzet tegen Hollands bestuur

- Pas in mei 1816 werd Hollands bestuur hersteld. Veel verzet bevolking vooral in de Molukken. Matoelesia werd uiteindelijk opgehangen.

- Tussen 1816 en 1830 werd de basis gelegd voor het koloniale beleid zoals dat in de 19e en 20e eeuw gevoerd is.

memo hfst 6 afb 5

- Hollandse bemoeizucht een van de oorzaken uitbreken Java oorlog in 1825 o.l.v. Dipanegra. Javaanse bestuursadel versneld onder Nederlands gezag gebracht. 15.000 Nederlanders vonden de dood en 200.000 inlanders.

Het cultuurstelsel

1828

Invoering Cultuurstelsel in 1830

- Men verplichtte grote delen Javaanse bevolking agrarische exportproducten te verbouwen voor de Nederlandse markt. 1/5 land en deel van zijn arbeid afstaan in ruil voor een vergoeding, het zogenaamde plantloon.

- Voor Nederland was het een goudmijn. Opbrengsten tussen 1850 en 1860 30% van het totale Staatsinkomen.

- Sinds 1848 kon het Parlement meebeslissen over koloniale beleid.

- Er kwam kritiek van de kant van de liberalen. Zij zagen meer in vrije arbeid dan in dwangcultuur.

- In 1870 kwam de Agrarische Wet tot stand die particuliere ondernemers gelegenheid gaf zich in de kolonie te vestigen

- In 1890 definitief einde verplichte verbouw suikerriet.

Alleen koffie werd nog tot 1915 gedwongen geteeld.

Organisatie van bestuur

Opperbestuur in Den Haag: gaf aan Gouverneur Generaal opdrachten. Bestuur in Indië 8 departementen waaronder Binnenlands Bestuur. Zes Gouverneurs-- Resident - assistent resident.

Hoogste Indonesische bestuurder was de Regent; erfelijke positie. Indonesische bestuur dankte positie aan strenge gezagsverhoudingen. Ondergeschikt aan Hollands Bestuur.

memo hfst 6 afb 6

Djocja, bezoek van de resident aan de regent

2 Ondernemrs, Ethici en Nationalisten.

Max Havelaar schreef in 1859 het boek Multatuli. Men zou hem de uitvinder kunnen noemen van de ethische koers die rond 1900 het koloniale beleid ging bepalen.

Volgens ethici had Nederland een schuld tegenover de Indonesische bevolking wegens eeuwen van onderdrukking en uitbuiting. De tijd was gekomen om Indonesiërs te laten delen in westerse welvaart en ontwikkeling.

Maar juist door het onderwijs zou het Nederlandse gezag verdwijnen.

2.1 Nederland breidt zijn gezag uit

- 1870 Nederlandse kapitaalbezitters begonnen interesse te tonen om in Nederlands Indië te investeren waardoor er ook vanuit Nederland personeel kwam—opkomst vrije ondernemer -. Onder bestuur en leiding van GG van Heutsz (!904-1909) kwam een militaire machtsontwikkeling tot stand. KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger). Binnen enkele jaren werden de laatste vrije vorsten onder Nederlands gezag geplaatst.

- Op Noord Sumatra ontwikkeling tabakscultuur.

- 1891 Oprichting KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij)

- Er ontstond een probleem i.v.m. een tekort arbeidskrachten op Sumatra. Men ging Chinese koelies werven in Malakka. Ze werden als vee behandeld. Zwartste bladzijde uit de geschiedenis.

memo hfst 6 afb 7

2.2 De ethische periode

memo hfst 6 afb 8

Overheidspolitiek kreeg ethischer karakter door verbeterde economische vooruitzichten en de ‘westerse modernisering’ van de maatschappij. Steeds meer hoog opgeleide Nederlanders vonden werk in Nederlands Indië.

Veel nieuwkomers streefden naar deelname van de Indonesiërs aan de westerse technische en geestelijke vooruitgang:

1) De Indonesiërs moesten uit hun achterlijke positie bevrijd worden en onder zorgzame Nederlandse leiding tot ontwikkelde mensen worden opgevoed.

2) Een sterk Nederlands gezag bleef onmisbaar..

3) De ethische overtuiging werd overgenomen door de overheid was te danken aan de brede maatschappelijke steun en door het feit dat de maatregelen ook in het belang waren van de ondernemers.

Het onderwijs was voor de ethici HET middel om de traditionele maatschappij toegankelijk te maken voor de westerse ideeën en vernieuwingen..

De ethische overheid koos voor onderwijs aan de elite en voor de invoering van de zogenaamde driejarige desascholen.. Voor de grote middengroep tussen adel en boerenbevolking werd een Hollands-Indische school in het leven geroepen die aansloot op westers middelbaar onderwijs. Het eerste academische onderwijs in Nederlands-Indië werd mogelijk door de oprichting van de Technische Hogeschool in Bandoeng (1920). In Batavia ontstond de Rechtshogeschool , de Medische Hogeschool en andere faculteiten.

Ontwikkeling van de bevolking bleek niet in het belang van landbouwondernemingen met een arbeidsintensieve productie. Men kon de ruime winstmarges nu niet meer halen; zij zagen de mogelijke opkomst van een Indonesische industrie en nijverheid opgezet door westers geschoolde Indonesiërs als een bedreiging van hun export.

De overheid kreeg steeds meer de rol van scheidsrechter.

2.3 Opkomst van het Indonesische nationalisme

Na 1900 begon de samenleving te reageren op de ethische maatregelen. Met de kennis en ontwikkeling nam, ook de ontevredenheid toe over de overheersende rol van Nederland.

Die ontevredenheid kon zich ontwikkelen tot NATIONALISME was te danken aan voorbeelden uit het buitenland: Japan dat de oorlog met Rusland won in 1905 en de Russische revolutie ut 1917.

Het Indonesische nationalisme was in het begin gematigd. Als voorbeeld geldt BOEDI OETOMO (het schone streven) die in 1908 werd opgericht.

memo hfst 6 afb 9

Het congres van Boedi Oetomo

In 1911 volgde de INDISCHE PARTIJ en de SAREKAT ISLAM.

De Indische partij streefde naar gelijkheid en samenwerking tussen ALLE bevolkingsgroepen (Indiërs genoemd)., om het Indonesische vaderland te ontwikkelen tot een zelfstandige staat binnen een GEMENEBEST met Nederland.

Nadat de partij zich kritisch had uitgelaten over het Nederlandse gezag werden haar drie leider naar Nederland verbannen. Na terugkeer richtte een van de leiders Soerjaningrat de TAMA-SISWASCHOLEN op. In die scholen werden ook nationalistische ideeën bijgebracht. Deze scholen werden wilde scholen genoemd.

De Sarekat Islam groeide uit tot een politieke stroming met meer dan een miljoen leden. Doelstellingen waren eerst gematigd, maar later werd de partijkoers anti-overheid en anti-kapitalistisch. Rond 1919 ontstond binnen de partij een scheuring tussen marxisten en overtuigde islamieten, die deze massabeweging enorm verzwakte.

In 1914 werd door Sneevliet de ISDV (Indisch Sociaal Demokratische Vereniging) opgericht die in 1920 werd omgedoopt in PKI ( Partai Kommunis Indonesia) en was daarmee de eerste communistische partij in Azië.

GG van Limburg Stirum deed aan de pas geinstaleerde Volksraad de toezegging van beslissingsmacht en in meerderheid Indonesische samenstelling ervan. Het bleef bij beloften.

Wereldcrisis

GG de Jonge was de kampioen van de bezuinigingen die de ethische politiek verafschuwde en een onafhankelijk Indonesië afwees.

2.4 De nieuwe nationalisten

memo hfst 6 afb 10

In 1927 ontstond er een nieuwe groep nationalisten. Belangrijk in dat verband was de oprichting van de PNI, de Indonesische nationele partij, onder leiding van de econoom Mohammed Hatta en de ingenieur Soekarno. Soekarno was onbetwist de leider. Hij was een goede redenaar maar ook een kenner van westerse politieke en maatschappelijke denkbeelden. Dit wist hij te verbinden met de populaire WAYANG.

1929

Vanaf het begin koos de PNI voor een non-coöperatieve opstelling. In 1929 werden Soekarno en enkele andere leiders opgepakt en veroordeeld. Dit maakte Soekarno tot een martelaar voor de Indonesische zaak.. De PNI had wel concurrentie gekregen van de PNI-Baroe(de nieuwe PNI). GG de Jonge strafte met harde hand tussen 1932 en 1933 en stuurde de nationalisten Soekarno, Hatta en Sjarir naar BOVEN-DIGOEL op Nieuw Guinea.

memo hfst 6 afb 11

De non-coöperatieve beweging bloedde dood, maar het nationalisme verdween niet.

De veranderde nationalistische koers bleek ook uit de PETITIE-SOETARDJO(verzoekschrift aan de Nederlandse regering om binnen 10 jaar onafhankelijkheid te verlenen) in de Volksraad. De Volksraad nam de petitie aan maar de termijn van 10 jaar werd geschrapt. De Nederlandse regering wees haar echter af..

De Nationalisten reageerden daarop door in 1939 de GAPI op te richten, een FEDERATIEF verbond van Indonesische organisaties dat propaganda voerde voor een volwaardig Indonesisch parlementair bestuur.

2.5 Japan

Op 7 december 1941 vond de Japanse aanval op Pearl Harbour plaats. Als eerste mogendheid verklaarde Nederland aan Japan de oorlog. Door deze solidariteit hoopte men steun te krijgen van de V.S. en Engeland..

De slag in de Javazee van 27 januari 1942 maakte de weg vrij voor de Japanse marine om op Java te landen. Op 8 maart gaf het KNIL zich over.

3.1 Nationalisme en de Japanse bezetting

Voor de Japanners was het Indonesische nationalisme ondergeschikt aan hun eigen ideaal. Dat ideaal was het leiderschap van Japan over Azië..

Veel Indonesische leiders werkten samen met de Japanners. Die prijs voor die dubbelrol was hoog, want hun werk bracht met zich mee dat ze landgenoten overhaalden tot slavenarbeid voor de Japanners. Van deze ROMOESJA’S kwamen er in de oorlog honderdduizenden om.

De praktijk was dat de Japanners zoveel rijst opeisten dat er alleen al op Java twee miljoen mensen van de honger stierven.

De Japanse kampen

Na de bevrijding bleek dat een vijfde van de krijgsgevangenen en een zesde van de burgers in de kampen waren omgekomen. Gevangen waren 40.000 krijgsgevangenen en 110.000 Nederlandse burgers.

memo hfst 6 afb 12

De strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië

Fragmenten van de dvd 'Ons Koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog; Strijd om Indie - Het Nederlands-Indonesische conflict 1945-1949'.

De Japanners die Nederlands –Indië in 1942 veroverden stonden anders tegenover het Indonesische nationalisme. Toen zij de oorlog tegen de geallieerden begonnen te verliezen, beloofden zij de Indonesiërs de onafhankelijkheid

Voor de Japanners was het Indonesische nationalisme ondergeschikt aan hun eigen ideaal. Dat ideaal was het leiderschap van Japan over Azië..

Veel Indonesische leiders werkten samen met de Japanners. Die prijs voor die dubbelrol was hoog, want hun werk bracht met zich mee dat ze landgenoten overhaalden tot slavenarbeid voor de Japanners. Van deze Romoesja's kwamen er in de oorlog honderdduizenden om.

Al ver voor de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een onafhankelijkheidsstreven onder de Indonesische elite. Koningin Wilhelmina had in een radioboodschap van 6 december 1942 ook gesuggereerd dat er verandering zou komen in de koloniale verhoudingen. Maar dat Indonesiërs eenzijdig een eigen republiek oprichtten en die geheel zonder Nederlandse bemoeienis wilden besturen, dat was voor de meeste Nederlanders in 1945 ondenkbaar. Soekarno was voor hen een Japanse collaborateur die zeker niet de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigde. Het duurde vijf jaar, en voor sommigen nog veel langer, voordat werd ingezien dat de meeste Indonesiërs een koloniaal Nederlands bestuur na de Tweede Wereldoorlog niet meer als de natuurlijke gang van zaken beschouwden.

Op 7 september 1944 zegde de Japanse premier de onafhankelijkheid toe, maar pas na de atoombommem op Hirosjima en Nagasaki riep op 17 augustus 1945 Soekarno de Repoeblik Indonesia uit.

memo hfst 6 afb 13

Originele tekst van de onafhankelijkheidsverklaring met de handtekeningen van Soekarno en Hatta

Generaal Mc.Arthur stelde dat de verslagen Japanners verantwoordelijk waren voort de handhaving van de orde in Indonesië tot de komst van de geallieerde troepen.

Nederlandse troepen arriveerden pas in maart 1946 waardoor men niet hard op kon treden tegen de Indonesische Republiek.

De Engelsen stonden sympathiek tegenover de jonge Indonesische staat. Ook de V.S. wilden geen herstel van de koloniale verhoudingen.

Als basis voor de onderhandelingen met de Republikeinen gebruikte Gouverneur-Generaal van Mook een plan uit de jaren dertig. Dat plan kwam er op neer dat Nederland een federatie van Deelstaten zou vormen, de Verenigde Staten van Indonesië (VSI). Die zouden samen deelnemen aan het koninkrijk. De geplande deelstaten waren Java, Sumatra, Borneo en Oost – Indonesië. Onderhandelingen zouden leidden tot het Akkoord van Linggadjati op 15 november 1946.

In de loop van het jaar 1946 wordt de situatie in Indonesië minder chaotisch. Geallieerde troepen, vooral Engelsen, scheppen met moeite enige orde. Nieuw aangevoerde Nederlandse troepen en het Nederlands-Indische bestuur onder leiding van gouverneur-generaal Van Mook krijgen in de loop van het jaar ook meer greep op de situatie. Hetzelfde geldt voor de regering van de Republiek, wiens strijdkrachten flinke delen van Java en Sumatra gaan beheersen. Het is tijd voor onderhandelingen.

Premier Schermerhorn voert in april 1946 al een eerste serie besprekingen met Indonesiërs op het Nederlandse landgoed De Hooge Veluwe. Hij durft geen vergaande beslissingen te nemen, zijn regering is immers niet democratisch gekozen. Pas na de eerste na-oorlogse verkiezingen en de formatie van de regering Beel kan er werkelijk worden begonnen met 'nieuwe verhoudingen in het koninkrijk'. Schermerhorn, nu premier af, wordt benoemd als voorzitter van een driemanschap dat de 'Commissie-Generaal' gaat heten, een staatkundige nieuwigheid. De Commissie krijgt vergaande bevoegdheden om namens de Nederlandse regering in Indonesië te gaan onderhandelen over een voor iedereen aanvaardbare toekomst.

Vrij snel sluit de Commissie-Generaal een wapenstilstand met de Indonesische republikeinen. Het is 14 oktober 1946. De Republikeinen sluiten met de Commissie-Generaal een ontwerpovereenkomst van Linggadjati. Nederland erkent de soevereiniteit van de Republik Indonesia over de eilanden Java, Sumatra en Madoera en de Republik stemt in met het vormen van een federatie met de overige delen van Indonesië, die dan samen in een Unie met Nederland komen, met de koningin aan het hoofd.

Bij terugkomst in Nederland kan de regering Beel zich er in vinden (is een coalitiekabinet met ministers uit KVP en PvdA en aan PvdA zijde kan men zich wel vinden in de resultaten die de Commissie-Generaal heeft bereikt). Binnen de KVP echter wordt Romme onder druk gezet en er ontstaat een compromis, ook wel het aangeklede akkoord van Linggadjati genoemd. Half december stemt de Tweede Kamer in meerderheid voor dit aangeklede akkoord, via de zogenaamde motie Romme-Van der Goes Naters. De laatste is op dat moment fractievoorzitter van de PvdA.

Als de Commissie-Generaal in januari 1947 terugkeert naar Batavia om het aangeklede akkoord voor te leggen aan de Indonesiërs is er zoals te verwachten weinig enthousiasme. De Republiek weigert aanpassingen. Tegelijk is er zeker bij iemand als luitenant gouverneur-generaal Van Mook en ook veel van zijn ambtenaren het besef dat er iets moet gebeuren. Zij zijn een groot voorstander van een federale staat Indonesië. Dat is deels ingegeven door de verscheidenheid van volken in de archipel, deels door een klassiek verdeel-en-heers principe. Er zijn onder aansporing van Nederland al diverse 'deelstaten' opgericht en in die gebieden heeft Nederland veel invloed. Van Mook ziet de Republiek het liefst als een deelstaat als de anderen, al is het er dan een waar hij geen invloed over heeft. De Republiek heeft in Linggadjati ingestemd met een federatie, maar ziet dat vooral als een kwestie van tijd winnen. Tijd om andere Indonesiërs te overtuigen van de voordelen van één Republik Indonesia.

In feite is er sprake van een onoverbrugbare tegenstelling tussen Nederland en Indonesië. Beide partijen willen dat eigenlijk niet toegeven; de hoop om tot een oplossing te komen kan niet worden opgegeven. En daarom wordt op 25 maart 1947 met de nodige plechtigheden het officiële akkoord van Linggadjati getekend in Batavia. In de stukken die er bij horen staat letterlijk dat de Nederlandse regering er 'goede nota' van neemt de dat Republiek zich niet gebonden acht aan de 'aankleding'. Men ondertekent in feite twee akkoorden: het naakte en het aangeklede. Dat dit niet goed kon aflopen, mag duidelijk zijn.

Al maanden zijn er schendingen gaande van de in het najaar van 1946 afgesloten wapenstilstand. Indonesische en Nederlandse troepen raken over en weer betrokken bij incidenten. De legerleiding, vanaf het begin sceptisch over de resultaten die via de diplomatieke weg kunnen worden bereikt, dringt steeds meer aan op actie. Op 20 juli 1947 is het zover. De zogenaamde 'eerste politionele actie' begint. Tot 4 augustus 1947. Het ging om een militair optreden waarbij ook duizenden dienstplichtigen werden ingezet, maar de Nederlandse regering vond dat het hier een 'binnenlandse' aangelegenheid betrof. Het was een optreden binnen het Koninkrijk der Nederlanden tegen een groep gevaarlijke opstandelingen. Doel was om op Java zoveel mogelijk gebied onder Nederlandse controle te brengen. Daarmee zouden de Indonesiërs weer orde en rust krijgen, zo luidde het parool. De Nederlandse soldaten kwamen om mensen te helpen met de wederopbouw van hun door de Tweede Wereldoorlog verwoeste land. Dat was tenminste het beeld dat de vele films gaven die in deze periode zijn gemaakt in opdracht van regering en leger. Maar als sprak de regering in Den Haag van politionele acties, in feite werd er een guerrillaoorlog uitgevochten waar het niet zachtzinnig aan toe ging. Berichten daarover drongen mondjesmaat door in de Nederlandse pers.

 

1e politionele actie, ook wel Operatie Product genoemd, in Nederlands Indië 1947 Vanuit Nederlands standpunt bezien. 'Brengers van recht en veiligheid' Noodzaak van Politioneel ingrijpen. 7e december divisie.

Nederland wist hiermee weer grote delen van Java en Sumatra in handen te krijgen. Het Republikeinse leger van Indonesië begon hierop een guerillastrijd.

De VN stelde een Commissie van goede diensten in (CGD) in die moest bemiddelen. Op 18 januari 1948 volgde een tweede akkoord tussen Nederland en Indonesië. Er kwam een nieuwe overeenkomst DE RENVILLE – overeenkomst. Alleen bleef opnieuw veel onduidelijk. Nederland bleef streven naar een zo hecht mogelijke band met een federaal Indonesië en Indonesië bleef streven naar een onafhankelijke republiek. Daarop volgde de tweede politionele actie. ( 19 december 1948 tot 3 januari 1949). Daarbij werden Soekarno, Hatta en Sjarir gevangen genomen. Op 24 december 1948 nam de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin werd opgeroepen tot een staakt-het-vuren en vrijlating van de Republikeinse leiders.

De druk van de Verenigde Naties op Nederland nam steeds meer toe. Het paste niet meer in die tijd om koloniale verhoudingen in stand te willen houden. Nederland werd in feite gedwongen om de onafhankelijkheid van Indonesië te accepteren.

Rondetafelconferentie

Onder leiding van de van de UNITED NATIONS COMMISSION FOR INDONESIA (unci) de opvolger van de CGD, volgden besprekingen. Deze besprekingen, de RONDETAFELCONFERENTIE (rtc) TE Den Haag werd uiteindelijk overeenstemming bereikt over de onafhankelijkheid van Indonesië. Echter niet een Verenigde Staten van Indonesië maar een centraal geleide staat Indonesië zou ontstaan, tot ontzetting van de Molukkers. . . Op 27 december 1949 werd in het Paleis op de Dam de souvereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië getekend.

1949

Nieuw Guinea bleef er buiten.

Intocht Sukarno in Djakarta 1949

De koloniale erfenis

De Molukkers kwamen nu in de problemen want zij zagen hun staat niet ontstaan.

memo hfst 6 afb 18
memo hfst 6 afb 19

Zij riepen de REPOEBLIK MALOEKOE SELATAN (RMS) uit op 25 april 1950. In juli 1950 werd het KNIL opgeheven.

Koninklijk Nederlandsch Indisch leger KNIL

Veel oud Knil-militairen kwamen naar Nederland. Ook veel Indo Europeanen deden dat.

Tussen 1966 en 1978 werden door Molukkers in Nederland gewelddadige acties gevoerd waarbij slachtoffers vielen. Echter veel mensen onderhouden nog een goede band met Indonesië en andersom.

Alleen de kwestie Nieuw Guinea zou Nederland nog in een conflict brengen met Indonesië.

memo hfst 6 afb 20

En uiteindelijk moest het gebied worden afgestaan.

Zie voor deel 44 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 44 Oorlog door de Eeuwen heen